Spring naar inhoud

Posts tagged ‘fino’

Doek

En laten we het nu even stil maken. De Bowmore 1964 ‘Fino’ is de eerste uit de zogenaamde 1964 Wood Trilogy. Hij werd in september 2002 op de markt gebracht, gevolgd door de Oloroso en de Bourbon. Deze Fino-botteling bevat whisky van twee vaten, meer bepaald twee sherry fino vaten van de Macharnudo Albariza wijngaard. Sidder en beef met mijn mee.

 

Bowmore 37y 1964, 49.6%, OB 2002, Wood Trilogy, Fino, 300 bottles
Hallelujah! Wat een fenomenale neus… Zo verschrikkelijk complex. Alles wat je zoekt, vind je. Dit is rijk, diep en ongelooflijk gelaagd. Het typische tropische fruit is aanwezig, maar niet zomaar aanwezig, het vertoont zich in volle glorie. Mango, lychee, ananas, kiwi, passievrucht, papaya… noem ze maar op. Het wordt vergezeld van sublieme roze pompelmoes. Roze pompelmoes met de perfecte hoeveelheid griessuiker (net zoet genoeg), het sap dat zich langs je mondhoeken aan de zwaartekracht overgeeft. Al dat succulente fruit wordt ondersteund door het zilt van Bowmore en de sublieme zachte en zoete turf. Dan dient er zich ook een waxy laag aan. Bijenwas, oud en geboend leder. Vervolgens heb ik ook tintelende kruiden, lichte tonen van koffie, vanille fudge en nougat. De geur van sigarendoosjes ook. En nat hooi (farmy, hell yes). Het houdt niet op, ik heb nu ook florale toetsen (gedroogde bloemen). Man, hoe wonderlijk is dit! En ook de smaak beantwoordt aan de torenhoge verwachtingen. Hij heeft werkelijk alles. Om te beginnen fruit: roze pomplemoes, mandarijn, ananas, mango… Zilt. Zachte turf (iets prominenter dan op de neus). Zoete elementen (nougat, mokka). Kruiden (zoethout, gekonfijte gember, kaneel). Bijenwas. De boerderij (nat hooi). Ook op de smaak is dit één van de meest complexe whisky’s die ik al kon proeven. En dat alles is perfect – maar dan ook perfect – gebalanceerd en met elkaar verweven. Het mondgevoel is romig. Zijdezacht eigenlijk. Lange, geweldig lange en complexe afdronk, op zowat alles wat de smaak te bieden had… Eén van de mooiste woorden uit het Engels is Flabbergasted. Het laat zich vertalen als overdonderd. De perfecte omschrijving van mijn gemoedstoestand. 99/100

Ik moet zeggen dat ik voor deze whisky de tijd heb genomen. Ruim de tijd. Ruim de tijd kùnnen nemen ook (waarvoor nogmaals mijn eeuwige dank Bert). Het is een whisky die me meteen onderuithaalde. Maar die me ook nooit de kans liet recht te krabbelen en bij m’n positieven te komen. Hij greep me bij de keel, en liet niet meer los. Zelfs het lege glas deed me naar adem happen. Dit is kunst. Verheven kunst.
Maar, hoor ik u zich afvragen, is hij beter dan de 1966 Samaroli ‘Bouquet’? Mwaa… eerlijk? Geen idee. Beide whisky’s hebben een onuitwisbare indruk op mij gemaakt en in mij achtergelaten. Het proeven ervan (allebei ondertussen al meer dan eens) zijn momenten die ik nooit vergeet, meer nog, die ik koester. Ooit moet ik ze eens naast elkaar zetten, om finaal te kunnen zeggen wat ik de beste whisky ooit vind. Maar dan zou ik daar ook nog die Laphroaig 1967 bij moeten kunnen betrekken. Een heel ander profiel, maar nog zo’n letterlijk indruk-wekkende whisky. De Port Ellen 12 James MacArthur (dark) kan dan als sparring partner opdraven. Ha, het idee alleen al! Laat het me een project noemen.

 

Maar dat zal dan een project buiten Onversneden zijn. De titel verraadde het al, ik trek hierbij een sierlijke streep onder deze blog. Onder het motto ‘het is goed geweest’, wordt het tijd mijn passie voor whisky anders in te vullen en vooral wat meer tijd uit te trekken voor de dingen die zo veel belangrijker zijn dan whisky. Jawel, ze bestaan.

Nosing and tastingHet begon allemaal in februari 2008. Ik was al een jaar of vier intensief met whisky bezig. Tastings, festivals, clubactiviteiten afschuimend, telkens met het notaboekje in de hand en maar ijverig noteren. Om uiteindelijk de drang om mijn bevindingen wereldkundig te maken niet langer meer te onderdrukken. Een blog werd geboren. Exact zes jaar en een kleine 2000 notes later, heb ik het gevoel het wel wat gehad te hebben. Wroeten op een whisky, zoeken naar associaties, soms met volle goesting, soms omdat het moet, omdat er nu eenmaal een blog gevuld dient te worden… het begon af en toe toch wat ‘werken’ te worden.

Wat bij dat laatste ook meespeelt, is dat ik me niet van de indruk kan ontdoen dat het qua nieuwe releases het laatste jaar, de laatste twee jaar merkelijk een stuk minder boeiend geworden is. Zowat alles van de jaren zeventig is gebotteld, de jaren tachtig zijn gemiddeld minder interessant en ook daarvan lijkt er niet zo veel meer beschikbaar. Opéénvolgende bottelingen van Caperdonich 1972, Longmorn 1976, Clynelish 1982, Lochside 1981, Tomatin 1976, BenRiach 1976 en dergelijke meer (telkens zeer beschikbare vintages, maar ook zeer lekkere) zijn vervangen door reeksen Glen Garioch 1992, Clynelish 1997, Ardmore 1992, Laphroaig 1998… ook vaak lekker, maar toch niet vergelijkbaar. En niet zo veel goedkoper dan de nu cultflessen van amper twee, drie jaar geleden. Het kan natuurlijk zijn dat dit een tijdelijk fenomeen is, bepaald door al even tijdelijke factoren. Laat Bowmore van de jaren negentig en begin jaren tweeduizend tien jaar langer rijpen, geef Port Charlotte de tijd om z’n scherpe kantjes af te ronden, gun Clynelish 1997 de leeftijd van die fameuze 1982’ers. De toekomst hoeft er niet noodzakelijk somber uit de zien. Maar dan zullen er andere keuzes gemaakt moeten worden.

Je kan immers niet naast enkele trends kijken. Enerzijds distilleerders die alsmaar jonger bottelen, anderzijds onafhankelijke bottelaars die nog moeilijk aan ‘mooie’ vaten geraken. De stijgende vraag naar premium whisky’s in het Verre Oosten speelt hierin een belangrijke rol. Er zullen in de toekomst ongetwijfeld nog schitterende whisky’s uitgebracht worden, maar het aanbod zal kleiner (en jonger) zijn en de prijzen… tja, dat laat zich wel raden. Nochtans is er geen enkele markt die alleen maar stijgt, ooit komt er een stevige knik in die alsmaar klimmende lijn, elke bubbel moet ooit eens barsten. Maar ik denk niet dat dat voor onmiddellijk is, en dat we dus nog enkele jaren tegen stijgende prijzen zullen aankijken.
Ik heb het voorbije anderhalf jaar nog maar weinig nieuwe bottelingen gekocht en me eerder gericht op gemiste bottelingen van de jaren voordien, weliswaar vaak aan een hogere prijs. Die jaren voor de terugval boden immers een overvloed aan fantastische whisky’s, maar tenzij je over onbeperkte middelen beschikte, was je verplicht te kiezen. En kiezen is zoals iedereen weet altijd een beetje verliezen. Daarenboven is er nog zoveel ander lekkers (en betaalbaarders) te ontdekken, zeker wat wijn en z’n satellieten (Sherry, Madeira, Cognac…) betreft. Alhoewel whisky altijd mijn eerste passie zal blijven.

Ga ik Onversneden missen? Ongetwijfeld. Maar het leven zonder zal wel wennen en zal me niet minder bevallen. Want, zoals Oscar Wilde het in Lady Windermere’s Fan verwoordde: we are all in the gutter, but some of us are looking at the stars.

The End

Kavalan ‘Solist’ Fino

De Kavalan Solist Fino is een whisky met een stevige reputatie. 97/100 in Jim Murray’s Whisky Bible (2012) draagt daar natuurlijk stevig toe bij. Nu, we weten met hoeveel korrels zout we die beoordeling moeten nemen. Maar toch, hij is niet de enige die zegt dat dit fantastische whisky is. Weet echter dat er verschillende batches van bestaan, van de Solist Bourbon, van de Solist Sherry Cask, van de Solist Vinho Barrique en dus ook van deze Solist Fino. Ik proef vat S060814022.

 

Kavalan Solist Fino, 57%, fino sherry butt #S060814022Kavalan ‘Solist’ Fino, 57%, fino sherry butt #S060814022, bottled 30/10/2012, 540 bottles
Wow, dit is toch wel een verrassend lekkere neus. De sherry geeft veel fruit, fruit zoals pruimen, rozijnen, braambessen en zelfs wat kokos. Onderliggend ook gekonfijt fruit. Veel noten (hazelnoten, amandelen) ook. De sherry brengt ook tonen van koffie, tabak en leder met zich mee. Balsamico zorgt voor de afwerking, of de kroon op het werk als je wil, want voor mij altijd een absolute meerwaarde. De smaak vertoont een perfecte balans tussen zoete en bittere tonen. Geflambeerde banaan, rozijnen op rum, aardbeiencoulis, karamel, kandijsuiker en crème brulée wat de eerste categorie betreft, noten, eik, wat hars en veel kruiden (peper en nootmuskaat) wat de tweede betreft. Fino, gemiddeld genomen toch wel mijn favoriete sherryvariant om whisky op te rijpen. De afdronk is lang en droog met nog voldoende fruit. Zoveel beter nog dan de Concertmaster, maar die prijs… 280 euro voor een – weliswaar fantastische – whisky zonder leeftijdsaanduiding is er toch wel stevig over. Niet dat de Taiwanezen trendzetters zijn wat betreft. 89/100

Macallan 21y 1990, Malts of Scotland, Fino Sherry

Vandaag en maandag twee Macallan’s 1990 van Malts of Scotland. Zustervaten, dus waarschijnlijk hetzelfde distillaat. Beide rijpten ze op sherryvaten, maar het profiel is gans anders. Het vattype (de éne rijpte op fino, de andere op oloroso) drukt hier echt wel z’n stempel op de uiteindelijke whisky, iets wat ons ondertussen niet meer zou mogen verbazen.

 

Macallan 21y 1990/2011, 51.5%, Malts of Scotland, fino sherry hogshead #1135, 254 bottles
De neus start wat gedempt op gekookte groeten en zilt. Ook wat bostoestanden: mos, varens, gevallen bladeren. Maar met wat ademen, komt hij open. Dan krijg ik fudge, vanille (american oak?), kruiden (zoethout onder andere) en meer en meer fruit. Pompelmoes, kruisbessen. Wordt aangenaam om ruiken. Stevig op de tong en licht drogend. Veel noten hier, honing, eik, kruiden, dezelfde vegetale toets van de neus, net als florale tonen. Hooi en heide. Lange, eerder bittere afdronk op eik, pompelmoes en kruiden. Lekkere neus die tijd nodig heeft, een ietsje te droog op de tong echter om hoger te scoren. 84/100

Glenglassaugh 40y 1965 for The Whisky Fair

Glenglassaugh 40y 1965/2006, 46.7%, TWF, Fino sherry, 361 bottles – Speyside
Whisky op Fino vat is vrij zeldzaam, meestal wordt er bij sherryvaten voor Oloroso gekozen. Het is in ieder geval wel een geslaagde whisky, vooral de neus is erg lekker. Die is enorm fris en fruitig, te veel soorten om op te noemen. Zowel tropisch fruit als ‘Europees’ (wit) fruit. Sherry? Ja, maar absoluut niet overheersend. Subtiel that is. Tabak, dat wel. De smaak is iets minder, mist wat punch, maar blijft fris en fruitig. Ook wat peper. Droge, licht bittere afdronk. Lekkere oude Glenglassaugh die op de smaak de rol een klein beetje moet lossen. 86/100

Bruichladdich 17y 1992, Sherry Edition 2

Bruichladdich 17y 1992/2009 ‘Sherry Edition 2 – Fino’, 46%, OB 2009, fino sherry finish, 6000 bottles – Islay
Na 15 jaar bourbonvat nog 2 jaar op sherry fino gerijpt. De neus is vrij droog en geeft lichte rook, meloen, amandelen, karamel, munt en gras. De smaak is zacht en boterig en geeft citrus, chocolade, tabak en kruiden. De afdronk is best lang, zacht en kruidig, noten doemen op. Gewoon lekkere whisky, maar ook niet meer dan dat. 80/100