Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Blackadder’

Bowmore 27y 1973, Blackadder

Vandaag een oude Bowmore, een 1973 van Blackadder.

 

Bowmore 27y 1973/2000, 50.2%, Blackadder, cask 3176, 233 bottles
Niet het verwachte (tropische) fruit. Of toch niet onmiddellijk. Wel granen, koffie en zilt. Hars ook wel. Pas na enige tijd zet het fruit zich door en dat is inderdaad tropisch. Ananas, banaan, mango, meloen, en ook wat limoen. Vanille. Het geheel is wel vrij vluchtig, ik mis de nodige body. De smaak is redelijk droog, daar zorgen eik, noten en kruiden voor. Het fruit wordt er wat door onderdrukt. Maar het is er wel, onder de gedaante van mango, meloen en mandarijn. Vanille, zilt en dan nu (dus niet onmiddellijk) turfrook. Vrij lange afdronk op vanille, mandarijnen en veel zilt. Lekker, absoluut, maar ik mis consistentie, aroma’s komen en gaan. 86/100

Springbank 33y 1967, Blackadder Raw Cask

Tijd voor oude Springbank? Het is altijd tijd voor oude Springbank!

 

Springbank 33y 1967/2000, 50.9%, Blackadder Raw Cask, cask 1562, 220 bottles, 750ml
Oh yes! Bijenwas, antiekwas, honing (acacia), kokos en geflambeerde banaan, een (geweldige) combinatie die niet ongewoon is bij oude Springbank. Dit alles wordt op de hielen gezeten door zachte turfrook, rozijnen op rum, ananas en sappige eik, ook allemaal bijna klassieke elementen die bij dit profiel horen. De geur van de herfst (natte bladeren, mos), nog zoiets. Een klein beetje zilt noteer ik nog, net als kaneel. Complex en elegant. De smaak doet niet veel onder: zijdezacht op veel honing, bijenwas, sinaasconfituur, ananas, kaneel, zoethout, nootmuskaat, een beetje munt en opnieuw wat turfrook. Minder complex dan de neus, maar dat is niet moeilijk. Lange afdronk op honing, sinaas, kruiden en eik. Een typische en dus heerlijke oude Springbank. 92/100

Blairfindy Moor

Blairfindy Moor is een stuk heide tussen de rivieren Avon en Livet en is onderdeel van het Cairngorms National Park. Blairfindy is ook de naam van een single malt van Blackadder, meer bepaald van een familiale distilleerderij uit Ballindalloch wiens naam niet het etiket mag staan. Rarara. Blairfindy is trouwens de naam van de boerderij waar de familie vandaan kwamen, men noemt hen dan ook de Blairfindy Grants. Toch is niet elke Blairfindy van Blackadder een Glenfarclas, zo werd er in 2007 een Mortlach 1989 gebotteld voor Whisky Live Brabant, welke de naam Blairfindy Moor meekreeg.

 
Blairfindy Moor 1989 (Mortlach), 60.5%, Blackadder for Whisky Live Brabant 2007, 99 bottles
De neus is erg krachtig en alcoholisch, wat niet mag verwonderen. Hars, hout, de schil van appelsienen, graan, chocolade. Met water krijgt hij iets geparfumeerds, zonder te storen evenwel. Al even krachtig op de tong, laat zich moeilijk drinken zonder water. Met water zoet. Bananenlikeur, appelsien, karamel, aardbeien, gember… ja, versneden is hij best aangenaam. Middellange, fruitige finish (met water dus). 83/100

Royal Lochnagar 28y 1977, Blackadder Raw Cask

Lochnagar is één van de drie Schotse Highland distilleerderijen die het label Royal in hun naam dragen. Ook Brackla en Glenury hebben Royal respectievelijk voor en achter hun naam staan.
Lochnagar ligt in de buurt van Balmoral Castle, het zomerverblijf van de Britse koninklijke familie. De toenmalige koningin, Queen Victoria, bezocht midden de negentiende eeuw met haar bijzit Albert de pas opgerichte distilleerderij – die toen nog New Lochnagar heette, de oude brandde volledig af – en was dermate onder de indruk van het productieproces en vooral het resultaat ervan, dat Lochnagar meteen tot koninklijk leverancier gepromoveerd werd. De naam werd omgedoopt tot Royal Lochnagar en de prijzen van hun whisky in lijn daarmee noordwaards aangepast.

 
Royal Lochnagar 28y 1977/2005, 58.5%, Blackadder Raw Cask, cask 310, 260 bottles
Lekkere, stevige neus. Romig en zoet met wat hout erdoorheen. Boter, honing, amandelen, vanille, eik, perzik en een heel klein beetje rook op de achtergrond. Olijfolie. Niet slecht, verre van. Ook de smaak is best oké, alhoewel ik de neus prefereer. Krachtig met behoorlijk wat hout. Zoet en bitter. Veel kruiden (het hout), peper vooral, honing, graankoeken, wat fruit (witte perziken en sinaas). Meer rook dan op de neus. Aangename, romige, bitterzoete afdronk met hout, veel noten en honing. Marsepein. De neus en de afdronk zijn de beste delen van deze whisky. 85/100

Lochside 28y 1981, Blackadder

De Lochside distilleerderij, gelegen aan de Schotse Oostkust tussen Aberdeen en Dundee, werd gesticht in 1957 en sloot z’n deuren in 1992. In 2005 werden de gebouwen met de grond gelijk gemaakt om plaats te ruimen voor een tuincentrum. Tot begin jaren zeventig produceerde het zowel malt als grain whisky – een schitterend huwelijk tussen beide was de 42 jarige Single Blend. Lochsides zijn over het algemeen erg fruitige whisky’s. Blackadder bottelde vorig jaar een 1981’er onder z’n Raw Cask label.

 
Lochside 28y 1981/2009, 56%, Blackadder Raw Cask, cask 617, 202 bttls
Mmm, niet de verwachte fruitexplosie… pas op, de neus biedt best wat fruit, maar niet zo overweldigend als bij andere Lochsides vaak wel het geval is. Muesli, sinaas, vanille, smeuïg… doet me wat denken aan die Danio ontbijttoestanden. Een lichte kruidigheid ook. Hooi. Ook de smaak geeft sinaas, maar ook lychee, munt, kokos en zachte karamel (fudge that is). Middellange finish, beetje drogend. Citrusschil. Erg aangename Lochside zonder het ‘wauw’ effect van een aantal soortgenoten. 86/100

Glenury Royal 36y 1973, Blackadder

Glenury Royal 36y 1973/2009, 46.2%, Blackadder, cask 6863, 148 bottles – Highland
Mijn eerste Glenury Royal. Oh, tarte tatin op de neus! Vers gebakken, recht uit de oven. Met rozijnen dan nog. Zoet en fruitig dus. Gestoofd fruit genre appelmoes, iets stroperigs. Ja ja, gekarameliseerde suiker, en ook de kaneel zit er in. Ook de smaak is lekker fruitig en kruidig. Het hout blijft mooi op de achtergrond. Middellange, zacht zoete afdronk. Zeer lekkere oude Glenury Royal. 89/100

Amrut for Crombé vs. Amrut Fusion

Zondag heb ik me op enkele Amruts geworpen. Ik zette de nieuwe botteling voor Crombé tegenover de Fusion. De Blackadder op 46% toonte zich een ideale sparring partner.
Zoals ondertussen gemeenzaam geweten, is Amrut een beetje een hype de laatste tijd. Door het Indische klimaat rijpt de whisky er een pak sneller dan in Schotland, wat resulteert in erg mature vier-, vijfjarige whisky’s. Gezien de gigantische Angel’s Share zullen we waarschijnlijk nooit een Amrut 20Y of 30y kunnen drinken, tegen die tijd zal er immers niet veel vocht meer in het vat overblijven.
Thuishaven van Amrut is Bangalore. Managing director is Neelakanta Rao Jagdale, Ashok Chokalingam is er International sales manager en als dusdanig het sympatieke gezicht van Amrut in onze contreien.

 

Ik begon met de Crombé, voluit Amrut 2004/2009, 52%, OB for Crombé, cask 2930, 221 bottles. Mijn eerste impressie was “mwa, ja, niet slecht”, maar na een tijdje werd die “niet slecht” toch een serieus understatement. Hij heeft een zeer subtiele neus, die zoet en bloemig start. Honing. Daarna krijgen we gras, hooi en hars. Vervolgens komen er kruiden door, speculaas en noten, tabak ook. Opgelegde peren. Ja, die neus evolueert echt héél mooi. Op de tong is deze Amrut fruitig (citrus vooral) en kruidig (peper). Ook hier komt wat hars bovendrijven, wat een aangename bitterheid geeft. Hij blijft lang hangen, gaat naadloos over in een lekkere bitterzoete afdronk.
Wel, ik vind dit geen gemakkelijke whisky, hij heeft echt wat tijd nodig om zich volledig te geven, maar dan toont hij zich een beauty.

De Amrut Blackadder die ik tussendoor dronk, moet het meer hebben van zijn pure fruitigheid, zoete fruitigheid, zalige zoete fruitigheid. Ja, ik blijf deze een absolute stunner vinden.

Dan de Fusion, Amrut Fusion, 50%, OB 2009, batch #01, die al door heel wat mensen de hemel in is geprezen. De naam Fusion verwijst naar het gebruik van twee verschillende soorten malt, nl. geturfde Schotse malt en niet-geturfde Indische malt. Deze laatste komt van gerst geoogst in de provincies Punjab en Rajasthan, aan de voet van de Himalaya. Beide maltsoorten werden apart verwerkt, gedistilleerd én gerijpt. Het geheel werd na een viertal jaar rijping vermengd in bourbonvaten en dit in een verhouding van 25% geturfd en 75% niet-geturfd distillaat. Het resultaat is een zeer zachte whisky die inderdaad een mooie mix biedt van subtiele turf en rijke fruitigheid. In de neus geeft dit naast de fruitige turf nog heel wat zoete associaties, ik denk aan kandijsuiker, cake, rozijnen (op rum!) en crème brûlée. Vooral dat laatste wordt na enige tijd zeer duidelijk. De eveneens zachte en frisse smaak bouwt hier wat op voort: turf, fruit, vanille, hout, bloemen ook. Gho, ik weet niet of het mij ligt maar dat laatste nijgt een beetje naar iets geparfumeerd dat ik niet onmiddelijk kan thuisbrengen, zonder echt te storen evenwel (het is geen jaren tachtig Bowmore). Behoorlijk lange finish met terugkerend hout, fruit en turf.

Scores? 86/100 voor de Fusion, 89/100 voor de Crombé. Aan nog geen 40 euro de fles… kopen die handel!

The Clydesdale

Clydesdale2

The Clydesdale – voluit The Clydesdale Original Scotch Whisky Company Ltd. – is een recente bottelaar, opgericht in 1998 door Robin Tucek. Tucek is de man achter de Blackadder whisky’s en kan dus bogen op enige ervaring terzake.
Nu is het wel zo dat je bij The Clydesdale het ‘genoegen’ van stukjes hout in je mond (cfr. Raw Cask) zal moeten missen, in hun mission statement vermelden ze immers ‘puurheid’ en vooral ‘no nonsense’. Hun bottelingen zijn alle single casks op vatsterkte. Nooit bijgekleurd noch koud gefilterd. Tucek zelf staat in voor de vatselectie en het bottelen.
In de reeks vind je soms whisky’s van kleine en weinig gekende distilleerders zoals Tormore, Aultmore of Dailuaine.

In België wordt The Clydesdale geïmporteerd door Whisky Import Nederland (via z’n agent Whisky Import Belux), dat ook de whisky’s van Adelphi Distillery en Berry’s Own Selection voor z’n rekening neemt.

 
Glenlossie 20y 1988/2008, 53.9%, The Clydesdale, casks 0107 & 1354, 305 bottles – Speyside – 77/100
Glenlossie? Die hebben we nog niet gehad. Sleutelwoorden in zowel neus als smaak zijn ‘fruit’ en ‘granen’. Exotisch fruit. Muesli. Hout. Rook? Eerder droge afdronk.

Een koppel Highlanders van Blackadder

Clynelish 13y 1990/2003, 59.3%, Blackadder, sherry finish, cask 3593, 258 bottles – Highland – 84/100
Stevige turf neus. Zoet ook. Zoethout. Chocolade. Smaak is krachtig, met dezelfde elementen: turf, zoethout en chocolade. Peper ook. Erg lange, ziltige, wat droge afdronk. Lekker!
 
Longmorn 16y 1990/2006, 58.3%, Blackadder Raw Cask no 30051, 225 bottles – Highland – 77/100
Neus: vanille, hout, rook, nootmuskaat. Smaak: erg fruitig en ook hier duidelijke invloed van het hout. Ook lichtjes zoet. Lange afdronk met opnieuw veel hout en vanille.

Een mooie Dalmore

Dalmore 28y 1976/2005, 58%, Blackadder, cask BA0244, 348 bottles – Highland – 87/100
Blackadder Raw Cask. Lekkere, zoete neus. Honing. Fruit ook. Rode bessen? Mag een beetje water hebben. Fruitige smaak en weer wat zoets. Suikerspin. Turf? Ja, turf, ver op de achtergrond weliswaar. Ook iets ziltigs. Complex. Eerder korte, ziltige afdronk. Erg lekker!

Blackadder

Nee nee, we hebben het niet over de schitterende BBC reeks, we’re talking whisky here. Blackadder is één van de vele onafhankelijk bottelaars die Schotland rijk is.

Blackadder werd recent (1995) opgericht door Robin Tucek, een Brit van Tsjechische afkomst maar woonachtig in Zweden. Hij werd bijgestaan door John Lamond van de Malt Whisky Association. Beide zijn auteurs van de bestseller The Malt Whisky File. Voor de naam inspireerde Tucek zich op de 14e eeuwse bisschop John Blackadder.

Alle vaten worden door Tucek zelf geselecteerd en worden als single casks gebotteld. Blackadder gaat er bovendien prat op dat al z’n bottelingen unchill-filtered en ongekleurd zijn. De reeks Raw Cask – whisky’s op vatsterkte – worden zelfs helemaal niet gefilterd. Daar durven dus af en toe nog wat vatresten in te drijven, al dan niet door de heren van Blackadder achteraf toegevoegd om het autenticiteitsgehalte nog wat op te krikken. Het gebruik van wit glas maakt dan weer dat whiskyliefhebbers de natuurlijke kleur van de whisky kunnen waarnemen.
Een andere bekende reeks is de Distillery series, bottelingen van diverse Schotse distilleerders op 43% of 45%.

Naast Blackadder zelf bottelt het ook onder andere (internationale) labels zoals Aberdeen Distillers, Clydesdale Original en Caledonian Connections.
Bekende buitenbeentjes zijn o.a. Smoking Islay, Peat Reek en Old Man of Hoy.

Blackadder won al enkele prijzen op de Malt Maniac Awards.
 
Ben Nevis 11y 1992/2003, 59.6%, Blackadder Raw Cask, cask 687, 239 bottles – Highland – 64/100
Bourbon Hogshead vat. Matige en vooral saaie whisky. Scherpe neus van graan en vanille. Lavendel? Scherpe smaak met iets fruitigs en ook hier weer veel graan. Met water minder scherp maar niet veel beter. Ook de wat bittere nasmaak blijft erg maltig. Behoorlijk eentonig.
 
Blackadder Peat Reek, 61.8%, 2005, bottle 146 of 306 – 72/100
Turf, turf en nog eens turf. Alleen maar turf. Allez, misschien ook wel wat gras & diesel (!) in de neus. Smaak van ’t zelfde. Erover, niks complex. Ben in zekere zin een ‘peatfreak’, maar wil ook wel iets meer dan turf proeven in een whisky.

Kruiden etc. – de smaak van whisky

Woensdag had ik het over turf en de rol die het speelt in het productieproces, vandaag maak ik tijd voor een koppel kruidige whisky’s.
Nu, het kruidig karakter van een whisky heeft niets met kruiden an sich te maken. Het is gewoon zo dat het distilleren en het rijpen van whisky resulteert in verschillende types whisky. Zo kan een whisky zoet zijn, of fruitig, of ziltig, of kruidig…
De smaak van een whisky wordt voor een groot stuk (70% naar men aanneemt) bepaald door het vat waarop het rijpt, het gebruikte hout, de poreusiteit van het vat, de regio waar dat vat ligt te rijpen, enzovoort. De whisky neemt smaken en geuren op uit het vat en uit de lucht die door de poriën van het vat raakt. Een vat dat rijpt aan zee zal een andere whisky geven dan een whisky gerijpt in het binnenland. De zeelucht zal jodium, zilt, zeewier… afgeven. Een dennenbos of de heide zullen andere aroma’s geven. Ook de ligging van een vat in de opslagplaats speelt een rol. Op de grond, zeven, acht rijen hoog, het speelt allemaal een rol.

Niet te onderschatten ook is het blakeren van het vat, het zwart branden van de binnenkant. Dit blakeren en de duur ervan hebben een invloed op de aroma’s die het hout (eik) aan de whisky zal geven. Vanille, tannines, kruidigheid, etc.. Het blakeren van een vat duurt over het algemeen 40 tot 60 seconden, soms ook langer. Suikers uit het hout worden zo ‘gekarameliseerd’, wat ook weer z’n invloed op de whisky heeft.

Soit, Google-gewijze vind je hier heel wat bijkomende technische info over. Soms wordt het wel heel technisch, wanneer het bijvoorbeeld gaat over chemische reacties tussen de vanille in het eikenhout en het koper in de whisky, afkomstig van de stookketels… In ieder geval, er zijn zoveel elementen die meespelen in het ontstaan van een bepaalde smaak, dat er geen twee identiek smakende vaten whisky bestaan. Gelijk smakende whisky kan enkel verkregen worden door de kunst van het blenden, het mengen van whisky uit verschillende vaten.

De praktijk leert dat je vooral in de (noordelijke) Highlands – en in mindere mate ook wel in Speyside – whisky’s met een kruidig karakter vindt.

Twee voorbeelden:
 
Blair Athol 15y 1990, 61.4%, Blackadder Raw Cask, sherry finish, cask 7161, 483 bottles – Highland – 73/100
Erg kruidig, zowel in de neus als in de smaak. Ook behoorlijk wat sherry. Smaak: hier moet water bij! Dan krijg je de kruiden en iets zoets. Bittere chocolade. Relatief korte peperige afdronk. Wat eenzijdig.
 
Glen Garioch 16y 1990/2007, 52.5%, Dewar Rattray, cask 4125, 264 bottles – Highland – 72/100
Spreek uit ‘Glen Gierie’. Fruitge neus (veel citrus, maar ook appel), zoet en kruidig. Mosterd ook. Zachte, licht zoete smaak. Hint van rook. Vrij lange, kruidige afdronk. Voor mij een ‘unusual’ dram, door de mosterd denk ik. Globaal niet slecht, maar word er niet wild van.