Spring naar inhoud

Posts tagged ‘8yo’

Glendronach 8y ‘Pure Malt’, Ruffino import

Dit is al de vierde Glendronach 8 green dumpy die ik bespreek, maar ook dit is weer een andere versie. Geen botteling op 40% of 43% maar op 45.4%. Ook een Ruffino import, niet de ‘Single Malt’ echter, maar de ‘Pure Malt’. Natuurlijk is dit ook single malt whisky, maar de aanduiding Pure Malt werd vroeger wel vaker gebruikt, en kan er op wijzen dat deze versie ouder is dan deze die Single Malt vermeldt.

 

Glendronach 8 YO 'Pure Malt', 45.4%, Ruffino importGlendronach 8y ‘Pure Malt’, 45.4%, OB 1970’s, Ruffino import
Erg aromatische en expressieve neus, nog fruitiger dan de andere. En zo goed als geen old bottle toestanden. Limoen, roze pompelmoes (all right!), meloen, rijpe kruisbessen (je weet wel, eerder rood dan groen), ananas, lychee… nogal de tropische toer op dus. Gedroogd gras, gedroogde bloemen, heide en best wat kruiden. Honing en nougat zorgen voor een zoete toets. Heel lichte tonen van oude balsamico. Natte bladeren na enige tijd. En onderliggend zachte eik en al even zachte rook. De smaak is even aromatisch. Het fruit van de geur, kruiden (zowel de tuin- als keukenvariant), honing, zachte karamel, sappgie eik, hooi en heide, oud leder, boenwas, lichte rook (tabak, houtvuur), het smelt allemaal samen tot een prachtig geheel. Lange, perfect gebalanceerde afdronk. Voor mij is deze versie (Ruffino import, 45.4%, Pure malt) de beste van allemaal. Het is niet de oudste, je hebt er ook die de inhoud in fluid ounces vermelden, maar het is wel de meest complexe en de meest fruitige. 91/100

Advertenties

Bere

bere barleyBere moet zowat de oudste Schotse gerstvariëteit zijn. Het zou meer dan duizend jaar geleden door de Vikingen naar Schotland gebracht zijn. Maar omdat het moeilijk te telen is, en omdat de opbrengst ervan een stuk lager ligt dan dat van courantere variëteiten (minder dan de helft zelfs), wordt het sinds het begin van de twintigste eeuw niet meer gebruikt om whisky te stoken. Maar naar het schijnt zou het resultaat wel beter dan gemiddeld zijn. Er is dus tijd, geld en lef nodig om whisky te stoken van Bere gerst. Blijkbaar beschikten zowel Bruichladdich als Arran over dit alles, want in de jaren 2000 hebben beide distilleerderijen geëxperimenteerd met deze verloren gewaande gerstsoort, die gekenmerkt wordt door een korte steel en een kleine korrel. Arran deed dat samen met het Agronomy Institute van Orkney College UHI, onderdeel van University of the Highlands and Islands. Het resultaat, dat misschien een idee geeft van hoe whisky honderd jaar en langer geleden proefde, is dit acht jaar oud distillaat van 2004, gemaakt van Orkney Bere en gerijpt op bourbonvaten. Je betaalt er een goeie 50 euro voor.

 

Arran 8 YO 2004/2012 'Orkney Bere' 46%Arran 8y 2004/2012 ‘Orkney Bere’, 46%, OB, bourbon barrels, 5800 bottles
Frisse neus waarbij vooral granen en kruiden opvallen, op een achtergrond van zoete tonen. Vanille en honing dan vooral. Maar dus veel granen en kruiden. Frisse (tuin)kruiden. Munt, tijm, rozemarijn. Hooi en stro ook. O ja, dat stro is opvallend. En hoe langer hoe duidelijker fruit. Gele appels, gele pruimen, ananas en peren (de leeftijd waarschijnlijk). Bijzonder, en best lekker om ruiken. Rond, zacht en romig mondgevoel. De granen zitten mooi ingekapseld in zoete en fruitige elementen. De honing en de vanille, samen met een beetje kandijsuiker, en het eerder witte fruit. Appels, peren, witte perziken. Opnieuw het stro ook. De kruiden op de smaak zijn eerder de keukenvariant (nootmuskaat, kaneel en peper) en worden vergezeld van ronde eik. Middellange, frisse afdronk, prikkelend (de granen, de kruiden en de eik) op een zoete achtergrond. Bijzonder profiel. En beter dan je zou verwachten van een jong graanexperiment. Veel beter. Ik ben ongelooflijk benieuwd naar langer gerijpte Bere whisky. Een moderne variant van de legendarische Local Barley’s? Stel je voor… 86/100

Mackmyra

Mackmyra is de eerste Zweedse distilleerderij. Het startte de productie in 1999, in het plaatsje Valbo, nabij Mackmyra. Mackmyra maakt uitsluitend gebruik van Zweedse ingrediënten, zoals graan dat gemalen wordt in de 17e eeuwse Mackmyra molen. Vanaf midden jaren 2000 bracht de distilleerderij onder z’n Preludium label single malt whisky’s op de markt. Een deel daarvan rijpte op 30 liter vaten, wat het rijpingsproces (extra invloed van het hout) versnelt. Naast first fill bourbonvaten, gebruikt men er ook nieuwe vaten van Zweeds eikenhout, die dan eerst worden geschroeid alvorens er spirit op gelagerd wordt. Men distilleert er zowel niet-geturfde als geturfde whisky.

Mackmyra

Mackmyra 8y 2002/2011, 40.8%, cask 02-058, 37 bottles, 50cl, Bodas Gruvlager
De neus is wel erg granig. Dicht bij het product in zekere zin, maar dat is geen meerwaarde. Malt, vers gebakken brood, pils. Florale toetsen ook wel, samen met tonen van hars. Pas na enige tijd ook fruit. Peren (jong), appels en limoenen. Vanille zorgt voor een zoet kantje. Ook de smaak is (te) granig, naast licht kruidig (anijs, nootmuskaat), notig (hazelnoten) en zoet (veel vanille en een beetje melkchocolade). Redelijk wat eik (die kleine vaten), geroosterd hout. Middellange afdronk, granig en kruidig met een klein beetje rook en best wat hout. Simpel en jong. 72/100

Glendronach 8y 43% Ruffino import

Vandaag een Glendronach 8 ‘green dumpy’. Eigenlijk bestaan er vele versies van deze groene, gedrongen fles Glendronach 8y. Je hebt er op 40%, op 43% en 45.4%. En de meeste zijn op z’n minst best genietbaar. Ook deze.

 

Glendronach 8y ‘Single Malt’, 43%, OB 1970’s, Ruffino Pontassieve (Firenze) 75cl
Gedempt fruit op de neus. Ik bedoel dat ik fruit ruik, maar niet al te expressief. Peer, ananas, mango (vrij tropisch dus), maar licht. Ook wat tuinkruiden, granen, gedroogde bloemen en gras. Best lekker om ruiken, maar ik mis een beetje power. De smaak heeft dat wel, omwille van de eik vermoed ik. En kruiden zoals kaneel en zoethout. Het fruit blijft ook wel aanwezig, in de vorm van zachte cassis en rode bessen, net als het grassige. Middellange afdronk op kruiden en wegdeemsterend fruit. Misschien wat minder dan de botteling op 45.4%. Op 45.4% is er trouwens ook een erg lekkere ‘Pure Malt’ gebotteld, enkele jaren voor de ‘Single Malt’. 87/100

The Littlemill Sessions – part I

Ik heb hier nog acht Littlemill samples staan, geduldig wachtend op een geschikt moment om eens naast elkaar gezet te worden. Dat moment was gisterenavond. Zes van deze samples komen van de jongens van Whiskybase (waarvoor nogmaals dank). Ik publiceer mijn bevindingen per twee, vandaag het eerste koppel, een oude jongeling en een jonge op middelbare leeftijd.

 

 

De Littlemill 8 is lange tijd dè standaardbotteling van deze Lowland distillery geweest. Ik proefde in het verleden al een botteling van rond de eeuwwisseling, die me niet erg beviel. Vandaag ga ik wat verder terug in de tijd met een botteling van begin jaren tachtig. Ik proefde tijdens onze reis naar Orkney een versie uit datzelfde tijdsvak, in het Lynnfield hotel in Kirkwall. En ik niet alleen, toen we toekwamen was de fles nog zo goed als vol, toen we twee dagen later uitcheckten, zat er nog een bodempje in. Een whisky die m.a.w. bij heel wat clubleden in de smaak viel. Geen idee of dit dezelfde batch betreft (weliswaar ook groen glas en 40%).

 

Littlemill 8y, 40%, OB early 1980’s
O ja, dit ligt in dezelfde lijn. Fris, fruitig en floraal aroma. Delicaat en elegant, zonder opvallend old bottle effect. De geur van een weide in de lente, met z’n gras en allerlei bloemen, vergezeld van witte perzik, mandarijn en ananas. Een lichte kruidigheid ook. Oosterse kruiden? Zacht en boterig mondgevoel. Een beetje granen in het begin, snel gevolgd door fruit (mandarijn en abrikoos), florale aroma’s en ook wat kokos. Opnieuw kruiden die ik niet onmiddellijk kan plaatsen. Soit, het belangrijkste is dat ik dit wreed lekker vind. De afdronk kan je moeilijk lang noemen, maar ook hier is dit echt wel lekkere whisky. Niet complex, absoluut niet gelaagd, gewoon zalige simpele drink-away whisky. Meer moet dat zeker niet zijn. En veel beter dus dan de recentere botteling die ik kon proeven. 89/100

 

De tweede Littlemill is er ééntje uit 1991, een periode – rond 1990 – die ons al meerdere schitterende Littlemills heeft gegeven. Deze werd gebotteld voor de Deense whiskyclub Falster.

 

Littlemill 16y 1991/2007, 53.5%, Dansk Maltwhisky Akademi for Falster
De neus start licht alcoholisch maar gaat snel over in heerlijke fruitige tonen. Zoet en zelfs licht tropisch fruit. Ananas, kokos, kiwi, banaan, rijpe kruisbessen. Ook de vanille, de marsepein en de honing maken het geheel smeuïg zoet. Bijenwas en leder vullen aan. De smaak is al even smeuïg en romig. Boter, vanille, warme appelcake (inclusief de kaneel) en fruit vallen op. En ook hier is dat fruit zoet en zit er een tropische toets in. Middellange afdronk, romig, op dezelfde zoet/fruitige tonen als de smaak. Niet super complex, wel super lekker. 91/100

Springbank 8y, pear shaped bottle, 1960’s

We gaan nog wat verder terug in de tijd, om ergens in de jaren zestig uit te komen. En we zitten nog eens op Campbeltown, met een zeer oude Springbank 8y, gebotteld in zo’n typische peervormige fles, en dit zonder enige vermelding van alcoholpercentage.

 

Springbank 8y, no ABV, OB 1960’s, pear shaped bottle
Old bottle effect, onmiskenbaar. En natuurlijk niet te verwonderen na veertig, vijftig jaar op fles gezeten te hebben. Stoffig, metalig, je kent het. Daardoorheen honing, gele appels (gaat richting cider), granen, een beetje rook, pollen, wat bloemen… alles vrij licht en subtiel. Misschien ook nog wat rubber op de achtergrond. Ah, mineralen ook nog, net als zilt. En kaarsvet komt er ook door. Mooie evolutie, de geur blijkt uiteindelijk complexer te zijn dan initieel gedacht, zeker voor z’n jonge leeftijd. Ook de smaak is licht, en wat boterig. Hij start op vegetale tonen, granen en een beetje rook. Daarna volgt karamel, cider, kaarsvet en kamillethee. Drogend naar het einde, door kruiden die op komen zetten. En ook hier wat mineralen en metalige tonen. Erg lekker. De afdronk is romig en langer dan verwacht, op rook, noten, zilt en een beetje hars. Subtiele en elegante whisky, met een stevige portie (aangename) OBE. Moeilijk om te scoren, maar na veel wikken en wegen toch net niet de negentig punten, daarvoor moest hij nog een ietsje complexer zijn, of meer body vertonen. 89/100

Glenfarclas 105 8y, mid 1980’s

Glenfarclas werd in 1844 opgericht door Robert Hay, op de gronden van het Ballindalloch Estate. Hay gebruikte een deel van de uitrusting van de Dandalieth distilleerderij, die in 1825 werd gebouwd maar amper 12 jaar in gebruik was. Vandaag de klassieker ‘105’, maar dan een oude botteling, ergens van midden jaren tachtig, wat dus één van de eerste batchen moet zijn geweest.

 

Glenfarclas ‘105’ 8y, 60%, mid 1980’s, 75cl
Njummie, dit is zo’n lekker oud sherry-profiel: antieke meubelen, boenwas, chocolade, praliné, rijpe sinaas, mooie zachte eik, braambessen, rook van het hout… absoluut geen stevige sherry, wel zachte, belegen sherrytonen. Op de smaak laat het alcoholpercentage zich natuurlijk gelden. Stevig, mondvullend, maar perfect drinkbaar. Het kan zijn dat dat altijd zo geweest is, het kan ook zijn dat de tijd het geheel wat zachter heeft gemaakt. Vettig, olieachtig mondgevoel. Mooie fruitigheid (gedroogde abrikozen, mandarijnen en braambessen opnieuw), nougat, leder (oud leder natuurlijk) en daarachter kruiden. Gember, zoethout, tijm en peper. Erg lange afdronk (nu ja, sherrygerijpe whisky op dit alcoholpercentage, wat wil je), kruidig maar ook nog voldoende fruitig. Geen al te complexe, maar wel zeer genietbare oldie. 89/100

Glen Garioch 8y, Lemar Import

De Glen Garioch 8y for Lemar (Italiaanse importeur) is een whisky die een bepaalde reputatie heeft verworven bij liefhebbers van eh… lekkere whisky. Het betreft een botteling van eind jaren zeventig, dus whisky van 1970 en omstreken. Het is met dit soort oude flessen niet altijd duidelijk wat de invloed is van de zogenaamde flessenrijping en wat de initiële kwaliteiten van de whisky waren. Het kan best zijn dat deze whisky dertig jaar geleden helemaal niet bijzonder was. Eens zien of hij dit vandaag wel is.

 

Glen Garioch 8y, 43%, OB end 1970’s, Lemar Import, Italy
Nu, de neus is in ieder geval nog erg fris na meer dan dertig jaar op fles. Dat frisse vertaalt zich in munt, eucalyptus en gras. Weide. En de bijhorende bloemen. Granen ook, hars en daarna bijenwas. Lichte rook en chocolade vullen aan. Elegante neus. De smaak is een stuk scherper en wat droog. Hars, kruiden, groene thee en lichte rook. Nooit te droog of te scherp echter, integendeel, dat was vooral de eerste impressie, hij wordt zachter met de tijd. Lange, verwarmende afdronk. Zowel op neus als op smaak een zeer aangename whisky, zeker als je ‘m wat tijd geeft, maar helemaal beantwoorden aan mijn verwachtingen doet hij toch niet, deze waren net iets te hoog gespannen. 88/100

Ledaig 8y 2001, The Nectar of the Daily Drams

Ledaig (niet ‘ledijg’ maar ‘letsjik’ uitgesproken) is voor Tobermory wat Port Charlotte voor Bruichladdich is, nl. de geturfde variant van de distilleerderij. Vandaag een botteling van The Nectar die samen met de 2005 van Berry Bros meteen hoge toppen scheerde. Ik proefde deze een jaar geleden en heb nu de kans ‘m wat beter te leren kennen.

 

Ledaig 8y 2001/2010, 61%, The Nectar of the Daily Drams
Erg frisse, mineralige neus. De zomerse regenbui, de natte stenen, je kent het, maar ook wat kaarsvet en citroen op een onderlaag van turf en teer. Prikkelend allemaal. Daarnaast noteer ik nog zilt, vanille en zoethout. Niet erg complex, wel lekker om ruiken. Krachtig op de tong maar best drinkbaar en erg clean, ook hier niet echt complex. Wat opvalt zijn turfrook en citroen(schil), veel meer komt daar niet bij. Het hoeft niet te verbazen dat water het geheel zoeter maakt, dan krijg ik er tonen van suiker en vanille bij. De citrus en de turf blijven echter domineren, ook in de lange afdronk. Simpele en jonge, maar evenzeer lekkere en levendige Ledaig. 85/100

Oud naar Nieuw

Vol Kerstkalkoen en bubbels, slepen we ons naar het jaareinde, de overgang van Oud naar Nieuw. Oud naar Nieuw was ook het thema van de Fulldram tasting van vorige week. Bij deze klassieker zetten we van enkele whisky’s zowel een oude als een nieuwe botteling naast elkaar. Hieronder een summier verslagje.

 
Spirit of Unity, 46%, 2000 bottles, blended malt, for Japan
Het aperitiefje. For Japan is hier dus voor de slachtoffers van de aardbeving & tsunami van begin dit jaar en voor de heropbouw, het betreft geen botteling voor de Japanse markt. Deze blended malt bevat whisky van zeven distilleerderijen, Arran, Bladnoch, Glendronach, Glengyle, Kilchoman en Springbank, whisky uit alle hoeken van Schotland dus. Billy Walker stond in voor het blenden. Het resultaat is ver van slecht, maar nogal licht. Wat citrus en vanille op de neus, vergezeld van lichte zilt en dito turf. Op de smaak diezelfde citrus, amandelen, leder en ook hier zachte turf. Eerder korte afdronk. Mooi geblend, vlot drinkbare malt, maar ook niet meer dan dat. 78/100
 

Het eerste koppel dan, twee Cragganmore’s 12y met een twintig jaar verschil in botteldatum.

 
Cragganmore 12y, 40%, OB 2010
Eerder zoete, granige en wat duffe start. Muesli, honing, daarna een beetje wit fruit. Boter. Een klein beetje kruiden. Nogal saai. Ook op de smaak niet echt boeiend te noemen. Granen, gedroogd gras en vanille. Korte, granige afdronk. Zeer matige whisky. 74/100
 
Cragganmore 12y, 40%, OB +/- 1990, 75cl
75cl, dus vóór 1992 gebotteld. Met vermelding ‘Classic Malts’ op het label, dus na 1988. Beter en complexer dan de jonge versie. Olieachtig, grassig en fruitig. Dat grassige gaat gepaard met bloemen, qua fruit denk ik aan pruimen en peren. Leder heb ik ook, net als honing. Op de smaak komen daar nog wat kruiden bij. Middellange afdronk. Het effect van rijping op de fles? Of toen gewoon beter dan nu? 81/100
 

Bij het tweede koppel, Glen Elgin 12y, zit er nog meer tijd tussen, een dertig jaar.

 
Glen Elgin 12y, 43%, OB 2011
Zachte en aangename neus op rozijnen, noten, honing en Europees fruit. Zoete smaak met karamel, koffie, granen, wat fruit en kruiden. Middellange, licht droge afronk. Best lekker. 83/100
 
Glen Elgin 12y ‘Pure Highland Malt’, 43%, OB +/- 1980, White Horse, Carpano Import
Oud zwart-goud label. Mmm, erg lekkere neus op noten, kruiden, balsamico, turfrook, geroosterd vlees, koffie, antiekwas, hars en zilverpoets. Typisch oude sherry profiel (lang geleden gebotteld sherryvat bedoel ik dan). Stevig op de tong, kruidig (peper, zoethout), fruitig, met daardoorheen eik, sinaas, karamel en geroosterde noten. Lange afdronk op kruiden, een beetje boenwas en zachte rook. Zeer lekkere oldie. Let op, hier bestaan meedere batchen van (de ‘Carpano Import’ is belangrijk). 88/100
 

Het derde en laatste koppel werd gevormd door de Singleton of Dufftown 12y en een Dufftown 8y, gebotteld rond 1980 voor de Italiaanse markt.

 
Singleton of Dufftown 12y, 40%, OB for Duty Free, 1L
De neus start olieachtig (visolie) en grassig (hooi, maar ook bladeren), en gaat over in geroosterde noten, granen, leder en een beetje fruit (appel en meloen). Te weinig fruit echter om de wat duffere aroma’s te counteren. Dezelfde visolie op de smaak, het hooi en de (natte) bladeren ook, met daarnaast vanille en munt. Karton? Mmm, in de verte. Het is zeker geen frisse en levendige whisky, ben er niet echt fan van. Korte, droge afdronk. 75/100
 
Dufftown 8y 70 proof, OB +/- 1980, Italbell import, 75cl
Hier is de start echt ‘duff’: stof, champignons, karton… Maar het goede nieuws is dat dit wegtrekt en plaats maakt voor frissere sensaties. Rijpe vijgen merkte Dominiek op, zoethout en vanille noteerde ik nog. De smaak heeft niet dat duffe. Noten, karamel en kruiden maken de dienst uit. Middellange afdronk. Dit is geen slechte whisky, helemaal niet, maar er zijn betere Dufftowns 8y uit die tijd, ik denk maar aan de Ghirlande import van begin jaren zeventig. 81/100
 
En dan het toetje:
 
Bowmore 12y 1999/2011, 57.6%, Fulldram Whisky Club, matured in oloroso sherry cask, 190 bottles
Niet slecht :-) Een uitgebreide bespreking volgt.
 
 
De top drie voor de groep (voor alle duidelijkheid, dit is zonder het toetje) was:

  1. Glen Elgin oud
  2. Glen Elgin nieuw
  3. Dufftown oud

Aberlour 8y, square bottle screw cap

Voor velen is de Aberlour-Glenlivet 8y square bottle small cork één van de beste Aberlours ever, maar het is niet eenvoudig zo’n fles op de kop te tikken. Er bestaan immers verschillende versies van, je hebt er op 43% en op 50%, met opschrift ‘8 years old’ of ‘over 8 years old’, je hebt flessen met een grote kurk, met een kleine kurk, een grote of kleine schroepfdop, een metalen schroefdop of een plastieken dop. Daarnaast heb je nog twee vintages, een 1964 en een 1965. Het is dus moeilijk het bos nog door de bomen te zien. De Aberlour 8 die ik vandaag proef is in ieder geval een whisky op 50% uit een vierkanten fles met een zwarte metalen schroefdop. Waarschijnlijk gebotteld begin jaren zeventig en regelmatig te koop op veilingen (voor een dikke 100 euro).

 

Aberlour 8y, 50%, OB early 1970’s, square bottle, black screw cap, 75cl
Zoete en waxy neus met honing, pollen en geboend leder. Wat Europees fruit erdoorheen: rode appels, harde peren en witte perziken. Lichte eik. Lekker maar mist wat diepte. Ook de smaak mist complexiteit, maar is wel scherper dan de neus kon doen vermoeden. Alcoholisch en zoet met een weinig fruit. Jong, bijna spirity. Naar het einde toe wel wat kruiden. Eerder korte afdronk. Aangename maar simpele neus, wat scherp en jong op de tong. Tja, dit is best lekkere whisky maar het is duidelijk geen ‘small cork’. 82/100

Bowmore 8y 2000, A.D. Rattray

Bowmore mout nog steeds zelf een deel van z’n gerst, ongeveer een derde, de rest van de malt komt van Port Ellen maltings. Dit moutproces maakt een bezoek aan Bowmore extra interessant mocht je ooit eens op Islay verzeild raken.

 
Bowmore 8y 2000, 46%, A.D. Rattray for Single & Single, 2009
Op de neus enorm olieachtig. Lijnzaadolie, zelfs wat levertraan (jeugdtrauma). Nieuw rubber (binnenband). Gelukkig blijft het daar niet bij, ook een beetje turf, iets waxy en meer en meer florale toetsen. Gedroogde bloemen. Mineralen en jodium. De lichte off-notes van het begin worden weggedrukt, mooi. Dat florale (de gedroogde bloemen) gaat verder op de smaak, de turf komt meer naar voor, en hier komt er een lekkere kruidigheid bij. Tuinkruiden. Vanille ook. Helemaal niks storends op de smaak. Zacht en romig mondgevoel. Best lange afdronk, op zoete en kruidige turf. Had even tijd nodig, maar werd dan toch een mooie whisky. Bronze medaille op de Malt Maniacs Awards 2009. 84/100

Highland Park 21y 1959, green dumpy

En nu we toch bij Highland Park zitten, stel ik voor dat we een versnelling hoger schakelen. Wat zeg ik? We gaan in overdrive! En dit met de 21 jaar oude 1959 OB dumpy. Zo van die gedrongen groene flessen met een cirkelvormig label, vaak al half verweerd (euh ja, zie afbeelding). Maar wie maalt om het label als je weet wat voor een goddelijk vocht er in die fles zit?

 

Highland Park 21y 1959/1980, 43%, OB, J. Grant for Italy, green dumpy
Whohoow, wat een neus! Sherry, fruit, rook en kruiden strijden om de aandacht. Ook een geweldige waxy touch doemt op. En de bijna onvermijdelijke honing en heide. De smaak is ongelooflijk zacht, je hebt echt niet het idee iets op 43° alcohol te drinken. En toch heeft ie zeker genoeg ‘body’. Fruit, honing, hooi, zilt, rook, kruiden, karamel, subtiele sherry, alles perfect gebalanceerd. Elegante en complexe afdronk. Heb geen zin om hier nog dieper op in te gaan, van de rest van mijn glas ga ik nu zonder nadenken genieten. Erg genieten. Mijn beste HP tot op heden? Het scheelt niet veel. 94/100
 
En ook van onderstaande HP had ik nog notities liggen:
Highland Park 8y 1998/2007, 60.65%, OB for Japan, cask 8017, 35 cl
Lekkere jonge gesherriede Highland Park waarvan de smaak perfect geeft wat de neus beloofde. Het geheel is licht bitter en wat zoet, resulterend in associaties van bittere karamel, kruiden, zachte rook, noten, rozijnen en gedroogde abrikoos. Studentenhaver! 85/100

Twee oudjes vanop het Lindores Whisky Fest

Vanop het LWF bracht ik nog twee samples mee die ik zondag kraakte, alvorens de griep mij velde. Hopelijk ben ik vanaf morgen opnieuw in proef-vorm, want geraak stilaan zonder notes. Hieronder alvast mijn bevindingen van deze twee oldies.

 

Glen Grant 21y, 45.7%, OB, Director’s Reserve, 1970’s, tall neck, 75 cl
Over smaken valt niet te twisten, maar over de vormgeving van deze sledgehammer fles had men m.i. toch beter nog een nachtje geslapen. Op de doos staat vermeld dat dit ‘a rare example of Highland Craftsmanship from Glen Grant Distilleries, Rothes’ is. De neus is zacht, erg zacht zonder veel uitgesproken sensaties. Honing, rozenbottelthee, wat granen en een erg lichte waxyness. Wat roze pompelmoes ook, maar alles gedempt. Een tijdje in het glas laten, brengt niet veel extra naar voor. Ook de smaak is zacht, licht fruitig, wat granig en hier ook wat herbal te noemen. De afdronk is niet erg lang – dat liet zich raden – en in het verlengde van de smaak. Zeker geen slechte whisky, maar één die toch wat onder de verwachtingen bleef. Director’s Reserve!? Oude Glen Grant kan bangelijk goed zijn maar voor hetzelfde geld ook tegenvallen. Hier is het toch lichtjes dat laatste. 81/100

 

Glendronach 8y, 40%, OB bottled 1970’s, dumpy green, Italian Import
26 2/3 Fl. Oz. (fuid ounces) ofte 75 cl dus. Let op, dit is een andere versie dan de 45.4%. De neus van deze is alvast veel uitgesprokener dan deze van de Glen Grant, fruitig vooral. Allerlei citrusvruchten maar ook rijpe ananas (bijna overrijp, lichtjes zuur). Yoghurt (weer dat aangenaam zurige), heide, pollen, vers gemaaid gras, graan. Heel levendige neus. Op de smaak wat hout, wat ik op de neus niet had, hij start wat droog. Licht bitter ook. Maar daarna zet het fruit zich – wat schuw – door. Hier heb ik eerder bessen (braambessen, frambozen). Het grassige zit ook op de smaak en naar het einde meer en meer kruiden. Lange, eerder kruidige afdronk, met nog wat fruit dat om de hoek komt kijken. Lekkere oldie, maar de 45.4% vond ik nog beter. 86/100

Glendronach 1971, oloroso cask #489 & Cask in a Van

Met een dagje vertraging (ik had gisteren wel wat beters te doen – en dat is een stevig understatement, maar daarover later meer) de laatste Glendronach single cask. De 1971 proefde ik naast de 1972. Spijtig genoeg versterkte deze setting alleen maar de 1972 en bleek dat – voor mijn smaak – de 1971 niet in z’n buurt komt. Ik sluit het hoofdstukje Glendronach af met de Cask in a Van editie 2010.

 

Glendronach 39y 1971/2010, 48,8%, OB, oloroso cask #489, 541 bts.
Veel minder fruit op de neus dan bij de 1972. Wat geconfijt fruit wel, naast rozijnen, noten, kandijsuiker, zoethout en veel ‘bos’. Nat hout, varens, bosbessen, mos, rottende bladeren, een kampvuur in de verte. Aangename neus, maar heel wat minder overrompelend dan deze van de 1972. In de mond is hij stevig, dik en mondvullend. Hier moet hij het vooral hebben van kruiden (zoethout, anijs, nootmuskaat), noten, donkere chocolade, gedroogde abrikoos en sinaas. Hout. Er komen meer en meer tannines door. Druivenpitten, rauwe kastanjes… Lange, drogende afdronk met wat sinaas maar toch vooral het bittere dat domineert. Lekkere whisky hoor, maar merkelijk minder dan de 1972 en met 370 euro gewoon veel te duur. 85/100
 
Glendronach 8y 2002/2010, 58%, OB, bourbon cask #4521, virgin oak finish, 312 bts.
Serieus wat ‘cask’ in m’n glas – zwarte partikeltjes dwarrelen rond, hopelijk niet te veel ‘van’. Deze zou gefinished zijn op ‘virgin oak’, nieuwe eiken vaten dus. Wel, dit is onmogelijk als typisch Glendronach te bestempelen, daarvoor zijn we immers iets te weinig vertrouwd met Glendronach op bourbonvat. Zachte neus op vanille, kruisbessen, vernis, hout en onrijpe banaan. Hij wordt hoe langer hoe zoeter. Kandij. Bruine suiker. Bijlange niet slecht. De smaak is vrij alcoholisch en start zoet. Kandijsuiker, vanille, crème brûlée… Dan hout en de bijhorende kruiden, ik denk o.a. aan nootmuskaat en witte peper. Met wat water krijgt de neus een floraal kantje en wordt de kruidigheid op de smaak versterkt. Op de neus vind ik ‘m evenwel beter. Middellange, zoete en kruidige afdronk. Niet slecht maar ook niet echt bijzonder. 78/100
 

Conclusie van dit rondje Glendronach: de 1972 is overduidelijk de winnaar, net zoals vorig jaar leveren ze met deze vintage hun masterpiece af. Maar met z’n 350 euro en 100 euro voor de 1989 is deze laatste voor mij echter de beste koop.

 

Glendronach 8y, import Ruffino

Een tweede sample van het Lindores Whisky Fest is de Glendronach 8y, een dumpy van eind jaren zeventig, geïmporteerd in Italië door Ruffino. Binnenkort zet ik me eindelijk ook aan de nieuwe bottelingen, die staan al een tijdje te wachten.

 

Glendronach 8y ‘Single Malt’, 45.4%, OB, 26 2/3 Fl. Oz, import Ruffino, end 1970’s
De neus is veel fruitiger dan je zou verwachten na een dikke 30 jaar op fles gezeten te hebben. Sappig, zoet fruit: meloen, mango, ananas, peer… njummie! Licht herbal, bloemen in volle bloei (zelfs wat stuifmeel), aangenaam maltig en een klein beetje rook van het hout. De smaak start wat droog, maar langzaamaan zet de fruitigheid van de neus zich ook door op de smaak. Hier wel meer kruiden, net als karamel en een heel lichte rokerigheid. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak (droge start, opkomend fruit). Erg lekkere oude Glendronach. 89/100

Twee Ieren

Vandaag maak ik tijd voor twee scherp geprijsde Ierse producten, de Tyrconell zonder leeftijdsindicatie (25 euro) en de Greenore 8y small batch (35 euro), een grain whiskey. Vooral die laatste vind ik best koopwaardig.

 
Tyrconnell NAS, 40%, OB 2009
Granig en floraal op de neus. Muesli, kamille, gras, bierbeslag, maar ook citrus en vanille. Licht mineralig. Nat mos? Mmm, nat karton ook wel. Niet echt boeiend te noemen. De granen, het grassige en het mineralige zitten ook in de zachte, ietwat droge smaak. Hop en een beetje kruiden maken het… nu ja, af. Korte, weinig uitgesproken finish. Saai is het woord. 69/100
 
Greenore 8y ‘Small Batch’, 40%, OB 2009
De neus is fris en fruitig. Wat zoet (karamel). Zoet fruit à la ananas, banaan en meloen. Ook wat fruit op de tong, naast amandel en marsepein. Beetje kruiden. Ja, best lekker. Geen al te lange, maar wel zachte sappig-fruitige finish. Zachte, zoete, aangenaam drinkende kaarterswhisky. Merkelijk beter dan de vorige batchen. 81/100

Drie instapmalts

Vandaag bespreek ik drie malts die je je voor een appel en een ei kan aanschaffen, alhoewel sommige handelaren cash of betaalkaart zullen prefereren. Vooral de Singleton of Glendullan is gezien z’n prijs zeker een aanrader. Je vindt die trouwens ook buiten het duty free circuit.

 
Locke’s Single Malt 8y, 40%, OB (Cooley) 2009, Pure Pot Still
Maltige en licht fruitig neus. Appel, perzik. Beetje yoghurt (lichte zurigheid). Bloemen. Niet echt geweldig. De smaak is zacht met granen, een beetje peper en thee, slappe infusiethee. Nogal platjes. Korte en granige afdronk met een kleine beetje zoete appel. Valt me wat tegen. 73/100
 
Singleton of Glendullan 12y, 40%, OB 2009, for duty free, 1 liter
Singleton is een label van Diageo, gericht op de duty free markt. Deze Glendullan heeft een frisse, fruitige en bloemige neus met gedroogd gras, kamille, honing, sinaas, noten, nougat en een lichte kruidigheid. Complexe en erg aangename geur. De smaak geeft granen en hout vermengd met zoethout en honing. Korte maar best lekkere afdronk op de honing, de granen en het zoethout. Niet slecht, deze Glendullan. 80/100
 
Stronachie 12y ‘Replica’, 43%, Dewar Rattray, 2009
Pfffiew, erg veel hars, hout en granen op de neus. Zoethout ook, rozijnen en bittere karamel. Na een tijdje notes van vleessaus en maggi. Op de tong is ie romig en zoet, met karamel, ananas, rozijnen en de vleesaus weer. Licht mineralig. Middellange, droge maar vooral saaie afdronk. Speciaal zonder echt slecht te zijn, maar kan me toch niet bekoren. 72/100

Een indrukwekkend setje Port Charlotte

Vandaag proef ik twee Port Charlottes van de Malts of Scotland, één op bourbonvat en één op sherryvat. Zeker gezien de jonge leeftijd van deze whisky’s (geen 9 jaar oud), zijn dit waanzinnig straffe bottelingen. En ik bedoel hier niet het alcoholvolume. Vooral de sherry is hallucinant goed.

 
Port Charlotte 2001/2010, 60.2%, Malts of Scotland, Bourbon Barrel, cask 967, 220 bottles – Islay
Gedistilleerd op 14 december 2001, in februari gebotteld. De neus heeft wat tijd nodig om open te komen. Enkele druppels water kunnen dit wat bespoedigen, we zitten hier immers boven de 60%. Maar dan krijg je een shot aan vette turf vermengd met zilt en bitterzoete fruittoetsen. Ik heb pompelmoes (met suiker), sinaasappelschil en onrijpe banaan. Oh ja, die combinatie van vette cleane turf, zonder rokerige asbaktoestanden, en romige fruitigheid is perfect. Smaak: knock-out. Met een klein beetje water (heeft echt niet veel nodig) zoete turf, medicinale elementen (een gans dokterskabinet), zilt, peper, nootmuskaat en fruit. Lange, verwarmende afdronk op fruitige turf. Kortom, een zalige whisky. 92/100

Laat dit soort whisky een jaar of tien, vijftien verder rijpen zodat de turf wat aan kracht mindert en de complexiteit nóg toeneemt… het wordt me een beetje ijl in het hoofd.

 
Port Charlotte 2001/2010, 61.6%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead, cask 833, 326 bottles – Islay
Gedistilleerd op 6 december 2001, vorige maand gebotteld. Djééé, wat is dit? Dit kan toch niet? Hoe kan sherry en turf op amper acht jaar al dit ten toon spreiden? Wat een kracht, wat een balans! Romig en zoet op verbrande cake, karamel, turf, leder, rubber (ook de rubber is verbrand, dus niet het type binnenband), gedroogde abrikozen, vijgen en pruimen, cappuccino… pfiew! En neen, geen sulfer. Met water ook gerookt vlees. Zwarte-Woud ham, my favourite! Het orgastisch genot zet zich verder op de tong. Die sherry en die turf! Bitterzoet met dadels, rozijnen, pruimencompot, karamel, hout en donkere chocolade, mooi gecounterd door de turf. Dit alles met een lekje water. Vat 967 had een lange afdronk, maar valt maar bleekjes uit in vergelijking met deze. Hij blíjft maar hangen, na een uur proef ik ‘m nog. Neen, ik kan er niet van over, dat turf en sherry op amper een dikke acht jaar rijping al tot zo’n complex en gebalanceerd samenspel kan komen… dit moét je proeven.

Hij doet me trouwens wat denken aan zowel de Lagavulin 21y (92/100) als de Port Ellen 12y James MacArthur (98/100). Deze achtjarige Port Charlotte is beter dan de eenentwintigjarig Lagavulin (beste Lagavulin volgens Serge Valentin), no kidding. OK, de Port Ellen staat nog een trap hoger, is een graad complexer en geconcentreerder (‘bolder’), is eigenlijk out of this world… maar toch, deze whisky kan daar dus zonder blozen gaan tussen staan hé. Score? Wel, op het gevaar af me vierkant belachelijk te maken, moet ik toegeven dat ik een tijdje met twee stemmetjes in m’n hoofd gezeten. Dat ging ongeveer als volgt:
“Wel, dit verdient niet minder dan 94/100”
“94? Neen, dat kan niet.”
Mmm, nog ’s ruiken en proeven…. “Hèhè, toch wel!”
“Neen Johan, dit is achtjarige Port Charlotte verdorie.”
“So what?”
“Ja maar, 94!?”
“Yep!”
“Zeker!? Proef voor alle zekerheid nog ‘s”
“Whoehaaa, dit ís gewoon 94!”
“100% zeker!?”
“Absolutely!”
Voor de mensen die zich zorgen beginnen te maken over mijn geestelijke gezondheid, no worries, ik heb daar mee leren leven. 94/100

In tegenstelling tot bij de bourbon heb ik hier niet het gevoel dat dit door extra rijping nog veel beter gaat worden. Veel marge is er trouwens ook niet meer. Misschien wel integendeel, de zoete sherrywood zou wel eens kunnen gaan overheersen en het gevaar op sulfernotes is dan ook niet meer denkbeeldig.

 

Tja, wat te concluderen na zo’n sessietje? Dit is indrukwekkende whisky. Daarenboven zijn de scores tot stand gekomen met drie uitdagers, een 90-, een 92- en een 93-punter, telkens geturfd spul. Een aantal existentiële vragen dienen zich aan, zoals daar zijn: Heeft Jim McEwan hier een antwoord op Ardbeg 1974 liggen? Wordt Port Charlotte de rechtgeaarde erfgenaam van Port Ellen? De toekomst zal het uitwijzen, maar hij lacht ons tegemoet.

Een rijtje Japaners I

月曜日は8日本語ウイスキーの側面がある置く. Voor de enkelingen die dit niet begrijpen, we hebben maandag dus acht Japanse whisky’s naast elkaar gezet. De selectie vertegenwoordigde een mooie doorsnede van wat Japan aan whisky te bieden heeft. Vandaag en de komende dagen lees je hier een verslagje van. In het Nederlands, voor het gemak.

 
Black Nikka 8y, 37%, OB 2007, Blend – Japan
Als apertitief dronken we een blend, ééntje op 37%. In Japan mag whisky whisky heten als het een alcoholpercentage heeft van minimum 37%. Dit is geen geweldige blend, je kan dit niet vergelijken met de Hibiki’s bijvoorbeeld. De neus is nog redelijk fris met granen en een (klein) beetje fruit. Abrikozen, vanille en een hint van gedroogd gras. De smaak is erg vlak, wat zoet (suiker, karamel) en granig maar zonder uitgesproken elementen. Mooie balans zou je kunnen zeggen, maar zou niet weten van welke smaken. Korte, droge en vooral saaie finish. OK, dit is beter dan een aantal Schotse blends, maar het woord lekker is hier toch verre van op z’n plaats. 62/100
 
Taketsuru 17y, 43%, OB Nikka 2008, Pure Malt – Japan
Dan speelt dit meteen enkele klassen hoger. Dit label is genoemd naar Masataka Taketsuru, de stichter van de Nikka distilleerderij. Zoete neus met citrus (sinaas vooral), appelmoes, hout, karamel, rozijnen en tabak. Subtiele rook. Dominiek dacht aan een Highland Park. Balsamico had ik ook nog. De smaak is stevig en gaat verder op de citrus en hout en voegt nog een lekkere kruidigheid toe. Iets geroosterd ook. Droge, bitterzoete afdronk met een heel kruidenbouquet. Lekker spul en een aangename kennismaking met deze brand. 82/100
 
Yamazaki 12y, 43%, OB Suntory 2009 – Japan
Ik vond dat de recente 10Y al een mooie vooruitgang had geboekt t.o.v. oudere batches, de 12y had ik nog niet geproefd. De neus van deze fris, fruitig en bloemig. Ik heb appels, banaan, bessen opgeschreven. Vanille en bloesems. Ook de smaak is frivool, licht en fruitig. Appelsap, banaan, een beetje kruiden en zoethout. Middellange, zoet-fruitige finish met lichte peper die boven komt drijven. Niet super complex maar erg drinkbaar, zeker op een terrasje. Niet in deze tijd van het jaar evenwel. 80/100