Spring naar inhoud

Posts tagged ‘42yo’

Karuizawa 1969

Ik beëindig het rijtje Karuizawa met een 1969, ook voor La Maison du Whisky. Dit is in tegenstelling tot de andere een bourbonvat. Is de oudste de beste? Dan moet deze toch écht wel de pannen van het dak spelen.

 

Karuizawa 42 YO 1969/2012, 61.3%, OB for La Maison du Whisky, bourbon cask #8183Karuizawa 42y 1969/2012, 61.3%, OB for La Maison du Whisky, bourbon cask #8183
Jawadde, die neus moet niet veel onder doen voor deze van de 1972. Wat een power seg! En dat is 42 jaar oude whisky… Grootse eik, wel vrij drogend. Veel gedroogde vruchten zoals vijgen, dadels en rozijnen. En ook wat honing. Oud leder. Oud geboend leder. De rokerigheid hier is deze van een kampvuur. In het bos, want je ruikt ook de bladeren, de takken en het mos. Gerookte hesp ook wel (met een honingsausje). Een hesp boven dat kampvuur beter gezegd. Kruiden ook, en die kruidigheid groeit. Zoethout, munt, kaneel en gember. Ondanks dat hij best droog is, toch weer zalig om ruiken. De smaak is net zoals bij de andere zéér krachtig. Mondvullend is een eufemisme. Dezelfde soort rokerigheid als op de neus, veel kruiden (zie neus + peper) en veel eik. Hier gaat het droge karakter toch wat storen, meer dan op de neus. Wordt wel beter met wat lucht te happen. Dan komen er zoetere elementen bij, zoals cake en gekonfijt fruit (de geweldige bolus), en honing. Zachte karamel ook. Net als de rozijnen en pruimencompot. Tabaksdoosje. Maar de eik, de kruiden en erg sterke thee (Darjeeling?) verstoren de balans wel wat. Lange, verwarmende en drogende afdronk. Het geheel blijft toch droger dan bij z’n twee voorgangers (eerder in lijn met de 1984), wat ‘m net iets minder geweldig maakt. 91/100

De winnaar is voor mij dus de 1983, op de voet gevolgd door de 1972. Prijs/kwaliteit is dat dus met stip de 1983. Nu ja, ook daar betaal je op veilingen al meer dan 400 euro voor. Cult, ik zei het al. Maar niet geheel onterecht. Het zijn dan wel geen (door)drinkwhisky’s, daarvoor hebben ze een tè uitgesproken profiel, maar een aantal ervan zijn pure genietwhisky’s. 2 cl voor een ganse avond entertainment.

Karuizawa 1967 & Mark Lanegan

Twee legendes vandaag. Ik proef de Karuizawa 1967 voor La Maison du Whisky & The Whisky Exchange en luister ondertussen naar Bubblegum, de klassieker van Mark Lanegan.

Mark Lanegan werd bekend als frontman van The Screaming Trees, een Amerikaanse grunge-band, opgericht in 1985 en gesplit in 1996. Na deze split wierpen de leden zich op eigen projecten, waarbij Lanegan veruit het succesvolst was. Hij werkte o.a. samen met Kurt Cobain (nog ten tijde van de Screaming Trees), de Queens of the Stone Age, Isobel Campbell (Ballad of the Broken Seas) en Greg Dulli van Afghan Whigs (onder de naam The Gutter Twins).
Lanegan heeft een unieke stem. Hees, ruw en doorrookt. Z’n muziek leunt nog een beetje aan bij de grunge, maar vermengt ook invloeden van rock, blues en punk.
In 1990 bracht hij met The Winding Sheet een eerste solo-album uit, maar doorbreken deed hij pas in 2004 met Bubblegum, z’n vijfde soloplaat. Nu ja, doorbreken, z’n muziek leent zich niet tot echt commercieel succes, maar het album werd door de critici wel lovend onthaalt en het vond toch z’n weg naar een iets breder publiek. Op Bubblegum werkt Lanegan samen met een schare artisten zoals P.J. Harvey, Josh Homme, Nick Oliveri, The Afghan Whigs, Queens of the Stone Age en nog een pak anderen.
De nummers op Bubblegum gaan van rustig en breekbaar (Come to me, Out of Nowhere) tot luid, rauw en explosief (Sideways in Reverse, Driving Death Valley Blues). Ik vind het een geweldige plaat.

En dan onze Karuizawa 1967. Een cultfles. In 2009 gebotteld voor zowel La Maison du Whisky als voor The Whisky Exchange ter gelegenheid van z’n tienjarig bestaan. Bij verschijnen al niet gekoop, maar vandaag moet je op veilingen op 1200 euro rekenen, en mogelijks meer. Dat is 10 euro per slokje.

 

Karuizawa 42y 1967/2009, 58.4%, OB for LMdW and for TWE 10th Anniversary, cask 6426
Hola, wat een overweldigend heerlijke neus is dit! Anders dan recentere bottelingen, de sherry is ‘ouder’, minder scherp, ronder, meer belegen. Oude, sappige eik, oud leder, oude meubels, sigarendoosje, tabak, koffie, munt, anijs, hoestsiroop… Dan ook zoet fruit. Pruimentaart, aardbeienconfituur, bramen, kersen. Boenwas, chocolade en ahornsiroop, wat het smeuïg maakt. Mos en varens (het bos). Complex, elegant en fris. Ronduit subliem. Stevig op de tong, mondvullend. Nu ja, bijna 60% na 42 jaar rijpen… ze doen hun spirit daar duidelijk op een hoger alcoholpercentage op vat. Prachtige, ronde eik, die alle andere sensaties draagt en ondersteunt. Droog, maar nooit drogend. Er zijn voldoende zoetere en fruitige elementen. Chocolade, tabak, oud leder, rozijnen, noten (studentenhaver), munt en zoethout. Geen koffie, eerder thee. Hars. Qua fruit denk ik aan kersen, bramen en pruimen. Enorm rijk en alles perfect in balans. Zeer lange, droge afdronk. Mooi kruidig, met een wel zeer aangename toets chocolade. Ik ben niet zo’n grote Karuizawa-fan, maar dit is hemelse whisky. 94/100

Tomintoul 42y 1969, Archives

De laatste botteling uit de nieuwe Archives release (dat was dus reeds de derde) die ik bespreek, is meteen de oudste, een Tomintoul 1969. Aan 160 euro is dit toch wel zeer scherp geprijsd, dit is immers 42 jaar oude whisky.

 

Tomintoul 42y 1969/2012, 42.4%, Archives, Whiskybase, bourbon cask #4266, 60 bottles
Lichte maar erg lekkere neus, fruitig en zoet met daartussen wat florale tonen. Qua fruit denk ik aan ananas, zoete appels en meloen. Voor het zoets zorgen honing en vanille. Het florale wordt bepaald door weide en z’n bloemen (boterbloemen, klaver…). Een klein beetje aarde. Delicaat en fragiel. Ook de smaak is dat: licht, zacht, op fruit (zie neus, dus wat neigend naar het tropische), vanille en dat florale. Hier is dat gedroogd gras. Misschien nog een extra kruidigheid (kaneel?), maar ook dat is van het schuchtere type. Eik? Ja, maar matig, het is vooral het hooi dat naar het eind gaat domineren. De afdronk is eerder kort en droog. Helemaal geen complexe whisky, erg licht, te weinig body en diepte om hoger te scoren. Maar wel zeer aangenaam om drinken. Typisch profiel van wat men een kaarterswhisky placht te noemen, lekker en vlot binnen-kappend. 87/100

Liquid Sun

Hoog tijd dat ik ook eens een botteling van het nieuwe Liquid Sun label bespreek. Of laat me daar meteen enkele bottelingen van maken. Liquid Sun is een reeks whisky’s met een sprekend en bijpassend label, van het excellente The Whisky Agency.
Ik heb de indruk dat de prijszetting iets onder deze van bv. The Perfect Dram zit. 190 euro voor een 42-jarige Bunnahabhain is in ieder geval best redelijk te noemen.

 

Bunnahabhain 42y 1968/2011, 47.8%, Liquid Sun, refill sherry, 257 bts.
42 jaar op vat gerijpt, maar nog een erg frisse, fruitige neus. Fruit van de boomgaard. Appels, peren, zelfs wat pruimen en kersen in de verte. Niet te verbazen dat er wat eik en hars doorheen priemt. Honing ook, net als antiekwas en oude meubelen. Iets van geroosterde noten. Melkchocolade. En een klein beetje zilt. Zeer mooi. De smaak start even fris en prikkelend, met een goede balans tussen het fruit en de eik, maar is minder complex dan de neus. Achterliggende honing en wat zilt. Na enige tijd gaat de eik wel een beetje domineren. Vrij lange, lichtjes bittere afdronk. Erg lekkere neus, op de smaak naar het einde een beetje te droog om negentig punten te halen. 89/100

Tomatin 42y 1965, Duncan Taylor

Tomatin is één van de vele distilleerderijen die eind 19e eeuw het levenslicht zagen, het werd opgericht in 1897. Vandaag is het in handen van de Japanse groep Takara Shuzo.

 

Tomatin 42y 1965/2008, 52.1%, DT Rare Auld, cask 20942, 211 bts.
Fruit, fruit en fruit. En daartussen nog wat fruit. Vooral veel appels, soms lijkt het puur appelsap (gevaarlijk appelsap). Peren ook, perziken, abrikozen, meloen. Oké, als je je best doet, haal je er ook andere associaties uit maar het fruit is ‘big’. Die andere associaties zijn honing, eik (op de achtergrond dus), cashewnoten en een klein beetje gember. Op de smaak heb ik weliswaar meer eik, maar het fruit blijft de toon zetten, de eik vult enkel aan. Net als vergezellende kruiden trouwens. Verschrikkelijk drinkbaar, ik heb het idee zo’n ganse fles te kunnen verzetten. Decadent en niet verstandig, ik weet het. Lange, zoete en fruitige afdronk met ook hier de eik die zich erg gedeisd houdt. Geen complexe whisky, maar wat kan mij het schelen, dit is gewoon geweldig lekkere whisky. 91/100

Thelonious Monk & Ben Nevis 1966

Tijd voor een streepje muziek. Dat is weer veel te lang geleden. Nochtans zou ik me geen leven zonder muziek kunnen inbeelden. Een leven zonder whisky daarentegen… nu ja, ook niet echt. Vorige week een schitterende Richard Thompson bezig gezien, maar die hebben we hier al gehad. Toch, ik kan z’n laatste plaat Dream Attic alleen maar heel erg aanbevelen. 13 nieuwe – en opnieuw erg sterke – songs, live opgenomen. Thompson is een goeie zestig jaar oud, maar verliest niets aan intensiteit en kracht, integendeel, ik heb de indruk dat hij er alleen maar gedrevener op wordt. Waardig ouder worden, noemt men dat.

 

Ook oud – dood zelfs – is Thelonious Monk. We zitten dus bij de Jazz, meer bepaald de Bebop, mijn favoriete stroming. Bebop kan men beschouwen als de opvolger van de Swing en is wat verwant aan de Free Jazz. Het onderscheidt zich van andere stijlen door de complexe ritmes en harmonieën waarbij vaak een thema wordt gespeeld wat dan door de verschillende instrumenten afzonderlijk wordt overgenomen en ‘bewerkt’. Het doet vaak experimenteel aan, wat het niet altijd de meest makkelijk stijl maakt. Dit wordt vaak ook als reden aangehaald waarom jazz aan populariteit inboette en de opkomst van de rock ’n roll mogelijk maakte. Bebop ontwikkelde zich tijdens de Tweede Wereldoorlog en bleef tot 1960 toonaangevend. Andere bekende protagonisten van deze stijl zijn o.a. Miles Davis (Kind of Blue – dé klassieker der jazz-klassiekers), Charles Mingus (Goodbye Pork Pie Hat!) en Charlie Parker.

Maar Thelonious Monk dus. Thelonious Sphere Monk, zoals hij voluit heette, werd geboren in 1917 in North Carolina, maar verhuisde al snel naar New York, waar hij met zijn familie terecht kwam in een buurt met een zeer actieve muziekscene. Hij bleef er wonen tot z’n dood in 1982. Al van jongs af aan raakte hij gefascineerd door het pianospel, een spel dat hij doorheen zijn jeugd perfectioneerde. Op 17-jarige leeftijd stopte hij met school en wierp hij zich volledig op de jazz. Door contacten met andere muzikanten zoals Dizzy Gillespie of Art Blakey en sessies met hen in het beroemde Minton’s Playhouse in Harlem, ontpopte Monk zich tot een bekend en begenadigd jazzpianist. Snel kreeg hij samen met Kenny Clarke en Nick Fenton van eigenaar Henry Minton een vast contract aangeboden, hiermee de kiem voor de Bebop zaaiende. De komst van Charlie Parker naar New York en naar Minton’s betekende de definitieve doorbraak van het genre. Later zou Monk zich uit het genre terugtrekken en verder gaan met eigen thema’s. Doorheen zijn carrière leidde hij muzikanten als Miles Davis en Sonny Rollins op.
Zijn eerste plaat Genius of Modern Music bracht hij uit onder het label van het legendarisch Blue Note Records. Toch was zijn carrière, zeker financieel in de beginjaren geen onverdeeld succes. Twee maanden gevangenis voor vermeend heroïnebezit, het verlies daardoor van z’n cabaret card, verhuis naar een nieuw label waar hij op heel wat minder steun kon rekenen, daar aan de deur gezet wegens niet winstgevend genoeg… Pas toen hij in 1955 voor het kleinere Riverside ging werken, had hij het gevoel thuis te komen. Dit label gaf hem een zeker bestaan en de mogelijkheden zich artistiek volledig te ontplooien. In 1957 kreeg hij daarenboven zijn cabaret card terug zodat hij opnieuw in clubs kan gaan spelen. Zijn ster rees en zijn muziek werd meer en meer gedraaid én geapprecieerd. Orkestopnames en tournees volgden, en uiteindelijk belandde Monk bij het grote CBS. En op de cover van Time magazine, wat weinige artiesten gegeven was. In de jaren zeventig doofde zijn carrière geleidelijkaan uit.
In de jaren 1950 ging Monk samenwerken met John Coltrane, een andere jazz-grootheid. Dit resulteerde in meerdere platen, waaronder het schitterende Thelonious Monk with John Coltrane (daar is over nagedacht) uit 1957 wat ik nu heb opstaan. Zalige plaat. Perfect laid-back sfeertje, een sfeertje dat zich laat versterken door een even zalige oude Ben Nevis. Whisky & Jazz, meteen de titel van een mooi boek van Hans Offringa. Kan je een streepje jazz appreciëren? Dan is dit boek als whiskyliefhebber een must.

 
Ben Nevis 42y 1966/2008, 40.6%, Alchemist
Het eerste wat opvalt in de neus van deze whisky is… juist ja, banaan. Ben Nevis en zeker oude Ben Nevis, dat is banaan. En banaan dan nog op ideale eetbaarheid, ik bedoel nog een beetje groen maar niet té groen en zeker niet bruin. Echt waar, je moet er maar eens op letten als je de kans krijgt oude Ben Nevis te proeven. En die kans moet je grijpen, met beide handen, want oude Ben Nevis kan verschrikkelijk lekker zijn. Ook deze is dat. Wat geurassociaties betreft, denk ik naast de banaan qua fruit aan kruisbessen en rijpe sinaas. De neus is verder zoet (cake – bananencake inderdaad – en honing) en heerlijk kruidig. Eucalyptus. Licht waxy (antiekwas, oude meubels) met wat gedroogde bloemen. Vanille. Woodsmoke. Lovely! De smaak start minstens even goed. Zoet, fruitig en kruidig geeft de richting aan. Honing, heide, banaan again, kokos, vanille, en daarna de kruiden. Nootmuskaat, gember, met hoe langer hoe meer hout. Inderdaad wat drogend naar het einde. Rozijnen op rum mogen niet onvermeld blijven. Lange afdronk waar het fruit en de vanille strijden met het hout. Deze strijd eindigt onbeslist. Zalig avondje. Je kan deze Ben Nevis hier of daar nog wel vinden, o.a. bij The Bonding Dram voor 230 euro. 91/100