Spring naar inhoud

Posts tagged ‘37yo’

Doek

En laten we het nu even stil maken. De Bowmore 1964 ‘Fino’ is de eerste uit de zogenaamde 1964 Wood Trilogy. Hij werd in september 2002 op de markt gebracht, gevolgd door de Oloroso en de Bourbon. Deze Fino-botteling bevat whisky van twee vaten, meer bepaald twee sherry fino vaten van de Macharnudo Albariza wijngaard. Sidder en beef met mijn mee.

 

Bowmore 37y 1964, 49.6%, OB 2002, Wood Trilogy, Fino, 300 bottles
Hallelujah! Wat een fenomenale neus… Zo verschrikkelijk complex. Alles wat je zoekt, vind je. Dit is rijk, diep en ongelooflijk gelaagd. Het typische tropische fruit is aanwezig, maar niet zomaar aanwezig, het vertoont zich in volle glorie. Mango, lychee, ananas, kiwi, passievrucht, papaya… noem ze maar op. Het wordt vergezeld van sublieme roze pompelmoes. Roze pompelmoes met de perfecte hoeveelheid griessuiker (net zoet genoeg), het sap dat zich langs je mondhoeken aan de zwaartekracht overgeeft. Al dat succulente fruit wordt ondersteund door het zilt van Bowmore en de sublieme zachte en zoete turf. Dan dient er zich ook een waxy laag aan. Bijenwas, oud en geboend leder. Vervolgens heb ik ook tintelende kruiden, lichte tonen van koffie, vanille fudge en nougat. De geur van sigarendoosjes ook. En nat hooi (farmy, hell yes). Het houdt niet op, ik heb nu ook florale toetsen (gedroogde bloemen). Man, hoe wonderlijk is dit! En ook de smaak beantwoordt aan de torenhoge verwachtingen. Hij heeft werkelijk alles. Om te beginnen fruit: roze pomplemoes, mandarijn, ananas, mango… Zilt. Zachte turf (iets prominenter dan op de neus). Zoete elementen (nougat, mokka). Kruiden (zoethout, gekonfijte gember, kaneel). Bijenwas. De boerderij (nat hooi). Ook op de smaak is dit één van de meest complexe whisky’s die ik al kon proeven. En dat alles is perfect – maar dan ook perfect – gebalanceerd en met elkaar verweven. Het mondgevoel is romig. Zijdezacht eigenlijk. Lange, geweldig lange en complexe afdronk, op zowat alles wat de smaak te bieden had… Eén van de mooiste woorden uit het Engels is Flabbergasted. Het laat zich vertalen als overdonderd. De perfecte omschrijving van mijn gemoedstoestand. 99/100

Ik moet zeggen dat ik voor deze whisky de tijd heb genomen. Ruim de tijd. Ruim de tijd kùnnen nemen ook (waarvoor nogmaals mijn eeuwige dank Bert). Het is een whisky die me meteen onderuithaalde. Maar die me ook nooit de kans liet recht te krabbelen en bij m’n positieven te komen. Hij greep me bij de keel, en liet niet meer los. Zelfs het lege glas deed me naar adem happen. Dit is kunst. Verheven kunst.
Maar, hoor ik u zich afvragen, is hij beter dan de 1966 Samaroli ‘Bouquet’? Mwaa… eerlijk? Geen idee. Beide whisky’s hebben een onuitwisbare indruk op mij gemaakt en in mij achtergelaten. Het proeven ervan (allebei ondertussen al meer dan eens) zijn momenten die ik nooit vergeet, meer nog, die ik koester. Ooit moet ik ze eens naast elkaar zetten, om finaal te kunnen zeggen wat ik de beste whisky ooit vind. Maar dan zou ik daar ook nog die Laphroaig 1967 bij moeten kunnen betrekken. Een heel ander profiel, maar nog zo’n letterlijk indruk-wekkende whisky. De Port Ellen 12 James MacArthur (dark) kan dan als sparring partner opdraven. Ha, het idee alleen al! Laat het me een project noemen.

 

Maar dat zal dan een project buiten Onversneden zijn. De titel verraadde het al, ik trek hierbij een sierlijke streep onder deze blog. Onder het motto ‘het is goed geweest’, wordt het tijd mijn passie voor whisky anders in te vullen en vooral wat meer tijd uit te trekken voor de dingen die zo veel belangrijker zijn dan whisky. Jawel, ze bestaan.

Nosing and tastingHet begon allemaal in februari 2008. Ik was al een jaar of vier intensief met whisky bezig. Tastings, festivals, clubactiviteiten afschuimend, telkens met het notaboekje in de hand en maar ijverig noteren. Om uiteindelijk de drang om mijn bevindingen wereldkundig te maken niet langer meer te onderdrukken. Een blog werd geboren. Exact zes jaar en een kleine 2000 notes later, heb ik het gevoel het wel wat gehad te hebben. Wroeten op een whisky, zoeken naar associaties, soms met volle goesting, soms omdat het moet, omdat er nu eenmaal een blog gevuld dient te worden… het begon af en toe toch wat ‘werken’ te worden.

Wat bij dat laatste ook meespeelt, is dat ik me niet van de indruk kan ontdoen dat het qua nieuwe releases het laatste jaar, de laatste twee jaar merkelijk een stuk minder boeiend geworden is. Zowat alles van de jaren zeventig is gebotteld, de jaren tachtig zijn gemiddeld minder interessant en ook daarvan lijkt er niet zo veel meer beschikbaar. Opéénvolgende bottelingen van Caperdonich 1972, Longmorn 1976, Clynelish 1982, Lochside 1981, Tomatin 1976, BenRiach 1976 en dergelijke meer (telkens zeer beschikbare vintages, maar ook zeer lekkere) zijn vervangen door reeksen Glen Garioch 1992, Clynelish 1997, Ardmore 1992, Laphroaig 1998… ook vaak lekker, maar toch niet vergelijkbaar. En niet zo veel goedkoper dan de nu cultflessen van amper twee, drie jaar geleden. Het kan natuurlijk zijn dat dit een tijdelijk fenomeen is, bepaald door al even tijdelijke factoren. Laat Bowmore van de jaren negentig en begin jaren tweeduizend tien jaar langer rijpen, geef Port Charlotte de tijd om z’n scherpe kantjes af te ronden, gun Clynelish 1997 de leeftijd van die fameuze 1982’ers. De toekomst hoeft er niet noodzakelijk somber uit de zien. Maar dan zullen er andere keuzes gemaakt moeten worden.

Je kan immers niet naast enkele trends kijken. Enerzijds distilleerders die alsmaar jonger bottelen, anderzijds onafhankelijke bottelaars die nog moeilijk aan ‘mooie’ vaten geraken. De stijgende vraag naar premium whisky’s in het Verre Oosten speelt hierin een belangrijke rol. Er zullen in de toekomst ongetwijfeld nog schitterende whisky’s uitgebracht worden, maar het aanbod zal kleiner (en jonger) zijn en de prijzen… tja, dat laat zich wel raden. Nochtans is er geen enkele markt die alleen maar stijgt, ooit komt er een stevige knik in die alsmaar klimmende lijn, elke bubbel moet ooit eens barsten. Maar ik denk niet dat dat voor onmiddellijk is, en dat we dus nog enkele jaren tegen stijgende prijzen zullen aankijken.
Ik heb het voorbije anderhalf jaar nog maar weinig nieuwe bottelingen gekocht en me eerder gericht op gemiste bottelingen van de jaren voordien, weliswaar vaak aan een hogere prijs. Die jaren voor de terugval boden immers een overvloed aan fantastische whisky’s, maar tenzij je over onbeperkte middelen beschikte, was je verplicht te kiezen. En kiezen is zoals iedereen weet altijd een beetje verliezen. Daarenboven is er nog zoveel ander lekkers (en betaalbaarders) te ontdekken, zeker wat wijn en z’n satellieten (Sherry, Madeira, Cognac…) betreft. Alhoewel whisky altijd mijn eerste passie zal blijven.

Ga ik Onversneden missen? Ongetwijfeld. Maar het leven zonder zal wel wennen en zal me niet minder bevallen. Want, zoals Oscar Wilde het in Lady Windermere’s Fan verwoordde: we are all in the gutter, but some of us are looking at the stars.

The End

Glenburgie 37y 1962, Cadenhead’s

Glenburgie jaren zestig, zonder in herhaling te willen vallen, maar ik ben fan. Ik ben nog nooit een matige botteling tegengekomen. Het is altijd zeer goed tot subliem. Ik proefde al meerdere 1966’ers, maar nog nooit een 1962. Nu dus wel. Bedankt Bert!

 

Glenburgie 37 YO 1962/2000, 51.1%, Cadenhead Authentic Collection, Millennium BottlingGlenburgie 37y 1962/2000, 51.1%, Cadenhead’s Authentic Collection, Millennium Bottling, 186 bottles
Super-neus. Smeuïge, zoete en fruitige sherry. Enorm aromatisch, dik en rijk. Ik ruik in eerste instantie romige honing en karamel, geflambeerde bananen, veel bijenwas, lijnzaadolie, sappige eik en kruiden zoals kruidnagel, munt en anijs. Erg fris. Daarna krijgt hij een vlezig kantje. Gerookt vlees, barbecuetoestanden. Lichte geuren van de boerderij, hooi en zelfs heel subtiele zoetzure turfrook. Ik vind dit geweldig. Stevig, krachtig, dik en vol op de tong. Stroperig. Ik ga niet alle associaties opsommen, maar de belangrijkste zijn kandijsuiker, honing, noten, tabak, ananas en opnieuw veel bijenwas. De anijs en de kruidnagel blijven hangen. En ook het vlees keert terug. Het geheel is erg fris en levendig. Glenburgie rijpt geweldig goed, maar dat wisten we al. Erg lange en complexe afdronk. Fruitig, kruidig en vooral zoet. Machtige whisky. 93/100

Glenury Royal 37y 1973, The Whisky Agency & The Nectar

1973 blijkt een geweldig jaar te zijn geweest voor Glenury Royal, één van de drie distilleerderijen die ‘Royal’ voor of na z’n naam mag plaatsen (naast Brackla en Lochnagar). The Whisky Agency bracht in 2010 een heerlijke 1973 op de markt, in 2011 volgde een tweede botteling, samen met The Nectar. Waar hij nog te koop is, betaal je er een 250 euro voor.

 

Glenury Royal 37 YO 1973/2011, 43%, The Whisky Agency & The NectarGlenury Royal 37y 1973/2011, 43%, The Whisky Agency & The Nectar, bourbon hogshead, 146 bottles
Warme, ronde, romige, zoete geur. Hij start op tonen van cake, warme abrikozentaart, honing en vanillefudge. En de geweldige tarte tatin. Hij gaat verder op kruiden zoals kaneel en nootmuskaat. Daarachter schuilt heel lichte rook en sappige eik. Verfijnd en elegant profiel. Heerlijk. Zachte, rijke smaak, zalig zoet en fruitig. Perziken, abrikozen en appelsienen vallen op. De kaneel keert weer, net als de nootmuskaat, de honing en de eik. Met ook hier de lichte rokerigheid. Wat zeste (van de appelsienen). Het geheel is vrij licht, wat het nog wat extra drinkbaar maakt. De afdronk is daardoor misschien niet geweldig lang, maar wel lekker. Mooi drogend op eik en pompelmoes. Een whisky die het moet hebben van z’n elegantie en drinkbaarheid, eerder dan van kracht of complexiteit. 90/100

Fulldram Supertastings

Het Fulldram whiskyseizoen werd in grote stijl afgesloten aan de hand van een supertasting, ééntje twee weken geleden in de afdeling Kampenhout en ééntje eergisteren in Leuven. De line-ups, die voor de helft gelijk liepen, bestonden telkens uit een aperitief en zes top-bottelingen. De meeste van deze whisky’s had ik al eens geproefd en hier besproken. Van de rest lees je hieronder mijn summiere indrukken en provisoire score. De aperitief was de Teaninich 12y van The Nectar.

 
Kampenhout:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
Geef toe, een sterke opener. Hij bleef moeiteloos overeind tussen al wat volgde. Niet te verwonderen natuurlijk.
 
Brora 32y, 54.7%, OB 2011, 1500 bottles
Typisch Brora van eind jaren zeventig. Minder ‘farmy’ dan oudere distillaten, maar wel zeer complex. Heeft daarenboven tijd nodig om zich volledig bloot te geven. Een uitgebreide bespreking volgt. Nipt in de top 3.
 
Strathisla 48y 1963/2011, 51.8%, G&M for Limburg, Book of Kells label, sherry butt #576
Ook deze is hier al gepasseerd. Ik blijf dit een zalige whisky vinden, zeker op de neus. Op de smaak vertoonde hij naar het einde voor sommigen net iets te veel eik, maar mij stoorde dat op geen enkel moment.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 56.4%, Old Bothwell, cask 2545
Voor mij is dit één van de beste Port Ellens die ik al proefde. Erg clean, met een perfecte balans tussen het zilt, de turf en zoete en fruitige (sinaas o.a.) tonen. Mooie mineraliteit ook. En geweldig drinkbaar. 93/100
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Tropical! Zowel op neus als op smaak een tropische fruitbom. Rozenbottel viel me ook op. Vreselijk lekker, vreselijk drinkbaar maar ver van complex. Who cares? Weinigen, want dit werd met stip de winnaar. 93/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Een cultfles. Say no more.
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Bowmore 1968
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Brora 32

 
 
Leuven:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
In Leuven deed hij het met een ex aequo met de winnaar (maar net iets minder leden hadden ‘m op één staan) zelfs nóg beter dan in Kampenhout. Nog maar eens het bewijs van de absolute klasse van deze whisky. Zelfs de Bowmore (geweldig lekker maar een stuk minder complex en gelaagd) verbleekte er tegen. Voor mij toch. Hier dus meer details.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 55.7%, Old Bothwell, cask 2473
Een actiever sherryvat dan de Port Ellen in Kampenhout. Donkerder van kleur maar vooral meer sherry (koffie, eik, leder, rozijnen, kruiden) in geur en smaak. Of sherry tout court, ik ga er van uit dat andere een bourbonvat was. Ik prefereer by far de cleanere PE’s (cleaner, mineraliger, ‘zesty-er’…). 89/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Say no more indeed.
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Blijft toch smullen.
 
Clynelish 32y 1974/2006, 58.6%, The Whisky Fair, 266 bottles
Ook deze besprak ik hier al, maar dat is al enkele jaren geleden. Hoog tijd om deze score te herzien en ‘m in mijn top 50 ever binnen te loodsen. Een juweeltje.
 
Springbank 33y 1970/2003, 54.4%, Adelphi, cask 1622
Stevige maar o zo mooie en complexe sherry. Zowel op neus als op smaak ronduit prachtig. Ik heb weinig genoteerd, ook onmogelijk om volledig te vatten. Krudig, stroperig, veel rood fruit en rozenbottel (waarvoor dank Christophe) en bovenal: Mon Cheri! En nooit te droog of bitter. 94/100
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Clynelish 1974
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Springbank 1970

 

Strathmill 37y 1974, Archives

De Strathmill 1974 uit de Archives Inaugural Release die ik vandaag bespreek, zou wel eens een zustervat kunnen zijn van de geweldige 1974 van The Nectar, maar die vermeldde geen vatnummer, dat zullen we dus nooit zeker weten. Deze Archives botteling kost 170 euro.

 

Strathmill 37y 1974/2011, 44.5%, Archives, bourbon hogshead #1231, 180 bottles
Heerlijke, smeuïge neus, in lijn met deze van The Nectar, en dus ook wat in lijn met Clynelish. Fruit, bijenwas en honing zijn de voortrekkers. Het fruit vertaalt zich in ananas, perzik en rijpe kruisbessen. Een beetje cassis zelfs, en na enige tijd ook wat planten. Zaken die ik niet in de botteling van The Nectar had. De neus van deze laatste was nog wel iets expressiever. Zacht en romig mondgevoel met ook hier het fruit dat opvalt: mandarijn en pompelmoes (mooi bitter), gevolgd door honing en gesuikerde infusiethees. Licht floraal, richting tuinkruiden. Eik. Minder rond en wat bitterder dan de TNOTDD, maar nooit storend. Mooie, bitterzoete afdronk van gemiddelde lengte. Als je een Strathmill in je collectie wil, laat het dan een 1974 zijn. Ook deze is een schot in de roos. 90/100

Strathmill 37y 1974, The Nectar of the Daily Drams

Strathmill, één van de vele distilleerderijen opgericht tijdens de whisky-boom eind 19e eeuw, is zo’n typische blenderswhisky die je zelden tegenkomt als single malt. Officieel ken ik enkel een Flora & Fauna botteling en een Manager’s Choice. Deze 1974 was voor mij één van de hoogtepunten op het voorbije Spirits in the Sky festival. Eens kijken of dit in andere omstandigheden nog zo is. Een fles kost ongeveer 150 euro.

 

Strathmill 37y 1974/2011, 44.4%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with The Whisky Agency
Oh ja, pure Clynelish-stijl. Erg fruitig en ‘waxy’ that is. Mandarijn, peer en meloen wat het fruitdepartement betreft, bijenwas, boenwas en schoenpoets wat de waxyness betreft. Dat alles vermengd met honing, melkchocolade en zoethout. Heerlijk om ruiken. Zacht en romig op de tong, op tonen van abrikoos, citrus, honing (veel), romige melkchocolade en kruiden. Het zoethout opnieuw, maar ook kaneel, curry en peper. Succulent en smeuïg. Middellange, kruidige afdronk met hints van gekonfijt fruit. Niet de meest complexe whisky, maar wreed lekker! 92/100

Glenury Royal 37y 1973, The Whisky Agency

De whisky die ik vandaag bespreek, heeft op korte tijd een cultstatus verworven, vooral dankzij de 94/100 die hij op Whiskyfun toebedeeld kreeg. Ik was dan ook erg gebrand op een sample, voor een fles was het immers al lang te laat. De sample heb ik kunnen bemachtigen en ik zal dus spoedig weten of ik extra gefrustreerd moet zijn geen fles te hebben.

 

Glenury Royal 37y 1973/2010, 42.1%, The Whisky Agency, bourbon cask, 187 bottles
Fantastische subtiele en elegante neus op zoete en fruitige tonen, vermengd met lichte rook. Veel citrus (roze pompelmoes, mandarijn, bloedappelsien), nectarines, cavaillon, honing. Die neus is inderdaad geweldig. Ook wat hout, meer als toegevoegde waarde, nooit storend. Op de smaak speelt het hout iets meer op en komen er kruiden bij. De honing en het fruit blijven echter voldoende aanwezig. Orangettes, zoete citrusschil. Vol van smaken. Romig mondgevoel. Lange, fruitige en kruidige afdronk. Erg aromatische whisky met een neus die meer dan de uiteindelijke score verdiende. De gevoelens van frustratie kan ik toch lichtjes onder controle houden. Lichtjes. 91/100

Glen Grant 37y 1970, Duncan Taylor for The Nectar

De naam Glen Grant verwijst naar de twee oprichters, James en John Grant. De distilleerderij, gebouwd in 1840, ligt in Rothes en aan de overkant van de straat bouwde de tweede generatie Grants, burgemeester James Grant jr., een tweede distilleerderij: Glen Grant 2. Deze laatste kennen we vandaag de dag als Caperonich.

 
Glen Grant 37y 1970/2007, 53.3%, DT for The Nectar, c3475, 139 bts.
Subtiele en complexe neus op verfijnde sherrytonen. Ik heb gedroog fruit (vijgen, pruimen), noten, tabak, tabaksrook, oud leder, zachte karamel, koffie, praliné en belegen hout. Zelfs een licht tropische toets. Een neus om van te smullen! Stevig en prikkelend op de tong. Gedroogd fruit, karamel, wat hars, munt, veel noten en meer en meer hout. Wordt op de duur nogal droog (kost een puntje of twee). Lange, intense, kruidige afdronk. Kaneel. Maar ook hier wat te droog om nog hoger te scoren. Het blijft evenwel een héél lekkere whisky. 89/100

Dead Whisky Society

Donderdag zette Serge Valentin twee Banff’s in de kijker met de boodschap aan zijn whisky-minnende medeburgers om naast de Port Ellens en Brora’s ook eens wat aandacht te besteden aan enkele andere, veel minder bekende distilleerderijen die in 1983 de deuren dienden te sluiten. Zeker nu deze hoe langer hoe zeldzamer worden, wacht je best niet veel langer om één van deze whisky’s aan te schaffen. Ik volg Serge in z’n keuze voor Banff, maar dan met een andere, ééntje van de Dead Whisky Society.

De wat? De Dead Whisky Society is inderdaad een vrij onbekende Schotse bottelaar. Jim Milne, die z’n sporen verdiende in de blendingindustrie – o.a. bij Chivas en met de blend ‘Royal Silk’ – is er de drijvende kracht achter. Zoals de naam doet vermoeden, legt het zich toe op het bottelen van vergane gloriën, whisky’s van gesloten distilleerderijen.
Hun eerste botteling was een Dallas Dhu van 1975. Deze werd eind 2005 als een soort van trial exclusief verkocht via Dubai Duty Free, na London Heathrow de grootste duty free in de wereld. Deze trial bleek erg succesvol te zijn, de 200 geleverde flessen waren in een mum van tijd de deur uit. Er werd dan ook beslist het initiatief verder te zetten, meer whisky’s te bottelen en deze ook via andere kanalen te verkopen. Desondanks ben ik er nog niet veel tegengekomen. Wel dronk ik ten huize Bill & Maggie Miller van de Scotch Single Malt Circle, na ons bezoekje aan Mara, een Banff 1971. We waren daar behoorlijk van onder de indruk, in die mate zelfs dat Luc meteen een tweetal dozen bestelde (ja, sommigen kopen per doos). Ik heb ondertussen ook een fles staan, die vandaag gekraakt wordt.

De Society stelt zich tot doel whisky’s te bottelen die een eerbetoon voor de betreffende distilleerderij zijn. Hun Banff maakt deze belofte in ieder geval meer dan waar. Banff was operationeel van 1825 tot 1983. In 1985 werd de distilleerderij afgebroken.

 
Banff 37y 1971/2008, 53.3%, Dead Whisky Society, cask 633, 565 bts
De neus start moeizaam, met tonen van lijm, vernis en thinner. Niet wat je meteen een superneus zou noemen. Maar dan komt er wat zoets door en maltig hout. Vanille… en dan begint het. Fruit, van een beetje fruit naar meer, van meer naar veel. Kruisbessen, roze pompelmoes, kiwi en nog een hoop ander soorten. Daarna krijg ik boenwas, acaciahoning en mosterd. Dan volgen zilverpoets en natte steen… man, deze whisky evolueert echt heel mooi. En ja, hij heeft tijd nodig, hij gaat van gewoon lekker naar geweldig lekker. De smaak doet niet onder, ook hier heb je trouwens die prachtige evolutie. Zacht, romig (boter) en erg geconcentreerd (‘dik’), eerst op de lijm – wat in deze Banff een pak aangenamer is dan het klinkt – en dan op vanille en citrus (sinaasschil, pompelmoes), dan kiwi, daarna hout en kruiden. De mosterd duikt opnieuw op en wordt vergezeld van wat peper. Koriander? Erg lange en complexe afdronk op (o.a.) citrus en kruiden. Heerlijke old-school malt! Pas op, dit is geen gemakkelijke whisky, je moet moeite doen om hem in z’n volle glorie te kunnen ervaren en hem vooral tijd geven, anders gaat hij aan je voorbij. En dat is echt wel zonde. 93/100
 

Ik zal niet gauw een koopadvies geven (dat moet je zelf maar uitmaken), maar voor deze maak ik graag een uitzondering. Dit is een unieke gelegenheid om een unieke whisky te kopen. Banff van dit niveau zal je in de toekomst nog moeilijk vinden, en al helemaal niet voor minder dan 200 euro. Luc Timmermans heeft nog enkele flessen staan. Twijfel? Bestel dan eerst een sample, je zal het je niet beklagen.

Longmorn 37y 1972, The Whisky Agency

Dit is whisky die op korte tijd een stevige reputatie heeft opgebouwd. Ik proefde hem voor het eerst in Schotland dankzij Dominiek. Vandaag dus een tweede maal.

 
Longmorn 37y 1972/2010, 51.3%, The Perfect Dram IV (The Whisky Agency & Three Rivers Tokyo 2010), 231 bottles
Oh ja, die neus is goed! Geweldig lekkere sherry, geweldig lekker fruit. Rood fruit (bessen), appelsien en kruisbessen. De sherry uit zich verder in associaties van noten, rozijnen, gedroogde pruimen en gedroogde bloemen. Potpourri, maar dan niet van die goedkope lavendeltoestanden. Alsof dat nog niet genoeg is, is deze Longmorn op de neus zalig waxy en geurt hij naar oude lederen zetels. Complex dus met een schitterende balans tussen bitter, fruitig en zoet. De romige whisky vult de mond meteen, waar hij zich een even schitterende dram als op de neus toont. De rozijnen en de pruimen, het rood fruit en het leder zitten ook op de smaak. Perziken, verse witte pruimen (naast de gedroogde dus), peren en wat – maar nooit teveel – hout vervolledigen het plaatje. Lange afdronk op studentenhaver en hout. Wat een zalige whisky, een terechte hype. 93/100

Malts of Scotland H2H: Glen Scotia 1972 vs Glengoyne 1973

Vanaf vandaag bespreek ik de nieuwe Malts of Scotland bottelingen. Twee ervan zijn exclusief voor België gebotteld, een Glengoyne 1973 en een Glen Scotia 1972. Maar met welke begin ik? Mmm, vermits ik niet kan kiezen (ben van het besluiteloze type), ga ik ook niet kiezen. Het zijn trouwens twee whisky’s die niet alleen ongeveer even oud zijn en beide op bourbonvaten rijpte, maar na een eerste keer proeven ook aan elkaar gewaagd bleken te zijn, ideaal dus om head to head elkaar te laten uitdagen en zo de finesses van beide te ontdekken. De Glen Scotia proefde ik trouwens vorige week maandag al, maar laat ons zeggen dat ik het niet erg vind deze nog eens te ‘moeten’ proeven. Oude Glen Scotia is zeldzaam, 1975 (o.a. een lekkere voor The Whisky Fair) en 1977 ben ik al tegengekomen, oudere nog niet.

 
Glen Scotia 37y 1972/2010, 45.1%, MoS, cask 1926, 114 bottles
De neus zou die van een oude Clynelish kunnen zijn. Van een zeer lekkere oude Clynelish. Bijenwas, gedroogde bloemen en veel fruit is het eerste wat er uitspringt en wat mij aan Clynelish doet denken. Wat nog? Pollen, honing, marsepein, antiekwas. Qua fruit denk ik aan perziken, druiven, ananas, rijpe appelsienen, dadels en de schil van Granny Smith appels. Vers gemaaid gras ook en een subtiele rokerigheid. Licht ‘old bottle effect’ – zou wel kunnen, zit toch al zeker een maand in de fles. Het zal de antiekwas zijn die me aan een antiekshop doet denken. Soit, die neus is in ieder geval absolute top. Weinig tot geen hout trouwens. Ah, op de smaak wel wat hout, net als nootmuskaat, gember, zoethout en noten. Dit maakt het geheel aangenaam bitter met zoete (honing) en fruitige tonen die het geheel in balans trekken. Hier vooral gedroogd fruit. Naar het eind druivenpitten (tannines). Middellange, droge finish op peper en noten met ook hier lichte tannines. De neus verdient 93 punten, de tannines in de mond kosten ‘m spijtig genoeg een puntje. 92/100
 
Glengoyne 37y 1973/2010, 50.4%, MoS, cask 678, 97 bottles
De neus start zoet en fruitig. Banaan, kokos (véél kokos), ananas en rijpe kruisbessen. Ik zei ‘start’, maar eigenlijk blijft hij verder gaan op zoete en fruitige tonen. Vanille en ook wat bloemen, maar vooral het fruit domineert. Geroosterde noten, dat is ook nog het vermelden waard. Ook op de smaak is hij zeer fruitig. Groene kruisbessen (dus minder rijpe dan in de geur), groene appels, witte druiven, witte pompelmoes. Boterig en mondvullend met naast het fruit redelijk wat hout (zonder echt bitter te worden), honing, vanille en kruiden. Lange fruitige afdronk met hier wel een licht bittere ondertoon. Gho, deze Glengoyne moet niet echt onderdoen voor de Glen Scotia. Op de smaak vind ik ‘m misschien zelfs iets beter. De indrukwekkende neus van de Glen Scotia is echter moeilijk te kloppen, dat rechtvaardigt het puntje extra. 91/100

En dan nu écht lekkere sherry!

Wat ík echt lekkere sherry vind natuurlijk. Na de sherrycasks van de voorbije dagen ben ik tussen m’n samples op zoek gegaan naar een gesherriede whisky die bovenstaande titel zou kunnen rechtvaardigen. Ik plukte gezwind de Glendronach 1972 uit het rek. Alhoewel ook de Glendronach 12y for Previ Brescia van midden jaren ’80 effe in de running was, maar die volgt dan later wel eens.

 
Glendronach 37y 1972, 54.8%, OB 2009, oloroso cask 719, 474 bottles – Speyside
Zachte en ongelooflijk rijke, complexe neus. Wat eerst opvalt is de enorme fruitigheid. Mandarijn, sinaas zeste, gebakken banaan, braambes… heel gevarieerd eigenlijk, zowel ‘sherry’ fruit als ‘bourbon’ fruit. Dan komt er heide bij, melkchocolade, kruiden, geroosterde en gesuikerde amandelen. Geroosterd hout. Woodsmoke. Antiekwas. Oh ja, waxy is ie ook… dit is echt genieten! En alles harmonieus vermengd. Njummie! Bitterzoet op de tong met rozijnen, vijgen, dadels, rode bessen, de mandarijnen weer, zoethout, kruiden, hout. Drogend maar zonder dat het stoort. Lange, verwarmende, complexe finish op kruiden, hout en bessen. Wel, dit is één van de beste gesherriede (niet geturfde) whisky’s die ik al gedronken heb. Absoluut fantastisch. 93/100

Glenlivet 1972, The Whisky Agency

Glenlivet 37y 1972/2009, 56.8%, The Perfect Dram (TWA), 141 bottles – Speyside
Levendige, frisse neus. Ik heb zowel zoete tonen (vanille, zoethout), fruitige tonen (gestoofd fruit) en maltige (granen). Zachte houttoetsen er doorheen. Na een tijdje bloemen ook. Mooie evolutie. Stevig op de tong met fruit uit de tuin, noten, wat hout en vers gemaaid gras. Beetje kruiden. Die kruidigheid komt terug in de licht drogende afdronk. Een Glenlivet om van te genieten, echt superspul. 90/100

Twee toppers op het Lindores Whisky Fest

Hieronder mijn impressies van de twee whisky’s die op mij het meeste indruk maakte tijdens het voorbije Lindores Whisky Fest in Oostende.

 
Scapa 37y 1965/2003, 45.6%, SMWS 17.24 ‘Cherry lips and stately homes’, 65 bottles – Orkney – 93/100
Als je Luc Timmermans naar iets echt lekkers vraagt, dan weet je dat je niet bedrogen wordt. Fruit en hout, in perfecte harmonie. De neus spreidt ook een zeer mooie waxyness ten toon, naast sinaas, rozijnen, gestoofde appels en nog heel wat meer waar ik op dat moment geen zin had om naar te zoeken. Ronduit fantastische neus. Maar de smaak doet niet onder, zalig fruitig en zoet. Rijp, sappig fruit (peer o.a.), honing, mooi verweven hout, top! Dit is een fantastisch lekkere Scapa, denk niet dat ik er ooit nog een betere zal proeven. Alhoewel, laat ons niet ophouden met dromen…
 
Ardbeg 19y 1974, 46%, First Cask 1993 for Direct Wines, cask 4380 – Islay – 94/100
Sublieme Ardbeg, geproefd aan de stand van Geert Bero. Zachte, fruitige turf vermengd met honing, bijenwas, zilt en de heerlijkste kruidenmix. Geen enkel scherp kantje, deze is zo zacht en romig… lovely! En alles danst in perfecte harmonie. Old school top-notch turf.

Deze Ardbeg is een nobele (zeer nobele) onbekende. First Cask is een reeks bottelingen van Direct Wines voor The Sunday Times Wine Club. Zij hebben er bij mijn weten een vijftiental op de markt gebracht, waaronder dus deze fantastische Ardbeg. Volgens Geert Bero komt hij serieus in de buurt van de Provenance for Asia. Ik geloof hem graag. Je vindt evenwel niks terug over deze whisky, hij staat niet vermeld in de Malt Maniacs Monitor, er is nergens een tasting note van te bespeuren. Groot was dan ook mijn verrassing toen ik amper een week na het Whisky Fest een fles zag staan in de laatste Rare & Collectable Whisky Sale bij McTears. Plezant, zo’n live online bieding waarbij je de veilingmeester hoort afroepen. Nog plezanter was dat ik won, tegen een best redelijke ‘hammer price’. Nu m’n vrouw nog wijsmaken dat ‘redelijk’ eigenlijk ‘belachelijk’ was…

Twee Benriachs

Een heerlijke en een zware tegenvaller.
 
Benriach 37y 1968/2006, 48.6%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 2597, 262 bottles – Speyside – 91/100
Oude Benriach = zalig fruit. Ook hier, zowel neus als smaak lopen over van het heerlijkste fruit. Vooral allerlei tropische soorten (ananas, mango, banaan…), maar ook abrikoos en perzik. Iets kruidigs ook (gember?) en subtiele rook in de neus. Zalig! Lange fruitige (of wat had je gedacht) afdronk.
 
Benriach 1976/1991, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice – Speyside – 68/100
Stevige sherryneus, met een beetje fruit en donkere chocolade. Maltig ook, graan. Tot hier gaat het nog redelijk. De smaak is evenwel veel te droog, te bitter en neigt meer naar (kurkdroge) sherry dan naar whisky. Allez, behoorlijk straffe sherry dan. Middellange droge en bittere afdronk. Not my cup of tea.