Spring naar inhoud

Posts tagged ‘34yo’

Clynelish 34y 1972, Single Malts of Scotland

Aan Clynelish 1972 ga ik niet te veel woorden meer vuil maken. Het is Clynelish, het is 1972, ik vind dat lekker.

 

Clynelish 34y 1972/2007, 50.5%, Single Malts of Scotland, Speciality Drinks, casks 20156 & 24651, 409 bottles
Op de neus het heerlijkste wat Clynelish te bieden heeft. En dat is smeuïge was (kaarsen van bijenwas en boenwas), sappig fruit (perziken, peren, rode appels, ananas, papaja en pruimen), honing en een beetje zilt. Achter deze typische zaken gaan er mineralen schuil, kruiden zoals gember en zoethout, iets van peperkoek, suikerspin en zachte eik. Alles erg levendig en expressief. En dan ook nog wat subtiele rook op de achtergrond. Geweldig is dit. Het mondgevoel is rond en romig, en brengt een waslijst aan aroma’s naar voor. Honing en karamel zorgen voor een zoete toets. Appels, perziken en ananas voor een fruitige. Bijenwas voor een romige. Gember, peper, hars en eik voor de mooi bittere toets, die zeker naar het einde toe de kop op steekt. Zilt vult aan, samen met de delicate rook. De afdronk is lang en verwarmend, waxy, zoet en kruidig. Op de smaak is deze Clynelish misschien iets droger dan andere 1972’ers, maar dit is hier zeker geen minpunt, op de neus is het even geweldig. Bedankt Lars! 91/100

Advertenties

Highland Park 34y 1974, Ambassadors cask 5

Vandaag proef ik de voor mij beste Ambassadors cask van Highland Park, de vijfde. Dat was meteen ook de laatste. Tussen 2005 en 2008 selecteerde Gerry Tosh, toenmalig ambassadeur van de distilleerderij en tegenwoordig Global Marketing Manager, vijf vaten die volgens hem te goed waren om te laten liggen.

 

Highland Park 34y 1974/2008, 41.5%, OB ‘The Ambassadors cask no 5’, refill sherry hogshead 8845
De neus start op veel gedroogd en gekonfijt fruit (dadels, vijgen, pruimen), gevolgd door klassieke Highland Park aroma’s zoals tabak, heide, zachte turfrook, een even zachte zilte toets, honing, maar ook munt, gember, antiekwas en de geur van de herfst: mos, gevallen bladeren, takken, varens… Alles heel elegant en subtiel, ondersteund door mooie, ronde eik. Ronde en erg zachte smaak op afwisselende tonen van appelsien, gele rozijnen, pruimen, aardbeien, tabak, turf, honing, heide en hoe langer hoe meer kruiden. De eik houdt zich gedeisd. Het alcoholpercentage speelt zeker een rol, dit is zo elegant, en ook zo vreselijk drinkbaar. Maar nooit wordt het slap of plat, daarvoor is deze whisky veel te aromatisch. Ik vind het super. De afdronk is al even zacht, romig en rijk als de smaak. Klasse! 92/100

Longmorn 34y 1976, The Whisky Agency

Het is niet de eerste maal dat ik dit schrijf, maar Longmorn 1976 is zo één van die whisky’s waar ik graag naar teruggrijp. Zeker in de wat minder interessante tijden wat nieuwe releases betreft. Deze werd gebotteld door The Whisky Agency in de landscapes reeks.

 

Longmorn 34 YO 1976/2010, 50.2%, The Whisky Agency, LandscapesLongmorn 34y 1976/2010, 50.2%, The Whisky Agency, Landscapes, bourbon hogshead, 139 bottles
All right, de neus komt tegemoet aan de verwachtingen. Ruimschoots. Zeer fruitig, een beetje kruidig, een beetje waxy en de perfecte hoeveelheden vanille en eik ter ondersteuning. Het fruit is zowel tropisch (met o.a. mango en ananas) als minder tropisch (appelsienen en rijpe kruisbessen). Qua kruiden noteer ik zoethout en munt. Smeuïge bijenwas. Geboend leder. Vanille, praliné en melkchocolade benadrukken het smeuïg karakter nog wat extra. Het mondgevoel is rond en romig, de smaak fruitig en kruidig met de was en vanille die ik ook in de geur had. Appelsienen en ananas qua fruit, gember, zoethout en munt qua kruiden. De eik is samen met de kruiden nog wat grootser dan op de geur, maar de balans blijft behouden. Lange afdronk met dezelfde balans tussen het fruit en de vanille aan de éne kant en kruiden en eik aan de andere. Tja, Longmorn 1976, meer commentaar is er niet nodig. 91/100

Feest

feestWoensdag bestaat deze blog exact vijf jaar. Meer dan reden genoeg om te feesten, niet? En laat me daar meteen een feestweek van maken: vijf jaar vertaald in vijf dagen vijf super whisky’s. Ik heb voor deze gelegenheid uitgekeken naar uitzonderlijk spul (en in mijn ondertussen honderden samples gegrasduind) en denk dat ik daar wel in geslaagd ben. Zet je dus schrap voor wat decadent gedram. Beginnen doen we in grote stijl met Bowmore 1968.

 

Bowmore 34y 1968/2003, 41.7%, Duncan Taylor Peerless, cask 1426, 182 bottles
Yeehaa, bij deze neus moet ik me al inhouden om geen hoofdletters en uitroeptekens te gebruiken. Vintage Bowmore jaren zestig. Enorm geconcentreerd tropisch fruit: passievrucht, lychee, papaya, mango, ananas… het zit er allemaal in. Veel roze pompelmoes ook, net als rozenbottel. Bowmore 34 YO 1968/2003, 41.7%,  Duncan Taylor Peerless, cask 1426Vaak durft het daar bij te blijven, maar dat is bij deze botteling niet het geval. Ik noteer ook bloemen, linde, boter, mineralen, een beetje vers gemaaid gras en kaarsvet. Oké, nog altijd niet supercomplex maar hij biedt op de neus toch al meer dan verwacht. En dat fruit is naar mijn aanvoelen gebalder dan bij zusterbottelingen. Fluweelzacht op de tong, elegant en verfijnd. Het tropisch fruit is al even groots als op de neus, de roze pompelmoes is dat ook. Opnieuw de rozenbottel en de linde. En het licht grassige. Honing, nougat en vanille geven het een zoete toets. Ik noteer ook nog gele rozijnen (van die dikke). Een klein beetje zilt. Zoethout in de verte. Subliem, gewoonweg subliem. Redelijk lange afdronk (zonder erg lang te zijn), mooi in het verlengde van de smaak. Probleem met deze whisky is dat het drinkt als (succulent) fruitsap. Voor je het weet heb je 200 euro achterovergekapt. Benchmark Bowmore 68. 94/100

Twee Glenturrets van Malts of Scotland

Nu ik met de nieuwe Malts of Scotland bezig ben, viel mijn oog op twee samples van bottelingen uit een vorige batch van begin dit jaar, samples die wat aan mijn aandacht ontsnapt waren. Laat me daar vandaag even tijd voor maken. Het betreft twee Glenturrets, een 1980 en een 1977. Prijzen? 120 en 170 euro.

 

Glenturret 31y 1980/2012, 42.5%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #MoS12008, 192 bottles
Zoete neus. Zowel zoet fruit als andere zoete elementen zoals vanille, honing en suikerspin. Zoete granen (Frosties). Wat het fruit betreft, denk ik aan ananas, rijpe sinaas en sappige perziken. Daarna natte bladeren en mos. En tenslotte een lichte mineraliteit. Ondanks het alcoholpercentage heeft ie iets etherisch. De geur is aangenaam zonder meer, iets te vluchtig, te weinig diepgang. De 42% maakt dat hij erg vlot drinkbaar is. Ook hier is het het zoete wat eerst opvalt, maar het is een wat bizarre zoetigheid. Een soort snoep dat ik niet direct kan thuisbrengen. Vanille, dat is dan weer wel vrij gewoon. Sinaas en ananas opnieuw, maar die ananas is wel erg rijp, overrijp eigenlijk. Pils ook. Eik, licht drogend. Weinig kruiden, het is enkel de eik die voor de wat drogere toets zorgt. Geen al te lange afdronk, op vanille en fruit. Lekker zonder meer. 85/100

 

Glenturret 34y 1977/2012, 47.4%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #MoS12007, 222 bottles
Deze gaat op de neus alvast wat dieper, vertoont meer body. Het leeftijdsverschil is amper drie jaar, het lijken er minstens tien. Vol en rond, helemaal niets vluchtigs. Mooie, sappige eik en ronde zoete tonen van honing, vanille en rijpe bananen. Geflambeerd. Ook in deze wel wat granen, maar niet zoals in jonge whisky’s, niet zo scherp. Pas nadien komt er meer fruit door, de banaan wordt vergezeld van sinaas en mango. Praliné en melkchocolade. Hooi. Best complex, complexer dan de 1980 in ieder geval. Zoete en fruitige smaak: de banaan maar ook meer en meer citroen. Best wat kruiden ook, vooral gember valt op (met het zoete karakter komen we bij Canada Dry). Veel noten naar het einde. Mout, en in het verlengde daarvan komt ook hier de pils om de hoek kijken, iets waar ik niet altijd even enthousiast over ben. Lange afdronk, licht drogend met voldoende ruimte voor het (citrus)fruit. Beter dan de 1980, maar de pils op de smaak kost ‘m toch een punt of twee. 87/100

Benriach 34y 1976 for Taiwan

Benriach 1976, het is zo stilaan een begrip geworden. Ik heb hier al enkele 1976’ers besproken, die scores van 92 of 93 kregen, met als absoluut hoogtepunt vat 3557 voor La Maison du Whisky die voor mij met 95 punten nog steeds één van de beste whisky’s is die ik kon proeven. Vandaag een 1976 die vorig jaar exclusief gebotteld werd voor de Taiwanese markt en die niet veel onder moet doen. Zie het als voorbereiding op de Benriach 1976 tasting ten huize Serge Reijnders volgende zaterdag.

 

Benriach 34y 1976/2011, 48.2%, OB for Taiwan, cask 3033, 216 bottles
Prachtige, smeuïge, samengebalde aroma’s van tropisch fruit zoals mango, passievrucht, ananas, meloen, lychee, perzik… pfiew, heerlijk om ruiken. Rozenbottel, bijenwas, kokos (echt wel tropical galore), romige honing, munt, nootmuskaat, zoethout,… het draagt allemaal bij tot deze sublieme en complexe neus. Dat tropisch karakter wordt met zwier doorgetrokken op de smaak. Een geweldige fruitsla die vergezeld wordt van bijenwas, honing, amandelspijs, melkchocolade, munt en eucalyptus. Eik? Wel ja, niet abnormaal op deze leeftijd, maar het is er puur ter ondersteuning, het hout treedt op geen enkel moment op de voorgrond. Lange, zoete afdronk met een prachtig bitter kantje. De balans tussen het overweldigende fruit, de zoete tonen en de eik is werkelijk perfect. Misschien dat de LMdW nog een ietsje meer diepgang heeft (ik proefde ze enige tijd geleden samen, naast de 1975 voor Asta Morris), maar dit komt behoorlijk in de buurt hoor. 94/100

Glen Moray 34y 1977, Malts of Scotland

Een andere botteling in de nieuw batch Malts of Scotland is een Glen Moray 1977. Glen Moray was sinds 1923 in handen van de Glenmorangie groep, maar in 2008 werd het verkocht aan het Franse La Martiniquaise.

 

Glen Moray 34y 1977/2012, 52.1%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS12021, 172 bottles
Geroosterde noten! En nog niet zo’n klein beetje. Daarna – en in het verlengde ervan – marsepein. Best wat fruit ook, diverse soorten: ananas, mandarijn, witte perzik. Geboende oude meubels. Onderliggend mooie, sappige eik. Een neus om van te genieten. Een gelijkaardig patroon op de smaak. Eik, meer dan op de neus maar ook hier sappig, eerder dan drogend. Lichte (antiek)was, kruiden en fruit: pompelmoes en mandarijn. De kruiden groeien, allerlei tuinkruiden. Groene thee. Naar het einde en in de afdronk toch wat drogend. Die afdronk is vrij lang te noemen. De neus alleen is 90 punten waard. 88/100

Tomatin 34y 1976, The Whisky Agency ‘Grotesque Crocs’

Let’s get fruity! Tomatin 1976 mag hiertoe opdraven, en meer bepaald een botteling van The Whisky Agency uit hun Grotesque Crocs reeks van eind vorig jaar. Deze whisky figureerde trouwens ook in de Fulldram tasting/kwis van vorige week. Meer nog, het was de winnaar voor de groep. Het toeval wou dat Karel Cousy die avond ook nog een sample van deze whisky voor mij meehad, waarvoor nogmaals bedankt Karel.

 

Tomatin 34y 1976/2011, 51.3%, The Whisky Agency, refill sherry butt, 309 bottles
De neus heeft even tijd nodig om open te komen, maar dan… een heerlijke combinatie van de extravagante Tomatin fruitigheid met de sherryinvloed van het vat. Het fruit opsommen is schier onbegonnen werk, maar laat me een poging wagen: roze pompelmoes (big time), mandarijn, bloedappelsien, meloen, banaan, aardbeien, rijpe kruisbessen, ananas, verse pruimen en harde peren. En dan mis ik ongetwijfeld nog enkele soorten. De sherry heeft z’n werk gedaan, maar heeft zich ingehouden, wat zich vertaalt in sappige eik en kruiden. Daarachter gaan dan nog honing, kandij en bijenwas schuil. Zeer mooi! Op de tong heb ik eerst de sappige eik, de kruiden (kaneel, gember), kandijsuiker en dan… boem paukenslag, een explosie van fruit. Nee, ik som ze niet opnieuw op, zie bij de neus a.u.b. En opnieuw valt de roze pompelmoes op, maar ook de rest tekent present. Amandelen zitten er ook nog ergens tussen. Lange afdronk met ook hier het zalige fruit en de drogere elementen zoals eik en kruiden in perfecte harmonie. En dat laatste is uiteindelijk ook het verhaal van deze whisky. Geef toe, wat moet je nog meer hebben? 91/100

Benriach 34y 1977 for Asta Morris

We hadden al een Benriach 1978 voor Asta Morris (die niet slecht was) en een Benriach 1975 voor Asta Morris (die er ook mee door kon). Bert Bruyneel vond dit niet genoeg, hij botste immers op een vat 1977 dat hij echt niet kon laten liggen. Integendeel, het ligt vanaf deze week in de handel. En heden zit het ook in mijn glas.
In tegenstelling tot de twee voorgangers is dit geen sherryvat, maar een refill bourbon. Ik proef ‘m naast de 1975 en 1978.

 

Benriach 34y 1977/2011, 45.7%, OB for Asta Morris, refill bourbon #9119, 175 bottles
Deze is qua neus alvast subtieler dan de 1978. Gelaagder, complexer ook. Net als de 1978 is hij zoet en fruitig, op sappige appels en peren, maar ook mandarijn en banaan. Vanille eerder dan de stroop. Zachte melkchocolade. Daarna komt er iets licht grassigs en kruidigs bij: heide, hooi, kaneel en tijm. Zeer mooie onderliggende eik. Romig en stevig mondgevoel, licht prikkelend op wit fruit, pompelmoes en mandarijn. Honing, gedroogd gras, marsepein, zachte eik en kruiden. Iets van Mandarin Napoleon. Prachtig. Zeer boeiende whisky, elegant en complex. Vrij lange, verwarmende afdronk. Op de neus verschillend van de 1978 (qua profiel eerder richting de 1975) maar zeker even mooi, op de smaak gaat deze voor mij over de 1978, en dus een puntje meer. Ja ja, Bert weet wat lekker is. En deze is veel meer dan lekker. 93/100

Tomatin 34y 1976, Liquid Sun

De volgende in het rijtje Liquid Sun bottelingen is een Tomatin 1976. Tomatin 1976 is zo’n beetje zoals Longmorn 1976. Keuze te over en bijna altijd super lekker. In ieder geval, de Tomatins die ik van dat jaar geproefd heb waren stuk voor stuk excellent. Ik ga er van uit dat deze niet uit de toon zal vallen.

 

Tomatin 34y 1976/2011, 48.7%, Liquid Sun, sherry butt, 366 bottles
De geur van fruit, maar niet echt prikkelend noch sappig. Het zijn tuinkruiden, noten en rozijnen die het fruit in eerste instantie wat onderdrukken (subtiele sherrytonen). Maar met wat tijd geven, laat het fruit zich kennen. Sinaas, perzik, abrikozen en meloen. Op de smaak is het fruit prominenter aanwezig. Banaan, perzik, meloen, mango (best wel tropisch ja), vermengd met wat florale toetsen, honing en een (klein) beetje eik. Zoethout. Ook wat gekookt fruit (allerlei confituren). Lange fruitige afdronk met hier wat meer hout en kruiden, wat de whisky op het einde een erg aangename bitterheid bezorgt. Niet super complex, maar wel super lekker. En beter dan de onlangs besproken 1966 van TWA & The Nectar als je het mij vraagt. 1976 is gewoon een top-vintage voor Tomatin. 91/100

Glen Grant 34y 1972, Single Malts of Scotland

De op twee na laatste whisky in het feestrijtje is een Glen Grant 1972 gebotteld door Speciality Drinks Ltd., de firma van Sukhinder Singh achter onder andere The Whisky Exchange.

 

Glen Grant 34y 1972, 54.9%, Single Malts of Scotland, Speciality Drinks, sherry butt #2380, 447 bottles
Sherry voor sherryliefhebbers. Zowel op de neus als op de smaak stevige maar ook complexe sherry. Dat vertaalt zich in de geur van rode vruchten (zoete kersen, duidelijk), noten, romige karamel, eik, pruimencompot en drop. Dat alles met een lichte rokerigheid op de achtergrond. Erg dik en ‘rijk’, rijk aan geuren. Ook de smaak is dat. Hier denk ik aan hetzelfde rode fruit maar ook gedroogd fruit (abrikozen, rozijnen, pruimen), kruiden, eik, kandij, pompelmoes (mooie bitterheid) en opnieuw drop. Zoute drop. Tabak ook nog. Lange, verwarmende, bitterzoete afdronk. Erg mooie, complexe Glen Grant met – wat me hier vooral aanstond – veel rood fruit. 91/100

Longmorn 34y 1976, Malts of Scotland

Longmorn werd opgericht in 1894 tijdens de zogenaamde whisky-boom door John Duff, die in de jaren 1870 reeds Glenlossie uit de grond had gestampt, en in 1898 ook nog eens Benriach bouwde, toen onder de naam ‘Longmorn #2’. Even later echter werd Duff failliet verklaard, waarop de distilleerderij overgekocht werd door James Grant. Deze overname luidde een periode van grote bloei in, het aantal stills werd verdubbeld, de productie schoot de hoogte in. Vandaag is Longmorn in handen van Pernod-Ricard (Chivas).

 

Longmorn 34y 1976/2011, 51.5%, Malts of Scotland, cask 5892, bourbon hogshead, 132 bottles
Heerlijke zoete en kruidige neus. Honing en honingkoek. Gekonfijt fruit, cake, wat me onvermijdelijk bij de bolus brengt (je weet wel, de koffiekoek die je niet vaak meer tegenkomt, toch niet in onze regio). Naast het gekonfijte fruit denk ik ook aan lychee en sinaas, en qua kruiden zijn het gember en nootmuskaat die bij me opkomen. Zachte eik. Butterscotch. En dan iets waar ik heel lang op heb zitten zoeken en dat ik heel duidelijk aanwezig vind, nl. Maitrank. Maitrank is een aperitief uit Luxemburg op basis van witte wijn en Lievevrouwbedstro. Het wordt meestal met een schijfje sinaasappel geserveerd. De smaak is minstens even goed als de neus, misschien zelfs nog iets beter. Zoet, fruitig en kruidig. Appel-kaneel, apfelstrudel, rozijnen op rum… I love it! Munt ook, gember, vanille, marsepein, sinaas (de marsepein met sinaas omhuld door donkere chocolade van Dominique Persoone, ha!), ja, dit is smullen! Met water wordt het geheel wat droger, zowel op de neus als op de smaak. Ook hier geen water nodig dus. Lange, erg lange, verwarmende en licht drogende afdronk in het verlengde van de smaak (kruiden en fruit), bitterzoet. Zalige whisky! 91/100

Springbank 34y 1970, Prestonfield

Ha, oude Springbank, altijd iets om naar uit te kijken. De whisky van Springbank is licht geturfd, in tegenstelling tot hun Hazelburn (niet-geturfd) en Longrow (zwaar geturfd). In concreto betekent dit dat de gemoute gerst gedurende ongeveer zes uur gedroogd wordt boven een turfvuur en dan nog eens een 24 uur met hete lucht. Dat is in ieder geval de situatie nu, de whisky die ik vandaag bespreek, is er eentje van eventjes geleden. Bedankt voor deze sample Karel!

 

Springbank 34y 1970/2001, 51.2%, Prestonfield, cask 1631, 157 bts.
Mmm, mooie sherry op de neus. Bitterzoet. In eerste instantie denk ik aan hout, eikenhout, vermengd met zwarte bessen (cassis – crème de cassis). Een heerlijke lichte rokerigheid erdoorheen. Rook van het hout. Geboende antieke meubels. Gho ja, dat typische oude Campbeltown profiel, I just love it. Waxy sherry! Gestoofd fruit, warme aarbeienconfituur. Kruiden. Complex quoi. Proeven nu. Mondvullend, dik op de tong, stevig en drogend. Zelfs wat agressief. De bessen, het hout, de lichte rook, de kruiden, het zit allemaal ook hier. Daarenboven dien ik nog hazelnoten en rijpe sinaas te vermelden. Op de duur wordt hij me evenwel een beetje té droog, er doemen taninnes in de vorm van druivenpitten en kastanjes op. Lange, droge en kruidige afdronk met wat appelsienschil. Een hemelse neus en een smaak die je terug met de voeten op de aarde zet. 87/100

Benriach 34y 1975 for The Whisky Agency

Ah, oude Benriach… smeuïge, zoete fruitigheid! Een profiel dat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Er zijn hier al een handvol 1976’ers en 1968’ers de revue gepasseerd, vandaag een 1975 voor The Whisky Agency. We weten dat Carsten z’n bottelingen wel weet te kiezen, dit kan alleen maar genieten worden…

 

Benriach 34y 1975/2010, 50.6%, OB for The Whisky Agency, cask 3061, bourbon hogshead, 348 bts.
Zoals te verwachten heb ik meteen veel fruit op de neus. Tropisch fruit à la meloen, passievrucht, ananas en ook mandarijn en roze pompelmoes. Wat honing zorgt voor een zoete toets, gember en peper voor een kruidige. Op de achtergrond een klein beetje turf, niet zoveel als in de 1976 for the Nectar maar wel aanwezig, wat ik bij andere 1976’s niet had. Die neus is om van te smullen, zonder erg complex te zijn. Ook de smaak is dat niet. Hij is romig, zoet en fruitig. De lichte rokerigheid is hier zo goed als verdwenen. Het tropisch fruit, de citrus, de honing en de lichte kruidigheid zijn wel nog aanwezig. Lange afdronk, perfect in het verlengde van de smaak, op dezelfde associaties. Héérlijk! 91/100

Bunnahabhain ‘Auld Acquaintance’

Dit is zonder enige twijfel de beste Bunnahabhain die ik ooit gedronken heb. En ik ben in goed gezelschap, ook John MacLellan, de vorige distillery manager en Serge Valentin beschouwen dit als de beste Bunna ever. Ik dronk ‘m voor het eerst in de legendarische whiskybar Duffies in hartje Bowmore. Nu eindelijk de kans om dat in alle rust nog eens over te doen en er een tweede keer van genieten. En dit is genieten met volle teugen, hij is even fantastisch als in m’n (springlevende) herinnering.

 

Bunnahabhain 34y 1968 ‘Auld Acquaintance’, 43.8%, OB 2002, 2002 bts
Zalige complexe en delicate neus met fruit (sinaas vooral maar ook pruimen), zachte zoete turf, zilt, gember, boenwas, evoluerende naar geroosterde noten, melkchocolade, de geur van een antiekshop en een lichte stoffigheid die hier een absolute meerwaarde is… prachtige subtiele sherrytonen. En wat een balans! Sublieme neus. De smaak doet echter niet onder. Hij is romig, hij is zoet, hij is fruitig en hij is kruidig. Een beetje hout erdoorheen, niet teveel, niet te weinig. De balans tussen bitter, zoet en zelfs een klein beetje zuur is gewoon perfect. Lange verwarmende afdronk met chocolade, sinaas en hout. What an acquaintance! 94/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Een Auchroisk om ‘u’ tegen te zeggen (of iets anders)

Auchroisk ‘Auk’s Choir’ 34y 1975/2009, 41.3%, Daily Dram, The Nectar, 97 bottles – Speyside – 88/100
Spreek uit ‘othrosk’. Subtiele, zachte neus op vanille, fruit, lichte rook, koffie en wat hout (de jaren I guess). Njam njam. Ook de smaak is erg lekker. Zacht, zoet (karamel, rozijnen – op rum!), fruitig (citrus), lekker. Mooie afdronk. Weerom een sterke vatselectie van de jongens van The Nectar.