Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1978’

Glendullan 26y 1978, Rare Malts

Glendullan is zo’n typische blenderswhisky. Grote productie, weinig single malts. Het is in handen van Diageo en werd gesticht in 1896. Er zijn meerdere Rare Malts van uitgebracht, deze 1978 is de meest courante. Nog op meerdere plaatsen te koop, voor een 150 euro.

 

Glendullan 26 YO 1978/2005, 56.6%, Rare Malts SelectionGlendullan 26y 1978/2005, 56.6%, OB Rare Malts Selection
De neus start op het typische Rare Malts profiel: granig, grassig (hooi), alcoholisch en clean. Maar dat slaat vrij snel om in aromatischere toestanden zoals fruit (abrikozen, perziken, ananas en meloen), kruiden (eucalyptus, gember, kaneel en peper), vanille en een beetje karamel. Zachte, ondersteunende eik. De smaak is zoals altijd krachtig en prikkelend, op granen (muesli), fruit (perziken, ananas, meloen… gelijklopend met de geur dus), kruiden (hier valt vooral de gember en de peper op) en zoete tonen zoals vanille en kandijsuiker. Water toevoegen brengt zelfs een heel klein beetje turfrook naar boven. Nice. De afdronk is van het lange type, clean, kruidig en zoet. Dit is niet mijn beste Glendullan, die eer gaat naar de Manager’s Dram (wat een beauty), het is wel mijn tweede beste. 86/100

Glen Mhor 15y 1978, Gordon & MacPhail Cask

Vandaag een oude jonge Glen Mhor uit de Cask reeks van Gordon & MacPhail. Werken is dit. Maar niet slecht terug eens met beide voeten op de grond te komen, heb me wat te veel bezondigd aan recente en minder recente pareltjes de laatste tijd.

 

Glen Mhor 15 YO 1978, 62.2%, Gordon & MacPhail Cask, casks 2263, 2264, 2266, 2268Glen Mhor 15y 1978/1993, 62.2%, Gordon & MacPhail Cask, casks 2263, 2264, 2266 & 2268
Frisse, prikkelende en granige neus, vermengd met fruitige tonen. Kiwi, lychee, de schil van groene appels. Het granige karakter vertaalt zich in muesli met yoghurt (licht zurig). Ook in gist. En pils. De alcohol speelt ook wel op, resulterend in hars, peper en lijm. Zelfs wat aceton. Of nagellakverwijderaar. Potloodslijpsel. Vanille. Best complex die geur, maar niet altijd even aangenaam. Water toevoegen brengt ether naar voor. De granen treden nog meer op de voorgrond. Geen meerwaarde dus. Misschien is het dat wel op de smaak. Zonder water erg krachtig. Nu ja, wat had je verwacht? Granig en licht zuur. Pils, gist, hars, opnieuw het potloodslijpsel. Pas na enige tijd een beetje onderliggend fruit. Maar dan enkel nog groene appels. Opnieuw dat zurige. En met wat goede wil ananas. Maar ook wijnazijn. Peper. Water help hier wel. De ananas komt duidelijker naar voor, het zurige verdwijnt. Middellange, droge afdronk. Zonder water licht zurig, met water niet. De score is met water, wat de smaak ten goede komt. Zonder water halt ie amper de 70. 74/100

Dalmore 1978

De geschiedenis van The Dalmore gaat terug tot 1839, het jaar dat Alexander Matheson aan de oevers van de Cromarty Firth, met zicht op Black Isle, The Dalmore uit de grond stampte. Het was van in het begin de bedoeling van Matheson om de gebouwen te verhuren, hij had nooit de intentie de distilleerderij zelf te beheren. De eerste huurder van The Dalmore was de familie Sutherland. Een telg uit deze familie, Margaret Sutherland, die de distilleerderij leidde van 1860 tot 1866, werd bedacht met de bijnaam ‘Sometime distiller’, omdat zij enkel kwam werken als ze daar tijd en vooral zin voor had.
Het is niet de eerste keer dat ik deze 1978 proef, ik weet dus dat ik me mag verheugen op een pareltje van een whisky. Hij rijpte 29 jaar op Amerikaanse eik en daarna nog een tijd op Gonzales Byass sherryvaten.

 

Dalmore 1978Dalmore 1978 ‘Sherry Finesse’, 46%, OB 2011, Gonzales Byass casks, 477 bottles
Geweldige sherryneus vind ik dit. Complex, elegant, aromatisch, rijk… en vooral perfect gedoseerd en gebalanceerd. In willekeurige volgorde (de aroma’s komen en gaan) noteer ik honing, vanillefudge, marespein, kersen, bramenconfituur, mokka, praliné, sinaas, ananas, geroosterde amandelen, tabak, munt, sappige eik, zoethout en de geur van sigarendoosjes. Deze opsomming maakt duidelijk dat het een complexe bedoening is, maar allemaal ook erg mooi geïntegreerd en verweven, prachtig. Ook op de smaak zit de balans goed, zeer goed. Er is niets dat overheerst, er is niets dat de rest wat verdringt. Ik heb veel fruit, zowel bosvruchten (bramen, bosbessen, rode bessen), kersen als banaan en ananas. Weinig gedroogd fruit. Amandelen (het is zoet, dat gaat dus richting marsepein opnieuw), boenwas, melkchocolade, praliné, eik, zoethout, peper, kaneel, mokka, tabak, perensiroop, et cetera. Vooral et cetera. Lange afdronk, kruidig en zoet. Xmas cake, gekonfijt fruit en kruiden. Machtige whisky, met de nadruk op balans en complexiteit. 92/100

Highland Park 1978

Highland Park voert een erg doorgedreven houtbeleid. Van het telen van de bomen tot het rijpen van de whisky. De distilleerderij koop geen vaten op, het laat z’n vaten maken in Spanje, van speciaal daarvoor geteelde en geselecteerde bomen uit het noorden van het land. Daarna verhuren ze deze vaten aan bodega’s, alwaar ze worden gevuld met sherry. Deze sherry mag vervolgens twee jaar rijpen, waarna de sherry wordt afgevuld op flessen en de lege vaten naar Orkney worden verscheept. Het hout dat wordt gebruikt om er sherry op de laten rijpen is zowel afkomstig van Europese eik als van Amerikaanse eik. En alhoewel het in beide gevallen om sherryvaten gaat, is het resultaat op de whisky die er in rijpt helemaal anders.
Vandaag de vijfde in de ‘Vintages’ reeks, de 1978 die na de 1998, 1994, 1990 en 1973 kwam.

 

Highland Park 1978 'Vintage Collection', 47.8%, OB 2011 for Travel RetailHighland Park 1978 ‘Vintage Collection’, 47.8%, OB 2011 for Global Travel Retail
Pittig op de neus, met in het begin veel kruiden (kaneel, zoethout, nootmuskaat, munt), ronde eik en honing, en na enige tijd hoe langer hoe meer fruit. Sinaas, pruimen en kokos. Romige chocolade. Onderliggend een mooie waxyness. Kaarsvet en schoensmeer. En de geur van houtsnippers. Ook deze van sigarendoosjes. Lichte rook. Dit is wel zeer aangenaam om ruiken. Erg complex. De smaak wordt echter gedomineerd door het hout. Tonen van eik, noten, peper, kruidnagel en veel munt. Daarachter wat mandarijn en zoethout, maar dat slaagt er niet in de droge elementen voldoende te counteren. Ook merkelijk minder complex dan de geweldige neus. Lange, kruidige en licht bittere afdronk. Een typische ruikwhisky. 85/100

Glencadam 28y 1978, Jack Wieber

Vandaag wat voor menig liefhebber de beste of toch op z’n minst één van de beste Glencadams is, namelijk de 1978 die Jack Wieber bottelde onder z’n Old Train Line. Hij zal het wat mij betreft dan toch moeten opnemen tegen de 1974 van Malts of Scotland.

 

Glencadam 28 YO 1978, 56.2%, Jack Wieber’s Old Train LineGlencadam 28y 1978/2006, 56.2%, Jack Wieber’s Old Train Line, cask 2311, 402 bts.
O ja, dit is een wel erg mooie sherryneus. Gedroogde vijgen en dadels, koffie, tabak (tabaksbladeren en tabaksrook), noten, praliné en een hoop kruiden. Qua kruiden zowel de keukenvariant (kaneel, nootmuskaat) als de tuinvariant (munt, bieslook, peterselie). Gebakken appeltjes. Met kaneel dus. De smaak is stevig en start op licht bittere tonen van de eik, de noten en de kruiden, snel gevolgd door fruitige tonen van pruimen, aardbeien en abrikozen en zoete tonen van karamel en chocolade. Lange, verwarmende afdronk waarbij het fruit en de kruiden mooi in balans blijven. I like this a lot. 89/100

Macduff 17y 1978, Signatory

En dan nu mijn beste Macduff tot op heden. Amper zeventien jaar oud, maar proeft er minstens tien meer.

 

Macduff 17y 1978/1996, 58.8%, Signatory, cask 4159, 376 bottles
Aromatische, fruitige neus: ananas, aardbeien en kokos. Daarna krijg ik tonen van zoethout en noten. Amandelen, neigend naar marsepein. Heerlijk toch wel. Zachte belegen eik en wat hars zorgen voor de nodige body. Ha, ook mos en bladeren (de herfst). Nice! Ook de smaak is nice, en meer dan dat. Mooie ronde eik onder frisse tonen van tropisch fruit, perzik, kokos en kruiden zoals munt, peper, gember en zoethout. Kaastaart? Toch iets dat er op trekt. Ik ben zot van kaastaart. Eerder lange, zoete en kruidige afdronk, met nog een fruitige comeback als je het niet meer verwacht. Mooi, mooi, mooi. 91/100

The Asta Morris sessions: Benriach 1978

Ik besluit de Asta Morris sessions with, euh, met de Benriach 1978 die al enkele maanden geleden op de markt kwam, tegelijkertijd met de 1975. Ik proefde deze whisky dus naast de twee nieuwe bottelingen én naast de 1975.

 

Benriach 32y 1978/2011, 48%, OB for Asta Morris, sherry hogshead #7037, 79 bottles
Directe, erg aromatische en expressieve neus. Smeuïg zoet en fruitig. Appel- en perensiroop, zoete ananas, dito sinaas, pruimencompot, rozijnen, evoluerend richting high-end rum en zelfs iets van oude porto. Zo goed als geen eik of kruiden, noch noten of andere eerder bittere associaties. De geur evolueert niet echt en is ook niet super complex (oké, de 1975 is wat dat betreft niet de meest ideale sparring partner), maar dat is natuurlijk allemaal niet nodig als het er meteen boenk op is. Puur genieten! Ook de smaak is vol, romig en zoet. Kandijsuiker. Het fruit is hier eerder citrus (sinaas), naast de rozijnen. Hier wel wat eik, licht en aangenaam bitter. Ook de smaak is niet complex te noemen maar blijft lekker, alhoewel hij niet helemaal het niveau van de neus haalt. Lange, volle afdronk. Puur op de neus was het 93 geweest. 92/100
 
Benriach 1978 is over het algemeen niet zo uitzonderlijk lekker, deze is dat wel. Dit zou dus wel eens de beste Benriach 1978 ooit kunnen zijn. Dat er een betere 1975 dan de Asta Morris zou bestaan, of nog zou verschijnen, lijkt me vrij onwaarschijnlijk. Wat wil zeggen dat de heer Bruyneel wel eens de beste 1975 én de beste 1978 gebotteld zou hebben. Sterk!

Een Brora, weer veel te lang geleden

Brora 1978 is erg zeldzaam, bij mijn weten zijn er enkel drie 1978’ers gebotteld door de Scotch Malt Whisky Society, SMWS voor de vrienden. Eén van deze drie kreeg de naam ‘Marmalade on burned toast’ mee, ik veronderstel dat ik dat dan ook ga proeven.

 

Brora 25y 1978/2004, 57%, SMWS 61.20 ‘Marmalade on burned toast’
Cleane, waxy en mineralige neus: natte stenen, kaarsvet, schoensmeer. Wat floraal ook: gedroogde bloemen en hooi. Appelmoes met kaneel. Gestoofd fruit (de ‘marmalade’), hoe langer hoe meer. Olie. Lichte turfrook. Fris en erg aromatisch. Stevig en olieachtig in de mond, op bijenwas, honing, kruiden (zoethout, peper, gember), gekonfijt én gestoofd fruit, confituren inderdaad. En nu je het zegt, iets geroosterd, toast indeed. En niet te vergeten, onderliggende turf. Smullen! Water geprobeerd, maar dat brengt weinig bij, is trouwens al lekker genoeg zo. Lange afdronk, op zachte, romige turf en wat kruiden (hint van mosterd zelfs). Lovely! En zeker op de smaak heeft deze whisky z’n naam niet gestolen. 92/100

Glendronach 1978, oloroso cask #1040

De single casks van de jaren zeventig – de 1978, 1972 en 1971 dus – zijn alle gerijpt op olorosovat. Met deze 1978 maken we meteen een stevige sprong in de tijd, elf jaar ouder dan de vorige 1989’er. Eens zien of het ook beter wordt.

 

Glendronach 31y 1978/2010, 51,2%, OB, oloroso cask #1040, 522 bts.
Zachte subtiele sherry. Op de neus heb je de usual suspects zoals noten, koffie (latte), sinaas, bessensap ook en wat honing, maar alles subtiel, niks scherps. Dat kan beschouwd worden als een pluspunt, maar anderzijds ben ik er ook niet wild van. Zacht maar weinig boeiend, mist karakter. De smaak is gelukkig iets steviger. Hier heb ik rijpe sinaas, kandijsuiker, hazelnoten en eikenhout. Bitterzoet afdronk. Verre van slecht maar voor mij toch een beetje een tegenvaller. 82/100

Bezoek aan Balblair

Balblair is misschien niet de meest sexy distilleerderij, maar als ik nog maar denk aan hun 1966 Spanish oaks, komt het water me in de mond. Zowel de 33y als de 38y zijn ronduit schitterende whisky’s. In ieder geval stond donderdagvoormiddag een bezoek aan Balblair gepland. John MacDonald, distillery manager, leidde ons rond in zijn speeltuin en liet ons enkele vintages proeven. Balblair brengt tegenwoordig trouwens enkel vintages uit, geen klassieke ‘leeftijden’ noch single casks. Het bezoek werd afgesloten met een copieuze lunch die ons sterkte voor de lange rit naar Knockdhu.

Balblair, gelegen in Edderton, Ross-Shire, is één van de oudste Schotse distilleerderijen, het werd opgericht in 1790 (Bowmore is bij mijn weten met 1779 de oudste), het is in ieder geval de oudste nog operationele Highland distillery. De man achter het project was John Ross, later opgevolgd door z’n zoon Andrew. Balblair bleef familiebezit tot 1894, toen het in handen kwam van Alexander Cowan. Het is deze Cowan die de distilleerderij herbouwde tot de huidige site. Na een lange sluiting, van 1915 tot 1947, werd de productie terug opgestart onder Robert ‘Bertie’ Cumming. Deze advocaat stond bekend als levensgenieter en niet vies van een drammetje, en meer dan één. Zo gaat het verhaal dat hij, na iets te diep in het glas gekeken te hebben, de pub waar hij consumeerde, opkocht en zich daar de dag nadien natuurlijk niets meer van herinnerde. Maar hij nam z’n verantwoordelijkheid op en maakte van de pub een succesverhaal.

Onder leiding van Bertie bloeide ook Balblair op: de distilleerderij werd uitgebreid, de productie gevoelig verhoogd. Bij zijn pensioen in 1970 verkocht Cumming Balblair aan Hiram Walker. Hiram’s bedrijf werd later opgenomen in de Allied Distillers groep, die het op zijn beurt in 1996 verkocht aan de huidige eigenaars, Inver House.
Vandaag de dag gaat ongeveer 15% van de productie naar single malt, de rest vooral naar de blends van Inver House, zoals daar zijn: Catton’s, Hankey Bannister, MacArthur’s, Glen Talloch en Pinwinnie Royal, én naar hun likeur genaamd Heatter Cream.

 

Maar laat het ons nu maar hebben over waar het hier toch om draait, den drank. Het water voor de whisky komt van de iets verderop gelegen Allt DeargIn bron, de gemoute gerst is zo goed als ongeturfd (1,5 p.p.m.) en heel het productieproces is – zoals het hoort nietwaar – zeer uitgekiend. Maar ik bespaar jullie alle technische details (ben zelf trouwens al een deel vergeten en ik heb nu ook weer niet alles genoteerd). Vermeldenswaard is misschien nog dat er drie stills in de gebouwen staan, maar daar zijn er nog maar twee van in productie.
In 2007 werd het aanbod volledig herzien, met een nieuwe vormgeving en een nieuwe bottelstrategie, de vintages. Dus geen ‘Elements’ meer, en ook geen ‘age statemets’ meer. Hieronder geef ik een overzicht van de vintages die we te proeven kregen. Om evidente redenen zijn de besprekingen eerder beperkt en om even evidente redenen niet vergezeld van een score.

 

Balblair New Spirit, 68.1%
Zoet (suikerspin) en zéér fruitig. Veel peer en ook wat appel. M.a.w., wat je kan verwachten van new spirit.

 

Balblair 2000, 43%, OB 2010
Dit is de opvolger van de 1997. Duidelijk gerijpte new spirit, waarmee ik bedoel dat je de new spirit herkent, maar dan een stuk ronder en voller. Nog steeds veel peer maar ook perzik en banaan, vanille en granen. Het wit fruit zit ook op de zoete smaak, naar het einde en in de afdronk is hij licht kruidig. Niet erg complex, maar foutloze en vlot drinkbare whisky.

 

Balblair 1997, 43%, OB 2009
Deze is een oude bekende en mijn kennismaking indertijd met de Balblair vintages. Ik ben er nooit écht fan van geweest, en ook nu kon hij me niet bijzonder bekoren, alhoewel hij bij sommige van mijn reisgenoten wel in de smaak viel. Deze whisky heeft een lichte, fruitige (ik denk aan Europees fruit) en florale neus. Zoete (honing) en licht bittere smaak. Kruiden. Maar alles is heel speels, licht en vluchtig, het geheel mist wat body.

 

Balblair 1989, 43%, OB 2010, 2nd edition
Maar dit is verdorie wel spek naar m’n bek! Ik scoorde de eerste editie 84/100, deze scoort zeker hoger. Lucas liet me hem de avond ervoor al proeven en hij is écht lekker. Veel complexer dan de 2000 en de 1997 met een heel delicate neus op zoete (karamel), fruitige (ananas, zelfs wat passievrucht) en florale (gedroogde bloemen, hooi) tonen. Licht waxy ook, wat voor mij toch altijd een meerwaarde betekent. De smaak is vol en romig, met naast het fruit (perzik en peer hier) en het zoets van de neus een zeer lekkere kruidigheid. Lange, volle en rijke afdronk. Prijs/kwaliteit vind ik dit een topper. Ja, u leest hier een kooptip (en nee, ik heb dit niet moeten beloven).

 

Balblair 1978, 46%, OB 2009, 3000 bottles
Eindigen deden we in schoonheid. Deze 1978 voegt nog een extra dimensie toe t.o.v. de 1989. Het fruit op de neus is hier gestoofd fruit (aardbeien en pruimen onder andere), de kruiden zitten ook hier al. Ik denk aan gember. Geconfijte gember. I love it! Honing, amandelen… o ja, hij evolueert ook erg mooi. Veel fruit en evenveel kruiden op de smaak, alles perfect in balans. Vrij lange, fruitige afdronk. Yep, deze is nog wat ‘dieper’ dan de 1989, nog wat expressiever ook. Maar je tast ook al wat dieper in de buidel natuurlijk, het is immers een whisky van meer dan 30 jaar oud. Een beauty.

 

Morgen (of overmorgen, al naargelang de goesting) lees je m’n verslagje van de namiddagactiviteit, ons bezoek aan Knockdhu en z’n An Cnoc whisky.

 

Port Ellen 22y 1978, Rare Malts

Twee jaar na de 20y, bracht Diageo een tweede Port Ellen 1978 onder het Rare Malts label uit. Ik was al volledig weg van de 20y, eens zien of dit ook bij de 22y het geval is.

 

Port Ellen 22y 1978/2000, 60.5%, OB Rare Malts
De neus is in ieder geval al een schot in de roos. Een plat de fruits de mer op de zeedijk, wat zich vertaalt in zilt, iodium, zeewier, oesters, gerookte heilbot, vers geknipte peterselie, citroen en pompelmoes. Linde. Dit alles vergezeld van zachte en prikkelende turfrook en wat zoets. Vanille, honing. Genieten in overdrive. Deze Port Ellen is dik op de tong, om op te kauwen bijna. Zoet, ziltig, fruitig… smullen! Daarna komt de turf opzetten, mooi in balans met de citrus en de ‘zee’, daarna volgt wat peper en cashewnoten. De afdronk is lang, erg lang, op zilt, peper en rook. Hij eindigt in een erg aangename bitterheid (hout en donkere chocolade). Ik besef nu pas dat ik whisky op meer dan 60 graden gedronken heb, maar ik had nooit de behoefte hier water bij te doen. Typischer kan Port Ellen van eind jaren zeventig trouwens niet zijn. Verschillend van Port Ellen van begin jaren tachtig en weer helemaal anders dan Port Ellen van eind jaren zestig – begin jaren zeventig. Typisch maar ook geweldig lekker en van hetzelfde hoogstaande niveau als die andere Rare Malt. 93/100

Twee Ardbegs

Ardbeg Almost There 1998, 54.1%, OB 2007 – Islay
De derde stap naar de nieuwe 10y, gedistilleerd in 1998 (heropening distilleerderij). Eerste (Very Young) en tweede (Still Very Young) heb ik niet geproefd, maar ik kan me voorstellen dat deze wat minder ruw is. Toch is het een echte turf-bom. Behoorlijk medicinaal in de neus met veel zee associaties. Zeewier en zilt. Houtskool. Granen. Onrijpe peren. Minder fruitig dan de 10 jarige die ik heb staan. Ook in de smaak is weinig fruit te detecteren. Wel véél turf en kruiden. Terugkerende rook. Lange turf-afdronk met de peper. Ontbeert wat complexiteit, maar wat extra rijping kan wonderen doen. 82/100
 
Ardbeg 20y 1978, 43%, OB 1998 – Islay
Erg zachte Ardbeg. Waar zit de turf? Neus van granen, beetje fruit en in de verte heel lichte rook. Licht zoete, vettige en fruitige smaak. Redelijk korte en fruitige afdronk met op het eind lichte rook. Erg atypisch allemaal, maar best lekker. 85/100