Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1973’

Twee exclusieve Tomatin single casks

Laat ons even de decadente toer op gaan. Recent bracht Tomatin twee exclusieve single casks uit, een 1982 en een 1973, geselecteerd door Master Distiller Douglas Campbell himself. Het exclusieve zit ‘m onder andere in de verpakking maar ook in de prijs, je betaalt al gauw 350 pond voor de 1982 en 500 pond voor de 1973. Pond. Deze whisky’s kunnen maar beter waanzinnig goed zijn.

 

Tomatin 28y 1982/2010, 57%, OB, refill sherry, cask 92, 560 bts.
Lekkere, zachte, zoete sherryneus met licht florale tonen. Rozenbottel. De sherry vertaalt zich in noten, zoethout, leder, pruimen, eucalyptus en tabak. Een klein beetje rook ook. Woodsmoke. Geroosterd vlees. Ook behoorlijk wat fruit. Sinaas vooral. Opgelegde peren? Kaarsvet. Anijs komt ook om de hoek kijken. Aangenaam, complex en perfect gebalanceerd. De smaak is vol, romig en ondanks het alcoholpercentage zijdezacht. Donkere maar absoluut geen bittere chocolade, dadels, vijgen en kruiden springen er in eerste instantie uit. Dan kruidnagel, kaneel en behoorlijk wat zoethout. Daarna hazelnoten en lichte eik. De sinaas hebben we terug, net als wat roze pompelmoes. Lange, verwarmende afdronk. Zachte, erg toegankelijke en ook erg lekkere whisky maar veel te hoog geprijsd. 88/100
 
 

Tomatin 36y 1973/2010, 44%, OB, refill bourbon, cask 26502, 184 bts.
O, dit is meteen full blown op fruit. Zoet fruit. Sappige peren en dito rode appels, bananen en andere tropische varianten. Mango, meloen enzo. Honing, marsepein, boter, gedroogd gras en kruiden. Kruidenlikeur à la Jägermeister. Zalig is dit! De smaak is licht en subtiel en moet het hebben van fruit en kruiden. Qua fruit de peer weer, net als het tropische fruit. Wat eik, maar op de achtergrond. Hier mist hij misschien een beetje power. Dat laatste zorgt er ook voor dat de afdronk niet al te lang is, op fruit en honing. Zilt? Een beetje ja. Licht drogend. Wreed lekker, zeker op de neus, maar ook hier is de (retorische) vraag of hij z’n exuberante prijs wel waard is. 90/100

Advertenties

Craigduff

Craigduff is geturfde Glen Keith, bij mijn weten enkel door Signatory gebotteld. Naast de onderstaande 1973 is er nog een andere 1973 (vat 2514) door hen onder dezelfde naam op flessen getrokken. Signatory heeft trouwens ook een Glenisla op de markt gebracht, een nog zwaarder geturfd Glen Keith experiment.
Toen Signatory z’n eerste Craigduff 1973 bottelde, ging men er verkeerdelijk van uit dat het om geturfde Strathisla ging, maar nader onderzoek wees uit dat de whisky gedistilleerd werd op Glen Keith. Het label vermeldt dus een verkeerde distilleerderij.
Het experiment dat men op Glen Keith uitvoerde, was op basis van licht geturfde malt én zwaar geturfd water dat bij elke wash toegevoegd werd, à ratio van 10 gallons (een kleine 38 liter) per wash.

 

Craigduff 32y 1973/2005, 49.4%, Signatory Cask Strength Collection, sherry butt #2513, 566 bottles
Frisse, levendige en complexe neus. Cleane turf, geen medicinale elementen, wel veel bijenwas, honing, noten, vers gemaaid gras, composterend tuinafval (dat valt hier heel wat beter mee dan het zo neergeschreven overkomt), wat frisse kruiden ook (the herbal kind). Erg lekker! Op de smaak is hij stevig en mondvullend, waxy, licht rokerig en grassig. Het niveau van de neus wordt hier niet helemaal doorgetrokken, het frisse en zoete ontbreekt. Wat kruiden naar het einde, net als hars. Vooral het waxy karakter valt op. Middellange, eerder droge en kruidige afdronk. Van neus over smaak naar afdronk gaat het van heerlijk tot matig. 86/100

Craigellachie 32y 1973, Douglas Laing Platinum

Craigellachie is niet meteen de meest bekende, laat staan meest sexy distilleerderij. Sedert 1998 is het in handen van John Dewar & Sons (deel van de Bacardi groep), die ook MacDuff en Aberfeldy in portefeuille hebben. Craigellachie, gelegen aan de samenvloeiing van de Spey en de Fiddich, is misschien nog meer bekend van z’n hotel (mét indrukwekkende whiskybar) dan van z’n distilleerderij. En van de Speyside Cooperage natuurlijk. En van Macallan, inderdaad. Eigenlijk van heel wat… kortom, een must bij een bezoek aan Speyside.

 

Craigellachie 32y 1973/2005, 42.7%, Douglas Laing Platinum, 181 bts.
Zoete en grassige neus. Gedroogd gras, gaat richting hooi. Honing. Daarna fruit. Lekker, sappig fruit. Appels, appelsap. Vanille. Wat me ook opvalt, is de geur van geroosterde granen, het maken van muesli (dat is een jeugdherinnering). Natuuryoghurt, samen een ideaal ontbijt. Die neus is echt complex, er komt ook nog wat hout bij en een klein beetje hars. Ha, nu we het toch over bomen hebben: berkensap. Nog zo’n jeugdherinnering. Erg boeiende, lekkere, complexe neus. Op de smaak heb ik meer hout, kruiden, linde, munt en ook hier best wat fruit. Clementines, limoen. Honing, wat hars en een licht mineralige toets. Licht bitter op het einde en in de vrij lange, zoete, kruidige afdronk. Heerlijke genietwhisky, die blijft en blijft boeien. 89/100

Glenury Royal 37y 1973, The Whisky Agency

De whisky die ik vandaag bespreek, heeft op korte tijd een cultstatus verworven, vooral dankzij de 94/100 die hij op Whiskyfun toebedeeld kreeg. Ik was dan ook erg gebrand op een sample, voor een fles was het immers al lang te laat. De sample heb ik kunnen bemachtigen en ik zal dus spoedig weten of ik extra gefrustreerd moet zijn geen fles te hebben.

 

Glenury Royal 37y 1973/2010, 42.1%, The Whisky Agency, bourbon cask, 187 bottles
Fantastische subtiele en elegante neus op zoete en fruitige tonen, vermengd met lichte rook. Veel citrus (roze pompelmoes, mandarijn, bloedappelsien), nectarines, cavaillon, honing. Die neus is inderdaad geweldig. Ook wat hout, meer als toegevoegde waarde, nooit storend. Op de smaak speelt het hout iets meer op en komen er kruiden bij. De honing en het fruit blijven echter voldoende aanwezig. Orangettes, zoete citrusschil. Vol van smaken. Romig mondgevoel. Lange, fruitige en kruidige afdronk. Erg aromatische whisky met een neus die meer dan de uiteindelijke score verdiende. De gevoelens van frustratie kan ik toch lichtjes onder controle houden. Lichtjes. 91/100

Balmenach 1973, Gordon & MacPhail

Tijd voor een Balmenach, die hebben we nog niet gehad. Deze distilleerderij met z’n rijke geschiedenis ligt midden in Speyside, naast Tomintoul en werd opgericht in 1824 door James McGregor, een notoir ‘moonshiner’. Het bleef een ganse eeuw familiebezit. In 1993 sloot de toenmalige eigenaar Diageo de deuren, maar tot een afbraak kwam het net niet. Daar zorgde Inver House voor, dat in 1997 Balmenach opkocht, weliswaar met lege warehouses. Je kan de whisky van Balmenach ook tegenkomen onder de namen Balminoch en Cromdale.

 
Balmenach 1973/1995, 40%, G&M Connoisseurs Choice
De neus is droog en wat muf. Niet echt stoffig, ik denk eerder aan champignons en mos. Stro. Niets fouts evenwel. Na enige tijd maakt dit plaats voor fruit. Pruimen, sinaas en zelfs wat mango. Ook een kruidige toets doemt op. Kamille, munt. Evolueert mooi. Fruitige smaak met de mango en de sinaas van de neus, net als kiwi. Ja, deze Balmenach is wat tropisch. Naast het fruit heb ik vanille, zoethout, gember en een beetje hout. Lekker. Dat muffe zit blijkbaar enkel wat in de neus. Middellange afdronk op gestoofd fruit en kruiden, eindigt licht bitter. Een meer dan geslaagde kennismaking. 85/100

Het Zesde Metaal & Linkwood 1973

Het Zesde Metaal is van het beste wat West-Vlaanderen de wereld te bieden heeft. Samen met Rodenbach en The Chocolate Line dan. Hun debuut Akattemets heb ik al grijs gedraaid, maar het kreeg – buiten de late uren op Radio 1 – niet geweldig veel airplay. Nochtans schreeuwt deze plaat om bewonderd te worden. Songs als Est Miskien, Keuning van de Jacht, Peis Je Nog Aan Mie en Appartementje zijn echt sterk, maar vooral van Ik Haat U Niet krijg ik kippenvel. Wat een intensiteit! Hoe dat nummer opbouwt, van zacht naar oerend hard en terug gaat, ik krijg het er koud van. En zelfs de teksten zijn relatief verstaanbaar voor de niet-natives (zeker als je Bert Bruyneel al eens in z’n moedertaal hebt bezig gehoord).
Beluisteren van goeie muziek gaat hier ten huize Onversneden meestal gepaard met het drinken van goeie whisky. De keuze viel op een Linkwood 1973 van Signatory.

 
Linkwood 31y 1973/2005, 52.6%, Signatory, cask 14072, 191 bottles
Levendige, krachtige en fruitige neus. Ik ruik limoen, abrikoos, pruim. Kandijsiroop en vanille zorgen voor het zoets, het hout countert. Lichte, frisse smaak met ook hier een mooi samenspel tussen fruit, hout en zoets. Hier eerder honing. Qua fruit heb ik vooral perzik en abrikoos. Chocolade en een beetje zilt, en kruiden naar het einde. Die ‘peper en zout’ heb ik ook in de middellange afdronk. Erg lekkere oude Linkwood. 87/100

Malts of Scotland H2H: Glen Scotia 1972 vs Glengoyne 1973

Vanaf vandaag bespreek ik de nieuwe Malts of Scotland bottelingen. Twee ervan zijn exclusief voor België gebotteld, een Glengoyne 1973 en een Glen Scotia 1972. Maar met welke begin ik? Mmm, vermits ik niet kan kiezen (ben van het besluiteloze type), ga ik ook niet kiezen. Het zijn trouwens twee whisky’s die niet alleen ongeveer even oud zijn en beide op bourbonvaten rijpte, maar na een eerste keer proeven ook aan elkaar gewaagd bleken te zijn, ideaal dus om head to head elkaar te laten uitdagen en zo de finesses van beide te ontdekken. De Glen Scotia proefde ik trouwens vorige week maandag al, maar laat ons zeggen dat ik het niet erg vind deze nog eens te ‘moeten’ proeven. Oude Glen Scotia is zeldzaam, 1975 (o.a. een lekkere voor The Whisky Fair) en 1977 ben ik al tegengekomen, oudere nog niet.

 
Glen Scotia 37y 1972/2010, 45.1%, MoS, cask 1926, 114 bottles
De neus zou die van een oude Clynelish kunnen zijn. Van een zeer lekkere oude Clynelish. Bijenwas, gedroogde bloemen en veel fruit is het eerste wat er uitspringt en wat mij aan Clynelish doet denken. Wat nog? Pollen, honing, marsepein, antiekwas. Qua fruit denk ik aan perziken, druiven, ananas, rijpe appelsienen, dadels en de schil van Granny Smith appels. Vers gemaaid gras ook en een subtiele rokerigheid. Licht ‘old bottle effect’ – zou wel kunnen, zit toch al zeker een maand in de fles. Het zal de antiekwas zijn die me aan een antiekshop doet denken. Soit, die neus is in ieder geval absolute top. Weinig tot geen hout trouwens. Ah, op de smaak wel wat hout, net als nootmuskaat, gember, zoethout en noten. Dit maakt het geheel aangenaam bitter met zoete (honing) en fruitige tonen die het geheel in balans trekken. Hier vooral gedroogd fruit. Naar het eind druivenpitten (tannines). Middellange, droge finish op peper en noten met ook hier lichte tannines. De neus verdient 93 punten, de tannines in de mond kosten ‘m spijtig genoeg een puntje. 92/100
 
Glengoyne 37y 1973/2010, 50.4%, MoS, cask 678, 97 bottles
De neus start zoet en fruitig. Banaan, kokos (véél kokos), ananas en rijpe kruisbessen. Ik zei ‘start’, maar eigenlijk blijft hij verder gaan op zoete en fruitige tonen. Vanille en ook wat bloemen, maar vooral het fruit domineert. Geroosterde noten, dat is ook nog het vermelden waard. Ook op de smaak is hij zeer fruitig. Groene kruisbessen (dus minder rijpe dan in de geur), groene appels, witte druiven, witte pompelmoes. Boterig en mondvullend met naast het fruit redelijk wat hout (zonder echt bitter te worden), honing, vanille en kruiden. Lange fruitige afdronk met hier wel een licht bittere ondertoon. Gho, deze Glengoyne moet niet echt onderdoen voor de Glen Scotia. Op de smaak vind ik ‘m misschien zelfs iets beter. De indrukwekkende neus van de Glen Scotia is echter moeilijk te kloppen, dat rechtvaardigt het puntje extra. 91/100

Fulldram supertasting 2010

Een Fulldramseizoen afsluiten, doen we zoals gewoonlijk in stijl. En vermits onze club dit jaar z’n vijfjarig bestaan vierde, mag stijl met een hoofdletter geschreven worden. In kalligrafie en verguld. Zo werd een lichtjes fantastische clubbotteling onlangs boven de doopvont gehouden, welke binnenkort aan de leden wordt verkocht. Maar ook de afsluitende supertasting moest een stevig orgelpunt op dit jubileumjaar worden. En zo geschiedde. De vorige supertasting was z’n naam al meer dan waard, toen kregen we acht kleppers te proeven waaronder de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Dit jaar zouden het er vijf worden… met hetzelfde budget. Laat ons zeggen dat de verwachtingen wel erg hoog gespannen waren. Ook deze keer was het trouwens onze ere-voorzitter Luc Timmermans die in z’n rijke collectie dook en met vloeibaar goud richting Leuven kwam. Hieronder een verslag van een avondje genieten in overdrive.
 

Als aperitiefje kregen we een oude blend voorgeschoteld, meer bepaald een Haig van 1974. Deze bewees eens te meer dat blends vroeger gemiddeld genomen beter waren dan vandaag de dag. Het gehalte aan single malt lag toen gewoon een pak hoger dan nu.

Haig Gold label, 43%, OB, rotation 1974, blended
De neus vertoonde lichte OBE, zonder echt muf te worden evenwel. Zilverpoets eerder, en de geur een antiquaraat. Erdoorheen priemde boter, wat granen, honing, sinaas en citroen. Vicks lemon. De smaak was romig en zoet (karamel) met een aangename fruitigheid. Werd metterijd wat bitter, maar nooit storend. Een pak beter dan de recente Haig in ieder geval. 83/100
 

De eerste in het rijtje van vijf toppers was één van de drie oude sherry-juweeltjes die we te drinken kregen, een Macallan 1964. t’ Is te zeggen, dat is wat ons verteld werd want het label was zo goed als onleesbaar. Was het wel Macallan?

Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl
Oh ja, dit is een zalige, zacht-zoete sherryneus. Zoete balsamico, pruimen, rozijnen, geconfijt fruit (in van die boluskoeken!), geroosterde noten, woodsmoke en rijpe kruisbessen. Na enige tijd ook bloemen. Lekkere en complexe oude sherry. De smaak geeft associaties van bittere chocolade smeltend in je mond. Op de tong is hij romig (boter) en geeft naast de chocolade gestoofd fruit (confituren), pruimen, honing, perensiroop en een aangename kruidigheid. De afdronk is niet al te lang maar wel erg lekker op bitterzoete tonen, met terugkerend fruit. Smullen! 93/100
 

En dan volgende een andere gesherriede whisky. Andere ook in de betekenis van anders. Deze Inchgower 1967 heeft echt een heel ander profiel dan de Macallan. Veel vuiler vooral.

Inchgower 21y 1967, 46%, Moncreiffe & Co, Monza, Italy, 75cl
De neus had serieus wat tijd nodig om open te bloeien. Niet verwonderlijk na meer da twintig jaar onder kurk. Eerst had ik vleessaus, maggie en kruiden. En dat vuile. Een natte dweil? Oude, vette sherryneus. Dan verbrande karamel, chocolade, aarbeienconfituur en hars. Lichte rook er doorheen. Geen gemakkelijke, complexe neus die beetje bij beetje ontluikte. De vette sherry zette zich verder op de smaak met associaties van kersen, karamel, lichte rook en veel kruiden. En maar een beetje hout. De afdronk van deze Inchgower is een stuk langer dan deze van de Macallan maar minder fruitig. Meer op karamel en kruiden. Bijzondere whisky, maar geef ‘m vooral tijd. 91/100
 

En dan volgde een legendarische Ardbeg, ééntje uit de even legendarische Fragments of Scotland reeks van Samaroli. Het label vermeldt enkel ‘Islay’ en zegt dus niet om welke distilleerderij het gaat. De flessen werden indertijd ook redelijk goedkoop verkocht, want ja, wie wil er nu veel geld geven aan een niet nader genoemde Islay van 15 jaar oud? Maar toen duidelijk werd dat het Ardbeg 1973 was, ontstond er een rush op deze whisky. Waar je indertijd voor de ganse reeks van 6 flessen verhoudingsgewijs geen 1.000 euro betaalde, betaal je nu meer voor enkel deze Ardbeg. Op zich is Ardbeg 1973 natuurlijk niet zó uniek, wel uniek is dat dit een jonge Ardbeg 1973 is, gebotteld in 1988.

Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles
Erg complexe neus op turf, fruit (groene appels) en kruiden. Ook mineralig en hoe langer hoe meer farmy notes die komen bovendrijven. Stallen, nat hooi. Brora early 70’s style dus, toch altijd een stevige meerwaarde vind ik zo. Karamel. Zeewier. Een heel ander profiel dan ik verwachtte, anders ook dan de Ardbeg 1974’s die ik al proefde. Erg stevig en ‘dik’ op de tong. De turf, de kruiden, het (wit) fruit, je treft het ook hier aan. Maar daar houdt het niet mee op, een lekkere ziltigheid, zoethout en wat vanille komen er bij. Alles erg geconcentreerd. Zalige afdronk, ‘coastal’en ‘peaty’ en zo lang als een Belgische regeringsvorming. Zeer complexe en intense whisky. 94/100
 

En dan kwam voor mij met voorsprong het hoogtepunt van de avond. Een Glenfarclas die ik alleen maar in pure lyriek kan beschrijven, de 21-jarige in 1974 gebotteld voor Eduardo Giaconne. Een fenomenale whisky voor één van de grootste whiskypersoonlijkheden die de wereld gekend heeft. Vermits deze whisky in 1974 gebotteld is, betreft het hier distillaat van begin jaren 1950. Hou u vast.

Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974
De neus. Ik bedoel De Neus. Die van de Macallan omschreef ik als ‘zalige sherry’, die van de Inchgower als ‘oude vette sherry’, dit is… euh, beter. Oh ja, dit gaat vlotjes over al het voorgaande. Man, dit is goed! En complex! Het woord complex is uitgevonden om deze geur te kunnen omschrijven, hij blijft maar evolueren. Waar beginnen? Dit is onbegonnen werk. Toch een poging. Noten, karamel, vijgen, chocolade, lichte rubber, teer en barbeque-toestanden (de houtskool, het gegrilde vlees…). Daarna rokerige aroma’s. Woodsmoke, subtiel turf. En het is nog niet gedaan. Antiekwas, kaarsvet, honing. De geur van oude lederen zetels. Tja, en zo blijft dat maar evolueren, elke keer ruiken geeft nieuwe associaties. Op een gegeven moment moet je stoppen, want het blad raakt vol, en ook de achterkant, en je wil er ook nog eens van proeven, nietwaar? De Smaak dus. Hij zet stevig aan en biedt ook hier een associaal decadent palet aan sensaties. Gedroogd fruit (abrikoos, vijg, rozijn), geconfijt fruit, noten, chocolade, rijpe appelsienen, turf, munt, kruiden (welke? who cares?) et cetera et cetera, in excelsis deo. Amen. Lange, erg lange en complexe afdronk op kruiden, vanalle zoets en zachte turf. Volgens Luc één van de beste Glenfarclasses ever (hij geeft de indruk daar iets van te kennen), voor mij sowieso dé beste tot op heden. 96/100
 

Afsluiten deden we met een whisky met een licht fruitige toets. Qua line-up was dit perfect. Na het complexe sherrygeweld van de Glenfarclas een whisky die het moet hebben van pure fruitigheid. Het contrast kon niet groter zijn. Zoals algemeen geweten kan een line-up een whisky maken of kraken, een line-up is nooit neutraal. Soit, het gaat dus om een Bowmore 1966, het meest ‘tropische’ Bowmore-jaar.

Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles
Neus: tropisch fruit. Smaak: tropisch fruit. Afdronk: tropisch fruit. Voila, heb zelden makkelijker een whisky kunnen beschrijven. Eénzijdig, weinig complex, niet al te boeiend eigenlijk. Maar het moet gezegd: dit is oh zo superieur éénzijdig, oh zo superieur fruitig. In de neus en op de smaak een succulente tropische fruitsalade. Dominiek maakte een vrij levendige voorstelling van een wulpse dame in een strooien rokje dat al heupwiegend een grote mand fruit op haar hoofd draagt. Spijtig genoeg zeggen woorden in deze belange niet zoveel als beelden. Op het netvlies gebrande beelden. Nu, er is natuurlijk nog wel iets meer te ontwaren dan de mango, de passievrucht, de papaya, de ananas en de pompelmoes. Op de neus had ik ook bloesems, kamille en boter. Een klein beetje zilt op de tong ook. En zo goed als geen hout. Noch rook. Dit kapt zo makkelijk binnen, je hebt echt niet het idee iets op – toch nog altijd – 43% te drinken. Na de tasting had ik deze op 95/100 staan, maar had nog wat over. Na herproeven the day after doe ik er een puntje af. Hij is geweldig lekker, maar de line-up misleidde een beetje. Het gebrek aan complexiteit en evolutie, wat de Glenfarclas – overtollig – wel had, ontbreekt hier. De Bowmore Bouquet is de incarnatie van het beste van beide werelden: het beste wat Bowmore 1966 te bieden heeft in een opperste complexiteit. 94/100
 

Macallan 1964, Inchgower 1967, Ardbeg 1973, Glenfarclas early 1950’s en Bowmore 1966… dit noem ik nu eens een Supertasting zie! A ja, de top 5 van de avond was:

  1. Bowmore
  2. Glenfarclas
  3. Ardbeg
  4. Macallan
  5. Inchgower

Bowmore en Glenfarclas ex aequo maar de Bowmore had meer eerste plaatsen. Bij mij staan de Bowmore en de Ardbeg samen op twee met de Glenfarclas als absolute heerser over de avond. Ik begin Luc stilletjesaan te begrijpen. Long way to go evenwel.

 

Glenury Royal 36y 1973, Blackadder

Glenury Royal 36y 1973/2009, 46.2%, Blackadder, cask 6863, 148 bottles – Highland
Mijn eerste Glenury Royal. Oh, tarte tatin op de neus! Vers gebakken, recht uit de oven. Met rozijnen dan nog. Zoet en fruitig dus. Gestoofd fruit genre appelmoes, iets stroperigs. Ja ja, gekarameliseerde suiker, en ook de kaneel zit er in. Ook de smaak is lekker fruitig en kruidig. Het hout blijft mooi op de achtergrond. Middellange, zacht zoete afdronk. Zeer lekkere oude Glenury Royal. 89/100