Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1966’

St Magdalene 1966/1996, Connoisseurs Choice

Als je ooit de kans krijgt St Magdalene van midden jaren zestig te proeven… doen. Vooral Gordon & MacPhail heeft meerdere bottelingen onder z’n Connoisseurs Choice op de markt gebracht, maar ook Cadenhead had er een paar. En met midden jaren zestig heb ik het over 1963 (één bij G&M), 1964 en 1965 (bij beide bottelaars) en 1966 (enkel bij G&M). Als je een fles wil aanschaffen, let op het niveau van de whisky in de fles. Zeker bij de Connoisseurs Choices (die zijn op 40%) met een laag niveau kan de smaak wel eens flets worden. De neus heeft daar over het algemeen minder last van. Ik ben door de band genomen meer fan van 1966 en 1964 (op sherry) dan van 1965.

 

St Magdalene 1966/1996, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Schitterende, zachte, subtiele en complexe neus van ananas, perziken, abrikozen, mandarijn, meloen, lychee (wat een heerlijke fruitigheid), boenwas, lichte mineralen, honing, zoethout, kaneel, zachte eik… zelfs een heel klein beetje turfrook. Elegante, zachte smaak op vanille en honing, veel fruit opnieuw (meloen, ananas, perzik), lichte rook, bijenwas, oud leder, zachte kruiden (heeft iets oosters) en ronde eik. Het is allemaal erg licht, maar geef deze whisky wat tijd, je zal het je niet beklagen. Iets meer eik in de afdronk, wat ik zelfs geen minpuntje kan noemen, integendeel, het fruit en de smeuïge was worden er nog wat langer door gedragen. Complexe, gelaagde, elegante en perfect gebalanceerde whisky uit de oude doos. Simpelweg sbliem. 93/100

Advertenties

Glenburgie 46y 1966, Gordon & MacPhail

Jaren zestig Glenburgie, veel beter kan je niet hebben. Maar wat ik daar al van geproefd heb, zijn vooral oudere bottelingen, bottelingen van eind jaren tachtig en jaren negentig. Deze is pas vorig jaar gebotteld en heeft dus 15 tot 25 jaar langer op vat gelegen. Ik veronderstel dat ik dat wel zal merken. Reken op een 300 euro.

 

Glenburgie 46 YO 1966/2012, 43%, Gordon & MacPhailGlenburgie 46y 1966/2012, 43%, Gordon & MacPhail
Zoete en kruidige neus, waarbij in eerste instantie groene bananen en bruine suiker opvallen. Daarachter gaat boenwas schuil, veel boenwas. En oud leder. In het fruitcompartiment worden de bananen vergezeld van rode appels, bij de zoetstoffen de bruine suiker en honing. Zachte tonen van gezoete koffie. Onderliggend belegen eik. Niet geweldig krachtig, eerder subtiel en delicaat. Wel erg lekker om ruiken. Op de smaak laat de eik zich veel meer gelden. Samen met een hoop kruiden krijg je een verwarmend geheel. Scherpe kruiden zoals gember en peper, vermengd met rood fruit. Frambozen, bramen en rode bessen. De zoete elementen moeten serieus hun best doen om aan de oppervlakte te komen. Donkere chocolade valt wel op. Naar het einde toe wordt het mij iets te droog, er komen zelfs wat lichte tannines bij. Kastanjes. Lange, kruidige afdronk. Subtiele en delicate neus, maar op de smaak net iets te droog voor mij om de negentig punten te halen. 89/100

Loch Lomond 1966

Mijn eerste Loch Lomond (toch de eerste die ik hier bespreek, niet de eerste die ik proef), en meteen de oudste die er beschikbaar is. Dit is een distillaat van 22 september 1966, gebotteld in juni 2011. Kost een 140 euro, wat erg goedkoop is voor z’n leeftijd.

 

Loch Lomond 44 YO 1966, 40%, OBLoch Lomond 44y 1966, 40%, OB 2011, 1640 bottles
Grassige en vegetale neus. Nat gras, varens, gekookte bloemkool (no kidding), gekookte broccoli (no kidding)… Ook wat normalere associaties van appels, onrijpe bananen, zoethout en leder. En hars. Spijtig genoeg denk ik ook aan natte kranten. Zo geweldig aangenaam vind ik dit niet. Zachte eik. De smaak is licht, grassig en zoet. Vanille, karamel, marsepein, zoethout… geen karton meer. Goed zo. En meer fruit. Ook goed zo. Appels, wat roze pompelmoes en lycheesap. Kruidenthees. Peper en kaneel. De smaak trekt de minpunten van de neus wat recht, maar een echte hoogvlieger wordt dit nooit. Zijdezacht mondgevoel. De afdronk is dan weer licht bitter (eik en kruiden), en kort. En een beetje metalig. Na de smaak terug op tachtig, na de afdronk er opnieuw onder. Blind zou ik dit dertig jaar jonger schatten. Bizar. 78/100

Dailuaine 27y 1966, Cadenhead

Vandaag een oude Dailuaine, meer bepaald een 1966 van Cadenhead, ondertussen bijna twintig jaar geleden gebotteld. Cadenhead heeft meerdere Dailuaines 1966 gebotteld, waaronder de legendarische 1966/1997 onder hun Authentic Collection label.

 

Dailuaine 27y 1966/1994, 45.7%, Cadenhead’s Original Collection
Hola, wat een mooie oude sherry op de neus. Belegen eik, geboende meubels, antiekwas, oud leder, oude kleerkast, oude boeken. Alles aan deze whisky geurt oud. Maar nooit stoffig of saai. Daar zorgt het fruit voor, fruit dat na enige tijd op de voorgrond treedt. Ananas, gedroogde abrikozen, mango… tropical. Heerlijk zoet. Crème brûlée. Amandelspijs. Dan ook nog frisse kruiden zoals eucalyptus en munt. Samen met het fruit geeft dat een erg frisse en levendige toets aan deze whisky. Prachtig. Volle smaak, erg kruidig. Ik heb nog gedroogd fruit en kandijsuiker, maar de eik en vooral de kruiden gaan hoe langer hoe harder roepen. Zoethout, peper, kruidnagel en munt. Licht bitter. Okkernoten en aarde ook. Lange afdronk, ook hier licht bitter maar met zacht tropisch fruit dat nog om de hoek komt kijken, wat de balans terug in evenwicht trekt. Heerlijke old school sherry. 92/100

Isle of Jura 1966, MacKillop’s Choice

1966 is voor Isle of Jura blijkbaar hetzelfde wat dat jaar voor Ben Nevis of Glenburgie is, een cultjaar. Wat ik al dronk aan Jura 1966 gaat voor mij van zeer lekker tot ronduit indrukwekkend. Laat het duidelijk zijn dat mijn verwachtingen zeer hoog gespannen zijn.

 

Isle of Jura 33y 1966/2000, 43%, MacKillop’s Choice, cask 1870
Mooie, ronde geur op tonen van amandelen, zachte karamel, rijpe (rode) kruisbessen, braambessen en cassis. Natte bladeren, mos, zachte eik en zoethout. Best wat zilt ook. Zoute drop. Een klein beetje balsamico heb ik nog, net als oud leder. Een beetje rook rondt het geheel af. Erg aangenaam om ruiken, laat dat duidelijk zijn. Zachte, romige smaak op vanillefudge, hazelnoten, zilt, allerlei bessen, eik en turfrook. Meer turfrook dan op de neus. Pas in tweede instantie zetten er zich kruiden door: peper, zoethout en gember. Heerlijk. De afdronk is niet geweldig lang, met vooral nog kruiden en een beetje rook die blijven hangen, het fruit neemt snel de benen. Misschien niet de beste Jura 1966 (de twee Signatory’s – 10th anniversary en dumpy – en de Samaroli zijn nóg beter), maar zoveel scheelt het nu ook weer niet. Prachtige whisky. 92/100

Nick Cave & Ben Nevis 1966

Nick Cave, dat ik die nog niet heb opgevoerd… een schande! Ik dweepte er al in m’n puberjaren mee, ten tijde van The Birthday Party.
Nu hij een punt heeft gezet achter het lichtjes geniale Grinderman, met de boodschap “See you all in another ten years when we’ll be even older and uglier”, kunnen we ons binnenkort aan een nieuw album met de Bad Seeds verwachten.

 

Nicholas Edward Cave, zoals de man voluit heet, werd geboren in 1957 in Warracknabeal. De meesten onder ons weten dat dat een stadje is in Australië. Naast muziek schrijven en spelen, heeft hij zich ook gewaagd een het acteren en het schrijven. Zo verslond ik als puber And the Ass Saw the Angel, een boek dat ook door de critici lovend onthaald werd.

 

Maar muzikaal brak hij door met The Boys Next Door, een bandje dat hij in 1973 als zestienjarige knaap oprichtte samen met Mick Harvey en Phil Calvert. Later werd naam van deze band gewijzigd in The Birthday Party en verhuisden ze van Melbourne naar Londen. Aldaar werden de heren vervoegd door het fenomeen Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten en Rowland S. Howard. De muziek van The Birthday Party laat zich niet gemakkelijk omschrijven, maar het wordt vaak als ‘post-punk’ geduid. Alhoewel voor mij ‘rauwe bluesrock’ de lading ook we dekt. Laat het ons op stevige muziek houden. Ook op hun optredens ging het er trouwens stevig aan toe. Vrouwen die op het podium kropen, hun rok omhoog trokken en urineerde op het podium… ja, het moet daar nogal gemoedelijk aan toe zijn gegaan.
Hun muziek had in ieder geval een niet te onderschatten invloed op de generatie muzikanten na hen. Samen met The Stooges hebben ze menige punkrock band de nodige inspiratie bezorgd.
Kort na een tweede verhuis, van Londen naar West-Berlijn deze keer, en na onenigheid tussen Cave en Howard, hief de band in 1984 zichzelf op. Cave, Harvey, Bargeld gingen daarna samen met Barry Adamson als Nick Cave and the Bad Seeds door het leven. Howard sloot zich aan bij het fantastische Crime & The City Solution van Simon Bonney (volgende keer moet ik het hebben over Bonney). Ook These Immortal Souls was een spin-off van The Birthday Party. Nick Cave zelf verhuisde nadien nog naar Sao Paulo, waar hij in 1987 trouwde en een zoon Luke kreeg, opnieuw naar Londen en uiteindelijk naar Brighton.

Cave’s teksten zijn bijna altijd gitzwart, thema’s die aan bod komen zijn in willekeurige volgorde: dood, moord, bloed, geweld, krankzinnigheid… Laat het duidelijk zijn, een doetje is het nooit geweest. In combinatie met de weinig toegankelijke muziek, hoeft het ook niet te verbazen dat de man, zeker in z’n beginjaren, weinig commercieel succes kende. Pas met The Good Son uit 1990 (waarop de ‘hit’ The Ship Song staat) en later met z’n duet met Kylie Minogue (wat een koppel!), Where the Wild Roses Grow, kon het grote publiek kennismaken met ’s mans talenten. Ook PJ Harvey kon kennis maken met een aantal talenten van de man, weliswaar andere, maar hun relatie liep na enige tijd op de klippen.

In 2007 stampte hij Grinderman uit de grond, een project samen met enkele leden van The Bad Seeds, waarin hij zich als mean machine lekker kon uitleven zoals in de beste Birthday Party traditie. De band bracht twee titelloze albums uit.

Voor de filmwereld schreef hij zowel muziek (o.a. voor enkele films van Wim Wenders zoals Until the End of the World) als scenario’s (o.a. Ghost of the Dead uit 1989 en The Proposition uit 2005).

 

Goed, tot zover nonkel Nick. Met het geweldige album Tender Prey (Up Jumped the Devil! Watching Alice! The Mercy Seat!) op de achtergrond, proef ik een Ben Nevis 1966. Oude (ik bedoel dan vooral jaren zestig) Ben Nevis is een profiel dat me enorm ligt. Niet alles uit deze periode is echter even goed, maar twee officiële bottelingen – deze en vooral deze – staan toch wel mooi te blinken in m’n top-50 ever. De 1966 voor The Whisky Fair die ik vandaag bespreek, proefde ik het verleden al eens, nu maak ik er wat meer tijd voor.

 

Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing, Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles
De neus start zalig: zoet fruit vermengd met (veel) kruiden. Nootmuskaat, munt en kruidnagel. Qua fruit vooral sinaas, banaan en ananas in blik. Vijgen ook. Daarna antiekwas en oud leder. Oude boeken. Romige chocolade (truffels). Hij start niet alleen zalig, hij blijft het. Volle smaak, geconcentreerd, dik en stroperig op de tong. Opnieuw veel kruiden (kruidnagel, peper, zoethout) en zoet fruit. Aardbeienconfituur. Appel- en perensiroop. Kokos, sinaas en banaan. Doet me wat aan oude rum denken. Daarna zet de eik zich door, net als okkernoten en donkere chocolade. Het geheel wordt m.a.w. licht drogend. Lange afdronk met de bittere (eik, kruiden) en de zoete (zoet fruit) elementen die elkaar perfect in evenwicht houden. Ja, ik vind dit heerlijk. Misschien niet helemaal het niveau van de bovenvermelde OB’s, maar wel betaalbaarder (195 euro, o.a. nog online te koop op de site van The Whisky Fair). 91/100

Glen Scotia 27y 1966, Signatory

Oude Glen Scotia moet dikwijls niet onderdoen voor oude Springbank. Ze delen immers vaak dat typische oude Campbeltown profiel, gekenmerkt door belegen eik, was en zoete turf. Het is dan ook met wreed veel goesting dat ik me aan deze Glen Scotia 1966 zet.

 

Glen Scotia 27y 1966/1994, 51.5%, Signatory, casks 1271&1272, 550 bottles
All right, inderdaad dat oude Campbeltown profiel… nice! Naast de reeds vermelde associaties die met dit profiel gepaard gaan, valt me een zalige zoete fruitigheid op. Geflambeerde banaan en ananas in blik. Rijpe sinaas ook. Voor de rest antiekwas (dat is die waxyness die ik bedoelde), mineralen, marsepein, gember en zachte turfrook. Zelfs (maar niet abnormaal) lichte zee-elementen. Zilt en zeewier. Zoete eik op de achtergrond. Heerlijke neus. Stevig, romig mondgevoel, met een smaak die het moet hebben van zoet fruit (zie de beschrijving van de neus), zachte turf, sinaas, walnoten, zoethout en bijenwas. Best grassig ook, maar dan richting hooi en – vooral – heide. Naar het einde toe opnieuw zilt. Eik, maar net als in de geur eerder op de achtergrond. Lange, zoete en zilte afdronk. Tja, oud Campbeltown-profiel… ik ben fan. 90/100

Lochside 25y 1966, Signatory Vintage

Buiten een 1979 en een 1987 zijn alle Lochsides die ik tot nu toe proefde allemaal 1981’ers. Bijna uitlsuitend toppers. Oké, er is nog die geweldige single blend 1964, maar voor de rest dus 1981. Naar het schijnt is ook 1966 zo’n super vintage voor de distilleerderij. Hoog tijd dus om dat proefondervindelijk te euh… ondervinden.

 
Lochside 25y 1966/1991, 62.7%, Signatory Vintage, cask 3909
Dit is toch een ander profiel dan de 1981’ers die ik proefde. De neus start op veel kruiden en noten, en eigenlijk zo goed als geen fruit. Geroosterde noten, chocolade met noten in verwerkt. Munt, kruidnagel en zoethout. Zoute drop. Dan antiekshop, in de vorm van oude boeken, kaarsvet en antiekwas. Balsamico. Fudge. Marsepein. En pas dan komt er wat fruit door. Tropisch fruit, toch wel. Je moet er echter je tijd voor nemen, het verwachte tropische fruit liet even op zich wachten, maar geduld is hier een wel erg schone deugd. Erg stevig op de tong, het alcoholpercentage is er ook naar natuurlijk. Subtiele sherrytonen à la chocolade (richting praliné), sinaas (jawel, de onvolprezen orangettes), zachte karamel en kruiden (kruidnagel). Wat nog? Hoestbonbons, een hammetje aan het spit (licht zilt opnieuw), bijenwas, roze pompelmoes ook (met griessuiker), net als meloen. Het fruit tekent hier duidelijker en vooral sneller present dan op de neus. En dan die heerlijke bitterheid! Lekkere whisky is dit. Lange afdronk op aangename bittere tonen en vooral veel (citrus) fruit. Sinaas en pompelmoes. Mooie oldie! 91/100

Glenburgie 22y 1966, Sestante

1966 moet toch wel het jaar zijn dat Glenburgie op z’n best was. Dit heb ik al kunnen merken bij de Glenburgie 1966/2005, 45%, G&M for La Maison du Whisky, cask 11693 en nog meer bij de Glenburgie 1966/1990, 61.2%, G&M Cask, cask 3405/6, 75cl. Maar ook de whisky die ik vandaag bespreek, dient zich veelbelovend aan. Deze botteling van Sestante is immers niet meer of niet minder dan een cultwhisky. Op veiligen zal je minstens 400 euro dienen te betalen.

 

Glenburgie 22y 1966/1988, 58%, G&M, Sestante import, exclusively for Enoteca Marchetti, cask 323, 75cl
Wow, wat een stevige neus! Vol, krachtig en expressief. Prachtige, geconcentreerde sherry op tonen van smeuïge karamel, chocolade, praliné, rozijnen, gebakken bananen, koffie, braambessen, bosbessen, geroosterde noten, belegen eik, boenwas, pollen, zilverpoets (licht old bottle), gember, kaneel,… in willekeurige volgorde en verre van volledig. Zo complex en zo geconcentreerd! Pfiew… wat een neus! Water toevoegen brengt munt en eucalyptus naar de voorgrond, net als een klein beetje rook. Het hoeft niet te verbazen dat ook het mondgevoel stevig en krachtig is, explosief bijna. Gedroogd fruit (pruimen en rozijnen), peren, chocolade, noten, koude koffie, karamel, peper, munt, kruidnagel. En dat alles op een bedje van mooie, sappige eik. Met water krijg je nog meer fruit, tropisch fruit zelfs. Ananas, meloen, papaya, banaan. All right! En ook nu dat beetje rook. Geen taninnes te bespeuren, te droog wordt het nooit. Erg lange, volle en verwarmende afdronk op kruiden, eik en dat fruit dat van geen wijken wil weten. Hier gaat het trouwens richting citrusfruit. Sublieme old school sherry, whatever ik daar ook mee bedoel. 94/100

Tomatin 1966, The Whisky Agency & The Nectar

Vandaag één van de nieuwe joint bottlings van The Whisky Agency en The Nectar, een Tomatin 1966 die 45 jaar gerijpt heeft op sherryvat. Op die leeftijd kunnen we alleen maar hopen dat dat vat niet ál te actief was.

 

Tomatin 45y 1966/2011, 46.1%, TWA & The Nectar, sherry butt, 391 bts.
Volle, fruitige neus. Sappig fruit à la peer, meloen en ananas. Een beetje tropisch dus. Daardoorheen zoete toetsen (honing en marsepein) en wat eik, maar niet te veel. Iets licht floraals ook. O, daar doemt bijenwas en oud leder op. Heerlijk! Zachte kruiden ook en amandelen. Ook de smaak is vol en zoet. Dik en mondvullend. Ook hier fruit, misschien wel evenveel als op de smaak (peer, sinaas, vijgen). De bijenwas en de honing opnieuw, maar het zijn vooral het hout en de kruiden (peper, munt, tuinkruiden) die nu op de voorgrond treden. Wordt wat bitter, zeker naar het einde en op de afdronk. Erg lekkere neus, wat tegenvallende smaak. Iets te laat gebotteld me dunkt, het hout voert zeker op de smaak te veel de boventoon. 87/100

Weedram Masters – Het derde koppel

Laat ons de draad van de Weedram Masters terug opnemen. De derde distilleerderij die aan bod kwam was Isle of Jura, Jura voor de vrienden. De alom gekende Superstition mocht de wat mij betreft beste Jura ever inleiden, de 1966/1998 Signatory 10th Anniversary (bedankt voor de foto Mark).

 
Isle of Jura ‘Superstition’, 43%, OB 2011
Ook deze had ik al een paar keer geproefd, de laatste keer nog geen jaar geleden, maar nooit zo slecht gevonden als nu. Zeer vreemd, dit kan bijna niet anders dan een nieuwe batch zijn. Een neus die muf start maar snel overgaat naar de geur van aangebrande spruiten, groene kool, veel granen en turf. Vegetale turf, wat ik wel vaker heb, maar hier ver van aangenaam. Zoet en vegetaal op de smaak met hier meer turf. Medicinaal. Maar lekker? No way. 68/100
 
 

Isle of Jura 1966/1998, 50.6%, Signatory, 10th Anniversary, cask 1485, 248 bottles
En dan een whisky die mij reeds tweemaal van m’n sokken blies, in Avelgem een derde keer. Wat ben ik blij dat ik deze in alle rust kan herproeven. Superfruitig op neus en smaak, ik ga de soorten niet opsommen, dat is onbegonnen werk. Op de neus doorheen het fruit succulente honing, marsepein, fudge, de geur van een weide (allerlei bloemen, boterbloemen, papavers, gras), heide, boter (echte melkerijboter), lichte zilt, discrete rook, oud geboend leder… goddelijk! Op de tong heb je niet het gevoel iets aan toch nog meer dan 50% alcohol te drinken. Superzacht, romig mondgevoel met ook hier een enorme fruitigheid. Nougat en vanille zorgen voor het zoets, allerlei kruiden en wat eik voor de nodige pit. Bijenwas. En ook hier een heel klein beetje rook. Subliem, ronduit subiem. Afdronk? O ja, van hetzelfde laken een broek. 95/100
 

Niet meer of niet minder dan de bevestiging van de cultstatus die deze whisky voor mij al had. Nu nog een fles zien te vinden…

Glenugie 1966, Signatory dumpy

Volgende in het rijtje feestwhisky’s is een Glenugie 1966 van Signatory, een dumpy botteling van 1996. Ik weet niet meer waar ik dit sampletje vandaan heb, maar wat maakt het uit.

 

Glenugie 30y 1966/1996, 58%, Signatory, cask 848, 180 bottles
Fruity! Erg fruitige neus (ik proef de laatste tijd precies niet veel anders dan fruitbommen, watch this space – niet dat ik dat erg vind), heel aromatisch. Appels vooral. Ook wat papaja en ananas. Lichte florale toetsen erdoorheen, net als wat kruiden, wat eik en de geur van aarde. Een heel lichte rokerigheid. En een even lichte farmyness annex waxyness. Subtiel en complex. Perfect drinkbaar op 58%, straf! Ook hier zijn subtiel en complex de kernwoorden. Opnieuw heel veel fruit. De nadruk ligt op perzik hier, maar in het midden en het einde meer tropisch fruit. Honing ook, net als kruiden. Kruidnagel, beetje peper. Eik, maar nooit té. Kandij, dat samen met de honing voor de zoete toetsen zorgt. Met water komt er een heerlijke waxyness bovendrijven. Een hint van turf. Lange, filmende en pittige afdronk met het fruit, de kruiden en de eik die elkaar mooi in evenwicht houden. Prachtig! 92/100

Intermezzo: Fulldram supertasting

Zoals vermeld, kon een eventueel intermezzo het rijtje feestwhisky’s onderbreken. En aangezien de slottasting – ook en beter gekend onder de naam supertasting – van onze club Fulldram altijd een feestelijk orgelpunt op het voorbije seizoen is, zal dit verslag niet echt uit de ‘feest’-toon vallen. We houden het niveau immers hoog, erg hoog.
Het opzet van de tasting was lichtjes anders dan vorig jaar, toen werd het budget gespreid over vijf toppers, dit jaar ook vijf heerlijke whisky’s maar met het grootste deel van het budget dat naar de afsluiter ging. Een afsluiter met een nogal stevig cultgehalte. Van enkele whisky’s nam ik een restje mee naar huis – van de ‘cult’ was dat meer dan een restje. Met m’n neus in het glas hieronder een verslagje.

 

Als soortement aperitief kregen we een oude luxeblend ingeschonken, de House of Peers 12y. De House of Lords 12y hebben we hier al eens gehad, tijd om ons onder het gewone volk te begeven. Geen idee wanneer deze gebotteld werd, laat het ons houden op ‘ergens in een ver verleden’. Je zou kunnen zeggen de Chivas Regal van toen.

House of Peers 12y, 43%, OB 1970’s?, 75cl
Een neus die ‘oud’ ruikt, met lichte sherrytonen. Een beetje stof en wat metalige tonen. Redelijk wat graan en na enige tijd ook fruit (de fles heeft het patroon van een ananas en je ruikt op de duur ook die ananas). Ook op de smaak domineert het graan en komt wat fruit om de hoek kijken. Niet echt bijzondere, maar verre van slechte blend. 77/100
 

De eerste whisky in het rijtje van vijf was een whisky die ik al eens eerder besprak. De Rosebank 1981 onder het oorspronkelijke Daily Dram label kon me toen al erg bekoren. Het is misschien niet echt typische Rosebank maar wel zeer lekker. Voor alle duidelijkheid, dit is een whisky op vatsterkte.

Rosebank 1981/2006, 43%, Daily Dram
Erg fruitige neus: peer, witte perzik, appel, citrus… Calvados. Zuurzoete appels. Wat florale toetsen. Een vage kruidigheid. In mijn eedere review merkte ik een klein beetje turf op, dat had ik hier nu niet. Op de smaak wel een hint daarvan. Naast het vele fruit. Niet echt complex deze Rosebank, zonder het fruit blijft er niet zo veel over, maar dus wel erg lekker. 88/100

 

Tweede in de rij was een Glen Grant 1959. Deze whisky, die in 2007 uitgegeven werd, is een overschotje – gezien de 22 flessen is dit verkleinwoord echt wel op z’n plaats – van een Samaroli botteling uit 1999. Het was de Whisky Club of Austria (van o.a. Malt Maniac Konstantin Gregoriadis) die Serge Valentin een label liet ontwerpen voor deze 22 flessen. Toch wel bijzonder dat er vier jaar later nog een fles in Leuven beland is, de leden van die club moeten dus minder dan die 22 flessen ter beschikking hebben gehad. Leuk voor ons, dat spreekt!

Glen Grant 40y 1959/1999, 48.9%, issued 2007 for The Whisky Club of Austria, sherry cask, 22 bottles
Erg compexe sherryneus met enerzijds wat ik zou omschrijven als bos-associaties, een wandeling door het bos. Varens, mos, natte bladeren. Ook de geur van een kampvuur, met vooral nat naaldhout. Hars. Anderzijds veel kruiden waar ik niet verder op gezocht heb. Wat nog? Chocolade, rozijnen en ertussendoor heerlijk fruit. Zowel gedroogde vruchten als roze pompelmoes en appel. Op de tong is deze whisky dik, vettig bijna. Vette oude sherry, lovely! Aarde, noten, kruiden, chocolade en veel fruit opnieuw. Pompelmoes, appelmoes, sinaas. Een stevige portie eik maar in tegenstelling tot anderen had ik geen tannines, niet in de smaak, niet in de afdronk. Het fruit geeft genoeg tegengas, het hout overheerst nooit. Zeer lange afdronk, heerlijk bitterzoet. Geweldige en geweldig complexe oude Glen Grant. Het spreekt voor zich dat je al enorm geluk gaat moeten hebben om hier nog een fles van te vinden. 92/100

 

De volgende whisky is op korte tijd een klassieker geworden. De Glen Ord 30y is volgens Serge Valentin trouwens de beste Glen Ord die hij ooit dronk, of althans besprak. Gezien het feit dat hij ook al de Manager’s Dram en de 1962 Samaroli ‘Bouquet’ in z’n track record heeft staan, wil dit wel iets zeggen.

Glen Ord 30y, 58.7%, OB 2005
De neus startte granig. Ontbijtgranen, met yoghurt. Pas na enige tijd florale en fruitige toetsen. Lychee, abrikoos, ananas, peer. Zeer mooi, clean en aromatisch, maar pas na enige tijd. Boter. Op de smaak domineert de alcohol, samen met een zoete granigheid. Dominiek merkte plis op. Earl Grey. Veel peper op het einde (de alcohol dus). Wat fruit, maar dat komt pas echt naar voor met een beetje water. Mandarijn heb ik opgeschreven, net als pompelmoes en kruiden (herbal). Hooi. Wat zoet, wat fruitig, wat bitter… subtiel en elegant, zeker, maar niet makkelijk te doorgronden. Best lange afdronk op fruit en kruiden. Water toevoegen bleek een meerwaarde voor de smaak, de neus was voor mij echter beter zonder. Pas water toevoegen na het ruiken dus… Complexe whisky, in elke betekenis van het woord. Maar beter dan de Manager’s Dram? I don’t think so. 90/100

 

En dan Ben Nevis 1966… iets wat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Ik heb al enkele Ben Nevis 1966’ers gedronken en was daar telkens behoorlijk weg van. Deze liet zich daarenboven aankondigen als euh… één van de betere.

Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan
Hola, wat een zalige neus! Schitterende zoete en waxy sherry met een enorme fruitigheid. Banaan (nog niet al te rijp), ananas, sinaas (wel rijp), gedroogde abrikoos, vijgen… Associaties van koffie, cake, honing, antiekshop, geboende eiken meubelen, kruiden (veel kruiden, nootmuskaat en gember o.a.), tabak, sigarendoos, pfff, je kan hier eindeloos op doorgaan. Absolute topneus. Beter dan alle andere 1966’ers die ik al had, deze gaat dieper, is voller, is complexer. Hetzelfde geldt trouwens voor de smaak. Het zoete en het bittere in perfecte harmonie. Karamelsaus, noten (gesuikerd, denk aan coupe brésilienne), fruit, kruiden, prachtige eik, rozijnen, oude rum, een klein beetje rook… Afdronk? Van hetzelfde laken een broek. Ronduit prachtige Ben Nevis! 94/100

 

En dan was het tijd voor een streepje cult. Voor het slot in grootse stijl mocht een flesje Ardbeg zorgen, een flesje die wat men noemt een reputatie heeft. Dat is Reputatie met hoofdletter. Van de Provenance bestaan er enkele versies, wij kregen de eer de 1974/1997 for Europe op 55.6% te proeven. Dat is Eer met hoofdletter. Een sacraal sfeertje en dito stilte maakte zich meester van de zaal.

Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997
Schitterende, elegante neus op zachte, zoete turf vermengd met veel fruit (zoete appel en perzik), wat zilt en leder. Het looien van leder. Oud leder ook. Bijenwas, boenwas, de geur van oud geboend leder dus. Echt opmerkelijk dat leder. Maar hij gaat verder op kruiden (nootmuskaat, kruidnagel en gember) en lichte medicinale toetsen. Prachtige evolutie. En zo verschrikkelijk (dat woord is hier eigenlijk wat misplaatst) heerlijk om ruiken. Prikkelend mondgevoel. De zachte turf, dezelfde kruidigheid, een even heerlijke fruitigheid… zoetzure appels, pompelmoes, mandarijn. Het leder dat ook hier z’n opwachting maakt. Donkere chocolade smeltend op je tong. Vreselijk (ook dat woord is hier eigenlijk misplaatst) lange afdronk, op de heerlijke tonen van de smaak. Ik kan begrijpen waar dat cultgehalte vandaan komt. 94/100

 
Eindklassement van de groep (en van mezelf):

  1. Ardbeg Provenance
  2. Ben Nevis 1966
  3. Glen Grant 1959
  4. Glen Ord 30y
  5. Rosebank 1981

Geef toe, een schoon tastinkje.
 

Bezoekje BB

Vrijdag vergastte Bert Bruyneel mij met een bezoekje. Ik had wat flessen klaargezet waarvan ik de meeste hier al eens besproken heb of dat in de nabije toekomst nog wel zal doen, ik ga ze hier niet oplijsten. Het deed me echter plezier dat hij de Fulldram Xmas bottling (Auchentoshan 1999) erg kon smaken, maar dat hij de Laphroaig 10y Cask Strength Batch 001 beter vindt dan de red stripe 2007, kan er bij mij niet in. Ik zou zeggen “Bert B. kent geen kl**ten van whisky”, maar zo ben ik niet.
Nu, Bert had zelf ook wat lekkers bij, en hij had zich niet ingehouden. Van deze whisky’s heb ik notes gemaakt en aan de hand van sampletjes kan ik deze notes vandaag nog wat verder stofferen.

 

Aberlour-Glenlivet 27y 1963/1991, 55.2%, Cadenhead Authentic Coll.
Erg frisse en levendige neus, bijna 50 jaar na distilleren en 20 jaar na botteling. Floraal (bloesems) en vooral erg fruitig. Meloen, banaan, perzik, sinaas, mandarijn… Vanille, zacht waxy en wat heide. Zeer mooie neus. Ook de smaak is fris en fruitig, met hier wat toegevoegde granen en kruiden. Vanille ook. Best lange, romige en vooral fruitige afdronk. Prachtig oud profiel. 91/100

 

Highland Park 26y 1972/1998, 55.7%, Signatory 10th Anniversary, cask 1632, 252 bottles
Volle, smeuïge en zoete neus op honing, vanille en peperkoek. Van die zelf gebakken peperkoek, nog warm. Gaat verder op boenwas, kruiden, eik en gekookt fruit. Lichte rook ook. Puur genieten deze neus! Smaak: van het zelfde laken een broek. Stevig, zoet, fruitig en kruidig, en alles in perfecte harmonie. Honing, gember, peper en zoet fruit. En hij blijft erg lang hangen. Ik zou dit blind nooit Highland Park raden, eerder oude Speyside. Sublieme oude Speyside dan wel. 93/100

 

Glenburgie 1966/1990, 61.2%, G&M Cask, cask 3405/6, 75cl
En het werd verdorie nóg beter. En wel met een Glenburgie 1966 van G&M, vaten 3405 & 3406. Als ik m’n neus nog maar effe in het glas steek… een explosie van de heerlijkste sensaties! Prikkelende kruiden, sappig fruit (aardbeien, rode appels, cassis, braambessensap – zou dat bestaan?), gebakken banaan, romige karamel, rozijnen op rum, chocolade… chocolade die smelt op de tong. Alwaar hij vergezeld gaat van noten (superieure studentenhaver), rijpe sinaas, de braambessen opnieuw, zachte gember en kaneel. Lichte zilt. Och ja, nu je het zegt, dit is whisky op 61.2%… niets van gemerkt. Lange afdronk op sappig fruit en gekonfijte gember. Sherry op z’n absolute best. A propos, deze krijgt op Whisky Fun een score van 81/100. Laat ons zeggen dat ik lichtjes van mening verschil. 95/100

 

A ja, dan waren er ook nog wat Benriach casksamples. Hierover later meer, maar hou je ogen open, er wordt wat dat betreft naar mijn bescheiden mening iets legendarisch klaargestoomd…

 

Bedankt voor het lekkers Bert!

 

Longmorn 1966, G&M for Japan Import System

De tweede Longmorn die ik gisteren proefde, is een 1966 die Gordon & MacPhail enkele maanden geleden bottelde onder z’n Book of Kells label voor Japan Import System. Een beauty.

 

Longmorn 44y 1966/2010, 46.8%, G&M for Japan Import System, cask 612, 278 bottles
Een neus die ondanks z’n 44 jaar op vat nog erg levendig en fris is, en absoluut niet overpowerd wordt door het hout. Integendeel. Zachte, fruitige en zoete sherry op tonen van gedroogd fruit, confituur van allerlei soorten rood fruit, honing, fudge, praliné, mokka, noten, hooi en kruidenthee (niet direct een idee aan welke ik hier concreet moet denken). Zalig! De smaak is mondvullend en stevig. Het fruit blijft duidelijk aanwezig (sinaas nu eerder – sinaasconfituur), net als de praliné en de mokka. Hier wat meer hout dan op de neus, maar vooral als toegevoegde waarde. Correctie: qua fruit niet enkel sinaas, ook bosbessen en braambessen die erdoor komen. Vrij lange, bitterzoete afdronk met het fruit dat prominent aanwezig blijft. Niet overmatig complex maar verschrikkelijk lekker. En voor mij nog ietsje beter dan de 1969. 92/100

Thelonious Monk & Ben Nevis 1966

Tijd voor een streepje muziek. Dat is weer veel te lang geleden. Nochtans zou ik me geen leven zonder muziek kunnen inbeelden. Een leven zonder whisky daarentegen… nu ja, ook niet echt. Vorige week een schitterende Richard Thompson bezig gezien, maar die hebben we hier al gehad. Toch, ik kan z’n laatste plaat Dream Attic alleen maar heel erg aanbevelen. 13 nieuwe – en opnieuw erg sterke – songs, live opgenomen. Thompson is een goeie zestig jaar oud, maar verliest niets aan intensiteit en kracht, integendeel, ik heb de indruk dat hij er alleen maar gedrevener op wordt. Waardig ouder worden, noemt men dat.

 

Ook oud – dood zelfs – is Thelonious Monk. We zitten dus bij de Jazz, meer bepaald de Bebop, mijn favoriete stroming. Bebop kan men beschouwen als de opvolger van de Swing en is wat verwant aan de Free Jazz. Het onderscheidt zich van andere stijlen door de complexe ritmes en harmonieën waarbij vaak een thema wordt gespeeld wat dan door de verschillende instrumenten afzonderlijk wordt overgenomen en ‘bewerkt’. Het doet vaak experimenteel aan, wat het niet altijd de meest makkelijk stijl maakt. Dit wordt vaak ook als reden aangehaald waarom jazz aan populariteit inboette en de opkomst van de rock ’n roll mogelijk maakte. Bebop ontwikkelde zich tijdens de Tweede Wereldoorlog en bleef tot 1960 toonaangevend. Andere bekende protagonisten van deze stijl zijn o.a. Miles Davis (Kind of Blue – dé klassieker der jazz-klassiekers), Charles Mingus (Goodbye Pork Pie Hat!) en Charlie Parker.

Maar Thelonious Monk dus. Thelonious Sphere Monk, zoals hij voluit heette, werd geboren in 1917 in North Carolina, maar verhuisde al snel naar New York, waar hij met zijn familie terecht kwam in een buurt met een zeer actieve muziekscene. Hij bleef er wonen tot z’n dood in 1982. Al van jongs af aan raakte hij gefascineerd door het pianospel, een spel dat hij doorheen zijn jeugd perfectioneerde. Op 17-jarige leeftijd stopte hij met school en wierp hij zich volledig op de jazz. Door contacten met andere muzikanten zoals Dizzy Gillespie of Art Blakey en sessies met hen in het beroemde Minton’s Playhouse in Harlem, ontpopte Monk zich tot een bekend en begenadigd jazzpianist. Snel kreeg hij samen met Kenny Clarke en Nick Fenton van eigenaar Henry Minton een vast contract aangeboden, hiermee de kiem voor de Bebop zaaiende. De komst van Charlie Parker naar New York en naar Minton’s betekende de definitieve doorbraak van het genre. Later zou Monk zich uit het genre terugtrekken en verder gaan met eigen thema’s. Doorheen zijn carrière leidde hij muzikanten als Miles Davis en Sonny Rollins op.
Zijn eerste plaat Genius of Modern Music bracht hij uit onder het label van het legendarisch Blue Note Records. Toch was zijn carrière, zeker financieel in de beginjaren geen onverdeeld succes. Twee maanden gevangenis voor vermeend heroïnebezit, het verlies daardoor van z’n cabaret card, verhuis naar een nieuw label waar hij op heel wat minder steun kon rekenen, daar aan de deur gezet wegens niet winstgevend genoeg… Pas toen hij in 1955 voor het kleinere Riverside ging werken, had hij het gevoel thuis te komen. Dit label gaf hem een zeker bestaan en de mogelijkheden zich artistiek volledig te ontplooien. In 1957 kreeg hij daarenboven zijn cabaret card terug zodat hij opnieuw in clubs kan gaan spelen. Zijn ster rees en zijn muziek werd meer en meer gedraaid én geapprecieerd. Orkestopnames en tournees volgden, en uiteindelijk belandde Monk bij het grote CBS. En op de cover van Time magazine, wat weinige artiesten gegeven was. In de jaren zeventig doofde zijn carrière geleidelijkaan uit.
In de jaren 1950 ging Monk samenwerken met John Coltrane, een andere jazz-grootheid. Dit resulteerde in meerdere platen, waaronder het schitterende Thelonious Monk with John Coltrane (daar is over nagedacht) uit 1957 wat ik nu heb opstaan. Zalige plaat. Perfect laid-back sfeertje, een sfeertje dat zich laat versterken door een even zalige oude Ben Nevis. Whisky & Jazz, meteen de titel van een mooi boek van Hans Offringa. Kan je een streepje jazz appreciëren? Dan is dit boek als whiskyliefhebber een must.

 
Ben Nevis 42y 1966/2008, 40.6%, Alchemist
Het eerste wat opvalt in de neus van deze whisky is… juist ja, banaan. Ben Nevis en zeker oude Ben Nevis, dat is banaan. En banaan dan nog op ideale eetbaarheid, ik bedoel nog een beetje groen maar niet té groen en zeker niet bruin. Echt waar, je moet er maar eens op letten als je de kans krijgt oude Ben Nevis te proeven. En die kans moet je grijpen, met beide handen, want oude Ben Nevis kan verschrikkelijk lekker zijn. Ook deze is dat. Wat geurassociaties betreft, denk ik naast de banaan qua fruit aan kruisbessen en rijpe sinaas. De neus is verder zoet (cake – bananencake inderdaad – en honing) en heerlijk kruidig. Eucalyptus. Licht waxy (antiekwas, oude meubels) met wat gedroogde bloemen. Vanille. Woodsmoke. Lovely! De smaak start minstens even goed. Zoet, fruitig en kruidig geeft de richting aan. Honing, heide, banaan again, kokos, vanille, en daarna de kruiden. Nootmuskaat, gember, met hoe langer hoe meer hout. Inderdaad wat drogend naar het einde. Rozijnen op rum mogen niet onvermeld blijven. Lange afdronk waar het fruit en de vanille strijden met het hout. Deze strijd eindigt onbeslist. Zalig avondje. Je kan deze Ben Nevis hier of daar nog wel vinden, o.a. bij The Bonding Dram voor 230 euro. 91/100
 

Fulldram supertasting 2010

Een Fulldramseizoen afsluiten, doen we zoals gewoonlijk in stijl. En vermits onze club dit jaar z’n vijfjarig bestaan vierde, mag stijl met een hoofdletter geschreven worden. In kalligrafie en verguld. Zo werd een lichtjes fantastische clubbotteling onlangs boven de doopvont gehouden, welke binnenkort aan de leden wordt verkocht. Maar ook de afsluitende supertasting moest een stevig orgelpunt op dit jubileumjaar worden. En zo geschiedde. De vorige supertasting was z’n naam al meer dan waard, toen kregen we acht kleppers te proeven waaronder de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Dit jaar zouden het er vijf worden… met hetzelfde budget. Laat ons zeggen dat de verwachtingen wel erg hoog gespannen waren. Ook deze keer was het trouwens onze ere-voorzitter Luc Timmermans die in z’n rijke collectie dook en met vloeibaar goud richting Leuven kwam. Hieronder een verslag van een avondje genieten in overdrive.
 

Als aperitiefje kregen we een oude blend voorgeschoteld, meer bepaald een Haig van 1974. Deze bewees eens te meer dat blends vroeger gemiddeld genomen beter waren dan vandaag de dag. Het gehalte aan single malt lag toen gewoon een pak hoger dan nu.

Haig Gold label, 43%, OB, rotation 1974, blended
De neus vertoonde lichte OBE, zonder echt muf te worden evenwel. Zilverpoets eerder, en de geur een antiquaraat. Erdoorheen priemde boter, wat granen, honing, sinaas en citroen. Vicks lemon. De smaak was romig en zoet (karamel) met een aangename fruitigheid. Werd metterijd wat bitter, maar nooit storend. Een pak beter dan de recente Haig in ieder geval. 83/100
 

De eerste in het rijtje van vijf toppers was één van de drie oude sherry-juweeltjes die we te drinken kregen, een Macallan 1964. t’ Is te zeggen, dat is wat ons verteld werd want het label was zo goed als onleesbaar. Was het wel Macallan?

Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl
Oh ja, dit is een zalige, zacht-zoete sherryneus. Zoete balsamico, pruimen, rozijnen, geconfijt fruit (in van die boluskoeken!), geroosterde noten, woodsmoke en rijpe kruisbessen. Na enige tijd ook bloemen. Lekkere en complexe oude sherry. De smaak geeft associaties van bittere chocolade smeltend in je mond. Op de tong is hij romig (boter) en geeft naast de chocolade gestoofd fruit (confituren), pruimen, honing, perensiroop en een aangename kruidigheid. De afdronk is niet al te lang maar wel erg lekker op bitterzoete tonen, met terugkerend fruit. Smullen! 93/100
 

En dan volgende een andere gesherriede whisky. Andere ook in de betekenis van anders. Deze Inchgower 1967 heeft echt een heel ander profiel dan de Macallan. Veel vuiler vooral.

Inchgower 21y 1967, 46%, Moncreiffe & Co, Monza, Italy, 75cl
De neus had serieus wat tijd nodig om open te bloeien. Niet verwonderlijk na meer da twintig jaar onder kurk. Eerst had ik vleessaus, maggie en kruiden. En dat vuile. Een natte dweil? Oude, vette sherryneus. Dan verbrande karamel, chocolade, aarbeienconfituur en hars. Lichte rook er doorheen. Geen gemakkelijke, complexe neus die beetje bij beetje ontluikte. De vette sherry zette zich verder op de smaak met associaties van kersen, karamel, lichte rook en veel kruiden. En maar een beetje hout. De afdronk van deze Inchgower is een stuk langer dan deze van de Macallan maar minder fruitig. Meer op karamel en kruiden. Bijzondere whisky, maar geef ‘m vooral tijd. 91/100
 

En dan volgde een legendarische Ardbeg, ééntje uit de even legendarische Fragments of Scotland reeks van Samaroli. Het label vermeldt enkel ‘Islay’ en zegt dus niet om welke distilleerderij het gaat. De flessen werden indertijd ook redelijk goedkoop verkocht, want ja, wie wil er nu veel geld geven aan een niet nader genoemde Islay van 15 jaar oud? Maar toen duidelijk werd dat het Ardbeg 1973 was, ontstond er een rush op deze whisky. Waar je indertijd voor de ganse reeks van 6 flessen verhoudingsgewijs geen 1.000 euro betaalde, betaal je nu meer voor enkel deze Ardbeg. Op zich is Ardbeg 1973 natuurlijk niet zó uniek, wel uniek is dat dit een jonge Ardbeg 1973 is, gebotteld in 1988.

Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles
Erg complexe neus op turf, fruit (groene appels) en kruiden. Ook mineralig en hoe langer hoe meer farmy notes die komen bovendrijven. Stallen, nat hooi. Brora early 70’s style dus, toch altijd een stevige meerwaarde vind ik zo. Karamel. Zeewier. Een heel ander profiel dan ik verwachtte, anders ook dan de Ardbeg 1974’s die ik al proefde. Erg stevig en ‘dik’ op de tong. De turf, de kruiden, het (wit) fruit, je treft het ook hier aan. Maar daar houdt het niet mee op, een lekkere ziltigheid, zoethout en wat vanille komen er bij. Alles erg geconcentreerd. Zalige afdronk, ‘coastal’en ‘peaty’ en zo lang als een Belgische regeringsvorming. Zeer complexe en intense whisky. 94/100
 

En dan kwam voor mij met voorsprong het hoogtepunt van de avond. Een Glenfarclas die ik alleen maar in pure lyriek kan beschrijven, de 21-jarige in 1974 gebotteld voor Eduardo Giaconne. Een fenomenale whisky voor één van de grootste whiskypersoonlijkheden die de wereld gekend heeft. Vermits deze whisky in 1974 gebotteld is, betreft het hier distillaat van begin jaren 1950. Hou u vast.

Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974
De neus. Ik bedoel De Neus. Die van de Macallan omschreef ik als ‘zalige sherry’, die van de Inchgower als ‘oude vette sherry’, dit is… euh, beter. Oh ja, dit gaat vlotjes over al het voorgaande. Man, dit is goed! En complex! Het woord complex is uitgevonden om deze geur te kunnen omschrijven, hij blijft maar evolueren. Waar beginnen? Dit is onbegonnen werk. Toch een poging. Noten, karamel, vijgen, chocolade, lichte rubber, teer en barbeque-toestanden (de houtskool, het gegrilde vlees…). Daarna rokerige aroma’s. Woodsmoke, subtiel turf. En het is nog niet gedaan. Antiekwas, kaarsvet, honing. De geur van oude lederen zetels. Tja, en zo blijft dat maar evolueren, elke keer ruiken geeft nieuwe associaties. Op een gegeven moment moet je stoppen, want het blad raakt vol, en ook de achterkant, en je wil er ook nog eens van proeven, nietwaar? De Smaak dus. Hij zet stevig aan en biedt ook hier een associaal decadent palet aan sensaties. Gedroogd fruit (abrikoos, vijg, rozijn), geconfijt fruit, noten, chocolade, rijpe appelsienen, turf, munt, kruiden (welke? who cares?) et cetera et cetera, in excelsis deo. Amen. Lange, erg lange en complexe afdronk op kruiden, vanalle zoets en zachte turf. Volgens Luc één van de beste Glenfarclasses ever (hij geeft de indruk daar iets van te kennen), voor mij sowieso dé beste tot op heden. 96/100
 

Afsluiten deden we met een whisky met een licht fruitige toets. Qua line-up was dit perfect. Na het complexe sherrygeweld van de Glenfarclas een whisky die het moet hebben van pure fruitigheid. Het contrast kon niet groter zijn. Zoals algemeen geweten kan een line-up een whisky maken of kraken, een line-up is nooit neutraal. Soit, het gaat dus om een Bowmore 1966, het meest ‘tropische’ Bowmore-jaar.

Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles
Neus: tropisch fruit. Smaak: tropisch fruit. Afdronk: tropisch fruit. Voila, heb zelden makkelijker een whisky kunnen beschrijven. Eénzijdig, weinig complex, niet al te boeiend eigenlijk. Maar het moet gezegd: dit is oh zo superieur éénzijdig, oh zo superieur fruitig. In de neus en op de smaak een succulente tropische fruitsalade. Dominiek maakte een vrij levendige voorstelling van een wulpse dame in een strooien rokje dat al heupwiegend een grote mand fruit op haar hoofd draagt. Spijtig genoeg zeggen woorden in deze belange niet zoveel als beelden. Op het netvlies gebrande beelden. Nu, er is natuurlijk nog wel iets meer te ontwaren dan de mango, de passievrucht, de papaya, de ananas en de pompelmoes. Op de neus had ik ook bloesems, kamille en boter. Een klein beetje zilt op de tong ook. En zo goed als geen hout. Noch rook. Dit kapt zo makkelijk binnen, je hebt echt niet het idee iets op – toch nog altijd – 43% te drinken. Na de tasting had ik deze op 95/100 staan, maar had nog wat over. Na herproeven the day after doe ik er een puntje af. Hij is geweldig lekker, maar de line-up misleidde een beetje. Het gebrek aan complexiteit en evolutie, wat de Glenfarclas – overtollig – wel had, ontbreekt hier. De Bowmore Bouquet is de incarnatie van het beste van beide werelden: het beste wat Bowmore 1966 te bieden heeft in een opperste complexiteit. 94/100
 

Macallan 1964, Inchgower 1967, Ardbeg 1973, Glenfarclas early 1950’s en Bowmore 1966… dit noem ik nu eens een Supertasting zie! A ja, de top 5 van de avond was:

  1. Bowmore
  2. Glenfarclas
  3. Ardbeg
  4. Macallan
  5. Inchgower

Bowmore en Glenfarclas ex aequo maar de Bowmore had meer eerste plaatsen. Bij mij staan de Bowmore en de Ardbeg samen op twee met de Glenfarclas als absolute heerser over de avond. Ik begin Luc stilletjesaan te begrijpen. Long way to go evenwel.