Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1964’

Doek

En laten we het nu even stil maken. De Bowmore 1964 ‘Fino’ is de eerste uit de zogenaamde 1964 Wood Trilogy. Hij werd in september 2002 op de markt gebracht, gevolgd door de Oloroso en de Bourbon. Deze Fino-botteling bevat whisky van twee vaten, meer bepaald twee sherry fino vaten van de Macharnudo Albariza wijngaard. Sidder en beef met mijn mee.

 

Bowmore 37y 1964, 49.6%, OB 2002, Wood Trilogy, Fino, 300 bottles
Hallelujah! Wat een fenomenale neus… Zo verschrikkelijk complex. Alles wat je zoekt, vind je. Dit is rijk, diep en ongelooflijk gelaagd. Het typische tropische fruit is aanwezig, maar niet zomaar aanwezig, het vertoont zich in volle glorie. Mango, lychee, ananas, kiwi, passievrucht, papaya… noem ze maar op. Het wordt vergezeld van sublieme roze pompelmoes. Roze pompelmoes met de perfecte hoeveelheid griessuiker (net zoet genoeg), het sap dat zich langs je mondhoeken aan de zwaartekracht overgeeft. Al dat succulente fruit wordt ondersteund door het zilt van Bowmore en de sublieme zachte en zoete turf. Dan dient er zich ook een waxy laag aan. Bijenwas, oud en geboend leder. Vervolgens heb ik ook tintelende kruiden, lichte tonen van koffie, vanille fudge en nougat. De geur van sigarendoosjes ook. En nat hooi (farmy, hell yes). Het houdt niet op, ik heb nu ook florale toetsen (gedroogde bloemen). Man, hoe wonderlijk is dit! En ook de smaak beantwoordt aan de torenhoge verwachtingen. Hij heeft werkelijk alles. Om te beginnen fruit: roze pomplemoes, mandarijn, ananas, mango… Zilt. Zachte turf (iets prominenter dan op de neus). Zoete elementen (nougat, mokka). Kruiden (zoethout, gekonfijte gember, kaneel). Bijenwas. De boerderij (nat hooi). Ook op de smaak is dit één van de meest complexe whisky’s die ik al kon proeven. En dat alles is perfect – maar dan ook perfect – gebalanceerd en met elkaar verweven. Het mondgevoel is romig. Zijdezacht eigenlijk. Lange, geweldig lange en complexe afdronk, op zowat alles wat de smaak te bieden had… Eén van de mooiste woorden uit het Engels is Flabbergasted. Het laat zich vertalen als overdonderd. De perfecte omschrijving van mijn gemoedstoestand. 99/100

Ik moet zeggen dat ik voor deze whisky de tijd heb genomen. Ruim de tijd. Ruim de tijd kùnnen nemen ook (waarvoor nogmaals mijn eeuwige dank Bert). Het is een whisky die me meteen onderuithaalde. Maar die me ook nooit de kans liet recht te krabbelen en bij m’n positieven te komen. Hij greep me bij de keel, en liet niet meer los. Zelfs het lege glas deed me naar adem happen. Dit is kunst. Verheven kunst.
Maar, hoor ik u zich afvragen, is hij beter dan de 1966 Samaroli ‘Bouquet’? Mwaa… eerlijk? Geen idee. Beide whisky’s hebben een onuitwisbare indruk op mij gemaakt en in mij achtergelaten. Het proeven ervan (allebei ondertussen al meer dan eens) zijn momenten die ik nooit vergeet, meer nog, die ik koester. Ooit moet ik ze eens naast elkaar zetten, om finaal te kunnen zeggen wat ik de beste whisky ooit vind. Maar dan zou ik daar ook nog die Laphroaig 1967 bij moeten kunnen betrekken. Een heel ander profiel, maar nog zo’n letterlijk indruk-wekkende whisky. De Port Ellen 12 James MacArthur (dark) kan dan als sparring partner opdraven. Ha, het idee alleen al! Laat het me een project noemen.

 

Maar dat zal dan een project buiten Onversneden zijn. De titel verraadde het al, ik trek hierbij een sierlijke streep onder deze blog. Onder het motto ‘het is goed geweest’, wordt het tijd mijn passie voor whisky anders in te vullen en vooral wat meer tijd uit te trekken voor de dingen die zo veel belangrijker zijn dan whisky. Jawel, ze bestaan.

Nosing and tastingHet begon allemaal in februari 2008. Ik was al een jaar of vier intensief met whisky bezig. Tastings, festivals, clubactiviteiten afschuimend, telkens met het notaboekje in de hand en maar ijverig noteren. Om uiteindelijk de drang om mijn bevindingen wereldkundig te maken niet langer meer te onderdrukken. Een blog werd geboren. Exact zes jaar en een kleine 2000 notes later, heb ik het gevoel het wel wat gehad te hebben. Wroeten op een whisky, zoeken naar associaties, soms met volle goesting, soms omdat het moet, omdat er nu eenmaal een blog gevuld dient te worden… het begon af en toe toch wat ‘werken’ te worden.

Wat bij dat laatste ook meespeelt, is dat ik me niet van de indruk kan ontdoen dat het qua nieuwe releases het laatste jaar, de laatste twee jaar merkelijk een stuk minder boeiend geworden is. Zowat alles van de jaren zeventig is gebotteld, de jaren tachtig zijn gemiddeld minder interessant en ook daarvan lijkt er niet zo veel meer beschikbaar. Opéénvolgende bottelingen van Caperdonich 1972, Longmorn 1976, Clynelish 1982, Lochside 1981, Tomatin 1976, BenRiach 1976 en dergelijke meer (telkens zeer beschikbare vintages, maar ook zeer lekkere) zijn vervangen door reeksen Glen Garioch 1992, Clynelish 1997, Ardmore 1992, Laphroaig 1998… ook vaak lekker, maar toch niet vergelijkbaar. En niet zo veel goedkoper dan de nu cultflessen van amper twee, drie jaar geleden. Het kan natuurlijk zijn dat dit een tijdelijk fenomeen is, bepaald door al even tijdelijke factoren. Laat Bowmore van de jaren negentig en begin jaren tweeduizend tien jaar langer rijpen, geef Port Charlotte de tijd om z’n scherpe kantjes af te ronden, gun Clynelish 1997 de leeftijd van die fameuze 1982’ers. De toekomst hoeft er niet noodzakelijk somber uit de zien. Maar dan zullen er andere keuzes gemaakt moeten worden.

Je kan immers niet naast enkele trends kijken. Enerzijds distilleerders die alsmaar jonger bottelen, anderzijds onafhankelijke bottelaars die nog moeilijk aan ‘mooie’ vaten geraken. De stijgende vraag naar premium whisky’s in het Verre Oosten speelt hierin een belangrijke rol. Er zullen in de toekomst ongetwijfeld nog schitterende whisky’s uitgebracht worden, maar het aanbod zal kleiner (en jonger) zijn en de prijzen… tja, dat laat zich wel raden. Nochtans is er geen enkele markt die alleen maar stijgt, ooit komt er een stevige knik in die alsmaar klimmende lijn, elke bubbel moet ooit eens barsten. Maar ik denk niet dat dat voor onmiddellijk is, en dat we dus nog enkele jaren tegen stijgende prijzen zullen aankijken.
Ik heb het voorbije anderhalf jaar nog maar weinig nieuwe bottelingen gekocht en me eerder gericht op gemiste bottelingen van de jaren voordien, weliswaar vaak aan een hogere prijs. Die jaren voor de terugval boden immers een overvloed aan fantastische whisky’s, maar tenzij je over onbeperkte middelen beschikte, was je verplicht te kiezen. En kiezen is zoals iedereen weet altijd een beetje verliezen. Daarenboven is er nog zoveel ander lekkers (en betaalbaarders) te ontdekken, zeker wat wijn en z’n satellieten (Sherry, Madeira, Cognac…) betreft. Alhoewel whisky altijd mijn eerste passie zal blijven.

Ga ik Onversneden missen? Ongetwijfeld. Maar het leven zonder zal wel wennen en zal me niet minder bevallen. Want, zoals Oscar Wilde het in Lady Windermere’s Fan verwoordde: we are all in the gutter, but some of us are looking at the stars.

The End

Advertenties

Glen Grant 25y 1964, Signatory

Vandaag een Glen Grant 1964 van Signatory. Niet dé Glen Grant 1964 van Signatory, dat is de 42-jarige uit de ‘Decanter Collection’ (volgens menig kenner de beste Glen Grant van allemaal – zelf heb ik nog niet de eer van een vloeibare ontmoeting gehad), wel een wat jongere, gebotteld onder het Vintage label.

 

Glen Grant 25 YO 1964/1990, 46%, Signatory, casks 107, 17, 18 & 19Glen Grant 25y 1964/1990, 46%, Signatory, casks 107, 17, 18 & 19, 1300 bottles
Ronduit schitterende sherryneus. Complex, elegant, gelaagd, smeuïg. Ik ruik eerst zoete zaken zoals kandijsiroop, zachte karamel, rozijnen, dadels en warme aardbeienconfituur. Daarna koffie, tabak, meubelwas en kruiden zoals gekonfijte gember, anijs en eucalyptus. Wat ook opvalt is de geur van de herfst. Gevallen, natte bladeren, natte aarde en mos. En dan betreden we een antiekwinkel. Oude boeken, oud leder, oude meubels. Onderliggend sappige eik en op de achtergrond de heerlijkste turfrook. Echt fantastisch vind ik dit. De smaak is iets minder complex en minder smeuïg, maar het blijft genieten in overdrive. Rozijnen, vijgen en appelsienconfituur qua fruit, zoethout, kruidnagel en munt qua kruiden. De sherry brengt verder ook koffie, tabak, kandij en chocolade mee. De eik groeit, maar het wordt nooit drogend, de turfrook zorgt ook hier voor een extra laag. Zeer lange, verwarmende afdronk, perfect in het verlengde van de smaak. Machtige Glen Grant. En mijn beste ook wel, los van een buitenaardse en vooroorlogse 21y. 93/100

Longmorn 46y 1964, G&M for La Maison du Whisky

De Longmorn die ik vandaag proef, won een gouden medaille op de Malt Manic Awards. Ik heb al vaak geproefd en al even vaak mee geworsteld. Tijd om ‘m eens grondig te analyseren.

 

Longmorn 46y 1964/2010, 45%, Gordon & MacPhail for La Maison du Whisky, sherry hogshead #1034
Met de neus is absoluut niets mis. Integendeel, dit is sherry op z’n best. Oude Longmorn, wat wil je? Rijk, aromatisch, dik. Op associaties van fruit (braambessenconfituur, gekonfijt fruit, gedroogde varianten zoals gele rozijnen, dadels en pruimencompot), sappige eik, kruiden (kruidnagel, kaneel), koffie, kandijsiroop, tabak en rook van het hout. Ook iets subtiel vegetaals. Complex en gewoonweg heerlijk om ruiken. Maar dan, de smaak… dat is wringen en wroeten. Werken. De smaak is lekker, zeer zeker, maar slingert nogal wild van fruit en zoet naar bitter en droog. Rood fruit en stroop, maar ook veel eik, noten en kruiden (kaneel, peper, munt en kruidnagel). Lichte rook. Koffie. Maar op de duur slaat de slinger te veel door naar het bittere, het wordt me echt wel te droog. Sterke thee. Zelfs wat tannines (druivenpitten). En zeker dat laatste kost ‘m toch punten. De afdronk is lang, verwarmend en droog. De neus is fantastisch (92, 93 punten), maar op de smaak wint de eik. Dit is volgens mij enkele jaren te laat gebotteld. Spijtig. 89/100

Karuizawa 1964

Jawel, 1964. Die bewuste 1964 waar je meer dan 10.000 euro voor betaalt. Of betaalde, want – hoe gek het ook moge klinken – reeds uitverkocht. Maar cult nog voor hij te koop werd aangeboden. Gebotteld voor Wealth Solutions uit Polen en vanaf 13 februari te koop aangeboden via Master of Malt. Of toch een deel werd te koop aangeboden, ik veronderstel dat een ander deel in Polen is gebleven. Binnenkort wordt er trouwens ook een 1960 op de markt gebracht. Geen idee of die even goed zal zijn als deze, hij zal in ieder geval een stuk goedkoper zijn. Nu, ‘goedkoper’ is in deze categorie whisky’s erg relatief natuurlijk.

 
Karuizawa 48 YO 1964, 57.7%, Number One Drinks for Wealth Solutions Poland, sherry cask #3603
 

Karuizawa 48y 1964/2012, 57.7%, Number One Drinks for Wealth Solutions, Poland, sherry cask #3603, 143 bottles
Minder hevig op de neus dan ik verwachtte. Ondanks de 58% alcohol (op 48-jarige leeftijd nota bene) is dit romig en erg aromatisch. En vooral enorm fruitig. Het meest fantastische fruit speelt ten dans. Rijpe appelsienen, ananas, pruimencompot, vijgenconfituur, warme aardbeienconfituur, abrikozen, warme krieken… succulent zoet en sappig fruit. Wat een verrukking! Praliné, smeuïge karamel, kandijsuiker en kokos dragen nog wat extra bij tot het zoete karakter. Maar dit is zoveel meer dan fruitig en zoet. De geur is ook kruidig (kaneel, peper, munt, zoethout), rokerig (weinig turf, eerder haardvuur en tabaksrook), vegetaal (maar dan de bossige variant – mos, varens, dat soort zaken), zilt en waxy (geboende antieke meubels – Louis XV denk ik). Oud leder en geroosterde eik ondersteunen het geheel op sublieme wijze. Karuizawa 1964 back labelWater toevoegen lijkt me niet nodig, ik heb de indruk dat de geur er alleen maar droger door wordt en wat van z’n expressiviteit verliest. En van expressiviteit gesproken, wat een smaakbom is dit! Het fruit is even groots als in de geur. Appelsienenconfituur, mango, vijgen, limoen en rode bessen. Dit fruit wordt gevolgd door chocolade, praliné, cacao, honing, leder en bijenwas. En vervolgens door kruiden zoals peper, zoethout en kaneel. En dat alles gedragen door noten en machtige, sappige eik. Iets droger dan op de neus, maar dan wel op de meest geweldige manier. De afdronk kan ik moeilijk lang noemen, dat zou ‘m oneer aandoen. Dit is gigantisch, na een uur proefde ik ‘m nog. In z’n volle glorie. Misschien wel de beste Karuizawa die ik al kon proeven. Niet zozeer de complexiteit, maar wel de levendigheid van deze whisky is indrukwekkend. 95/100

Bruichladdich 29y 1964, Gordon & MacPhail Cask

Onder zijn Cask label heeft Gordon & MacPhail heel wat lekkers gebotteld, telkens single casks op vatsterkte. Zo ook deze Bruichladdich 1964.

 

Bruichladdich 29 YO 1964, 50.4%, G&M casks 3673 & 3675Bruichladdich 29y 1964/1994, 50.4%, Gordon & MacPhail Cask, casks 3673 & 3675
Wat een heerlijke geur! Tropisch fruit, en nog niet zo’n beetje, vermengd met oude toestanden (meubels, boeken, leder). Mooie ‘waxyness’. Zachte turfrook op de achtergrond. Qua tropisch fruit noteer ik mango, ananas, guave en coeur de boeuf. Perzik ook. En iets van Kirsch. Lichte zee-elementen zoals zilt en zeewier vullen aan. Prachtige ronde, rijke, volle smaak. Kandijsuiker en honing. Veel fruit, zowel gestoofd (allerlei confituren) als tropisch (mango, ananas). Kruiden zoals gember en zoethout, en zilt. En opnieuw die heerlijke zachte turf. En naar het einde komt daar nog citrusfruit bij, the orange kind, mandarijn en sinaas. Cake mag ik niet vergeten te vermelden, net als de obligate eik. Erg complex. Lange, zoete en fruitige afdronk, met opnieuw de perfecte hoeveelheid eik ter ondersteuning. En die zachte turf niet te vergeten. Een pareltje! 93/100

Springbank 1964 & PJ Harvey

Oude Springbank, hoofdstuk elfendertig. Eéntje uit 1964 deze keer, gebotteld door de Scotch Malt Whisky Society.
Terwijl ik proef, speelt op de achtergrond Let England Shake van PJ Harvey, voor mij dè plaat van 2011. Luister naar The Glorious Land of On Battleship Hill en voel de haren op je armen rechtkomen.


 

PJ, of voluit Polly Jean, werd in 1969 geboren in Bridport, in het zuiden van Engeland. Ze is singer-songwriter en bespeelt een hele resem aan instrumenten: gitaar, piano, bas, saxofoon, harmonica, orgel… Haar carrière nam een bescheiden start in 1988 toen ze het plaatselijke bandje Automatic Dlamini van John Parish vervoegde. Vanaf 1991 ging de groep als PJ Harvey door het leven en bracht het twee platen uit, Dry in 1992 en Rid of Me in 1993. Niet veel later werd de groep ontbonden en ging Harvey solo verder. Ze nam nog een zestal studioalbums op met medewerking van een pleiade aan bekende muzikanten.
Ze is trouwens de enige artiest die tweemaal de prestigieuze Mercury Price in de wacht wist te slepen, in 2001 voor Stories from the City, Stories from the Sea en in 2011 voor deze Let England Shake.

Wat een machtige plaat, en wat een machtige whisky… best of both worlds.

 

Springbank 31y 1964/1996, 51.1%, SMWS 27.41
De neus bestaat uit een heerlijke mix van allerlei sherrytonen met voorop fruit zoals pruimen, kersen, kokos en sinaas. Gevolgd door oud leder, oude boeken, mokka, eik en zoete toetsen zoals honing en gekonfijte gember. Munt ook. En zachte rook als finishing touch. Sigarendoosje. Erg krachtig op de tong, vol en olieachtig mondgevoel. Opnieuw de pruimen en de kersen, okkernoten (een beetje drogend, maar o zo mooi), brownies en chocolade, kokos, tabak, een beetje rook, balsamico, eik… vooral veel puntjes. Erg complex. Drogend naar het einde en in de zalig lange afdronk. Maar laat je niet afschrikken door het droge karakter op de tong, dit is hier een absolute meerwaarde. Sublieme whisky. 93/100

Glenlivet 16y 1964, Cadenhead dumpy

Vandaag een fles die volgens mij zo goed als niemand kent. Je vindt er ook niets van terug op internet. Ook geen foto dus (had ik aan moeten denken bij het afvullen van m’n sample – Lindores Whiskyfest 2010 was dat). Maar dat zijn de whisky’s die deze queeste zo mooi maken natuurlijk. Nu nog de tweede Bowmore Bouquet…

 
Glenlivet 16y 1964, 46%, Cadenhead dumpy +/- 1980
Whoeha, wat een geweldige waxy neus! De geur van een antiekwinkel, geboende oude meubels, oud leder, oude boeken… zalig! Vervolgens rozijnen op rum, en dat is hier niet de eerste de beste rum. Oude rum. Okkernoten ook, romige karamel en geflambeerde banaan. Duidelijk een sherryvat. Olie ook, lijnzaad. Zachte rook op de achtergrond. Smeulend haardvuur. Sappige, belegen eik. Man man, dit is goed! En de smaak trekt de lijn door. Schitterende eik, balsamico, peper, zoethout, metalige tonen (wat old bottle effect), hoestsiroop, hars en pas in de retro krijg ik fruit. Maar dan wel in volle glorie. Banaan, ananas en lychee. Marsepein en nougat zorgen voor het zoets. Ronduit heerlijk. Lange afdronk, het genot blijft maar duren. Grootse klasse! 93/100

St. Magdalene uit z’n beste periode op sherryvat

De beste periode voor St. Magdalene is met voorsprong midden jaren zestig. Als je ooit de kans krijgt St. Magdalene 1964, 1965 of 1966 te proeven, grijpen. Met beide handen. Gordon & MacPhail heeft er meerdere onder z’n Connoisseurs Choice label gebotteld – sommige outstanding – en er bestaan ook enkele sublieme Cadenhead dumpy’s. De meeste bottelingen zijn bourbon-gerijpt, maar er zijn ook enkele sherry-gerijpte. Een voorbeeld hiervan is degene die ik vandaag proef, een 1964 Connoisseurs Choice. Onder het motto ‘ook dit is Lowland!’

 
St. Magdalene 18y 1964, 40%, G&M Connoisseurs Choice 1983, old brown label
Halleluja, dit is een zalige neus! Zachte, fruitige sherry en warme chocolade-saus. Callebaut kwaliteit, minstens. Het fruit is vooral rood: rode bessen, kersen, braambessen (ok, dat is al zéér donker rood). Banaan ook. Pruimen. Steviger dan het alcoholpercentage doet vermoeden. Amandelen, geroosterd hout, antieke lederen zetels… het zegt misschien niet zo veel, maar dit is écht een superneus. Ook de smaak is super. Zalige sherry met rode vruchten, hout, abrikoos, vanille fudge, mokka, tabak, licht waxy… droger naar het einde, het hout zet zich wat door. Ook de afdronk is vrij droog, maar wel érg lekker. Het bittere wordt meer dan voldoende gecounterd door het zoete en het fruitige. 93/100
 

De sherry maakt dat dit een ander profiel is dan de St. Magdalene uit deze periode die ik al dronk. Maar ook deze is fantastisch lekker, ondanks z’n laag alcoholpercentage. Jaren zestig St. Magdalene kan zó goed zijn… spijtig dat ze dit niveau later niet meer hebben kunnen evenaren. Maar dat geldt voor meerdere distilleerderijen natuurlijk.

 

Fulldram supertasting 2010

Een Fulldramseizoen afsluiten, doen we zoals gewoonlijk in stijl. En vermits onze club dit jaar z’n vijfjarig bestaan vierde, mag stijl met een hoofdletter geschreven worden. In kalligrafie en verguld. Zo werd een lichtjes fantastische clubbotteling onlangs boven de doopvont gehouden, welke binnenkort aan de leden wordt verkocht. Maar ook de afsluitende supertasting moest een stevig orgelpunt op dit jubileumjaar worden. En zo geschiedde. De vorige supertasting was z’n naam al meer dan waard, toen kregen we acht kleppers te proeven waaronder de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Dit jaar zouden het er vijf worden… met hetzelfde budget. Laat ons zeggen dat de verwachtingen wel erg hoog gespannen waren. Ook deze keer was het trouwens onze ere-voorzitter Luc Timmermans die in z’n rijke collectie dook en met vloeibaar goud richting Leuven kwam. Hieronder een verslag van een avondje genieten in overdrive.
 

Als aperitiefje kregen we een oude blend voorgeschoteld, meer bepaald een Haig van 1974. Deze bewees eens te meer dat blends vroeger gemiddeld genomen beter waren dan vandaag de dag. Het gehalte aan single malt lag toen gewoon een pak hoger dan nu.

Haig Gold label, 43%, OB, rotation 1974, blended
De neus vertoonde lichte OBE, zonder echt muf te worden evenwel. Zilverpoets eerder, en de geur een antiquaraat. Erdoorheen priemde boter, wat granen, honing, sinaas en citroen. Vicks lemon. De smaak was romig en zoet (karamel) met een aangename fruitigheid. Werd metterijd wat bitter, maar nooit storend. Een pak beter dan de recente Haig in ieder geval. 83/100
 

De eerste in het rijtje van vijf toppers was één van de drie oude sherry-juweeltjes die we te drinken kregen, een Macallan 1964. t’ Is te zeggen, dat is wat ons verteld werd want het label was zo goed als onleesbaar. Was het wel Macallan?

Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl
Oh ja, dit is een zalige, zacht-zoete sherryneus. Zoete balsamico, pruimen, rozijnen, geconfijt fruit (in van die boluskoeken!), geroosterde noten, woodsmoke en rijpe kruisbessen. Na enige tijd ook bloemen. Lekkere en complexe oude sherry. De smaak geeft associaties van bittere chocolade smeltend in je mond. Op de tong is hij romig (boter) en geeft naast de chocolade gestoofd fruit (confituren), pruimen, honing, perensiroop en een aangename kruidigheid. De afdronk is niet al te lang maar wel erg lekker op bitterzoete tonen, met terugkerend fruit. Smullen! 93/100
 

En dan volgende een andere gesherriede whisky. Andere ook in de betekenis van anders. Deze Inchgower 1967 heeft echt een heel ander profiel dan de Macallan. Veel vuiler vooral.

Inchgower 21y 1967, 46%, Moncreiffe & Co, Monza, Italy, 75cl
De neus had serieus wat tijd nodig om open te bloeien. Niet verwonderlijk na meer da twintig jaar onder kurk. Eerst had ik vleessaus, maggie en kruiden. En dat vuile. Een natte dweil? Oude, vette sherryneus. Dan verbrande karamel, chocolade, aarbeienconfituur en hars. Lichte rook er doorheen. Geen gemakkelijke, complexe neus die beetje bij beetje ontluikte. De vette sherry zette zich verder op de smaak met associaties van kersen, karamel, lichte rook en veel kruiden. En maar een beetje hout. De afdronk van deze Inchgower is een stuk langer dan deze van de Macallan maar minder fruitig. Meer op karamel en kruiden. Bijzondere whisky, maar geef ‘m vooral tijd. 91/100
 

En dan volgde een legendarische Ardbeg, ééntje uit de even legendarische Fragments of Scotland reeks van Samaroli. Het label vermeldt enkel ‘Islay’ en zegt dus niet om welke distilleerderij het gaat. De flessen werden indertijd ook redelijk goedkoop verkocht, want ja, wie wil er nu veel geld geven aan een niet nader genoemde Islay van 15 jaar oud? Maar toen duidelijk werd dat het Ardbeg 1973 was, ontstond er een rush op deze whisky. Waar je indertijd voor de ganse reeks van 6 flessen verhoudingsgewijs geen 1.000 euro betaalde, betaal je nu meer voor enkel deze Ardbeg. Op zich is Ardbeg 1973 natuurlijk niet zó uniek, wel uniek is dat dit een jonge Ardbeg 1973 is, gebotteld in 1988.

Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles
Erg complexe neus op turf, fruit (groene appels) en kruiden. Ook mineralig en hoe langer hoe meer farmy notes die komen bovendrijven. Stallen, nat hooi. Brora early 70’s style dus, toch altijd een stevige meerwaarde vind ik zo. Karamel. Zeewier. Een heel ander profiel dan ik verwachtte, anders ook dan de Ardbeg 1974’s die ik al proefde. Erg stevig en ‘dik’ op de tong. De turf, de kruiden, het (wit) fruit, je treft het ook hier aan. Maar daar houdt het niet mee op, een lekkere ziltigheid, zoethout en wat vanille komen er bij. Alles erg geconcentreerd. Zalige afdronk, ‘coastal’en ‘peaty’ en zo lang als een Belgische regeringsvorming. Zeer complexe en intense whisky. 94/100
 

En dan kwam voor mij met voorsprong het hoogtepunt van de avond. Een Glenfarclas die ik alleen maar in pure lyriek kan beschrijven, de 21-jarige in 1974 gebotteld voor Eduardo Giaconne. Een fenomenale whisky voor één van de grootste whiskypersoonlijkheden die de wereld gekend heeft. Vermits deze whisky in 1974 gebotteld is, betreft het hier distillaat van begin jaren 1950. Hou u vast.

Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974
De neus. Ik bedoel De Neus. Die van de Macallan omschreef ik als ‘zalige sherry’, die van de Inchgower als ‘oude vette sherry’, dit is… euh, beter. Oh ja, dit gaat vlotjes over al het voorgaande. Man, dit is goed! En complex! Het woord complex is uitgevonden om deze geur te kunnen omschrijven, hij blijft maar evolueren. Waar beginnen? Dit is onbegonnen werk. Toch een poging. Noten, karamel, vijgen, chocolade, lichte rubber, teer en barbeque-toestanden (de houtskool, het gegrilde vlees…). Daarna rokerige aroma’s. Woodsmoke, subtiel turf. En het is nog niet gedaan. Antiekwas, kaarsvet, honing. De geur van oude lederen zetels. Tja, en zo blijft dat maar evolueren, elke keer ruiken geeft nieuwe associaties. Op een gegeven moment moet je stoppen, want het blad raakt vol, en ook de achterkant, en je wil er ook nog eens van proeven, nietwaar? De Smaak dus. Hij zet stevig aan en biedt ook hier een associaal decadent palet aan sensaties. Gedroogd fruit (abrikoos, vijg, rozijn), geconfijt fruit, noten, chocolade, rijpe appelsienen, turf, munt, kruiden (welke? who cares?) et cetera et cetera, in excelsis deo. Amen. Lange, erg lange en complexe afdronk op kruiden, vanalle zoets en zachte turf. Volgens Luc één van de beste Glenfarclasses ever (hij geeft de indruk daar iets van te kennen), voor mij sowieso dé beste tot op heden. 96/100
 

Afsluiten deden we met een whisky met een licht fruitige toets. Qua line-up was dit perfect. Na het complexe sherrygeweld van de Glenfarclas een whisky die het moet hebben van pure fruitigheid. Het contrast kon niet groter zijn. Zoals algemeen geweten kan een line-up een whisky maken of kraken, een line-up is nooit neutraal. Soit, het gaat dus om een Bowmore 1966, het meest ‘tropische’ Bowmore-jaar.

Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles
Neus: tropisch fruit. Smaak: tropisch fruit. Afdronk: tropisch fruit. Voila, heb zelden makkelijker een whisky kunnen beschrijven. Eénzijdig, weinig complex, niet al te boeiend eigenlijk. Maar het moet gezegd: dit is oh zo superieur éénzijdig, oh zo superieur fruitig. In de neus en op de smaak een succulente tropische fruitsalade. Dominiek maakte een vrij levendige voorstelling van een wulpse dame in een strooien rokje dat al heupwiegend een grote mand fruit op haar hoofd draagt. Spijtig genoeg zeggen woorden in deze belange niet zoveel als beelden. Op het netvlies gebrande beelden. Nu, er is natuurlijk nog wel iets meer te ontwaren dan de mango, de passievrucht, de papaya, de ananas en de pompelmoes. Op de neus had ik ook bloesems, kamille en boter. Een klein beetje zilt op de tong ook. En zo goed als geen hout. Noch rook. Dit kapt zo makkelijk binnen, je hebt echt niet het idee iets op – toch nog altijd – 43% te drinken. Na de tasting had ik deze op 95/100 staan, maar had nog wat over. Na herproeven the day after doe ik er een puntje af. Hij is geweldig lekker, maar de line-up misleidde een beetje. Het gebrek aan complexiteit en evolutie, wat de Glenfarclas – overtollig – wel had, ontbreekt hier. De Bowmore Bouquet is de incarnatie van het beste van beide werelden: het beste wat Bowmore 1966 te bieden heeft in een opperste complexiteit. 94/100
 

Macallan 1964, Inchgower 1967, Ardbeg 1973, Glenfarclas early 1950’s en Bowmore 1966… dit noem ik nu eens een Supertasting zie! A ja, de top 5 van de avond was:

  1. Bowmore
  2. Glenfarclas
  3. Ardbeg
  4. Macallan
  5. Inchgower

Bowmore en Glenfarclas ex aequo maar de Bowmore had meer eerste plaatsen. Bij mij staan de Bowmore en de Ardbeg samen op twee met de Glenfarclas als absolute heerser over de avond. Ik begin Luc stilletjesaan te begrijpen. Long way to go evenwel.

 

Glen Grant 5y 1964

Glen Grant 5y 1964, 40%, OB for Giovinetti, Italy, bottled +/-1969 – Speyside
Oh nee, deze whisky had al veel eerder opgedronken moeten worden. Plat, vlak, slappe thee, héél slappe thee. The spirit has gone. 46? Waarom 46? Geen idee, vond 40 of 50 nogal cliché. 46/100
 
Morgen proef ik twee Ardbegs, ter compensatie.