Spring naar inhoud

Posts tagged ‘12yo’

Highland Park 12y ‘Saint Magnus’

Met de Magnus Editions trilogie heeft Highland Park eer betoond aan Saint Magnus, de eerste graaf van Orkney, en ook wel een beetje aan z’n stichter Magnus Eunson (1798), genoemd naar deze heilige. Saint Magnus was een Noorman (Orkney was in die tijd Noors grondgebied) die leefde van 1075 tot 1116 of 1117, toen hij door z’n neef en rivaal, Earl Haakon, werd vermoord. Z’n verhaal wordt verteld in twee sages (Magnus’ saga) en een legende (Legenda de sancto Magno).
De drie whisky’s in deze reeks zijn de 15y ‘Earl Magnus’, de 12y ‘Saint Magnus’ en de 18y ‘Earl Haakon’. Ze werden gebotteld in een hand-geblazen bruine fles en kregen een retro-label mee dat gebaseerd werd op een 150 jaar oude fles Highland Park.

De Saint Magnus die ik vandaag proef, is een vatting van whisky gerijpt op sherryvaten, voor het grootste deel van Europese eik. De jongste whisky werd gedistilleerd in 1998.

 

Highland Park 12y ‘Saint Magnus’, 55%, OB 2010, 11.994 bottles
Krachtige en zoete neus op tonen van honing en hooi (of wat had je gedacht?), karamel, leder, gedroogde vruchten, geroosterd vlees, kaneel en zoethout. En dat alles vermengd met eik en wat rook. Op zich allemaal aangename associaties, maar het geheel is vrij scherp: de karamel doet wat verbrand aan, het leder is nieuw en ruw, de eik en de kruiden zijn best dominant. Dus al bij al niet zó geweldig aangenaam. De smaak is al even krachtig en ja, ook scherp. Bitter. Daar zorgen kruiden, karamel, eik en noten voor. Wat rook ook, en teer. Water helpt wel, het brengt honing, sinaas en bijenwas naar voor. Lange droge afdronk op kruiden en turf. Zonder water zou ie onder de tachtig zijn geëindigd. Niet makkelijk meer te krijgen, maar zo erg is dat nu ook weer niet. 82/100

Bowmore 12y 1998, A. Dewar Rattray

Vandaag een Bowmore 1998 van Dewar Rattray, te koop aan minder dan 60 euro. We weten al langer dat Bowmore de zepige jaren tachtig achter zich heeft gelaten, we hebben schitterende dingen kunnen proeven uit 1993, 1994 en 1995, maar ook distillaten uit de tweede helft van de jaren negentig blijken dus vaak erg lekker te zijn.

 

Bowmore 12y 1998/2011, 62.8%, A. Dewar Rattray, sherry butt #800167 (part), 271 bottles
Stevig rokerige neus (en dus niet ‘a touch of smoke and peat’ zoals de officiële tasting notes suggereren), vermengd met zee-elementen, mineralen en mooie sherrytonen. Dat vertaalt zich in associaties van turfrook, zilt, jodium, wat rubber, noten, leder, sinaas en natte stenen. Bij die sinaas denk ik vooral aan de schil ervan (zeste). Met water (want niet onlogisch aan dit alcoholpercentage) zelfs wat ‘farmy’ (nat hooi en natte hond). Mooi! Hij is zonder water natuurlijk erg krachtig en prikkelend op de tong, olieachtig ook. Opnieuw rook, maar minder dan op de neus, zilt, citrus (eerder citroen hier) en een groot aandeel sherry. Noten, leder en kruiden (zoethout valt op). Met water zoeter (vanille), meer citroen, en ook nog meer zilt. Lange afdronk, rokerig en zilt. Bowmore uit een sterke periode heb ik zo de indruk. 87/100

Bowmore 12y 1999, Fulldram

Met onze whiskyclub Fulldram hebben we zopas een derde clubbbotteling uitgebracht. Na de complexe fruitigheid van de Littlemill 1990 en de smeuïge zoetheid van de Auchentoshan 1999, wilden we nu de kaart van de turf trekken. Onze keuze viel uiteindelijk op een Bowmore 1999. Het werd meteen ook de eerste eigen botteling, waar de vorige Malts of Scotland bottelingen waren. Ruben Luyten stond in voor het ontwerp van het label. Waarvoor nogmaals dank Ruben.

 

 

Bowmore 12y 1999/2011, 57.6%, Fulldram, oloroso sherry cask matured, 190 bottles
De neus start meteen erg ‘coastal’. Kustig dus, maar geef toe, dat bekt niet echt. Ik heb vooral veel zilt, maar ook jodium (licht medicinaal) en zeewier. Een degelijke portie turfrook volgt, net als teer, met daaronder zoete tonen zoals vanille en melkchocolade. Pas in tweede instantie komt de sherry er door. Leder, rozijnen en allerlei bessen. Bramen, bosbessen en rode bessen. Dan ook nog een beetje wit fruit à la appel en perzik. Met water wordt het zoeter en krijgt de appel en de perzik de bovenhand op de bessen. Stevig mondgevoel met veel turfrook en zilt, donkere chocolade en een pak kruiden: kruidnagel, kaneel, zoethout en steranijs. Met water wordt het een stuk ronder en toegankelijker, dan met associaties van praliné, appeltjes uit de oven en bessen. Lange afdronk op turf en zilt, maar ook hier zoeter en fruitiger met water. Ik vind dit best comlexe whisky, maar om dat te ontdekken is er zeker op de smaak water nodig. Water maakt het geheel ook ronder, minder scherp. De neus komt het best onversneden tot z’n recht, de smaak versneden. Vandaar dat we er ook voor geopteerd hebben deze whisky onversneden te bottelen, dan kan je zelf beslissen al dan niet water toe te voegen (idealiter dus na het neuzen). 88/100

 

Het zou me trouwens niet verbazen mocht deze whisky nog beter worden in de (open) fles, de lucht en de jaren zouden de scherpe kantjes wel eens verder kunnen afronden en het fruit meer naar voor brengen. Ik heb dat al wel vaker gemerkt bij vatsterkte-whisky’s (en zeker geturfde whisky). Whisky’s op drinksterkte kunnen na enkele jaren in een open fles weleens ‘plat’ vallen, whisky’s op vatsterkte hebben soms juist baat bij enkele jaren in een geopende fles.

Oud naar Nieuw

Vol Kerstkalkoen en bubbels, slepen we ons naar het jaareinde, de overgang van Oud naar Nieuw. Oud naar Nieuw was ook het thema van de Fulldram tasting van vorige week. Bij deze klassieker zetten we van enkele whisky’s zowel een oude als een nieuwe botteling naast elkaar. Hieronder een summier verslagje.

 
Spirit of Unity, 46%, 2000 bottles, blended malt, for Japan
Het aperitiefje. For Japan is hier dus voor de slachtoffers van de aardbeving & tsunami van begin dit jaar en voor de heropbouw, het betreft geen botteling voor de Japanse markt. Deze blended malt bevat whisky van zeven distilleerderijen, Arran, Bladnoch, Glendronach, Glengyle, Kilchoman en Springbank, whisky uit alle hoeken van Schotland dus. Billy Walker stond in voor het blenden. Het resultaat is ver van slecht, maar nogal licht. Wat citrus en vanille op de neus, vergezeld van lichte zilt en dito turf. Op de smaak diezelfde citrus, amandelen, leder en ook hier zachte turf. Eerder korte afdronk. Mooi geblend, vlot drinkbare malt, maar ook niet meer dan dat. 78/100
 

Het eerste koppel dan, twee Cragganmore’s 12y met een twintig jaar verschil in botteldatum.

 
Cragganmore 12y, 40%, OB 2010
Eerder zoete, granige en wat duffe start. Muesli, honing, daarna een beetje wit fruit. Boter. Een klein beetje kruiden. Nogal saai. Ook op de smaak niet echt boeiend te noemen. Granen, gedroogd gras en vanille. Korte, granige afdronk. Zeer matige whisky. 74/100
 
Cragganmore 12y, 40%, OB +/- 1990, 75cl
75cl, dus vóór 1992 gebotteld. Met vermelding ‘Classic Malts’ op het label, dus na 1988. Beter en complexer dan de jonge versie. Olieachtig, grassig en fruitig. Dat grassige gaat gepaard met bloemen, qua fruit denk ik aan pruimen en peren. Leder heb ik ook, net als honing. Op de smaak komen daar nog wat kruiden bij. Middellange afdronk. Het effect van rijping op de fles? Of toen gewoon beter dan nu? 81/100
 

Bij het tweede koppel, Glen Elgin 12y, zit er nog meer tijd tussen, een dertig jaar.

 
Glen Elgin 12y, 43%, OB 2011
Zachte en aangename neus op rozijnen, noten, honing en Europees fruit. Zoete smaak met karamel, koffie, granen, wat fruit en kruiden. Middellange, licht droge afronk. Best lekker. 83/100
 
Glen Elgin 12y ‘Pure Highland Malt’, 43%, OB +/- 1980, White Horse, Carpano Import
Oud zwart-goud label. Mmm, erg lekkere neus op noten, kruiden, balsamico, turfrook, geroosterd vlees, koffie, antiekwas, hars en zilverpoets. Typisch oude sherry profiel (lang geleden gebotteld sherryvat bedoel ik dan). Stevig op de tong, kruidig (peper, zoethout), fruitig, met daardoorheen eik, sinaas, karamel en geroosterde noten. Lange afdronk op kruiden, een beetje boenwas en zachte rook. Zeer lekkere oldie. Let op, hier bestaan meedere batchen van (de ‘Carpano Import’ is belangrijk). 88/100
 

Het derde en laatste koppel werd gevormd door de Singleton of Dufftown 12y en een Dufftown 8y, gebotteld rond 1980 voor de Italiaanse markt.

 
Singleton of Dufftown 12y, 40%, OB for Duty Free, 1L
De neus start olieachtig (visolie) en grassig (hooi, maar ook bladeren), en gaat over in geroosterde noten, granen, leder en een beetje fruit (appel en meloen). Te weinig fruit echter om de wat duffere aroma’s te counteren. Dezelfde visolie op de smaak, het hooi en de (natte) bladeren ook, met daarnaast vanille en munt. Karton? Mmm, in de verte. Het is zeker geen frisse en levendige whisky, ben er niet echt fan van. Korte, droge afdronk. 75/100
 
Dufftown 8y 70 proof, OB +/- 1980, Italbell import, 75cl
Hier is de start echt ‘duff’: stof, champignons, karton… Maar het goede nieuws is dat dit wegtrekt en plaats maakt voor frissere sensaties. Rijpe vijgen merkte Dominiek op, zoethout en vanille noteerde ik nog. De smaak heeft niet dat duffe. Noten, karamel en kruiden maken de dienst uit. Middellange afdronk. Dit is geen slechte whisky, helemaal niet, maar er zijn betere Dufftowns 8y uit die tijd, ik denk maar aan de Ghirlande import van begin jaren zeventig. 81/100
 
En dan het toetje:
 
Bowmore 12y 1999/2011, 57.6%, Fulldram Whisky Club, matured in oloroso sherry cask, 190 bottles
Niet slecht :-) Een uitgebreide bespreking volgt.
 
 
De top drie voor de groep (voor alle duidelijkheid, dit is zonder het toetje) was:

  1. Glen Elgin oud
  2. Glen Elgin nieuw
  3. Dufftown oud

Longmorn 12y 1996, Dun Bheagan

Met al die Longmorns van midden-jaren-zeventig die recent zijn uitgebracht, zou je bijna vergeten dat ze daar ook nadien nog volop gedistilleerd hebben. Bij deze dus wat recenter werk, een 1996 gebotteld door Ian MacLeod onder hun Dun Bheagan label. Hier en daar nog te koop voor een 40 euro.

 

Longmorn 12y 1996/2009, 46%, Dun Bheagan, sherry hogshead #156876, 384 bottles
Wat eentonige neus op zoete en granige toetsen. Nougat, honing, noten, havermout… gevolgd door cider (appels) en gras. Niet bijzonder. Ook de smaak is dit niet. Zacht, granig en zoet. En ook hier doet ie me wat aan cider denken. Abrikoos schrijf ik nog op, net als wat kruiden. Kaneel bijvoorbeeld. Middellange, kruidige afdronk. Zoals ik al zei, niets bijzonders deze Longmorn. 78/100

Glen Ord 12y

Glen Ord is een distilleerderij met een rijk verleden, z’n geschiedenis gaat terug tot 1838. Doorheen de jaren werd de whisky onder verschillende namen gebotteld, waaronder Ord, Glen Ord, Glen Oran en Glen Ordie de belangrijkste waren. Vandaag is het in handen van de Diageo groep.

 

Glen Ord 12y, 43%, OB 2011
Frisse en zoete neus die het moet hebben van granen, vanille, zachte karamel en Europees fruit. Rode, sappige appels, ook wat peren. Florale toetsen en op de duur ook nog wat sinaas die er door komt. Aangenaam, zeker en vast. Licht en zacht mondgevoel met ook hier vrij veel graan (mout), karamel, amandelen en kruiden. Zoethout. Misschien een ietsje te veel hout om het niveau van de neus aan te houden. Cleane, licht drogende afdronk op amandelen en kruiden. Foutloze whisky met voor z’n 45 euro een correcte prijs/kwaliteitsverhouding. 81/100

Highland Park 12y 1982, G&M Cask

Highland Park is een distilleerderij met een rijke geschiedenis, een geschiedenis die officieel teruggaat tot 1825 en officieus tot eind achtiende eeuw. Een zekere Magnus Eunson, predikant en smokkelaar (ook vandaag zijn er mensen die religieuse met criminele activiteiten combineren) zou op de plaats waar nu de distilleerderij staat reeds in de tweede helft van de achtiende eeuw whisky gedistilleerd hebben. In 1825 werd dan de huidige distilleerderij gebouwd door Robert Borwick, die spoedig vervoegd werd door John Robertson, de man die Magnus Eunson achter de tralies stak.

 
Highland Park 12y 1982/1994, 56.9%, G&M Cask Selection, casks 784-786 & 788
Volle, aromatische neus op fruit, hooi, sappige eik, kruiden (veel zoethout) en zoete tonen. Vanille en honing. En dan die herfstgeur waar ik zo wild van ben (natte bladeren en zo). Very nice! Zacht (jawel, ondanks het alcoholpercentage) en romig op de tong, fris en fruitig. Peren, appelen en wat sinaas. Mooie eik, zoethout, kaneel (appel-kaneel, strudeltoestanden), honing ook, net als een beetje heide. Perfecte balans. Middellange, mooi bittere en fruitige afdronk. Niet erg complex, maar lekker seg! En vreselijk drinkbaar. En dat is dus gewoon 12 jaar oude Highland Park hé! Nu ja, gewoon is dit niet. 89/100

Glen Elgin 12y 1991, Murray McDavid

Glen Elgin werd gebouwd rond 1898 in Fogwatt, een klein dorp vlakbij Longmorn. Maar na amper zes maanden productie diende het z’n deuren omwille van de crisis al te sluiten. Daarna kwam de distilleerderij in handen van verschillende eigenaars om in 1936 in de portefeuille van Scottish Malt Distillers, het latere Diageo, te belanden. Ik proef vandaag twee Glen Elgins naast elkaar, een wat oudere 1991 botteling van Murray McDavid en een recente 1984 van Thosop.

 

Glen Elgin 12y 1991/2004, 46%, Murray McDavid, refill sherry cask #MM0407, 432 bottles
Kruidenthees. Zoethout. Gho, in de verte heel lichte tonen van lucifers, zonder dat dit een sulferneus is, alhoewel ik het toch liever niet geroken had. Stevig op de tong, mondvullend. Bittere sinaas, witte pompelmoes, karamel, eik, kruiden en een heel klein beetje rook. De lichte sulfer is hier niet te bespeuren, maar geweldig lekker vind ik deze whisky toch niet, net iets te bitter. Lange afdronk op allerlei tuinkruiden, karamel en dat klein beetje rook van op de smaak. Niet slecht, maar niet helemaal mijn ding. De Thosop daarentegen… 80/100

West Coast Whisky Battle

Maandagavond was het verzamelen blazen in zaal De Blauwe Schuit voor een tasting van onze club Fulldram onder de noemer West Coast Whisky Battle. De dames Jenny Karlsson en Paulina Kwiatkowska, brand ambassadors van respectievelijk Springbank en Arran, kruisten de degens in een vriendschappelijk doch gedreven tweestrijd om de gunst van het publiek. De namen van beiden klinken niet echt Schots, Jenny is van Zweede afkomst, Paulina van Poolse. Schotse roots hebben is niet echt een vereiste voor de job, er gelden in het wereldje duidelijk andere criteria. Als lelijke Schotse vent maak je volgens mij zo goed als geen kans om het tot brand ambassador (of sales representative of regional sales manager of hoe ze het ook noemen) te schoppen. Soit, hieronder een kort verslag. De begeleidende info over beide distilleerderijen laat ik gemakshalve achterwege.

 

De eerste ‘battle’ was deze tussen de Arran 14y, 46%, OB 2010 en de Springbank 15y, 46%, OB 2011. Die Arran kende ik al, de Springbank nog niet. Voor mij, en ook voor de groep was de Arran de winnaar. Ik vind dit een erg lekkere, volle en voldragen whisky. De Springbank, die voor 100% op sherryvaten rijpte, is ook best genietbaar, maar minder complex en een beetje saai. Licht fruitig (citrus vooral) en mineralig op de neus met zachte turf en wat teer. Op de smaak wat meer kruiden.
 
Arran 14y, OB 2010 85/100
Springbank 15y, 46%, OB 2011 82/100
 
 
De tweede battle ging tussen de Arran ‘Sleeping Warrior’ 10y 2000/2011, 54.9%, OB, 6000 bottles en de Longrow 14y, 56.2%, OB 2011 for The Nectar Belgium. De naam Sleeping Warrior verwijst naar de hoogste berg van het eiland Arran, met wat goede wil – of een halve fles Arran achter de kiezen – herken je in het silhouet van deze berg een slapende krijger. De whisky in deze botteling werd gedistilleerd in 2000 en rijpte zowel op bourbon-, sherry als rode wijnvaten. De wijn heeft hier in ieder geval z’n werk gedaan, je ruikt de wijn, net als Turks fruit en zoethout. Wordt hoe langer hoe zoeter (gekonfijte kersen). Stevig op de tong, ook hier vooral zoet met een licht bittere ondertoon. Kruiden. Ben hier absoluut niet wild van, maar water maakt het geheel wel wat beter (meer fruit). De Longrow vertoont de verwachte zachte en olieachtige turf, granen, vanille, citrus, aarde en een licht florale toets, hooi en heide. Vlot drinkbaar en ondanks het alcoholpercentage zacht op de tong. Lichte rook, sinaas, kruiden, een beetje zilt en vanille. Lange afdronk, rokerig en kruidig. Zéér lekkere whisky, die deze battle dan ook won. Afgetekend.
 
Arran ‘Sleeping Warrior’ 78/100
Longrow 14y for The Nectar 89/100
 
 
Vervolgens werden de Arran Single Cask 14y 1996/2011, 52%, OB, sherry cask #2034, 272 bottles en de Hazelburn 12y, 46%, OB 2011 tegenover elkaar gezet. Die Arran vond ik erg lekker (smeuïg zoet met associaties van marsepein, amandelen, appelmoes en opgelegde peren, licht mineralig en wat waxy, rijk en romig mondgevoel met meer kruiden dan op de neus), de Hazelburn viel me tegen (clean en grassig – gaande van versgemaaid tot stro – plus wat aarde, noten en lichte rubber, maar vooral saai, zeker minder dan de 2009 batch). Ook hier dus een duidelijke winnaar.
 
Arran Single Sherry Cask 1996 89/100
Hazelburn 12y 2011 76/100
 
 
Tot slot kregen we de Arran Single Cask 5y 2005/2011, 55%, OB bottled for the 5th anniversary of The Nectar, Belgium, bourbon cask 124, 254 bottles te drinken naast de Kilkerran Work in Progress III, 46%, OB 2011, Glengyle Distillery. Bijzonder aan de Arran is dat deze whisky licht geturfd is, de gebruikte malt had 14 p.p.m. (deeltjes per miljoen) turf. De neus ervan is clean op zoete tonen (vanille), fruit (appels en peren), gedroogd gras, heide en lichte turf in de verte. De smaak is zoet, fruitig (wit fruit opnieuw) en kruidig met de turf die ver op de achtergrond blijft. De Kilkerran (klassiek, dus tweemaal gedistilleerd) zou ongeveer 7 jaar oud zijn, 60% rijpte op bourbonvaten, 40% op sherryvaten. Ook hier veel wit fruit, maar meer olieachtige tonen en noten. Kaneel. Op de smaak vrij mineralig ook, licht ziltig en wat waxy. Niet slecht en zeker beter dan de eerste WIP. Hier was het een stuk spannender, met een nipte winst voor de Arran, ook voor mij.
 
Arran Single Cask 2005 for The Nectar 86/100
Kilkerran WIP III 85/100
 
Dat resulteerde dus in een 3-1 stand ten voordele van Arran.
 

Ardbeg 12y 1998, The Nectar of the Daily Drams

Na de overname door LVMH zien we nog maar zelden onafhankelijke Ardbegs gebottled worden. Deze 1998 van The Nectar is dus eerder een uitzondering. Hij kost je een 80 euro.

 

Ardbeg 12y 1998/2011, 55.4%, The Nectar of the Daily Drams
Zeer cleane en mineralige neus. Natte aarde, kalk, gras, planten… turf natuurlijk, maar ook deze is erg clean, zilt, zeelucht (jodium) en een beetje fruit (harde peren, kruisbessen). Niet echt complex maar wel aangenaam. Op de smaak stevig, mondvullend en met een rokerige start. Maar dan komt er zoets door (vanille, zoethout en marsepein), vervolgens kruiden, citrus en ook wat zilt. Complexer op de smaak dan op de neus. Met water wordt het geheel zoeter en fruitiger, en eigenlijk ook beter. Lange afdronk op zoete turfrook. Interessante botteling en zeker beter dan de klassieke Ardbeg 10y. 86/100

Laphroaig 12y 1996, Milroy’s

Laphroaig heeft lange tijd een bijzondere relatie gehad met Lagavulin. Zo werd de distilleerderij opgericht door de zoon van de stichter van Lagavulin, Donald Johnston en werd het een tijd gerund door de manager van Lagavulin, Walter Graham, toen Donald’s zoon op elfjarige leeftijd de distilleerderij erfde van zijn vader. Graham beheerde dus een tijdje twee distilleerderijen. Daarna verslechterde gedurende een bepaalde tijd de relatie tussen beide, resulterend in meerdere gerechtelijke procedures.

 
Laphroaig 12y 1996/2009, 46%, Milroy’s, bourbon hogshead #7289, 337 bottles
De neus neemt een cleane, mineralige en grassige start. Natte stenen, hooi en stro. Daarna zet de rook zich door en vervolgens komen vegetale en kruidige toetsen (zoethout o.a.) en wat vanille bij. Op de smaak rook, meer dan op de neus, dat grassige opnieuw, alsook de mineralen. Mist hier wel wat complexiteit. Geen al te lange afdronk, clean en rokerig. Niet slecht maar misschien een beetje simpel. 83/100

Benriach 12y

De Weedram Masters werd dus afgesloten met de Benriach 1975 voor Asta Morris, een in mijn ogen sublieme whisky. Deze werd voorafgegaan door de standaard 12y. Van deze laatste had ik nog een sample staan, de gelegenheid deze te ledigen.

 

Benriach 12y, 43%, OB 2011
De neus is fris, zoet en floraal. Honing, vanille, bloemen. Wat fruit erdoorheen. Rijpe sinaas. Iets etherisch ook. Nagellakverwijderaar? Noten. Rond en boterig mondgevoel. Vanille, een beetje eik, fruit en hier meer kruiden. Nootmuskaat, kaneel. Toast. Middellange afdronk op vanille en kruiden. Niet echt complexe maar vlot drinkbare Benriach aan een scherpe prijs (een 30 euro). 78/100

Weedram Masters XXV

Vorige dinsdag was het verzamelen blazen in Avelgem voor de 25e editie van de Weedram Masters, een jubileumeditie inderdaad. Ceremoniemeester Bert had vijfmaal twee whisky’s op een rijtje gezet, telkens de standaardbotteling en een iets-minder-standaardbotteling van datzelfde huis. Plaats van gebeuren was ’t Eenvoudig Bestaan, een mooi gelegen en gezellig kader dat de vaste stek is van de Weedram Masters. Van de niet-zo-standaard bottelingen heb ik een anderhalve centiliter mee naar huis genomen (karakter), de komende dagen zal je daarvan op deze pagina’s een bespreking vinden. Dit telkens vergezeld van mijn – weliswaar summiere – bevindingen van de begeleidende standaarbotteling. Vandaag het eerste koppel, Glenfiddich.

 
Glenfiddich 12y ‘Special Reserve’, 40%, OB 2011, 1 liter
Frisse neus, getemperd fruitig en maltig. Naast het fruit en het graan heb ik honing, hooi, gebakken groeten en een beetje rubber. De smaak is licht, hier mist hij duidelijk power. Weinig complex ook. Wat wit fruit, een beetje noten, een lichte bitterheid… eerder vlakke smaak. Korte, licht bittere afdronk. Foutloze maar verre van boeiende whisky. 74/100
 
 

Glenfiddich 1973, 46.6%, OB 2007 for LMdW, cask 28563
Oké, dit is een neus van een ander kaliber. Roasty! Allerlei geroosterde tonen (noten, toast, granen) vermengd met heerlijk fruit en kruiden. Qua fruit zowel sappig wit fruit als gestoofd fruit. Acaciahoning ook, net als prachtige belegen eik. Een lichte rokerigheid van het hout. Zeer expressief. Top! Het mondgevoel is dik en chewy, een whisky om op te kauwen. De eik gaat naar het einde toe wel domineren in plaats van aanvullen. Het fruit (perzik en abrikoos vooral) en de kruiden zijn bij de start duidelijk aanwezig maar laten zich hoe langer hoe meer wegdrukken. Ook honing en noten doen hun best om de aandacht te trekken. Lange, licht bittere afdronk met toch ook zoete en fruitige tonen. Een prachtige neus, een iets mindere smaak. Enkel op de neus zou hij twee, drie punten meer scoren. 90/100
 

Dat was op z’n minst een mooi begin, en nog eens een bewijs dat Glenfiddich in 1973 en (vooral) 1974 echt wel lekkere whisky geproduceerd heeft.

Deanston 12y

Bon, nu wordt het écht wel tijd om terug met beide voeten op de grond te komen. Laat ons voor dit doel de nieuwe Deanston 12y, althans de recentste batch, ter hand nemen.

 

Deanston 12y, 46.3%, OB 2011
Granige en florale neus die met wat frisser overkomt dan de vorige batch die ik proefde. Vanille en een beetje eik. Toch ook beetje karton. Droog karton. Gedroogd gras, hooi. Het bittere, het droge komt langzaamaan meer naar de voorgrond. Op de smaak gelukkig wat meer fruit. Sinaas, pompelmoes en peer heb ik. Hout, gedroogd gras en toch ook vrij veel kruiden. Kaneel, gember, peper. Bijzonder boeiend is dit toch niet. Middellange, kruidige, eerder saaie afdronk. Wat beter dan de 2008 batch maar dit blijft een erg matige whisky. Spijtig voor deze Deanston, maar mijn voeten staan wel degelijk terug op de grond. 72/100

Teaninich 12y, The Nectar of the Daily Drams

Vandaag proef ik een 12-jarige Teaninich van The Nectar. Ik heb geen idee wanneer deze whisky gebotteld is, maar ik hoef me niet te schamen want ook de mensen van The Nectar weten dit niet, volgens James waarschijnlijk reeds ergens in de jaren negentig. Het betreft blijkbaar een pallet flessen dat enkele malen de wereld heeft rondgereisd en vergeten was in één of andere magazijn. Pas recent wordt het te koop aangeboden bij verschillende slijters.

 

Teaninich 12y, 40%, The Nectar of the Daily Drams
Deze whisky laat zich onmiddellijk kennen als een échte daily dram. Zacht, aangenaam en erg vlot drinkbaar. De neus geeft in eerste instantie een zoete granigheid, ontbijtgranen en vanille, gevolgd door lichte, frisse, grassige tonen. Tevens heb ik een klein beetje bijenwas, noten, citrus en zachte eik. Ook de smaak is zoet, maar hier wordt deze Teaninich wat fruitiger. Naast de citrus doemen ook appels en gele perziken op. Vanille, eik en gember maken het plaatje af. Romig, licht boterig mondgevoel. En dat kapt dus verschrikkelijk gemakkelijk binnen. De afdronk is niet geweldig lang maar wel aangenaam, romig, op appels, zacht hout, kandij en peper. Voor een 40 euro iets om snel in huis te halen, maar let op, want de fles zal al even snel leeg zijn. 84/100

Laphroaig 12y 1998, Malts of Scotland

Laphroaig werd opgericht in 1815 door Donald Johnston, de zoon van de man die enkele jaren voordien Lagavulin bouwde. Bij de dood van Donald erfde diens zoon Dugald op elfjarige leeftijd de distilleerderij. Ik kreeg op 11 jaar een horloge als ik me niet vergis.

 

Laphroaig 12y 1998/2011, 59.6%, Malts of Scotland, cask 700272, bourbon hogshead, 152 bottles
Stevige rokerige neus met naast de (turf)rook redelijk wat teer, houtskool en lampolie. Vanille ook, net als zilt en zeewier. Daarna zet er zich een beetje citrusfruit door. Nieuw leder en lichte munt vervolledigen het plaatje. Deze Laphroaig is krachtig op de tong, scherp zelfs en erg rokerig, op het assige af. De rook gaat hier vergezeld van medicinale toetsen, zilt en vrij veel citroen. De schil van zure appels. Kandijsiroop misschien in de verte. In de verte. De smaak vind ik minder boeiend dan de neus, een beetje eentonig. Lange, rokerige afdronk met kruiden (peper vooral), zilt en ook hier (vrij veel) citrus. Een echte rechttoe rechtaan whisky, takes no prisoners zoals ze dat over de plas zeggen. 84/100

Old Pulteney 12y 1998, Malts of Scotland

Old Pulteney, gelegen in Wick in de noordelijke Highlands, kom je niet zo heel vaak tegen in onafhankelijke bottelingen. Ik heb er althans nog niet veel gedronken. De naam van de distilleerderij verwijst naar een oud landgoed in het zuidelijk deel van de stad Wick, Pulteney Town.

 

Old Pulteney 12y 1998/2011, 52.5%, Malts of Scotland, cask 1217, bourbon hogshead, 301 bottles
De neus van deze Pulteney start lichtjes duf en stoffig. Karton. Droog karton. Wat kaarsvet, net als mos en varens. Vervolgens priemen er frissere tonen door: zowel coastal (zeewier, zilt, jodium) als fruitige (aardbeien, de schil van groene appels) aroma’s. Ginger Ale. Heeft wat lucht nodig om open te breken. Best stevig op de tong met vooreerst zout en zoethout, gevolgd door noten en vegetale tonen. Ik denk in eerste instantie aan peterselie en kervel. Yep, kervelsoep. Ook wat fruit, maar niet al te veel. Pompelmoes en appel. Het geheel is redelijk droog. Middellange afdronk, aangenaam bitter. Hout, thee, zilt en peper. Simpele, jonge maar verre van slechte Pulteney. 82/100

Benriach 12y 1996, Duncan Taylor for Whisky Doris

Een deel van de Benriach 1996 die ik vandaag proef, werd door Duncan Taylor op vatsterkte gebotteld (198 flessen), een ander deel werd versneden tot 46%. Beide zijn bottelingen voor Whisky Doris. Ik proef de versneden versie.

 

Benriach 12y 1996/2008, 46%, Duncan Taylor NC2 for Whisky-Doris, refill bourbon, cask 45757, 120 bts.
De neus start zoet en erg granig. Karamel, granen, hooi. Wordt hoe langer hoe grassiger. Belegen hout ook, nat hout en natte bladeren. Mos. Daarna fruit. Appels. Licht waxy. Bloemen. Grassige en kruidige smaak, nogal droog en bitter, met wat zilt erdoorheen. En citrus fruit. Sinaas. De schil ervan ook. De afdronk is redelijk lang en kruidig. Foutloos maar weinig boeiend. 80/100

Fettercairn 12y

Er zijn de laatste dagen een aantal schitterende whisky’s de revue gepasseerd, meestal oude en dure en vaak ook ‘usual suspect’ bottelingen. Met usual suspects bedoel ik gekende distilleerderijen (‘namen’) die wel vaker knap uit de hoek komen. Tijd om de balans de komende dagen weer wat meer in evenwicht te brengen met enkele minder bekende en/of betaalbaardere bottelingen. Want ook daar zitten af en toe pareltjes tussen, whisky hoeft immers niet duur of oud te zijn om lekker te zijn. Een aantal van de minder bekende bottelingen ontdekte ik via Peter. Waarvoor dank Peter! We starten met de Fettercairn 12y, die de these dat whisky niet duur hoeft te zijn om lekker te zijn evenwel niet bekrachtigt.

 

Fettercairn 12y, 40%, OB 2010
De neus start niet echt aangenaam, wat stoffig en muf. Granig (ik denk aan havermout) met na enige tijd toch wel wat fruit (kruisbessen en appels) en met wat goede wil een beetje kruiden. Honing, ook een beetje. Vernis, wat ik trouwens ook heb op de smaak. Nog weinig fruit hier, dat is zo goed als afwezig. Karamel, dat wel. Het geheel is vlak, plat en saai. Eerder korte, droge afdronk. Een 10- of 12-jarige whisky kan men over het algemeen beschouwen als het visitekaartje van de distilleerderij, in dit geval is dat een weinig impressionant visitekaartje. Erg lichte, vlakke malt, waarin je de aroma’s echt moet gaan zoeken. Nogal vruchteloos. 68/100

Nikka Pure Malt 12y ‘Hokkaido’

Deze Nikka Pure Malt bevat whisky van twee distilleerderijen. Het grootste deel komt van Yoichi (gelegen op het eiland Hokkaido, vandaar de naam), een kleiner deel van Miyagikyo. Het is dus een vatted malt. Of pure malt zoals het label vermeldt. Of blended malt zoals we volgens de Scotch Whisky Association zouden moeten zeggen maar halsstarrig weigeren te doen. De SWA heeft over deze whisky daarenboven ook niets te zeggen natuurlijk.

 

Nikka Pure Malt 12y ‘Hokkaido’, 43%, OB 2010
De neus is romig, vol en start granig en zoet. Muesli en honing. Daarna komt er ook wat fruit om de hoek kijken, maar dat blijft eerder op de achtergrond. Best wat hout ook, en zelfs wat hars. Ook op de smaak domineren de granen, de honing en het hout. Echt bitter wordt hij evenwel nooit. Wat braambessen ook, net als noten. Ah, naar het einde toe en zeker ook in de afdronk komt het bittere wel meer naar voor. Die afdronk is eerder kort en moet het hebben van granen, kruiden en noten. Correcte Jap, zoals we dat gewoon zijn, maar wat bitter naar het einde. 81/100