Spring naar inhoud

Glenfiddich 22y 1961 for Nadi Fiori

Tijd om eens een Glenfiddich te bespreken. Buiten de standaard 12y is er hier nog geen aan bod gekomen. Laat ons dat maar goed maken met een klepper, de 1961 voor Nadi Fiori. Bij menig whiskyliefhebber en verzamelaar doet de naam Nadi Fiori het hart wat sneller slaan. Fiori was immers de man achter Intertrade, de Italiaanse importeur van enkele toch wel legendarische bottelingen, denk aan Highland Park 1956, Bowmore 1965, Ardbeg 1975, Caol Ila 1969, Laphroaig 1966, Port Ellen 1969 of Talisker 1970. Niet dat hij zich vandaag niet meer ledig zou houden met whisky, hij is immmers ook de man van de firma High Spirits, gevestigd in z’n woonplaats Rimini. Soit, deze Glenfiddich 1961 werd in 1983 voor hem gebotteld.

 
Glenfiddich 22y 1961/1983, 45%, OB for Nadi Fiori, 350 bottles, 75cl
Droge, wat grassige neus op allerlei kruidenthees (kamille, rozebottel, munt, zoethout), hooi, honing en boenwas. Daarna wordt hij wat floraal, gevolgd door de geur van melkchocolade en praliné. Een klein beetje rook ook. Héél lekker, net als de smaak trouwens. Die start droog en licht bitter, maar dat wordt snel gecompenseerd door zoete en fruitige toetsen. Ananas, banaan, kiwi en sinaas. Pisang Orange, maar dan beter. Zoethout, peper en munt geven er nog een licht kruidige toets aan. Toast. Middellange, licht drogende, bitterzoete afdronk. Heerlijke oude Glenfiddich. 89/100

Hankey Bannister

Hankey Bannister. Bij velen zal deze naam geen belletje doen rinkelen. Bij mij tot voor kort ook niet. Nochtans bestaat het merk al meer dan 250 jaar en was de whisky geliefd bij o.a. King George V en Winston Churchill.
De naam Hankey Bannister verwijst naar z’n twee stichters, de heren Beaumont Hankey en Hugh Bannister die in 1757 een handel in wijnen en sterke dranken begonnen in de Londense West End. Omdat ze zelf uit de betere kringen kwamen, richtten ze hun handel vooral op dit cliënteel. Vrij spoedig begonnen ze met het ontwikkelen van een eigen blend, op basis van Lowland grain whisky en Highland & Speyside malt whisky. De kwaliteit van deze blend was blijkbaar dermate dat hij snel z’n weg vond naar de salons en landhuizen van de Britse upper class, tot in het koninklijk paleis toe. Een Royal Warrant kon dan ook niet achterblijven.
Vandaag wordt Hankey Bannister verkocht als ‘Original’ (zonder leeftijd), als 12y ‘Regency’, als 21y en als 40y, en dit in een veertigtal landen, waarvan naast het Verenigd Koninkrijk Zuid-Afrika en Duitsland de belangrijkste afnemers zijn. HB is in handen van Inver House Distillers en hun whisky’s kaapten de laatste jaren meerdere prijzen op verschillende concours. Ik kon vorig weekend de Original, de 12y en de 40y proeven. Hieronder mijn bevindingen.

 

Hankey Bannister ‘Original’, 40%, OB 2010
Deze Original bevat – net zoals de andere bottelingen – voor 30% single malt (vooral Balblair maar ook wat Knockdhu en Balmenach) en voor 70% grain whisky van North British en Port Dundas. De begeleidende tekst vermeldt ‘ideal for mixing’, dat beloofd niet veel goeds. Eerlijkheidshalve moet ik er aan toevoegen dat het ook ‘and great served straight’ vermeldt. Let’s see. Wel, die neus kan er al best mee door. Het is natuurlijk geen complexe of ‘diepe’ neus, dat verwacht je hier niet, maar hij is genietbaar. De basistonen zijn granig (wat bitter-granig), zoet en zout. Ik heb gesuikerde ontbijtgranen, havermoutpap, groentebouillon, wat kruiden (herbal, maar ook gember) en een beetje gestoofd fruit. Een beetje scherp, maar dat is hier een pluspunt, zeker in vergelijking met een gemiddelde blend. De smaak is erg zacht en clean, op granen, vergezeld van zoete en vegetale tonen. Honing, gebakken champignons, de groentebouillon weer, hout en stro. Wat gedroogd fruit ook. Verdacht lange afdronk op granen, honing en het steeds terugkerende vegetale. Gho, voor een instap-blend is dit zeker geen slechte whisky en inderdaad ook genietbaar ‘served straight’. Een blend met pit en karakter, en een toch wel beter alternatief voor bv. J&B of Johnny Walker. 65/100

 

Hankey Bannister 12y ‘Regency’, 40%, OB 2010
De 12y is duidelijk familie van de Original, hij ligt er mooi in het verlengde van, maar biedt iets meer diepgang. Het vegetale is aanwezig maar minder prominent. De neus heeft iets licht geparfumeerd en floraals. Niets storends evenwel. Integendeel, hij is vooral fris. Voor de rest is de neus zoet (honing, vanille) en fruitig. De geur van harde peren. En wat granen natuurlijk. Zachte, romige smaak, met ook hier wat meer ‘body’ dan de Original. Veel honing, zachte karamel, wat hout (wat ik bij de Original niet echt had) en wit fruit. Alhoewel ik ook nectarine noteer. Naar het einde toe wordt hij licht bitter. Ook de middellange afdronk is wat bitter. Die extra rijping geeft toch een bepaalde meerwaarde, zonder dat ik hier zwaar van onder de indruk was. 72/100

 

En dan heb ik de eer ook nog de veertigjarige te mogen proeven. Deze whisky werd op vatsterkte gebotteld ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van Hankey Bannister in 2007. En met 450 euro per fles is het duidelijk dat dit het paradepaardje van de reeks is. Hij werd trouwens beloond met de prijs van Best Blended Whisky in the World op de World Whiskies Awards 2008 en 2009.
Het verhaal gaat dat men deze blend uit 1966 uit het oog verloor en pas midden de jaren ’00 herontdekte ergens achteraan in de opslagplaatsen van Inver House. Het goedje rijpte op sherryvaten (‘Spanish Oak’, denk ook aan de Balblairs Spanish Oak van 1966) en bevat whisky van enkele illustere en nu reeds lang gesloten en vaak ook vergeten distilleerderijen zoals Garnheath, Killyloch en Glenflagler. Uniek is het minste wat je van deze blend kan zeggen.

 

Hankey Bannister 40y, 43.3%, OB 2007, 1917 bottles
Ruiken: hola, dit is inderdaad heel andere koek. Heerlijke, belegen en kruidige neus. Ik moet meteen aan gebakken peterselie (wat je al eens bij garnaalkroketten geserveerd krijgt) denken. Maar gelukkig biedt hij nog heel wat meer. Rozijnen, noten, chocolade… oké, we zitten weer bij de studentenhaver. Geroosterde noten trouwens. Karamel, gebakken banaan, boenwas ook, toast, ananas, mandarijn en een heel kruidenboeket. Bloemen… ja, een erg rijke en complexe neus. I love it. Zeer aromatisch, met de verschillende geuren heel mooi geïntegreerd. Proeven: heerlijk romig, olie-achtig en al even complex als de neus. Bosvruchten, noten, kruiden en hout bepalen hier de smaak. Cassis, bramen, rozijnen op rum, chocolade, orangettes, kruidnagel, peper, nootmuskaat, enzovoort enzoverder. Licht bitter, maar het hout gaat nooit overheersen. Lange, rijke afdronk op sinaas en kruiden. Zalige blend, het hoeft gezegd, een blend die perfect voor een veertigjarige single malt kan doorgaan. 90/100

Glen Peat Class

Malts of Scotland bracht vorig jaar twee laagdrempelige standaardbottelingen uit, een geturfde en een niet-geturfde whisky, beide ideaal om als dagelijkse whisky aan te schaffen. De niet-geturfe kreeg de naam Glen First Class mee en is dus een vatting van meerdere vaten Glenfarclas. De geturfde botteling doopte men dan Glen Peat Class. Het is een vatting van 65% Ardbeg, 30% Laphroaig en 5% Bowmore, married by birth zoals men zegt, waarmee bedoeld wordt dat de jonge spirit samengevoegd werd en vermengd in dit geval nog zeventien jaar verder rijpte. Achtienjarige Ardbeg is trouwens zo goed als niet vast te krijgen en al zeker niet voor deze prijs (een 50 euro) te bottelen. Dit is dus best een unieke botteling, voor een scherpe prijs.

 
Glen Peat Class 18y, 50%, Malts of Scotland
Licht medicinale neus met de klassieke Islay elementen: turf, jodium, zilt, zeewier. Daardoorheen wat fruit (citrus), koffie en iets vegetaals. De geur van een bos in de herfst. Teer. Petrolium? Vaag misschien, en zeker niets mis mee. Alles mooi gebalanceerd. De smaak is redelijk vergelijkbaar. Zilt, turf, zeewier en zachte, lichte fruittoetsen. Praliné doemt op, pralines van donkere chocolade met parliné vulling. Of nee, Dessert 58! Mokka ook en naar het einde een lichte kruidigheid. Lange, romige afdronk op zoete en kruidige tonen. Lekkere en vooral vlot wegdrinkende Islay-whisky. 85/100

Port Ellen 1983, Norse Cask

Norse Cask is een label van de Deense onafhankelijke bottelaar Quality World. Tot op vandaag hebben ze bij mijn weten drie Port Ellens gebotteld, twee 1983’ers en één 1979. De Port Ellen die ik vandaag proef is een botteling van een sherry hogsheadvat. Port Ellen 1982/1983 op sherryvat, altijd gevaar voor sulfer.

 

Port Ellen 25y 1983/2009, 58.6%, Norse Cask, cask QW1312, 226 bts.
De neus start alvast on-Port Ellen. Ik heb weinig rook en ook niet al te veel zilt. De sherry heeft z’n werk gedaan en maakt de neus zoet en fruitig. Stroperige karamel, honing, gekonfijt fruit, perensiroop, gedroogde abrikozen en vijgen… de karamel krijgt een verbrand randje. Geen sulfer evenwel. Daarna kruiden, maar het geheel blijft vooral zoet. Wat rook, toch wel, maar op de achtergrond. In de mond is hij stevig en olie-achtig, romig bijna. Meer rook dan op de neus, naast het zoets en de kruiden. Peperkoek. Nootmuskaat ook en peper. Noten. Tevens wat fruit, pruimen en naar het einde peer. Lange, kruidige, wat grassige afdronk met een voldoende portie rook. Zéér lekkere Port Ellen. 91/100

Imperial 19y 1990, Duncan Taylor

Imperial dankt zijn naam aan de bouw in 1897, het jaar dat Queen Victoria haar diamanten jubileum vierde. Op een enkele uitzondering na (denk aan de 15y), zijn alle Imperial whisky’s trouwens onafhankelijke bottelingen, de productie was immers bedoeld voor de blenders. Imperial kon je o.a. aantreffen in Ballantine’s, Old Smuggler en Teachers. Ik schrijf ‘kon’ want sedert 1998 sloot Allied Distillers de distilleerderij, waarschijnlijk definitief.

 
Imperial 19y 1990/2009, 53.9%, DT Rare Auld, cask 450, 156 bottles
Neus: tutti frutti. Sinaas, perzik, ananas en ongetwijfeld nog heel wat meer. Zoet ook, vooral vanille van het hout en een lekkere kruidigheid (nootmuskaat, kaneel). Smaak: erg gelijkaardig. Weerom veel fruit en kruiden. Citrus (bitterzoet à la roze pompelmoes en limoen), honing, appel-kaneel vla en hout. Mediumlange finish op… ja, fruit en kruiden. Aangename, vlot drinkende Imperial. 84/100

Twee oudjes vanop het Lindores Whisky Fest

Vanop het LWF bracht ik nog twee samples mee die ik zondag kraakte, alvorens de griep mij velde. Hopelijk ben ik vanaf morgen opnieuw in proef-vorm, want geraak stilaan zonder notes. Hieronder alvast mijn bevindingen van deze twee oldies.

 

Glen Grant 21y, 45.7%, OB, Director’s Reserve, 1970’s, tall neck, 75 cl
Over smaken valt niet te twisten, maar over de vormgeving van deze sledgehammer fles had men m.i. toch beter nog een nachtje geslapen. Op de doos staat vermeld dat dit ‘a rare example of Highland Craftsmanship from Glen Grant Distilleries, Rothes’ is. De neus is zacht, erg zacht zonder veel uitgesproken sensaties. Honing, rozenbottelthee, wat granen en een erg lichte waxyness. Wat roze pompelmoes ook, maar alles gedempt. Een tijdje in het glas laten, brengt niet veel extra naar voor. Ook de smaak is zacht, licht fruitig, wat granig en hier ook wat herbal te noemen. De afdronk is niet erg lang – dat liet zich raden – en in het verlengde van de smaak. Zeker geen slechte whisky, maar één die toch wat onder de verwachtingen bleef. Director’s Reserve!? Oude Glen Grant kan bangelijk goed zijn maar voor hetzelfde geld ook tegenvallen. Hier is het toch lichtjes dat laatste. 81/100

 

Glendronach 8y, 40%, OB bottled 1970’s, dumpy green, Italian Import
26 2/3 Fl. Oz. (fuid ounces) ofte 75 cl dus. Let op, dit is een andere versie dan de 45.4%. De neus van deze is alvast veel uitgesprokener dan deze van de Glen Grant, fruitig vooral. Allerlei citrusvruchten maar ook rijpe ananas (bijna overrijp, lichtjes zuur). Yoghurt (weer dat aangenaam zurige), heide, pollen, vers gemaaid gras, graan. Heel levendige neus. Op de smaak wat hout, wat ik op de neus niet had, hij start wat droog. Licht bitter ook. Maar daarna zet het fruit zich – wat schuw – door. Hier heb ik eerder bessen (braambessen, frambozen). Het grassige zit ook op de smaak en naar het einde meer en meer kruiden. Lange, eerder kruidige afdronk, met nog wat fruit dat om de hoek komt kijken. Lekkere oldie, maar de 45.4% vond ik nog beter. 86/100

Ledaig 15y 1972, MacNab revived by Full Proof

De Ledaig die ik vandaag proef, werd gedistilleerd in december 1972 en gebotteld in april 1988. Het label vermeldt verder dat deze whisky nieuw leven werd ingeblazen door Full Proof. Nader onderzoek wijst uit dat deze whisky inderdaad eerst een ander leven leidde als de Ledaig 15y van MacNab. Een resterend deel van de stock werd later door Full Proof herlabeld.

 
Ledaig 15y 1972/1988, 43%, MacNab, revived by Full Proof, 228 bts.
Lekkere, subtiele en complexe neus die rokerig en medicinaal start en dan overgaat in aangename zoete tonen. Honing, chocolade, mokka, praliné. Iets subtiels zurigs ook. Yoghurt? Sinaas. Lichtjes waxy. Aarde, planten, dat zeker ook. En lichte ‘boerderij’ associaties (farmy that is). De smaak is stevig, mondvullend en vooral lekker. Rokerig (turfrook), kruidig (nootmuskaat, zoethout, gember?) en ook fruitig (de sinaas opnieuw). Droger naar het einde. Hier eerder bittere chocolade, op de neus melkchocolade. Lange, zoet-rokerige afdronk met ook kruiden die mee om de aandacht dingen. Zalige whisky! 91/100

Een super bourbon

De Ezra Brooks 15y 101 proof is één van de (misschien wel dé) beste bourbon die ik al dronk. Het is een botteling van ergens de jaren zeventig en de fles gaat vergezeld van het opschrift ‘Rare Old Sippin’ Whiskey’. Sippin’ Whiskey indeed, echt een whiskey om van te smullen. Let op, de 101° proof is hier niet een dikke 57% maar 50,5% alcohol. Dit is immers American proof, simpelweg het dubbele van wat wij als alcoholpercentage tellen. In Schotland hadden ze een ander ‘proof’-stelsel, 100° proof was de alcoholsterkte waarop men buskruit nog kon doen ontsteken, zijnde 57% (70 proof = 40%, 80 proof = 45,7% enzovoort), met minder dan deze 57% bevatte het mengsel te veel water om het buskruit nog te doen ontbranden.
Ezra Brooks was in de jaren zeventig alles behalve een goedkope bourbon, iets wat het vandaag wel is. Het was integendeel een high-end whiskey, vooral populair bij de beter gegoede college studenten.

 
Ezra Brooks 15y 101 proof, 50.5%, ‘Rare Old Sippin’ Whiskey’, Kentucky Straight Bourbon, 1970’s
Zo goed als geen old bottle effect op de neus, wel een mengeling van de typische bourbongeur en sherry-associaties. Een ander type hout gebruikt voor het rijpen? Toch een bepaald effect van de 30 à 40 jaar op fles? Of gaf hij deze indrukken indertijd ook al? Wie zal het zeggen, en wie maalt er om… dit is in ieder geval een heerlijke neus. Enerzijds heb ik granen, vanillestokjes, vegetale en herbal tonen (broccoli, peterselie, eucalyptus, menthol) en daarna ook kaneel. Maar daar houdt het niet bij op, er zit een lekkere waxyness onder. Oud leder, antiekwas, oude meubels, dat soort zaken. Het geeft het geheel een zachte, romige, smeuïge toets. Gekonfijt en gedroogd fruit ook, net als wat balsamico. Karamel. Subtiele en complexe neus. Stevig op de tong, zoet en kruidig, erg kruidig. Vanille, maar ook zachte karamel, nootmuskaat, kaneel, peper en wat gember. Hout natuurlijk, licht bitter, propolisdruppels. Evoluerend naar bosvruchten. Ik denk aan cassissiroop en braambessen. Lange, droge en kruidige afdronk. Geweldige bourbon. 88/100

En nog twee Glenfarclassen

Vandaag de twee andere Glenfarclas samples, de 25-jarige en de 40-jarige. Glenfarclas maakte doorheen z’n geschiedenis een gestage groei door. In 1897 werd de distilleerderij volledig herbouwd, in 1960 werd de productiecapaciteit verdubbeld en in 1976 werden er twee nieuwe stills geplaatst, wat het totaal op zes bracht. Momenteel gaat ongeveer de helft van de productie naar single malt, de rest naar de blenders.

 

Glenfarclas 25y, 43%, OB 2010
Ook hier krijg je zachte en zoete sherry op de neus, bij deze vergezeld van een duidelijke munttoets. Donkere chocolade ook, wat ons bij After Eight brengt. Kersen. Honing. Het mondgevoel is vol en zijdezacht met fruit (kersen, sinaas), honing, koffie en noten. Een beetje hout. Peperkoek? Best lange afdronk op hout en een lichte kruidenheid. Lekkere whisky, absoluut, maar eens te meer: waarom deze kopen als je met de 15y voor de helft van de prijs een even goede whisky hebt? 85/100

 

Glenfarclas 40y, 46%, OB 2010
Ola, dit is iets anders! Ook zoet, maar veel meer fruit. Gedroogd fruit à la rozijnen, pruimen, vijgen, maar ook orangettes en van die halve-maan-vormige gesuikerde sinaasschijfjes. Braambessen. Naast het fruit noten, eucalyptus, heide en redelijk wat kruiden. Kaneel en zoethout. Drop. Heerlijk om ruiken. De smaak is nog kruidiger dan de neus, het fruit komt wat in de verdrukking. Hier is het vooral gedroogd fruit dat tussen de kruiden en het hout doorpriemt. Qua kruiden denk ik aan zoethout, nootmuskaat en veel peper. Donkere chocolade en drop zorgen voor een zoete toets. Koffielikeur steekt ook nog de kop op. Toch wel een pak complexer dan de voorgangers. De afdronk is lang en droog (maar zeker niet té droog, wordt net als op de tong nooit wrang), met tonen van koffie en chocolade – altijd al een geslaagde combinatie – en zoethout. Zéér lekkere whisky en met z’n dikke 250 euro ook zeer betaalbaar voor een veertigjaar oude whisky. 91/100

Op een geestrijk nieuw jaar

Voor we morgen het feestgedruis achter ons laten, wens ik jullie allen een inspirerend, gelukkig, zorgeloos en geestrijk 2011. Een jaar vol liefde, vriendschap en een gezonde portie onversneden whiskywaanzin.

 

Twee Glenfarclassen

Voor mij staan samples van de recentste batches van vier officiële Glenfarclas bottelingen: de 15y, de 21y, de 25y en de 40y. Deze laatste is een nieuwe leeftijd en eentje die ik enkele maanden geleden al proefde en waar ik behoorlijk weg van was. Vandaag kraak ik de 15-jarige en de 21-jarige.
Glenfarclas is één van de weinige Schotse distilleerderijen die nog volledig in familiale handen is, nl. sedert 1865 in deze van de familie Grant. De huidige eigenaar, John Grant, vertegenwoordigt de vijfde generatie Grants.

 

Glenfarclas 15y, 46%, OB 2010
Ja, dit blijft toch wel een dijk van een whisky. Prijs/kwaliteit nog steeds een aanrader. Lekkere, zachte en romige sherry, zoet en fruitig. Gestoofd fruit, gedroogd fruit. Bijenwas, heel subtiele rook (van het hout waarschijnlijk). Het mondgevoel is stevig en smeuïg. Middellange, bitterzoete afdronk. Ideale daily dram. 85/100

 

Glenfarclas 21y, 43%, OB 2010
Zachte neus op vanille-fudge, zoete appels, wat banaan en noten. Wat rook van het hout. De smaak is vol en geeft zoete sherrytonen, vanille, granen en noten. Licht zoete en maltige afdronk. Wel, dit is zeker niet slecht, maar ik vind de 15y beter, die is wat expressiever. Dus waarom meer betalen voor de 21y? 83/100

Auchentoshan 1999, Fulldram Xmas bottling

Laten we ons nog even in de Kerstsfeer wentelen. Onze club Fulldram bracht enkele dagen geleden een tweede botteling uit. Na de voor mij fantastische Littlemill 1990, kon het bestuur een bepaald vat in de kelders van Malts of Scotland niet laten liggen. Volgens de aanwezigen stak dit boven andere geproefde vaten uit en was de drang te onweerstaanbaar om deze whisky niet te bottelen. Zo gezegd zo gedaan, leidend tot de ‘Fulldram Xmas 2010 bottling’. Zaterdag nog onder de kerstboom, vandaag ontkurkt.

 

Auchentoshan 11y 1999/2010, 56.4%, Malts of Scotland, Fulldram Xmas bottling, oloroso hogshead #2412, 186 bottles
Ruiken aan de fles geeft aan dat dit een heerlijk zoete whisky is. Stroperig zoet. Ik schreef meteen appel- en perenstroop (Sirop de Liège) op, kandijsiroop, en gekonfijt fruit. Ook rozijnen op rum mogen niet onvermeld blijven. Maar laat ons de whisky toch maar in een glas gieten, dat gaat eens zo makkelijk drinken (en ik moet toch ook aan de beeldvorming naar mevrouw Onversneden toe denken). In het glas komt er bij dat zoete een zeer aangename zurigheid. Balsamico. Oude balsamico, high-end. Het fruit gaat nu richting gedroogd fruit (vijgen, dadels) vergezeld van noten en daarna doemt een frisse bries op in de vorm van munt en eucalyptus. Nice. Very nice. Ook op de smaak is de aanzet zoet en ook hier heb ik gekonfijt fruit. En cake… juist ja, Christmas cake. Na enige tijd komen de noten er bij, gevolgd door een portie hout en kruiden. Kruidnagel, kaneel, nootmuskaat. Niet erg complex, wel lekker. Op de tong is hij droger dan de neus deed vermoeden, maar het zoete houdt het geheel toch mooi in balans. Lange, bitterzoete afdronk. Zalige sloeberwhisky! 89/100

Port Ellen 1982, Connoisseurs Choice

Vandaag zet ik me aan een Port Ellen 1982, vorig jaar gebotteld door Gordon & MacPhail onder hun Connoisseurs Choice label.

 

Port Ellen 1982/2009, 43%, G&M Connoisseurs Choice
Zachte turf en dito zilt op de neus, vermengd met fruit (citrus, meloen, appel), medicinale tonen en zeewier. De smaak is erg gelijkaardig. Ook hier heb ik naast de te verwachte turf en zilt, de citrus en de appels, het zeewier en ook wat hout. Naar het einde kruiden. Licht drogende afdronk op turf en kruiden. Net als op de neus tevens wat citroen. Dit is een erg lekkere Port Ellen en het stoorde me helemaal niet dat hij maar op 43% gebotteld is. Verre van ‘a little weak on the palate’. 89/100

Glenlivet ‘Special Export Reserve’

Tijd om het Kerstgebeuren achter ons te laten en de draad weer op te pakken. Omdat ik in gedachten toch nog wat in Mortsel zit, heb ik me vandaag een oldie ingeschonken, een oude Glenlivet zonder leeftijdsaanduiding, gebotteld rond 1970. Ik kocht de rest van de fles van Giovanni Giuliani op het Lindores Whiskyfest twee maanden geleden. Nu ja ‘rest’, de fles was nog zo goed als vol.

 

The Glenlivet ‘Special Export Reserve’, 43%, OB ‘unblended all malt’, Baretto Import, Milano, +/- 1970, 75cl
Héél lekkere, smeuïge neus zonder het minste old bottle effect. Kamillethee met honing, limoen, hooi, heide, wat graan en een licht florale toets. Daarna draait hij richting bijenwas en kaarsvet. Zalig! In de verte ook een klein beetje rook. Houtskool, turf… maar zeer subtiel. De smaak kan dit niveau spijtig genoeg niet aanhouden, hij mist hier wat punch, wat body. Alhoewel dit verre van slecht is hoor. Zoet en floraal maken de hoofdtoon uit, diezelfde kamillethee met honing van de neus. Licht waxy en dito rokerig. Hier wél iets van OBE. Zilverpoets, een beetje bitter. Pompelmoes. Met griessuiker. Verrassend lange, bitterzoete afdronk. De honing proef je een half uur later nog. Lekker op de tong, heerlijk op de neus. 86/100

De Hoogmis

Zoals geweten heeft de mens nood aan rituelen, zonder rituelen voelt z’n bestaan leeg aan, voelt hij zich niet vol-waardig mens. Rond deze tijd van het jaar zijn er mensen die aan deze nood beantwoorden door met Kerst de nachtmis bij te wonen, door een Kerstboom op te trekken en te versieren, door een opgevulde kalkoen in de oven te schuiven, door elkaar met kadootjes te overladen… Bij een handvol Belgische whisky freaks, zeg maar geeks, uit deze behoefte zich helemaal anders. In de week voor Kerst neemt een soort heilig vuur bezit van ons, een vuur dat ons vol hoop en verlangen leidt naar de stal… euh kelder van Luc Timmermans in Beth… nee Mortsel. Er komt geen wierook bij kijken, noch mirre, maar wel goud. Vloeibaar goud, fonkelend, parelend, ons alle vervullend van diepe vreugde, volmaakte innerlijke vrede en hemels geluk.

Schoorvoetend betreden we het Heiligdom, aanschouwen het altaar met de offergaven, wenden de blik af omdat de ontroering ons teveel wordt. We vermannen ons en zetten ons met een eerbied die haast sacraal aandoet aan de tafel, beseffende dat zalig zijn zij die genodigd zijn aan de tafel van de gastheer. Opperpriester Luc gaat de Hoogmis voor met een bezieling alsof hij tot in het diepst van zijn wezen aangeraakt werd door de Heilige Geest, ook gekend als Holy Spirit. Z’n volgelingen prevelen halleluja’s bij het consacreren en tot zich nemen van de zegeningen, danken God voor deze weldaden en worden allen broeder.

De blijde boodschap zij met u allen, heden daarom deze lezing uit het Heilig Evangelie van het Levenswater volgens Luc(as), het – laat dat duidelijk zijn – onvoltooide hoofdstuk:

 

De vorige mis was indrukwekkend, deze beloofde legendarisch te worden. Luc koos dit keer voor twee line-ups van vijf whisky’s. Oorspronkelijk zou het tweemaal zeven zijn, wat achteraf bekeken zware overkill zou geweest zijn. Tien whisky’s op dit niveau, meer kan een mens niet aan. Tien whisky’s waarvan we mogen aannemen dat we deze niet gemakkelijk nog eens gaan kunnen drinken. Alhoewel hoop nog steeds doet leven.

 

Aperitiefje voor de eerste line-up was de Pride of Strathspey 1938, 40%, James Gordon & Co, Da Litri 3/4, 75cl, kwestie van meteen de toon te zetten. Deze toon kan men omschrijven als… ja, als iets wat ik moeilijk kan omschrijven. Dat typisch oud, vooroorlogs profiel dat je in recentere distillaten, of het nu jaren vijftig, zestig, zeventig of recenter is, niet terugvindt. De geur van de herfst geeft misschien een hint. Een boswandeling door de vallende bladeren en het mos. Maar natuurlijk heel wat meer dan dat. Honing, heide, gemberkoekjes, gestoofd fruit, antiekshop… lovely! Zeer delicaat in de mond, en toch krachtig. Zoetzuur. Oude high-end balsamico. Wat belegen hout, honing, confituur. En o zo drinkbaar. Voor je het weet heb je enkele honderden euro’s binnengekapt. Uniek! Nee Serge, hier zit je mis. De fles vermeldt niet hoe oud de whisky is, je kan enkel uit de ‘Da Litri’ afleiden dat deze gebotteld is voor 1975. 92/100

 

Dan kregen we een officiële Ardbeg 10y op 46% ingeschonken. Ah, zoiets wat je tegenwoordig overal vindt aan minder dan 50 euro hoor ik jullie denken… Niet echt, de Ardbeg 10y, 80 proof, OB early 1970’s, white label, 26 2/3 Fl. Oz. kan je in weinig vergelijken met het recente spul. Dit is Ardbeg van begin jaren zestig, Ardbeg waarbij de turf niet op de voorgrond treedt, maar bescheiden op de achtergrond blijft. Deze whisky is vooral heel mineralig. Natte stenen en zo. De neus biedt daarnaast veel fruit, zeelucht, kruiden en een klein beetje petrolium (niet storend, integendeel). De smaak heeft meer turf, zoete turf, maar is verder even fris en mineralig als de neus. Zilt en kruiden noteerde ik nog, net als wat zoet, misschien geconfijt fruit. Meer heb ik niet genoteerd (blame me), maar wees gerust, hij is erg complex, en heeft alle sensaties perfect gebalanceerd. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak, ook hier veel zoete turf. Zalige oude Ardbeg. 92/100

 

Vervolgens kwam de Highland Park 1955, 52.8%, Gordon & MacPhail Cask, 75cl aan bod. Samen met de officiële 21y 1959 dumpy en de 1968/1998 van Samaroli is dit ongetwijfeld de beste Highland Park die ik al dronk. Geen idee wanneer hij gebotteld werd en ook Google maakt me niet veel wijzer. De neus geeft eerst honing en allerlei waxy toestanden: boenwas, antiekwas, oude boeken, oud leder, pollen… wat hars. Daarna fruit. Maar niet zomaar wat fruit, neen, het is hier de succulent tropische soort. Ik heb de variaties niet opgeschreven, you get the picture nietwaar. Lichte turf ook. Die neus is echt fantastisch! Maar ook op de smaak is dit absolute top. Krachtig en boordevol aroma’s (véél fruit, honing, heide, kruiden, zachte turf enzovoort enzoverder), complex en perfect in balans. Lange, honingzachte en honingzoete afdronk. Puur genieten! 94/100

 

Maar na dat puur genieten, ging het genieten in overdrive met de Ardbeg 1976/1999, 56%, OB, Manager’s Choice, sherry cask, Warehouse #10, cask 2391, 497 bottles. Wat een whisky! De eerste Ardbeg die we proefden omschreef ik als zalige oude Ardbeg, voor deze volstaat dat ‘zalig’ niet, hiervoor moet ik een ander vocabularium aanspreken. Orgastisch, out-of-this-world… Ja, dat is het, dit is buitenaards lekkere whisky. Sublieme fruitige sherry vermengd met even fantastische zachte, zoete turf. Daardoorheen verweven krijg je nog schitterende coastal elementen als bonus (denk aan de beste oesters die je ooit at). Gerookt vlees schreef ik nog op. Zwarte Woudham, I love it. Op de smaak komt daar nog een geroosterde toets bij. Stunning as they say. Geweldige (dat adjectief hebben we nog niet gehad zeker?) afdronk. Sensuele, grootse whisky. 96/100

 

De eerste ronde werd afgesloten met de Black Bowmore 1964/1995, 49%, OB, Final edition. Ook geen slechte whisky. In vergelijking met de Ardbeg Manager’s Choice tref je hier heel wat minder turf aan, maar de sherry is des te prominenter. Tropical sherry zou ik zeggen. Heel veel, puur tropisch fruit, het handelsmerk van Bowmore uit deze periode, vermengd met de kruidige sherry en (geboend) oud leder. De neus is absolute top, op de smaak wordt hij me een ietsje te droog. Oké, ik ben aan het mierenziften (of was het muggenneuken?). Het tropisch fruit is immers nog voldoende aanwezig ter compensatie. Ik heb lang de laatste drie tegen elkaar afgewogen en voor mij was de Highland Park net wat beter dan deze Black Bowmore, maar toornde de Ardbeg toch nog boven beide uit. Pas op, naar het schijnt zijn de eerste en de tweede batchen van deze Bowmore beter. Nóg beter dus. In de eindstand eindigde de Black Bowmore voor mij op de derde laatste plaats. Ha! 93/100

 
Geef toe, dit was een leuk vluchtje. Maar dan heb je de tweede flight nog niet bekeken…
 
 

De tweede line-up werd ingeleid met de droge mededeling “even terug met de voetjes op de grond”. De whisky die daarvoor moest dienen, slaagde evenwel niet in dat opzet, Luc had dit toch lichtjes verkeerd ingeschat (foutje). We bleven immers zweven, hoe langer hoe hoger zelfs, stilaan tot hemelse hoogtes. De whisky die niet voldeed aan het opzet was de Laphroaig 10y, 43%, OB, Filippi Import, Long cap, Da Litri 3/4. Een legendarische (ik gebruik dit woord echt niet lichtzinnig) botteling en uiterst zeldzaam. De Bonfanti Import, die met z’n botteling ergens midden jaren zeventig iets recenter is, had ik al eens geproefd en ik was daar serieus van onder de indruk. Deze is beter. Zo complex, zo subtiel, zo zijdezacht, zo zo heerlijk. Op de neus verschillende soorten fruit, honing, kruiden en nog zoveel meer. Dat alles op een bedje van de heerlijkste turf. Smaak: say no more. Afdronk: sprakeloos. 96/100

 

Wat zet je in hemelsnaam na zo’n toppunt van complexiteit? Voor Luc is dat een koud kunstje, wat gedacht van nog een Bowmore 1964? De Bowmore 1964/1987 ‘The Birds’, 46%, Moon Import, sherry hogshead #1546, 240 bottles is een legendarische (euh ja, echt wel) Bowmore uit de al even legandarische eerste ‘Birds’ reeks van Moon. In deze reeks zit onder andere ook nog Ardbeg 1966 en Springbank 1965, die naar het schijnt ook redelijk drinkbaar zijn. De toon bij deze Bowmore is zoetzuur. Zoet en zuur fruit, kruiden, lichte turf en een geweldige farmy touch (opnieuw dat smeuïge zoetzure). Balsamico, inderdaad. Op de smaak gaat de triomftocht verder. Ook hier veel fruit, dat zich hier – meer dan op de neus – duidelijk als tropisch laat kennen. Meloen, passievrucht, you name it. Dik, romig, bijna stroperig. Man man, dit is lékker. Smullen in opperste extase. 95/100

 

En dan… dan was er Brora 1957. Oké oké, de geschiedenis van Brora start pas in 1969, maar de Clynelish 12y, 56.9%, OB for Edward & Edward, white label, rotation 1969 is whisky van midden jaren 1950 (indien effectief twaalf jaar oud, van 1957 dus), geproduceerd in de distilleerderij die later omgedoopt werd tot Brora (eerst ook gekend als ‘Clynelish II’, Clynelish I was de naam van de nieuwe distilleerderij die tot op vandaag de Clynelish whisky produceert). Soit, genoeg duiding me dunkt. De whisky. Sorry, dat moet De Whisky zijn. Hoe begin ik hier in godsnaam aan? Wat heb ik genoteerd? Waxy, mineralig, farmy, zoet (banaan, honing, melkchocolade), zeelucht,… Ja, vooral veel puntjes. Qua smaak zoet, fruitig, farmy, waxy,… Ja, vooral veel puntjes. A ja, ook nog ‘hemels’. Misschien is enkel dat laatste relevant. Een triomf voor de zintuigen! 96/100

 

De whisky die de eer had de apotheose in te luiden was de Springbank 31y 1965/1996, 50.5%, Cadenhead’s ‘Chairman’s Stock’. En hij deed dat met verve. Ruiken: pfff… ik zit door mijn voorraad malt-o-porn heen, I rest my case. Is hij goed? O ja, hij is goed. Heel goed, ongelooflijk goed, bangelijk goed. Voor sherryliefhebbers. En voor niet-sherryliefhebbers die dan meteen sherryliefhebber worden. Wat een fenomenale neus! Heel intense, extreme sherry zonder ook maar even te droog te worden. Vol van geuren, waar ik absoluut geen zin meer had om naar te zoeken. Enorm fruitig, dat is het minste wat je kan zeggen. Maar natuurlijk zoveel meer. Proeven: my God! Afdronk: juist ja. Toch nog één associatie: een kersje in chocolade tussen de borsten van Marie Vinck. Dominiek was duidelijk het delirium nabij. 95/100

 

Voor het absolute, orgastische orgelpunt zorgde de Bowmore Bouquet of voluit Bowmore 18y 1966/1984, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles. Vrede aan alle mensen van goede wil en aan Luc in het bijzonder. Het wonderlijke is dat deze nog vlot over de rest ging. Met vlag en wimpel. En scroll eens terug naar boven, dat was verdorie niet min wat we achter kiezen hadden. Ik scoorde de Bouquet twee jaar geleden 99/100, ik zie niet in waarom ik hem nu een andere score zou geven. Voor Luc en Dominiek is hij 100 punten waard “omdat er absoluut niets aan deze whisky is waarvoor je een puntje van de absolute perfectie zou aftrekken”. Misschien hebben ze wel gelijk. Ik ga hier niets aan toevoegen, woorden schieten soms schromelijk te kort en zijn volslagen nutteloos. 99/100

 

Luc Timmermans, hij zij geloofd. Hosanna in den hoge.

 

Tot zover deze lezing.

 

Octomore 5y, Edition 03.1

Vandaag draaien we de turfkraan helemaal open met de nieuwe Octomore. Hoeveel ppm? 152? Who cares, dat zegt toch niets over het turfgehalte van de whisky, enkel iets over het turfgehalte van de gebruikte malt. De Edition 01.1 kon mij al bekoren, in de zin dat hij complexer was dan ik vreesde. Benieuwd of dit hier bij de 03.1 ook het geval is. Let op, deze fles vermeldt dat het om een Limited Edition gaat. En inderdaad, blijkbaar is deze op ‘amper’ 18.000 flessen gebotteld. Als je je deze fles aanschaft, weet dan dat je iets unieks in handen hebt.

 

Octomore 5y ‘Edition 03.1’, 59%, OB 2010, 18000 bottles
Op de neus veel (turf)rook (of wat had je gedacht), maar ook heel wat coastal aroma’s. Zilt, jodium, zeewier. Citroenen ook, net als groene appels. Daarna wordt hij wat vegetaal. Groenten à la broccoli, kool. De rokerigheid domineert maar overschaduwt de rest niet. De smaak is romig, olie-achtig en clean. Ook hier heb je meer dan rook. Hij start vrij droog en wat assig, maar hij wordt (gelukkig) zoeter met de tijd. Vanille en van die harde citroensnoepjes. Zout en kruidig. Gember, peper en munt. Lange, en hier toch vooral rokerig afdronk. Wat peper en zout. Water is ondanks het alcoholpercentage niet nodig, het accentueert de assen alleen maar. Gho ja, ook deze biedt heel wat meer dan turf en is gewoon lekker om drinken. Misschien niet als dagelijkse dram, maar als je eens zin hebt in een portie turf is dit een goeie keuze. 86/100

Lochside 29y 1981 Daily Dram

Vandaag nog een recente Daily Dram, een 29-jarige Lochside 1981, vat gedeeld met The Whisky Agency.

 

Lochside 29y 1981/2010, 51.8%, The Nectar of the Daily Dram, refill hogshead
Een typische Lochside 1981 neus, zijnde veel (tropisch) fruit, maar dan wel vermengd met sherrytonen. Qua fruit denk ik aan passievrucht, papaya, banaan en ananas. De sherry vertaalt zich onder andere in karamel, hout, earl grey en peterselie. Subtiele rook ook en hoe langer hoe meer vegetale en florale toetsen. Een neus om van te genieten. Maar de smaak moet niet echt onderdoen en laat zich omschrijven als fruitige sherry. In willekeurige volgorde: noten, rode bessen, appelsienen, roze pompelmoes, pruimencompot, kruiden, perensiroop en ook hier héél lichte (turf)rook. Vrij lange afdronk met tropisch fruit en een aangename bitterzoete kruidigheid. Heerlijke whisky! 89/100

Laphroaig 11y 1999 Daily Dram

Malts of Scotland, The Whisky Agency, La Maison du Whisky, The Nectar… er wordt hier bij ons en bij de buren de laatste jaren serieus lekker spul gebotteld. Ook de Laproaig 1999 Daily Dram mag er wezen.

 

Laphroaig 11y 1999/2010, 59.5%, The Nectar of the Daily Drams, sherry cask
Cleane en mineralige neus op turf, zilt en jodium. De geur van een zomerdag na een hevige regenbui, natte stenen… de mineralen dus. Niet slecht maar met water komt hij pas volledig tot z’n recht. Hij wordt lekkerder en er komt nog vanille en citroen bij. Een aangename rokerigheid. Op de smaak én met een beetje water vermengt hij heel mooi de rook, het zilt, de citrus en het mineralige. Lange, cleane afdronk op rook, zilt en mandarijnen. Knappe botteling. 88/100

Glendronach 1971, oloroso cask #489 & Cask in a Van

Met een dagje vertraging (ik had gisteren wel wat beters te doen – en dat is een stevig understatement, maar daarover later meer) de laatste Glendronach single cask. De 1971 proefde ik naast de 1972. Spijtig genoeg versterkte deze setting alleen maar de 1972 en bleek dat – voor mijn smaak – de 1971 niet in z’n buurt komt. Ik sluit het hoofdstukje Glendronach af met de Cask in a Van editie 2010.

 

Glendronach 39y 1971/2010, 48,8%, OB, oloroso cask #489, 541 bts.
Veel minder fruit op de neus dan bij de 1972. Wat geconfijt fruit wel, naast rozijnen, noten, kandijsuiker, zoethout en veel ‘bos’. Nat hout, varens, bosbessen, mos, rottende bladeren, een kampvuur in de verte. Aangename neus, maar heel wat minder overrompelend dan deze van de 1972. In de mond is hij stevig, dik en mondvullend. Hier moet hij het vooral hebben van kruiden (zoethout, anijs, nootmuskaat), noten, donkere chocolade, gedroogde abrikoos en sinaas. Hout. Er komen meer en meer tannines door. Druivenpitten, rauwe kastanjes… Lange, drogende afdronk met wat sinaas maar toch vooral het bittere dat domineert. Lekkere whisky hoor, maar merkelijk minder dan de 1972 en met 370 euro gewoon veel te duur. 85/100
 
Glendronach 8y 2002/2010, 58%, OB, bourbon cask #4521, virgin oak finish, 312 bts.
Serieus wat ‘cask’ in m’n glas – zwarte partikeltjes dwarrelen rond, hopelijk niet te veel ‘van’. Deze zou gefinished zijn op ‘virgin oak’, nieuwe eiken vaten dus. Wel, dit is onmogelijk als typisch Glendronach te bestempelen, daarvoor zijn we immers iets te weinig vertrouwd met Glendronach op bourbonvat. Zachte neus op vanille, kruisbessen, vernis, hout en onrijpe banaan. Hij wordt hoe langer hoe zoeter. Kandij. Bruine suiker. Bijlange niet slecht. De smaak is vrij alcoholisch en start zoet. Kandijsuiker, vanille, crème brûlée… Dan hout en de bijhorende kruiden, ik denk o.a. aan nootmuskaat en witte peper. Met wat water krijgt de neus een floraal kantje en wordt de kruidigheid op de smaak versterkt. Op de neus vind ik ‘m evenwel beter. Middellange, zoete en kruidige afdronk. Niet slecht maar ook niet echt bijzonder. 78/100
 

Conclusie van dit rondje Glendronach: de 1972 is overduidelijk de winnaar, net zoals vorig jaar leveren ze met deze vintage hun masterpiece af. Maar met z’n 350 euro en 100 euro voor de 1989 is deze laatste voor mij echter de beste koop.

 

Glendronach 1972, oloroso cask #718

En dan beginnen we vandaag met het serieuze werk. Niet dat ik de vorige vintages niet serieus nam, maar alleen al het jaartal 1972 doet me watertanden. Morgen publiceer ik mijn bevindingen van de 1971 en een extraatje.

 

Glendronach 38y 1972/2010, 51,5%, OB, oloroso cask #718, 396 bts.
O, wat een zalige neus is dit! Fruity! Echt enorm fruitig, op het sappige af. We starten op rijpe sinaas en mandarijn, we gaan naar tropisch fruit à la passievrucht, papaja en overrijpe ananas (aangenaam zurig) en eindigen met verse pruimen. Het is dus het fruit dat de eerste viool speelt. Voor de achtergrondmuziek zorgt de sherry. Zachte karamel, oude balsamico (nee, geen goedkope brol) en een klein beetje rubber. Schitterende neus! Eens zien of de smaak dit niveau kan volhouden. Zo ja, gaan we stevig boven de negentig eindigen. Wel, hij doet het niet helemaal, hier haalt de bitterzoete sherry het van het (tropische) fruit, op de neus was het omgekeerd, zoals wel vaker. Eerst krijgen we noten, kruiden (kaneel, kruidnagel) en hout, en pas daarna het fruit. Zowel gedroogde vruchten als vers zoetzuur fruit. Droog, maar nooit té droog. Het bittere, het zoete en het zure houden elkaar perfect in evenwicht. De afdronk is lang en droog op fruit, kruiden en noten. Lekker op de tong, subliem op de neus. Wat was dat toch in Schotland in 1972? Ledaig, Brora, Longmorn, Glenronach… allemaal op hun top in dat magische jaar. 92/100