Spring naar inhoud

The Dalmore 30y

Bijzonder aan The Dalmore Distillery is dat het gebouwd werd met de bedoeling het te verhuren. In 1839 stichtte Alexander Matheson de distilleerderij en verhuurde het aan de familie Sutherland. Eén van de leden van deze familie, Margaret Sutherland, huurde het van 1860 tot 1866. Haar bijnaam was ‘Sometime distiller’ aangezien zij maar af en toe aanwezig was en de productie meer stil lag dan wat anders.
De Dalmore 30y die ik vandaag bespreek werd gebotteld rond 2003 en daarna is er volgens mij geen nieuwe dertigjarige meer gebotteld. Let op, dit is niet de bekende 1973 Gonzales Byass sherry finish.

 
Dalmore 30y, 42%, OB 2003
De neus is erg licht, als je iets ruikt is die geur vrij snel weer weg. Slappe thee, vernis, lichte rook (één of andere wierook), vanille, gedroogde vruchten, nootmuskaat… alles nogal vluchtig. Elegant, dat wel. Ook op de tong mis ik de nodige punch. Granig en zoet. Vanille en aardbeienijs (of vanilleijs met aardbeiencoullis, dat kan ook). Natte bladeren? De thee weer, ook hier niet al te sterke thee. Zoethout en kaneel voor wat betreft de kruidenafdeling. De afdronk is zoals te verwachten niet erg lang, licht rokerig en even licht zoet. Tja, niet slecht, zeker niet, maar ik had hier heel wat meer van verwacht. 79/100

Glenisla

Net als Craigduff is ook Glenisla een naam waaronder Signatory geturfde Glen Keith bottelde. Tijdens de jaren zeventig durfde Glen Keith al eens te experimenteren met geturfde runs, en dit door licht geturfde malt en zwaar geturfd water bij elke wash toe te voegen. Naar het schijnt zou men voor de Glenisla het geturfde water zelfs eerst door de still gejaagd hebben om de turfconcentratie nog te verhogen. Het resultaat werd gebruikt voor blends, o.a. voor de ‘Century of Malts’ botteling van Chivas. Toch kon Signatory enkele vaten in handen krijgen en bottelen als single malt.

 

Glenisla 28y 1977/2006, 48.6%, Signatory Cask Strength Collection, cask 19598, 274 bottles
Mmm, geweldig peaty is dit niet. De neus moet het vooral hebben van grassige tonen (gedroogde bloemen, nat hooi, stro) en daarna van lichte farmy tonen (mest tussen het stro). Vanille ook, en een beetje peer. Alhoewel, dat beetje fruit neigt op de duur meer naar zeep. En dat stoort. Ook de smaak is grassig en wat farmy (minder dan op de neus echter) maar daarnaast ook granig (popcorn). Noten heb ik nog, net als vanille. Het geheel wordt vrij bitter en droog. De granen en de alcohol beginnen te domineren. Eau de vie? Korte, alcoholische afdronk. Nee, het licht zepige op de neus en de te grote bitterheid op de smaak maken dat deze whisky mij absoluut niet kan bekoren, doe mij dan maar de Craigduff! 68/100

Highland Park 21y 1959, green dumpy

En nu we toch bij Highland Park zitten, stel ik voor dat we een versnelling hoger schakelen. Wat zeg ik? We gaan in overdrive! En dit met de 21 jaar oude 1959 OB dumpy. Zo van die gedrongen groene flessen met een cirkelvormig label, vaak al half verweerd (euh ja, zie afbeelding). Maar wie maalt om het label als je weet wat voor een goddelijk vocht er in die fles zit?

 

Highland Park 21y 1959/1980, 43%, OB, J. Grant for Italy, green dumpy
Whohoow, wat een neus! Sherry, fruit, rook en kruiden strijden om de aandacht. Ook een geweldige waxy touch doemt op. En de bijna onvermijdelijke honing en heide. De smaak is ongelooflijk zacht, je hebt echt niet het idee iets op 43° alcohol te drinken. En toch heeft ie zeker genoeg ‘body’. Fruit, honing, hooi, zilt, rook, kruiden, karamel, subtiele sherry, alles perfect gebalanceerd. Elegante en complexe afdronk. Heb geen zin om hier nog dieper op in te gaan, van de rest van mijn glas ga ik nu zonder nadenken genieten. Erg genieten. Mijn beste HP tot op heden? Het scheelt niet veel. 94/100
 
En ook van onderstaande HP had ik nog notities liggen:
Highland Park 8y 1998/2007, 60.65%, OB for Japan, cask 8017, 35 cl
Lekkere jonge gesherriede Highland Park waarvan de smaak perfect geeft wat de neus beloofde. Het geheel is licht bitter en wat zoet, resulterend in associaties van bittere karamel, kruiden, zachte rook, noten, rozijnen en gedroogde abrikoos. Studentenhaver! 85/100

Highland Park 22y 1986, Duncan Taylor

Highland Park, gelegen aan de Scapa flow niet ver van Kirkwall op het eiland Orkney, is de meest noordelijk gelegen distilleerderij van Schotland. Zonder tegenspoed breng ik er volgend jaar een bezoekje aan. Vandaag een Highland Park 1986 van Duncan Taylor, gebotteld in 2009 maar hier en daar nog verkrijgbaar.

 

Highland Park 22 y 1986/2009, 55.7%, DT Rare Auld, cask 2254
Cleane, mineralige neus die start op granen, lichte zilt en gras. Hooi, gedroogde bloemen, heide… Daarna en daarnaast bijenwas, sinaas, lichte rook… kortom de neus van een jonge (jonger dan hier het geval is) Highland Park. Eucalyptus ook wel, het geheel is erg fris en levendig. Gember? De smaak sluit hier mooi op aan. De sinaas, het florale en grassige, zachte rook, wat kruiden, het zit ook hier. Licht drogend op het einde en in de afdronk. Die afdronk is wat zoeter dan de smaak. Aangename, complexloze whisky. 83/100

Glenlivet 32y 1977, Asta-Morris

Glenlivet verhuisde in 1858 naar z’n huidige locatie Minmore. Daarna rees de ster van deze distilleerder naar ongekende hoogtes, mede dankzij de exclusieve verdeling via Andrew Usher & Co. Usher is trouwens de vader van de consistentie in blends (altijd hetzelfde profiel trachten te behouden).
Vandaag proef ik een 1977 van het nieuwe Asta Morris label.

 

Genlivet 32y 1977/2010, 56.8%, Asta Morris, bourbon cask
Een neus die zeer mooi van start gaat op zoete en fruitige toetsen. Tuinfruit à la appels, peren en perziken. Daarna komt er een lichte grassigheid bij, net als vanille, cacao, boter en nootmuskaat. Bijenwas, wat nog meer naar voor komt met enkele druppels water. Leder dan ook. Perfect verweven. Een hint van cider is nog het vermelden waard. Net als bloemen en bloesems, alles erg elegant en subtiel. Stevig, romig, bijna boterig mondgevoel. Op de tong meer kruiden en eik, maar het fruit blijft prominent aanwezig, zeker met een beetje water. Qua kruiden denk ik aan kaneel, gember en wat peper. De eik is zacht maar zorgt toch voor de nodige pit. Vanille, cider (hoe langer hoe duidelijker), appelcompot en ook nog wat mandarijn. Middellange afdronk op vanille, appels, gember en zachte eik. Het label vermeldt dat the whisky will give the best of itself with some drops of water, en dat klopt als een bus. Mooi zonder water, prachtig mét. En niet te vergeten, dit is drinkbaar, bangelijk drinkbaar. Eigenlijk een ideale dagelijkse whisky. Met standing. 90/100

Glenturret 29y 1979, Signatory

Als ik me niet vergis is met de sluiting van Littlemill in 1997 Glenturret nu de oudste actieve distilleerderij in Schotland. Het werd opgericht in 1775 en een deel van de oorspronkelijke gebouwen is zelfs nog in gebruik. Volgens bepaalde bronnen zou er zelfs al in 1717 gedistilleerd zijn, maar op dat moment dus nog zonder licentie.

 

Glenturret 29y 1979/2009, 48%, Signatory Cask Strength Collection, cask 1440, 163 bottles
Lichte neus op citrusfruit, appel, hout en vanille, associaties waar ik wat moeite voor moet doen, het is allemaal nogal snel weg. Na enige tijd krijgt hij een kaasgeurtje, wat hier toch een beetje misplaatst is. De smaak is licht bitter op hout en kruiden met fruit en vanille die voor wat zoet tegengewicht zorgen. Stevige, eerder bittere afdronk. Niet slecht, maar de kaas op de neus en het wat te bittere op de smaak doen hem onder de tachtig tuimelen. 77/100

Braes of Glenlivet / Braeval

Een distilleerderij die hier nog niet aan bod is gekomen, is Braes of Glenlivet. Hoog tijd om hier verandering in te brengen. Braes of Glenlivet, gelegen tussen Tomintoul en Tamnavulin, is een vrij recente distilleerderij, opgericht in 1973. Het wijzigde z’n naam in 1995 in Braeval. De toenmalige eigenaar Seagram’s had ook The Glenlivet in portefeuille en wilde af van het achtervoegsel ‘Glenlivet’. Kwestie van consequent te zijn in hun niet-aflatende strijd het gebruik van de naam Glenlivet exclusief te bepreken tot The Glenlivet. ‘Braes’ betekent heuvelrug, Braes of Glenlivet kan men dan vertalen als de heuvelrug in de vallei van de Livet. Veruit het grootste deel van de productie ging en gaat nog steeds naar de blendingindustrie, voornamelijk de blends in bezit van de groep (Chivas o.a.).

 

Braes of Glenlivet 1975/2006, 43%, G&M Connoisseurs Choice
De neus van deze whisky is erg grassing. Hooi, granen, bloemen. Gedroogde bloemen eerder, alhoewel dat niet echt mijn winkel is. Potpourri? Een beetje kruiden toch ook. Fruit? Ja, citrus misschien, maar dat zit goed weggestopt. Na enige tijd krijgt iets vlezigs. Ham. Kan me niet boeien. De smaak is mondvullend en droog, vooral op kruiden en hout. Ik denk voor de rest aan noten, rozijnen, vijgen en vanille. Ook hier vooral saai. De afdronk is vrij kort en droog. Mmm, hier was misschien toch beter mee geblend. 73/100

Longmorn 34y 1976, Malts of Scotland

Longmorn werd opgericht in 1894 tijdens de zogenaamde whisky-boom door John Duff, die in de jaren 1870 reeds Glenlossie uit de grond had gestampt, en in 1898 ook nog eens Benriach bouwde, toen onder de naam ‘Longmorn #2’. Even later echter werd Duff failliet verklaard, waarop de distilleerderij overgekocht werd door James Grant. Deze overname luidde een periode van grote bloei in, het aantal stills werd verdubbeld, de productie schoot de hoogte in. Vandaag is Longmorn in handen van Pernod-Ricard (Chivas).

 

Longmorn 34y 1976/2011, 51.5%, Malts of Scotland, cask 5892, bourbon hogshead, 132 bottles
Heerlijke zoete en kruidige neus. Honing en honingkoek. Gekonfijt fruit, cake, wat me onvermijdelijk bij de bolus brengt (je weet wel, de koffiekoek die je niet vaak meer tegenkomt, toch niet in onze regio). Naast het gekonfijte fruit denk ik ook aan lychee en sinaas, en qua kruiden zijn het gember en nootmuskaat die bij me opkomen. Zachte eik. Butterscotch. En dan iets waar ik heel lang op heb zitten zoeken en dat ik heel duidelijk aanwezig vind, nl. Maitrank. Maitrank is een aperitief uit Luxemburg op basis van witte wijn en Lievevrouwbedstro. Het wordt meestal met een schijfje sinaasappel geserveerd. De smaak is minstens even goed als de neus, misschien zelfs nog iets beter. Zoet, fruitig en kruidig. Appel-kaneel, apfelstrudel, rozijnen op rum… I love it! Munt ook, gember, vanille, marsepein, sinaas (de marsepein met sinaas omhuld door donkere chocolade van Dominique Persoone, ha!), ja, dit is smullen! Met water wordt het geheel wat droger, zowel op de neus als op de smaak. Ook hier geen water nodig dus. Lange, erg lange, verwarmende en licht drogende afdronk in het verlengde van de smaak (kruiden en fruit), bitterzoet. Zalige whisky! 91/100

Lochside 1981, Whisky Doris

Ha, Lochside 1981! We worden er de laatste paar jaar rijkelijk van voorzien. Het is wel een profiel dat je moet liggen, er zijn mensen die er niet warm voor te krijgen zijn. Voor alle duidelijkheid, ik behoor niet tot deze categorie. De whisky die ik vandaag proef is een recente botteling van Whisky-Doris, op sherry fino vat, wat vrij uniek is – alhoewel ook The Whisky Agency er eentje heeft. Deze Lochside is verkrijgbaar bij Whisky-Doris voor 150 euro.

 

Lochside 29y 1981/2010, 58.8%, Whisky-Doris, Fino sherry butt #960, 403 bottles
Mmm, het is niet de verwachte (tropische) fruitigheid wat me het eerste opvalt in de neus. Integendeel, dat fruit is in het begin zelfs ver te zoeken. Wat wel? Leder, boter, lijnzaadolie, okkernoten en gekookte groeten (broccoli, aardperen, schorseneren). Misschien wat bizar maar verre van onaangenaam. Klei? Vers gemaaid gras ook wel. Daarna kruiden (peperkoek met gember, bieslook, munt), met geleidelijk aan het fruit dat komt opzetten. Witte pompelmoes, mandarijn en limoen. Eens dat fruit er is, gaat het niet meer weg, zeker als je er wat water bij doet, treedt de citrus zelfs op de voorgrond. Maar deze neus blijft heerlijk schommelen tussen de verschillende sensaties (klassieke en dus veel minder klassieke), zonder ook maar één moment te vervelen. Integendeel, dit is verdomd lekker! Op de tong ontpopt hij zich als een stevige en kruidige whisky die doet vermoeden dat hij wel wat water kan gebruiken. Pas op, dit is ook erg genietbaar zonder. Kruiden (veel gember – ja, ik denk weer aan de peperkoek met gember, in België bij mijn weten spijtig genoeg niet te vinden, in Nederland daarentegen bij manier van spreken op elke hoek van de straat) en (citrus)fruit in perfecte harmonie. Heel lichte rook ook, net als noten. Met water wat zilt en honing. Limoen en mandarijn, en door het toevoegen van water zelfs wat lychees. Je merkt dat ik op de smaak minder vreemde associaties heb, maar hij is hier zeker even geweldig als op de neus. De afdronk is lang op citrus, kruiden en zilt. Een whisky met een hoek af, een beetje zoals ook de Banff van de Dead Whisky Society, maar ook hier op een manier dat ik het geweldig vind. 92/100

Laphroaig 12y 1998, Malts of Scotland

Laphroaig werd opgericht in 1815 door Donald Johnston, de zoon van de man die enkele jaren voordien Lagavulin bouwde. Bij de dood van Donald erfde diens zoon Dugald op elfjarige leeftijd de distilleerderij. Ik kreeg op 11 jaar een horloge als ik me niet vergis.

 

Laphroaig 12y 1998/2011, 59.6%, Malts of Scotland, cask 700272, bourbon hogshead, 152 bottles
Stevige rokerige neus met naast de (turf)rook redelijk wat teer, houtskool en lampolie. Vanille ook, net als zilt en zeewier. Daarna zet er zich een beetje citrusfruit door. Nieuw leder en lichte munt vervolledigen het plaatje. Deze Laphroaig is krachtig op de tong, scherp zelfs en erg rokerig, op het assige af. De rook gaat hier vergezeld van medicinale toetsen, zilt en vrij veel citroen. De schil van zure appels. Kandijsiroop misschien in de verte. In de verte. De smaak vind ik minder boeiend dan de neus, een beetje eentonig. Lange, rokerige afdronk met kruiden (peper vooral), zilt en ook hier (vrij veel) citrus. Een echte rechttoe rechtaan whisky, takes no prisoners zoals ze dat over de plas zeggen. 84/100

Glen Garioch 19y 1991, Malts of Scotland

De volgende Malts of Scotland is een Glen Garioch 1991, eentje die vorig jaar gebotteld werd, in juli, maar nu in België verkrijgbaar is.

 

Glen Garioch 19y 1991/2010, 50.1%, Malts of Scotland, cask 3175, bourbon hogshead, 142 bottles
Ik proefde deze samen (of beter naast) de Miltonduff en dan viel het meteen op dat deze een pak minder fris en fruitig is. Zoet is hij wel, vegetaal ook. Bieslook. Qua zoete associaties denk ik aan kandijsiroop en melkchocolade. Kokos (samen met de chocolade hebben we een Bounty), ananas in blik. Pina colada, juist ja. Misschien een klein beetje appel. Hij groeit wel. Steenkool, asfalt? Iets licht rokerigs. Ook op de smaak zit dat licht rokerige. Stevig en rond mondgevoel, kruidig. Zoethout, nootmuskaat, peper. In de fruitafdeling hebben we appels en groene banaan. Kandij, vanille en noten (amandelen) vervolledigen. Vrij bitter wel, met wat water wordt ie iets zoeter. Lange, bitterzoete afdronk, op noten, vrij veel eik, kandij en zelfs wat zilt. Geen slechte whisky, maar op de smaak blijft hij me wat te bitter om hoger te scoren. 83/100

Ardmore 18y 1992, Malts of Scotland

Met een productie van ongeveer 3 miljoen liter per jaar is Ardmore één van de grootste distilleerderijen van Schotland. Voor deze productie zorgen o.a. acht distilleerketels van 15000 liter. Het is ook één van de weinige die over een eigen ‘cooperage’ of kuiperij beschikt.

 

Ardmore 18y 1992/2010, 49.4%, Malts of Scotland, cask 5014, bourbon barrel, 185 bts.
Aangename neus met niet echt turfrook, maar eerder de geur van houtskool, roet, teer en rubber. Verbrand rubber, maar achterliggend, zeker niet storend. Gerookte hesp. Zilverpoets ook, mineralen… en dan zet het fruit zich door. Peren, appels (de schil) en kruisbessen. Toch ook een beetje cleane turf. Die turf komt trouwens meer naar de voorgrond met enkele druppels water. De (turf)rook is prominenter op de smaak en gaat vergezeld van vanille en vooral veel groene appel, zoet-zuur is de toon. Ook wel wat zilt, een beetje rubber en bosbessen. Zoethout op het einde en in de afdronk. Die afdronk is vrij lang, zoet en licht rokerig. Aangename whisky, best te genieten zonder water. 85/100

Televoting – het vervolg

Hieronder het vervolg van de Fulldram ‘Televoting Tasting’. De eerste twee whisky’s had ik al eens geproefd, maar dat vond ik niet erg, de andere twee waren nieuw voor mij.

 
Glen Elgin 31y 1975/2007, 46%, Berry’s Own Selection (Berry Bros.), casks 5167/5170
Erg fruitige neus op peer en witte perzik, honing en lychees uit blik. Niet echt complex te noemen maar vlot drinkbaar. Wat kruiden op het einde. Behoorlijk lange, fruitige en licht kruidige afdronk. Ik schreef vorige keer al ‘njammie’, dat kan ik hier alleen maar herhalen. 87/100
 
Glenlivet 37y 1972/2009, 56.8%, The Perfect Dram (TWA), 141 bts.
Mijn notes indertijd: Levendige, frisse neus. Ik heb zowel zoete tonen (vanille, zoethout), fruitige tonen (gestoofd fruit) en maltige (granen). Zachte houttoetsen erdoorheen. Na een tijdje bloemen ook. Mooie evolutie. Stevig op de tong met fruit uit de tuin, noten, wat hout en vers gemaaid gras. Beetje kruiden. Die kruidigheid komt terug in de licht drogende afdronk.
Die ‘mooie evolutie’ op de neus mag ‘prachtige evolutie’ worden, en het woord ‘complex’ mag toegevoegd worden. Echt een beauty. 90/100
 
Tomatin 34y 1976/2010, 51%, The Nectar of the Daily Drams, sherry butt
Dit was een whisky die moest groeien, wat misschien aan de line-up lag, het was ook niet evident om na de Glenlivet te komen. De neus van deze laatste was aromatischer, maar na enige tijd toonde ook deze zich een schitterende whisky. De start was dus wat gedempt, daarna riep het fruit om aandacht. Banaan, perzik, en ook een beetje tropische varianten. Veel honing, en herbal tonen. Fris. Op de smaak meer tropisch fruit, zeker naar het einde en in de afdronk. Gekookt fruit ook en meer kruiden dan op de neus. Misschien wat eik, maar op de achtergrond. Lange, fruitige (tropisch dus vooral) afdronk. Bij deze vond ik de smaak beter dan de neus, maar dat zegt meer over de geweldige smaak dan over die neus. In de eindrangschikking haalde deze het voor mij erg nipt van de Glenlivet. 91/100
 
Port Ellen 27y 1983/2010, 56%, Malts of Scotland, refill sherry, cask MoS66, 322 bottles
De neus van deze Port Ellen is erg clean en fris, zilt en zesty. De schil van citrusfruit. Mineralen. Zoethout. En turf natuurlijk, maar niet overweldigend. Wat medicinaal. Typisch zonder heel complex te zijn, en ook zoals wel vaker een erg inactief sherryvat. Ook op de smaak proeft dit niet als 27 jaar oude whisky. Prikkelend, zesty, rokerig, zilt… Noten? Citroen. Lange, rokerige en zilte afdronk. Erg lekkere, frisse, ‘jonge’ Port Ellen en vlotjes in mijn top drie van de avond. 90/100
 
De top drie van de groep was:

  1. Tomatin
  2. Glen Elgin
  3. Port Ellen

Televoting

Gisteren stond er een nieuwe Fulldram tasting op het programma, met als thema ‘televoting’. De leden kregen op voorhand een lijst van twintig whisky’s voorgeschoteld, waaruit ieder zes whisky’s diende te selecteren. De zes met het hoogste aantal stemmen zouden dan de line-up uitmaken, uiteindelijk werden het er zeven. Vandaag en morgen een verslagje hiervan.

 
The Irishman, 40%, OB 2010
Als opwarmer kregen we deze malt uit de Bushmills stal te proeven, een tiental jaar gerijpt. Granige en licht fruitige neus. Slappe thee, wat kruiden. De smaak gaat daar op door en voegt wat vanille toe. Korte, licht kruidige afdronk. Niets bijzonders. 70/100
 
Glenfarclas 14y 1991/2005, 46%, OB, cask 164, 454 bottles
De neus is zoet en bitter. Hij start op rozijnen, pruimen, karamel en eik, en wordt dan hoe langer hoe kruidiger. Na wat verder in de line-up terug te gaan naar deze Glenfarclas vielen vegetale tonen op. Peterselie, oxo. De smaak is vrij droog. Bittere citrus, wat hars. Iemand merkte koffielikeur op. Middellange bitterzoete afdronk. Niet slecht maar nogal eenzijdig en op sommige momenten wat scherp. De standaard 15y lijkt mij ronder en complexer. 82/100
 
Clynelish 20y 1983/2004, 46%, Murray McDavid Mission III, 498 bts.
Op de neus heb ik niet de verwachte waxyness en ook minder fruit dan verhoopt. Wel dennennaalden, vanille, citrus en abrikoos. En wat peper en zout. Erg delicaat allemaal. Op de tong is hij zoet en fruitig (de citrus maar ook de abrikoos opnieuw). Misschien heel in de verte wat turf. De afdronk is niet echt lang en licht drogend. Ik was hier in eerste instantie een beetje door teleurgesteld, maar na wat andere whisky’s gedronken te hebben, treedt het fruit maar op de voorgrond. Tropisch fruit dan vooral. Toch bleef ie onder par voor Clynelish uit deze periode. 86/100
 
Caol Ila 11y 1995/2006, 57.6%, G&M Cask, casks 10638/10639
Cleane turf en zilt. Gerookt vlees, een hammetje aan het spit. Jodium. Een beetje fruit, niet veel. Op de tong agressief en bitter. Scherpe turf en peper. Niet echt aangenaam maar water doet wonderen. Veel ronder, romiger, zoeter dan. De peper blijft, maar het fruit komt er meer door. Lange, zoete en kruidige afdronk met cleane turf. Lekkere whisky, maar dat is ie enkel met water. 85/100

Tomatin 30y 1976, Jack Wieber

Eén van de vele distilleerderijen die tijdens de whiskyboom werden opgericht is Tomatin, nl. in 1897. Maar de beginjaren waren voor Tomatin erg moeilijk, resulterend in een faillissement in 1906. Na de heropstart sloot het nog z’n deuren tijdens de twee wereldoorlogen om pas vanaf midden jaren vijftig pas echt vleugels te krijgen. Het aantal stills werd verdrievoudigd van 4 naar 12, resulterend in een productie van 9 miljoen liter alcohol (geen whisky) per jaar. Desondanks ging het opnieuw over kop in 1985. Snel daarna werd het overgenomen door Takara Shuzo, een Japans groep die z’n sporen verdiende in het hotelwezen, ook vandaag nog de eigenaar.

 

Tomatin 30y 1976/2007, 55%, Jack Wieber, The Old Train Line, cask 2601, 273 bottles
Tomatin kan zwaar tegenvallen, maar kan ook enorm lekker zijn. Deze behoort duidelijk tot de tweede categorie. De neus is er één om van te genieten: fruit, veel fruit (citrus en gestoofde appels), granen, boterkoeken en een heel lichte rokerigheid. Een erg aangename zurigheid ook, fruitig zuur. Op de smaak een echt fruitbombardement: de appels van de neus, sinaas, pompelmoes, evoluerend naar tropische toestanden à la ananas en mango. Naar het einde komen er wat kruiden bij. Lange, fruitige afdronk met een kruidige bitterheid. Geen geweldig complexe whisky, maar o zo lekker. 91/100

Miltonduff 30y 1980, Malts of Scotland

Vandaag proef ik een zustervat van de Miltonduff 1980 van A.D. Rattray die ik vorige zondag besprak, vat 12427, deze draagt het vatnummer 12429. Van de Rattray heb ik nog wat over, ideaal om te vergelijken dus.

 

Miltonduff 30y 1980/2011, 44.7%, Malts of Scotland, cask 12429, bourbon hogshead, 259 bottles
De neus start misschien wat gedempt, maar wel duidelijk fruitig, snel gevolgd door zoete tonen. Een zoete fruitigheid dus, met lichte frisse, kruidige toetsen. Munt, eucalyptus. Ik denk aan Vicks citroen, maar ook andere citroensnoepjes. Nog zoet fruit à la banaan, ananas en perzik, net zoals in de Rattray. Perzik op siroop. Honing… het geheel is iets zoeter dan bij vat 12427. Boterig ook, echte boter. Gezouten. Het grassige zit ook in deze neus, alhoewel hier misschien eerder gedroogd dan vers gemaaid gras. De smaak is meteen grassig, en fruitig. De schil van allerlei citrusvruchten, groene appels. Honing. Meer eik en kruiden dan op de neus, licht drogend. Geen water nodig, brengt niets bij. Droge, kruidige afdronk met wat hars, maar ook voldoende fruit. Op de neus is deze wat zoeter en zachter dan de Rattray, op de smaak is er zo goed als geen verschil. Ik heb een zeer lichte voorkeur voor deze, maar hij is wel wat duurder. 87/100

Inchgower 28y 1982, Malts of Scotland

De geschiedenis van Inchgower loopt samen met deze van Tonicheal distillery. Deze laatste werd omwille van een verdubbeling van de huurprijs herbouwd op een andere plaats in 1871 en hernoemd in Inchgower. In die jaren was Inchgower een modeldistilleerderij, met een eigen kuiperij, een eigen smidse en een eigen schrijnwerkerij.

 

Inchgower 28y 1982/2011, 57.2%, Malts of Scotland, cask 6969, bourbon hogshead, 212 bottles
De neus is stevig, alcoholisch, grassig en floraal. Eau de vie van pruimen, gedroogde bloemen, cider, appelschillen, dat zijn zo de zaken die me in eerste instantie te binnen schieten. Gezouten boter ook wel, net als citroenmelisse. Zelfs een vage rokerigheid op de achtergrond. Nogal scherp op de tong, kruiden en leder, wat sinaas. Toch maar water toevoegen. Met water blijven de kruiden domineren, ik heb peper, kruidnagel en curry. Hout ook, pompelmoesschil… het geheel is aangenaam bitter. Wat kandij zorgt voor een zoete toets. Vrij lange afdronk op eik en een beetje zilt. Een Inchgower die pas echt te genieten valt met een klein beetje water erbij. 86/100

Het is allemaal waar wat ze zeggen…

…over de Caperdonich 1972 van The Whisky Agency. Dit is een serieus gehypte whisky, maar ik kan alleen maar zeggen dat dit volledig terecht is. What a dram indeed…

 

Caperdonich 38y 1972/2011, 58.4%, The Perfect Dram (TWA), refill sherry, 145 bottles
En wat een neus om mee te starten! Succulente fruitigheid, de sappigste perziken die je kan hebben (het sap dat van je kin druipt), zowel gele als witte, abrikozen, peer, sinaas, ananas, banaan… hangend over een kom verse fruitsla. Onderliggende zachte eik, heerlijke was (boenwas, kaarsen van bijenwas), lichte hars en honing. Rum-rozijnenvla! Na enige tijd zet er zich een zalige kruidigheid door. Kruidnagel, peper. Zelfs lichte farmy tonen. Natte hond? Man, dit is goed! En wat een complexiteit! De fruitsla-invasie zet zich verder op de smaak, vergezeld van hout en kruiden. Perzik en abrikoos, maar ook vijgen en citrus (mandarijn, bloedappelsien). Qua kruiden denk ik aan kaneel, zoethout en nootmuskaat. Hints van hoestsiroop. Een klein beetje zilt zelfs. Maar vooral super-fruitig dus, en licht bitter. Een heerlijke lichte bitterheid voor wie er aan mocht twijfelen. Wat een sublieme eik! Het mondgevoel is erg stevig en romig, boterig bijna. Ondanks het alcoholpercentage is water niet noodzakelijk. Lange, erg lange afdronk met het fruit, het hout en de kruiden (gember, zoethout) in perfecte harmonie, met nog wat zachte kandij erbij ook. Pure schoonheid! Meer kan je van een whisky niet verlangen. Ronduit fantastisch! En daarmee is de voorraad aan uitroeptekens op. 93/100

P.S.: spijtig genoeg was deze fles uitverkocht nog voor hij goed en wel in de winkel lag.

Old Pulteney 12y 1998, Malts of Scotland

Old Pulteney, gelegen in Wick in de noordelijke Highlands, kom je niet zo heel vaak tegen in onafhankelijke bottelingen. Ik heb er althans nog niet veel gedronken. De naam van de distilleerderij verwijst naar een oud landgoed in het zuidelijk deel van de stad Wick, Pulteney Town.

 

Old Pulteney 12y 1998/2011, 52.5%, Malts of Scotland, cask 1217, bourbon hogshead, 301 bottles
De neus van deze Pulteney start lichtjes duf en stoffig. Karton. Droog karton. Wat kaarsvet, net als mos en varens. Vervolgens priemen er frissere tonen door: zowel coastal (zeewier, zilt, jodium) als fruitige (aardbeien, de schil van groene appels) aroma’s. Ginger Ale. Heeft wat lucht nodig om open te breken. Best stevig op de tong met vooreerst zout en zoethout, gevolgd door noten en vegetale tonen. Ik denk in eerste instantie aan peterselie en kervel. Yep, kervelsoep. Ook wat fruit, maar niet al te veel. Pompelmoes en appel. Het geheel is redelijk droog. Middellange afdronk, aangenaam bitter. Hout, thee, zilt en peper. Simpele, jonge maar verre van slechte Pulteney. 82/100

Laphroaig 20y 1990, Malts of Scotland

Tweede in de reeks nieuwe Malts of Scotland is een Laphroaig 1990. Laphroaig uit deze periode (eind jaren tachtig, begin jaren negentig) is over het algemeen erg complex en vooral bangelijk goed. De verwachtingen zijn dan ook hoog gespannen.

 

Laphroaig 20y 1990/2011, 52.6%, Malts of Scotland, cask 2229, bourbon hogshead, 178 bottles
Mmm, dit is heerlijk! Gerookte banaan! Banaan op de barbeque. En nu we daar beland zijn, ook geroosterd vlees. Een hammetje aan het spit. Wat treffen we daarnaast nog aan? Mineralen. Zilverpoets. Kaarsvet. Motorolie. Amandelen. Zeewier en zilt. Limoen. Lapsang Souchong thee. Dat blijft maar doorgaan… complex, delicaat en verschrikkelijk lekker! Water toevoegen maakt het geheel meer coastal. Oesters. Proeven nu. Big! Krachtig, droog, rond en complex. Vrij veel rook, zilt en peper, zoethout ook, citroenschil, ananas en gerookte heilbot. Wat munt, net als hazelnoten. Met water krijg ik meer rook en nat hooi, maar ook hier is dat water niet echt noodzakelijk. Lange, droge en zilte afdronk vergezeld van een zoete rokerigheid. Van het beste wat Laphroaig uit die periode te bieden heeft. En nu nog wat verder genieten van de geur van het lege glas! 91/100