Spring naar inhoud

Littlemill 22y 1989, Archives

Ik put nog even uit klaar-om-te-publiceren proefnotities. Een Archives botteling uit de ‘Inaugural batch’ is een Littlemill 1989. We weten intussen dat Littemill uit die periode bijna altijd een schot in de roos is. Ik keek er dus naar uit deze te proeven. Te koop via de Whiskybase shop voor 120 euro.

 

Littlemill 22y 1989/2011, 48.6%, Archives, refill sherry hogshead #RTN-11-238, 120 bottles
Njummie, wat een krachtige en aromatische neus! En complex, vanaf het begin. Het is niet evident om de evolutie aan associaties te beschrijven, ze zijn er meteen en in grote getale. In willekeurige volgorde dus: aarde en varens, motorolie, opgeblonken zilverwerk (typisch voor oude flessen), bestek (of ijzerwaren in het algemeen), geboend leder, schoensmeer, rozijnen, warme pruimentaart, meloen, diverse tuinkruiden, karamel, tabaksdoosjes, sappige eik… en er is niets dat andere elementen wegdrukt. Knap! Vooral dat ijzer is bijzonder. Prachtig bitter op de tong, vol en romig, nooit drogend. Veel kruiden, zachte eik, cider, tabak, champignons, thee en opnieuw dat metalige (knabbelen op een vork of zoiets). Lijnzaadolie. Naar het einde toch ook nog een beetje fruit: witte pompelmoes en limoen. Lange, kruidige afdronk, ook hier bitter, maar geweldig bitter dan. Bijzonder profiel. 90/100

Back to reality – Fulldram ledentasting

Het leven gaat verder, zo zegt men. Maar het zal niet helemaal meer het leven zoals voordien zijn. Ik kan me voorstellen dat er heel wat lezers zijn die niet weten waarom deze blog bijna twee weken heeft stilgelegen. Wel, dat had te maken met het fatale busongeval van dinsdagavond vorige week om 9u15 nabij Sierre, Zwitserland, een bus waarop ook mijn oudste zoon zat. Met veel schroom naar diegenen die veel minder geluk gehad hebben, kan ik zeggen dat Simon het fysiek goed stelt. Het verlies van twee van z’n beste vrienden echter, van z’n meester Frank waar hij enorm naar opkeek, van de andere klasgenootjes (ruimtevaardertjes die niet meer naar school zullen komen), de traumatische ervaringen in de bus… het zijn zaken die maken dat het leven voor hem, maar ook voor ons, niet helemaal hetzelfde zal zijn.
Laat me het leven echter opnieuw opnemen met één van de meest futiele dingen in mijn leven, whisky. Sinds onze terugkomst uit Zwitserland heb ik nog geen druppel gedronken, zelfs nooit de behoefte gehad me een dram in te schenken. Ik merk dat daar stilaan verandering in komt, en dat is goed. Ik begin echter met een verslagje van de Fulldram ledentasting van maandag 12 maart, een verslag dat ik de avond erop al grotendeels rond had, maar een telefoontje enkele uren later heeft dit twee weken in koelkast doen belanden.

 

Danny en Alex Eekelaers namen de honneurs waar in Tasttoe, Kampenhout. Ze kregen van het bestuur een mooi bedrag en carte blanche om een leuke tasting in elkaar te boksen. En dat is het ook geworden. Ze legden de lat voor zichzelf wel behoorlijk hoog door zes whisky’s te schenken die volgens hen door minstens 1/3 van de leden telkens 90 punten of meer zouden krijgen. Deze zes whisky’s werden gepresenteerd in koppels, twee uit Speyside, twee uit de Highlands en twee van de eilanden, en dat alles blind geschonken. Daarenboven werd geopteerd voor whisky’s van één en dezelfde bottelaar, die nog niet vaak aan bod was gekomen in onze club. Dat bleek The Whisky Fair te zijn, een label uit de stal van The Whisky Agency. Hieronder een verslagje van deze toch wel bijzonder geslaagde tasting.

 

Als aperitief schonk het bestuur de Glen Grain Class 2000/2011, 50%, Malts of Scotland, first batch uit, een vatting van vier sherryvaten North British grain whisky. Een whisky die maar matig ontvangen werd. Veel granen (nu ja), alcohol en ook lijm (Velpon) zijn me bijgebleven. Na enige tijd kwam hij iets meer open (tuinkruiden en zoete tonen), maar lekker werd het nooit. 70/100

 

Wat volgde was dus wel lekker, en eigenlijk ook meer dan dat. De familie Eekelaers ging van start met Speyside whisky’s. Het bleken, net zoals bij de andere koppels, twee verschillende profielen te zijn. De eerste whisky werd op het einde onthuld als de Tomatin 30y 1977/2007, 48.6%, The Whisky Fair, bourbon hogshead, 223 bottles. Deze heeft een erg fruitige neus (roze pompelmoes, mango, ananas), vermengd met kandij, yoghurt en rozenbottel. Ook op de smaak speelt het fruit de eerste viool. Zoet en tropisch fruit. Niet erg complex, maar wel zeer lekker en zeer drinkbaar ook. Ja, achteraf gezien toch wel typisch Tomatin uit deze periode, alhoewel het niet de veel gekendere 1976 vintage betrof. Maar is Tomatin geen Highland whisky? En haalt ie de negentig? Wel ja, voor mij net, lang getwijfeld, 89 of 90, maar uiteindelijk dus met de hakken over de sloot. 90/100

De tweede helft van dit Speyside koppel werd gevormd door de Inchgower 36y 1974/2010, 50.4%, The Whisky Fair, sherry wood, 180 bottles, wat trouwens ook de tweede helft is van de botteling van The Whisky Agency (hetzelfde vat, hetzelfde moment gebotteld, hetzelfde alcoholpercentage, gewoon een ander label), een whisky die onmiddellijk uitverkocht was. Deze is dus, net zoals de andere in de line-up, nog steeds te koop. Het is maar dat je het weet. Nu ja, de Whisky Agency botteling is door Serge besproken (en met 91/100 meer dan goed bevonden), de Whisky Fair versie niet. Dat scheelt. Voor mij was het de winnaar in deze battle, vooral omwille van de veel grotere complexiteit, de mooie evolutie in het glas en natuurlijk ook omdat het gewoon geweldig lekkere whisky is. De belangrijkste associaties die ik opgeschreven ben, zijn kruiden (ook tuinkruiden), citrus, honing, natte bladeren, eik en lichte rook. Een erg fris, levendig profiel. 91/100
 

Vervolgens namen de heren ons mee naar de Highlands (alhoewel we daar al even beland waren), met de Royal Lochnagar 37y 1972/2009, 50.7%, The Whisky Fair and Three Rivers bar, 126 bottles, die uiteindelijk bij de stemming de winnaar van de avond werd. Een typisch oud Highland profiel, dat me spontaan aan Clynelish uit deze periode deed denken. Zoet (marsepein), fruitig, waxy, floraal, op een ondergrond van mooie sappige eik. Op de smaak aangevuld met kruiden. Ronde, romige, erg elegante en complexe whisky, een absolute topper. 92/100

Deze parel werd vergezeld door de duurste whisky van de avond, de Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles, een whisky gekenmerkt door kruiden (veel kruiden), banaan en zoete tonen. Toen bekend werd welke whisky het was, was ik toch opgelucht dat ik deze exact dezelfde score gaf dan een dikke twee maanden geleden. Geluk? Nee, expertise! Oké, hier zou een smiley moeten volgen. 91/100

 

Tot slot bezochten we de eilanden. Islay lijkt dan een evidente keuze, maar we kwamen terecht op Skye en Mull. Beide eilanden (waar Skye sinds de bouw van de brug eigenlijk een schiereiland is geworden – bedankt om dit te vermelden Alex, dat maakte het raden naar distilleerderij toch wel wat makkelijker) hebben maar één distilleerderij, respectievelijk Talisker en Tobermory. De eerste whisky luisterde naar de wat mysterieuze naam Talimburg 20y 1986/2006, 43.8%, The Whisky Fair (Artist Edition), 240 bottles. Een samentrekking van Talisker en Limburg, het stadje waar The Whisky Fair resideert. De goedkoopste botteling in de line-up trouwens. Dit is een profiel waar ik volledig weg van ben. Niet geweldig complex, maar o zo mooi. Ronde, zoete turf en mineralen (heeft echt wel wat weg van Riesling), vergezeld van zoet fruit zoals ananas en rode appels, en planten. Op de smaak komt daar dan nog wat zilt en peper bij. Niet iedereen was hier echter even wild van, hij eindigde voorlaatste in de eindrangschikking. Ik vind het super. 92/100

Na deze Talisker, viel de Ledaig 33y 1973/2006, 48%, The Whisky Fair, bourbon hogshead, 281 bottles mij een beetje tegen, maar dat lag vooral aan z’n gangmaker. Zeer lekkere whisky, daar niet van, maar toch een trapje lager. Weer zo’n twijfelgeval tussen 89 en 90. Had ‘m eerst op 90 staan, maar hij moet het uiteindelijk met een puntje minder stellen. Zachte ronde turf op de neus, net als gerookt vlees, kruiden, eik en een beetje boenwas. Meer fruit op de smaak: sinaas, aardbei. Ook de eik en de turf zijn dominanter. Complexer dan de Talisker, zeker, maar minder mijn ding. 89/100

 

Aangezien de heren gans het budget aan deze zes flessen gespendeerd hadden, mochten we Stijn dankbaar zijn dat hij nog een extraatje bij had, dat dienst kon doen als toetje. Rarara, wat had hij bij? Z’n eigenste Macduff 14y 1997/2012 ‘Freyr’, 50%, Lord of the Drams, sherry, 104 bottles natuurlijk. Een whisky die niet helemaal tot z’n recht kwam na de voorgaande kanonnen. Hij is daarenboven amper half zo oud dan het voorgaande geweld. Het is ook een ander profiel, met de nadruk op zoete granigheid.

 

Uit de einduitslag bleek dat de whisky’s erg dicht bij elkaar lagen, het waren dan ook alle zes toppers. Opzet geslaagd dus. En wat meer is, allemaal nog verkrijgbaar via de shop van TWF. De finale rangschikking voor de groep was:

  1. Royal Lochnagar 1972
  2. Tomatin 1977
  3. Ben Nevis 1966
  4. Ledaig 1973
  5. Talimburg 1986
  6. Inchgower 1974

 

Glenallachie 38y 1973, Malts of Scotland

Voor ik enkele nieuwe Malts of Scotland bespreek, laat ik eerst nog even een botteling uit de batch van eind vorig jaar aan bod, de Glenallachie 1973. Eentje die links en rechts al bejubeld werd. En nu ook hier.

 

Glenallachie 38y 1973/2011, 44%, Malts of Scotland, bourbon hogshead, MoS 11018, 125 bottles
Aromatische neus met veel fruitige tonen: sappige appels, peren, lychee, ananas, perziken… succulent. Suikerspin en honing zorgen voor een zoete toets, weidebloemen en gras voor een florale. Na enige tijd gaat dat richting vegetaal. Planten, groenten. Zeer mooie neus. Zo goed als geen eik, iets wat ik op de smaak wel heb, samen met kruiden en okkernoten, wat het geheel licht drogend maakt, maar er is nog meer dan genoeg fruit (wit fruit en pompelmoes) en zoete tonen (vanille, honing) om de balans te vrijwaren. Middellange, mooi drogende afdronk met eik en fruit in balans en ook iets aangenaam zurigs. De smaak haalt niet helemaal het niveau van de neus, maar dan nog is dit een absolute winnaar. 91/100

Glen Garioch 21y 1990, Archives

In de First Release van Archives (de tweede, na de Inaugural dus) zit ook een Glen Garioch 1990, te koop via hun shop voor 70 euro. Ik proefde reeds een Glen Garioch 1990 van Kintra en van A. Dewar Rattray, geen van beide kon me overtuigen. Ik begin hier dus met enige onvermijdelijke scepsis aan.

 

Glen Garioch 21y 1990/2012, 54%, Archives, bourbon hogshead #252, 267 bottles
Frisse neus die start op een combinatie van planten en honing. Serieus wat flora, naast de planten ook gras, weide en de bijhorende bloemen. Het is lente! De honing zorgt voor zoets, hierin ondersteund door kokos. Vervolgens krijgt de neus een fruitige twist: abrikoos, perzik en appels. Wat olie ook. Erg genietbaar. De smaak start wat nerveus op appel en groene bananen, en gaat dan over in honing en sinaas. Opnieuw het grassige dat ik ook op de neus had. Naar het einde zoethout en zelfs wat zilt. Lange afdronk, vegetaal en zoet. Wat vooral blijft hangen, is groene thee met honing. Ik vind dit erg lekkere whisky, en een stuk beter dan z’n hierboven vermelde tegenhangers. Dit is dus een knappe selectie. 86/100

Port Ellen 1st release

De eerste van de jaarlijkse releases van Port Ellen is een whisky die op tien jaar tijd meer dan vertienvoudigd is in waarde. Indien je deze whisky nu op de kop wil tikken op één of andere veiling, mag je 1200 tot 1500 euro neertellen. En dat louter en alleen omdat het de eerste release is, het is – zoals blijkt – zeker niet de beste.


 

Port Ellen 22y 1979/2001, 56.2%, OB, 1st annual release, 6000 bottles
Hola, krachtig drankje. Veel teer, asfalt, rubber en rook om mee te beginnen, elementen die samen met de alcohol voor de nodige scherpe zorgen, het snijdt echt doorheen de neus. Aarde en mos ook en pas na wat ademen ook zachtere tonen zoals vanille en appel. Maar dan de groene, eerder zure variant. Pfiew, toch een ander profiel dan recentere en dus oudere Port Ellen. Water toevoegen brengt peper en zout naar voor. Ook de smaak is punchy, en prikkelend, de whisky danst op je tong (sommige vlijen zich zijdezacht op je tong, dit is hier dus het tegenovergestelde). De rook, de rubber en de teer zijn ook hier prominent aanwezig, net als het wit fruit. Citroen heb ik nu ook. Veel gember en peper, uitdrogend naar het einde. Scherp als een mes. De afdronk is dat ook, op citroen, rook, zilt, teer en peper. Let op, dit is erg lekkere whisky, maar bij de latere releases zitten er heel wat betere tussen, het mag voor mij allemaal wat ronder. Port Ellen blijkt trouwens een whisky te zijn die erg goed rijpt, er wachten ons ongetwijfeld nog pareltjes. Met een stevig prijskaartje spijtig genoeg. 88/100

Cask Islay

Vandaag een vatted malt van A. Dewar Rattray, de Cask Islay, vatting 1. Cask Islay is een nieuw label van deze bottelaar en ofschoon deze eerste batch een vatted of blended malt is, bevat de botteling toch vooral whisky van één distilleerderij.

 

Cask Islay ‘Vatting no 1’, 46%, A. Dewar Rattray 2011, blended malt
Zeer bleek van kleur, wat doet vermoeden dat het jonge whisky is. Het feit dat geen leeftijd wordt vermeld, ondersteunt deze these alleen maar. Hij ruikt trouwens ook erg jong. Prikkelende, medicinale turfrook en teer, gevolgd door nat hooi en mest. Maar niet zoet zoals meestal als het woord ‘farmy’ opduikt, nogal scherp hier. Hoe langer hoe meer duidelijke tonen van gerookte heilbot (big time), besprenkeld met citroen. Iets van geroosterde noten op de achtergrond. Nogal springerig allemaal, verschillende associaties die om de beurt om de aandacht roepen. Frisse smaak op rook (beetje assig) en citroen, granen, honing, gezouten boter, teer, zeewier en opnieuw vis. Opmerkelijk die vis. De afdronk dooft snel uit, rook en gerookte vis blijven hangen. Bwa, al bij al is dit best genietbaar hoor, alhoewel ik dit geen ‘ronde’ whisky kan noemen, daarvoor is extra rijping nodig, zowel op de neus als op de smaak gaat ie nogal ongecontroleerd eerst de éne en dan de andere richting uit. En welke distilleerderij drukt z’n stempel op deze whisky? Mmm, altijd gevaarlijk dat gokken. Maar ben toch geneigd richting Laphroaig te gaan. 80/100

Bruichladdich Peat

Over het algemeen is Bruichladdich niet geturfd, maar regelmatig worden er ook geturfde batchen gebotteld. De range moet immers zo breed mogelijk zijn, nietwaar? We kennen de Infinity en de 3D, vandaag maak ik kennis met de ‘Peat’. Een naam die niet veel verhult voor een keer. Het p.p.m.-gehalte aan fenolen is 35.

 

Bruichladdich ‘Peat’, 46%, OB +/-2011
De neus start eh… peaty. Olieachtige turf zou ik het noemen. Zachte turf en zonnebloemolie met daarachter granen, vanille en vegetale toetsen. Oxo en gekookte groenten. Aarde ook wel. Niet slecht, zeker niet, maar een beetje bizar eerlijk gezegd. Op de smaak heb ik die vegetale toetsen niet meer, wel turf, olie, granen, vanille, gele appels, abrikoos en zilt. Gerookte heilbot. Romig maar wat ‘dun’ mondgevoel. Mist ‘body’. Ook in de afdronk, die is verdacht kort (op lichte turf en kruiden en misschien een klein beetje zilt) voor medium geturfde whisky. Foutloze Bruichladdich die me op alle vlakken een beetje te licht uitvalt. 77/100

Nog wat Tomatin fruit

Tomatin 1976, ik kan er niet genoeg van krijgen… Vorig jaar kwam de éne na de andere uit, de keuze was enorm, maar deze fruitbron lijkt stilaan opgedroogd te zijn. We moeten het dus doen met bottelingen van de voorbije jaren.
Bijvoorbeeld deze van Duncan Taylor uit 2010. Net als de Grotesque Crocs die ik gisteren besprak, stond ook deze in de line-up van whiskykwis.

 

Tomatin 33y 1976/2010, 51.6%, Duncan Taylor, cask 6816, 264 bottles
Ook bij deze start de neus wat onderdrukt, zelfs een beetje duf… boter, natte aarde, eik, oude kleerkast (of op z’n minst oude kledij, de leeftijd van de kast is in deze van inferieur belang). Maar dan, haha, wie hève die froet, zoals de Italianen dat zo mooi zeggen. Sappige pruimen, dito appels, perzik, ananas, banaan en rijpe kruisbessen. Ja ja, weer een winnaar. Een beetje bijenwas – ook altijd een meerwaarde, honing en koffiepudding vullen aan. Prachtig! De smaak start meteen meer dan aangenaam op kruiden (kaneel, kruidnagel), eik en honing, om dan in de retro gewoonweg te exploderen in fruit. Steenfruit en tropisch fruit. Pruim, perzik, banaan, ananas en mango. Wat pompelmoes ook, en warme aardbeienconfituur. En dan is het meteen héél wat meer dan aangenaam. Genieten in overdrive. Middellange afdronk, fruitig met de perfecte hoeveelheid eik (zalige bitterheid). Zoals wel vaker bij dit profiel is dit geen erg complexe whisky, maar het is zo verdomd lekker. En als je vergelijkt met de TWA lees je veel hetzelfde, toch vind ik deze net nog een ietsje beter, maar het verschil is klein. Een punt. 92/100

Tomatin 34y 1976, The Whisky Agency ‘Grotesque Crocs’

Let’s get fruity! Tomatin 1976 mag hiertoe opdraven, en meer bepaald een botteling van The Whisky Agency uit hun Grotesque Crocs reeks van eind vorig jaar. Deze whisky figureerde trouwens ook in de Fulldram tasting/kwis van vorige week. Meer nog, het was de winnaar voor de groep. Het toeval wou dat Karel Cousy die avond ook nog een sample van deze whisky voor mij meehad, waarvoor nogmaals bedankt Karel.

 

Tomatin 34y 1976/2011, 51.3%, The Whisky Agency, refill sherry butt, 309 bottles
De neus heeft even tijd nodig om open te komen, maar dan… een heerlijke combinatie van de extravagante Tomatin fruitigheid met de sherryinvloed van het vat. Het fruit opsommen is schier onbegonnen werk, maar laat me een poging wagen: roze pompelmoes (big time), mandarijn, bloedappelsien, meloen, banaan, aardbeien, rijpe kruisbessen, ananas, verse pruimen en harde peren. En dan mis ik ongetwijfeld nog enkele soorten. De sherry heeft z’n werk gedaan, maar heeft zich ingehouden, wat zich vertaalt in sappige eik en kruiden. Daarachter gaan dan nog honing, kandij en bijenwas schuil. Zeer mooi! Op de tong heb ik eerst de sappige eik, de kruiden (kaneel, gember), kandijsuiker en dan… boem paukenslag, een explosie van fruit. Nee, ik som ze niet opnieuw op, zie bij de neus a.u.b. En opnieuw valt de roze pompelmoes op, maar ook de rest tekent present. Amandelen zitten er ook nog ergens tussen. Lange afdronk met ook hier het zalige fruit en de drogere elementen zoals eik en kruiden in perfecte harmonie. En dat laatste is uiteindelijk ook het verhaal van deze whisky. Geef toe, wat moet je nog meer hebben? 91/100

Glenrothes 13y 1998, G&M Reserve for Maltclan

Maltclan is een whiskyclub uit Halle en net zoals andere clubs werden ook zij geconfronteerd met de onweerstaandbare drang om een eigen whisky de bottelen. Bij hen viel de keuze op een Glenrothes 1998 van Gordon & MacPhail. Te koop aan 55 euro, maar ik heb begrepen dat de Maltclanners bijna door hun voorraad heen zijn.

 

Glenrothes 13y 1998/2012, 56.4%, Gordon & MacPhail Reserve for Maltclan, bourbon cask #11383, 231 bottles
Mmm, lekkere en levendige neus, waarbij geel het trefwoord lijkt te zijn. De eerste associaties die in me opkomen, hebben immers een gele kleur: geel fruit (gele appels, gele pruimen, abrikozen), vanille en gele bloemen (paardenbloemen, boterbloemen enzo). Honing ook, hooi en amandelen. Dat laatste neigt naar marsepein. Onderliggend een klein beetje eik en zelfs wat rook van het hout. Nog iets? Wel ja, een zoete granigheid. En wacht eens, is dat leder? Niet normaal voor een whisky op deze leeftijd, maar inderdaad wat leder in de verte. Erg complex, zeker voor z’n leeftijd. Een neus waar ik enorm van kan genieten. Ook in de mond is hij levendig, prikkelend zelfs. Dansend op je tong. Hetzelfde gele fruit en dezelfde florale aroma’s, maar hier met meer eik en een stevige portie kruiden (de alcohol doet z’n werk): gember (enorm) en zoethout vallen het meest op. Kandijsuiker en honing zorgen ervoor dat de balans niet te veel naar het droge trekt. Water? Eh, vergeten. Nooit behoefte aan gehad. Niet zo complex als de neus en misschien iets minder expressief, maar nog steeds zeer aangenaam. Ook in de afdronk trouwens, die is best lang, en het zijn vooral kruiden en honing die hier de dienst uitmaken. Volgens mij hebben ze de heren van Maltclan in het zak gezet, ze dachten een dertienjarige whisky te kopen maar hebben een twintigjarige gekregen. In ieder geval, een uitzonderlijk vatje. Knappe selectie! 88/100

Bunnahabhain 12y, old bottling

95% van de productie van Bunnahabhain gaat naar blends, waarvan Black Bottle en Famous Grouse de bekendste zijn. Vandaag echter een single malt, de standaard 12, maar dan een oude botteling (van ergens rond 1980).

 

Bunnahabhain 12y, 43%, OB +/- 1980, 75cl
Subtiele neus op tonen van boter, honing, granen, praliné en bijenwas. Delicaat allemaal, maar zeer aangenaam om ruiken. En best complex, want nu komen er metalige tonen bij (misschien licht Old Bottle Effect), zilt en vooral fruit. Ik denk daarbij onder andere aan perzik, ananas en aardbeien. Nice! Zachte fruitige smaak. Een hele waaier aan fruit eigenlijk: ananas, kokos, banaan, perzik, appel. Zoete tonen ook zoals daar zijn: nougat en marsepein, met daaronder was en een klein beetje turf. Niet geweldig complex, minder dan de neus in ieder geval, maar zeer genietbaar. Eerder korte afdronk op honing en fruit. Moeilijk te vergelijken met recentere batchen, was de spirit gewoon anders of speelt hier toch enige rijping op de fles mee? 87/100

Highland Park 12

Vandaag maak ik tijd voor een populaire standaardbotteling, de Highland Park 12. Kost een 30 euro.

 

Highland Park 12y, 40%, OB +/-2011
Zoete en granige neus: honing (natuurlijk, dit is HP) en ontbijtgranen bij een eerste maal ruiken. Daarna volgen heide (ook vrij typisch), boter en heel lichte rook. Tabak eerder. En dan na enige tijd ook vers gemaaid gras en boemen. Fris, inderdaad. Licht mondgevoel, mist een beetje body. Zoet (honing), fruitig (citrusfruit à la sinaas en mandarijn) en kruidig (peper, kaneel en gember). Met ook hier dat kleine beetje rook. En een hint van noten. Die noten groeien naar het einde, resulterend in een lichte bitterheid. Korte afdronk op honing, citrus en kruiden. Aangenaam en vlot drinkbare standaardbotteling, maar erg licht, zeker op de smaak valt hij me iets te zwak uit. 80/100

Thierry Segers en andere

Jullie weten ondertussen dat ik graag eens een muzikaal zijsprongetje maak. Vandaag doe ik dat in de vorm van de persoon in titel. Thierry Segers, dat is wat mij het meest is bijgebleven van de Fulldram whiskykwis in Leuven maandag jongstleden. Het is de naam (waar het eigenlijk een begrip zou moeten zijn – ik durf zelfs een concept te vermoeden) van de man die voorheen door het leven ging als Thierry Vankerrebroek. Maar als eerbetoon aan z’n grote voorbeeld Yves Segers (bekend van de klassieker ‘Ik schreeuw het van de daken’), heeft hij zich de naam van deze levende legende eigen gemaakt. Ik zou in verschillende paragrafen kunnen uitweiden over de levensloop van deze artiest, maar waarom zou ik dat doen als Thierry het zelf zo veel beter kan. Lees dus hier meer over dit in mijn ogen zwaar miskend talent.

 

Maar genoeg ernst, Thierry Segers was dus het antwoord op één van de vragen uit de voor de rest leutige whiskykwis. Deze kwis werd door ons aller Peter vakkundig in elkaar gebokst en op onnavolgbare wijze gepresenteerd. En aangezien Peter enkel diende bijgestaan te worden door een bevallige (nu ja) assistente, kon de rest van het bestuur deelnemen. De vragen waren nogal, eh, divers. Vlaamse zangers kwamen aan bod, dat had u al begrepen, maar ook plaatsen in Schotland, bekende figuren uit de whiskywereld en daarbuiten, ontbrekende distilleerderijen in een alfabetisch rijtje en dergelijke meer.

Tijdens de kwis werden zeven whisky’s geschonken. Bedoeling was telkens het alcoholpercentage, leeftijd en vattype te raden en er op het einde de twee koppels (tweemaal twee whisky’s van dezelfde distilleerderij) uit te halen. Elke ploeg zou na de kwis beloond worden met een flesje bier, gaande van een Orval met vervaldatum ergens in 2008 voor de laatste ploeg tot de Cuvée Delphine van de Struise Brouwers voor de ploeg die eerste zou eindigen.

De whisky’s die geschonken werden:

  • Vintage Choice 10y ‘Speyside blended malt’, 40%, OB +/-2010
  • Miltonduff 30y 1980/2011, 44.5%, A. Dewar Rattray bourbon cask #12427, 240 bottles
  • Ledaig 2005/2010, 62.7% Berry Bros & Rudd, sherry butt #900008
  • Tomatin 33y 1976/2010, 51.6%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 6816, 264 bottles
  • Dailuaine 27y 1983/2011, 50%, Asta Morris, refill sherry hogshead AM004, 248 bottles
  • Tomatin 34y 1976/2011, 51.3%, The Whisky Agency ‘Grotesque Crocs’, refill sherry butt, 309 bottles
  • Ledaig 12y 1998/2010, 61.8%, Malts of Scotland, sherry butt #800025, 256 bottles

 
Resulterend in volgende top drie:

  1. Tomatin 34y 1976 TWA
  2. Tomatin 33y 1976 DT
  3. Ledaig 12y 1998 MoS

Niet helemaal mijn top drie, maar die wordt in de loop van de komende dagen wel duidelijk. De whisky die derde eindigde, was de Ledaig 1998 van Malts of Scotland. Dankzij het hoogste bod nam ik de rest van de fles mee naar huis en proef ik ‘m nog een tweede keer. Mijn bevindingen hieronder. Beide Tomatins bespreek ik samplegewijze binnenkort.

Welke ploeg uiteindelijk tot winnaar van de kwis werd uitgeroepen, is van geen tel, het ging immers puur om het plezier. Wel een dikke pluim aan de Struise Brouwers, hun Cuvée Delphine is werkelijk voortreffelijk.

 

Ledaig 12y 1998/2010, 61.8%, Malts of Scotland, sherry butt #800025, 256 bottles
Ha, de balans tussen de turf en de sherry zit goed, mooi zo. Eigenlijk moet ik zeggen de balans tussen de turf, de sherry en het zilt. Dit is echt ‘coastal’, kustig, of zoiets. Zout en zeewier. De turf is zoals wel vaker bij jonge Ledaig mineralig van aard. Minder clean echter dan deze op bourbonvaten of dan jongere op sherryvaten, waar de sherry dus minder z’n stempel op gedrukt heeft. Maar ik vind het prima zo. Nu zijn het leder, tabak, tamari (natuurlijk gefermenteerde sojasaus), dadels en rozijnen die de dienst uitmaken. Aarde ook nog. Complex. Deze neus kan perfect doorgaan voor deze van een Port Ellen 1982/1983 op sherryvat. No kidding. Krachtig maar goed drinkbaar, op dezelfde hoofdtonen als de geur: zilte, rokerige en sherry-aroma’s. Meer bepaald zoethout, eik, bloedappelsien, leder, teer, medicinale turf, tabak, rozijnen, pruimencompot, stroperige karamel en zo kan ik nog even doorgaan. Complex, ook op de smaak dus. Water maakt het geheel zoeter maar is ondanks de 62% niet nodig. Erg lange afdronk, zoet, zilt en rokerig met wat peper erdoorheen. Prachtige whisky die ik blind een pak ouder zou schatten en waar de sherry perfect z’n werk heeft gedaan, niet te weinig maar ook niet te veel. Dat vat moest geen jaren meer blijven liggen. 91/100

Bowmore 21y 1973

Oude Bowmore, why not. Vandaag een officiële 1973, een vatting van twee sherryvaten, gebotteld in 1994.

 

Bowmore 21y 1973, 43%, OB 1994, sherry casks 5173 & 5174
Lichte, wat onderdrukte neus. Eentje die tijd nodig heeft. Maar dan krijg je, jawel, tropisch fruit. Niet explosief, maar toch, het is er. Banaan, meloen en mango. En hoe langer hoe meer citroen. Samen met bijenwas, zilt, karamel en koffie-verkeerd. Zelfs een klein beetje farmy tonen. Zeer mooi allemaal, maar licht, zelfs wat vluchtig bij wijlen. Geen, of zo goed als geen turf trouwens. Iets wat ik op de smaak wel heb. Niet veel echter. Naast allerlei citrusfruit (minder tropisch hier, wel mandarijn en sinaas bv.), zilt, eik en kruiden. Maar ook hier ontbreekt wat ‘body’. Hij blijft wel lang hangen, vooral op zilte aroma’s, maar er is ook nog wat citrusfruit. Als ik m’n review overloop, lees ik allemaal geweldige aroma’s en denk ik aan een score van 92 of meer. Maar daarvoor is hij niet expressief genoeg, het is te veel werken, te veel zoeken. Maar bon, het is en blijft een zeer lekkere Bowmore. 90/100

Caol Ila 28y 1983, Duncan Taylor ‘Dimensions’

Caol Ila 1983 op sherryvat, dat kan wreed lekker zijn. Alhoewel deze van Duncan Taylor nog een stuk donkerder is dan de QV.ID. Een veel actiever vat waarschijnlijk, wat niet noodzakelijk een meerwaarde is voor oudere geturfde whisky.

 

Caol Ila 28y 1983/2012, 54.3%, Duncan Taylor ‘Dimensions’, cask 3625
Zeer mooie neus met de zachte Caol Ila turf in perfecte harmonie met de sherry. Ik heb tonen van tabak, karamel, geroosterde noten, leder, gedroogd fruit, mandarijn, geflambeerde banaan en aarde. Daarna komt het kustkarakter van de distilleerderij naar boven, in de vorm van zilt en zeewier. En daaronder hebben we dan de turfrook en wat eik, beide in een louter ondersteunende rol. Erg rijke en complexe neus. Olieachtig en licht drogend mondgevoel, met de sherry en zoete turf die om de aandacht dingen, op een onderlaag van sappige eik. Hier meer kruiden dan op de neus: eucalyptus, hoestsiroop en gember. Licht bitter en droog, maar dat wordt deels gecounterd door kandij, rozijnen en perensiroop. Deels, de balans neigt net iets te veel naar het droge. Zilt, net als op de neus pas na enige tijd. Lange afdronk, kruidige, zilt en rokerig. De neus alleen is negentig punten waard, op de smaak is de balans niet goed genoeg om uiteindelijk ook die score te krijgen. 88/100

Dailuaine 28y 1983, Archives

Dailuaine 1983, ook daar heb ik al een meer dan aangename kennismaking mee gehad. Ik heb geen idee of dit een zustervat is, maar wat maakt het uit, als ie nog maar in de buurt komt van de Asta Morris, ben ik al meer dan tevreden.

 

Dailuaine 28y 1983/2012, 47.3%, Archives, hogshead #865, 265 bottles
Dailuaine 1983, ik heb geleerd dat je daar je tijd voor moet nemen. Wat ik hier dus ook ga doen. De neus start alvast mooi op boter, (nat) gras en mineralen. Daarna vanille, geboend leder, kaarsvet en weide. Weide met z’n bloemen. Nog even wachten en er dient zich een laag fruit aan: aardbeien en gele appels. Dat klinkt misschien allemaal nogal redelijk gewoontjes, maar ik kan hier enorm van genieten. De sensaties komen hier echt in lagen. Bijzonder. Rijke en elegante smaak. Zowel kruidig (tuinkruiden), fruitig (appels, kruisbessen, aardbeien), grassig als waxy (boenwas, kaarsvet en leder). Boter opnieuw. Na enige tijd warme vanillepudding. Mooi mooi. Lange afdronk, floraal en kruidig (nootmuskaat, kaneel). Dit is niet de gemakkelijkste whisky, maar neem er je tijd voor en je wordt er dubbel en dik voor beloond. Dailuaine 1983, een profiel dat mij persoonlijk blijkbaar serieus ligt. 90/100

Longmorn 12y G&M white label

Van deze Longmorn bestaan er meerder batchen, de deze vermeldt ‘pure malt’ op het label en zou gebotteld zijn midden de jaren tachtig van vorige eeuw (dat klinkt ouder dan het is).

 

Longmorn 12y, 40%, Gordon & MacPhail licensed bottling, white/red label, +/-1985
Frisse en aromatische neus op honing, bloemen, sinaas, appel, limoen, verse pruimen, bijenwas en noten. Zachte, ronde en boterige smaak op cake, florale toetsen, honing, granen, bananen, abrikozen, sinaas en… jawel, een toefje rook. Rook van het hout, geen turf. Behoorlijk lange afdronk op sinaas en honing. Deze Longmorn is niet echt complex te noemen, maar wel erg genietbaar. En dat kap je binnen alsof het limonade is. 85/100

Bruichladdich Black Art

Tijd voor een streepje marketing. En dan komen we toch wel uit bij Bruichladdich zeker… Alhoewel ze o.a. met hun recentste 10y (oké, Laddie Ten klinkt dan weer beter) de echte whiskyliefhebber hebben gecharmeerd, blijven ze langs de andere kant de markt ook overspoelen met allerlei whisky’s die één of andere speciale behandeling hebben gekregen (oké, gefinished zijn, maar bij Bruichladdich heet dat dan Additional Cask Enhancement) en die in de meest spectaculaire flessen aan de man worden gebracht. Vandaag de Black Art (tweede editie), gefinished in allerlei type vaten.

 

Bruichladdich 21y 1989 ‘Black Art edition 2.02’, 49.7%, OB 2010
De neus doet me aan rosé denken, maar dat kan ook aan de kleur liggen. Ik heb rood fruit zoals aardbeien, rode bessen maar vooral kersen. Daarnaast siroop, zoethout, toast en met wat goede wil ook balsamico. Maar vooral wijn-ige tonen. Ook de smaak is dat. Rood fruit, iets van porto, roze pompelmoes (die kleur speelt me echt wel parten), stroop, granen en eik. Het geheel wordt droger naar het einde. Deze whisky heeft een behoorlijk lange afdronk, waar het zoete opnieuw de bovenhand krijgt op het droge. Pfff, dit is ver van slecht maar ik word hier niet warm van. Te veel (zoete) wijn, te weinig whisky. 79/100

Ledaig 7y 2004, Archives

En nu we toch bezig zijn… ook in de Archives ‘First Release’ reeks zit een jonge Ledaig. Deze Ledaig heeft als vatnummer 900009, op het eerste zicht dus het zustervat van de gehypte Ledaig 2005 Berry Bros, dat het nummer 900008 droeg. Maar 900009 is een distillaat van 2004, 900008 van 2005, geen logische nummering dus. Misschien eerder een slimme marketingtruc van de jongens van Whiskybase.

 

Ledaig 7y 2004/2012, 61.9%, Archives, hogshead #900009, 302 bottles
Cleane, frisse en mineralige turfneus. Wat in eerste instantie opvalt zijn natte keien, de schil van citroen en witte pompelmoes (zesty), citroensap, zilt en zeewier, jodium en turfrook. Licht medicinale turf dus. Daaronder loeren ook zoetere tonen: honing en nougat. Best drinkbaar op 62%, wel krachtig natuurlijk, en prikkelend (dansend op de tong). Qua associaties in het verlengde van de neus: cleane, jonge turf dus, citroen, zeste, zilt (veel zilt), gember, peper en vochtige aarde (niet dat ik dat vaak eet). Lange afdronk op turf, zilt en citrus. Jonge, levendige en cleane whisky, weinig verschillend van de botteling van The Nectar trouwens. Niet erg complex dus, maar wel lekker en met 35 euro behoorlijk scherp geprijsd. Een aanrader voor de liefhebbers van dit profiel. 85/100

Ledaig 8y 2001, The Nectar of the Daily Drams

Ledaig (niet ‘ledijg’ maar ‘letsjik’ uitgesproken) is voor Tobermory wat Port Charlotte voor Bruichladdich is, nl. de geturfde variant van de distilleerderij. Vandaag een botteling van The Nectar die samen met de 2005 van Berry Bros meteen hoge toppen scheerde. Ik proefde deze een jaar geleden en heb nu de kans ‘m wat beter te leren kennen.

 

Ledaig 8y 2001/2010, 61%, The Nectar of the Daily Drams
Erg frisse, mineralige neus. De zomerse regenbui, de natte stenen, je kent het, maar ook wat kaarsvet en citroen op een onderlaag van turf en teer. Prikkelend allemaal. Daarnaast noteer ik nog zilt, vanille en zoethout. Niet erg complex, wel lekker om ruiken. Krachtig op de tong maar best drinkbaar en erg clean, ook hier niet echt complex. Wat opvalt zijn turfrook en citroen(schil), veel meer komt daar niet bij. Het hoeft niet te verbazen dat water het geheel zoeter maakt, dan krijg ik er tonen van suiker en vanille bij. De citrus en de turf blijven echter domineren, ook in de lange afdronk. Simpele en jonge, maar evenzeer lekkere en levendige Ledaig. 85/100