Spring naar inhoud

Posts from the ‘Springbank’ Category

Een oude Springbank

Springbank 12y, 43%, OB bottled early 1980’s for Italy, ceramic jug
Bijzondere fles. Nu ja fles, het is een zwarte stenen kruik, met wit opschrift. Eens zien of de inhoud even bijzonder is. Bij een eerste ‘nosing’ is de neus vrij droog en scherp. Hout, hars, vernis, thinner, gras, dat soort zaken. Inderdaad bijzonder dus, alhoewel niet in geheel positieve zin. Maar als je ‘m wat tijd geeft, wordt ie toegankelijker. Je krijgt dan iets zoets en iets rokerigs. Gerookte vis. De smaak zit wel meteen goed. Zoet en kruidig met een lichte bitterheid. Het grassige en hooi duikt ook in de smaak op. En in de kruidige finish. Ondanks het feit dat de eerste indruk me wat afschrikte, evolueert deze whisky tot een erg mooie dram. Je moet er enkel wat tijd voor maken. 87/100
 
En ook:
 
Springbank 13y 1996/2009, 57%, SMWS 27.74 ‘Stripped down’, 193 bttls
Ziltige neus. Jodium, zeewier, typische zee-elementen. Gerookt vlees. Beetje zoet. Ook veel zilt in de smaak, naast lichte rook. Kruiden naar het eind die overgaan in de afdronk. Aangenaam maar niet bijzonder complex. 80/100

Een blinde Fulldram sessie

Maandag was het weer verzamelen geblazen aan de Leuvense vismarkt. Dit keer voor een blind session, zeven whisky’s waarvan we pas na proeven, na ranking én na verkoop per opbod wisten wat het was. Vooral dat laatste was behoorlijk tricky omdat je absoluut niet wist hoeveel de fles gekost had en je dus voor de rest van de fles evenveel of meer kon betalen als voor een volle fles.

Blind proeven is uiteindelijk wel de meest eerlijke en correcte manier van proeven. Je bent op geen enkele manier beïnvloed door een merk, een reputatie of enige andere voorkennis. Mensen die beweren dat ze ook niet-blind 100% objectief scoren, maken zichzelf wat wijs. Je kan de invloed van het label proberen weg te drukken, maar helemaal lukt dat nooit, bewust of onbewust speelt het toch ergens mee. We gebruikten wel onze gewone tastingglazen waardoor we de kleur konden waarnemen, wat nog niet helemáál blind is natuurlijk, daar heb je die blauwe glaasjes voor. Vandaag en morgen een verslagje van de avond.

 
Campbeltown Loch 30y, 40%, blend
Als welcome dram dronken we de 30-jarige Campbeltown Loch, een whisky die we ook op de Whisky & Bier tasting van 19 oktober vorig jaar voorgeschoteld kregen. Aangename en vlot drinkende whisky zonder capsones. Ongewijzigde score.
 
Port Askaig 25y, 45,8%, Speciality Drinks (The Whisky Exchange), 2009
De eerste blinde was de Port Askaig 25y, ook een whisky die ik reeds eerder dronk. Deze blijft voor mij een lekkere whisky op zachte turf en fruit, die echter wat te bitter eindigt om hoger te scoren.
 
Springbank 21y, 46%, OB +/- 2005
De tweede was een fles met een redelijk cultniveau, en hoeft het te verbazen, zowel voor mij als voor de groep de winnaar van de avond. De neus is erg levendig en fris. Ik had bloemen, fruit, bijenwas, sinaaszest, geconfijt fruit, noten, zacht hout… complex inderdaad. En lekker! Subtiele sherry en alles perfect gebalanceerd. Ook op de smaak trouwens. Fruit, licht bitter (witte pompelmoes), kruiden, vanille, hout, heel lichte rook. Lange zoete en fruitige finish. En dan zijn de oudere batchen naar het schijnt nog een stuk beter. 90/100
 
Ardbeg ‘Rollercoaster’, 57.3%, OB Committee, 2010
Een whisky waar ik twee flessen van heb staan, maar nog geen van heb geopend. De Rollercoaster bevat vaten van elk jaar van 1997 t.e.m. 2006 en werd gebotteld ter ere van het tienjarig bestaan van het Ardbeg Committee.
Medicinale turf, mineralen, wit fruit, gerookte ham (vrij ziltig), sigaren, kruiden en wat zoets (marsepein) in de neus. Vrij complex dus, en voor mij herkenbaar Ardbeg. De smaak is stevig en licht bitter met lekkere turf, zilt, kruiden (‘herbal’) en pompelmoes. Had ‘m evenwel niet zo hoog in alcohol geschat. Lange afdronk met turf, zilt en kruiden die strijden om de aandacht. Pas op, de turf is nooit te scherp of te neigend naar asbak, de balans is meer dan oké. Wetende wat het is, is dit best een meevaller. Ik vreesde immers voor meer turf en minder complexiteit, maar dat valt dus reuze mee. 87/100

De nieuwe Springbank 18y

De nieuwe Springbank 18y kon ik al eens eerder vluchtig proeven, ik vond ‘m toen vrij teleurstellend, zeker in vergelijking met de eerste batch ervan. Nu heb ik de gelegenheid er wat meer tijd voor te nemen. Benieuwd of m’n eerste indruk bevestigd wordt.

 

Springbank 18y, 46%, OB 2010, 2nd edition – Campbeltown
De neus is nogal grassig met hooi, hars, zoethout, linde, granen en noten. Niet geweldig boeiend eigenlijk. Daarna komt ook rood fruit bovendrijven. Aardbeien, braambessen enzo. Lichte rook. Op de tong is deze Springbank vrij vettig en mondvullend met eerst rozijnen, sinaasschil, bittere chocolade (inderdaad, orangettes!) en zachte rook. Na enige tijd zetten kruiden door. Peper en veel zoethout, drop. Behoorlijk lange en bitterzoete afdronk met terugkerende rook. Bwa, dit is best lekkere whisky, maar inderdaad toch wel een stevige stap achteruit ten opzichte van die eerste batch van vorig jaar. 84/100

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980’s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Springbank 22y 80° proof Cadenhead dumpy

Springbank 22y 80° proof, 46%, Cadenhead dumpy, refill sherry, bottled late 1970’s – Campbeltown
Ha, nog eens zo’n goeie ouwe dumpy! Dat zijn zo van die lelijke gedrongen flessen in bruin glas. Deze moet ergens tweede helft jaren ’70 gebotteld zijn. Erg complexe neus met vanille, hout, citrus, mineralen (de geur na een zomerse regenbui), amandel. Marsepein. Top! De smaak is fruitig en zoet (de vanille opnieuw), met subtiele rook. Ook wat peper en iets licht bitters. Zalig man! Middellange, fruitige finish met ook hier een toefje peper. Schitterende oude Springbank. 93/100

Ian MacLeod

Ian Macleod

Als de naam Ian MacLeod geen belletje doet rinkelen, zullen Chieftain’s, Dun Bheagan, Glengoyne en Smokehead dat ongetwijfeld wel doen. Samen met nog een rits andere brands maken ze immers deel uit van de portefeuille van Ian MacLeod distillers Ltd. Deze bottelaar en distilleerder mag dus gerust beschouwd worden als één van de grote namen in de Schotse whiskywereld.

Het bedrijf werd opgericht in 1933 onder de naam Ian Macleod & Company Limited, maar kwam in 1963 in handen van de familie Russell, die er tot op de dag van vandaag de plak zwaait. Het was pater familias Leonerd J Russell die zich in 1936 vestigde als whiskymakelaar. Hij stierf evenwel in 1956, waardoor hij de overname niet meer meemaakte. In 1963 was het immers Peter Russell die als Managing Director de overname in goede banen leidde. Een jaar later werd Peter vervoegd door z’n jongere broer David. De eeuwwisseling luidde enkele wijzigingen aan de top aan: David ging op pensioen, Peter schoof op naar de voorzittersstoel en Peter’s zoon Leonard jr. – die in 1989 in het bedrijf stapte – nam de dagelijkse leiding over van z’n vader.
In 2003 verwierf Ian MacLeod de controle over de Glengoyne distilleerderij en werd de naam gewijzigd in Ian Macleod Distillers Ltd..

De activiteiten van Ian MacLeod strekken zich uit over gans de business. Distilleren (recent via de overname van Glengoyne), blenden (de oorspronkelijke activiteit), bottelen, ze doen het allemaal. Het bottelen gebeurt trouwens op de Broxburn bottling plant, die ze delen met J&G Grant, eigenaars van Glenfarclas. Broxburn bottlers bottelt ook voor derden zoals Old Pulteney en Finlaggan.

De hoofdactiviteit blijft evenwel het blenden. Hiervoor beschikken ze over een arsenaal aan vaten, o.a. van Lagavulin en Talisker, distilleerderijen wiens whisky ze via een soort van gentlemen’s agreement enkel mogen gebruiken voor blends. Ook sommigen supermarkt labels betrekken hun whisky bij Ian MacLeod. Alles bij elkaar geteld produceert en verkoopt Ian MacLeoad jaarlijks zo’n 15 miljoen flessen.

De belangrijkste merken van de firma zijn:

  • Single Malt: Chieftain’s Choice, Dhun Beaghan en McLeod’s Single malt.
  • Blends/vatted: Isle Of Skye, Smokehead, The Six Isles, Hedges & Butler, Lang’s Blended, Magilligan, King Robert II.
    Nice to know: The Six Isles wordt dra The Seven Isles, als naast Islay, Skye, Arran, Orkney, Jura en Mull ook het eiland Barra (Outer Hebrides) whisky zal produceren.
  • Andere: London Hill Gin, Wincarnis Tonic Wines.

 
Springbank 37y 1969/2006, 41%, Chieftains, casks 57/61, 486 bottles – Campbeltown – 79/100
Springbank is de oudste onafhankelijke distilleerderij van Schotland (gesticht in 1828), reeds 180 jaar in familiehanden. Hun whiskies worden 2,5 maal gedistilleerd (een deel twee maal en een ander deel drie maal). Deze Chieftains is een botteling van twee vaten, waarvan – gezien het alcoholpercentage – waarschijnlijk één under proof was. Frisse, bloemige neus met banaan, bloesems, hout en lichte rook. Effe laten staan brengt nog meer fruit naar boven, wit fruit (peer vooral). In verhouding tot deze erg aangename neus, valt de smaak wat tegen. Bloemig, wat waterachtig en bitter. Hout. Vaten waren beter wat eerder gebotteld me dunkt. Middellange afdronk.

Fleet Foxes & Springbank

Fleet Foxes’ gelijknamige debuutplaat was voor mij misschien wel het beste album van 2008. De Amerikaanse freakfolkers combineren schitterende harmoniezang met dito akoestisch vernuft. Zelf omschrijven ze hun muziek als harmonische pop-barokmuziek. Ik speel dit album nog behoorlijk veel, ook daarnet nog, vergezeld van een lekkere jonge Springbank.

 
Springbank 1999/2006, 59.2%, cask 108 (Werner Hertwig cask) – Campbeltown – 88/100
Dit was een fles uit een vat dat eigendom is van een zekere Werner Hertwig. Ik ken die man niet, maar hij heeft wel een verdomd goeie neus. Zeker gezien de leeftijd is dit een ongelooflijk lekkere dram. Zoete en licht medicinale neus met sherry, munt, citrus, hout (een subtiele bitterheid) en turf. Heel intens, maar behoeft geen water, ook niet in de smaak. Die is stevig, kruidig (peper) en de sherry vermengt zich mooi met de turf en het zilt. Vrij lange, bitterzoete finish. Vraag me af wat dit zou geven na 10 jaar extra rijping.

Een vracht nieuwe bottelingen (part II)

Vandaag twee Springbanks – een matige en één om van te smullen – en een lekkere maar veel te dure Glenglassaugh.

 
Springbank 11y 1997/2009 ‘Madeira Wood’, 55.1%, OB, 9090 bottles – Campbeltown – 78/100
Vierde whisky was een Springbank gerijpt op Madeira vat (geen finish). Ben over het algemeen niet zo’n fan van wijnvattings of finishes – behalve als het op Tokaji is natuurlijk – maar deze komt er nog behoorlijk mee weg. Neus is zonder water gesloten. Granen vooral. Met water krijg je fruitige zoetigheid en een beetje rook. In de smaak appelsienschil, bittere chocolade. Ja ja, de geweldige orangettes! Ook hier subtiele rook. Lange zachte afdronk.
 
Springbank 18y, 46%, OB 2009 – Campbeltown – 90/100
En dan de nieuwe 18 jarige van de jongens van Springbank, een 18 jarige waarover al door menig liefhebber de loftrompet is gestoken. 80% op sherryvaten, 20% op bourbon. Here we go. Lekkere en complexe neus met veel fruit (bosvruchten), zoet, koffie, rook, enz.. Mooie balans. Zalige zachte, fruitige en rokerige smaak. Beetje zoethout, beetje kruidig. Lange bitter-zoete afdronk. Fantastisch dat Springbank nog dergelijk spul kan maken!
 
Glenglassaugh 21y, 46%, OB 2009 – Speyside – 83/100
Spuuglelijke karaf, maar naar het schijnt kicken de Russen op karaffen. En als je weet dat het grootste deel van Glenglassaugh’s single malt productie bestemd is voor de Russische markt, is dat geen onlogische marketingstrategie. Gelukkig weegt de inhoud zwaarder door dan de verpakking, anders was deze whisky al op voorhand… euh, geflest.
Aangename zachte neus met bloemen en citrus. Licht zoete smaak, kruidig en behoorlijk wat hout, zeker naar het einde. Droge afdronk. Lekker, maar een kleine 200 euro voor 21 jarige whisky – in een fles die je liever uit het zicht plaatst – is er toch wat over.

Whisky kopen

Op zoek naar een goede fles whisky? Het is niet altijd even evident om je weg te vinden naar de betere whiskyhandel. In de meeste grootwarenhuizen vind je weliswaar single malt whisky, maar dat aanbod blijft veelal beperkt tot enkele standaardbottelingen. Hieronder enkele tips. For what it’s worth.

Als je graag rondsnuffelt in een ruim aanbod whisky’s en/of op zoek bent naar deskundig advies, moet je zeker eens bij Tasttoe in Kampenhout binnenspringen, misschien wel de mooiste whiskywinkel van het land. Tasttoe, het geesteskind van wijlen Guy Boyen, werd in 2007 trouwens uitgeroepen tot beste whiskyshop van België. Ook aan te raden zijn Broekmans te Heusden-Zolder, Whiskycorner in Houthalen en Whiskyhouse in Essene-Affligem. Al deze handelaren hebben een erg groot aanbod aan whisky in huis.
Jurgen’s Whiskyhuis is een recente aanwinst voor ons land. Naast een ruim aanbod aan whisky’s in de winkel in Zottegem, biedt het meer dan 3.000 whisky’s te koop aan op z’n website.

Van websites gesproken, een erg mooie online shop is The Bonding Dram, meer dan de moeite van een bezoekje waard. Je kan er trouwens ook terecht voor een tasting (waar en wanneer je maar wil), horeca-advies, investeringsadvies, etc.. En als je toch je kot niet uit wil, kijk eens op Whisky Van Zuylen, een whiskyhandel uit Nederland. Van Zuylen biedt een stevige catalogus, scherpe prijzen en een snelle levering. Gezien de koers van het Pond tegenwoordig zijn ook de prijzen van The Whisky Exchange best interessant. Maar de sterkte van TWE is toch vooral het aanbod aan zowel courante als zeldzame bottelingen.

Is de fles van je dromen nergens meer te krijgen, dan kan je nog altijd hopen dat ie ergens op één of andere veiling wordt aangeboden. Whisky Auction heeft jaarlijks een 12-tal veilingen van honderden zeldzame flessen en ook McTears organiseert regelmatig een veiling met unieke flessen (o.a. de duurste whisky ooit werd door hen geveild). En dan hebben we natuurlijk nog eBay waar je af en toe iets op de kop kan tikken.

Hieronder een recente eBay aanschaf:
 
Springbank 12y ‘175th Anniversary’, 46%, OB 2003, 12000 bottles – Campbeltown – 82/100
Lekkere neus! Fruitig (appel), wat zoet, licht ziltig. Vanille. Ook de smaak mag er wezen. Fruitig, maar eerder citrus hier, beetje zilt, mout en een lichte zoetheid. Daarna hint van turf. Middellange afdronk met lichte rook. In het lege glas blijft een turf-geur hangen, die in de neus helemaal niet zo prominent was.

Twee Campbeltowns

Hazelburn 8y triple distilled, 46%, OB 2008, 4th release – Campbeltown – 71/100
Dit is ondertussen al de vierde batch van de 8 jarige Hazelburn, de eerste zag het licht in 2005. Vorige batches heb ik niet geproefd, maar deze valt me toch wat tegen. Veel granen, vanille en fruit (citrus). Iets ziltigs in de smaak ook. Mineralig. Vrij vlak, smaak is snel weg. Eerder korte, licht bittere afdronk.
 
Springbank 12y 100 proof (for Europe), 50%, OB 1995 – Campbeltown – 91/100
100 proof? 50%? Mmmm, is dit dan een 57% die versneden is? Whatever, lekker is ie in ieder geval. Frisse, kruidige en waxy neus. Kokos. Ook kokos in de smaak, naast hout, karamel en zout. Lange, droge afdronk. Heel lekkere whisky.

Springbank

De Springbank distilleerderij op Campbeltown, een schiereiland ten westen van Schotland, is uniek in meerdere opzichten. Het is de oudste onafhankelijke distilleerderij van Schotland en is nog steeds familiebezit. Daarenboven is het ook de enige die het volledig productieproces in eigen beheer uitvoert, van het malten tot het bottelen.
 
Op de grondvesten van zijn illegale stokerij stichtte Archibald Mitchell in 1828 Springbank. In die dagen was het één van de 30 distilleerderijen op Campbeltown, dat toen nog geen 2.000 inwoners telde. Negen jaar later (1837) droeg Archibald z’n levenswerk over op zijn twee zonen John en William Mitchell.
De whisky die het produceerde was – zoals de gewoonte in die tijd – erg geturfd, maar Springbank was één van de eerste distilleerderijen die rond 1850 op vraag van de blending industrie niet-geturfde whisky produceerde door z’n gemoute gerst boven een kolenvuur i.p.v. een turfvuur te drogen.
Gedurende de rest van de 19e eeuw kende het bedrijf een grote bloei. In 1897 nam de vennootschap J. & A. Mitchell & Co Ltd het beheer over.
De jaren twintig van vorige eeuw was voor vele distilleerders een donkere periode. De drooglegging zorgde ervoor dat velen de productie dienden stil te leggen, soms tijdelijk, soms definitief. Ook Springbank ontsnapte niet aan het onheil en sloot z’n deuren van 1926 tot 1935.

Vandaag is de distilleerderij in handen van Hedley G. Wright, achter-achter-kleinzoon van stichter Archibald Mitchell. Het heeft drie stills, een wash still en twee spirit stills. De productie verloopt nog grotendeels artisanaal en draait ook niet altijd op volle toeren. Meer nog, Springbank is één van de minst actieve distilleerderijen, de stills opereren hooguit een derde van de tijd. Wat hier mee te maken heeft, is dat het weinig whisky stookt voor blenders. 70% van de productie gaat naar single malt whisky.
 
Naast whisky onder het label Springbank produceert de distilleerderij ook de Longrow en Hazelburn whisky’s. De drie single malt whisky’s hebben een eigen karakter en een specifiek productieproces.

Springbank Single Malt is veruit het bekendst en wordt 2,5 maal gedistilleerd. Dit houdt in dat maar een deel van het eerste distillaat (de low wines) een tweede maal wordt gedistilleerd. Daarna worden beide opnieuw vermengd voor de laatste distillatie. Als resultaat heb je een spirit waarvan een gedeelte tweemaal en een ander gedeelte driemaal gedistilleerd is. De mout wordt 6 uur boven een turfvuur gedroogd en daarna nog eens 24u met warme lucht, resulterend in een licht-geturfde whisky.
De 10y en de 100 proof zijn de populairste Springbanks, de Local Barley’s (1965/1966) het meest legendarisch.

Longrow Single Malt is een geturfde whisky, verkrijgbaar in enkele standaardbottelingen (CV, 10y, 14y, 100 proof…) of finishes. Longrow wordt tweemaal gedistilleerd. De naam verwijst naar een oude distilleerderij op Campbeltown, gesloten in 1896.

Hazelbrun Single Malt is de jongste whisky van Springbank, voor het eerst gedistilleerd in 1997 en tot op heden enkel als 8 jarige gebotteld. Hazelburn wordt driemaal gedistilleerd en is niet geturfd. Ook de naam Hazelburn is ontleed aan een vroegere Campbeltown distilleerderij. Hazelburn sloot definitief z’n deuren in 1925 (inderdaad, de doorglegging).
 
Twee standaard bottelingen, een Springbank en een Longrow:
 
Springbank 10y 100° proof, 57%, OB 2006 – Campbeltown – 78/100
Fruitige neus met vanille. Met water bloemen. Licht ziltig. Vaag ook wat turf. Ook in de smaak hint van turf. Droog, sherry. Toch ook iets bitter, zeker in de afdronk. Behoorlijk complex voor een 10 jarige, maar zou hoger scoren zonder te bittere nasmaak…
 
Longrow CV, 46%, OB 2008 – Campbeltown – 85/100
De ‘CV’ in de naam staat naar het schijnt voor Curriculum Vitae. Ik weet niet of ik dit moet begrijpen als het visitekaartje van Longrow, maar het is in ieder geval een erg lekkere dram. De botteling bevat whisky van verschillende leeftijden. Mooie turf in de neus met fruit (appel), vanille en zilt. Ook de smaak is meer dan OK. Turf, vanille, citrusfruit en vooral veel peper. De peper en de turf blijven nazinderen in de lange afdronk.

Enkele klassiekers – de letter S

Speyburn 10y, 40%, OB 2006 – Speyside – 74/100
Frisse, fruitige sherry neus met veel hout en vanille. Peer en (groene) appel. Ook de smaak is fruitig met duidelijke invloed van het hout. Korte afdronk, vlug weg. Aperitief whisky.
 
Springbank 10y, 46%, OB 2006 – Cambeltown – 71/100
Lekkere neus, krachtig en fruitig. Maar tegenvallende smaak, waterig. Wat bitter ook. Koffie. Flauwe afdronk. Toch wel een teleurstelling. Dat ik ‘m nog 71 scoor, ligt volledig aan de lekkere neus.

Een top Springbank (The Whisky Fair)

Ha, had hier nog een sample staan van een Whisky Fair botteling, een 35 jarige Springbank. De gelegenheid om het flesje te ledigen en de inhoud tot mij te nemen. Ben er nog van aan het nagenieten…
 
Springbank 35y 1971/2007, 59%, TWF, sherry wood, 239 bottles – Cambeltown – 93/100
Alcoholpercentage klopt niet echt met de leeftijd van deze whisky… straf vat… Zalige, kruidige neus. Kokos ook. Honing. Citrus. Rook. Neus wordt hoe langer hoe zoeter, verschrikkelijk complex. En verdacht vlot drinkbaar voor z’n 59%. Is wat zoet (caramel), fruitig (citrus gevolgd door perzik en abrikoos) en kruidig (peper). Lichte rook, behoorlijk coastal eigenlijk. Lange warme afdronk op zoet fruit en kruiden. Fantastisch lekkere oude Springbank, dit is sherry whisky op z’n best!

The Scotch Malt Whisky Society (SMWS)

De Scotch Malt Whisky Society is een genootschap van whiskyliefhebbers, opgericht in 1983 met als doel het promoten van Schotse single malt whisky. Het bottelt vaten van zowat iedere Schotse distilleerderij, alle single casks op vatsterkte en non-chill-filtered.
De bottelingen van de SMWS dragen alle hetzelfde label, en worden enkel onderscheiden door twee getallen. Het eerste verwijst naar de distilleerderij. De Society mag immers de naam van de betreffende distilleerderij niet vermelden. Je hebt dus de lijst met getallen en bijhorende distilleerderijen nodig om te weten wat je drinkt of koopt. Het tweede getal verwijst naar het nummer van de botteling. Zo is 85.12 het 12e vat Glen Elgin (85) dat de Society bottelt.
Tot op heden heeft de SMWS vaten van 125 distilleerderijen gebotteld, Glenmorangie sluit de rij met nr. 125.

De bottelingen van de SMWS zijn enkel beschikbaar voor leden en zijn dus niet te vinden in de reguliere handel. Sinds kort zijn de SMWS whisky’s ook in de Benelux verkrijgbaar via een filiaal in Roosendaal, Nederland. Lidmaatschap kost het eerste jaar 110 euro, jaarlijks hernieuwbaar aan 60 euro. Ieder lid krijgt op regelmatige basis een nieuwsbrief en bijhorende bottelinglijst.
Voor iedere botteling is er een proefnotitie beschikbaar, opgesteld door het SMWS proefpanel. Dit panel geeft elke botteling ook een ‘poëtische’ naam. Momenteel telt het genootschap wereldwijd meer dan 15.000 leden.

Vandaag en morgen publiceer ik enkele proefnotities van SMWS bottelingen die ik recent kon proeven.
 
Highland Park 22y 1984/2007, 52.7%, SMWS 4.113, 271 bottles – Orkney – 75/100
Deze fles draagt het nummer 4.113, wat wil zeggen dat het om het 113de vat van Highland Park (nr. 4) gaat. Hij kreeg als naam Hush-a-by Hoggie mee, waarmee we meteen weten dat het een Hogshead vat betreft.
De neus is zonder water erg gesloten en geeft enkel wat houtskool associaties. Met water wordt ie meer typisch Highland Park, zowel in de neus als in de smaak. Honing, sinaas, beetje kruiden en wat rook. Ziltige afdronk. Gewoon lekker.
 
Bowmore 10y 1997/2007, 59.6%, SMWS 3.132 – Islay – 79/100
Deze botteling draagt het nummer 3.132 (132e vat Bowmore) en m’n heeft dit Beachcomber’s tipple (strandjutter’s drankje) genoemd. Is een botteling van een Refill Hogshead vat. Cleane, wat zoete neus met turf en fruit, zonder enige zeep associatie. Hebben ze het bij Bowmore eindelijk begrepen? Smaak is stevig, wat zoet, maar vooral rokerig. Ook rook in de afdronk.
 
Springbank 11y 1996/2007, 57.9%, SMWS 27.66 – Cambeltown – 63/100
Deze botteling van de SMWS draagt het nummer 27.66, waaruit je kan afleiden dat het een Springbank betreft (nr. 27). De naam heb ik vergeten te noteren. Neus is erg fris, bloesemig, maar ook fruitig. Appel. Smaak vind ik maar plattekes, weinig expressief. Water toevoegen helpt niet echt. Bloemen en slappe thee. Heel lichte rook, ook in de afdronk. Slechte Springbank.
 
Teaninich 21y 1983/2005, 56.6%, SMWS 59.31, 252 bottles – Highland – 80/100
Draagt het nummer 59.31. Is dus het 31e vat van distilleerderij met nr. 59. Kreeg de naam Light smoke from a wood fire opgeplakt. Effe de SMWS lijst erbij halen en 59 blijkt Teaninich te zijn, mijn eerste Teaninich trouwens. Neus is aangenaam zoet en fruitig. Fruitsnoepjes! Ook een hint van rook (toch wel). Zachte fruitige smaak, vlot drinkbaar. Middellange finish.

Verjaardagskado

Enkele dagen geleden voor mijn verjaardag van mijn madam twee flessen whisky gekregen. t’ Is te zeggen, ze is mee naar Tasttoe gereden, ik heb twee flessen gekozen en zij heeft ze betaald. De flessen waarmee we naar huis reden, zijn de volgende:
 
Springbank 13y 1993/2007, 58.7%, Single Malts of Scotland, cask 694, 563 bottles – Cambeltown – 88/100
De Single Malts of Scotland serie is een reeks whisky’s van The Whisky Exchange (Speciality Drinks), het geesteskind van de gebroeders Sukhinder en Rajbir Singh. Op http://www.thewhiskyexchange.com staan meer dan 1.500 whisky’s te koop, en soort van virtuele hemel. Bon, proeven nu. Deze springbank heeft een erg lekkere neus met kruiden, fruit (exotisch fruit), boenwas en een beetje rook. Tabak. Heerlijk. Om de smaak open te krijgen, kan hij wel wat water gebruiken, resulterend in weerom kruiden en fruit. Noten ook. En ook hier die subtiele rook. Lange, lekkere, licht bittere finish. Voor een nieuwe jonge Springbank (al heel wat matigs gedronken) is dit dus echt wel lekker…
 
Laphroaig 10y CS, 55.7%, OB 2007, red stripe – Islay – 92/100
Naar het schijnt is deze nieuwe cask strength merkelijk beter dan de vorige versie en ligt ie zelfs wat in het verlengde van de legendarisch eerste ‘green stripe’ bottelingen. Neus is in ieder geval záááálig. Wat medicinaal met heerlijke rook, iets ziltigs en onderliggend zoets. Sinaas ook. Kan de smaak dit niveau aanhouden? Wel ja, makkelijk zelfs. Met dezelfde associaties als in de neus: medicinaal, turf, zilt, zoet. Chocolade? Lange afdronk, met terugkerende rook. Perfecte balans. Top whisky! En wat een ‘bang for your bugs’… 45 euro voor een fles, betere prijs/kwaliteit vind je niet. Volgens mij vind je zelfs onder de honderd euro niets beters.