Spring naar inhoud

Posts from the ‘Springbank’ Category

Lokaal graan

Gisteren publiceerde ik review nummer 1499. Vandaag moet ik dus iets bijzonders van stal halen. En laat ons er daar maar meteen twee van maken, het zijn tenslotte feestdagen. 1500 whisky’s op iets minder dan vijf jaar (vijf jaar Onversneden in februari, zal al maar beginnen uitkijken naar wat spectaculair spul), dat is een mooi gemiddelde vind ik zo.

Barley

Wat te denken van wat lokaal graan voor deze gelegenheid? Of lokale gers eigenlijk. Tussen 1988 en 2001 bottelde Springbank een ondertussen legendarisch geworden reeks whisky’s, onder de naam ‘Local Barley’. Er werd dus gebruik gemaakt van whisky gedistilleerd uit lokaal gekweekte gerst – en onder lokaal kan Campbeltown verstaan worden. Voor het overgrote deel waren dat whisky’s gedistilleerd in 1966, maar in 2001 werden ook enkele 1965’ers gebotteld, onder een ander label. Die laatsten zijn iets minder gekend, en ook iets minder gerenommeerd dan een paar beroemde broertjes uit 1966 zoals vaten 443, 499 of 507. Toch waag ik me vandaag aan twee van de buitenbeentjes, die met hun 36 jaar meteen ook de oudste Local Barley’s zijn.

 

Springbank 36 YO 1965 'Local Barley', 47.6%, cask 1965/8Springbank 36y 1965 ‘Local Barley’, 47.6%, OB 2001, cask 1965/8
Pure boter op de neus, bakboter, samen met aroma’s van munt en sappige eik, met daarna (en daarachter) rozijnen (sultanas), ananas, abrikozen, vanille en hooi. Het geheel is fris en expressief. De geur van een warme appelcake ook, wat het frisse wat tempert. Lichte tonen van kokos. Inkt? Ja, dat zit er ook ergens tussen. En – ik zou bijna natuurlijk zeggen – zachte, zoete rook. Turfrook en tabaksrook. Boenwas ook, net als leder. En een beetje hars. Na enige tijd komt daar nog de geur van vers gebakken brood bij. En gember niet te vergeten. Zeer mooi, geweldig om ruiken. De smaak start vrij droog (eik, hars en kruiden), maar langzaamaan komen er zachtere aroma’s bij, zoetere en fruitigere. Wat de kruiden betreft denk ik aan kaneel, zoethout en gember, qua fruit aan abrikozen, perziken, bananen en (warme) appels. Karamel en melkchocolade maakt het zoet, olijfolie maakt het eh, olieachtig. Zilt naar het einde toe. Minder complex dan de neus. Lange afdronk, waar het droge het net wint van het zoete. Kruidig. Goed, zeer goed zelfs, maar toch blijf ik wat op m’n honger zitten, het wordt nooit fantastisch goed (alhoewel het op de neus in de buurt komt). Zou het kloppen dat de 1965’ers niet kunnen tippen aan de meeste 1966’ers? Let’s double check. 91/100

 

Springbank 36 YO 1965 'Local Barley', 52.1%, cask 1965/9Springbank 36y 1965 ‘Local Barley’, 52.1%, OB 2001, cask 1965/9
Mmm, die vlieger gaat niet helemaal op. Helemaal niet zelfs. Ik vond de vorige al geweldig lekker om ruiken, dit is nog een andere categorie. Man, hoe zalig is dit! Tel bij de neus van de 1965/8 een pak meer tropisch fruit (meer kokos, meer ananas, maar ook passievrucht, mango, banaan en meloen) alsook een grotere ‘waxyness’ (bijenwas, boenwas, kaarsvet). De eik is ronduit groots, nog ronder en dieper dan bij de 1965/8. Ik tref ook geroosterde noten aan, praliné, oude boeken en geroosterd vlees. Barbequetoestanden. En dat is allemaal extra, want de munt, de rozijnen, het hooi, de kokos, de appelcake, het leder, het zit ook allemaal hier in. Net als de geweldige rook. Prachtige, rijke, elegante en gebalanceerde sherry. Top! Dik, rijk, krachtig en geconcentreerd mondgevoel. Gestoofd fruit (confituur van sinaas, van aardbei, van bramen), abrikozentaart, rozijnen op rum, chocolade van de beste kwaliteit, geroosterde noten, hooi (licht farmy), meloen, lychee, Lapsang Souchong thee, eucalyptus, kokos, kandijsuiker, hoestsiroop… de aroma’s blijven komen. Ronde sappige eik. Prachtige (turf)rook. Zucht, dit is zo’ whisky die je onmogelijk volledig kunt vatten. Pure kunst. Fantastisch lange afdronk, op een pak van bovenvermelde associaties, maar waar vooral de kruiden, de kandij en zoete rook het luidst om de aandacht roepen. Ik weet niet of dit de meest complexe oude Springbank ooit gebotteld is, maar man, wat is dit een wonderlijk goedje. 95/100

Advertenties

Springbank 21y 1991, Malts of Scotland

Eén van de nieuwe Malts of Scotland waar ik het meest naar uitkeek, is de Springbank 1991. Weet dat dit Springbank 21y is, maar dan voor een fractie van de prijs van de officiële 21. Deze kost immers 109 euro, de officiële kon je een jaar geleden nog aan 250 euro vinden, nu betaal je al gauw het dubbele. Spijtig genoeg kan ik ze niet naast elkaar zetten.

 

Springbank 21y 1991/2012, 51.5%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #MoS12036, 144 bottles
Bijzondere neus. Zoet, fruitig en geroosterd. Bij dat laatste denk ik aan toast, geroosterde noten en licht verbrande cake. Vanille wat het zoete betreft, pruimen, rabarber en perzik wat betreft het fruit. Dan duidelijk ook de geur van heide, en droog hooi. Gember en zoethout. Bijenwas. Arachideolie. Misschien ook wat oud leder. Bijzonder, een uniek profiel. Op de smaak is hij meteen een stuk zilter, alhoewel hij erg zacht en romig is. Zilt dus, maar ook vanille, kruiden (peper, gember en kaneel), rabarber, cassis en bijenwas. Drogende eik. In de verte een klein beetje rook. Bittere sinaas. Lange afdronk op perzik, de rabarber die van geen wijken weet en ronde eik. Ik kan dus niet vergelijken met de OB, maar als ik naar de prijzen kijk, weet ik het wel. 90/100

Springbank 14y 1998, Malts of Scotland

De laatste, nee, de voorlaatste (ik hou het beste voor laatst) botteling uit de reeks nieuwe Malts of Scotland is een Springbank 1998. Hij is hier en daar al besproken, en het blijkt een whisky te zijn die je ofwel geweldig vindt ofwel maar matig kan appreciëren. Benieuwd tot welke categorie ik me ga bekennen.

 

Springbank 14y 1998/2012, 51.5%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead #MoS12014, 212 bottles
Bwa, ik vind dat toch geen slechte neus. Een beetje ongewoon misschien, maar zeker niet slecht. Een combinatie van geroosterd hout, natte aarde, mos, natte bladeren, (nieuw) leder, gekookte groenten en rubber. Vrij scherp wel. De sherry brengt ook nog rozijnen en pruimencompot aan. En ik moet ook ineens aan Canada Dry denken. Lichte turfrook op de achtergrond. Mmm, na enige tijd ook natte kranten en al even nat karton. Natte wol ook wel. Ha, zelfs de smaak is nat! En voor de rest vrij scherp. Eik, kruiden (veel gember), hars, cassis, druivenpitten (lichte tannines). Daardoorheen wat zoete tonen, maar de bittere overheersen. Mineralen mag ik niet vergeten te vermelden. En zilt, hoe langer hoe meer. Ook hier een (klein) beetje turf. Lange afdronk, moeizaam balancerend tussen scherpe, droge tonen en zoete. Moeilijke whisky. Er waren momenten dat ik ‘m in z’n vreemdheid best kon appreciëren (85), maar deze werden gecounterd door momenten dat het tegenwrong (75). 81/100

Fulldram Supertastings

Het Fulldram whiskyseizoen werd in grote stijl afgesloten aan de hand van een supertasting, ééntje twee weken geleden in de afdeling Kampenhout en ééntje eergisteren in Leuven. De line-ups, die voor de helft gelijk liepen, bestonden telkens uit een aperitief en zes top-bottelingen. De meeste van deze whisky’s had ik al eens geproefd en hier besproken. Van de rest lees je hieronder mijn summiere indrukken en provisoire score. De aperitief was de Teaninich 12y van The Nectar.

 
Kampenhout:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
Geef toe, een sterke opener. Hij bleef moeiteloos overeind tussen al wat volgde. Niet te verwonderen natuurlijk.
 
Brora 32y, 54.7%, OB 2011, 1500 bottles
Typisch Brora van eind jaren zeventig. Minder ‘farmy’ dan oudere distillaten, maar wel zeer complex. Heeft daarenboven tijd nodig om zich volledig bloot te geven. Een uitgebreide bespreking volgt. Nipt in de top 3.
 
Strathisla 48y 1963/2011, 51.8%, G&M for Limburg, Book of Kells label, sherry butt #576
Ook deze is hier al gepasseerd. Ik blijf dit een zalige whisky vinden, zeker op de neus. Op de smaak vertoonde hij naar het einde voor sommigen net iets te veel eik, maar mij stoorde dat op geen enkel moment.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 56.4%, Old Bothwell, cask 2545
Voor mij is dit één van de beste Port Ellens die ik al proefde. Erg clean, met een perfecte balans tussen het zilt, de turf en zoete en fruitige (sinaas o.a.) tonen. Mooie mineraliteit ook. En geweldig drinkbaar. 93/100
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Tropical! Zowel op neus als op smaak een tropische fruitbom. Rozenbottel viel me ook op. Vreselijk lekker, vreselijk drinkbaar maar ver van complex. Who cares? Weinigen, want dit werd met stip de winnaar. 93/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Een cultfles. Say no more.
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Bowmore 1968
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Brora 32

 
 
Leuven:
 
Benriach 35y 1975/2011, 51%, OB for Asta Morris, cask 7227, 236 bottles
In Leuven deed hij het met een ex aequo met de winnaar (maar net iets minder leden hadden ‘m op één staan) zelfs nóg beter dan in Kampenhout. Nog maar eens het bewijs van de absolute klasse van deze whisky. Zelfs de Bowmore (geweldig lekker maar een stuk minder complex en gelaagd) verbleekte er tegen. Voor mij toch. Hier dus meer details.
 
Port Ellen 26y 1982/2009, 55.7%, Old Bothwell, cask 2473
Een actiever sherryvat dan de Port Ellen in Kampenhout. Donkerder van kleur maar vooral meer sherry (koffie, eik, leder, rozijnen, kruiden) in geur en smaak. Of sherry tout court, ik ga er van uit dat andere een bourbonvat was. Ik prefereer by far de cleanere PE’s (cleaner, mineraliger, ‘zesty-er’…). 89/100
 
Caol Ila 15y ‘Manager’s Dram’, 63%, OB 1990
Say no more indeed.
 
Bowmore 37y 1968/2006, 43.4%, OB, 708 bottles
Blijft toch smullen.
 
Clynelish 32y 1974/2006, 58.6%, The Whisky Fair, 266 bottles
Ook deze besprak ik hier al, maar dat is al enkele jaren geleden. Hoog tijd om deze score te herzien en ‘m in mijn top 50 ever binnen te loodsen. Een juweeltje.
 
Springbank 33y 1970/2003, 54.4%, Adelphi, cask 1622
Stevige maar o zo mooie en complexe sherry. Zowel op neus als op smaak ronduit prachtig. Ik heb weinig genoteerd, ook onmogelijk om volledig te vatten. Krudig, stroperig, veel rood fruit en rozenbottel (waarvoor dank Christophe) en bovenal: Mon Cheri! En nooit te droog of bitter. 94/100
 
 
De top 3 voor de groep:

  1. Clynelish 1974
  2. Benriach 1975 for Asta Morris
  3. Springbank 1970

 

Springbank 1964 & PJ Harvey

Oude Springbank, hoofdstuk elfendertig. Eéntje uit 1964 deze keer, gebotteld door de Scotch Malt Whisky Society.
Terwijl ik proef, speelt op de achtergrond Let England Shake van PJ Harvey, voor mij dè plaat van 2011. Luister naar The Glorious Land of On Battleship Hill en voel de haren op je armen rechtkomen.


 

PJ, of voluit Polly Jean, werd in 1969 geboren in Bridport, in het zuiden van Engeland. Ze is singer-songwriter en bespeelt een hele resem aan instrumenten: gitaar, piano, bas, saxofoon, harmonica, orgel… Haar carrière nam een bescheiden start in 1988 toen ze het plaatselijke bandje Automatic Dlamini van John Parish vervoegde. Vanaf 1991 ging de groep als PJ Harvey door het leven en bracht het twee platen uit, Dry in 1992 en Rid of Me in 1993. Niet veel later werd de groep ontbonden en ging Harvey solo verder. Ze nam nog een zestal studioalbums op met medewerking van een pleiade aan bekende muzikanten.
Ze is trouwens de enige artiest die tweemaal de prestigieuze Mercury Price in de wacht wist te slepen, in 2001 voor Stories from the City, Stories from the Sea en in 2011 voor deze Let England Shake.

Wat een machtige plaat, en wat een machtige whisky… best of both worlds.

 

Springbank 31y 1964/1996, 51.1%, SMWS 27.41
De neus bestaat uit een heerlijke mix van allerlei sherrytonen met voorop fruit zoals pruimen, kersen, kokos en sinaas. Gevolgd door oud leder, oude boeken, mokka, eik en zoete toetsen zoals honing en gekonfijte gember. Munt ook. En zachte rook als finishing touch. Sigarendoosje. Erg krachtig op de tong, vol en olieachtig mondgevoel. Opnieuw de pruimen en de kersen, okkernoten (een beetje drogend, maar o zo mooi), brownies en chocolade, kokos, tabak, een beetje rook, balsamico, eik… vooral veel puntjes. Erg complex. Drogend naar het einde en in de zalig lange afdronk. Maar laat je niet afschrikken door het droge karakter op de tong, dit is hier een absolute meerwaarde. Sublieme whisky. 93/100

Springbank 8y, pear shaped bottle, 1960’s

We gaan nog wat verder terug in de tijd, om ergens in de jaren zestig uit te komen. En we zitten nog eens op Campbeltown, met een zeer oude Springbank 8y, gebotteld in zo’n typische peervormige fles, en dit zonder enige vermelding van alcoholpercentage.

 

Springbank 8y, no ABV, OB 1960’s, pear shaped bottle
Old bottle effect, onmiskenbaar. En natuurlijk niet te verwonderen na veertig, vijftig jaar op fles gezeten te hebben. Stoffig, metalig, je kent het. Daardoorheen honing, gele appels (gaat richting cider), granen, een beetje rook, pollen, wat bloemen… alles vrij licht en subtiel. Misschien ook nog wat rubber op de achtergrond. Ah, mineralen ook nog, net als zilt. En kaarsvet komt er ook door. Mooie evolutie, de geur blijkt uiteindelijk complexer te zijn dan initieel gedacht, zeker voor z’n jonge leeftijd. Ook de smaak is licht, en wat boterig. Hij start op vegetale tonen, granen en een beetje rook. Daarna volgt karamel, cider, kaarsvet en kamillethee. Drogend naar het einde, door kruiden die op komen zetten. En ook hier wat mineralen en metalige tonen. Erg lekker. De afdronk is romig en langer dan verwacht, op rook, noten, zilt en een beetje hars. Subtiele en elegante whisky, met een stevige portie (aangename) OBE. Moeilijk om te scoren, maar na veel wikken en wegen toch net niet de negentig punten, daarvoor moest hij nog een ietsje complexer zijn, of meer body vertonen. 89/100

Springbank 31y 1967, Murray McDavid

Oude Springbank? We krijgen er niet genoeg van. Wat te denken van een jaren-zestig exemplaar? Eéntje op fresh bourbon, vrij ongewoon voor oude Springbank. Een botteling voor de Amerikaanse markt.

 

Springbank 31y 1967/1998, 46%, Murray McDavid, fresh bourbon cask #1314, 750ml
Olijfolie, dat is het eerste wat opvalt in de neus. Vervolgens kokos (een klassieker bij oude Springbank), acaciahoning (ook niet ongewoon), allerlei bloemen en pas dan fruit (naast de kokos): ananas, rozijnen en rijpe kruisbessen. Achterliggend ook wat natte aarde en mos, net als lichte (tabaks)rook. En zilt. Complex, inderdaad. Krachtig en stevig mondgevoel (zou dat blind hoger inschatten dan 46%). Veel honing, maar ook veel fruit: ananas, kokos, abrikoos en sinaas. Nootmuskaat, anijs en kaneel maken het pittig. Minder complex dan de neus maar nog altijd erg lekker. Redelijk lange afdronk in het verlengde van de smaak: honing, fruit en kruiden, met hier dan nog een klein beetje rook als extra. Oude Springbank, toch altijd genieten. 90/100

Springbank 33y 1967, Blackadder Raw Cask

Tijd voor oude Springbank? Het is altijd tijd voor oude Springbank!

 

Springbank 33y 1967/2000, 50.9%, Blackadder Raw Cask, cask 1562, 220 bottles, 750ml
Oh yes! Bijenwas, antiekwas, honing (acacia), kokos en geflambeerde banaan, een (geweldige) combinatie die niet ongewoon is bij oude Springbank. Dit alles wordt op de hielen gezeten door zachte turfrook, rozijnen op rum, ananas en sappige eik, ook allemaal bijna klassieke elementen die bij dit profiel horen. De geur van de herfst (natte bladeren, mos), nog zoiets. Een klein beetje zilt noteer ik nog, net als kaneel. Complex en elegant. De smaak doet niet veel onder: zijdezacht op veel honing, bijenwas, sinaasconfituur, ananas, kaneel, zoethout, nootmuskaat, een beetje munt en opnieuw wat turfrook. Minder complex dan de neus, maar dat is niet moeilijk. Lange afdronk op honing, sinaas, kruiden en eik. Een typische en dus heerlijke oude Springbank. 92/100

Springbank extravaganza

Vandaag twee top-Springbanks. De eerste, de 25y dumpy golden seal Japan import, had ik bij op het Lindores Whiskyfest, oktober vorig jaar. Om deel te mogen nemen aan het gebeuren moest je immers een ‘deftige’ fles voorleggen. Deftig scheen ie alvast te zijn, het bleek voor velen zelfs één van de toppers van het fest te zijn. Ik proefde hem begin deze maand nog eens naast de volgens velen beste Springbank ooit, de 12y 100 proof 57.1% voor Samaroli, waarvan je hieronder ook notes leest. De 25 proef ik vandaag een derde en wie weet laatste maal, in de vorm van de laatste twee centiliter uit de fles. Op die manier moet Luc de lege fles niet meer naar de glasbak brengen. Puur altruïsme, blij dat u het opmerkt.

 

Springbank 25y, 46%, OB end 1980’s, parchment label, golden seal, dumpy bottle, Japan import, 75cl
Prachtige neus, maar niet evident om te omschrijven. Een eindeloze reeks associaties, perfect gebalanceerd, die zich aandienen in lagen. We nemen een start op hazelnoten, amadelen en rozijnen. Daarna volgen bijenwas, honing en geboend leder. Dan olie en en romige boter. Onderliggend hebben we zeewier, tabak, teer en lichte rook. Een volgende laag wordt gevormd door belegen eik en hars. En dan de finishing touch in de vorm van succulent fruit: banaan, kokos, sinaas, vijgen (gedroogde en verse), papaya, passievrucht… en dan vergeet ik ongetwijfeld nog een tiental andere geuren. Schitterend. Ho maar, de smaak is minstens even goed! Olieachtig, elegant en subtiel, en al even complex als de neus. Geflambeerde banaan, kokos, kiwi, sinaas, passievrucht, honing, peper, kaneel, bijenwas (big time!), amandelen, melkchocolade, praliné, prachtige eik opnieuw, … sorry, hier stop ik, laat me maar wat verder genieten. Ja, op de smaak vind ik ‘m eigenlijk zelfs nog een ietsje beter dan op de neus. De afdronk is niet super-lang, maar wat maakt het uit als het perfect in lijn met de sublieme smaak is? Grootse whisky! 95/100

 

Springbank 12y 100 proof, 57.1%, OB, imported by Samaroli, early 1980s, 2400 bottles
Naast de 25 viel me op dat de neus van deze Springbank zo mogelijk nog beter is dan deze van de 25. Niet noodzakelijk complexer, maar expressiever. Ja, zeker expressiever. Vandaar de cult status I presume. Veel fruit, honing en bijenwas. Het fruit is zoet, al dan niet gestoofd (confituren, maar ook rozijnen en pruimen, en net zo goed ananas en banaan). Zachte rook, belegen eik, tabak en koffie. En ook hier ongetwijfeld nog veel meer, kon onmogelijk alles opschrijven, laat staan onthouden. Ja, ‘zilt’ staat hier nog. Die neus is simpelweg subliem. De smaak is enorm explosief en ‘invasief’, de whisky explodeert bijna letterlijk in je mond. Ook hier zeer complex, maar ook scherp en zelfs wat ruw. De elementen van in de geur komen terug (het fruit, de bijenwas, de zachte rook, de koffie, het zilt, de tabak), maar worden aangevuld met kruiden en noten. De eik treedt ook meer op de voorgrond en gaat gepaard met een beetje hars. Op dit alcoholpercentage erg drinkbaar, maar dus wat ruw. Zeer lange afdronk in lijn met de smaak. Echt super op de neus, maar voor mij net wat te scherp, te hoekig, te bruut op de smaak. Ik zou qua score niet boven deze van de 25 uitkomen. 95/100 (verificatie vereist, dat spreekt).

 

Indien de neus van de Samaroli gecombineerd werd met de smaak van de 25, deed ik er nog een punt of twee bij.

West Coast Whisky Battle

Maandagavond was het verzamelen blazen in zaal De Blauwe Schuit voor een tasting van onze club Fulldram onder de noemer West Coast Whisky Battle. De dames Jenny Karlsson en Paulina Kwiatkowska, brand ambassadors van respectievelijk Springbank en Arran, kruisten de degens in een vriendschappelijk doch gedreven tweestrijd om de gunst van het publiek. De namen van beiden klinken niet echt Schots, Jenny is van Zweede afkomst, Paulina van Poolse. Schotse roots hebben is niet echt een vereiste voor de job, er gelden in het wereldje duidelijk andere criteria. Als lelijke Schotse vent maak je volgens mij zo goed als geen kans om het tot brand ambassador (of sales representative of regional sales manager of hoe ze het ook noemen) te schoppen. Soit, hieronder een kort verslag. De begeleidende info over beide distilleerderijen laat ik gemakshalve achterwege.

 

De eerste ‘battle’ was deze tussen de Arran 14y, 46%, OB 2010 en de Springbank 15y, 46%, OB 2011. Die Arran kende ik al, de Springbank nog niet. Voor mij, en ook voor de groep was de Arran de winnaar. Ik vind dit een erg lekkere, volle en voldragen whisky. De Springbank, die voor 100% op sherryvaten rijpte, is ook best genietbaar, maar minder complex en een beetje saai. Licht fruitig (citrus vooral) en mineralig op de neus met zachte turf en wat teer. Op de smaak wat meer kruiden.
 
Arran 14y, OB 2010 85/100
Springbank 15y, 46%, OB 2011 82/100
 
 
De tweede battle ging tussen de Arran ‘Sleeping Warrior’ 10y 2000/2011, 54.9%, OB, 6000 bottles en de Longrow 14y, 56.2%, OB 2011 for The Nectar Belgium. De naam Sleeping Warrior verwijst naar de hoogste berg van het eiland Arran, met wat goede wil – of een halve fles Arran achter de kiezen – herken je in het silhouet van deze berg een slapende krijger. De whisky in deze botteling werd gedistilleerd in 2000 en rijpte zowel op bourbon-, sherry als rode wijnvaten. De wijn heeft hier in ieder geval z’n werk gedaan, je ruikt de wijn, net als Turks fruit en zoethout. Wordt hoe langer hoe zoeter (gekonfijte kersen). Stevig op de tong, ook hier vooral zoet met een licht bittere ondertoon. Kruiden. Ben hier absoluut niet wild van, maar water maakt het geheel wel wat beter (meer fruit). De Longrow vertoont de verwachte zachte en olieachtige turf, granen, vanille, citrus, aarde en een licht florale toets, hooi en heide. Vlot drinkbaar en ondanks het alcoholpercentage zacht op de tong. Lichte rook, sinaas, kruiden, een beetje zilt en vanille. Lange afdronk, rokerig en kruidig. Zéér lekkere whisky, die deze battle dan ook won. Afgetekend.
 
Arran ‘Sleeping Warrior’ 78/100
Longrow 14y for The Nectar 89/100
 
 
Vervolgens werden de Arran Single Cask 14y 1996/2011, 52%, OB, sherry cask #2034, 272 bottles en de Hazelburn 12y, 46%, OB 2011 tegenover elkaar gezet. Die Arran vond ik erg lekker (smeuïg zoet met associaties van marsepein, amandelen, appelmoes en opgelegde peren, licht mineralig en wat waxy, rijk en romig mondgevoel met meer kruiden dan op de neus), de Hazelburn viel me tegen (clean en grassig – gaande van versgemaaid tot stro – plus wat aarde, noten en lichte rubber, maar vooral saai, zeker minder dan de 2009 batch). Ook hier dus een duidelijke winnaar.
 
Arran Single Sherry Cask 1996 89/100
Hazelburn 12y 2011 76/100
 
 
Tot slot kregen we de Arran Single Cask 5y 2005/2011, 55%, OB bottled for the 5th anniversary of The Nectar, Belgium, bourbon cask 124, 254 bottles te drinken naast de Kilkerran Work in Progress III, 46%, OB 2011, Glengyle Distillery. Bijzonder aan de Arran is dat deze whisky licht geturfd is, de gebruikte malt had 14 p.p.m. (deeltjes per miljoen) turf. De neus ervan is clean op zoete tonen (vanille), fruit (appels en peren), gedroogd gras, heide en lichte turf in de verte. De smaak is zoet, fruitig (wit fruit opnieuw) en kruidig met de turf die ver op de achtergrond blijft. De Kilkerran (klassiek, dus tweemaal gedistilleerd) zou ongeveer 7 jaar oud zijn, 60% rijpte op bourbonvaten, 40% op sherryvaten. Ook hier veel wit fruit, maar meer olieachtige tonen en noten. Kaneel. Op de smaak vrij mineralig ook, licht ziltig en wat waxy. Niet slecht en zeker beter dan de eerste WIP. Hier was het een stuk spannender, met een nipte winst voor de Arran, ook voor mij.
 
Arran Single Cask 2005 for The Nectar 86/100
Kilkerran WIP III 85/100
 
Dat resulteerde dus in een 3-1 stand ten voordele van Arran.
 

De eerste organische whisky

Met de Da Mhile bracht Springbank in 1999 de eerste 100% organische whisky op de markt. Later volgden nog batchen. Da Mhile is Gaelic voor het jaar 2000, aan de vooravond waarvan de eerste botteling het levenslicht zag. Later zouden andere distilleerderijen zoals Bruichladdich en Benromach het voorbeeld van Springbank volgen en een eigen organische whisky op de markt brengen. Alle ingrediënten van deze whisky’s worden dus lokaal én op bio-dynamische wijze geproduceerd.

 

Springbank 7y 1992/1999 ‘Da Mhile’, 46%, OB, Organic, 1000 bottles
Cleane en lichte neus, wat waterig en weinig uitgesproken. Wat fruit, dat wel, wat zilt ook. Na enige tijd wordt het geheel licht vegetaal. Misschien iets van boter ook, maar alles erg onderdrukt. Valt weinig meer over te zeggen. Ook over de smaak kan ik niet erg veel zeggen. Zoet en granig. Punt. Nee, wacht, harde citroensnoepjes. Geen fouten, enkel nogal saai. De afdronk? Idem. Saai dus, zoet en wat zilt. Een whisky die me niet echt kan bekoren en net zoals de bruichladdich toch wel een tegenvaller. 75/100

Springbank 1992/2011 ‘Peat smoked’, Berry Bros

Berry Bros bracht recent een tweede ‘peat smoked’ Springbank uit. In 2009 hadden we al vatnummer 71. Zoals we weten, bottelt Springbank hun geturfde whisky onder de naam Longrow. Berry Bros echter heeft nog nooit een whisky onder de naam Longrow gebotteld, zij houden het dus op peat smoked Springbank.

 

Springbank 1992/2011 ‘Peat smoked’, 46%, Berry Bros & Rudd, cask 61
De neus start op dezelfde olieachtige turf die ik ook in de 2009 botteling had en die typisch is voor Longrow. Lijnzaadolie, inderdaad. Ook dat mineralige heb ik hier, net als de mercurochroom (wat medicinaal). De neus lijkt me alvast vrij gelijkend, én even lekker. Wat ik hier ook nog wel heb en niet genoteerd heb bij de 2009, is teer en citrus. Sinaas, mandarijn. En potloodslijpsel. Na verloop van tijd meer en meer kruiden uit de tuin (tijm, roosmarijn, laurier). Vol, rond, dik en vettig in de mond. Olieachtig, inderdaad. Complex ook. Zachte turf, olie, zilt, mineralen, citrus, honing. Net als op de neus zetten kruiden zich na enige tijd door, maar dan de spicy kind. Ik denk aan nootmuskaat en gember. Wat vegetale tonen. Middellange afdronk, clean en complex, gedomineerd door zoete turf, kruiden en citrusfruit. Knappe whisky en even heerlijk als Berry Bros’s botteling uit 2009. 90/100

Springbank 1965, Murray McDavid

In de jaren 1850 was Springbank één van de eerste distilleerderijen die overschakelden van turf naar kolen om hun malt te drogen. Er waren immers genoeg koolmijnen in de buurt op Campbeltown. Het is vandaag trouwens één van de enige distilleerderijen die hun eigen whisky ook zelf bottelt.

 
Springbank 1965/1998, 46%, Murray McDavid, cask 580, 204 bottles
De neus start zoet (honing, nougat) en laat langzaamaan fruitige tonen door. Eerst gedroogd fruit à la rozijnen en vijgen, daarna frambozen en tropisch fruit. Passievrucht, meloen, mango. Een lichte waxyness (boenwas) en een even lichte kruidigheid op de achtergrond. Meer op de voorgrond ook melkchocolade en praliné. Heerlijk om ruiken. In de mond komt hij steviger over dan het alcoholpercentage kon doen vermoeden. Olieachtig. Ook hier licht tropisch met kokos als extraatje. Perziken ook. De kruiden meer prominent dan in de geur. Peper, gember, munt. Chocolade, hier donkere. Wordt naar het einde wel wat bitter, maar nooit storend. Lange verwarmende afdronk met munt en abrikoos die opvallen. Stevige oude Springbank. En lèkker! 91/100

Springbank 1969/1995 Signatory

Springbank uit de jaren zestig… we weten dat dat wreed lekker kan zijn. Hoog tijd dus om dat nog eens onder mijn neus en aan mijn lippen te zetten.

 

Springbank 1969/1995, 51.7%, Signatory dumpy, 790 bottles
Ja ja, dit is wat men lekkere whisky noemt. Waxy sherry! De geur van boenwas en antieke meubels vermengd met noten, rood fruit (gestoofd rood fruit), braambessen, tabak en lichte farmy notes. Mosterd in de verte. Duidelijker waar te nemen is marsepein. Eucalyptus ook. Njummie! Deze Springbank voelt erg dik aan, stroperig bijna. Ik heb lichte turf, mandarijn en sinaasconfituur met de sherry die meer en meer naar voor treedt. Chocolade, rozijnen op rum, koffie, eik, wat zilt, peper en hars. Mooie bitterheid. Lange, bitterzoete afdronk op dadels en peper. Erg lekkere oude Springbank. 90/100

Springbank 34y 1970, Prestonfield

Ha, oude Springbank, altijd iets om naar uit te kijken. De whisky van Springbank is licht geturfd, in tegenstelling tot hun Hazelburn (niet-geturfd) en Longrow (zwaar geturfd). In concreto betekent dit dat de gemoute gerst gedurende ongeveer zes uur gedroogd wordt boven een turfvuur en dan nog eens een 24 uur met hete lucht. Dat is in ieder geval de situatie nu, de whisky die ik vandaag bespreek, is er eentje van eventjes geleden. Bedankt voor deze sample Karel!

 

Springbank 34y 1970/2001, 51.2%, Prestonfield, cask 1631, 157 bts.
Mmm, mooie sherry op de neus. Bitterzoet. In eerste instantie denk ik aan hout, eikenhout, vermengd met zwarte bessen (cassis – crème de cassis). Een heerlijke lichte rokerigheid erdoorheen. Rook van het hout. Geboende antieke meubels. Gho ja, dat typische oude Campbeltown profiel, I just love it. Waxy sherry! Gestoofd fruit, warme aarbeienconfituur. Kruiden. Complex quoi. Proeven nu. Mondvullend, dik op de tong, stevig en drogend. Zelfs wat agressief. De bessen, het hout, de lichte rook, de kruiden, het zit allemaal ook hier. Daarenboven dien ik nog hazelnoten en rijpe sinaas te vermelden. Op de duur wordt hij me evenwel een beetje té droog, er doemen taninnes in de vorm van druivenpitten en kastanjes op. Lange, droge en kruidige afdronk met wat appelsienschil. Een hemelse neus en een smaak die je terug met de voeten op de aarde zet. 87/100

Oud naar nieuw – een klassieker

Maandag stond de tasting van onze club in het teken van een ondertussen klassiek thema, van oud naar nieuw. We proefden van drie whisky’s telkens de recentste versie en een oudere. De whisky’s die aan bod kwamen, waren de Springbank CV, de Talisker 10y en de Macallan 12y. Deze zes proefden we blind. Ik heb niet geweldig veel genoteerd en ook de setting – veel discussiëren en raden – was niet van aard om te scoren.

 

Als welkomdram kregen we 2 van de 300 cl Robert Watson of Aberdeen ‘Imperial’, rotation 1967 ingeschonken. Een blend van meer dan veertig jaar oud dus. Hierbij ging het misschien meer om het gebaar – je opent niet elke dag een 3-liter fles – dan om de inhoud, maar het dient gezegd dat het absoluut geen slechte whisky is.
De neus start zoet en herbal en evolueert richting floraal. Bij mij balanceerde hij wat op het randje van zeep, maar zonder te storen, laat het ons op ‘floraal’ houden. Lekker op de tong, zonder echt diep te gaan, op granen, het florale van de neus en iemand merkte ook nog witte chocolade op. Maar ik weet niet meer of dit op de neus of op de smaak was. Whatever, dit is een lekkere blend.

 
Eerste koppel
Springbank CV, 46%, OB 2010
Op de neus startte deze wat vreemd. Mineralig én stoffig. Natte steen, iemand aan onze tafel merkte natte muren op. Ik had een beetje rook, neigend naar farmy notes. De combinatie van dat laatste en de natte muren deed me aan oude vochtige stallen denken. Niet geheel onaangenaam. De smaak is zoet en mineralig.

Springbank CV, 46%, Green Thistle, OB rotation 1996
Erg frisse neus, maar alle whisky’s die na de vorige gezet zouden worden, zouden fris overkomen. Veel wit fruit en lychees, wat eigenlijk ook wit fruit genoemd kan worden. De smaak is fris, clean en fruitig, in het verlengde van de neus dus.

Ik gokte correct op Springbank. Je zal zien dat ik bij de volgende twee paren niet vermeld waar ik op gokte, zoek daar vooral niets achter. Geen van beide Sprinkbanks vond ik echter écht lekker, de oude wel wat beter dan de nieuwe. Of CV nu staat voor Curriculum Vitae of Chairman’s Vat (Springbank houdt beide theses in stand, kwestie van het debat levendig te houden), geen van beide vlaggen dekken echter hun lading.

 
Tweede koppel
Talisker 10y, 45.8%, OB end 1980’s, pre-classic malts
Een klein beetje turf, herbal notes, fruit (banaan). De smaak is zoet en fruitig. Een lichte kruidigheid en dito rokerigheid.

Talisker 10y, 45.8%, OB 2008
Een neus op fruit en lichte rook. “Cuberdons!” riep er iemand. Neuzekes in de volksmond. Voor de Nederlandse lezers: van die paarse kegelvormige snoepjes, hard aan de buitenkant, zacht en stroperig van binnen. Ik weet zelfs niet of ze in Nederland te krijgen zijn, in ieder geval een aanrader als je eens de grens oversteekt. Soit, de neus is ook licht waxy. De smaak romig, fruitig en zoet met zeer lichte rook. Wat kruiden naar het einde en in de afdronk.

Hier vond ik de oude wel duidelijk beter. Na beide whisky’s raadde trouwens niemand Talisker. Highland Park was de gok van Kristof, een gok die ik onderschreef, maar het bleek dus een ander eiland te zijn. Vreemd dat iedereen hier fout zat.

 
Derde koppel
Macallan 12y ‘Sherry Oak’, 40%, OB 2010
Wat gedempt op de neus. Sherry, maar belegen. Ik bedoel met belegen… euh ja, wat bedoel ik daarmee? Gedempt ja, niet echt levendig of prikkelend. Wat vegetaal (peterselie, heb dat tegenwoordig vaak in whisky op sherryvat). Op de smaak ook zachte karamel. Fudge.

Macallan 12y, 43%, OB end 1990’s
Hola, dit is helemaal anders, een veel uitgesprokenere neus, aromatischer. Goeie, expressieve sherry that is. Meer kruiden, meer fruit. Rood fruit vooral. Bosvruchten.

Hier was het verschil ook duidelijk, de oude was beter, expressiever vooral. ‘Levendiger’, ‘prikkelender’ ‘virieler’, ik zou bijna ‘jonger’ zeggen.

 

Conclusie: net zoals bij vorige oud-naar-nieuw sessies, wint ook hier ‘oud’ het pleit. Maar ik kan het toch niet nalaten te vermelden dat dit niet altijd zo is of hoeft te zijn, ik heb al best wat oude whisky’s geproefd die mij tegen vielen en nieuwe batchen die ik beter vond dan oude(re). Het is zeker niet zo dat omdat een whisky oud is dat hij ook beter is, alhoewel het bij instap-malts (officiële 10/12 jarige) wel vaak het geval blijkt te zijn.

 

Voor de volledigheid, de eindrangschikking:

  1. Macallan oud
  2. Talisker oud
  3. Springbank oud
  4. Macallan jong
  5. Talisker jong
  6. Springbank jong

Daarna volgden nog twee toetjes, een nog-niet-gebottelde Port Ellen van Luc en een al-wel-gebottelde Bunnahabhain die Reinhard voor z’n verjaardag mee had, beide ronduit schitterende whisky’s. Applaus.

 
Port Ellen 27y 1982/2010, 57.5%, ‘not available in the market’ as they say. Eén van de beste jaren tachtig Port Ellens die ik al kon proeven, met een afdronk van hier tot op Islay. Indien dit ooit gebotteld wordt, I wante die bottle.
 
Bunnahabhain 33y 1976/2010, 49%, Celtic Heartlands (Jim MacEwan), 465 bottles. Fruit, zilt, kruiden, honing, licht rokerig (fascinerend dat ik dat nog genoteerd heb). Erg complex en vooral overheerlijk.
 

Voila, dat was weer een gezellige avondbezigheid zie. Natuurlijk volgde een nabespreking die zoals altijd veel te lang uitliep, met een stukgeslagen radiowekker als collateral damage. Soms is zeven uur gewoon te vroeg.

 

De Hoogmis

Zoals geweten heeft de mens nood aan rituelen, zonder rituelen voelt z’n bestaan leeg aan, voelt hij zich niet vol-waardig mens. Rond deze tijd van het jaar zijn er mensen die aan deze nood beantwoorden door met Kerst de nachtmis bij te wonen, door een Kerstboom op te trekken en te versieren, door een opgevulde kalkoen in de oven te schuiven, door elkaar met kadootjes te overladen… Bij een handvol Belgische whisky freaks, zeg maar geeks, uit deze behoefte zich helemaal anders. In de week voor Kerst neemt een soort heilig vuur bezit van ons, een vuur dat ons vol hoop en verlangen leidt naar de stal… euh kelder van Luc Timmermans in Beth… nee Mortsel. Er komt geen wierook bij kijken, noch mirre, maar wel goud. Vloeibaar goud, fonkelend, parelend, ons alle vervullend van diepe vreugde, volmaakte innerlijke vrede en hemels geluk.

Schoorvoetend betreden we het Heiligdom, aanschouwen het altaar met de offergaven, wenden de blik af omdat de ontroering ons teveel wordt. We vermannen ons en zetten ons met een eerbied die haast sacraal aandoet aan de tafel, beseffende dat zalig zijn zij die genodigd zijn aan de tafel van de gastheer. Opperpriester Luc gaat de Hoogmis voor met een bezieling alsof hij tot in het diepst van zijn wezen aangeraakt werd door de Heilige Geest, ook gekend als Holy Spirit. Z’n volgelingen prevelen halleluja’s bij het consacreren en tot zich nemen van de zegeningen, danken God voor deze weldaden en worden allen broeder.

De blijde boodschap zij met u allen, heden daarom deze lezing uit het Heilig Evangelie van het Levenswater volgens Luc(as), het – laat dat duidelijk zijn – onvoltooide hoofdstuk:

 

De vorige mis was indrukwekkend, deze beloofde legendarisch te worden. Luc koos dit keer voor twee line-ups van vijf whisky’s. Oorspronkelijk zou het tweemaal zeven zijn, wat achteraf bekeken zware overkill zou geweest zijn. Tien whisky’s op dit niveau, meer kan een mens niet aan. Tien whisky’s waarvan we mogen aannemen dat we deze niet gemakkelijk nog eens gaan kunnen drinken. Alhoewel hoop nog steeds doet leven.

 

Aperitiefje voor de eerste line-up was de Pride of Strathspey 1938, 40%, James Gordon & Co, Da Litri 3/4, 75cl, kwestie van meteen de toon te zetten. Deze toon kan men omschrijven als… ja, als iets wat ik moeilijk kan omschrijven. Dat typisch oud, vooroorlogs profiel dat je in recentere distillaten, of het nu jaren vijftig, zestig, zeventig of recenter is, niet terugvindt. De geur van de herfst geeft misschien een hint. Een boswandeling door de vallende bladeren en het mos. Maar natuurlijk heel wat meer dan dat. Honing, heide, gemberkoekjes, gestoofd fruit, antiekshop… lovely! Zeer delicaat in de mond, en toch krachtig. Zoetzuur. Oude high-end balsamico. Wat belegen hout, honing, confituur. En o zo drinkbaar. Voor je het weet heb je enkele honderden euro’s binnengekapt. Uniek! Nee Serge, hier zit je mis. De fles vermeldt niet hoe oud de whisky is, je kan enkel uit de ‘Da Litri’ afleiden dat deze gebotteld is voor 1975. 92/100

 

Dan kregen we een officiële Ardbeg 10y op 46% ingeschonken. Ah, zoiets wat je tegenwoordig overal vindt aan minder dan 50 euro hoor ik jullie denken… Niet echt, de Ardbeg 10y, 80 proof, OB early 1970’s, white label, 26 2/3 Fl. Oz. kan je in weinig vergelijken met het recente spul. Dit is Ardbeg van begin jaren zestig, Ardbeg waarbij de turf niet op de voorgrond treedt, maar bescheiden op de achtergrond blijft. Deze whisky is vooral heel mineralig. Natte stenen en zo. De neus biedt daarnaast veel fruit, zeelucht, kruiden en een klein beetje petrolium (niet storend, integendeel). De smaak heeft meer turf, zoete turf, maar is verder even fris en mineralig als de neus. Zilt en kruiden noteerde ik nog, net als wat zoet, misschien geconfijt fruit. Meer heb ik niet genoteerd (blame me), maar wees gerust, hij is erg complex, en heeft alle sensaties perfect gebalanceerd. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak, ook hier veel zoete turf. Zalige oude Ardbeg. 92/100

 

Vervolgens kwam de Highland Park 1955, 52.8%, Gordon & MacPhail Cask, 75cl aan bod. Samen met de officiële 21y 1959 dumpy en de 1968/1998 van Samaroli is dit ongetwijfeld de beste Highland Park die ik al dronk. Geen idee wanneer hij gebotteld werd en ook Google maakt me niet veel wijzer. De neus geeft eerst honing en allerlei waxy toestanden: boenwas, antiekwas, oude boeken, oud leder, pollen… wat hars. Daarna fruit. Maar niet zomaar wat fruit, neen, het is hier de succulent tropische soort. Ik heb de variaties niet opgeschreven, you get the picture nietwaar. Lichte turf ook. Die neus is echt fantastisch! Maar ook op de smaak is dit absolute top. Krachtig en boordevol aroma’s (véél fruit, honing, heide, kruiden, zachte turf enzovoort enzoverder), complex en perfect in balans. Lange, honingzachte en honingzoete afdronk. Puur genieten! 94/100

 

Maar na dat puur genieten, ging het genieten in overdrive met de Ardbeg 1976/1999, 56%, OB, Manager’s Choice, sherry cask, Warehouse #10, cask 2391, 497 bottles. Wat een whisky! De eerste Ardbeg die we proefden omschreef ik als zalige oude Ardbeg, voor deze volstaat dat ‘zalig’ niet, hiervoor moet ik een ander vocabularium aanspreken. Orgastisch, out-of-this-world… Ja, dat is het, dit is buitenaards lekkere whisky. Sublieme fruitige sherry vermengd met even fantastische zachte, zoete turf. Daardoorheen verweven krijg je nog schitterende coastal elementen als bonus (denk aan de beste oesters die je ooit at). Gerookt vlees schreef ik nog op. Zwarte Woudham, I love it. Op de smaak komt daar nog een geroosterde toets bij. Stunning as they say. Geweldige (dat adjectief hebben we nog niet gehad zeker?) afdronk. Sensuele, grootse whisky. 96/100

 

De eerste ronde werd afgesloten met de Black Bowmore 1964/1995, 49%, OB, Final edition. Ook geen slechte whisky. In vergelijking met de Ardbeg Manager’s Choice tref je hier heel wat minder turf aan, maar de sherry is des te prominenter. Tropical sherry zou ik zeggen. Heel veel, puur tropisch fruit, het handelsmerk van Bowmore uit deze periode, vermengd met de kruidige sherry en (geboend) oud leder. De neus is absolute top, op de smaak wordt hij me een ietsje te droog. Oké, ik ben aan het mierenziften (of was het muggenneuken?). Het tropisch fruit is immers nog voldoende aanwezig ter compensatie. Ik heb lang de laatste drie tegen elkaar afgewogen en voor mij was de Highland Park net wat beter dan deze Black Bowmore, maar toornde de Ardbeg toch nog boven beide uit. Pas op, naar het schijnt zijn de eerste en de tweede batchen van deze Bowmore beter. Nóg beter dus. In de eindstand eindigde de Black Bowmore voor mij op de derde laatste plaats. Ha! 93/100

 
Geef toe, dit was een leuk vluchtje. Maar dan heb je de tweede flight nog niet bekeken…
 
 

De tweede line-up werd ingeleid met de droge mededeling “even terug met de voetjes op de grond”. De whisky die daarvoor moest dienen, slaagde evenwel niet in dat opzet, Luc had dit toch lichtjes verkeerd ingeschat (foutje). We bleven immers zweven, hoe langer hoe hoger zelfs, stilaan tot hemelse hoogtes. De whisky die niet voldeed aan het opzet was de Laphroaig 10y, 43%, OB, Filippi Import, Long cap, Da Litri 3/4. Een legendarische (ik gebruik dit woord echt niet lichtzinnig) botteling en uiterst zeldzaam. De Bonfanti Import, die met z’n botteling ergens midden jaren zeventig iets recenter is, had ik al eens geproefd en ik was daar serieus van onder de indruk. Deze is beter. Zo complex, zo subtiel, zo zijdezacht, zo zo heerlijk. Op de neus verschillende soorten fruit, honing, kruiden en nog zoveel meer. Dat alles op een bedje van de heerlijkste turf. Smaak: say no more. Afdronk: sprakeloos. 96/100

 

Wat zet je in hemelsnaam na zo’n toppunt van complexiteit? Voor Luc is dat een koud kunstje, wat gedacht van nog een Bowmore 1964? De Bowmore 1964/1987 ‘The Birds’, 46%, Moon Import, sherry hogshead #1546, 240 bottles is een legendarische (euh ja, echt wel) Bowmore uit de al even legandarische eerste ‘Birds’ reeks van Moon. In deze reeks zit onder andere ook nog Ardbeg 1966 en Springbank 1965, die naar het schijnt ook redelijk drinkbaar zijn. De toon bij deze Bowmore is zoetzuur. Zoet en zuur fruit, kruiden, lichte turf en een geweldige farmy touch (opnieuw dat smeuïge zoetzure). Balsamico, inderdaad. Op de smaak gaat de triomftocht verder. Ook hier veel fruit, dat zich hier – meer dan op de neus – duidelijk als tropisch laat kennen. Meloen, passievrucht, you name it. Dik, romig, bijna stroperig. Man man, dit is lékker. Smullen in opperste extase. 95/100

 

En dan… dan was er Brora 1957. Oké oké, de geschiedenis van Brora start pas in 1969, maar de Clynelish 12y, 56.9%, OB for Edward & Edward, white label, rotation 1969 is whisky van midden jaren 1950 (indien effectief twaalf jaar oud, van 1957 dus), geproduceerd in de distilleerderij die later omgedoopt werd tot Brora (eerst ook gekend als ‘Clynelish II’, Clynelish I was de naam van de nieuwe distilleerderij die tot op vandaag de Clynelish whisky produceert). Soit, genoeg duiding me dunkt. De whisky. Sorry, dat moet De Whisky zijn. Hoe begin ik hier in godsnaam aan? Wat heb ik genoteerd? Waxy, mineralig, farmy, zoet (banaan, honing, melkchocolade), zeelucht,… Ja, vooral veel puntjes. Qua smaak zoet, fruitig, farmy, waxy,… Ja, vooral veel puntjes. A ja, ook nog ‘hemels’. Misschien is enkel dat laatste relevant. Een triomf voor de zintuigen! 96/100

 

De whisky die de eer had de apotheose in te luiden was de Springbank 31y 1965/1996, 50.5%, Cadenhead’s ‘Chairman’s Stock’. En hij deed dat met verve. Ruiken: pfff… ik zit door mijn voorraad malt-o-porn heen, I rest my case. Is hij goed? O ja, hij is goed. Heel goed, ongelooflijk goed, bangelijk goed. Voor sherryliefhebbers. En voor niet-sherryliefhebbers die dan meteen sherryliefhebber worden. Wat een fenomenale neus! Heel intense, extreme sherry zonder ook maar even te droog te worden. Vol van geuren, waar ik absoluut geen zin meer had om naar te zoeken. Enorm fruitig, dat is het minste wat je kan zeggen. Maar natuurlijk zoveel meer. Proeven: my God! Afdronk: juist ja. Toch nog één associatie: een kersje in chocolade tussen de borsten van Marie Vinck. Dominiek was duidelijk het delirium nabij. 95/100

 

Voor het absolute, orgastische orgelpunt zorgde de Bowmore Bouquet of voluit Bowmore 18y 1966/1984, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles. Vrede aan alle mensen van goede wil en aan Luc in het bijzonder. Het wonderlijke is dat deze nog vlot over de rest ging. Met vlag en wimpel. En scroll eens terug naar boven, dat was verdorie niet min wat we achter kiezen hadden. Ik scoorde de Bouquet twee jaar geleden 99/100, ik zie niet in waarom ik hem nu een andere score zou geven. Voor Luc en Dominiek is hij 100 punten waard “omdat er absoluut niets aan deze whisky is waarvoor je een puntje van de absolute perfectie zou aftrekken”. Misschien hebben ze wel gelijk. Ik ga hier niets aan toevoegen, woorden schieten soms schromelijk te kort en zijn volslagen nutteloos. 99/100

 

Luc Timmermans, hij zij geloofd. Hosanna in den hoge.

 

Tot zover deze lezing.

 

Springbank 1997, batch #2

De eerste batch van deze 1997 Vintage werd in 2007 gebotteld op 55.2%, de tweede een jaartje later op 54.9%. Het is deze laatste die ik nu proef. Gerijpt op ‘recharred’ (opnieuw geschroeide) sherryvaten en te koop voor een 55 euro.

 

Springbank 1997 cask strength, 54.9%, OB 2008, batch #2, 10800 bts
Stevige en droge neus op geroosterde en aardse tonen. Bosgrond, varens, rauwe champignons. Geroosterde granen (het maken van muesli). Zeelucht ook, een beetje boenwas en veel citrus. Schil van pompelmoes, mandarijn. Kruiden en een beetje rook. Vrij complex maar ook vrij ruw. Hetzelfde geldt voor de smaak. Ook hier heb ik geroosterd graan, veel kruiden, citrus en rauwe champignons. Daarnaast karamel, geroosterde noten en rook. Best bitter. Misschien wat water proberen… dat help, een beetje. Meer fruit maar ook (nog) meer kruiden. Lange, droge en redelijk bittere afdronk of kruiden (veel peper en ook gember) en rook. Gho, ik kan me voorstellen dat sommigen dit erg lekkere whisky vinden, maar ik vind het geheel te scherp om een score in de tachtig te rechtvaardigen. 77/100

Springbank 1992 ‘peat-smoked’, Berry Bros

Deze ‘peat-smoked’ Springbank had evengoed onder de naam ‘Longrow’ gebotteld kunnen worden, want is geturfde Springbank niet gewoon Longrow? Verkeerd gelabeld bij het op vat doen? Longrow die 2,5 maal gedistilleerd is? Whatever, dit is wreed lekkere whisky.

 

Springbank 1992/2009 ‘Peat-Smoked’, 46%, Berry Bros & Rudd, cask 71
Tja, de neus zou alvast perfect deze van een Longrow kunnen zijn. Olieachtige turf, geturfde olie, turfolie, whatever. De olie en de turf zijn in ieder geval de twee zaken die eerst opvallen. Zonneboemolie. Of nee, misschien eerder lijnzaadolie. Yep, that’s it. Vrij mineralig ook wel. Natte stenen. Mercurochroom. Zachte turf, planten, verse spinazie en veel fruit, zeker na enige tijd lucht happen. Meloen, sinaas, ananas. De turf blijft discreet en laat heel wat ruimte voor al het andere lekkers. Ook in de mond is hij complex en subtiel. Hij is zowel mineralig, ziltig, fruitig, licht bitter als zoet-rokerig. Best lange, cleane afdronk met zilt, groenten en een beetje turf. Zalige Longrow, euh Springbank. 90/100

Springbank 12y Cask Strength

In maart 2010 lanceerde Springbank deze nieuwe 12-jarige Cask Strength. De whisky rijpte voor 60% op nieuwe sherry hogsheads en voor 40% op refill sherry buts.

 

Springbank 12y Cask Strength, 54.6%, OB 2010
Lekkere neus. Rokerig, fruitig en droog. Dat droge vertaalt zich in hout, hooi, graan en kruiden. Kaneel. Het fruit is vooral gedroogd fruit. Pruim en abrikoos. Lichte turf op een zacht sherrybedje. Ronde, stevige smaak met het fruit, de kruiden van het hout en de turf die elkaar mooi in evenwicht houden. Sinaas, zoete turf, graan, zoethout. Geen water nodig. Lange, zoete en kruidige finish. 86/100