Spring naar inhoud

Posts from the ‘Saint Magdalene’ Category

St. Magdelene 1970, Rare Malts

Naast de overbekende 1979 heeft Diageo indertijd een tweede St. Magdalene gebotteld als Rare Malt Selection, een 1970. Voor beide betaal je ongeveer 400 euro op veilingen. Mocht je dat bedrag te spenderen hebben, zou ik wel weten op welke m’n zinnen te zetten.

 

St. Magdalene 23y 1970/1994, 58.1%, Rare Malts
Rare Malts, dat wil zeggen dat ik de termen ‘stevig’, ‘clean’ en ‘scherp’ moet bovenhalen. Zo ook hier. De neus start alcoholisch, grassig en scherp, maar dat deemstert langzaamaan weg. Granen, hooi en rubber maken plaats voor fruit, turfrook en honing. Qua fruit moeten we het zoeken bij de familie van de citrusvruchten. Limoen, mandarijn en appelsien. Kruiden piepen ook om de hoek. Zoethout, nootmuskaat en gember. Vol en krachtig op de tong, grassig en fruitig. Maar ook hier heeft hij tijd nodig om open te komen, dat fruit is er niet onmiddellijk. Het fruit ligt in lijn met dat van op de geur en wordt vergezeld van noten, hooi, kruiden en eik. Naar het einde wordt het een beetje bitter en doemt opnieuw de turfrook op. Lange, droge afdronk op eik en kruiden. Net zoals de 1979 is ook de 1970 een whisky die veel tijd en geduld nodig heeft. Maar die dan al bij al toch heel wat minder te beiden heeft dan z’n legendarische broer. 86/100

St Magdalene 1966/1996, Connoisseurs Choice

Als je ooit de kans krijgt St Magdalene van midden jaren zestig te proeven… doen. Vooral Gordon & MacPhail heeft meerdere bottelingen onder z’n Connoisseurs Choice op de markt gebracht, maar ook Cadenhead had er een paar. En met midden jaren zestig heb ik het over 1963 (één bij G&M), 1964 en 1965 (bij beide bottelaars) en 1966 (enkel bij G&M). Als je een fles wil aanschaffen, let op het niveau van de whisky in de fles. Zeker bij de Connoisseurs Choices (die zijn op 40%) met een laag niveau kan de smaak wel eens flets worden. De neus heeft daar over het algemeen minder last van. Ik ben door de band genomen meer fan van 1966 en 1964 (op sherry) dan van 1965.

 

St Magdalene 1966/1996, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Schitterende, zachte, subtiele en complexe neus van ananas, perziken, abrikozen, mandarijn, meloen, lychee (wat een heerlijke fruitigheid), boenwas, lichte mineralen, honing, zoethout, kaneel, zachte eik… zelfs een heel klein beetje turfrook. Elegante, zachte smaak op vanille en honing, veel fruit opnieuw (meloen, ananas, perzik), lichte rook, bijenwas, oud leder, zachte kruiden (heeft iets oosters) en ronde eik. Het is allemaal erg licht, maar geef deze whisky wat tijd, je zal het je niet beklagen. Iets meer eik in de afdronk, wat ik zelfs geen minpuntje kan noemen, integendeel, het fruit en de smeuïge was worden er nog wat langer door gedragen. Complexe, gelaagde, elegante en perfect gebalanceerde whisky uit de oude doos. Simpelweg sbliem. 93/100

St. Magdalene 25y 1982, Old Malt Cask

Vandaag een whisky die evengoed Linlithgow had kunnen heten. Eén van de vele 1982’ers die Douglas Laing gebotteld heeft.

 

St. Magdalene 25 YO 1982/2008, 50%, Douglas Laing, Old Malt Cask, refill butt #4282St. Magdalene 25y 1982/2008, 50%, Douglas Laing, Old Malt Cask, refill butt #4282, 378 bottles
Cleane en grassige neus. Vers gemaaid gras, vermengd met kaarsvet en citroen. Citroenkaarsen, jawel. Harde citroensnoepjes. Daarachter gaan er tonen van gezouten boter en lampolie schuil. En ook associaties van okkernoten en rubber. Dat laatste is hier geen meerwaarde. Schweppes tonic. Een beetje vanille. De schil van groene appels. Best complex. Doorheen dit alles ontwaar ik mineralen. Kalk en klei. En zelfs de geur van natte kranten. Scherp en clean profiel. De smaak is iets ronder, de vanille treedt meer op de voorgrond, samen met gele appels (cider) en noten. Ook hier is deze whisky redelijk waxy. De citroen laat zich echter wat naar de achtergrond drukken. Kruiden zijn op de smaak dan weer meer aanwezig dan in de geur. Peper en mosterd. Groene thee. Een beetje droog gras. De mineralen blijven sluimeren. Middellange, cleane en licht bittere afdronk. Niet de gemakkelijkste neus, de smaak overtuigt meer. 84/100

Captain Beefheart & St. Magdalene

Captain BeefheartEen streepje muziek, dat is weer veel te lang geleden. En laat me weer wat van de platgetreden paden afwijken. Zo kom ik terecht bij Captain Beefheart, in het echte leven gekend als Don Van Vliet. Nu ja, leven, de man is sedert twee jaar niet meer onder de levenden, hij stierf op 17 december 2010 – een maand voor hij zeventig zou worden – aan de gevolgen van multiple-sclerose.
Captain Beefheart was zo’n beetje de soulmate van Frank Zappa. Ze groeiden als kind samen op in het Amerika van de jaren vijftig en zestig, bleven hun ganse leven vrienden en werkten ook muzikaal veel samen. De naam Captain Beefheart komt trouwens van een mislukt filmproject van Zappa, genaamd ‘Captain Beefheart vs. the Grunt People’. Van Vliet is vooral bekend als muzikant, maar was ook een niet-onverdienstelijk schilder en beeldhouwer.

In zijn carrière, die startte in 1964, maakte Beefheart twaalf studioplaten, waarvan de meeste samen met zijn Magic Band (waarin o.a. Ry Cooder z’n eerste muzikale stappen zette). Hun creatieve hoogtepunt was ongetwijfeld het experimentele en door Zappa geproducete Trout Mask Replica uit 1969, wat nog altijd wordt beschouwd als één van de hoogtepunten uit de geschiedenis van de rock. Hij componeerde alle muziek en speelde zelf ook saxofoon en mondharmonica. Z’n teksten kan je gerust bizar noemen, maar surrealistisch doet ‘m misschien meer aan. In 1982 stopte hij met muziekmaken en wijdde hij zich volledig aan het schilderen en in mindere mate aan het beeldhouwen.
Ice Cream for CrowDe muziekstijl laat zich moeilijk omschrijven. Het is rock, het is blues, maar het is vooral experimenteel en avant-gardistisch. Regelmatig ook met psychedelische invloeden. Misschien niet altijd even toegankelijk maar vaak geniaal. Niet altijd echter, zo staat de commerciële(re) periode van midden jaren zeventig onder de fans bekend als Captain Beefheart and his Tragic Band. Vooral de periode rond 1970 (met naast Trout Mask Replica o.a. ook het geweldige Lick my decals off, baby) en deze rond 1980 (met de meesterwerkjes Shiny Beast en Ice Cream for Crow) worden beschouwd als z’n hoogtepunten. Tijdens de eerste helft van de jaren zeventig werd z’n muziek uit noodzaak toegankelijker (het was gewoon tè modern voor die tijd), met de nadruk op blues en rock eerder dan op het exprerimentele.

Maar geweldig bekend is Captain Beefheart dus nooit geworden. En hetzelfde kan gezegd worden van het Whisky Tales label. Wie kent dat? Whisky Tales is een Duits initiatief, zij hebben tot op heden een vijftiental bottelingen op hun conto. Ik weet niet of deze St. Magdalene 1982 representatief is, dit is nog maar de eerste die ik proef. Maar ik hoop voor hen van wel. Wat een parel! Met Ice Cream for Crow op de achtergrond. Twee parels.

 

St. Magdalene 27 YO 1982/2009, 58.6%, Whisky Tales 'Poseidon'St. Magdalene 27y 1982/2009, 58.6%, Whisky Tales ‘Poseidon’, bourbon cask, 184 bottles, 500ml
Ronduit prachtige, cleane, complexe neus. Er zit een zoet kantje aan (honing, nougat), een vegetaal (gras, en groene en witte groenten – schorseneren, no kidding), een floraal (gedroogde bloemen), een fruitig (rijpe kruisbessen, banaan, ananas), een zilt en een mineralig (natte stenen, klei enzo). Natte wol. Lampolie. Ronde, sappige eik en lichte begeleidende rook op de achtergrond en in perfecte verhouding. Rond en romig op de tong. Intens en complex. Honing en vanille, peperkoek, zoete witte wijn (uit het topsegment welteverstaan), ronde eik, hoe langer hoe meer fruit ook. Perzik, abrikoos en de (rijpe) kruisbessen die ik ook op de neus had. En ook de zachte rokerigheid is opnieuw van de partij. En hetzelfde kan gezegd worden van het zilt. Lichte aarde tonen. Een beetje hars, noten (lichte en fantastische bitterheid) en leder. Complex, ik zei het al. Vrij lange en complexe afdronk. Zowat alle elementen van de smaak worden doorgetrokken. Elegante complexe klasse. Prachtige whisky. 92/100

Linlithgow 30y 1973

Linlithgow, dat is dus St. Magdalene. Beide namen werden door elkaar gebruikt, zonder een echte logica. Het gaat dus niet om twee verschillende whisky’s van dezelfde distilleerderij (zoals bv. Springbank, Longrow en Hazelburn) maar gewoon twee namen voor hetzelfde product. Deze officiële 30y rijpte op Amerikaanse eik.

 

Linlithgow 30y 1973, 59.6%, OB 2004, 1500 bottles
Wat een zalige neus! Smeuïg zoet op cake, zoete drop, rozijnen (sultanas eigenlijk), gedroogde vijgen, abrikozenconfituur, geflambeerde banaan en gekonfijte gember, wat het licht prikkelend maakt. Ook citrus zorgt voor de lichte prikkeling. Naast dit alles vallen er ook lichte rook en oud leder te noteren, net als wat olijfolie. In de mond is dit niet meer en niet minder dan een smaakbom. Veel fruit (citroen, mandarijn, de schil van appelsienen), rozijnen, zachte karamel, praliné, bijenwas, cake, gember, peper, nootmuskaat, enzoverder. De kruiden groeien, op een fantastische manier. Ze gaan het geheel nooit uitdrogen, ze prikkelen en accentueren de complexiteit. Alles expressief en rond. En de perfecte hoeveelheid eik. De balans is gewoon perfect. Erg lange afdronk, kruidig en zoet. Ronduit prachtige whisky. 93/100

St. Magdalene 23y 1982, Old Malt Cask

Alhoewel ik oude St. Magdalene enorm kan appreciëren, bevalt de whisky uit hun nadagen mij heel wat minder. St. Magdalene sloot z’n deuren, net zoals heel wat andere distilleerderijen van Diageo, in 1983.

 

St. Magdalene 23y 1982/2006, 50%, DL Old Malt Cask, cask 2918, 331 bts.
Cleane, granige en licht zoete neus. Ontbijtgranen, vers gebakken brood. Vanille. Vrij grassig ook (hooi). Iets licht zurigs… rottend hooi? Wat rubber misschien ook. Daarnaast heb ik de geur van boter, noten en wat vegetale toetsen. Net als kaarsvet. Een klein beetje turf vervolledigt het geheel. Al bij al een weinig boeiende neus. In de mond is dit een olieachtige whisky, redelijk dik. De start is ook hier zoet en granig en wordt net zoals op de neus gevolgd door grassige tonen. Wat bijenwas, citrus en ook hier een beetje turf. Wat ik niet zo op de neus had, zijn kruiden. Munt, peper. Best lange afdronk, zoetzuur (neigt richting farmy tonen). Een whisky die weinig met me doet. 78/100

Linlithgow 27y 1974, Silver Seal

Linlithgow is eigenlijk St. Magdalene onder een andere naam en verwijst naar het plaatsje Linlithgow waar de distilleerderij gevestigd is. De distilleerderij was enkel in z’n beginjaren gekend als Linlithgow, de naam werd spoedig veranderd in St. Magdalene. Er zit echter geen logica in het gebruik van beide namen in de bottelingen, zowel bij officiële als onafhankelijke bottelingen heb je beide. Blijkbaar drukte men soms de éne naam op de vaten en soms de andere. Bizar.

 

Linlithgow 27y 1974, 50%, Silver Seal ‘First Bottling’ 2001, 180 bts.
Cleane, sobere neus die me onmiddellijk doet denken aan olijfolie. Daarna krijgt hij een zoet en licht fruitig kantje. Perziken en tropisch fruit. Kaarsvet, amandelen (de noten welteverstaan), marsepein. Subtiel, je moet wat zoeken, maar dan is het een beauty. De smaak is zacht en fruitig. Na een tijdje komen er kruiden en hout bij. De noten zitten ook hier, net als wat citrusschil. Een aangename bitterheid. Lange, licht bittere afdronk. Erg lekkere St. Magdalene (of nee..), niet helemaal het niveau van midden jaren zestig spul, en eerder neigend naar 1966 St. Magdalene dan naar 1964 of 1965, voor zover ik dat kan beoordelen in functie van wat ik daar van gedronken heb tenminste. 89/100

St. Magdalene uit z’n beste periode op sherryvat

De beste periode voor St. Magdalene is met voorsprong midden jaren zestig. Als je ooit de kans krijgt St. Magdalene 1964, 1965 of 1966 te proeven, grijpen. Met beide handen. Gordon & MacPhail heeft er meerdere onder z’n Connoisseurs Choice label gebotteld – sommige outstanding – en er bestaan ook enkele sublieme Cadenhead dumpy’s. De meeste bottelingen zijn bourbon-gerijpt, maar er zijn ook enkele sherry-gerijpte. Een voorbeeld hiervan is degene die ik vandaag proef, een 1964 Connoisseurs Choice. Onder het motto ‘ook dit is Lowland!’

 
St. Magdalene 18y 1964, 40%, G&M Connoisseurs Choice 1983, old brown label
Halleluja, dit is een zalige neus! Zachte, fruitige sherry en warme chocolade-saus. Callebaut kwaliteit, minstens. Het fruit is vooral rood: rode bessen, kersen, braambessen (ok, dat is al zéér donker rood). Banaan ook. Pruimen. Steviger dan het alcoholpercentage doet vermoeden. Amandelen, geroosterd hout, antieke lederen zetels… het zegt misschien niet zo veel, maar dit is écht een superneus. Ook de smaak is super. Zalige sherry met rode vruchten, hout, abrikoos, vanille fudge, mokka, tabak, licht waxy… droger naar het einde, het hout zet zich wat door. Ook de afdronk is vrij droog, maar wel érg lekker. Het bittere wordt meer dan voldoende gecounterd door het zoete en het fruitige. 93/100
 

De sherry maakt dat dit een ander profiel is dan de St. Magdalene uit deze periode die ik al dronk. Maar ook deze is fantastisch lekker, ondanks z’n laag alcoholpercentage. Jaren zestig St. Magdalene kan zó goed zijn… spijtig dat ze dit niveau later niet meer hebben kunnen evenaren. Maar dat geldt voor meerdere distilleerderijen natuurlijk.

 

Twee ‘St. Magdalene’s’

De St. Magdalene distilleerderij werd in 1765 door Sebastian Henderson opgericht onder de naam Linlithgow in het gelijknamig stadje, op de plaats waar zich indertijd een lepra-hospitaal bevond. De geschiedenis hiervan gaat terug tot de 12e eeuw en de tempelridders, later werd dit hospitaal omgevormd tot het St. Magdalene klooster. De Scottish Malt Distillers company – wat later United Distillers en nog later Diageo werd – kocht de distilleerderij in 1912 en sloot het in 1983. Nu doen de gebouwen dienst als woonblokken.
Tot 1968 moutte St.Magdalene z’n gerst zelf, daarna betrok het mout van Glenesk. De whisky werd twee maal gedistilleerd, wat vrij ongewoon is voor een Lowland whiksy, die meestal triple-distilled is.
Doorheen de jaren werd de whisky zowel onder de naam St. Magdalene als Linlithgow gebotteld.
 
Linlithgow 25y 1982/2008, 46%, SMoS, The Whisky Exchange, cask 8902, 245 bottles – Lowland – 80/100
Frisse neus met perzik en appel, bloemen, een beetje hout en lichte rook. Ook wat hout in de voor de rest zoete (honing) en fruitige smaak. Granny Smith, lichtjes zuur. Droge, wat bittere finish.
 
St. Magdalene 26y 1982/2008, 50%, DL OMC, cask 1615, 511 bottles – Lowland – 77/100
Sample van Ruben. De neus is wat scherp en heeft veel hooi, gras, hout, hars (dat scherpe), een lichte kruidigheid en wat zoet fruit. Appels vooral, maar ook banaan en citrus. Ha, ook wat (subtiele) rook. De olie-achtige smaak is bitter en zoet. Hout, sinaasschil, zoethout. Ook de afdronk is bitter-zoet op appels, hout, zoethout en ook hier hooi/gedroogd gras. Slecht is dit niet, maar het geheel is me toch wat te wrang en kan me maar matig boeien.
 
Twee lekkere whisky’s zonder meer, maar St. Magdalene van begin jaren 1980 is toch niet te vergelijken met wat ze daar in de jaren zeventig en vooral zestig (1964! 1965! 1966!) uit hun stills hebben getoverd. Bij de weg, ik heb me zondag eBay-gewijs een 1966/1996 Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice aangeschaft. Gezien de prijs die ik er voor betaalde, heb ik de indruk dat er weinigen beseffen hoe goed deze whisky’s wel niet zijn. Nu ja, je gaat mij niet horen klagen, ik wacht enkel nog op DHL.

Staaltjes – The Sequel

Gisteren concertje van Giant Sand in het Depot meegepikt. Was weerom een erg sterk optreden en den How, tja, die was weer volledig zichzelf. Toch heeft hij een aantal nummers redelijk coherent uitgespeeld, durft soms wel eens anders te zijn. De set bevatte logischerwijze een aantal nummers uit het nieuwe album proVISIONS, sommige zeer intimistisch, andere dan weer gedreven beukend. Rap aanschaffen die proVISIONS is de boodschap.

Bon, hieronder het vervolg van mijn sample-flesjes-recuparatie-actie.
 
Auchroisk 18y 1989, 59.4%, Blackadder Raw Cask, sherry but, bottled 2007 – Speyside – 65/100
Wrang, bitter, alcoholisch. Met water granen, ziltig en zoet. Saai, valt weinig te beleven. Tegenvaller die eerste Auchroisk.
 
North British 19y Single Grain, 60.8%, 190 bottles – Speyside – 80/100
Veel graan (euh ja, niet onlogisch), maar nooit overheersend. Voldoende fruit en zoet ter compensatie, mooie balans.
 
St. Magdalene 1965/1993, 40%, G&M Connoisseurs Choice – Lowland – 91/100
Geweldig lekkere, zachte en complexe neus. Veel fruit. Tropisch fruit. Meloen en zo. Perzik. Zoet (honing), lichte rook ook. Ronduit schitterend! Zou hoog in de negentig scoren, ware het niet dat hij enkele punten verliest op de smaak. Ook die is superzacht (waar is de alcohol?) en superfruitig (fruitsla), maar is vrij snel weg, mist wat body. Nu ja, ik dronk hem na twee cask strengths. Eigenlijk verdient hij een herkansing, spijtig genoeg is het flesje leeg. Maar welke score dan? 90? Mmm… 91? Yep 91!

St. Magdalene 19y 1979 Rare Malts

St. Magdalene 19y 1979/1998, 63.8%, Rare Malts – Lowland – 92/100
Door maltmaniac number one Johannes van den Heuvel uitgeroepen tot de ultieme malt. Door mij tot een heel erg lekkere. Een voorbeeld van een whisky die water nodig heeft, zeker in de smaak, onverdund niet te drinken (puur alcohol). Met een beetje water komt de neus – die in tegenstelling tot de smaak al vrij toegankelijk is – verder open, en is ie enorm complex: zoet (karamel), fruitig, maltig, noten, hout… De smaak daarentegen kan meer water hebben. Maar dan komt ook hier de complexiteit bovendrijven: vanille, kruiden, sinaas, gekarameliseerde suiker… crème brulée! En subtiele turf. Heerlijk! Lange, wat droge afdronk met een lichte turf touch. Moeilijke whisky, maar een beauty als hem getemd krijgt.