Spring naar inhoud

Posts from the ‘Macduff’ Category

Klein vuil tastinkje

Er hebben al vaker leuke tastings plaatsgevonden ten huize Asta Morris, maar deze van vorige maandag was er toch wel eentje om in te kaderen. En neer te pennen.
Ik had zelf wat lekkers meegebracht, maar toen Bert mij duidelijk maakte dat hij zich in zijn “eigen kot door niemand laat overtreffen”, wist ik dat het een zeer fijne avond zou worden… Na wat werken op samples voor mogelijke nieuwe Asta Morris bottelingen (met als resultaat dat niets de moeite waard was – het is tegenwoordig echt wel huilen met de pet op), begonnen we aan het officieuze en plezante gedeelte. Ik heb niets genoteerd – dat zou het genieten alleen maar doorkruisen – en ga dus af op m’n herinneringen. Die nog verdacht levendig zijn. Hieronder een overzichtje van het lekkers (en of het lekker was).

 

Loch Dhu 10 'Black Whisky'Starten deden we met de Strathisla 1972/1994, 62.1%, G&M Cask, casks 7510-7512, die ook figureerde in de jongste Weedram Masters en volgens Bert nu beter tot z’n recht kwam. De neus vond ik alvast erg goed, op de smaak misschien een beetje droog. We zakten daarna meer dan 20% om uit te komen bij de Glen Garioch NAS, 43%, OB 1970′s, Samaroli Import, brown dumpy. Beter dan de meeste batchen die Lemar importeerde. En stukken beter dan de Loch Dhu 10y Black Whisky, 40%, OB 2013. Wat een draak van een whisky. Dit is toch wel van het slechtste wat er op de markt te verkrijgen is. De neus is slecht, de smaak slechter. Onder het motto ‘hoeveel off-notes kunnen we in één whisky krijgen?’, vreselijk. Alles wat hier achter kwam, zou ik geweldig vinden.

En de Glen Elgin 1975/2007, 46%, Berry’s Own Selection, Berry Bross & Rudd, casks 5167 & 5170 ís dat ook gewoon. Delicaat, smeuïg en fruitig. Nog beter was de Glendullan 31y 1966/1997, 49.7%, Cadenhead’s Authentic Collection, complexe en gelaagde sherry. Die stijgende lijn werd doorgetrokken met behulp van de Glenlivet 25y 1967/1993, 46.9%, Signatory, cask 3470, 250 bottles. Sublieme oude Speysider, complex en elegant.

Maar het kon nog beter, de Glen Grant 48y 1958/2007, 50%, G&M for La Maison du Whisky is één van de beste sherrybommen die ik al kon proeven. Zo krachtig, maar ook zo fruitig, wat een machtige sherry! De Longmorn 37y 1973/2011, 58%, The Whisky Agency, fino sherry hogshead, joint bottling with The Nectar and Three Rivers Tokyo, 252 bottles kon dat niveau niet helemaal aanhouden, maar dat was ook schier onmogelijk. Nochtans is ook dit een dijk van een whisky. Hetzelfde kan gezegd worden van de Tomatin 31y 1976, 47.2%, OB 2008, cask 19090, 107 bottles, één van de beste Tomatin 76’ers als je ’t mij vraagt, op het klassieke en geweldige tropische patroon. De Brora 24y 1977/2001, 56.1%, Rare Malts deed er niet voor onder.

Terug naar het sherrygeweld met de Aberfeldy 19y ‘Manager’s Dram’, 61.3%, OB 1991. Een topper, maar in z’n categorie kan hij niet op tegen de Glen Grant. 1969 moet zowat het beste jaar voor Longmorn zijn, iets wat de Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M for Intertrade, Turatello import, Highlander label, 420 bottles met veel overtuiging bewijst. Machtige whisky op rood fruit, noten, kruiden, koffie, oud leder, boenwas en lichte rook. Daarna volgden twee best te pruimen Laphroaig Cask Strengths, de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.8%, OB 2009, batch #001 en de Laphroaig 10y Cask Strength, 57.3%, OB 2002, red stripe. Ze vielen in ieder geval niet uit de toon in het straatje.

 

VlezekesNa de obligate ‘vlezekes’ (wat zeer denigrerend klinkt voor pata negra van de hoogste kwaliteit), werden zes kanonnen uit de kelder opgediept, waar ik gelukkig iets waardigs naast kon zetten. In volgorde hadden mijn smaakpapillen de eer en het genoegen kennis te maken met de geweldige Caol Ila 35y 1969/2004, 45%, G&M Private Collection, casks 1755 & 1760, 374 bottles (een Caol Ila 1969 nu eens niet op jonge leeftijd, en die extra rijping is alleen maar een meerwaarde), de legendarische Caol Ila 12y 1974/1986, 63%, James MacArthur, The London Scottish Malt Whisky Society, cask 74.23.1 (bestaat er Caol Ila met een hoger cult-gehalte? In ieder geval volledig terecht als je ’t mij vraagt), de Laphroaig 40y 1960, 42.4%, OB 2001, 3300 bottles (lekker, maar de 30 is beter), de Glen Cawdor 32y 1951, 46%, Samaroli, 120 bottles (waarschijnlijk Springbank, en van het meest complexe wat je kan proeven), de Glenfiddich 32y 1972/2005, 46.9%, Cadenhead’s Bond Reserve (niet de beste oude Glenfiddich, wel lekker en vooral vlot wegkappend), de Macduff 35y 1967/2003, 53.8%, Douglas Laing Platinum Selection, 528 bottles (zo goed kan Macduff dus zijn) en tenslotte de Laphroaig 31y 1974/2005, 49.7%, OB for La Maison du Whisky, 910 bottles (hèhè).

Tenslotte? Niks tenslotte, het kon immers nóg beter. Twee absolute toppers om “in schoonheid te eindigen”? Allez vooruit, omdat je aandringt. In schoonheid eindigen is een stevig understatement als je de Ardbeg 1974 ‘Provenance’, 55%, OB 29 March 2000, for Asia & US, third release en de Bowmore 37y 1964/2002, 49.6%, The Trilogy Series, Fino sherry cask, 300 bottles ingeschonken krijgt. De Provenance heb ik hier al eens besproken, de Fino nog niet.

Vermits ik nog naar huis moest bollen, hebben we het hier maar bij gelaten. Voor alle duidelijkheid, een paar van deze whisky’s waren van mij, maar ik heb me met veel genoegen laten wegblazen door wat Bert bovenhaalde.

Nog wat vleesjes en water deden m’n alcoholpercentage langzaam maar zeker onder de 0,5 promille zakken, waarop ik mij aan een tweede sessie 120 kilometer asfalt waagde. De Fino gloeide nog lang na, de glimlach kreeg ik moeilijk van m’n lippen, de muziek op de radio klonk gelaagder dan anders. Het bed was zacht, het ontwaken iets minder.

Een zeer fijne tasting

Het seizoen van onze nieuwe Fulldram-afdeling ‘Degustatie’ werd eind september op schitterende wijze ingezet met een proeverij van, jawel, enkele zeer exclusieve soorten rundsvlees (of dat is toch wat ik me heb laten vertellen), en dit onder de deskundige leiding van Filip Rondou van de gelijknamige slagerij uit Leuven. In december volgt er een top Madeira-tasting waar ik al reikhalzend naar uitkijk. Maar we zijn in de eerste plaats natuurlijk nog altijd een whiskyclub, de helft van de tastings zal dus rond whisky draaien. Zo ook vorige maandag.

Aan zeven leden werd gevraagd een whisky uit hun persoonlijke collectie in te brengen en aan Danny, lid van het eerste uur, om deze zeven whisky’s (uiteindelijk werden het er negen) in een line-up te gieten en de avond te animeren. Opdracht meer dan geslaagd. Natuurlijk wou niemand onderdoen voor de rest, wat er voor zorgde dat we volgende schitterende whisky’s (blind) voorgeschoteld kregen:

 

Na heerlijke bubbels die Philip had meegebracht, startten we met het eerste extraatje, de Glenburgie 26y 1983/2010, 48.5%, The Nectar of the Daily Drams. Ik besprak deze Glenburgie twee jaar geleden en kwam uit op een gelijkaardige score. Alhoewel hij nu een zeker old-bottle-effect (wat muf) vertoonde, wat ik indertijd niet had. Niet zo bijzonder in ieder geval.

Ook het tweede extraatje was een Glenburgie, de Glenburgie 14y 1998/2012, 59.1%, Gordon & MacPhail Reserve for Maltclan, cask 4044, 217 bottles. Deze vond ik een stuk beter. Ik dacht aan een Asta Morris botteling, wat fout bleek, maar het is wel een jonge Glenburgie, iets wat al tweemaal onder het Asta Morris label is gebotteld. Typisch jonge Glenburgie, fris en kruidig met een licht geroosterd en floraal kantje (dat laatste iets minder dan bij de AM’s). Geroosterde noten, verbrande heide, verbrande cake, maar wel subtiel. Voor de rest best fruitig (appels, perziken) en kruidig, met op de smaak en in de afdronk nog meer kruiden. Ongeveer 88/100

Macduff 12 YO 1964/1977, 80° Proof, Cadenhead dumpyDaarna volgde een jonge ouwe, de Macduff 12y 1964/1977, 80° Proof, Cadenhead, dumpy, black label. Nochtans proefde hij niet zo, hij was een stuk frisser en expressiever dan je zou vermoeden bij een twaalfjarige die al 35 jaar op fles zit. Munt en eucalyptus, olie en schoensmeer, appels en peer, gepoetst zilverwerk, tabak, dat zijn de zaken die me het meest opvielen. Vrij complex voor z’n leeftijd, en vooral erg levendig en fris. Dit was een fles die Danny zelf meehad en volgens mij de eerste Cadenhead dumpy in de geschiedenis van Fulldram. Ongeveer 88/100

Next in line was de Convalmore 30y 1975/2006, 46%, Dun Bheagan, cask 3758, 264 bottles. Ook deze proefde ik al eerder. Dit blijft voor mij een heerlijke whisky. Gelaagd, delicaat, subtiel. Eigenschappen die hem in deze line-up echter iets minder goed tot z’n recht deden komen, zeker na het geweld van wat volgt.

En dan een whisky waarvan ik enorm blij ben nog een flesje te hebben, de Yamazaki 15y 1993/2008 ‘The Cask’, 62%, OB, Puncheon white oak, cask 3Q70048, 503 bottles, ook niet nieuw voor mij. Kon doorgaan voor een veel oudere Caol Ila. Fruit (ook tropisch), turf, mineralen, olie, zilt, zachte kruiden, hij heeft het allemaal en in de juiste hoeveelheden en verhoudingen.

Het niveau blijft zeer hoog met de Glenfarclas 38y 1970/2008, 57.6%, Whiskycorner goes Mistery no 1, oloroso sherry butt, 70 bottles, op subtiele en elegante sherry, gekenmerkt door sprankelend rood fruit zoals aardbeien, bramen en kersen, romige wastoestanden, belegen eik en zachte kruiden zoals kaneel en kruidnagel. Ook wat rook van het hout en tabak. De smaak is voor z’n alcoholpercentage zacht en romig. En sappig, absoluut niet drogen dof bitter. Heel mooi. Ongeveer 90/100

Highland Park 34 YO 1971, 53%, for Binny’s USA, cask 8363Van complexe, gelaagde sherry gingen we met de Highland Park 34y 1971/2006, 53%, OB for Binny’s, USA, first fill sherry butt #8363 naar de stevigere variant. En dat is nog eufemistisch uitgedrukt. Dit is een beest van een whisky. 34 jaren op first fill sherry laten zich gelden. Koffie, chocolade, tabak, rozijnen, dadels, munt, kersen, appelsien, sappige eik, oude meubels, antiekwas, en ga zo maar door. Dat alles vermengd met zalige turfrook. En het goede nieuws is dat het ook op de smaak heel consistent en gebalanceerd blijft, op ideale leeftijd gebotteld. Een bom van complexiteit en balans. Bedankt aan de wilde weldoener om dit cultflesje met ons te delen. Ongeveer 93/100

We bleven bij sherry-gerijpte whisky met de Tomatin 34y 1976/2011, 51.3%, The Whisky Agency, refill sherry butt, 309 bottles. Zeer herkenbaar Tomatin 1976, en zeker één van de betere. Zoals ik ook al eerder kon vaststellen.

We eindigden in schoonheid met de Port Ellen 24y 1982/2007, 57.8%, Dewar Rattray for The Nectar, cask 2464, 168 bottles, een whisky die blijkbaar nog beter wordt met de tijd. Ik proefde hem voor het eerst meer dan vijf jaar geleden en heb de score ondertussen al twee keer aangepast. Veel beter dan dit wordt het niet, maar ik denk wel dat zes jaar flessenrijping hier een meerwaarde is. Een schitterend orgelpunt op een even schitterende tasting.

En dan morgen richting Oostende voor het Lindores Whiskyfest!

Macduff 1983, C&S Dram Collection

Vandaag een Macduff van C&S Dram Collection, een bottelaar die vooral in Duitsland actief is. Online te koop aan 75 euro.

 

Macduff 25 YO 1983, 56.8%, C&S Dram Collection, sherry butt #4093Macduff 25y 1983/2009, 56.8%, C&S Dram Collection, sherry butt #4093, 300 bottles
Granige neus met een wat bizarre vegetale twist. Gestoofde kool en spruiten. Muesli en havermout. En na enige tijd ook biergist. Toch ook wat fruit, onder de vorm van appelsienen en citroenen. En vanille. Maar helemaal aangenaam vind ik dit niet. Prikkelende en droge smaak op granen, noten, veel kruiden (vooral peper – de alcohol dus, maar ook zoethout) en opnieuw de biergist. Vanille zorgt voor wat zoet tegengewicht. Geen fruit meer. Droog maar weinig eik. Met water groeit de zoethout, maar fruit blijft afwezig. Vrij lange maar erg droge afdronk. Verdacht weinig complexiteit voor een 25 jaar oude whisky. Geen fouten, maar niet echt mijn ding. 75/100

Macduff 17y 1978, Signatory

En dan nu mijn beste Macduff tot op heden. Amper zeventien jaar oud, maar proeft er minstens tien meer.

 

Macduff 17y 1978/1996, 58.8%, Signatory, cask 4159, 376 bottles
Aromatische, fruitige neus: ananas, aardbeien en kokos. Daarna krijg ik tonen van zoethout en noten. Amandelen, neigend naar marsepein. Heerlijk toch wel. Zachte belegen eik en wat hars zorgen voor de nodige body. Ha, ook mos en bladeren (de herfst). Nice! Ook de smaak is nice, en meer dan dat. Mooie ronde eik onder frisse tonen van tropisch fruit, perzik, kokos en kruiden zoals munt, peper, gember en zoethout. Kaastaart? Toch iets dat er op trekt. Ik ben zot van kaastaart. Eerder lange, zoete en kruidige afdronk, met nog een fruitige comeback als je het niet meer verwacht. Mooi, mooi, mooi. 91/100

Macduff 11y 2000, Archives

En dan nu de laatste botteling uit de vierde Archives release van Whiskybase, een Macduff 2000. 55 euro kost een fles.

 

Macduff 11y 2000/2012, 48.2%, Archives, Whiskybase, refill sherry #5803, 90 bottles
De neus start op granen, vermengd met een aantal sherry-associaties, zoals daar zijn: chocolade, noten en gedroogd fruit. Rozijnen, abrikozen. Daarna komt daar warme appelmoes met kaneel bij, net als koffie, sinaas, leder en zachte eik. Die eik treedt op de smaak meteen op de voorgrond, zonder evenwel de mond volledig uit te drogen, iets wat de 2000 van Whisky-Doris wel deed. Dat is dus goed nieuws. De granen tekenen ook weer present, de chocolade, de noten (hazelnoten en okkernoten) en de rozijnen doen dat ook. Bittere sinaas en serieus wat kruiden (peper, nootmuskaat) vullen aan. Tabak. De balans slaat nu toch meer door naar het droge. Vrij lange, droge afdronk. Naar het einde toe moet hij de rol toch wat lossen. Is droge sherry je ding, dan zal je dit echter erg kunnen smaken. 82/100

Macduff 21y 1990, A. Dewar Rattray

A. Dewar Rattray heeft een wel een zeer groot aantal bottelingen uitgebracht. De meeste daarvan waren gewoon lekker tot zeer lekker, maar er is er toch één die uit de band wil springen.

 

Macduff 21y 1990/2011, 59.4%, A. Dewar Rattray, Bourbon Hogshead #1424, 262 bottles
Mmm, de neus neemt geen al te geweldige start. Veel granen vermengd met karton, natte kranten en nat hout. Daaronder ontwaar ik enkel wat honing en gele appels, maar daar moet ik al moeite voor doen. Spijtig genoeg is de smaak niet veel beter. Integendeel. Bierbeslag, gist, granen… vrolijk wordt ik daar niet van. Alcoholisch. Opnieuw gele appels. Cider misschien ja. Peper naar het einde, maar dat is gewoon de alcohol die spreekt. De afdronk is lang. Te lang. Ik kan niet zeggen dat er fouten in deze whisky zitten, maar dat brengt ‘m nog niet in de buurt van wat ik lekker zou kunnen noemen. Duffe Macduff. 72/100

Macduff 12y 2000, The Whiskyman for Pin’Art

Vandaag een Macduff 2000. Niet de eerste Macduff 2000 die verschijnt natuurlijk, wel één van de eerste drie bottelingen onder het Classic Label van The Whiskyman, naast de Clynelish 1997 en de Bowmore 2000 voor Whiskysite.nl.

 

Macduff 12y 2000/2012, 51.6%, The Whiskyman for Pin’Art, refill sherry hogshead, 109 bottles
Zachte en wat droge sherryneus die langzaamaan omslaat in zoet-fruitig. Warme appelmoes, appelsienenconfituur en abrikozencompot krijg je dan. Allez, ik toch. Rozijnen. Gekonfijte gember (prikkelend kruidig en toch ook zoet). Onderliggend leder en zachte eik. Niet complex, wel aangenaam. Op de smaak bittere en zoete tonen, mooi in evenwicht. Rozijnen, gedroogde abrikozen, kruiden, eik, okkernoten… drogend naar het einde. Lange, eerder droge afdronk. Het fruit dooft vrij snel uit. Mocht op de smaak iets voller en ronder zijn, maar lekkere whisky is dit zeker wel. 85/100

Macduff 11y 2000, Whisky-Doris

Vandaag een Macduff 2000, eind vorig jaar gebotteld door Whisky-Doris. Nu ja, dat kon je ook wel afleiden uit hetgeen hieronder staat.

 

Macduff 11y 2000/2011, 54.8%, Whisky-Doris, sherry butt, 246 bottles
Granige sherryneus. Een combinatie dus van granen (muesli bv.) met typische sherry-associaties zoals tabak, leder, koffie en noten. Het is pas in tweede instantie dat er zoetere elementen naar voor komen, zoals daar zijn: honing, sinaas en rozijnen. Nat hooi en munt komen er ook nog bij. Notenlikeur. De smaak is erg droog en bitter, met behoorlijk wat taninnes (druivenpitten, kastanjes). Van de neus kon ik nog genieten, van de smaak niet meer. Veel kruiden ook, pijptabak en sterke koude koffie. Onrijpe bessen. Wat buskruit zelfs (was me op de neus niet zo is opgevallen). Spijtig genoeg een lange afdronk, bitter en zelfs wat zuur. Best oké op de neus, maar op de smaak en in de afdronk verliest hij grandioos het pleit. 76/100

Back to reality – Fulldram ledentasting

Het leven gaat verder, zo zegt men. Maar het zal niet helemaal meer het leven zoals voordien zijn. Ik kan me voorstellen dat er heel wat lezers zijn die niet weten waarom deze blog bijna twee weken heeft stilgelegen. Wel, dat had te maken met het fatale busongeval van dinsdagavond vorige week om 9u15 nabij Sierre, Zwitserland, een bus waarop ook mijn oudste zoon zat. Met veel schroom naar diegenen die veel minder geluk gehad hebben, kan ik zeggen dat Simon het fysiek goed stelt. Het verlies van twee van z’n beste vrienden echter, van z’n meester Frank waar hij enorm naar opkeek, van de andere klasgenootjes (ruimtevaardertjes die niet meer naar school zullen komen), de traumatische ervaringen in de bus… het zijn zaken die maken dat het leven voor hem, maar ook voor ons, niet helemaal hetzelfde zal zijn.
Laat me het leven echter opnieuw opnemen met één van de meest futiele dingen in mijn leven, whisky. Sinds onze terugkomst uit Zwitserland heb ik nog geen druppel gedronken, zelfs nooit de behoefte gehad me een dram in te schenken. Ik merk dat daar stilaan verandering in komt, en dat is goed. Ik begin echter met een verslagje van de Fulldram ledentasting van maandag 12 maart, een verslag dat ik de avond erop al grotendeels rond had, maar een telefoontje enkele uren later heeft dit twee weken in koelkast doen belanden.

 

Danny en Alex Eekelaers namen de honneurs waar in Tasttoe, Kampenhout. Ze kregen van het bestuur een mooi bedrag en carte blanche om een leuke tasting in elkaar te boksen. En dat is het ook geworden. Ze legden de lat voor zichzelf wel behoorlijk hoog door zes whisky’s te schenken die volgens hen door minstens 1/3 van de leden telkens 90 punten of meer zouden krijgen. Deze zes whisky’s werden gepresenteerd in koppels, twee uit Speyside, twee uit de Highlands en twee van de eilanden, en dat alles blind geschonken. Daarenboven werd geopteerd voor whisky’s van één en dezelfde bottelaar, die nog niet vaak aan bod was gekomen in onze club. Dat bleek The Whisky Fair te zijn, een label uit de stal van The Whisky Agency. Hieronder een verslagje van deze toch wel bijzonder geslaagde tasting.

 

Als aperitief schonk het bestuur de Glen Grain Class 2000/2011, 50%, Malts of Scotland, first batch uit, een vatting van vier sherryvaten North British grain whisky. Een whisky die maar matig ontvangen werd. Veel granen (nu ja), alcohol en ook lijm (Velpon) zijn me bijgebleven. Na enige tijd kwam hij iets meer open (tuinkruiden en zoete tonen), maar lekker werd het nooit. 70/100

 

Wat volgde was dus wel lekker, en eigenlijk ook meer dan dat. De familie Eekelaers ging van start met Speyside whisky’s. Het bleken, net zoals bij de andere koppels, twee verschillende profielen te zijn. De eerste whisky werd op het einde onthuld als de Tomatin 30y 1977/2007, 48.6%, The Whisky Fair, bourbon hogshead, 223 bottles. Deze heeft een erg fruitige neus (roze pompelmoes, mango, ananas), vermengd met kandij, yoghurt en rozenbottel. Ook op de smaak speelt het fruit de eerste viool. Zoet en tropisch fruit. Niet erg complex, maar wel zeer lekker en zeer drinkbaar ook. Ja, achteraf gezien toch wel typisch Tomatin uit deze periode, alhoewel het niet de veel gekendere 1976 vintage betrof. Maar is Tomatin geen Highland whisky? En haalt ie de negentig? Wel ja, voor mij net, lang getwijfeld, 89 of 90, maar uiteindelijk dus met de hakken over de sloot. 90/100

De tweede helft van dit Speyside koppel werd gevormd door de Inchgower 36y 1974/2010, 50.4%, The Whisky Fair, sherry wood, 180 bottles, wat trouwens ook de tweede helft is van de botteling van The Whisky Agency (hetzelfde vat, hetzelfde moment gebotteld, hetzelfde alcoholpercentage, gewoon een ander label), een whisky die onmiddellijk uitverkocht was. Deze is dus, net zoals de andere in de line-up, nog steeds te koop. Het is maar dat je het weet. Nu ja, de Whisky Agency botteling is door Serge besproken (en met 91/100 meer dan goed bevonden), de Whisky Fair versie niet. Dat scheelt. Voor mij was het de winnaar in deze battle, vooral omwille van de veel grotere complexiteit, de mooie evolutie in het glas en natuurlijk ook omdat het gewoon geweldig lekkere whisky is. De belangrijkste associaties die ik opgeschreven ben, zijn kruiden (ook tuinkruiden), citrus, honing, natte bladeren, eik en lichte rook. Een erg fris, levendig profiel. 91/100
 

Vervolgens namen de heren ons mee naar de Highlands (alhoewel we daar al even beland waren), met de Royal Lochnagar 37y 1972/2009, 50.7%, The Whisky Fair and Three Rivers bar, 126 bottles, die uiteindelijk bij de stemming de winnaar van de avond werd. Een typisch oud Highland profiel, dat me spontaan aan Clynelish uit deze periode deed denken. Zoet (marsepein), fruitig, waxy, floraal, op een ondergrond van mooie sappige eik. Op de smaak aangevuld met kruiden. Ronde, romige, erg elegante en complexe whisky, een absolute topper. 92/100

Deze parel werd vergezeld door de duurste whisky van de avond, de Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles, een whisky gekenmerkt door kruiden (veel kruiden), banaan en zoete tonen. Toen bekend werd welke whisky het was, was ik toch opgelucht dat ik deze exact dezelfde score gaf dan een dikke twee maanden geleden. Geluk? Nee, expertise! Oké, hier zou een smiley moeten volgen. 91/100

 

Tot slot bezochten we de eilanden. Islay lijkt dan een evidente keuze, maar we kwamen terecht op Skye en Mull. Beide eilanden (waar Skye sinds de bouw van de brug eigenlijk een schiereiland is geworden – bedankt om dit te vermelden Alex, dat maakte het raden naar distilleerderij toch wel wat makkelijker) hebben maar één distilleerderij, respectievelijk Talisker en Tobermory. De eerste whisky luisterde naar de wat mysterieuze naam Talimburg 20y 1986/2006, 43.8%, The Whisky Fair (Artist Edition), 240 bottles. Een samentrekking van Talisker en Limburg, het stadje waar The Whisky Fair resideert. De goedkoopste botteling in de line-up trouwens. Dit is een profiel waar ik volledig weg van ben. Niet geweldig complex, maar o zo mooi. Ronde, zoete turf en mineralen (heeft echt wel wat weg van Riesling), vergezeld van zoet fruit zoals ananas en rode appels, en planten. Op de smaak komt daar dan nog wat zilt en peper bij. Niet iedereen was hier echter even wild van, hij eindigde voorlaatste in de eindrangschikking. Ik vind het super. 92/100

Na deze Talisker, viel de Ledaig 33y 1973/2006, 48%, The Whisky Fair, bourbon hogshead, 281 bottles mij een beetje tegen, maar dat lag vooral aan z’n gangmaker. Zeer lekkere whisky, daar niet van, maar toch een trapje lager. Weer zo’n twijfelgeval tussen 89 en 90. Had ‘m eerst op 90 staan, maar hij moet het uiteindelijk met een puntje minder stellen. Zachte ronde turf op de neus, net als gerookt vlees, kruiden, eik en een beetje boenwas. Meer fruit op de smaak: sinaas, aardbei. Ook de eik en de turf zijn dominanter. Complexer dan de Talisker, zeker, maar minder mijn ding. 89/100

 

Aangezien de heren gans het budget aan deze zes flessen gespendeerd hadden, mochten we Stijn dankbaar zijn dat hij nog een extraatje bij had, dat dienst kon doen als toetje. Rarara, wat had hij bij? Z’n eigenste Macduff 14y 1997/2012 ‘Freyr’, 50%, Lord of the Drams, sherry, 104 bottles natuurlijk. Een whisky die niet helemaal tot z’n recht kwam na de voorgaande kanonnen. Hij is daarenboven amper half zo oud dan het voorgaande geweld. Het is ook een ander profiel, met de nadruk op zoete granigheid.

 

Uit de einduitslag bleek dat de whisky’s erg dicht bij elkaar lagen, het waren dan ook alle zes toppers. Opzet geslaagd dus. En wat meer is, allemaal nog verkrijgbaar via de shop van TWF. De finale rangschikking voor de groep was:

  1. Royal Lochnagar 1972
  2. Tomatin 1977
  3. Ben Nevis 1966
  4. Ledaig 1973
  5. Talimburg 1986
  6. Inchgower 1974

 

Billy Bragg & Macduff

Hoog tijd voor een streepje muziek, was weer veel te lang geleden. Billy Bragg (op bijgaande foto: Jeroen Moernaut binnen 20 jaar), dat is jeugdsentiment maar toch ook nog veel actueel luistergenot. Ik had zonet het wondermooie Way over Yonder in the Minor Key spelen dat hij samen met Wilco opnam, een recenter nummer. Maar ik grijp zeker even graag terug naar z’n ouder werk. Zoals Back to Basics wat ik nu afspeel, een verzamelalbum van z’n eerste drie platen, uit 1987. Man, we worden oud…

En Billy Bragg nog ouder, want hij werd geboren in 1957, als Steven William Bragg. Eerst speelde hij in een aantal bandjes waaronder het mede door hem opgerichte Riff Raff, om na z’n legerdienst solo als Billy Bragg te debuteren met Life’s a riot with spy vs. spy. Na zich bij John Peel (BCC) binnengewerkt te hebben, groeide z’n populariteit, benefietoptredens voor stakende mijnwerkers en andere sociale acties droegen hier nog verder toe bij.
Bragg trad meestal solo op, maar ook op z’n eerste albumopnames begeleidde hij zichzelf enkel op een (aftandse) gitaar. Op latere albums zoals het knappe Don’t Try This at Home werd hij echter begeleid door een band. Enkele jaren radiostilte – na vader te zijn geworden – luidde een nieuwe periode in. Hij wierp zich o.a. op het werk van Woody Guthrie en trad op met z’n nieuwe band The Blokes. Vanaf 2003 speelde hij weer meestal solo. Z’n laatste plaat uit 2008 kreeg de titel Mr Love & Justice mee.

Bragg’s muziekgenre laat zich niet eenvoudig omschrijven, hij is eigenlijk een genre op zich. De invloeden in z’n muziek komen zowel uit de folk als uit de punk. Zijn sociaal engagement vind je ook terug in z’n teksten. Deze zijn vaak maatschappij- en politiek-kritisch, hij schopt graag tegen de schenen van het establishment en vertegenwoordigers van het kapitaal. Laat ons zeggen dat hij zich perfect in z’n vel voelt als ‘working class hero’. Dit links engagement zorgde er trouwens voor dat Bragg één van de weinige artiesten was die tijdens de Koude Oorlog achter het Ijzeren Gordijn Gordijn kon optreden.
Billy Bragg’s bekendste nummers zijn waarschijnlijk Sexuality en A New England, dat nog gecoverd werd door Kirsty MacColl.
Toch wel een prachtige plaat die Back to Basics (Which Side Are You On, The Man In The Iron Mask, Island Of No Return, Between the Wars… klassiekers). En weet je wat ik ook prachtig vind, de nieuwe Macduff 1980 van Malts of Scotland. Samen met de twee Caperdonichs 1972 en de Glen Keith 1970 voor mij zowat de vaandeldrager van de nieuwe releases.

 

Macduff 30y 1980/2011, 54.1%, Malts of Scotland, Bourbon Hogshead #6707, 175 bottels
Njummie, die neus is goed! Sappig fruitig. Rijpe peren. Banaan. Ananas. Dat fruit vermengt zich met acaciahoning, geroosterde noten en geboend leder. Geroosterde granen ook, en toast. Pollen. Nat hout. Zéér mooie neus. Zachte, romige smaak die start op gestoofd fruit, mandarijn, verse vijgen en cake. Na enige tijd rozenbottel, rabarber en licht tropische smaken. Meloen. De ananas opnieuw. Zachte kruiden op de achtergrond en een beetje eik, maar ook dat achterliggend. Middellange, fruitige afdronk met nootmuskaat en zoethout. Zeer mooie Macduff. 139 euro. 89/100

Macduff 2000 for The Bonding Dram

Na een Laphroaig 1996 heeft The Bonding Dram – ondertussen een gevestigde waarde in het Belgische whiskylandschap – een tweede eigen botteling uit, dit keer een Macduff 2000. Deze Macduff werd door Jeroen en aanhang geselecteerd uit een reeks vatstaaltjes van de Creative Whisky Company, onafhankelijke bottelaar en geesteskind van David Strik (ex-Whisky Magazine en al even ex-Cadenhead). Exclusive Malts is één van de reeksen van de CWC.

 

Macduff 10y 2000, 56.5%, Exclusive Malts (CWC) for The Bonding Dram, sherry cask #3525, 200 bottles
Mooie zoete en fruitige sherryneus. Het eerste waar ik aan denk is warme appelmoes met kaneel. Mijn jongste zoon is er zot van. Ik heb ‘m dan ook aan mijn glas laten ruiken… blijkbaar denkt hij er anders over. Vers gebakken speculaas en peperkoek. Er zijn dus ook kruiden te ontwaren. Gebakken banaan doemt op. Nogal wat gebakken en ‘warme’ associaties als ik het zo bekijk. Appelstrudel. Uit de oven, inderdaad. Een heel klein beetje rubber, juist genoeg om alleen maar een meerwaarde te zijn. Ha, iets licht floraals ook. Rozenbottel denk ik. Yep, that’s it, rozenbottel. Laat me wat water toevoegen, dit is uiteindelijk whisky op meer dan 56%. Mmm, het geheel wordt stroperiger, de kruiden verhuizen wat naar de achtergrond, maar voor mij wordt het niet beter, integendeel. Het was trouwens al goed genoeg. Proeven nu. Stevig, rond, romig mondgevoel. Bitterzoet is de teneur. Veel kruiden à la peper, nootmuskaat en gember, gekonfijte gember. O ja, duidelijk. Wat nog? Honing, wat hout, cassis en vijgen. Licht drogend. Hier is water wel een optie, alhoewel zeker niet noodzakelijk, ik vind hem niet per se beter mét. Anders, dat wel. De balans tussen het zoete en het fruitige aan de éne kant en het bittere en kruidige aan de andere kant slaat met een beetje water wat meer door naar het eerste. Het is maar wat je wil. Dus: onversneden – toch een mooi woord – ruiken en al dan niet licht versneden drinken al naargelang je smaak, dat is de boodschap. Best lange, kruidige afdronk, met het zoete dat aanwezig blijft. Zeer lekkere whisky, en voor 50 euro… wel, kopen die handel! 89/100

Macduff 1984, Thosop

Macduff 1984/2009, 54.9%, Thosop import, bourbon cask, 120 bottles – Speyside
Cleane neus met hout, vers gezaagd hout that is, bloesems, granen en honing. Evolueert richting hars en vernis. Zelfs wat nagellakverwijderaar. Zure groene appels. Mmm, mixed feelings bij deze neus. De smaak is vrij scherp op peper en Jägermeister (da’s lang geleden!). Toch effe water proberen. Ja, dat is beter, zachter vooral. In de neus komen de bloesems en de honing nog meer naar voor, in de smaak eucalyptus, kamille en andere planten. Een toefje zout. Middellange, kruidige afdronk. Geen makkelijke whisky, maar met water best genietbaar. 82/100

Een bataljon standaardbottelingen

Het gebruik van het woord ‘bataljon’ is niet toevallig. Militaire termen geven mijn blog hopelijk een grotere overlevingskans.*

 
Glendronach 12y, 40%, OB 2008 – Speyside – 73/100
Zacht zoete whisky. Malt, vanille, hout, noten, zilt… Sherry? Aardig.
 
Royal Lochnagar 12y, 40%, OB 2007 – Highland – 68/100
Neus: granen, hout, fruit, lichte rook. Kruiden? Niets bijzonder. Hetzelfde kan gezegd worden over de smaak. Maltig, hout, zoet… behoorlijk saai eigenlijk. Droge (te droge) afdronk.
 
Glenkinchie 12y, 43%, OB 2007 – Lowland – 67/100
Eén van de Classic Malts, één die ik nog niet heb gehad. Neus: zoet, erg zoet. Honing. Granen, muesli. Perzik. Smaak: zacht met weerom honing, maar ook wat fruit (groene appels) en hout. Korte droge afdronk. De mindere middelmaat.
 
Auchentoshan Classic, 40%, OB 2008 – Lowland – 62/100
Saaie, platte malt. Granen, vanille, citrus… allemaal weinig uitgesproken. Kan me niet bekoren.
 
Cardhu 12y, 40%, OB 2007 – Speyside – 60/100
Lichte neus, zo licht dat er weinig waar te nemen valt. Citrus? Bloemen? Wat onbestemd zuur en zoet. Granen, ja, dat wel. Zwakke neus. Smaak is niet veel beter. Granen en vanille. En daar blijft het wat mij betreft bij. Korte, wat bittere afdronk. Snel vergeten deze Cardhu.
 
Glen Deveron 10y 1992, 40%, OB 2002 – Speyside – 56/100
MacDuff. Lijkt me minder dan de vorige editie, maar kan niet meer vergelijken, wat ik nu ook niet erg vind.
 
*Niet vertrouwd met de Belgische actualiteit? Gelieve deze opmerking dan straal te negeren.

Angel’s share

Vaten waarop whisky rijpt zijn nooit luchtdicht. Doorheen de poriën van het hout zal de whisky smaken en geuren uit de omgevende lucht opnemen. Zo zal een vat dat rijpt aan zee een andere whisky geven dan een whisky gerijpt in het binnenland.
Maar de luchtdoorlaatbaarheid van de vaten heeft ook tot gevolg dat een deel van de alcohol door het hout heen verdampt en vervliegt. De vervlogen alcohol wordt ook wel eens de ‘angels share’ genoemd (volgens mijn dochter worden we na onze dood allemaal engelen, zowaar een zalig vooruitzicht).
Door dit vervliegen zal het alcoholpercentage tijdens het rijpen verminderen. In Schotland is het standaard alcoholpercentage waarop de whisky op vat wordt gedaan 63,4%. Vroeger lag dat percentage hoger (70% of meer). Na verloop van tijd verlaagt dit percentage, tot onder 40% als men een vat uit het oog verliest. Onder 40% is whisky geen whisky meer.
De vatsterkte van een oude whisky zal dus over het algemeen lager liggen dan dat van een jonge whisky.

 
Macduff 37y 1969/2007, 40.6%, Duncan Taylor Old Lonach – Speyside – 73/100
De bottelingen uit de Lonach serie van Duncan Taylor bevatten casks uit diverse jaren van één distilleerderij waarvan er een aantal under strength waren (<40%) en dus op zich niet gebotteld kunnen/mogen worden. Heb geen specifieke nota’s genomen van deze whisky, maar gezien de score die ik wel genoteerd heb, lijkt me dit niet erg.

Enkele klassiekers – de letter G

Glen Deveron 10y 1989, 40%, OB 1999 – Speyside – 60/100
Glen Deveron is een brand van de MacDuff distilleerderij. Maltig, droog. Korte afdronk. Niet slecht voor z’n prijs, maar de prijs ligt dan ook niet hoog.
 
Glenfarclas 10y, 40%, OB 2006 – Speyside – 76/100
Neus is bitterzoet. Gebrande karamel. Crème brûlée. Lichte rook. Volgens mij een sherry vat. Ook wat karamel in de smaak, naast hout en fruit. Droge, kruidge, middellange afdronk. Een ideale after-dinner malt.
 
Glenfiddich 12y Special Reserve, 40%, OB 1997 – Speyside – 58/100
Spreek uit ‘Glen-fiddie’. Tja, iedereen heeft ‘m al wel eens geproefd. Massaproduct, grootste gemene deler. Vlakke, weinig uitgesproken smaak. Mist duidelijk karakter. Kan doorgaan voor een goeie blend…