Spring naar inhoud

Berichten van Johan

Een bataljon standaardbottelingen

Het gebruik van het woord ‘bataljon’ is niet toevallig. Militaire termen geven mijn blog hopelijk een grotere overlevingskans.*

 
Glendronach 12y, 40%, OB 2008 – Speyside – 73/100
Zacht zoete whisky. Malt, vanille, hout, noten, zilt… Sherry? Aardig.
 
Royal Lochnagar 12y, 40%, OB 2007 – Highland – 68/100
Neus: granen, hout, fruit, lichte rook. Kruiden? Niets bijzonder. Hetzelfde kan gezegd worden over de smaak. Maltig, hout, zoet… behoorlijk saai eigenlijk. Droge (te droge) afdronk.
 
Glenkinchie 12y, 43%, OB 2007 – Lowland – 67/100
Eén van de Classic Malts, één die ik nog niet heb gehad. Neus: zoet, erg zoet. Honing. Granen, muesli. Perzik. Smaak: zacht met weerom honing, maar ook wat fruit (groene appels) en hout. Korte droge afdronk. De mindere middelmaat.
 
Auchentoshan Classic, 40%, OB 2008 – Lowland – 62/100
Saaie, platte malt. Granen, vanille, citrus… allemaal weinig uitgesproken. Kan me niet bekoren.
 
Cardhu 12y, 40%, OB 2007 – Speyside – 60/100
Lichte neus, zo licht dat er weinig waar te nemen valt. Citrus? Bloemen? Wat onbestemd zuur en zoet. Granen, ja, dat wel. Zwakke neus. Smaak is niet veel beter. Granen en vanille. En daar blijft het wat mij betreft bij. Korte, wat bittere afdronk. Snel vergeten deze Cardhu.
 
Glen Deveron 10y 1992, 40%, OB 2002 – Speyside – 56/100
MacDuff. Lijkt me minder dan de vorige editie, maar kan niet meer vergelijken, wat ik nu ook niet erg vind.
 
*Niet vertrouwd met de Belgische actualiteit? Gelieve deze opmerking dan straal te negeren.

Bert Bruyneel heeft gelijk

Die Benriach 1976/2006 voor La Maison du Whisky ís dus gewoon een onvoorstelbaar lekkere whisky! Bert doet daar al geruime tijd erg lyrisch over, maar ik had ‘m tot op heden nog niet kunnen proeven. Op het Lindores Whiskyfest vorige maand kwam het er eindelijk van, en ik was dermate onder de indruk dat ik de rest van de fles – ook al was het spijtig genoeg maar 4cl – mee naar huis heb genomen. Ondertussen zijn die 4cl al gehalveerd, want heb mezelf gisteren het gezelschap van de helft ervan gegund.

 
Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for La Maison du Whisky, cask 3557, 222 bottles – Speyside – 95/100
Man, wat een sublieme neus! Fruitbom. Sinaas, pompelmoes, appel, passievrucht, ananas… you name it, het zit er allemaal in. Maar daar blijft het niet bij, hij is ook zoet (honing), heeft iets van bloemen (vraag me niet welke, fauna & flora was nooit mijn sterkste terrein), boerderij? Blijft maar evolueren… Een subtiele hint van turf, kwestie van het plaatje helemaal af te maken. Al evenveel fruit in de smaak, zelfde soorten als in de neus. Vanille. Peper ook, meer naar het eind. Superieure Earl Grey. Geloofd zij de Heer! Ik ga niet snel nog iets beters drinken denk ik. Schitterende finish, lang en – hoeft het gezegd – superfruitig. En deze Benriach is oh zo vlot drinkbaar. Man, dit is smullen! Die resterende 2cl zijn vrees ik geen lang leven beschoren…
 

Wie een fles weet staan, laat het me aub weten. Een volle welteverstaan, een (bijna) lege heb ik dus al.

Nog wat oud geweld

Glen Elgin 1968/2005, 46%, G&M Connoisseurs Choice – Speyside – 84/100
Neus: hout, rubber (ja, het is een sherryvat), fruit (peer), honing, kruiden. Smaak: sherry, lichte rook, peper. Droge afdronk. Meer dan geslaagde kennismaking met Glen Elgin.
 
Royal Brackla 16y, 57%, OB for Italy, Bonfanti (Zenith) import, bottled +/- 1980, 3600 bottles, 75 cl – Highland – 84/100
Mijn eerste Royal Brackla is een Italiaanse oldie. Een lekkere. Erg fruitige neus (appel, abrikoos, perzik) met ook wat hout en honing. Iets bloesemigs ook, fruitgaard in bloei. De smaak kan wat water hebben, alhoewel ook zonder best te pruimen. Weerom veel fruit (zelfde als in de neus), wat zoet en peperig. Peper gaat voort in de middellange afdronk.
 
Glen Albyn 1968, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice, 75 cl – Highland – 83/100
Zou een botteling zijn van rond 1990, whisky was dus minstens 20 jaar oud. Lekkere sherry met een subtiele turftoets. Vooral de neus en de afdronk blijven bij.

Enkele peaty Douglas Laings

Ardbeg 10y 1996/2006, 50%, DL OMC, 331 bottles – Islay – 82/100
Voor een Ardbeg een erg lichte neus. Licht maar toch complex. Graan, kruiden, beetje zoet, rook en maar een lichte hint van turf. Daarna ook fruit. Citrus. Turf komt langzaam meer zeker naar boven. Smaak is minder complex, eerder droog en beetje zoet met duidelijke turf. Droge, ietwat bittere afdronk.
 
Brora 18y 1981/1999, 50%, DL OMC, 335 bottles – Highland – 92/100
Dit is Clynelish met een zalige Brora touch. De neus heeft de ‘waxyness’ van Clynelish met de lekkere, subtiele turf van Brora. Voorts is ie fris en zoet. Honing, vanille, bloemen, fruit (perzik, abrikoos, beetje citrus), boenwas en zachte turf dus. Iets van nat hooi ook. Heerlijk is dit! Krachtige en frisse smaak met granen, vanille en zilt. Daarna komt de turf bovendrijven. Eerst subtiel en dan alsmaar ruiger. Nice! Zalige, lange afdronk met terugkerende rook. Blijkbaar maakte Brora in z’n laatste jaren (begin jaren 80 – distilleerderij gesloten in 1983) toch nog enkele geturfde batches. Deze is duidelijk verschillend van de Brora’s van de jaren 70, maar kan er zonder blozen naast gaan staan.
 
Laphroaig 18y 1988/2006, 50%, DL OMC, Rum finished, 328 bottels – Islay – 79/100
Rum finished??? Ben benieuwd! De klassieke Laphroaig kenmerken, medicinaal, zilt, zeewier… zijn er wel, maar absoluut niet uitgesproken. Neus is erg ‘bloemig’ en fris. En ja, de rum is duidelijk aanwezig. Behoorlijk on-whisky. Ook de smaak is dat. Beetje turf en rook, maar ook wat zoet (marsepijn?) en bitter (sinaasappelschil). Levertraan? Hu, jeugdtrauma! Zoet-bittere afdronk. Op z’n minst speciaal te noemen. Moeilijk te scoren.

Twee officiële Balvenies

Balvenie 15y ‘Single Barrel’, 47.8%, OB 2005 – Speyside – 80/100
Hout in de neus, net als bloemen. Peper ook. Hint van rook. Krachtige smaak met vanille, honing, wit fruit (appel, peer), boter. Complex. Lange afdronk. Lekkere whisky. Wel net een ietsje minder dan de Double Wood.
 
Balvenie 30y ‘Thirty’, 47.3%, OB 2004 – Speyside – 88/100
Neus met allerlei fruit: appel, pompelmoes, perzik… Daarnaast hout, vanille, bloemen. Complex dus. Stevige smaak, met ook hier hout (droog). Behoorlijk wat zoete toetsen (honing), peer, chocolade. Vrij lange, wat zoete, maar ook kruidige afdronk. Best lekker, maar voor 400 euro bestaat er beters…

Angel’s share

Vaten waarop whisky rijpt zijn nooit luchtdicht. Doorheen de poriën van het hout zal de whisky smaken en geuren uit de omgevende lucht opnemen. Zo zal een vat dat rijpt aan zee een andere whisky geven dan een whisky gerijpt in het binnenland.
Maar de luchtdoorlaatbaarheid van de vaten heeft ook tot gevolg dat een deel van de alcohol door het hout heen verdampt en vervliegt. De vervlogen alcohol wordt ook wel eens de ‘angels share’ genoemd (volgens mijn dochter worden we na onze dood allemaal engelen, zowaar een zalig vooruitzicht).
Door dit vervliegen zal het alcoholpercentage tijdens het rijpen verminderen. In Schotland is het standaard alcoholpercentage waarop de whisky op vat wordt gedaan 63,4%. Vroeger lag dat percentage hoger (70% of meer). Na verloop van tijd verlaagt dit percentage, tot onder 40% als men een vat uit het oog verliest. Onder 40% is whisky geen whisky meer.
De vatsterkte van een oude whisky zal dus over het algemeen lager liggen dan dat van een jonge whisky.

 
Macduff 37y 1969/2007, 40.6%, Duncan Taylor Old Lonach – Speyside – 73/100
De bottelingen uit de Lonach serie van Duncan Taylor bevatten casks uit diverse jaren van één distilleerderij waarvan er een aantal under strength waren (<40%) en dus op zich niet gebotteld kunnen/mogen worden. Heb geen specifieke nota’s genomen van deze whisky, maar gezien de score die ik wel genoteerd heb, lijkt me dit niet erg.

St. Magdalene 19y 1979 Rare Malts

St. Magdalene 19y 1979/1998, 63.8%, Rare Malts – Lowland – 92/100
Door maltmaniac number one Johannes van den Heuvel uitgeroepen tot de ultieme malt. Door mij tot een heel erg lekkere. Een voorbeeld van een whisky die water nodig heeft, zeker in de smaak, onverdund niet te drinken (puur alcohol). Met een beetje water komt de neus – die in tegenstelling tot de smaak al vrij toegankelijk is – verder open, en is ie enorm complex: zoet (karamel), fruitig, maltig, noten, hout… De smaak daarentegen kan meer water hebben. Maar dan komt ook hier de complexiteit bovendrijven: vanille, kruiden, sinaas, gekarameliseerde suiker… crème brulée! En subtiele turf. Heerlijk! Lange, wat droge afdronk met een lichte turf touch. Moeilijke whisky, maar een beauty als hem getemd krijgt.

Bowmore

Bowmore, daar moeten we het toch ook eens over hebben. Ze hebben daar schitterende whisky gemaakt – zeg maar van het beste wat er ooit gestookt is – maar ook serieus wat bocht.

 
Bowmore
 

Bowmore is één van de oudste en grootste distilleerderijen van Schotland. Het ligt in het gelijknamige dorp op het Island Islay, aan de oevers van Loch Indaal. De naam Bowmore betekent ‘groot rif’ of ‘zeerots’.
Het was éne Simpson die de distilleerderij oprichtte in 1779. Van die eerste jaren is er weinig informatie voorhanden. In 1837 werd het bedrijf overgenomen door William en James Mutter, welke de distilleerderij verder uitbreidden. James Mutter was vice consul en vertegenwoordigde het Ottomaanse rijk, Portugal en Brazilië via hun consulaten in Glasgow.
In 1892 nam een zekere Joseph Robert Holmes Bowmore over. In 1925 kocht J.B. Sheriff & Co de distilleerderij om het in 1950 opnieuw te verkopen aan William Grigor & Son Ltd.. Gedurende de twee wereldoorlogen lag de productie stil. Tijdens WOII deden de gebouwen trouwens dienst als uitvalsbasis voor de RAF Coastal Command (o.a. watervliegtuigen).
Na het faillissement in 1963 ging Bowmore deel uitmaken van Stanley P. Morrison, later omgevormd tot Morrison Bowmore Distillers Ltd. (samen met o.a. Auchentoshan en Glen Garioch). Deze holding is sedert 1994 eigendom van de Japanse gigant Suntory.

Bowmore heeft z’n eigen moutvloer en droogt z’n gemoute gerst gedeeltelijk op een turfvuur, resulterend in een fenolengehalte tussen 18 en 25 p.p.m.. Omdat de gerstproductie op Islay onvoldoende is, voert het ook (reeds gemoute) gerst in. Bowmore heeft met twee wash stills en twee spirit stills een jaarlijkse productie van ongeveer 2 miljoen liter. De whisky wordt gebotteld in Springburn (Glasgow), voor een groot deel als single malt whisky. Een deel wordt ook gebruikt voor blends als Black Bottle, Islay Legend of King Pride.

De distilleerderij brengt een uitgebreid aanbod aan leeftijden en finishes op de markt, die niet allemaal een even consistente kwaliteit bieden. Over het algemeen wordt de whisky gekenmerkt door een rokerig en zilt aroma, duidelijk minder zwaar geturfd dan de drie zuiderburen op Islay, maar anderzijds wel meer dan een gemiddelde Bruichladdich of Bunnahabain.
Om één of andere bizarre reden hebben distillaten van de jaren 80 vaak een zeeparoma, wat niet echt bevorderlijk is voor de smaak… Indien je echter de hand kan leggen op een distillaat van de jaren zestig (of ouder), weet dan dat je waarschijnlijk een pareltje in bezit hebt.

In september 2007 heeft het veilingshuis McTear’s een 157 jaar oude Bowmore geveild voor 29.400 pond (op dat moment een slordige 41.500 euro), meteen de duurste whisky ooit. Hieronder mijn proefnotities… van, ahum, iets anders:

 
Bowmore 16y 1989 Cask Strength, 51.8%, OB 2005 – Islay – 77/100
Mooi rokerig in de neus. Lichte turf ook. Smaak is minder. Zeep? Wat ziltig ook, naast de vanille en het fruit. Drop. Kruidig in de lichte maar elegante afdronk. Niet slecht (zeker wat de neus betreft), maar eens je die zeep hebt opgemerkt, is ie … euh, om zeep.
 
Bowmore 15y 1992/2008, 46%, Cadenhead, 333 bottles – Islay – 72/100
Zwaar geturfd voor een Bowmore. Daarnaast wat zoets en frutigs. Kamille ook. Smaak valt tegen, vrij vlak. Zachte, zoet turf, maar wat plattekes. Ook de afdronk is een mager beestje.

Oban 14y

Dit is een klassieker dit ik pas recent voor de eerste keer gedronken heb. Niet dat ik veel gemist heb…

 
Oban 14y, 43%, OB 2007 – Highland – 70/100
Eerder matige classic malt. Veel fruit in de neus (perzik o.a.), naast wat vanille en iets kruidigs, of is het eerder zilt? Zachte smaak met granen en opnieuw de perzik. Kan ook abrikoos zijn, vind die moeilijk te onderscheiden. Zilt ook. Korte, weinig uitgesproken (enkel wat fruit, iets van noten misschien) afdronk. Haalt met de hakken over de sloot de categorie ‘best wel lekker’, maar hoe meer écht lekkere whisky’s ik proef, hoe minder aantrekkelijk de ‘best wel lekker’ categorie wordt, zeker de whisky’s die daar onderaan bengelen zoals deze.
 

Ga me nu een 10 jarige Laphroaig cask strength ingieten zie, veule beter. White Light from the Mouth of Infinity van The Swans op de achtergrond… nog beter.

Een straat Caol Ila

Na het Samaroli geweld terug met beide voeten op de grond.
 
Caol Ila 18y, 43%, OB 2004 – Islay – 83/100
Zachtere neus dan de 12y. Redelijk complex. Kruidig, bourbon, fruit. Minder turf dan verwacht. Maar wel genoeg voor mij. Smaak is droog. Lichtjes zoet. Drop, zoethout. Vanille ook. Lange, maar weinig uitgesproken afdronk. Erg lekker, maar mocht wat krachtiger.
 
Caol Ila NAS Natural Cask Strength, 58.4%, OB bottled for the Feis Ile Festival 2007, distillery only, 2000 bottles – Islay – 82/100
Fles gebotteld naar aanleiding van het Feis Ile festival 2007 en enkel beschikbaar in de distilleerderij. Meegebracht door een clublid. Typische neus voor een jonge geturfde whisky, veel new spirit. Koekjes ook (maar welke?), cake. Scherpe smaak met veel citrus en turf, maar wel lekker. Met water komt peper vrij. Redelijk lange afdronk op scherpe turf.
 
Caol Ila 11y 1994/2005, 43%, Signatory, casks 10894 & 10895, 753 bottles – Islay – 78/100
Beetje tegenvallende Caol Ila, geen verdere notities, resulterend in een score van 78.
 
Caol Ila 25y 1979/2004, 50%, DL OMC, cask 1355, 266 bottles – Islay – 83/100
Lichte rook in de neus, maar ook veel fruit (appel, peer) en iets bloemigs. Zilt ook. Zeewier. Zachte, fruitige smaak met zilt, beetje turf en zoethout. Lange afdronk op turf en beetje peper. Lekker, alhoewel ik van een oude Caol Ila nog een ietsje meer verwacht had.

Samaroli tasting – het verslag

Vandaag stuur ik zoals beloofd mijn verslag van de nu al legendarische Samaroli tasting van vorige vrijdag de wereld in. Voor diegenen die rechtstaan achter hun computer stel ik voor even te gaan zitten.

 

De eerste whisky die Silvano Samaroli inschok – ’t is te zeggen, liet inschenken, dit soort man heeft daar personeel voor – was een jonge Glen Garioch. Een schitterende jonge Glen Garioch.

Glen Garioch 8y 1971, 59.6%, Samaroli, 2280 bottles – Highland – 96/100
Een neus met een erg hoge ‘wow’ factor. De heerlijkste sherry gemixt met de heerlijkste turf. Koffie, tabak, rubberen banden… voor een highlander behoorlijk medicinaal ook. Na een tijdje ook wat farmy notes. Geitenstal, merkt iemand op. Geitenstal? Mmm, om dat onderscheid te kunnen maken, moet ik mijn kinderen toch nog eens bewegen tot een boerderijbezoek. Immers, zo alleen op een boerderij toekomen met de vraag de stallen eens te mogen ruiken, komt misschien wat vreemd over. We wijken af. Heb ik al fruit vermeld? Perzik that is. Bon, proeven nu. Oh boy, dit is van hetzelfde kaliber als de neus. Massive! Schitterende, subtiele turf… rook, zilt, hout, koffie, karamel, zoet fruit… Perfecte balans tussen de sherry en de jonge turf. Hoe kan in godsnaam een 8 jarige whisky dit ten toon spreiden? Naar het einde beetje (aangenaam) bitter en kruidig. Is het woord complex hier al gevallen? Wel, dit is een ongelooflijk complexe whisky. Sublieme afdronk op rook en vanille. Veruit de beste -10 jarige die ik ooit gedronken heb. 96 punten. Punt.
 

Nummer twee was een Ardbeg uit het magische Ardbeg jaar 1974. Weliswaar ook een erg jonge, maar gezien de lofbetuigingen die over deze whisky de ronde doen, denk ik niet dat dat hier een probleem vormt. Deze Ardbeg heeft zowat dezelfde reputatie opgebouwd als de Glen Garioch. Een stevige.

Ardbeg 9y 1974, 59%, Samaroli, 2400 bottles – Islay – 94/100
Misschien wel de krachtigste neus die ik ooit heb waargenomen! Zo één die je benen onder je lijf maait. Gelukkig zat ik. Als de eerste alcohol en scherpe turf (en zelfs vers gelegde asfalt) wat is weggetrokken, krijg je rook en houtskool. Typische barbeque toestanden. Maar daar blijft het niet bij. De neus wordt langzaamaan zoeter en fruitiger (appel?) en daarna komt er ook balsamico door. Complex, maar vooral indrukwekkend krachtig. Hetzelfde kan gezegd worden van de smaak. Die wordt enerzijds gekenmerkt door veel turf en rook, maar is anderzijds ook behoorlijk zoet, met vanille en zoethout. Het is een botteling op 59%, dus het klinkt misschien een beetje lullig om dit een straffe whisky te noemen, maar toch is het zo en niet zozeer omwille van het alcoholpercentage maar wel omwille van de ongelooflijke intensiteit en kracht. En dan hebben we de afdronk nog niet gehad… lang, ik bedoel héééél lang, rokerig… zalig! Ja wadde, dit is dus echt een whiskybom. Geweldige whisky zoals ie spijtig genoeg niet meer wordt gemaakt, resulterend in een verdiende 94 punten. En dan moest het beste nog komen…
 

En dit beste was de 18 jarige Bowmore uit de Bucket, euh Bouquet reeks. Volgens sommigen die de eer hadden deze whisky reeds eerder te proeven zonder meer de beste whisky ooit. Zo hebben zowel Luc Timmermans als Dominiek Bouckaert – twee heerschappen die toch al ’t één en ’t ander gedronken hebben – deze Bowmore gewoonweg 100/100 gescoord. Laat ons zeggen dat mijn verwachtingen hoog gespannen waren…

Bowmore 18y 1966, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles – Islay – 99/100
Gho, waar begin je met zo’n overweldigende neus? Ik stel voor bij het fruit, want dat is wel erg prominent aanwezig. Het bij een oude Bowmore verwachte tropische fruit, maar ook peer, zo’n goei sappige… ananas (euh, dat is tropisch zeker?), citroen, pompelmoes… een behoorlijk superieure fruitsalade als het ware. En wat naast al dat fruit? Wel, heel wat. Om te beginnen de oh zo geweldige ‘boerderij’ sensaties: subtiele geur van stallen, van hooi, tot de mest toe. Hu, kunnen we dat spreken van fruitsalade met een toefje mest? Soit, zilt ook, wat zoets, rook… en dan mis ik ongetwijfeld nog een groot deel. Onvoorstelbaar complex en vooral intergalactisch lekker. Nu de smaak. Ook hier veel fruit, allerlei citrus (nota voor mezelf: dit kan in het vervolg als ‘agrum’ omschreven worden), naar het einde meer neigend naar (bittere) pompelmoes. Heerlijk. Kamille ook. Peper en zoethout. Schitterende balans tussen zoet en bitter. En zilt. Geweldig lange, intense, fruitige, licht rokerige afdronk. Man man, moeilijk om op zo’n tasting objectief te blijven zoeken naar geur- en smaaksensaties. Dit is dus echt wel hemels.
Maar nu de score. Is deze whisky 100 punten waard? Misschien wel, maar mijn hoogste score tot op vandaag is 97 (voor een Brora en een Ardbeg). Ok, deze ís ook wel nog dat ietsje beter – dit klinkt te eufemistisch, ik bedoel deze is absolute top in whisky – maar meteen de sprong naar de 100 is me wat gewaagd. Indien ik deze Bowmore 100 punten geef, eindigt het hier wel. Dan ontneem ik mezelf immers de hoop ooit nog iets beters te proeven. En neen, die hoop wens ik levend te houden. 99 wordt het dus. Ook niet slecht en by far het beste wat ik ooit in m’n glas heb gehad. Punt. Zucht. Punt.

Laat het een kadotip zijn, ik verjaar op 23 januari. Nu ja, je moet naast erg veel geld ook veel geluk hebben, heb het laatste jaar nergens een fles te koop zien staan. En als er al één te koop zal worden aangeboden, is Dominiek er geheid me aan de haal.
 

Ze bottles

Ze bottles


 

Zie zo, tot zover een avondje in het gezelschap van fijn volk en dito whisky. Ik begin me zo stilaan bewust te worden van het feit dat het leven er zonder whisky voor mij toch een pak minder interessant zou uitzien.

 

Samaroli tasting Oostende – en of het goed was

Gisteren een wel erg bijzondere tasting meegemaakt. Niemand minder dan Silvano Samaroli himself kwam in Oostende drie van de meest legendarische bottelingen uit de 40 jarige geschiedenis van het huis Samaroli voorstellen. De tasting werd georganiseerd door Lindores als opwarmer voor hun Whiskyfest dat vandaag en morgen plaatsvindt. Een opwarmer die ik niet gauw zal vergeten. Morgen trek ik opnieuw richting Oostende en ik ben ervan overtuigd dat ik op het ‘fest’ enkele pareltjes zal kunnen proeven, maar wat Silvano ons gisterenavond voorschotelde, was ronduit indrukwekkend. Line-up:

Glen Garioch 8y 1971 (59,6%)
Ardbeg 9y 1974/1983 (59%)
Bowmore 18y 1966/1984 (53%)

Als daar je broek niet van afzakt, dan weet ik het ook niet meer. Of heb je je broeksriem wel erg strak aangespannen, dat kan ook. Het 30 koppige internationale publiek was dan ook behoorlijk van z’n sokken geblazen en verloor zich in lyrisch taalgebruik (“mouthwatering”, “breathtaking”, “pure maltoporn” – ja, het is een apart wereldje). Ook ik heb gepoogd mijn bevindingen te verwoorden, en dit zo rationeel mogelijk. De komende dagen hier te lezen. Maar zoals gezegd, duik ik morgen eerst opnieuw in de wereld van de whisky-antiquiteiten.

Whisky compositie

Een leuk tussendoortje uit de gazet:

De Belgische componist Luc Brewaeys heeft zijn zesde whisky-compositie geschreven, ditmaal geïnspireerd op de Schotse single malt Cardhu.

Dit weekend staan op het Transit-festival in Leuven een aantal creaties van Vlaamse en internationale componisten. Een van die zeventien werken die hun wereldpremière beleven, wordt Cardhu van de componist Luc Brewaeys. Die knoopt daarmee na twaalf jaar opnieuw bij zijn opmerkelijke reeks van single malt stukken aan: composities die allemaal vernoemd zijn naar een uitgelezen Schotse whisky.
Het slot van de reeks wordt Lagavulin, een compositie voor bas en groot orkest, op basis van teksten van Robert Burns.

Het volledig interview met Brewaeys: In whisky zit muziek
 

En nu naar Oostende bollen voor de Samaroli tasting van de Lindores boys! Nu ja, ‘bollen’… op de wegenkaart zie ik dat er op de Brusselse ring weinig te bollen valt.

Een zéér lekkere oude Aberlour… op de tonen van Fleet Foxes

Aberlour – Glenlivet 8y, 50%, OB +/- 1975, cube bottle small cork 75 cl – Speyside – 91/100
Een oude jongeling, en wat voor één! Moet een distillaat zijn van ergens midden jaren zestig. Stevige sherry-neus met hout, vanille, rubber, rook. Erg complex. Schitterende volle smaak met honing, karamel, iets gerookt, tropisch fruit, etc.. Zacht, maar toch erg stevig en complex. En een geweldig lange, heerlijke afdronk. Niet te geloven dat deze botteling maar 8 jaar oud is! Eén van de beste <10 jarige die ik ooit geproefd heb.
 
Heb deze geweldige Aberlour zonet gedronken op de tonen van Fleet Foxes’ titelloze debuutalbum. Misschien wel één van de sterkste debuten van de jongste jaren, echt een aanrader.

200ste proefnotitie – laat het een Brora zijn

Brora 30y 2004, 3th release, 56.6%, OB, 3000 bottles – Highland – 95/100
Derde van de tot op heden zes batches (eerste 2002). Fantastische neus met veel ‘boerderij’ (de stallen, het hooi, de loslopende honden, de boerendochter… nee, niet de boerendochter), naast heerlijke turf, rook… kampvuur, houtskool. Daarna ook fruitige en zoete tonen. Complex. Pfffiew, geweldig is dit! Smaak is vol en stevig. Eerst vrij zoet, vettig en kruidig. Maar dan komt de turf. En hoe! Man, dit is lekker… en subtiel. Fruit ook, citrus. Met water komen er lekkere hout-tonen door. Erg lange afdronk op turf en citroen. Enkel superlatieven zijn hier van doen, en alhoewel iets scherper in de neus, komt ie toch serieus dicht in de buurt van de 22y Rare Malt botteling.

Van Wees – The Ultimate

Onlangs hadden we met de club een openluchttasting op het terras van De Blauwe Schuit in Leuven. De tasting stond in het teken van Van Wees en werd gegeven door Marc Segers van Whisky Corner.

Het familiebedrijf Van Wees werd in 1921 opgericht door Hubertus van Wees en legde zich toe op de handel in tabak. De zonen van Hubertus, Han (Johan) en Ben van Wees namen bij diens overlijden in 1954 de zaak over.
In het jaar 1963 verwierven Han en Ben een licentie om wijn en likeuren te verhandelen. Een belangrijke aanleiding voor deze stap was het feit dat vrienden van de gebroeders van Wees in dat jaar de vracht van een gezonken schip opkochten. Het schip was op weg naar de haven van Rotterdam, maar leed schipbreuk. Naast auto’s en meubelen bevatte deze vracht ook een container whisky, bestemd voor de Latijns-Amerikaanse markt. De kwaliteit van deze whisky lag een pak hoger dan wat de Nederlanders gewoon waren te drinken. Han twijfelde niet en kocht de whisky, welke ik geen tijd de deur uit vloog.
De vraag naar de betere whisky nam toe en Van Wees legde zich dan ook meer en meer toe op het importeren van bekende single malt whisky zoals Glenfarclas, Macallan, Springbank… zowel officiële als onafhankelijke bottelingen. De tabakhandel daarentegen werd omwille van dalende winsten definitief gestopt in het jaar 1974.

Maurice, de zoon van Han vervoegde in 1987 het bedrijf. In 1994 startte Van Wees met de import van Signatory bottelingen en nog enkele jaren later vierde het de geboorte van een eigen reeks bottelingen, The Ultimate Single Malt Scotch Whisky Selection, kortweg The Ultimate. Alle bottelingen zijn single cask bottelingen en worden noch gekleurd, noch koud-gefilterd. Zowel het rijpen als het bottelen van de whisky vindt plaats in Schotland.

Ben van Wees stapte in 2000 uit de zaak en liet het dagelijks beleid over aan Han en Maurice. De winkel in Amersfoort heeft een indrukwekkende collectie van 1200 verschillende whisky’s, maar biedt daarnaast ook een ruim aanbod aan andere sterke dranken.

 
Burn of Speyside 6y 1996, 43%, Van Wees, 2002 – Speyside – 65/100
Een whisky met een verhaal, een verhaal van een schipbreuk (weerom), dat je hier kan lezen. De scheepslading, zijnde 144 vaten whisky, was oorspronkelijk bedoeld voor de Amerikaanse markt, maar werd na de schipbreuk opgekocht door Van Wees en in Nederland gebotteld. Onderzoek wees uit dat de whisky geproduceerd was bij William Grant & Sons in Dufftown.
De Burn of Speyside bevat 99% Balvenie en 1% Glenfiddich. Misschien vreemd, maar Balvenie mocht door derden (bottelaars) niet als dusdanig (single malt) gebotteld worden. Met 1% Glenfiddich erbij is het geen single malt meer, maar een vatted malt, en dat kon wel. Nadat Van Wees de whisky gebotteld had en te koop aanbood, werd het vanuit Schotland vriendelijk doch met aandrang verzocht de namen ‘The Balvenie’ en ‘Glenfiddich’ van de etiketten te schrappen. Met enkele tienduizenden flessen hadden de plaatselijk beschutte werkplaatsen hun handen meer dan vol. De eerste verkochte flessen, waarbij de beide namen nog niet doorstreept waren, worden stilaan collectors items.
De whisky zelf is licht en fruitig en vooral erg vlot drinkbaar. Het is geen hoogvlieger, maar voor 16/17 euro is hij z’n geld meer dan waard. Niet echt duurder dan een mainstream blend, maar dan is dit toch wel een pak beter.
 
Glenrothes 13y 1995/2008, 46%, Van Wees, The Ultimate Selection, casks 9/8362+3, bottle 177 – Speyside – 70/100
Vanille, honing en fruit (sinaas) in de neus. En noten. Frisse, fruitige en kruidige smaak. Wit fruit hier vooral. Eerder korte, fruitige afdronk. Zomerwhisky, ideaal voor op een terrasje.

Twee blends en een vatted malt

Tayside blended, 40%, OB 2007 – 26/100
Gedronken als opener voor een Cadenhead tasting, ‘to get the palet right’. Granig, wat zoet, weinig meers. Of toch, na een tijdje een lichte zeeptoets in de neus. Vlakke, granige smaak. Kortom, mijn palet stond niet echt ‘right’ , eerder ‘wrong’. Maar gelukkig waren de Cadenheads van die avond wel lekker.
 
House of Lords 12y, 40%, OB 1995 – 22/100
Voor een 12 jaar oude whisky is dit echt slecht! Waterig, plat. Niks complex, niks kracht. Te mijden.
 
Isle of Skye 12y, Ian MacLeod, 40%, OB 2000 – 59/100
Botteling van Ian MacLeod. Ik veronderstel dat dit een vatted malt is… of is het een blend? In ieder geval één van het eiland Skye, er zal dus zeker Talisker in zitten. In de neus lichte rook (de Talisker dus) en granen. Smaak is wat plattekes. Weinig uitgesproken. Beetje zoet, beetje zilt. Beter dan de twee blends, maar als whisky niet echt bijzonder.

M&H

M&H is de eerste Belgische onafhankelijk bottelaar en staat voor Mario (Groteklaes) en Hubert (Corman) van Corman Collins uit Battice (in de buurt van Luik). Corman Collins is zo’n beetje de belgische afdeling van La Maison du Whisky.
Mario Groteklaes is ook één van de mensen achter The Nectar. Beide heren zijn erin geslaagd enkele schitterende vaten onder hun label te bottelen, waaronder een Port Ellen van 1982, een 40 jarige Tomatin en een 1971 Clynelish. Ook het onderstaande mag er wezen.

 
Scapa 12y 1993/2005, 46%, M&H, 330 bottles – Orkney – 79/100
Naast Highland Park de enige actieve distilleerderij op Orkney (eiland ten Noorden van het Schotse vasteland). Zoete neus met veel fruit. Geconfijt fruit. Honing ook. Vanille. Appel. Kruidig ook. Peper. Smaak is wat scherp, naar het bittere toe, zonder echt onaangenaam te zijn. Pompelmoes. Fruitige en licht ziltige afdronk. Best wel lekker.
 
Blair Athol 12y 1993/2005, 55.7%, M&H Selection, 300 bottles – Highland – 85/100
Dit vat is voor de helft op vatsterkte geboteld, de andere helft is versneden tot 46%. Dit is dus de vatsterkte versie. Heb deze gedronken na de 15 jarige Blair Athol van Blackadder (73/100). Deze ligt me duidelijk beter. Lekkere neus. Ook hier kruiden, maar ook fruit (sinaas, peer). Zelfs een hint van rook. Tabak? Smaak ligt in het verlengde van de neus. Kruiden, fruit, rook. Beetje ziltig ook. Water is niet echt nodig, maar doet zeker geen afbreuk aan het pallet. Relatief lange en aangenaam bittere afdronk. Heel wat beter dan de Blackadder me dunkt.

Glen

Het woord Glen verwijst naar een dal/vallei. Van distilleerderijen waarvan de naam met ‘glen’ begint, mag je dus aannemen dat ze in één of ander dal liggen. Het tweede deel van de naam verwijst soms naar de rivier die door dat dal stroomt. Zo ligt The Glenlivet in het dal van de Livet en Glenlossie in dat van de Lossie. Maar soms heeft de – keltische – naam een heel specifieke betekenis. Glenfarclas bv. betekent ‘vallei van het groene gras’, Glengoyne ‘vallei van de wilde ganzen’, Glenfiddich ‘vallei van de herten’…

Dit gezegd zijnde, hier een paar glennekes:
 
Glenmorangie 10y 100 Proof ‘Traditional’, 57.2%, OB 2005, 1 liter – Highland – 78/100
Spreek uit ‘Glenmóran’. Neus is zoet: caramel, vanille, zoethout. Ook wat bloemen. Of is het gras? Lichte turf. Met water wordt ie fruitiger. Krachtige smaak met fruit (appels, ananas), karamel en beetje kruiden. Vrij lange afdronk met granen en een hint van rook. Best ok, maar kan wel wat water verdragen.
 
Glenlivet Minmore 19y 1988/2008, 56.7%, Cadenhead, port wood – Speyside – 70/100
Zoete, fruitige neus met ook iets zurigs. Citrus. Ananas. Ja, duidelijk ananas. Idem dito voor de smaak, zoet en fruitig. Zachte, middellange finish. Niet slecht, maar ook niet echt goed te noemen.
 
Glengoyne 17y, 43%, OB 2007 – Highland – 76/100
Vanille, hout en appel in neus en smaak. Eerder korte, ietwat droge afronk. Niet slecht, maar Glengoyne heeft al beters op de markt gebracht.

Kleppers – Glen Ord 16y Manager’s Dram

Ord 16y, Manager’s Dram, 66.2%, OB bottled 20/01/1991 – Highland – 93/100
Met 2cl van deze whisky ben ik een ganse avond zoet geweest. Ongelooflijk, maar op 66,2% heeft deze whisky geen water nodig. Krachtig en complex. Fruit, honing, bloemen, kruiden, you name it. Ook de heerlijkste Earl Grey in de neus. Man, man, dit is een super botteling!