Spring naar inhoud

Berichten van Johan

Twee Bruichladdichs, een lekkere nieuwe en een héél lekkere oude

Bruichladdich 1998 ‘Manzanilla’, 46%, OB, 2008, sherry wood, 6000 bottles – Islay – 80/100
Dit is een Bruichladdich op Manzanillavat gerijpt. Manzanilla is een lichte, droge sherry afkomstig van San Lucar de Barrameda, gelegen aan de Atlantische oceaan. Het heeft een kruidige en licht zilte smaak. Andere bekende sherry variëteiten zijn Fino, Oloroso, Pedro Ximénez en Amontillado. Eens zien wat de sherry met deze spirit heeft gedaan. Frisse neus met zilt, honing, veel citrus, maar ook abrikoos en appel. En de sherrykenmerken zoals koffie, hout en noten, maar die gaan nooit overheersen. Mooie balans. Zoete smaak, veel zoet fruit. Kokos. Karamel, vanille, beetje kruiden (een zeer herkenbaar kruid, maar kom er niet op). Vrij korte maar lekkere, licht rokerige en fruitige afdronk.
 
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, OB, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles – Islay – 90/100
Frisse neus met veel rijp, sappig fruit (peer, perzik, appel), granen en lichte rook. Stevige, zoet-zilte smaak met duidelijke sherry en weerom wit fruit. Peper & zout finish. Erg lekkere, fruitige oude Bruichladdich.

Enkele Speysiders

Vandaag maak ik tijd voor enkele Speysiders die ik tot op heden heb verwaarloosd. Soms ten onrechte, soms ook niet zo blijkt.

 
Deanston 12y, 46.3%, OB, 2008 – Speyside – 67/100
Deze whisky hebben ze vóór het bottelen nog enkele weken op nieuwe eiken vaten gestoken, kwestie van het vocht een extra zoete touch te geven. En dat hadden ze beter niet gedaan. De whisky is inderdaad behoorlijk zoet (vanille, honing), maar het hout is te dominant, wat resulteert in een erg droge whisky op hooi, hout, zoethout en andere bittere toestanden. Daarnaast heeft de neus nog wel een beetje fruit en granen, en de smaak fruit (sinaas), suiker en een lichte kruidige touch, maar het geheel is te droog en te bitter. Droge, eerder korte afdronk. Saai allemaal, mist de nodige complexiteit. Toch wel een beetje een teleurstelling, mijn eerste Deanston.
 
Glencraig 33y 1974/2008, 50.5%, SMWS 104.9 ‘Church incense in naughty dungeons’, 204 bottles – Speyside – 87/100
Glencraig bottelingen zijn zeldzaam, om de eenvoudige reden dat de distilleerderij maar een korte tijd actief was, van de jaren zestig tot begin jaren tachtig. Deze 1974 heeft een erg frisse neus met bloesems en fruit. Beetje waxy. Ook de smaak is erg fruitig, evoluerend naar kruidig. Erg lekker.
 
Benrinnes 11y 1996/2008, 46%, Dun Bheagan, cask 91022, Tokay finish, 288 bottles – Speyside – 72/100
Neus: fruit (sinaas) en bloemen. Oeh, na een tijdje ook lijm, wat hier toch wel een storend element is (hoeft niet altijd zo te zijn). Smaak: zoet (vanille), pudding (vanille pudding dus), wijnachtig. Geen al te beste wijn. Middellange zoete finish met citrustonen. Niet bijzonder. Whisky en Tokay, het wil maar niet lukken.

Port Askaig

Port Askaig is de naam van een havenstadje (nu ja, dorp) aan de noordoostkust van Islay én sinds kort ook de naam van een nieuwe single malt whisky. Denk nu vooral niet dat Islay een nieuwe distilleerderij rijker is, het is Speciality Drinks Ltd. – de firma achter The Whisky Exchange van Sukhinder Singh – dat onder deze naam een single malt whisky uit Islay bottelt. Als je er de kaart van Islay bijneemt, zie je dat er zich in de buurt van Port Askaig maar één distilleerderij bevindt, Caol Ila. Alles wat onder het Port Askaig label wordt gebotteld, is dus in feite Caol Ila whisky.
Vandaag de dag bestaan er drie varianten Port Askaig: een 17-jarige aan +/- 60 euro, een 25-jarige voor een 90 euro en een cask strength whisky die ongeveer 45 euro moet kosten. Eind dit jaar zou er ook nog een 30-jarige gebottled worden. De whisky op drinksterkte hebben ze – net zoals Talisker dat doet trouwens – tot Imperial 80 proof versneden. Dit komt overéén met 45,8% alcohol.
Je vindt Port Askaigs natuurlijk op The Whisky Exchange, maar je komt ze evengoed tegen in de betere whiskyhandel. Ik heb me – ondertussen al een tijdje geleden – via Whiskysamples een setje besteld en nu eindelijk ook geproefd.

 
Port Askaig 17y, 45.8%, Speciality Drinks Ltd (TWE), 2009 – Islay – 83/100
In de neus een klassieke turf-rook-citrus mélange. Cleane turf, kampvuur, citroenen, sinaasschil. Beetje zoets ook, honing. Licht medicinale touch. Hey, als extraatje een subtiele waxy note! In de olie-achtige smaak krijg ik eerst veel turf, citrus (pompelmoes) en honing. Tot zo ver dus mooi in lijn met de neus. Daarna meer en meer zilt, zoethout en kruiden. Lange, warme afdronk op teer en zilt. Klassieke en dus best genietbare Caol Ila met een mooie balans.
 
Port Askaig 25y, 45.8%, Speciality Drinks Ltd (TWE), 2009 – Islay – 86/100
Oh, deze is veel fruitiger, wat gezien de leeftijd niet geheel onlogisch is natuurlijk. Zachte, complexe neus met sinaas, appel, passievrucht, boenwas, honing, zoethout, kruiden… Rook ook (en as – verbrand hout hier) maar merkelijk minder prominent dan in de 17y. Zachte smaak waar fruit, zoet en hout de kernwoorden zijn. Pompelmoes, sinaas, appel, honing, suiker, zilt, kruiden en hout. Serieus drogend (bitter) naar het eind. Middellange droge finish met hout, peper, zoethout en rook. Complexer dan de 17y, lekkerder ook. Een ietsje minder hout in de smaak had een puntje of twee meer opgeleverd.
 
Port Askaig Cask Strength, 57.1%, Speciality Drinks Ltd (TWE), 2009 – Islay – 77/100
Smokey! Veel rook, meer nog dan de 17y. Als ik ze naast elkaar zet, geeft de 17y eerder pure turf en deze CS rook. Houtskool, sigaren, smeulend haardvuur, roet/uitlaatgassen, dat soort zaken. Daarnaast heb ik wat zoets en hooi (of is het stro? – Even een zijsprongetje, een luistertip: Hay foot/Straw foot van 16 Horsepower, een project van de geniale David Eugene Edwards). Datzelfde hooi/grassige in de smaak, naast weerom veel rook en assen. Wat ziltig en met moeite een beetje vanille. Vrij lange rokerige (of wat had je gedacht?) afdronk, die kruidig en wat bitter eindigt. Blijf toch wat met een asbak gevoel zitten, de rook verdringt te veel de rest. Vond de 17y beter gebalanceerd.

Twee ‘Miltonduffs’

Milton-Duff Glenlivet 5y, 40%, OB bottled by George Ballantine Genova 1974 rotation – Speyside – 73/100
Was benieuwd om deze oude Miltonduff te proeven, maar dat viel me eerlijk gezegd wel wat tegen. Zowel in de neus als in de smaak erg ‘maltig’. Granen, muesli, brood, honing ook. Weinig opwindends.
 
Mosstowie 1979, 40%, G&M Connoisseurs Choice 1997 – Speyside – 77/100
Mijn eerste Mosstowie (spreek uit mostauwie). Mosstowie is/was eigenlijk geen distilleerderij, maar de naam van een whisky die tussen 1964 en 1981 in twee Lomond stills werd gedistilleerd in de Miltonduff distilleerderij. Neus: gestoofd fruit, karamel en lichte sherry. Wat olieachtig ook. Relatief krachtige smaak voor z’n 40%. Filmend, wat vettig. Boter. Amandel, hout, karamel, iets kruidigs en lichte rook hier. Geen noemenswaardig fruit, ondanks duidelijk sherry-invloed. Licht rokerige finish. Lekker, maar ook niet meer dan dat.

Back in business

Zaterdagavond teruggekeerd van twee weken Gardameer. Was daar rond m’n twintigste al geweest, maar ging met plezier nog eens met de kids terug. Prachtig meer ingehouwen in de rotsen. Pittoreske stadjes bezocht, lekker gegeten, genoten van het zwembad, een dagje naar Verona getrokken én twee weken geen whisky gedronken. Dringend tijd dus om deze gewoonte terug op te nemen, vind ik zo. Een oude Linkwood will do the trick.

 
Linkwood 1972/2006, 43%, Gordon & MacPhail – Speyside – 83/100
Aangename sherry-invloed, niet te sterk. Mooi (wit) fruit, karamel, koffie, rook en hout. In de – ietwat droge – smaak ook een sterke kruidigheid. Nootmuskaat, gember en peper vooral. Droge, kruidige afdronk. Lekker, maar net een ietsje te veel hout om hoger in de tachtig te eindigen.

Twee Duncan Taylors for The Nectar

Twee schitterende DT’s geselecteerd door en gebotteld voor The Nectar.
 
Caol Ila 26y 1982/2008, 54.3%, DT for The Nectar, cask 2746, 269 bottles – Islay – 91/100
De verwachte turf is aanwezig, maar op de achtergrond. De elegante neus is zoet (karamel) en fruitig (citrus). Kruiden zitten er ook in. En zoethout. Heerlijk. Zachte, romige, fruitige smaak met zilt en kruiden. Lange kruidge afdronk. Zeer lekkere en complexe Caol Ila.
 
Caperdonich 35y 1972/2008, 50.3%, DT for The Nectar, cask 7424, 136 bottles – Speyside – 92/100
Deze Caperdonich is er één uit de oude doos, een voorbeeld van hoe lekker oude whisky kan zijn. Het hout heeft z’n werk gedaan, maar overheerst niet, wat maakt dat de andere elementen zich ten volle kunnen profileren en we hier dus een complexe en subtiele whisky hebben. Het hout wordt in de geur vergezeld van vanille, boenwas (bijenwas…), perzik, abrikoos, kruiden, lichte turf zelfs. Top! De smaak is erg zacht, zoet en fruitig (appelsienen hier). Lange fruitige en kruidige afdronk. Super whisky!

Scotch Single Malt Circle

Ook de Scotch Single Malt Circle is een recente Duitse bottelaar, een jaar of tien geleden opgericht door Maggie en Bill Miller. Bill, een in Dusseldorf wonende Schot en zijn vrouw Maggie (ook al zo’n typisch Duitse naam), kregen geen vergunning vast om een Duitse tak van de Scotch Malt Whisky Society op te richten, waarop ze besloten een eigen vereniging uit de grond te stampen, naar het voorbeeld van de Society.
Mede dankzij de goede relatie die de Millers met hun land van herkomst hebben bewaard en de vele contacten, kan de SSMC vaak erg goeie whisky’s bottelen. Alle zijn het single casks, niet gekleurd noch koud gefilterd.
De SSMC telt vandaag de dag zo’n 1000 leden, organiseert tastings en stuurt hun leden om de drie maanden een nieuwsbrief met de nieuwe whisky’s.

 
Glenfarclas 41y 1967/2009, 49.8%, SSMC, 139 bottles – Speyside – 84/100
Waar zit de sherry? Hij is er wel, maar goed verstopt. Vooral veel fruit (sinaas, maar ook appel) in de neus, samen met vanille, bloemen en lichte rubber. Fruitige en aangenaam bittere smaak op Earl Grey en drop, overgaand in een kruidige finish. Lekkere maar atypische Glenfarclas.
 
Tomatin 31y 1976/2008, 49.6%, SSMC refill sherry cask 19085, 336 bottles – Speyside – 91/100
Dit een geweldige Tomatin zie! Heerlijk fris fruitig en bloemig in de neus, verweven met subtiele sherry en honing. Het fruit dat ik hier ruik is ananas, passievrucht, banaan, perzik en nog heel wat meer. De smaak is mondvullend op fruit en bloesems. Doet me denken aan een superieure witte wijn. Condrieu? Beetje hout ook en iets zoets. Zoet hout? Zoethout. Euh ja. Lekkere bitterheid, ook in de lange finish.

Benriach 1976 clash

Onder het motto ‘Wat Bert B. kan, kan ik ook!’ zet ik vandaag – eveneens blind gedronken trouwens – drie 1976 Benriachs naast elkaar, meer bepaald de beide vaten voor The Whisky Fair, 3550 en 3558 op respectievelijk 46.2% en 47.4%, uitgedaagd door de lichtjes geweldige Benriach 30y 1976/2006 for LMDW, vat 3557, waarvan ik in extremisch nog een sampel kon bemachtigen.
1976 is een legendarisch jaar voor Benriach, echt straf wat ze daar dat jaar uit hun stills hebben geschud. En al even straf dat dat de jaren ervoor en erna minder lukte, alhoewel er ook daar soms nog erg lekker spul tussen zit, maar toch merkelijk minder.

 
Benriach 33y 1976/2009, 46.2%, OB for The Whisky Fair, cask 3550 – Speyside – 93/100
Whohoow, wat een zalige frisse, fruitige neus! De heerlijkste fruitsla met meloen, perzik, passievrucht, mango. Tropical! Honing ook en een heel lichte kruidigheid. Klein beetje hout. Een even grote fruitigheid in de smaak (citrus en tropisch fruit) en ook hier een klein beetje hout. Peper naar het einde. Zachte, zéér fruitige finish.
Heerlijke whisky en qua fruitigheid in de lijn van de St. Magdalene’s van midden jaren zestig.
 
Benriach 33y 1976/2009, 47.4%, OB for The Whisky Fair, cask 3558 – Speyside – 92/100
Ha, dit is anders. Ook veel fruit, maar verweven met hout en kruiden. Meer houtinvloed dan de vorige dus. Het fruit in de neus is ook ‘Europeser’. Sappige peer, perzik. Wat zoeter ook. Honing en vanille. In de smaak merk je nog duidelijker het hout. De prominente fruitigheid gaat over in een lichte bitterheid. Rozebottel ook. Lange, fruitige en licht drogende finish.
Deze is wat scherper dan de eerste. Hier zorgen het hout en de bijhorende kruiden voor. Dit maakt het geheel misschien wat complexer, maar daarom nog niet beter dan de pure fruitigheid van de eerste. Het zijn twee verschillende whisky’s, maar verdomd moeilijk uit te maken welke ik nu best vind. Lichte – heel lichte – voorkeur voor de vorige.
 
Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for La Maison du Whisky, cask 3557, 222 bottles – Speyside – 95/100
Hoho, dit is weer anders. Ook dit is een fruitbom, met hier citrus (de pompelmoes nietwaar), ananas, mango, passievrucht,… honing en vanille. Beetje hout ook. Tot hier een mooie synthese van beide voorgangers, maar deze gaat verder. Floraal (rozen in volle bloei), iets geroosterd. Gewoonweg subliem! De smaak van hetzelfde laken een broek. Het fruit (pompelmoes), het zoets, een heerlijke kruidigheid, eindigend in een schitterende bitterheid (de pompelmoes!). Lange en – hoeft het gezegd? – superfruitige afdronk.
Oh ja, deze gaat toch nog vlot boven z’n zustervaten. Het bleek vat 3557 te zijn, wat me niet echt verwonderde. Deze heb ik in het verleden al eens besproken. Blijft voor mij van het beste ‘fruit’ dat ik al gedronken heb.
 
Heb de 3550 en de 3558 maar meteen ook in 70 cl vorm aangeschaft, kwestie van me achteraf niet voor het hoofd te moeten stoten zoals met de 3557 die ik grandioos gemist heb.

Twee sterke Jappen

Karuizawa 19y 1988/2007, 59.8%, OB, cask 3397 – Japan – 86/100
Hout, koffie, granen en zoet fruit in de neus. Appelmoes. Frisse, ietwat scherpe smaak die langzaam zoeter wordt. Kruidige, droge afdronk. Lekkere, stevige Jap!
 
Yamazaki 1993/2008, 62%, Puncheon cask 3Q70048, 503 bottles – Japan – 91/100
De neus heeft schitterende turf, mooi in balans met fruit en kruiden. Bloemen. Potpourri. Fruitthee. Een beetje zilt. En een geweldige mineraliteit. Natte stenen, nat gras. Bijzonder lekker! Ook in de smaak dezelfde sublieme turf, die nooit gaat overheersen en echt perfect gebalanceerd is met een zalige fruitigheid en bloemen in volle bloei. Lange rokerige afdronk. Schitterende whisky en van het beste wat ik uit Japan al heb gedronken.

Straffe whisky

George T. Stagg is een bourbon whiskey uit Buffalo Trace’s Antique Collection. Elk jaar wordt er een botteling op de markt gebracht, een 15-tal jaar gerijpt, altijd op hoge sterkte. Zéér hoge sterkte.

 
George T. Stagg ‘Hazmat IV’ 144.8 proof, 72.4%, OB 2007 – USA – 85/100
Even de alcohol laten waaien… Neus is vrij toegankelijk en geeft karamel, sinaas, tabak, koffie… lekker! Karamel ook in de volle, romige smaak, naast chocolade, en nougat? Verdacht drinkbaar op dit astronomisch alcoholpercentage. Zelfs vergeten water bij te doen…

Hart Brothers

HB

Hart Brothers is één van de vele Schotse bottelaars. De geschiedenis van het bedrijf uit Glasgow gaat terug tot laat 19e eeuw, maar het is pas in 1964 dat de gebroeders Iain en Donald Hart het bedrijf registreren als whiskyhandel en blender. In 1975 worden ze vervoegd door Alistair, die z’n sporen al verdiend had als blender bij Whyte & Mackay. Alistair legde zich toe op het opsporen en selecteren van vaten whisky. Whisky die ze verder laten rijpen tot de gebroeders het moment ‘rijp’ achten het edele vocht te bottelen. Ze beweren niets anders dan water aan hun whisky’s toe te voegen.
Vandaag zijn het Donald en Alistair die het roer in handen hebben, maar hun respectievelijke zonen Andrew en Jonathan staan paraat om het bedrijf in handen van de familie te houden.
De bottelingen van Hart Brothers kan je vinden bij enkele slijters in de Lage Landen.

 
Ballindaloch 35y 1967/2002, 48.5%, Hart Bros. – Speyside – 77/100
Dit is een Glenfarclas in disguise. Glenfarclas verbiedt onafhankelijke bottelaars de naam van de distilleerderij op hun flessen te vermelden. Indien ze dit wel doen, hebben ze een proces aan hun been. Cadenhead trotseert de dreigementen van Glenfarclas, andere bottelaars houden zich braafjes aan het verbod. Zo ook Hart Brothers. Zij noemen deze Glenfarclas dan ook Ballindaloch. Deze botteling heeft een aangename neus met verdacht weinig sherry. Wel: fruit (peer, citrus), vanille, kruiden en gaat daarna over in levertraan. Niet onaangenaam, maar bepaalde jeugdtrauma’s komen bovendrijven… De smaak is vrij droog op hout, kruiden en een beetje fruit. Daarna thee. Ook hier weinig sherry trouwens. Kruidige afdronk met veel peper. Een beetje teleurstellend voor een 35 jarige Glenfarclas.

Cask Six Blind Session

Ik heb voor het eerst eens deelgenomen aan één van de beruchte Cask Six Online Blind Sessions, hun zevende ondertussen. We kregen twee 3cl samples toegestuurd en mochten raden naar streek, leeftijd, alcoholpercentage en distilleerderij. Erg leuk om te doen, volgende keer ben ik weer van de partij.
Deze ochtend werd bekend gemaakt wat we geproefd hadden en wisten we dus meteen hoe goed we het gedaan hadden. Of hoe slecht, ahum. Hieronder mijn proefnotities van een whisky die een Amrut bleek te zijn en een Caol Ila die voor een Port Charlotte moet doorgaan. Eronder wat ik dacht te proeven (ja, dit publiceren vergt enig masochisme).

 
Amrut NAS, 46%, Blackadder, 2009, cask BA 5/2009, 295 bottles – India – 91/100
Neus: veel zoet fruit. Geplette banaan, sappige peer. Een heerlijke waxy touch. Honing ook. Bloemen. Een lichte kruidigheid. Nootmuskaat. Tabak? Zalig, en heel complex. Smaak: filmend met karamel, fruit, confituurtoestanden, hout en kruiden op het einde. Peper vooral. Lekkere, middellange, fruitige en kruidige afdronk. Acaciahoning pops up. Heel mooie balans, geen scherpe kantjes. Vooral de neus is fruitige top. Daarenboven laat ie zich wreed makkelijk drinken.

Wat dacht ik?
Een highlander? Misschien, maar ik denk ook aan Tomatin, wat niet echt rijmt met Highland… Linkwood? Bon, het kan dus evengoed een Speysider zijn. Wordt moeilijk. Toch een lichte voorkeur om de Tomatin piste te bewandelen.

Pas op: het alcoholpercentage had ik juist (een mens moet zich toch aan iets kunnen optrekken niet waar). De bottom line evenwel is dat dit eens te meer een bewijs van de kwaliteit van Amrut is. Heb me meteen een fles besteld, voor 40 euro is dit immers prijs/kwaliteit top.

 
Port Charlotte 5y 2002/2008, 46%, OB for Nadi Fiori, first fill sherry – Islay – 91/100
Woow, wat een neus! Zoete turf, noten, geroosterde amandel, koffie, subtiele balsamico. Sherryvat? Verbrande cake. Duidelijk zilt en zeewier ook en een lichte medicinale touch. We’re coastal here. Citrus. Peperkoek! Geweldig complex. In de smaak stevige turf, fruit (sinaas, banaan), peper & zout. Heerlijk lange en zoete afdronk op rook en kruiden. Vind de neus beter dan de smaak, maar dat zegt niets over de heerlijke smaak. Wat moet dit kosten?

Wat dacht ik?
Dit is geen geturfde Speysider, we moeten richting Schotse westkust. En dan belanden we onvermijdelijk op Islay, tenzij het een Longrow is natuurlijk. Ik herken in ieder geval geen Ardbeg, noch Laphroaig. Caol Ila daarentegen… mmm, dit zou wel eens een Caol Ila kunnen zijn. Volgens mij is ie gerijpt op sherryvat (of op z’n minst een deel ervan), wat ongetwijfeld wat het distilleerderijkarakter maskeert. Lagavulin kan ook… nee, toch eerder Caol Ila. Yep, laat ik het daar bij houden, op een relatief jonge cask strength Caol Ila.

Vind het toch onverantwoord dat ze Caol Ila bottelen onder het label van Port Charlotte. Tegen dit soort praktijken moet dringend opgetreden worden! Soit, de regio en het vattype – waarom worden hier geen punten voor gegeven??? – had ik dus wel juist.

 
Weer met beide voeten op de grond dus en twee nieuwe parels ontdekt.

Een Inverleven!

Mijn eerste…
 
Inverleven 1991/2007, 40%, Gordon & MacPhail – Lowland – 78/100
Frisse florale en fruitige neus. Qua fruit hier vooral perzik en abrikoos. Granen, vanille en een lichte kruidigheid ook. Kruidige smaak met peper, zoethout, hout en opnieuw het florale. Droge, kruidige finish. Aangename kennismaking met deze distilleerderij.

Een koppel Bladnochs

Bladnoch 13y, 55%, OB 2005 – Lowland – 74/100
Granige, maltige neus met duidelijk citrus. Frisse, licht zoete smaak met veel citroen. Middellange afdronk op opnieuw graan en citroen. Mmm, het stevigere alternatief voor citroenjenever…
 
Bladnoch 15y, 46%, OB 2008 – Lowland – 83/100
Nieuwe officiële botteling, bestaat ook een 40% versie van. Stevige neus met veel fruit (citrus), granen, bloemen (vraag me vooral niet welke), zilt en peper. Smaak mooi in het verlengde hiervan: citroen, peper en zilt. Finish op citrus en zoethout. Mooie lowlander.
 
En ook:
Bladnoch new spirit, 63%, 2008 – 45/100
Altijd plezant om eens new spirit te drinken. Whisky vóór het whisky is met andere woorden. Deze spirit van Bladnoch is extreem zoet. Puur snoep. Zo van die harde fruitsnoepjes. Wel drinkbaar, verdacht drinkbaar zelfs. Maar bon, dit is dus geen whisky.

Nog twee Perfect Drams, twee op sherryvat

Terug van een weekendje Brussel. Mevrouw Onversneden werd heden vandaag 40 en de bijhorende tristesse diende gecounterd te worden. Beetje shoppen, tafelen bij Bruneau, overnachten in Hotel Metropole, matineeconcertje in het koninklijk park en bezoek aan het Magrittemuseum, I hope it did the trick.

Zoals beloofd hieronder mijn notities van nog twee whisky’s van The Whisky Agency, twee op sherryvat

 
Bunnahabhain 34y 1974/2008, 59.3%, The Perfect Dram (TWA), Oloroso, 300 bottles – Islay – 90/100
Hele mooie sherry. Geen wham-bam sherry, maar verweven met zoete en fruitige tonen. Zeker met wat water komt er meer fruit door. Rozijnen hebben we ook, naast wat balsamico en een zalige chocoladetoets. Ook de smaak kan een beetje water hebben (een klein scheutje volstaat), en dan krijg je noten, koffie, pruimtabak en fruit… njam njam. Middellange, droge en filmende afdronk. Sherry zoals ik ‘m graag heb.
 
Glenfarclas 39y 1970/2009, 54.4%, The Perfect Dram (TWA), First Fill Oloroso, 240 bottles – Speyside – 86/100
Volle sherry. Neus is krachtig en vertoont pure sherry met rozijnen, okkernoten en bittere chocolade. Heel bittere chocolade that is. In de smaak naast de usual suspects (rubber, hout, fruit, kruiden) ook propolis, straffe thee en perensiroop. De thee blijft hangen in de vrij lange afdronk. Voor sherry lovers, maar voor mij net wat té ‘sherry’. De Bunna is meer mijn ding.

The Whisky Agency

Het wordt tijd dat ik eens een woordje placeer over deze nieuwe bottelaar, want heb er ondertussen al één en ander van geproefd, meestal tot mijn grote voldoening.
The Whisky Agency (TWA) is een Duitse bottelaar die werd opgericht door de heren Ehrlich en Schneider. Carsten Ehrlich is trouwens ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Fair, één van de meest gerenomeerde whiskyfestivals ter wereld, dat jaarlijks plaatsvindt in het Duitse Limburg. Het hoeft geen betoog dat beide oprichters al jaren intensief met whisky bezig waren alvorens ze besloten zelf whisky te gaan selecteren en bottelen. In principe bottelen ze alles wat ze zelf lekker vinden, ongeacht regio, distilleerderij, leeftijd, vattype of wat dan ook. De whisky wordt niet koud gefilterd noch bijgekleurd. TWA bottelt zowel onder z’n eigen naam als onder het label van The Perfect Dram.

Vandaag mijn bevindingen van hun Caol Ila, Fettercairn – ja, die hadden we nog niet gehad – en Longmorn, later deze week gaan we de sherrytoer op met één van hun Bunnahabhains (de 1974) en een spiksplinternieuwe Glenfarclas.

Caol Ila 26y 1982/2009, 63%, The Perfect Dram (TWA), 120 bottles – Islay – 84/100
Door de alcaohol ruik je zoete truf. Met water heel wat meer. Wat? Wel, we hebben o.a. zilt, gerookte vis (heilbot?), appels en vanille. In de smaak zonder water kruiden (nootmuskaat) en rook, met water nog meer rook en ook appels (opnieuw), zoethout en drop. Lange rokerige finish. Heeft absoluut water nodig om open te komen, maar vertoont zich dan een goeie zwemmer.
 
Fettercairn 33y 1975/2008, 58.3%, The Perfect Dram (TWA), 143 bottles – Highland – 80/100
Pfff, dit is een vreemde neus. Er is een hoek af, maar kan niet onmiddelijk associëren. Stoffig? Mmm, zeker geen old bottle toestanden. Nat karton misschien. Iets ranzig in ieder geval. Granen ook, kandij en na een tijdje wat fruit. Appels. Advocado? Moeilijk. Je moet ‘m sowieso wat tijd geven. Smaak is in ieder geval beter. Hout (vrij veel), karamel, fruit (allerlei citrus) en kruiden. Kruidige, licht bittere afdronk. Niet slecht en alhoewel lang getwijfeld over de score toch 80, weliswaar met de hakken over de sloot en volledig op het conto van de smaak.
 
Longmorn 32y 1976/2008, 53%, The Whisky Agency, 120 bottles – Highland – 85/100
Aangename neus met hooi, fruit (perzik, abrikoos, peer), beetje hout, kruiden, lichte rook en tabak. Mondvullende smaak – deels door het hout veronderstel ik – met ook hier fruit en kruiden, wordt vrij bitter naar het einde. Lange, droge en kruidige afdronk. Lekker, maar een beetje te bitter om geweldig te zijn.

Twee ‘St. Magdalene’s’

De St. Magdalene distilleerderij werd in 1765 door Sebastian Henderson opgericht onder de naam Linlithgow in het gelijknamig stadje, op de plaats waar zich indertijd een lepra-hospitaal bevond. De geschiedenis hiervan gaat terug tot de 12e eeuw en de tempelridders, later werd dit hospitaal omgevormd tot het St. Magdalene klooster. De Scottish Malt Distillers company – wat later United Distillers en nog later Diageo werd – kocht de distilleerderij in 1912 en sloot het in 1983. Nu doen de gebouwen dienst als woonblokken.
Tot 1968 moutte St.Magdalene z’n gerst zelf, daarna betrok het mout van Glenesk. De whisky werd twee maal gedistilleerd, wat vrij ongewoon is voor een Lowland whiksy, die meestal triple-distilled is.
Doorheen de jaren werd de whisky zowel onder de naam St. Magdalene als Linlithgow gebotteld.
 
Linlithgow 25y 1982/2008, 46%, SMoS, The Whisky Exchange, cask 8902, 245 bottles – Lowland – 80/100
Frisse neus met perzik en appel, bloemen, een beetje hout en lichte rook. Ook wat hout in de voor de rest zoete (honing) en fruitige smaak. Granny Smith, lichtjes zuur. Droge, wat bittere finish.
 
St. Magdalene 26y 1982/2008, 50%, DL OMC, cask 1615, 511 bottles – Lowland – 77/100
Sample van Ruben. De neus is wat scherp en heeft veel hooi, gras, hout, hars (dat scherpe), een lichte kruidigheid en wat zoet fruit. Appels vooral, maar ook banaan en citrus. Ha, ook wat (subtiele) rook. De olie-achtige smaak is bitter en zoet. Hout, sinaasschil, zoethout. Ook de afdronk is bitter-zoet op appels, hout, zoethout en ook hier hooi/gedroogd gras. Slecht is dit niet, maar het geheel is me toch wat te wrang en kan me maar matig boeien.
 
Twee lekkere whisky’s zonder meer, maar St. Magdalene van begin jaren 1980 is toch niet te vergelijken met wat ze daar in de jaren zeventig en vooral zestig (1964! 1965! 1966!) uit hun stills hebben getoverd. Bij de weg, ik heb me zondag eBay-gewijs een 1966/1996 Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice aangeschaft. Gezien de prijs die ik er voor betaalde, heb ik de indruk dat er weinigen beseffen hoe goed deze whisky’s wel niet zijn. Nu ja, je gaat mij niet horen klagen, ik wacht enkel nog op DHL.

Lochside 21y 1987/2008 (The Whisky Agency)

Net m’n gras gemaaid. En na deze inspanning (ok, ok, het is een zelftrekker) in de zetel geploft met een heerlijke Lochside. Lochside bottelingen zijn vrij zeldzaam. De distilleerderij was actief van 1957 tot 1992 en sloot definitief z’n deuren in 1996. Tot begin jaren zeventig stookte Lochside zowel malt- als graanwhisky (een deel ervan rijpte zelfs samen op vat – single blend), daarna enkel nog malt. Veruit het grootste deel van de productie ging naar blends of werd verscheept naar de toenmalige Spaanse eigenaars, slechts een klein deel rijpte verder en werd later als single malt gebotteld.

 
Lochside 21y 1987/2008, 62.4%, The Whisky Agency, 199 bottles – Highland – 90/100
Frisse neus met veel en lekker fruit. Vooral als je er een klein beetje water aan toevoegt. Citroen, pompelmoes. De schillen ervan vooral. Granen, koffie, hout. Vers gemaaid gras (nu ja). Iets kruidigs. Smaak is ook om van te smullen, zelfs zonder water. Maar water maakt het geheel nog toegankelijker. Waxy toestanden vermengd met fruit (de citrus) en geleidelijkaan ook wat kruiden. Erg complex allemaal. Zoete afdronk die lang aanhoudt. Schitterende whisky.

Enkele heerlijke Islay’s

Caol Ila 15y 1992/2007, 52.5%, Duncan Taylor, cask 3633 – Islay – 86/100
Typische frisse Caol Ila neus met vanille, turf en zilt. Appels. Sappige groene appels. Stevige smaak. Zoet (de vanille), kruidig (peper) en voorzien van een behoorlijke dosis turf. Robuust, maar toch erg vlot drinkbaar. Lange zoete finish met de klassieke zilte turf. Foutloze en dus erg lekkere Caol Ila.
 
Laphroaig 15y, 43%, OB 2008 – Islay – 89/100
Complexe, subtiele neus. Vrij medicinaal. Zilt, jodium, turf… een echte eilander. Beetje zoet en fruitig ook. Smaak is wat vettig (olie), zoet en fruitig (citrus vooral). Turf natuurlijk ook, en naar het eind wat zilt. Hout ook, die de lange afdronk licht drogend maakt. Allemaal wat minder direct dan bij de andere OB’s heb ik de indruk. Wel héél lekker.
 
Port Ellen 26y 1979/2006, 50%, DL OMC, 514 bottles – Islay – 88/100
De herkenbare Port Ellen neus met zilt, zeewier en turf. Ook smaak dominant turf, maar daarna komt het fruit, citrus. Lichte aangename bitterheid. Bittere chocolade. Orangettes! Middellange rokerige afdronk.

Gouden Carolus

Neen, geen bierbespreking hier. Het Anker, de brouwerij achter het Gouden Carolus bier, heeft enkele jaren geleden besloten ook whisky te gaan distilleren. En dat op basis van het Gouden Carolus Tripel beslag. Misschien een beetje vreemd voor een bierbrouwer, maar niet geheel onlogisch. De familie Van Breedam, sinds 1873 eigenaar van Het Anker, heeft immers een rijk verleden als jeneverstokers. Deze whisky is als het ware het perfecte huwelijk tussen beide tradities.
Na vier jaar rijping werd de eerste Gouden Carolus single malt whisky op flessen getrokken. Op 2500 flessen meer bepaald. Ik kom ‘m proeven op het Wild West Whiskyfest begin deze maand.

 
Gouden Carolus Single Malt (4y), 40%, OB 2007 – België – 40/100
Het is de bedoeling dat deze whisky zo nauw mogelijk blijft aanleunen bij het Gouden Carolus bier, dat het moutbeslag voor deze whisky levert. Het resultaat is op z’n zachtst gezegd erg ongewoon. Als ik dit blind had geproefd, had ik niet geweten whisky te drinken. Heel veel citrus in de neus, bubblegum (het zoete, maar ook het chemische) en spijtig genoeg ook zeep. De smaak kan ik met veel goede wil wel linken aan het Gouden Carolus bier, maar niet aan whisky. Onmogelijk als dusdanig te scoren. Als whisky evenwel gebuisd.
 

Afwachten wat het resultaat na enkele jaren extra rijping zal zijn, alhoewel ik van de makers begrepen heb dat het niet hun bedoeling is de whisky nog veel langer te laten rijpen. Ze vrezen er – deels terecht – voor dat dat de typische karakteristieken van het Gouden Carolus bier uit de whisky zal doen verdwijnen. Toch proberen stel ik voor, zodat niet alleen de Gouden Carolus liefhebbers maar ook de whiskyliefhebbers gecharmeerd raken door dit initiatief. Ik gun Het Anker in ieder geval een succesvol vervolg, want het opzet zit goed en de bezieling en het vakmanschap zijn zeker aanwezig.