Spring naar inhoud

Berichten van Johan

Elbow & Jura

Elbow

Elbow – een band uit Manchester – heeft met The Seldom Seen Kid een wel erg knappe plaat afgeleverd, een plaat die vorig jaar trouwens de Mercury Price won – niet geheel onterecht als je het mij vraagt. The Bones of You, Grounds for Divorce, Some Riot (die laatste twee minuten!), An Audience with the Pope, The Fix (dat nu speelt), stuk voor stuk ijzersterke nummers. De band viel al langer in de smaak bij critici en collega-bands, maar het is met dit vierde studio-album dat ze ook bij het grote publiek doorbraken.

Goeie muziek noopt tot goeie whisky, dat spreekt. Ik heb me er dan ook een lekkere 35 jarige Isle of Jura bij ingeschonken.

 
Isle of Jura 35y 1966/2001, 47.8%, Douglas Laing Old Malt Cask, 204 bottles – Jura – 88/100
Vrij mineralige neus. De geur na een frisse zomerbui. Rood fruit heb ik ook, en amandel. Beetje zilt, beetje hout en hoe langer hoe meer kruiden. En laat ons de balsamico niet vergeten. Complex! Olie-achtige smaak (boter) met opnieuw het rode fruit, rozijnen, vanille, noten, wat zilt en naar het einde – zoals wel vaker – peper. Tintelende, wat droge en fruitige afdronk. Zalige Jura!

Glenugie 27y 1982/2009 OMC

Ook deze stond nog op m’n verlanglijstje. Eerder proefde ik al de Glenugie 20y 1984/2004 OMC, wat een meer dan aangename kennismaking was met deze distilleerderij.

 
Glenugie 27y 1982/2009, 50%, DL OMC, cask 5040, 216 bottles – Highland – 89/100
Ha, dit is weer een lekkere! Hij spreidt zalig sappig fruit (appel, sinaas, meloen…) tentoon, zowel in de neus als in de smaak. In de neus vanille, een beetje hout en een mooie kruidigheid erdoorheen. Ook hout (maar bescheiden) in de vrij smeuïge smaak. Suikerspin, rozijnen, amandel. Kokosmelk? Middellange, zachte en kruidige afdronk. Smullen!

Port Ellen 3rd release

PE3&6

Volgens sommigen is de derde de beste van alle jaarlijkse Port Ellen releases. Hoog tijd dus om ook deze eens te proeven. Ik zet er de zesde release naast (whisky mag niet té lang blijven staan in een geopende fles nietwaar), die ik indertijd 90 punten gaf, een score die bij volgende proefbeurten een status van solid-as-a-rock verwierf. Eens kijken of de 3rd heerst over de 6th.

 
 
 
Port Ellen 24y 1979/2003, 3rd release, 57.3%, OB, 9000 bottles – Islay 91/100
Neus: zilt, rook en citrus in beide, een beetje zoals verwacht. Maar de derde release is ‘vuiler’, minder afgeborsteld dan de zesde. Hij geeft ook stevige jodium, visolie (subtiele levertraan, gelukkig subtiel), planten en heeft iets etherisch. Ja, de derde wint hier. Smaak: veel zilt, rook, as, fruit (abrikoos), vanille, hout (licht drogend), noten, kruiden (kruidnagel, peper)… complex en alles mooi in balans. De 6e release mist de kruidigheid van de 3e en vertoont iets minder hout op het pallet. Al bij al toont de derde zich ook in de smaak wat rebelser, wat ruwer, maar ik kan hier moeilijk bepalen welke ik best vind. Afdronk: zalig! Lang, beetje droog met vanille, zilt en rook. Veel rook. Maar ook de challenger z’n finish mag er wezen. Tie, ook hier.

Wel, het zijn beide erg lekkere, maar ook typische Port Ellens. De derde steekt zeker niet boven de zesde uit, maar de wildere neus resulteert toch in een bonus van één puntje extra, 91/100. Dus ja, ook voor mij is de derde de beste van de jaarlijkse releases die ik al geproefd heb (1e, 2e en 4e heb ik nog niet gehad), maar beide Rare Malts (20y & 22y) en de 1978 DL for The Whisky Shop gaan hier toch nog over, en misschien ook wel de 1982 DR for The Nectar (deze laatste denk ik niet op de neus, maar wel op de smaak). Bedankt voor het sampletje Ruben. Ik moet trouwens eens dringend door de rest onze sampleshare gaan.

Ian MacLeod

Ian Macleod

Als de naam Ian MacLeod geen belletje doet rinkelen, zullen Chieftain’s, Dun Bheagan, Glengoyne en Smokehead dat ongetwijfeld wel doen. Samen met nog een rits andere brands maken ze immers deel uit van de portefeuille van Ian MacLeod distillers Ltd. Deze bottelaar en distilleerder mag dus gerust beschouwd worden als één van de grote namen in de Schotse whiskywereld.

Het bedrijf werd opgericht in 1933 onder de naam Ian Macleod & Company Limited, maar kwam in 1963 in handen van de familie Russell, die er tot op de dag van vandaag de plak zwaait. Het was pater familias Leonerd J Russell die zich in 1936 vestigde als whiskymakelaar. Hij stierf evenwel in 1956, waardoor hij de overname niet meer meemaakte. In 1963 was het immers Peter Russell die als Managing Director de overname in goede banen leidde. Een jaar later werd Peter vervoegd door z’n jongere broer David. De eeuwwisseling luidde enkele wijzigingen aan de top aan: David ging op pensioen, Peter schoof op naar de voorzittersstoel en Peter’s zoon Leonard jr. – die in 1989 in het bedrijf stapte – nam de dagelijkse leiding over van z’n vader.
In 2003 verwierf Ian MacLeod de controle over de Glengoyne distilleerderij en werd de naam gewijzigd in Ian Macleod Distillers Ltd..

De activiteiten van Ian MacLeod strekken zich uit over gans de business. Distilleren (recent via de overname van Glengoyne), blenden (de oorspronkelijke activiteit), bottelen, ze doen het allemaal. Het bottelen gebeurt trouwens op de Broxburn bottling plant, die ze delen met J&G Grant, eigenaars van Glenfarclas. Broxburn bottlers bottelt ook voor derden zoals Old Pulteney en Finlaggan.

De hoofdactiviteit blijft evenwel het blenden. Hiervoor beschikken ze over een arsenaal aan vaten, o.a. van Lagavulin en Talisker, distilleerderijen wiens whisky ze via een soort van gentlemen’s agreement enkel mogen gebruiken voor blends. Ook sommigen supermarkt labels betrekken hun whisky bij Ian MacLeod. Alles bij elkaar geteld produceert en verkoopt Ian MacLeoad jaarlijks zo’n 15 miljoen flessen.

De belangrijkste merken van de firma zijn:

  • Single Malt: Chieftain’s Choice, Dhun Beaghan en McLeod’s Single malt.
  • Blends/vatted: Isle Of Skye, Smokehead, The Six Isles, Hedges & Butler, Lang’s Blended, Magilligan, King Robert II.
    Nice to know: The Six Isles wordt dra The Seven Isles, als naast Islay, Skye, Arran, Orkney, Jura en Mull ook het eiland Barra (Outer Hebrides) whisky zal produceren.
  • Andere: London Hill Gin, Wincarnis Tonic Wines.

 
Springbank 37y 1969/2006, 41%, Chieftains, casks 57/61, 486 bottles – Campbeltown – 79/100
Springbank is de oudste onafhankelijke distilleerderij van Schotland (gesticht in 1828), reeds 180 jaar in familiehanden. Hun whiskies worden 2,5 maal gedistilleerd (een deel twee maal en een ander deel drie maal). Deze Chieftains is een botteling van twee vaten, waarvan – gezien het alcoholpercentage – waarschijnlijk één under proof was. Frisse, bloemige neus met banaan, bloesems, hout en lichte rook. Effe laten staan brengt nog meer fruit naar boven, wit fruit (peer vooral). In verhouding tot deze erg aangename neus, valt de smaak wat tegen. Bloemig, wat waterachtig en bitter. Hout. Vaten waren beter wat eerder gebotteld me dunkt. Middellange afdronk.

Twee Balblairs

Vandaag proef ik twee Balblair samples, een tijdje geleden meegebracht van een festival. Was het het WWWF? Of Spirits in the Sky vorig jaar? Mmm, don’t remember. In ieder geval, deze whisky’s vertegenwoordigen zowat het beste en het slechtste wat Balblair te bieden heeft.

 
Balblair 15y 1991/2007, 55.2%, Dewar Rattray, cask 3289, 204 bottles – Highland – 69/100
Een ander deel van dit vat is gebottled voor Jack Dewar (for Monnier). Bitterzoete neus, op lichte sherry met karamel en koffie. Het afsteken van vuurwerk. Lichte zwavel. Met water geconfijt fruit, of zo van die bitterzoete citrusschillen. De smaak is wel héél bitter, de sherry is veel te dominant. Veel rubber, (kurkdroog) hout, gember… Iets beter met water, maar blijft toch erg bitter, ook in de nasmaak. Enkel en alleen als je van über-sherried whisky houdt, maar absoluut not my cup of tea.
 
Balblair 38y 1966/2004, 44%, OB, spanish oak, 2400 bottles – Highland – 92/100
Wow, deze Balblair is helemaal anders dan ik had verwacht. Zo goed als geen hout en erg beheerste sherryinvloed. Fris en fruitig (appel, peer) in neus en smaak. De elegante neus geeft ook lekkere waxy toestanden en een dito kruidigheid. Karamel. Crème brûlée? Jawel! Lekker seg! De smaak is al evenzeer om van te smullen. Die is zoet (honing), fruitig (eerder gestoofd fruit hier) én kruidig, en dat alles heel mooi gebalanceerd. De finish is lang en bitterzoet op honing en okkernoot. Heerlijk! In verhouding tot de leeftijd en het vattype is deze whisky erg zacht en toegankelijk, hij vertoont relatief weinig houtinvloed. Een dijk van een whisky en by far mijn beste Balblair tot op heden.

De beste Dalwhinnie ooit?

Dalwhinnie is de hoogst gelegen distilleerderij van Schotland en volgens velen – waaronder Serge ‘Whiskyfun’ Valentin – is hun 29-jarige gebotteld in 2003 de beste Dalwhinnie die ze ooit proefden. Ben benieuwd!

 
Dalwhinnie 29y 1973/2003, 57.8%, OB – Highland – 86/100
Laat ons voor de verandering eens met de neus beginnen. Die geeft in eerste instantie veel zoet fruit, banaan en peer vooral. Het zoete gaat verder door op honing en zoethout. Heel lichte turf, wat toch wel een mooie plus is. De smaak is ondanks het alcoholpercentage licht en zacht. Beetje honing, wat boterig, fruit (de banaan van de neus en ook appels) en granen. Middellange afdronk op honing en fruit. Erg lekker, maar had er gezien de reputatie toch nog een ietsje meer van verwacht. Dus, beste Dalwhinnie ooit? Wie weet, maar laat ons voorlopig maar hopen van niet.

Royal flush!

Ok, ok, de jaartallen volgen elkaar niet op, zo royal is deze flush dus ook niet…
 
Highland Park ‘High Dark Plan’ 10y 1998/2009, 46%, Daily Dram – The Nectar – Orkney – 85/100
Herkenbare bitterzoete HP neus met fruit (citrus), honing en (lichte) turf. Ook de smaak is fruitig (appel) en zoet (vanilla, honing) en vermengt zich mooi met de turf. Na een tijdje kruiden. Zoete en kruidige finish. Peper. Klassieke en dus aangename Highland Park.
 
Highland Park 11y 1997/2008, 57.6%, Gordon & MacPhail, sherry cask 5820, 298 bottles – Orkney – 62/100
Wow, dit is speciaal! En niet in positieve zin. Neus is erg scherp, met veel zwavel. Toch is ie ook zoet, mierzoet zelfs. Karamel, maar dan verbrande karamel, zwaar verbrande karamel. Chicorei. En iets van gerookte bacon. Maar de zwavel is veel te dominant. Ook de smaak is erg aggressief. Droog, wrang en scheepladingen zwavel. Water helpt iets, maar niet veel. Doet ook hier chicorei naar boven komen. Afdronk? Welke afdronk? M’n zintuigen zijn KO.
 
Highland Park 12y 1989/2001, 56.5%, Caledonian Selection, cask 1897 – Orkney – 83/100
Elegante sherryneus met fruit en honing. Krachtige, wat zoete smaak. Sinaas en bittere chocolade. Orangettes, jawel! Lichtjes rokerig. Lange droge afdronk. Een lekkere malt.
 
Highland Park 19y 1986/2005, 55.3%, OB for Maxxium Holland, cask 2793, 1120 bottles, 35 cl – Orkney – 90/100
Schattig flesje! En lekkere whisky dat daar in zit! Subtiele en zoete sherryneus op honing, kandijsiroop, rozijnen, rum (en de combinatie van deze laatste twee), hout, koffie, rubber, leder, lichte rook,… zalig complex. Hetzelfde kan gezegd worden van de stevige, ronde smaak. Sinaasschil, bittere karamel, noten, rozijnen (studentenhaver toestanden), beetje turf, hout, chocolade. Mooie bitterheid. Middellange, bitterzoete afdronk. Top-notch HP!
 
Highland Park 24y 1981/2005, 52.3%, Dewar Rattray, cask 6061, 263 bottles – Orkney – 86/100
Zalige zoet-zilte neus. Honing, zee en lichte turf. Appels ook. En na een tijdje krijgt ie iets bloemigs. Erg complex allemaal. Smaak ligt mooi in het verlengde hiervan. Zoet en zilt hand in hand. Ook wel wat hout op het einde en in de lange, zoete afdronk.

Drie maal Glenlivet 12

Vandaag publiceer ik tasting notes van drie batchen Glenlivet 12y. De eerste is de 2005 batch, waarvan ik enkele jaren geleden een fles kreeg (ja, niet iedereen uit mijn omgeving begrijpt mijn passie voor whisky). De tweede is de meest recente batch, de derde een oudere gebotteld in 1991. Deze laatste twee proefden we begin dit jaar op een ‘Van oud naar nieuw’ tasting.

 
Glenlivet 12y, 40%, OB 2005 – Speyside – 65/100
“Alsjeblief, een Nieuwjaarskadootje voor een whisky-liefhebber”. Tja, wat zeg je dan? Ik ben een beleefde jongen. Onlangs toch maar de fles geopend (veel brengt dat niet op hé). Blijft toch wel een platte malt. Spijtig dat ik hem niet meer kan vergelijken met de 1999 botteling die ik indertijd had (ja, hier hoort een smily). Maar lekker kan ik ‘m niet vinden…
 
Glenlivet 12y, 40%, OB 2008 – Speyside – 71/100
Derde batch die ik van deze klassieker proef en deze vind ik zowaar lekker. Allez lekker, ‘hij valt te pruimen’ benadert dichter de waarheid. Typische neus van een moderne whisky, weinig opwindend maar foutloos. Honing, bloemen, appels, een soort waxyness ook, maar anders dan bv. bij Clynelish. Verf? Mineralen. Ronde olieachtige smaak met granen, vanille en (beetje) fruit. Snel weg, weinig afdronk. Maar dus wel ok en beter dan vorige batches. Kijk al uit naar de volgende… Alhoewel.
 
Glenlivet 12y, 43%, OB 1991 – Speyside – 77/100
Een oudere versie van deze klassieker. Zit in een mooie blikken doos (thema ‘golf’), naar het schijnt gegeerd bij verzamelaars. Neus is vergelijkbaar met de recentste batch, is alleen wat steviger. Kan aan de extra 3% liggen. Honing, wit fruit (appel, peer, perzik bedoel ik), bloesems. Heel lichte turf. Mondvullende smaak op fruit en vanille. En ook hier subtiele turf. Middellange, fruitige afdronk. Ja, vroeger was het (toch wel vaak) beter.

Straight!

Glengoyne 15y Scottish Oak, 43%, OB 2006 – Highland – 81/100
Neus: zacht, fruitig en zoet (honing). Smaak: fruitig, maltig, vanille, bittere chocolade. Mooie balans. Middellange afdronk. Niet smashing, wel lekker.
 
Aultmore 16y 1992/2008, 59.2%, SMWS 73.31 ‘+B235’, 209 bottles – Speyside – 84/100
Aangename neus met veel fruit. Appel en peer vooral. Subtiele rook. Diezelfde lichte rook in de voor de rest zoete en fruitige smaak. Zacht en zoete afdronk. Njummie!
 
Balvenie 17y Rum Cask Finish, 43%, OB 2008 – Speyside – 81/100
Deze Balvenie is gefinished op een Jamaicaans rumvat en dat merk je. Hij is erg zoet (siroop, honing), beetje kruidig en licht fruitig (sinaas). Ook de smaak is zoet. Hier heb ik opnieuw honing, maar ook rozijnen en (zoet) fruit. Naar het einde wordt de smaak wat droger (hout) en kruidiger. Zachte en zoete finish met diezelfde lichte kruidigheid.
 
Convalmore 18y 1984/2003, 43%, Dun Bheagan, cask 1997, 402 bottles – Speyside – 75/100
Neus van versgemaaid gras, granen (muesli), karamel en kruiden. Zoete smaak met chocolade, cake en bubblegum. Eerder korte, licht bittere afdronk. Slecht is deze whisky niet, maar hij is al bij al wat simpel, er valt weinig te beleven.
 
Dufftown – Glenlivet 19y 1988/2008, 53.5%, Cadenhead, sherrywood – Speyside – 83/100
Lekkere zoete neus. Vers gebakken cake. Acaciahoning. Veel fruit ook. Zoete appelsien. Stekebezen! (of hoe zeg je dat? Kruisbessen, inderdaad). Na een tijdje krijgt hij ook iets kruidigs. Complex. Ook smaak is zoet en kruidig. Peper naar het einde. Sherrywood? Weinig van te merken, alhoewel hij in de smaak wel wat droog is. Soit, best te pruimen deze Dufftown.

Back to basics III

Eindigen deden we met de Yamazaki 10y en de Hazelburn 12y. De Yamazaki had ik al gedronken en viel me wat tegen, maar deze nieuwe batch bevalt mij duidelijk beter. De Hazelburn was voor mij dé ontdekking van de avond.

 
Yamazaki 10y, 40%, OB 2009 – Japan – 78/100
Veel zoet fruit. Gestoofd fruit that is. Lychees ook. En daarnaast vanille, hout en balsamico. Wijnazijn. In de 2007 had ik levertraan – wat niet echt een meerwaarde is voor een whisky – maar dat is hier gelukkig niet meer te bespeuren. Ook in de smaak is hij er op vooruitgegaan. Fruitig met een lichtje bittere toets. Mooie balans. Middellange frutige en kruidige finish. Een stijger met stip.
 
Hazelburn 12y, 46%, OB 2009, 3600 bottles – Campbeltown – 84/100
Lekkere neus met zachte sherry associaties. Leder, koffie(likeur), hout, rozijnen – meer nog, rozijnen op rum! Pompelmoes ook. De smaak etaleert een breed pallet met bitter-zoete karamel, koffie, kruiden, citrus. De koffie en de karamel deed mijn buurman Karel denken aan die harde, donkerbruine snoepjes met witte wikkel en arabisch hoofd op. We kwamen niet op de benaming, en ik nu nog altijd niet, verdorie toch. Lange, kruidige finish. Voor mij én voor de groep de winnaar van de avond.
 

Als toetje kregen we de Laphroaig Triple Wood voorgeschoteld. Deze laffie rijpte op bourbon, quarter cask en Europese eik. Voor mij een beetje een tegenvaller, had er meer van verwacht. De turf is me wat te droog, te veel hout. Double had volstaan. Maar ik had geen zin meer om te noteren, en vermits ik er nog een sample van heb staan, bespreek ik deze later wel in detail.

Back to basics II

Kwamen vervolgens aan bod: de Scapa 16y en de Royal Lochnagar 12y. Twee tegenvallers. Morgen de rest, het betere werk.

 
Scapa 16y, 40%, OB 2007 – Orkney – 72/100
Frisse neus met bloemen, fruit (banaan, druiven), honing en een mineralige toets. ‘Modern’ dus. De smaak is scherp en behoorlijk alcoholisch ondanks het lage percentage. Granen, gist… maltig. Een klein beetje fruit (citroen, perzik) ook, maar het geheel blijft toch scherp en bitter. Eerder korte, bittere finish. Neus is best ok, smaak niet.
 
Royal Lochnagar 12y, 40%, OB 2007- 68/100
Veel graan in de neus, oudbakken brood, hout, beetje kruiden. Doet me wat denken aan oude jenever. Iemand merkte op dat je heel goed de grondstoffen herkent. I agree. De smaak is wat alcoholisch op granen en een beetje honing. Korte, droge afdronk. Er valt weining te beleven bij het proeven van deze whisky.

Back to basics

De zomer loopt op z’n laatste benen, het vakantiegevoel is al lang uit de kleren, Johnny Cash is nog altijd dood… maar, een nieuw whiskyseizoen dient zich aan! Gewoontegetrouw steken we met onze club Fulldram van wal met een tasting die ons weer met beide voeten op de grond brengt. Zeker na de supertasting op het einde van vorig seizoen, is zo’n ‘back to basics’ tasting niet geheel zinloos. Een mens z’n standaarden moeten af en toe opnieuw eens geijkt worden nietwaar? Vandaag en morgen lees je wat we zoal (blind) proefden aan standaardbottelingen. Beginnen deden we met de White Horse 12y blend, waarna het officiële programma werd aangevat met de Benriach Curiositas, gevolgd door de Amrut NAS.

 
White Horse 12y, 40%, OB 2008 – 68/100
White Horse is een legendarische blend die vooral in het verleden hoge ogen gooide. Als ik het etiket goed gelezen heb, bevat hij vandaag de dag whisky van Craigellachie, Lagavulin en Glen Elgin. De neus vond ik best aangenaam. Hij had iets geroosterd, met verbrande karamel, hout, kruiden en rook. Ook de smaak gaf hout, maar was me wat te wrang waardoor ie uit de categorie van de zeventigers tuimelt. Al bij al geen slechte blend.
 
Benriach 10y ‘Curiositas’, 46%, OB, peated – Speyside – 80/100
Aangename zoete neus met vanille, turf (geen rook), iets floraals en fruitigs. Peren op wijnazijn. Op wijnazijn? Ja, toch wel, deed me aan m’n grootmoeder denken. Ik had ook lichte zilt in de neus, wat dan op een coastal whisky kon wijzen. Maar de aarde moet nog stevig opwarmen wil Benriach ooit coastal worden. Daar zat ik dus… euh, niet helemaal juist. In de smaak toont deze Curiositas zich erg drinkbaar. Licht zoet, beetje hout, kruiden en zachte turf. Mooie balans. Geen al te lange finish op lichte, zoete turf.
 
Amrut NAS, 46%, OB 2008 – India – 77/100
Deze had een wat ambigue neus (nu ja, dat kon van Cleopatra ook gezegd worden). Enerzijds had ik fruit, veel fruit. Zacht, zoet, gekookt fruit (het bereiden van confituur). Maar ik kreeg ook lijm, en ik was niet de enige. Beetje hout en vanille. De smaak is stevig, mondvullend en wat droog. Hout, drop, zoethout (kalisse), kruiden. Beetje fruit ook. Bitter-zoete afdronk met (te) veel hout. OK, maar de Amrut van Blackadder op 46% vind ik een pak beter.

Two pairs!

Linkwood 17y 1987/2004, 43%, Signatory, cask 4145 – Speyside – 72/100
Granige neus met appel en versgemaaid gras. Niet onaangenaam, maar weinig boeiend. Zachte, wat zoete smaak met ook hier granen. Vanille ook en iets bloemigs. Middelange afdronk. Beetje saai, deze Linkwood.
 
Linkwood 18y 1990, 45%, G&M for LMDW 2009, cask 6962 – Speyside – 84/100
Stevige sherrytoestanden in geur en smaak. In de neus geeft dat noten, koffie (sterke espresso), karamel, rozijnen en bittere chocolade. En ongetwijfeld nog heel wat meer dat ik dan niet inmiddelijk kan plaatsen. De smaak is bitterzoet. De bittere chocolade onieuw. Rubber. Vrij veel hout, mag wat minder voor m’n papillen. Ook kruiden doemen op. Middellange, droge en kruidige finish. Complexe whisky met een erg aangename neus maar een ietsje te droog, te scherp in de smaak. Dit laatste doet ‘m net uit de 85+ catagerie vallen.
 
Caol Ila 15y 1990/2005, 50%, DL OMC, 358 bottles – Islay – 83/100
Neus is erg zacht, de turf is eerst vaag aanwezig maar komt langzaamaan bovendrijven, en verdringt daarmee de vanille en de citrus. Appelschil. Ook de smaak is zacht, zoet, met lekkere turf en dito zilt. Middellange, eerder droge afdronk.
 
Caol Ila 17y 1991/2008, 46%, Cadenhead, 361 bottles – Islay – 82/100
Neus: zoet, turf, rook, fruit. Matig complex. Smaak: lekkere zoete turf. Gerookte zalm. Beetje vettig. Vrij lange, zoete afdronk. Aangename Caol Ila.
Frapant, op enkele uitzonderingen na (die Manager’s Dram!) scoor ik bijna alle Caol Ila’s tussen 80 en 85. Degelijke, lekkere whisky zonder echt uitzonderlijk te zijn, maar ook zelden tegenvallend.

Pair!

Strathisla 30y, 46%, Gordon & MacPhail for La Maison du Whisky 2005 – Speyside – 90/100
Zalige complexe sherryneus op hout, rook, karamel, geconfijt fruit, balsamico en pompelmoes. Ietwat vettige smaak op boter, karamel, rook, hars en kruiden (kruidnagel). Aangename droge bitterheid. Lange, droge en kruidige finish. Top-sherry. Nu ja, ‘t is wel whisky natuurlijk.
 
Strathisla 36y 1969/2005, 54.6%, Cooper’s Choice for Alambic Classique, cask 2514, 150 bottles – Speyside – 84/100
Veel sherry in de neus (koffie, tabak, rubber, karamel), maar ook veel fruit. Rood fruit, allerlei bessen. Stevige smaak met weerom veel fruit, zoethout en de alomtegenwoordige, droge sherry. Maar voor mijn smaak is ie wat te wrang, wat te bitter… te veel rubber om te wedijveren met de G&M. Droge en vrij lange afdronk. Mocht voor mij iets zachter zijn, maar wel lekker.

Four of a kind!

Laphroaig 10y, 40%, OB 2007 – Islay – 81/100
Neus van zoete turf, rook, zilt en citrus. Ook smaak is redelijk zoet, met turf en kruiden. Cayennepeper? Naast de 2004 botteling gezet die ik thuis had openstaan. Deze vind ik een ietsje minder.
 
Laphroaig 16y 1992/2009, 50%, DL OMC, cask 4825, 691 bottles – Islay – 81/100
Herkenbare Laphroaigh neus. Zoet, ziltig ook, maar minder complex dan ik gewoon ben van Laphroaig. Smaak is wat droog, met turf, teer en wat zoets. Niet slecht hoor, maar te weining complex dus in vergelijking met andere Laffies van die leeftijd en distillatiejaar.
 
Laphroaig ‘Aloha Grip’ 16y 1992/2008, 58%, Daily Dram, The Nectar, 180 bottles – Islay – 91/100
Oh, dit is heerlijk! Zalige, zoete turf in neus en smaak. Vanille, beetje citrus, beetje zilt… Erg lange afdronk, mooie balans tussen zoet en zilt. Moest nog een uur rijden nadat ik deze dronk, maar bij thuiskomst had ik nog steeds de smaak ik m’n mond. Schitterende Laphroaig en weerom een knappe vatselectie van Mario Groteklaes.
 
Laphroaig 18y 1989/2008, 53.7%, SMWS 29.66 ‘Maritime and sweet’, 542 bottles – Islay – 89/100
Aangename neus op zilt en rook (kampvuur, gerookt spek), met karamel en wat koffie erdoorheen. Sherry? Rubber, euh ja dus. Ook in de mond erg lekker. Stevig, zoet, zilt en rokerig. Gerookte zalm (grappig: vlees in de neus en vis in de smaak). Nog: zoethout, koffie en kruiden. Lange, rokerige afdronk. Eén van die vele lekkere Laphroaigs van eind jaren tachtig, begin jaren negentig.

Twee zustervaten Glen Garioch

Glen Garioch heeft meerdere vaten 1968 op 29 jarige leeftijd gebotteld (rond 1997 dus). Geen idee waarom. Gewoon allemaal op dat moment perfect om te bottelen? In ieder geval zijn de bottelingen die ik al heb kunnen proeven stuk voor stuk toppers. Hieronder mijn tasting notes van de vaten 622 en 624.

 
Glen Garioch 29y 1968, 56%, OB 1997, cask 622 – Highland – 89/100
Frisse zoete neus met lekkere sherry. Tabak, rubber, rozijnen en veel gestoofd fruit. Gebakken banaan! Beetje turf. Krachtige smaak op hout, veel fruit, karamel en peper. Lange, bitter-zoete afdronk. Lekkerrrr!
 
Glen Garioch 29y 1968, 55.9%, OB 1997, cask 624 – Highland – 90/100
Ook vat 624 mag er wezen, en meer dan dat. Sherry en turf, hier gaan we weer. De sherry is zeker niet te scherp, integendeel, alles is mooi in balans. En dan krijg je de vertrouwde zaken als hout, rubber, tabak, rook en turf. Njummie! In de smaak ook een ietsje peper. Heerlijk lange finish. Weerom een wreed lekker sherryvat van Glen Garioch.

Three of a kind!

Bowmore 7y 2000/2007, 60%, Van Wees – The Ultimate Collection, cask 800064, bottle 190 – Islay – 77/100
Een jonge Bowmore met zoals te verwachten jonge, frisse turf. Nat hooi, rook en citroenen. Eerste slok is wat scherp… nu ja, met 60% is dat niet verwonderlijk. Daarna best drinkbaar zonder water. Ook hier de jonge frisse turf, peper, zoethout en wit fruit. Turf en zilt in de droge finish. Zonder al te complex te zijn, is deze dram best OK voor z’n leeftijd, maar ook niet meer.
 
Bowmore 17y, 43%, OB 2006 – Islay – 79/100
Eerste maal geproefd op het Whiskyfestival Gent 2007. Complexe en aangename neus. De zee! Wat kruidig ook. Smaak maltig en ziltig, met een aangename bitterheid. Citrusfruit. Een weinig turf. Complex. En een lange rokerige afdronk. 89 punten. Op dat moment nog te krijgen, maar niet meer voor lang (vervangen door een 18-jarige botteling, maar daarna toch ook nog door een nieuwe 17), dus snel nog een fles gekocht.
Fles geopend op 17/05/07, maar deze had een zeepsmaak! Nochtans dezelfde batch, dacht ik toch. Nu ja, het was wel nummer 28 of zo op het festival… Naast de boven beschreven sensaties dus duidelijk zeep. Doet me wat denken aan die harde paarse snoepjes (viooltjes?) die m’n grootmoeder vroeger had, vond ik toen ook al naar zeep smaken. Lavendel zeep.
Ook bij volgende pogingen nog steeds de (lavendel) zeep. Storend. De zeep-toets in de voor de rest best wel lekkere whisky kost deze fles toch 10 punten.
 
Bowmore 17y 1989/2007, 51.9%, cask 7914, 222 bottles – Islay – 80/100
Frisse neus (munt) met stevige rook en turf. Beetje kruiden. Ook de smaak is in eerste instantie erg fris, maar wordt vrij snel gevolgd door een turfexplosie. Lange afdronk met weer eens veel turf. Lekker hoor, maar de turf is me wat te dominant en de combinatie turf-munt is niet helemaal my cup of tea.

Full House!

Auchentoshan 16y 1988/2005, 58.9%, OB, cask 4445 – Lowland – 78/100
Subtiele neus met granen, hout, peer en na een tijdje een lichte rokerigheid. Best lekker. Frisse smaak van munt, beetje kruiden en fruit, maar minder dan in de neus. Middellange, fruitige afdronk op appel en peer. Vooral de neus maakt ‘m het proberen waard.
 
Auchentoshan 25y red ceramic, 43%, OB 2006 – Lowland – 75/100
Lelijke keramieke fles, waar je wel een kleine 200 euro voor moet neertellen. Hopelijk kan de inhoud me meer bekoren. Mmm, de neus doet dat alvast niet. Die is erg zacht en licht met granen, een beetje fruit (peer vooral), hout en al even lichte sherrytonen. Mist de nodige panache. Smaak is zoet en bitter op sherry, karamel, hout, pompelmoes. Echt slecht kan ik ‘m niet noemen, maar geef me voor dat geld toch maar iets anders.
 
Glenfarclas 10y 1994/2005, 46%, OB for Switzerland, cask 3979, 402 bottles – Speyside – 81/100
Sherryneus met koffie en rubber. Zwavel? Misschien, maar dan toch wel heel licht en absoluut niet storend. Smaak van bittere karamel, hout… beetje wrang. Na een tijd wordt ie toch iets zoeter en komen er wat fruittonen door. Best wel lekker eigenlijk, maar heeft wat tijd nodig. Redelijk lange droge finish.
 
Glenfarclas 19y 1988/2007, 46%, Cadenhead, 306 bottles – Speyside – 72/100
Neus: eerst zoet (karamel, honing, vanille), dan floraal. Bloesems. Smaak: eerst zoet en dan bitter. Olieachtig ook. Boter. Vlot drinkbare whisky, maar niets bijzonders.
 
Glenfarclas 36y 1966/2003, 50.5%, SMWS 1.103 ‘Hymn books and morello cherries’, 496 bottles – Speyside – 89/100
Fruit, veel fruit heeft deze Glenfarclas. Ook wat waxy toestanden in de neus. En vanille. In de smaak wat hout naast de lekkere fruitigheid. Peper naar het einde. Middellange, fruitige afdronk. Wreed lekkere oude Farclie.

Fleet Foxes & Springbank

Fleet Foxes’ gelijknamige debuutplaat was voor mij misschien wel het beste album van 2008. De Amerikaanse freakfolkers combineren schitterende harmoniezang met dito akoestisch vernuft. Zelf omschrijven ze hun muziek als harmonische pop-barokmuziek. Ik speel dit album nog behoorlijk veel, ook daarnet nog, vergezeld van een lekkere jonge Springbank.

 
Springbank 1999/2006, 59.2%, cask 108 (Werner Hertwig cask) – Campbeltown – 88/100
Dit was een fles uit een vat dat eigendom is van een zekere Werner Hertwig. Ik ken die man niet, maar hij heeft wel een verdomd goeie neus. Zeker gezien de leeftijd is dit een ongelooflijk lekkere dram. Zoete en licht medicinale neus met sherry, munt, citrus, hout (een subtiele bitterheid) en turf. Heel intens, maar behoeft geen water, ook niet in de smaak. Die is stevig, kruidig (peper) en de sherry vermengt zich mooi met de turf en het zilt. Vrij lange, bitterzoete finish. Vraag me af wat dit zou geven na 10 jaar extra rijping.

Brora 1972 head to head

Handen wrijvend, de deur van de bureau gebarricadeerd, mijn gezinsleden een tijdelijk contactverbod opgelegd en een opkomende zenuwtrek onderdrukkend, zet ik hic et nunc twee Brora’s 1972 naast elkaar. Zoals hier in het verleden reeds beschreven, is 1972 een beetje een magisch jaar voor Brora, zoals 1974 dat was voor Ardbeg of 1976 voor Benriach. De twee die ik hieronder bespreek zijn beide Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice bottelingen, de 1993 – waarover een relatieve consensus bestaat dat dit de beste is – en de 1996. Bij mijn weten bestaan er vier versies van, er is nog een 1992 en een 1997. Ik had in het verleden al zowel de 1993 als de 1996 gedronken, maar had van beide nog een kletsje staan. Wat kan het leven toch mooi zijn!

 
Brora 1972/1996, 40%, Gordon & MacPhail, Connoisseurs Choice – Highland – 92/100
Top notch farmy Brora-neus met zoete turf, smeulend haardvuur, planten, honing en ook een beetje bijenwas en fruit, maar allemaal wat onderliggend, overvleugeld door de ‘boerderij’ en de turf. Smaak in lijn met de neus, wreed lekker dus. Rokerig en farmy met wat zoets (de honing), een beetje fruit en een ietsje meer zilt. Lange, zoete en rokerige afdronk. Zo Brora als Brora maar kan zijn, zalige whisky dus.
 
Brora 1972/1993, 40%, Gordon & MacPhail, Connoisseurs Choice (old map label) – Highland – 93/100
Man, dit is dus echt lekker hé! Frisse en fruitige turf met een resem waxy toestanden. Boenwas, schoensmeer, kaarsvet… honing ook. Citrus. Bloemen. The whole shebang. En dan hebben we de zalige farmy notes nog niet gehad. Stallen, hooi, natte hond (neen, we gaan het niet hebben over de boerendochter… laat staan een natte). Lovely. Geweldig complex, ook in de smaak. Daar hebben we de turf en de boerderij, maar ook het fruit (pompelmoes), de honing, zilt en een mooie bitterheid. Genieten! En dan de finish, die vergeet je niet…
 

Conclusie: de 1996 is meer ‘in to your face‘ Brora, de farmy notes zijn er erg dominant. Nu, dat vind ik dus absoluut niet erg, maar het maakt ‘m naast geweldig lekker een ietsje minder boeiend dan de 1993. Deze laatste is complexer, de farmy notes zijn duidelijk aanwezig maar zijn mooi verweven met het fruit, de boenwas, de bloemen, de honing. Eigenlijk hebben we hier te maken met een kruising van het beste van Brora met het beste van Clynelish. Maar om nu te zeggen dat ik de 1993 – zoals sommigen – veel lekkerder vind, neen dat niet. De geweldige complexiteit verdient echter een extra puntje.