Spring naar inhoud

Berichten van Johan

Inchgower 1977, Cadenhead White label

Inchgower onderging een grondige verbouwing in 1966, de productiecapaciteit werd verdubbeld, maar amper 1% van de productie is bestemd voor botteling als single malt, de rest gaat naar de blends van Diageo, de huidige eigenaar van de brand.
Vandaag een botteling onder het zeer zeldzame White label van Cadenhead. Dermate zeldzaam dat ik zelfs geen foto van de fles vind. Hiernaast dan maar een Glendronach onder hetzelfde label.

 
Inchgower 1977, 59.2%, Cadenhead +/- 1993, cask 9718, White Label
Dit is een wel erg bijzondere Inchgower. Niet alleen omdat deze White Labels zo erg zeldzaam zijn, maar ook het profiel van deze whisky is uniek. Hij heeft een nogal – op z’n zachtst gezegd – vreemde twist. We hebben hier lang over zitten discussiëren. Voor sommigen was het sulfer, niet voor mij. Ik vond het vreemde zeker geen off note, integendeel, ik vond het aangenaam. Ik dacht eerder een soort zoete, aangebrande toestand. Verbrande cake misschien – dat heb je soms nog in whisky – maar dan serieus verbrande cake. Verbrande karamel ook wel. De neus gaat verder op dit soort associaties. Iets zwaar geroosterd, geroosterde en gesuikerde amandelen? Daarnaast rook en koffie. Toch lekker hoor. In de smaak naast de aangebrande zaken hout en rook (woodsmoke), suiker en veel kruiden (zoethout vooral). Lange, zoete, kruidige en rokerige finish. Bizarre whisky, maar ik ‘m wel erg appreciëren. 89/100

Bruichladdich 10y ‘The Laddie Ten’

Vandaag een standaardbottelingen die links en rechts hoge ogen gooide, de Bruichladdich 10 of The Laddie Ten voor de vrienden. Het is een vatting van vooral bourbonvaten, maar ook enkele sherryvaten.

 

Bruichladdich 10y ‘The Laddie Ten’, 46%, OB 2011
Hola, dit is een wel zéér aangename neus. Aromatisch, met veel fruit. Fruit dat zich vermengt met zilt en zoete tonen (kandijsuiker en honing komen in me op). Qua fruit denk ik aan citroen, limoen en ananas. Wat gras ook (de vers-gemaaide variant), zoethout en een klein beetje rook. Maar dat alles erg expressief dus. De smaak is zacht, romig en fruitig: banaan, ananas, mandarijn. Licht tropisch zelfs. En ook hier gaat het fruit vergezeld van zilt. Zachte karamel en enkele kruiden vullen verder aan: kaneel, peper en gember. Mooi! Lange afdronk op fruit en kruiden. Ja, ik vind dit een indrukwekkende standaardbotteling, niet super-complex, maar voor een dikke 30 euro prijs/kwaliteit top me dunkt. 88/100

Ardmore 20y 1992, The Whiskyman

Samen met de wel zeer bijzondere Littlemill 1988 zette Dominiek ook een Ardmore 1992 in de markt. Deze whisky kreeg Rolling-Stones-gewijze de naam Peat Fighting Man mee.

 

Ardmore 20y 1992/2012 ‘Peat fighting man’, 49.9%, The Whiskyman, 146 bottles
Hola, dit is een mooie neus. Rond en vol. En complex. De eerste elementen die opvallen zijn turf en mineralen. Zilverpoets, natte aarde, natte gazon. Het maaien van nat gras. Daana noten (okkernoten en vooral cashewnoten), gevolgd door olie en de schil van sinaas, zilt en zelfs wat jodium. Aan welke kust ligt Ardmore nu ook al weer? De turf ondersteunt het geheel, is constant discreet aanwezig. Na enige tijd wordt in de fruitafdeling de sinaas vergezeld van banaan en ananas. Nat hooi ook, licht ‘farmy’. I like. Op de smaak wordt dit patroon verdergezet. Het mondgevoel is zacht en olieachtig. Qua associaties kan ik me er gemakkelijk van afmaken en verwijzen naar de neus. Maar dat ga ik niet doen, ik schrijf op: mineralen, zachte turf, hooi, cashewnoten, zilt, sinaas en ananas. Maar ook vanille, limoen en kruiden (peper en gember). En ook hier zit de balans tussen dit alles perfect. Lange afdronk op aarde, turfrook en fruit, en op het einde nog wat zilt als extraatje. Lekkere, complexe en fraai gebalanceerde Ardmore. Weerom een knappe selectie Dominiek! 90/100

Port Charlotte 2002, Malts of Scotland, cask #1172

En dan nu een whisky die ook hoog scoorde op de Fulldram Class of ’89 tasting. Zowel voor de groep als voor mij viel hij net buiten de top-3. Alhoewel ik whisky één en twee 91 punten gaf en whisky drie en vier 90 (de andere tussen 86 en 89), het verschil tussen beide koppels was voor mij dus zo miniem dat ik na de komma zou moeten scoren.

 

Port Charlotte 2002/2010, 64.2%, Malts of Scotland, bourbon hogshead, cask #1172, 306 bottles
Voor meer dan 64% alcohol te zijn, ruik ik meteen heel wat meer dan de alcohol. Echt een levendige en aromatische neus. Sinaas, zilt, karamel, turfrook, leder en gember vallen op. Nat hooi ook. Ook op de tong is het meer dan te doen. Sterk, natuurlijk, mondvullend, natuurlijk, alcoholisch, natuurlijk… maar ook zonder water al heel wat meer dan dat. Zoet vooral. Karamel, honing, gekonfijte gember. Veel rook, net als peper en een beetje rubber. Met water erbij zilt en opnieuw het natte hooi. Lange afdronk op zoete turf en zilt. Sprankelend en levendig, met de nadruk op zoete en farmy turf, een profiel dat me wel ligt. 90/100

Blair Athol 25y 1986, A. Dewar Rattray for Whiskyhuis & The Hebridean Whisky Society

Vandaag een whisky waar ik op heb zitten wroeten. Ruiken aan het sampleflesje overtuigde me niet helemaal en ook toen ik ‘m uiteindelijk in m’n glas goot, was m’n eerste indruk niet geweldig. Maar met ‘m tijd te geven en te laten ademen, kwam hij open, er voltrok zich een mooie transformatie.
Het betreft dus de whisky die Jurgen Van De Wiele selecteerde voor z’n shop en voor z’n Hebridean Whisky Society.

 

Blair Athol 25y 1986/2011, 53.5%, A. Dewar Rattray for Whiskyhuis and The Hebridean Whisky Society, bourbon cask #20076, rum finished, 115 bottles
De neus start vrij gesloten, ik heb enkel lichte florale toetsen en een beetje graan (muesli). Maar zoals gezegd, de whisky tijd geven doet wonderen. Er komt zoet fruit naar de voorgrond. Sappige rode appels, peren en appelsiensap. Daarna ook rozijnen en banaan (de rum die z’n sporen achterlaat?) en wat kruiden (the herbal kind). Vers gemaaid gras. Ja, dat gaat van gesloten naar fris en fruitig. Op de smaak heeft de rum echt wel z’n werk gedaan: banaan, kokos, rozijnen (op rum dus) en veel kruiden vallen op. Daarna ook sinaas. Kandijsuiker maakt het wat zoet. Naar het einde krijg ik nog tonen van zoethout, gember en paprika. Behoorlijk lange afdronk op kandij, bittere sinaas en kruiden. Tja, een whisky die je de tijd moet geven, anders gaat ie volledig aan je voorbij. Maar het wachten loont. 86/100

Clynelish 21y 1979, The Bottlers

De Clynelish die ik vandaag bespreek, is niet de eerste Clynelish die hier aan bod komt, maar wel de eerste gedistilleerd in de tweede helft van de jaren zeventig. Jaren zestig (of ouder), begin jaren zeventig, begin jaren tachtig, jaren negentig, we hebben het allemaal al gehad. Maar de tweede helft van de jaren zeventig was tot op heden een blinde vlek, net zoals de twee helft van de jaren tachtig trouwens.

 
Clynelish 21y 1979/2000, 62.3%, The Bottlers, refill sherry cask #8333
Mmm, lekkere neus op citrusfruit (sinaas en pompelmoes) vermengd met turfrook, boenwas en kruiden. Een klein beetje ‘farmy’ zelfs (de geur van de boerderij). Ook wat zilt noteer ik. Zeer mooi. Stevig mondgevoel (meer dan 62% na 21 jaar op vat!), kruidig en geturf. Toch ook best wat fruit (citrus opnieuw), net als vanille, granen en kandijsuiker. Lange afdronk op zachte turf en sinaasconfituur. En opnieuw wat farmy. Kan dit Brora 1979 zijn? Whatever, dit is spek naar mijn bek. En nog niet zo’n klein beetje. 90/100

Littlemill 24y 1988, The Whiskyman

Eigenlijk wou ik Mandarine Napoléon 1988 als titel nemen, waarom wordt snel duidelijk, maar om verwarring te voorkomen, heb ik maar overgenomen wat op het label staat. Dominiek Bouckaert brengt onder z’n Whiskyman label twee nieuwe bottelingen uit, een Ardmore 1992 en een Littlemill 1988. Dit jaar staat niet meer in het teken van The Beatles, nu is het de beurt aan The Rolling Stones. De Littlemill die ik vandaag proef, gaat door het leven als Sympathy for the Whisky. Kost een 120 euro.

 

Littlemill 24y 1988/2012 ‘Sympathy for the Whisky’, 54.2%, The Whiskyman, 159 bottles
Ja, die neus doet mij ontegensprekelijk aan Mandarine Napoléon denken. En zijdelings ook aan Cointreau en Grand Marnier. Stevig op mandarijn, maar ook roze pompelmoes en de schil van sinaas, vermengd met suiker (suikerwater, suikerspin). Pas daarna ook andere elementen, zoals planten, kaneel en nat hooi. Maar het zijn vooral de bijzondere citrus en de suiker die de dienst blijven uitmaken. Bijzonder, op z’n minst. Die combinatie van mandarijn en suiker is echt uniek voor een whisky. Wel lekker, daar niet van. De smaak is minder speciaal en meer Littlemill. Alhoewel ook hier hetzelfde citrusfruit domineert (mandarijn, roze pompelmoes), met onderliggend mooie eik en kruiden (ik denk aan peper, gember, en nootmuskaat). Infusiethees ook (rozenbottel en ijzerkruid). Zeer mooie bitterheid. En opnieuw de suiker(spin). Lange afdronk op eik, kruiden en… juist ja, mandarijn. En dan de score… niet evident. Deze whisky (zeker de neus) is voor mij zo atypisch dat ik er maar moeilijk een score op kan plakken. Die score is hier dan ook niet zo belangrijk. Maar je moet deze Littlemill gewoon geproefd hebben, dit profiel kom je waarschijnlijk nooit meer tegen.

Linkwood 21y 1989, A. Dewar Rattray

De volgende in het rijtje nieuwe bottelingen van A. Dewar Rattray is een Linkwood 1989. Te koop voor een kleine 80 euro. Ik denk dat dit m’n derde Linkwood 1989 is, na de 12y van Gordon & MacPhail en de 20y van Malts of Scotland.

 

Linkwood 21y 1989/2011, 55.8%, A. Dewar Rattray, sherry butt #7322, 522 bottles
Erg mooie neus die zoet en kruidig start, om daarna over te gaan in fruitige tonen. De kruiden vinden we in de afdeling van de tuinkruiden, samen met allerlei planten en gras. Bladeren, varens en aarde ook. Wat het zoete betreft, denk ik vooral aan honing, maar ook aan kandijsuiker. Het fruit dat in tweede instantie naar boven komt, is gedroogd fruit (rozijnen en pruimen). Heerlijke bijenwas en geboend leder zorgen voor een smeuïge toets. De honing groeit en het gras neigt op de duur meer naar nat hooi. Ja ja, farmy. Ook de smaak is meer dan gewoon aangenaam. Stevig, maar niks scherps. Vol en rond. Romig en zoet. Zoete appels, rijpe kruisbessen, honing, een beetje nougat en suiker. Melkchocolade ook. Daarna zet er zich een beetje eik door, gevolgd door de bijhorende kruiden. Kaneel, kruidnagel en anijs. Middellange, grassige en zoete finish. Complexe en verrassend lekkere whisky. 88/100

Springbank extravaganza

Vandaag twee top-Springbanks. De eerste, de 25y dumpy golden seal Japan import, had ik bij op het Lindores Whiskyfest, oktober vorig jaar. Om deel te mogen nemen aan het gebeuren moest je immers een ‘deftige’ fles voorleggen. Deftig scheen ie alvast te zijn, het bleek voor velen zelfs één van de toppers van het fest te zijn. Ik proefde hem begin deze maand nog eens naast de volgens velen beste Springbank ooit, de 12y 100 proof 57.1% voor Samaroli, waarvan je hieronder ook notes leest. De 25 proef ik vandaag een derde en wie weet laatste maal, in de vorm van de laatste twee centiliter uit de fles. Op die manier moet Luc de lege fles niet meer naar de glasbak brengen. Puur altruïsme, blij dat u het opmerkt.

 

Springbank 25y, 46%, OB end 1980’s, parchment label, golden seal, dumpy bottle, Japan import, 75cl
Prachtige neus, maar niet evident om te omschrijven. Een eindeloze reeks associaties, perfect gebalanceerd, die zich aandienen in lagen. We nemen een start op hazelnoten, amadelen en rozijnen. Daarna volgen bijenwas, honing en geboend leder. Dan olie en en romige boter. Onderliggend hebben we zeewier, tabak, teer en lichte rook. Een volgende laag wordt gevormd door belegen eik en hars. En dan de finishing touch in de vorm van succulent fruit: banaan, kokos, sinaas, vijgen (gedroogde en verse), papaya, passievrucht… en dan vergeet ik ongetwijfeld nog een tiental andere geuren. Schitterend. Ho maar, de smaak is minstens even goed! Olieachtig, elegant en subtiel, en al even complex als de neus. Geflambeerde banaan, kokos, kiwi, sinaas, passievrucht, honing, peper, kaneel, bijenwas (big time!), amandelen, melkchocolade, praliné, prachtige eik opnieuw, … sorry, hier stop ik, laat me maar wat verder genieten. Ja, op de smaak vind ik ‘m eigenlijk zelfs nog een ietsje beter dan op de neus. De afdronk is niet super-lang, maar wat maakt het uit als het perfect in lijn met de sublieme smaak is? Grootse whisky! 95/100

 

Springbank 12y 100 proof, 57.1%, OB, imported by Samaroli, early 1980s, 2400 bottles
Naast de 25 viel me op dat de neus van deze Springbank zo mogelijk nog beter is dan deze van de 25. Niet noodzakelijk complexer, maar expressiever. Ja, zeker expressiever. Vandaar de cult status I presume. Veel fruit, honing en bijenwas. Het fruit is zoet, al dan niet gestoofd (confituren, maar ook rozijnen en pruimen, en net zo goed ananas en banaan). Zachte rook, belegen eik, tabak en koffie. En ook hier ongetwijfeld nog veel meer, kon onmogelijk alles opschrijven, laat staan onthouden. Ja, ‘zilt’ staat hier nog. Die neus is simpelweg subliem. De smaak is enorm explosief en ‘invasief’, de whisky explodeert bijna letterlijk in je mond. Ook hier zeer complex, maar ook scherp en zelfs wat ruw. De elementen van in de geur komen terug (het fruit, de bijenwas, de zachte rook, de koffie, het zilt, de tabak), maar worden aangevuld met kruiden en noten. De eik treedt ook meer op de voorgrond en gaat gepaard met een beetje hars. Op dit alcoholpercentage erg drinkbaar, maar dus wat ruw. Zeer lange afdronk in lijn met de smaak. Echt super op de neus, maar voor mij net wat te scherp, te hoekig, te bruut op de smaak. Ik zou qua score niet boven deze van de 25 uitkomen. 95/100 (verificatie vereist, dat spreekt).

 

Indien de neus van de Samaroli gecombineerd werd met de smaak van de 25, deed ik er nog een punt of twee bij.

Glen Moray 36y 1973, The Perfect Dram

Vandaag wat voor mij de winnaar was op de Fulldram Class of ‘89 tasting. Ruben en Marc hebben een verslagje van deze tasting gepubliceerd. Zoals je daar kan lezen was de Highland Park 1986 van The Nectar de winnaar voor de groep, voor mij ging daar nog zeer nipt de Glen Moray 1973 Perfect Dram boven. Dit vat deelde The Whisky Agency met de Three Rivers bar in Tokyo. Waar hij nog te koop is, betaal je er een dikke 150 euro voor.

 

Glen Moray 36y 1973/2010, 53.1%, The Perfect Dram (TWA), joint bottling with Three Rivers Tokyo, bourbon hogshead, 301 bottles
Mooie, ronde en volle neus op allerlei soorten fruit (ik denk onder andere aan vijgen, pruimen en ananas), honing, boenwas, een klein beetje rook van het hout, kaneel, vanille en volle, sappige eik. De eik is hier echt groots. Op de smaak een gelijkaardig patroon. Fruit (pruimen, rijpe sinaas, en ook roze pompelmoes), kruiden (ik proef vooral nootmuskaat), was, vanille en noten ook, gedragen door de romige eik. Smeuïg, met onderliggend een zalige bitterheid. Lange afdronk in lijn met de smaak: sinaas, kruiden en eik. En dat laatste, de eik, is wat ‘m voor mij de winnaar maakte. Die eik is echt prachtig en geeft het geheel body en karakter, zonder de andere aroma’s zoals het fruit en kruiden naar de achtergrond te verwijzen. Het lijkt me een typisch kenmerk van Glen Moray, zeker uit deze periode, te zijn. 91/100

Highland Park 18y ‘Earl Haakon’

En nu we toch bezig zijn, hierbij mijn bevindingen van de derde in de Saint Magnus trilogie, de 18-jarige ‘Earl Haakon’, genoemd naar de moordenaar van de heilige Magnus. Nogmaals bedankt voor de sample Marc.

 

Highland Park 18y ‘Earl Haakon’, 54.9%, OB 2011, 3.300 bottles
De neus heeft wat tijd nodig om open te komen. Hij start ‘groen’ (planten en tuinkruiden), gevolgd door kandijsuiker en bananen. Doet me wat aan rum denken. Kaneel ook en warme appelsmoes. Daardoorheen ‘herfst’: natte bladeren en mos. Maar een heel weinig turfrook. Stevig op de tong, mondvullend. Hier vallen de kruiden eerst op: gember, nootmuskaat, peper en zoethout . Ook hier rozijnen en bananen, groene bananen (lichte taninnes). Vanillefudge en nougat maken het geheel zoet. Lichte rook. Middellange, bitterzoete afdronk. Niet erg complex, wel lekker. Maar hoeft het gezegd, te duur voor wat het is. 86/100

Highland Park 12y ‘Saint Magnus’

Met de Magnus Editions trilogie heeft Highland Park eer betoond aan Saint Magnus, de eerste graaf van Orkney, en ook wel een beetje aan z’n stichter Magnus Eunson (1798), genoemd naar deze heilige. Saint Magnus was een Noorman (Orkney was in die tijd Noors grondgebied) die leefde van 1075 tot 1116 of 1117, toen hij door z’n neef en rivaal, Earl Haakon, werd vermoord. Z’n verhaal wordt verteld in twee sages (Magnus’ saga) en een legende (Legenda de sancto Magno).
De drie whisky’s in deze reeks zijn de 15y ‘Earl Magnus’, de 12y ‘Saint Magnus’ en de 18y ‘Earl Haakon’. Ze werden gebotteld in een hand-geblazen bruine fles en kregen een retro-label mee dat gebaseerd werd op een 150 jaar oude fles Highland Park.

De Saint Magnus die ik vandaag proef, is een vatting van whisky gerijpt op sherryvaten, voor het grootste deel van Europese eik. De jongste whisky werd gedistilleerd in 1998.

 

Highland Park 12y ‘Saint Magnus’, 55%, OB 2010, 11.994 bottles
Krachtige en zoete neus op tonen van honing en hooi (of wat had je gedacht?), karamel, leder, gedroogde vruchten, geroosterd vlees, kaneel en zoethout. En dat alles vermengd met eik en wat rook. Op zich allemaal aangename associaties, maar het geheel is vrij scherp: de karamel doet wat verbrand aan, het leder is nieuw en ruw, de eik en de kruiden zijn best dominant. Dus al bij al niet zó geweldig aangenaam. De smaak is al even krachtig en ja, ook scherp. Bitter. Daar zorgen kruiden, karamel, eik en noten voor. Wat rook ook, en teer. Water helpt wel, het brengt honing, sinaas en bijenwas naar voor. Lange droge afdronk op kruiden en turf. Zonder water zou ie onder de tachtig zijn geëindigd. Niet makkelijk meer te krijgen, maar zo erg is dat nu ook weer niet. 82/100

Strathisla 1963 for Limburg

Strathisla heette bij oprichting in 1786 Milltown distillery. Pas in 1870 werd de naam gewijzigd in Strathisla, om vanaf 1890 dan weer als Milton distillery (verwijzend naar het nabijgelegen Milton Castle) door het leven te gaan. Vanaf 1951 werd het dan opnieuw Strathisla.

Vandaag één van de beste whisky’s die ik vorig jaar kon proeven. Ik proefde deze in Limburg (na de Brora 30y 2004, wat ‘m nog meer tot z’n recht deed komen) en vorig weekend een tweede maal.

 

Strathisla 48y 1963/2011, 51.8%, Gordon & MacPhail for Limburg, Book of Kells label, first fill sherry butt #576
Gewoonweg heerlijke, oude sherryneus met de geur van appel- en perensiroop, rozijnen op rum (op oude rum), gedroogde dadels en vijgen, marsepein, geboend leder, bijenwas, belegen eik en kruiden. Gekonfijte gember, zoethout en peper. Ook wat tuinkruiden zoals peterselie en kervel. Daarna de lichte geur van geroosterd vlees, met een honingsausje. Erg complex, perfect gebalanceerd en vooral zalig om ruiken. En al even zalig om drinken. Enerzijds is ie zoet: marespein, perensiroop, honing. Anderzijds kruidig, zowel spicy als herbal: eucalyptus, munt, peper, gember, zoethout. Maar hij is ook fruitig: rozijnen, gedroogde pruimen, sinaas en bramen. Wat onderliggende eik, maar niet veel. Bijenwas ook en opnieuw de oude rum. Puur genieten. Lange, bitterzoete afdronk op marepein, rozijnen, rijpe sinaas en kruiden. Voor 48 jaar oud te zijn is dit een erg levendige, prikkelende en aromatische whisky. Top. 93/100

Benriach 16y Sauternes finish

Deze Benriach nam ik mee vanop een Fulldram tasting in Leuven, die in het teken stond van wijn-finishes. Er zat wat rommel bij, maar ook enkele die er mee door konden. Deze was voor mij de beste van de line-up. Na 15 jaar op bourbonvaten gerijpt te hebben, heeft deze whisky nog een jaar op Chateau D’Yquem vaten gelegen.

 

Benriach 16y Sauternes finish, 46%, OB 2011, 1650 bottles
Zoete neus op granen, honing, rozijnen, marsepein, ananas en meloen. Licht, romig, boterig op de tong en ook hier zoet. Vanille, honing en meloen. Wat eik en kruiden naar het einde toe, en in de middellange, zachte afdronk. Niet complex, wel lekker. Een geslaagd huwelijk in dit geval. 83/100

Benrinnes 26y 1984, Kintra

Benrinnes is een distilleerderij waar ik nog niet veel bottelingen van geproefd heb. Het is dan ook een typische blenderswhisky, alhoewel er af en toe toch ook single malts van verschijnen, meestal onder onafhankelijke labels.
De geschiedenis van Benrinnes gaat terug tot 1826 en naar goede gewoonte is de distilleerderij doorheen de jaren enkele malen van eigenaar veranderd, om uiteindelijk in de handen van het huidige Diageo terchtgekomen.

 

Benrinnes 26y 1984/2011, 58.3%, Kintra Single Cask Collection, refill sherry butt #2272, 120 bottles
Vrij onaangename neus op tonen van natte kranten, al even nat karton, gekookte artisjok en champignons. Klink niet erg aanlokkelijk, geef toe. Toch nog even zoeken naar wat aangenamere tonen… Schoensmeer misschien? Ja, schoensmeer. En ook iets vlezigs. Ham. En zachte karamel. Oké, misschien niet geheel onaangenaam, maar genieten is er toch niet bij. Krachtig en alcoholisch op de tong. Kirsch. Eau de vie van pruimen. Bitter. Tonic. Water brengt misschien beterschap. Met water wordt het grassiger en komt er fruit door, ik denk aan mandarijn. Maar ook hier komt het niet in de buurt van lekker. Middellange, bittere afdronk. Nope, dit is het niet. 71/100

Bunnahabhain 36y 1975, The Nectar of the Daily Drams

Bunnahabhain is één van de weinige distilleerderijen die gedurende het grootste deel van z’n geschiedenis eigendom is gebleven van dezelfde groep, nl. de Highlands Distillers Group. Gebouwd tussen 1881 en 1893, kwam het in 1887 in handen van de groep en bleef dat tot 2003, toen de groep Bunnahabhain verkocht aan Burn Steward Distillers, dat op z’n beurt overgenomen werd door CL Financial.

 

Bunnahabhain 36y 1975/2011, 58%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with LMdW, fino sherry, 258 bts.
Aangename neus, maar wat aan de droge kant. Wat niet abnormaal is natuurlijk, de fino zal z’n werk gedaan hebben. De associaties waar ik aan denk, zijn grassig (hooi), noten, natte bladeren, aarde (natte aarde), een beetje boenwas en dadels. Met water treedt er fruit op de voorgrond. Rode appels en sinaas vallen me dan op. Ook de smaak is droog, maar complexer dan de neus. Okkernoten, natte bladeren, mos en zoethout als start, in lijn met de neus dus. Daarna gevolgd door balsamico en zilt, en door heel wat fruit. Sinaas, bramen, kersen, bosbessen… Lange, droge afdronk met toch voldoende fruit om het lekker te houden. Op de neus vond ik ‘m niet super, misschien wat te weinig aromatisch, op de smaak won hij enkele punten, vooral dankzij de extra complexiteit en de prominentere aanwezigheid van het fruit. 87/100

‘Jag Loan Needed’ wedding dram, Cooley

’Jag Loan Needed’, dat kan bijna niet anders dan een botteling van The Nectar zijn, onder hun vorige anagram label. Maar deze is geen gewone botteling, hij heeft volgens mij ook nooit in de winkels gelegen. Deze whisky werd gebotteld voor het huwelijk van Jan Broekmans. Meer nog, hij werd gedistilleerd op 24 maart 1999, de dag dat hij zijn echtgenote voor het eerst ontmoette, en gebotteld op de dag van hun huwelijk, 11 november 2008.

 

‘Jag Loan Needed’ wedding dram 9y 1999/2008, 59.6%, The Nectar, Cooley Distillery
Mmm, lekkere neus. Prikkelend en levendig. Zoet (vanille, butterscotch en marsepein), granig en fruitig (appels, perziken en peren). Daarna ook een beetje kruidig (kaneel en gember). En dat alles op een tapijtje (om geen ‘bedje’ te gebruiken) van zachte turfrook. Rond en vol mondgevoel waar de zoete turf de eerste viool speelt. Honing en vanille ronden de scherpe kantjes van de turf af. De gember zit ook hier, maar is gekonfijt. Peper en kaneel heb ik ook nog. En daaronder priemen fruitige tonen. Warme appels, banaan (misschien nog wat groen, maar zo heb ik ze het liefst) en ananas in blik. Licht drogend, maar nooit storend, alhoewel water het geheel nog wat zoeter maakt (en zoals even vaak ook de rook meer naar voren brengt). Vrij lange afdronk op kruidige en zoete turf. Knappe vatselectie van de heer Broekmans. 88/100

Glen Elgin 26y 1984, A. Dewar Rattray

Het grootste deel van de productie van Glen Elgin wordt gebruikt in de Whitehorse blend. Af en toe verschijnt er ook een single malt op de markt. Het voorbije jaar lag de nadruk op 1984. Zo bracht ook A. Dewar Rattray een distillaat van dat jaar uit. Te koop voor een 85 euro.

 

Glen Elgin 26y 1984/2011, 48.7%, A. Dewar Rattray, bourbon hogshead #2861, 252 bts.
De geur start op olie en gras. Niet zozeer vers gemaaid maar eerder gedroogd gras, richting hooi. Dat evolueert dan verder naar nat hooi. In de verte zelfs wat mest (voor alle duidelijkheid, dat is een plus). Honing en perzik maakt het wat zoet, noten (amandelen – marsepein), kaneel en zoethout zorgen voor de nodige ondersteuning. Wat hier ook opvalt is lichte rook. Geen turf echter, wel haardvuur. Vol en olieachtig mondgevoel, zoet en erg grassig. Veel honing opnieuw, pompelmoes, amandelen, getemde eik en kruiden. Hier eerder tuinkruiden. Malt (iets van Ovomaltine). Middellange afdronk, aangenaam bitter, met veel granen, citrus en een snuifje peper. Puur, erg rechttoe rechtaan, een whisky zonder streken. 86/100

The Balvenie Tun 1401

The Balvenie Tun is een high-end botteling (reken op een 200 euro) die whisky’s van verschillende leeftijden bevat. Ik proef vandaag de tweede batch, een vatting van zeven bourbon- en drie sherryvaten, die werden samengevoegd in een zogenaamde Marrying Tun, een groot vat dat het nummer 1401 draagt. De distillatiejaren van deze tien whisky’s zijn 1967, 1970, 1971 (2), 1972, 1973, 1974, 1975, 1978 en 1989, gemiddeld best wel oude whisky dus.

 

The Balvenie Tun 14.01 batch #2, 50.6%, OB 2010, 2226 bottles
Wow! Rijke, volle, expressieve neus op romige honing, gekonfijt fruit (denk bolus), cake, kaneel, peperkoek met gekonfijte gember, kruidnagel, Turks fruit, kokos, gedroogde vijgen, praliné, boenwas, en zo kan ik nog even verder gaan. Complex en smeuïg. Hetzelfde geldt voor de smaak, complex en smeuïg, op perensiroop, appel-kaneel, Calvados, rijpe ananas, chocolade, gember, rozijnen op rum, belegen eik, cake… wat munt ook wel. Lange afdronk op kandij, citrus, eik en kruiden. Knappe vatting, resulterend in een rijk, aromatisch en coherent geheel waarbij de bittere en de zoete elementen elkaar perfect in evenwicht houden. Mijn beste Balvenie tot op heden. 91/100

Strathmill 37y 1974, The Nectar of the Daily Drams

Strathmill, één van de vele distilleerderijen opgericht tijdens de whisky-boom eind 19e eeuw, is zo’n typische blenderswhisky die je zelden tegenkomt als single malt. Officieel ken ik enkel een Flora & Fauna botteling en een Manager’s Choice. Deze 1974 was voor mij één van de hoogtepunten op het voorbije Spirits in the Sky festival. Eens kijken of dit in andere omstandigheden nog zo is. Een fles kost ongeveer 150 euro.

 

Strathmill 37y 1974/2011, 44.4%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with The Whisky Agency
Oh ja, pure Clynelish-stijl. Erg fruitig en ‘waxy’ that is. Mandarijn, peer en meloen wat het fruitdepartement betreft, bijenwas, boenwas en schoenpoets wat de waxyness betreft. Dat alles vermengd met honing, melkchocolade en zoethout. Heerlijk om ruiken. Zacht en romig op de tong, op tonen van abrikoos, citrus, honing (veel), romige melkchocolade en kruiden. Het zoethout opnieuw, maar ook kaneel, curry en peper. Succulent en smeuïg. Middellange, kruidige afdronk met hints van gekonfijt fruit. Niet de meest complexe whisky, maar wreed lekker! 92/100

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 26 other followers