Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Tobermory’

Ledaig 15y 1997, The Whiskyman

The Whiskyman komt met een nieuw label op de proppen, Age Matters. De nadruk ligt dus op de leeftijd, veel maar dan op distilleerderij of vattype. Een statement. Naast onderstaande Ledaig zit er een Ben Nevis (16), een Clynelish (17), een Littlemill (21) en een Bruichladdich (22) in de eerste reeks. Maar ik begin dus met de jongste. Reken op een 70 euro.

 

Ledaig 15y 1997/2013, 51.9%, The Whiskyman ‘Age Matters’
Djee, hoe vuil wil je je whisky hebben? Het is niet de eerste maal dat ik me die bedenking maak bij het proeven van Ledaig 1997, maar hier is ‘vuil’ echt wel het juiste woord. En dat is dus niet eens negatief, integendeel. Vuile, vettige turfrook, teer, pek, de geur van stallen en nat, licht rottend hooi, de geur van een dweil ook. Van een vuile dweil, dat spreekt. Ik weet het, dat klinkt allemaal hoogst onaangenaam, maar dat is het echt niet. Ik weet niet goed hoe ik dat moet omschrijven, je moet het ruiken. Je eerste reactie zal er ongetwijfeld een zijn van “wat is dit?”, maar ga dan terug en ontdek de complexiteit, en leer de geur meer en meer appreciëren. Er komt trouwens ook appelsien bij kijken (de rijpere variant), zeewier, zoethout en de geur van de herfst. Natte bladeren (al wat rottend, inderdaad). Hij doet me ook denken aan wild (het is het seizoen). Everzwijn. Op het bord welteverstaan. De smaak doet niet onder qua ‘speciaal’. Speciaal in de zin van bijzonder. Zuurzoete turf die een hele boerderij achter zich aansleept. Nat hooi, natte hond, mest… iets metaligs ook. Engelse sleutels, kauwen op een vork. Teer opnieuw. En houtskool. Deze Ledaig blijft trouwens even complex als op de neus. Er komt fruit bij, in de vorm van appelsienen, aardbeien, zoute drop, honing, een beetje rubber en natte aarde. Zeer lange, medicinale afdronk op zoete turf en aarde, zo goed dat het een extra punt oplevert. Zeker geen beginners-whisky, maar laat je niet afschrikken door de eerste indruk en ga de uitdaging aan. Je zal het je niet beklagen. 89/100

Tobermory 23y 1972, Lombard

Tobermory is de enige distilleerderij op het eiland Mull. Vandaag bottelt Tobermory onder z’n eigen naam niet-geturfde whisky, en geturfde onder de naam Ledaig. Ik proef vandaag een Tobermory 1972, die Lombard bottelde onder z’n Jewels of Scotland label.

 

Tobermory 23 YO 1972, 46%, Lombard Jewels of ScotlandTobermory 23y 1972, 46%, Lombard Jewels of Scotland
De neus start niet al te geweldig op scherpe granen, karamel, overrijpe (maar dan écht wel overrijpe) sinaas, peper, boter, medicinale toetsen en scherpe turfrook. Mosterd ook. Van Dijon. Scherp is het woord, en helemaal niet zo aangenaam. Na enige tijd komt er zelfs wat zeep bij, wat niet echt een verbetering te noemen is. Op de smaak heb ik die zeep vrij meteen (misschien omdat ik er nu op gefocust ben). Er is spijtig genoeg ook een soort van plastic waar te nemen, net als het even geweldige natte karton. Oké, aan de andere kant van het spectrum valt er ook wat sinaas, peper en nootmuskaat te ontwaren, maar daar moet je al moeite voor doen. Soit, het heeft niet veel zin nog verder te zoeken, het is toch al om zeep. De afdronk is gelukkig niet al te lang. Jewels of Scotland… mja. 58/100

Tobermory 15y

In z’n 187-jarig bestaan (oprichting 1823) heeft de productie bij Tobermory exact honderd jaar stilgelegen, van 1837 tot 1978, van 1928 tot 1972 en van 1975 tot 1990. Tobermory is vandaag eigendom van Burn Stewart, die ook Bunnahabhain en Deanston in portefeuille heeft.

 

Tobermory 15y, 46.3%, OB 2010
Lichte sherrytonen in de neus: gedroogde abrikozen, noten, peterselie (vegetaal) en zelfs een klein beetje sulfer. Oké, een heel klein beetje. Gestoofd fruit ook, het maken van confituur. Aardbeienconfituur that is. Vers gemaaid gras ontwaar ik ook nog. De smaak is vol en rond, start zoet met naast het gedroogde fruit van de neus ook wit fruit à la appels en peren. Het vegetale opnieuw (peterselie, kervel), naast best wat kruiden (zoethout, gember, nootmuskaat), mokka, tabak en chocolade. Middellange, licht drogende en vooral kruidige afdronk. Correcte, aangename whisky waar ik evenwel niet echt warm van word. 81/100

Tobermory 13y 1994, Cadenhead

Tobermory werd opgericht in 1823 als Ledaig door John Sinclair, op de plaats waar hij in 1798 een brouwerij bouwde. In de loop der tijden werd de naam gewijzigd in Tobermory. Na een lange sluiting opende het in 1972 echter opnieuw de deuren onder naam Ledaig. Pas sinds 1990 werd dan weer de naam Tobermory aangenomen. Ledaig is heden ten dag de naam voor de geturfde Tobermory.

 

Tobermory 13y 1994, 59.6%, Cadenhead +/- 2007, sherry cask
De neus start weinig aromatisch, enkel wat alcoholisch, wat gezien het alcoholpercentage niet geheel abnormaal is. Ik heb wel wat vers gemaaid gras, daarna compost, kaarsvet, granen, puree en zoethout. Chocolade en kokos ook. Clean meer weinig bekoorlijk. Door water toe te voegen wordt hij mineraliger, zoeter ook en krijgt hij een lichte farmy toets. Ja, water is hier echt wel een toegevoegde waarde. De smaak is meteen een pak prikkelender, de alcohol doet z’n werk met zoete en granige tonen, en een beetje (citrus) fruit ertussendoor. Een beetje. Kokos? Ja, ook wat kokos. Licht zilt. Met water chocolade en de kokos die meer op de voorgrond treedt. Redelijk lange, stevige afdronk op sterke thee. Matige Tobermory die wel wat water nodig heeft. 78/100

Ledaig 15y 1972, MacNab revived by Full Proof

De Ledaig die ik vandaag proef, werd gedistilleerd in december 1972 en gebotteld in april 1988. Het label vermeldt verder dat deze whisky nieuw leven werd ingeblazen door Full Proof. Nader onderzoek wijst uit dat deze whisky inderdaad eerst een ander leven leidde als de Ledaig 15y van MacNab. Een resterend deel van de stock werd later door Full Proof herlabeld.

 
Ledaig 15y 1972/1988, 43%, MacNab, revived by Full Proof, 228 bts.
Lekkere, subtiele en complexe neus die rokerig en medicinaal start en dan overgaat in aangename zoete tonen. Honing, chocolade, mokka, praliné. Iets subtiels zurigs ook. Yoghurt? Sinaas. Lichtjes waxy. Aarde, planten, dat zeker ook. En lichte ‘boerderij’ associaties (farmy that is). De smaak is stevig, mondvullend en vooral lekker. Rokerig (turfrook), kruidig (nootmuskaat, zoethout, gember?) en ook fruitig (de sinaas opnieuw). Droger naar het einde. Hier eerder bittere chocolade, op de neus melkchocolade. Lange, zoet-rokerige afdronk met ook kruiden die mee om de aandacht dingen. Zalige whisky! 91/100

Ledaig 10y

Ledaig – wat je uitspreekt als Lètsjik – is een product van de Tobermory Distillery. Doorheen z’n geschiedenis lopen de namen Tobermory en Ledaig door elkaar, het opereerde soms onder de naam Tobermory maar vaker onder de naam Ledaig. Vandaag is Ledaig het label waaronder Tobermory geturfde whisky produceert.

 

Ledaig 10y, 46.3%, OB 2010
Jonge, medicinale turf op de neus, vermengd met veel granen en gedroogde bloemen, zilt en wat vanille. Iets metaligs ook. Het geheel is vrij sober en wat ruw, met enkele druppels water (wat ik op dit alcoholpercentage normaal niet zou doen) komt er echter ook wat fruit door. De smaak is licht stoffig, en hier wordt de medicinale turf vergezeld van florale toetsen. Gaat richting hooi. Peper en zout ook. Zo goed als geen fruit. Alhoewel, misschien wat perzik. Middellange, rokerige, zilte en licht ‘rubberige’ afdronk. Niet slecht maar ook niet echt mijn ding. Mag nog wat verder getemd worden op vat. 77/100