Spring naar inhoud

Posts tagged ‘The Whiskyman’

Littlemill 23y 1990, The Whiskyman for LWF

De festivalbotteling van het voorbije Lindores Whiskyfest is een Littlemill 1990 van The Whiskyman, en was op minder dan een kwartier uitverkocht. Het is dan ook een botteling op amper 60 flessen, oftewel ‘a very very small cask’. Ik proef ‘m naast de 1990 voor Fulldram.

 

Littlemill 23y 1990/2013, 49.6%, The Whiskyman for Lindores Whiskyfest, ‘very very small refill sherry cask’, 60 bottles
O yes, dit is Littlemill van de betere soort. Schitterende neus op fruitige, zoete en grassige tonen. Ten eerst het fruit. Dat zijn appels, perziken, gele pruimen, abrikozen en ananas. Dan het zoete. Dat is onder andere vanille, honing en marsepein. Het grassige vertaalt zich in gedroogde bloemen, hooi en gedroogd gras. Het geheel wordt nog wat romiger door de geur van bijenwas en schoensmeer. Eik en zachte kruiden zoals kaneel, zoethout en gember vullen aan. Echt wel zalig om ruiken. Op de tong is hij romig en dik, startend op fruitige en zoete associaties zoals honing, vanille, mandarijn, perzik en pompelmoes. Daarna volgen enkele drogere zaken zoals hooi, eik, hars en kruiden (gember en kaneel vallen op). Lichte mineralen ook. Alles mooi verweven. De afdronk is lang, fruitig en licht kruidig, prachtig bitterzoet. Ronduit heerlijke whisky. Hij ligt erg in lijn met de botteling voor Fulldram. Deze laatste is misschien nog net iets complexer, maar veel scheelt het niet. 91/100

Clynelish 17y 1996, The Whiskyman

Last but not least in de eerste batch van The Whiskyman’s Age Matters reeks, is deze Clynelish 1996. De ’17’. Clynelish 1996, dat is naar alle waarschijnlijkheid een sherryvat.

 

Clynelish 17y 1996/2013, 53.3%, The Whiskyman ‘Age Matters’
Niet de meest expressieve Clynelish-neus, maar na wat walsen komt hij mooi open. Dan krijg je de klassieke Clynelish-elementen zoals bijenwas (eerder boenwas hier – geboend leder, geboende meubels), citrus (limoen) en honing. De geur is in de eerste plaats zoet. We hebben dus die honing, maar ook gezoete koffie, gele rozijnen en chocolade. Amandelen leiden me naar marsepein. Iets metaligs. Een garage in volle bedrijvigheid. Iets grassigs ook. En mos. En humus. Prikkelend en tintelend mondgevoel, op afwisselende tonen van citroen, pompelmoes, zeste, zilt, gember en nootmuskaat, okkernoten, gedroogde vijgen, boenwas en kaarsvet, eik en hars. Hij springt wat van de éne smaak naar de andere, niet altijd even consistent of verweven. De smaak doet ook wat aan hoestsiroop denken. De eik en de hars groeien naar het einde. De afdronk is lang en even prikkelend als de smaak. Daar zorgen de eik, de citrus en de kruiden voor. Ha, ik proef in de afdronk nu ook een beetje turf, wat altijd een meerwaarde is. Niet helemaal in lijn met andere 1997’ers en nogal een ‘bumpy ride’, maar wel lekker. 86/100

Dat was het voor dit jaar. Aan iedereen een sprankelend jaareinde gewenst.

Ben Nevis 16y 1997, The Whiskyman

De ’16’ onder het Age Matters label van The Whiskyman is een Ben Nevis 1997. Het label vermeldt geen vattype meer, enkel leeftijd en distillatiejaar, maar ik veronderstel dat dit een bourbonvat was.

 

Ben Nevis 16y 1997/2013, 50.2%, The Whiskyman ‘Age Matters’
Frisse, sprankelende neus op tonen van gras, granen en fruit. Fruit zoals kruisbessen, aardbeien, een beetje meloen en iets meer kersen. De geur van olie ook. Lijnzaadolie meer bepaald. In de verte een heel klein beetje zilt en zeewier. Ook nog wat gember. En het grassige neigt op de duur naar nat hooi. Misschien wat simpel, maar helemaal niet slecht. De smaak vind ik iets minder. Stevig op granen, hars, kruiden en zeste. Zeste van pompelmoes. Licht bitter. In het kruidencompartiment vallen gember, nootmuskaat en peper op. Zout ook. Maar niet zo veel fruit meer. Met wat goede wil banaan en harde peren. De afdronk is vrij lang, prikkelend, clean en licht bitter. Hij is het best op de neus. 83/100

Littlemill 21y 1992, The Whiskyman

Nog ééntje uit het rijtje Age Matters van The Whiskyman is deze Littlemill 1992, de ’21’.

 

Littlemill 21y 1992/2013, 50.2%, The Whiskyman, Age matters
De geur is typisch Littlemill van deze periode. Expressief en fruitig dus. Ik ben meteen verkocht. Het fruit dat ik ruik is meloen, banaan, perzik, roze pompelmoes, appels en coeur de boeuf. Vanille maakt het zoet. Ook wat grassige tonen vallen te ontwaren. De vers gemaaide variant. Kaarsvet en geboend leder. Olie. Kruiden zoals kaneel en zoethout zorgen samen met lichte eik voor de nodige body. Op de smaak barst het fruit meteen los: perzik (en niet zo’n klein beetje) abrikoos, lychee, meloen, papaja, pompelmoes… op een achtergrond van gras, granen, kruiden (kaneel, nootmuskaat, gember en een beetje peper), vanille, bijenwas en eik. Stevigere eik dan op de neus. Zoet en fruitig met een mooi bitter kantje, aangedragen door de pompelmoes, de eik en hars. Behoorlijk lange, licht drogende afdronk op fruit, kandijsuiker en kruiden. Tja, Littlemill… slecht is dat niet hé. 89/100

Bunnahabhain 40y 1973 ‘Birthday dram’

Voorafgaand aan het voorbije Lindores Whiskyfest gaven vier Lindorables een vrij memorabel feestje voor hun veertigste verjaardag. Dominiek, Geert, Billy en Dirk hebben 1973 als vintage, wat meteen ook het distillatiejaar is van de botteling die dit feestje nog wat extra luister moest bijzetten. Dominiek, aka The Whiskyman, selecteerde een bijzondere Bunnahabhain, die moeiteloos de drie lotgenoten kon overtuigen. Ruben (WhiskyNotes) ontwierp het label, na de Caperdonich 1972 voor QV.ID het tweede ‘black label’ van The Whiskyman. Te verkrijgen bij één van de vier jarigen (contactgegevens op aanvraag) voor 250 euro.

 

Bunnahabhain 40y 1973/2013, 48.5%, The Whiskyman ‘Birthday dram’, 155 bottles
Zalige, smeuïge neus. Zoet, fruitig, zilt en waxy. Ik noteer, en dit in willekeurige volgorde: bananen (geflambeerd), perziken, meloen, papaja, mango (tropical!), vanille, honing, geboende meubels, gedroogde bloemen, heide, zilt, gekonfijte gember, zachte rook (van het hout) en sappige eik. Typisch oude Bunna. Maar dan nog wat extra geconcentreerd en extra aromatisch. Heerlijk om ruiken. De smaak is al even romig en smeuïg. Hij is fruitig, op (veel) bananen, perziken, ananas, mango, papaja. Hij is kruidig, op de gekonfijte gember van de neus, zachte peper, kaneel. Hij is wat ‘coastal’, op zilt en zeewier. Hij is zoet, op honing vooral. En hij balanceert perfect de zoete en drogere aroma’s, nog beter dan zustervaten zoals de Archives die ik al super vond, of de Malts of Scotland die wat water nodig had. Aan water heb ik hier bij het proeven nooit gedacht. Best lange afdronk, de balans tussen het zoete fruit en de kruiden/eik verder doortrekkend. Ik heb er de Archives naast gezet, wat resulteert in een puntje extra, dankzij de toch wel perfecte balans (de Archives is een beetje droger op de smaak). Maar al bij al zijn het beide schitterende whisky’s. 92/100

Bruichladdich 22y 1991, The Whiskyman

Van de jongste Age Matters gaan we meteen naar de oudste, de Bruichladdich ’22′. Hiervoor betaal je ongeveer 115 euro.

 

Bruichladdich 22y 1991/2013, 51.9%, The Whiskyman ‘Age Matters’
Heel frisse neus, startend op vers gemaaid en nat gras, granen, vanille en mineralen (dat natte gras, maar ook kalk en zilverpoets). Klei. Gevolgd door sprankelend fruit zoals sappige peren, perziken en zoete appels. Eau-de-vie van pruimen in de verte. Een klein beetje zilt ook, en olijfolie. Warme houtkrullen. Heel clean en natuurlijk profiel. Prikkelend mondgevoel, met eerst vooral vanille en fruitige smaken. Rode appels, perziken, maar ook meloen en wat bittere appelsien (of is het de zeste ervan?). En dan zetten er zich plots kruiden en zilt door, wat het een scherp randje geeft. Peper en zout. En mosterd. Opnieuw de eau-de-vie. Of is het tequila? Middellange afdronk, zilt, ‘zesty’ en mooi bitter. Lichte, cleane, frisse en natuurlijke Bruichladdich, die absoluut niet als een 22-jaar oude whisky proeft. Het vat heeft niet zo’n grote invloed gehad, wat zeker geen minpunt is. 85/100

Ledaig 15y 1997, The Whiskyman

The Whiskyman komt met een nieuw label op de proppen, Age Matters. De nadruk ligt dus op de leeftijd, veel maar dan op distilleerderij of vattype. Een statement. Naast onderstaande Ledaig zit er een Ben Nevis (16), een Clynelish (17), een Littlemill (21) en een Bruichladdich (22) in de eerste reeks. Maar ik begin dus met de jongste. Reken op een 70 euro.

 

Ledaig 15y 1997/2013, 51.9%, The Whiskyman ‘Age Matters’
Djee, hoe vuil wil je je whisky hebben? Het is niet de eerste maal dat ik me die bedenking maak bij het proeven van Ledaig 1997, maar hier is ‘vuil’ echt wel het juiste woord. En dat is dus niet eens negatief, integendeel. Vuile, vettige turfrook, teer, pek, de geur van stallen en nat, licht rottend hooi, de geur van een dweil ook. Van een vuile dweil, dat spreekt. Ik weet het, dat klinkt allemaal hoogst onaangenaam, maar dat is het echt niet. Ik weet niet goed hoe ik dat moet omschrijven, je moet het ruiken. Je eerste reactie zal er ongetwijfeld een zijn van “wat is dit?”, maar ga dan terug en ontdek de complexiteit, en leer de geur meer en meer appreciëren. Er komt trouwens ook appelsien bij kijken (de rijpere variant), zeewier, zoethout en de geur van de herfst. Natte bladeren (al wat rottend, inderdaad). Hij doet me ook denken aan wild (het is het seizoen). Everzwijn. Op het bord welteverstaan. De smaak doet niet onder qua ‘speciaal’. Speciaal in de zin van bijzonder. Zuurzoete turf die een hele boerderij achter zich aansleept. Nat hooi, natte hond, mest… iets metaligs ook. Engelse sleutels, kauwen op een vork. Teer opnieuw. En houtskool. Deze Ledaig blijft trouwens even complex als op de neus. Er komt fruit bij, in de vorm van appelsienen, aardbeien, zoute drop, honing, een beetje rubber en natte aarde. Zeer lange, medicinale afdronk op zoete turf en aarde, zo goed dat het een extra punt oplevert. Zeker geen beginners-whisky, maar laat je niet afschrikken door de eerste indruk en ga de uitdaging aan. Je zal het je niet beklagen. 89/100

Bowmore 11y 2001, The Whiskyman

Vandaag een Bowmore 2001 die The Whiskyman eind vorig jaar bottelde voor drie whiskyshops: QV.ID, Whiskysite.nl en Single Malt Whisky Shop. Nog te koop aan 65 euro.

 

Bowmore 11 YO 2001/2012, 50.6%, The WhiskymanBowmore 11y 2001/2012, 50.6%, The Whiskyman, 240 bottles
De neus laat zich samenvatten als rokerig, granig en zilt. Deze drie geuren zijn mooi verweven met elkaar en domineren het geheel. Boter, neigend naar boterkoekjes. Petit Beurre. Ook motorolie laat zich ruiken, net als teer. En binnenbanden. En leder. De geur wordt hoe langer hoe zoeter. Bananen, de schil van appels en appelsienen qua fruit, vergezeld van zoethout en kandijsuiker. Rond romig mondgevoel. Minder granen dan in de geur, wel veel turfrook, zilt en zoete associaties. Zoete associaties zoals daar zijn: zoethout, appelsienen, gezoete pompelmoes en gekonfijte gember. Bij het zilte moet ik denken aan gerookte vis. Heilbot bijvoorbeeld. Vrij lange afdronk, op hetzelfde patroon als dat van de smaak. Zilt, rokerig en zoet dus. Jonge Bowmore, het blijft een succesverhaal. Benieuwd naar dezelfde vintages na een tiental jaar extra rijping (meer fruit, getemperde turf en zilt), dat moeten kanonnen worden. 88/100

Ardmore 1992, The Whiskyman

Ardmore 1992, gelukkig is het een profiel dat ik niet snel beu raak. Integendeel. En zeker niet als het een whisky is die wat van het klassieke Ardmore 1992 profiel afwijkt. Zoals deze van The Whiskyman. Niet de eerste Ardmore 92 van hem echter, vorig jaar ging er een erg lekkere botteling onder het gitaar-label aan vooraf.

 

Ardmore 21 YO 1992/2013 ' See me drink me', 49.7%, The WhiskymanArdmore 21y 1992/2013 ‘See me, drink me’, 49.7%, The Whiskyman, 175 bottles
In vergelijking met andere Ardmore’s 1992 heeft deze een minder rond profiel. Dit is iets scherper, cleaner en mineraliger. En dat is helemaal geen slecht nieuws. Integendeel. Ik hou wel van dit profiel, opgebouwd rond mineralen, zeste (de schil van citroen en pompelmoes hier), aardse tonen (natte aarde, wortels) en zilt. Samen met de lichte turftonen doet dit zelfs een klein beetje aan cleane Port Ellen (op een weinig actief sherryvat dus) denken. Naast de citrus ruik ik ook groene appels en witte perziken. En zelfs ook meloen en kiwi. Lijnzaadolie maakt het… eh, olieachtig. Een leuk boerderijkantje komt om de hoek kijken. Nat hooi. Na Port Ellen dien ik ook te verwijzen naar Brora (van de tweede helft van de jaren zeventig). Echt mooi. Prikkelend mondgevoel. De zeste, de mineralen, de aarde, het zilt, het keert weer in volle glorie. Gember en peper dragen bij tot het prikkelend karakter. Aan de andere kant van het smakenpalet hebben we honing, nougat en peperkoek. En fruit in de vorm van appels, ananas en bananen. Amandelen. Stevige, olieachtige turf. En ook de boerderij met z’n nat hooi is er nog. De afdronk is lang, zoet, kruidig, zilt en rokerig, en vooral even complex als de rest van deze Ardmore. Het zoveelste bewijs dat Ardmore top was in 1992. En dat er serieus wat van beschikbaar is gesteld voor bottelaars. 90/100

Speyside Malt 17y 1995, The Whiskyman

The Whiskyman heeft niet alleen een Isle of Jura gebotteld voor de Zweedse markt, er is ook een whisky die door het leven gaat als Speyside Malt, waarmee we niet veel meer dan de regio te weten komen.

 

Speyside Malt 17 YO 1995/2013, 53.9%, The Whiskyman for Viking Lines, SwedenSpeyside Malt 17y 1995/2013, 53.9%, The Whiskyman for Viking Lines, Sweden, bourbon cask, 167 bottles
De geur start op studentenhaver. Noten, gedroogde vruchten (abrikozen en gele rozijen) en melkchocolade. Bourbonvat? Serieus? Actief vatje dan toch wel. Best wat eik ook. Het is pas na enige tijd dat hij volledig de bourbon toer op gaat. Ik ruik nu kruisbessen en perziken. Zoethout, honing en esdoornsiroop (maple) maken het zoet. Hij heeft ook een mooi floraal kantje. Heide en gedroogde bloemen. De balans tussen de drogere en de zoetere elementen zit juist. Ook op de smaak. Die is prikkelend. Met siroop, honing en melkchocolade aan de éne kant, eik, heide en kruiden anderzijds. Zoethout, veel peper en al even veel gember. Zoete granen en toast vullen aan. Lange bitterzoete afdronk op de tonen van de smaak, met wat nougat als extra. Een whisky die me even op een verkeerd been zette. Lekker, dat wel. 86/100

Bowmore 15y 1997, The Whiskyman

Ik proefde de Bowmore 2001 van Malts of Scotland naast de Bowmore 1997 van The Whiskyman. Het zogenaamde ‘gitaarlabel’ van The Whiskyman stond in 2012 in het teken van The Rolling Stones. Zo kreeg deze Bowmore de naam ‘It’s only single malt but I like it’ mee.

 

Bowmore 15 YO 1997 'It's only single malt but I like it, 53.8%, The WhiskymanBowmore 15y 1997/2012 ‘It’s only single malt but I like it’, 53.8%, The Whiskyman, 189 bottles
De neus van deze vind nog wat beter dan de MoS. De 2001 was complex en erg lekker, deze is minstens even complex maar diept een aantal zaken nog verder uit. Zeker die lichte boerderij associaties zijn hier nog grootser. Echt wel de zoetzure geur van stallen, nat hooi en mest. En jullie weten ondertussen wel hoe geweldig ik dat vind. Ook het fruit is top. Erg aromatische toetsen van gele appels, ananas, rijpe appelsienen en mandarijn. Ook de zee tekent present in de vorm van zeewier, zout, jodium en oesters. De natte stenen zijn ook hier aanwezig, net als kalk. Vanille en zachte karamel (fudge) zorgen voor een zoete ondertoon. Vanillepudding, o ja. En nu zelfs ook iets van potloodslijpsel (grafiet). Nog iets complexer dan de Malts of Scotland, maar vooral nog iets lekkerder. En het goede nieuws is dat de smaak dit patroon verder zet. Romig en olieachtig mondgevoel, en ronder dan de 2001. Zoete turf, zilt, jodium, vanille, kruiden en veel fruit, en dat in willekeurige volgorde. Wat het fruit betreft, denk ik aan meloen, roze pompelmoes, papaja en passievrucht (jawel). Het gaat bij deze dus nog meer de tropische kant uit. Qua kruiden noteer ik peper, kaneel, gember en zoethout. Het zoute karakter groeit, en nog meer met een beetje water. Aardse tonen (natte bladeren en natte aarde). En lijnzaadolie. Lange finish, zout rokerig en fruitig (de roze pompelmoes!). Nee, dat fruit laat zich niet wegdrukken. Als dit 10 jaar langer rijpt, heb je volgens mij iets wat in de buurt komt van jaren zestig Bowmore. Lovely. 89/100

Isle of Jura 1988, The Whiskyman

Bewijzen dat het beter kan, doen we met een Isle of Jura 1988 die The Whiskyman heeft gebotteld voor de Zweedse markt. Hier dus moeilijk vast te krijgen. 1988 blijkt een puik jaar te zijn voor deze distilleerderij. Daar mag er nog wel wat van op de markt gegooid worden.

 

Isle of Jura 24 YO 1988/2013, 51.3%, The Whiskyman for Viking Lines, SwedenIsle of Jura 24y 1988/2013, 51.2%, The Whiskyman for Viking Lines, Sweden, bourbon cask, 116 bottles
Pure boter op de neus. Boter in de pan. Bakken en braden. Echt uniek, zo boterig heb ik mijn whisky nog niet gehad. Niets ranzigs echter, dit is helemaal niet storend. Integendeel, ik vind het geweldig. Daarenboven maakt de boter plaats voor fruit: kruisbessen en abrikozen, en ook een beetje rabarberspijs (met suiker, het heeft niets bitters). Heide en hooi zorgen voor een mooie droge toets. Romige witte chocolade voor een zoete toets. Er is ook lichte zilt en al even lichte turfrook te ontwaren. En leder. En een subtiele mineraliteit. Complex seg! Perfecte drinksterkte, rond en vol in de mond en absoluut geen behoefte aan water. Boterig opnieuw. Best wat kruiden (zoals zoethout, peper, nootmuskaat en tijm) en zilt. Lichte jodium. Mooie bitterheid dankzij pompelmoes, amandelen en zachte eik. Qua fruit ook wat appelsien. Zoete elementen zoals chocolade en gezouten karamel. Leder, tabak en zachte turf maken het plaatje compleet. Man, dit is lekker! Lange afdronk, kruidig, zilt en grassig, met mooie ronde eik. Prachtige bitterheid. Ongelooflijk boeiende whisky met een uniek profiel. 90/100

Clynelish 16y 1996 for Lindores Whiskyfest 2012

We hebben weer een schitterend Whiskyfest achter de rug. Fijne whisky’s, fijne babbels, fijn gezelschap. En wat ik ook fijn vond, is de festivalbotteling. Oké, ik heb ‘m mee geselecteerd, mijn ‘objectiviteit’ (een woord dat eigenlijk niet thuishoort bij whisky bespreken, maar soit) mag hier dus in twijfel getrokken worden. Het betreft een Clynelish 1996 uit de stal van fellow Lindorable Dominiek aka The Whiskyman, een wel zéér typische Clynelish.


 

Clynelish 16y 1996/2012, 52.3%, The Whiskyman for the Lindores Whiskyfest 2012, refill bourbon hogshead, 239 bottles
Prikkelende, waxy neus. Enorm veel was: kaarsen van bijenwas, schoensmeer, kaarsvet, geboende meubels… Na enige tijd wordt deze was vergezeld van mineralen. Nat gras, natte keien. En ook fruit ontbreekt niet. Ik noteer perzik, abrikoos en gele pruimen. Noten. Groene thee met honing. De smaak is romig, vettig bijna. Boter. Gezouten boter. En opnieuw erg waxy. De bijen met hun honing, pollen en was. Clynlishiger kan niet. Knappe balans tussen zoete en bittere tonen. Er is witte pompelmoes, maar daar zit suiker op. Er is eik en hars, maar er is ook kandij. Er zijn kruiden zoals nootmuskaat, maar ook zoethout. Er zijn noten, maar ook honing. Zelfs een heel klein beetje rook valt te ontwaren. ! De afdronk is niet superlang, maar ook hier houden de zoete en de bittere tonen elkaar zeer mooi in evenwicht. Waxy, kruidig en fruitig, met een beetje zilt. Als je wil weten wat men bedoelt met ‘waxyness’ of hoe je was in whisky kan ruiken en proeven, is dit een schoolvoorbeeld. 89/100

Caperdonich 1972, en nog één

Caperdonich 1972, moet ik daar nog woorden aan vuil maken? Nee toch? Of juist wel, je leest ze hieronder. En het zijn er veel, dit is immers het type whisky waarbij ik me nogal eens durf laten gaan. Het betreft daarenboven twee whisky’s, een botteling van Duncan Taylor van begin vorig jaar en een botteling van The Whiskyman voor QV.ID van eh, nu. Reken op een 300 euro voor beide whisky’s (afzonderlijk welteverstaan), wat meer dan het dubbele is dan de prijs van de Duncan Taylor bij lancering zowat anderhalf jaar geleden. Hoe dat komt? Wel…

 

Caperdonich 38y 1972/2011, 53.6%, Duncan Taylor Rarest of the Rare, cask 7460, 160 bts.
Tsjaka! Yeeha! Bingo! En nog zo enkele kreten. Dit is Caperdonich 1972 zie. En Caperdonich 1972 op z’n best, op de ideale leeftijd gebotteld. Gelaagder en voller dan de bottelingen van enkele jaren voordien, en waarschijnlijk beter in balans dan bottelingen die er de komende jaren misschien nog gaan volgen. Waarom? De eik. Die is in z’n volle glorie aanwezig, meer dan bij vroegere bottelingen maar in de perfecte hoeveelheid. De eik draagt het geheel, geeft het structuur en gelaagdheid, resulterend in een volle, rijke, complexe whisky. Op de neus ondersteunt de eik het fruit (sinaas, mandarijn, ananas, mango en perzik), de gedroogde vijgen, de was (boenwas, oud geboend leder), de geur van een sigarendoosje, de nougat, de honing, de pollen, de kruiden (gember en kaneel) en het natte hooi. En ongetwijfeld nog heel wat meer. Genieten in drukletters. Elegante en toch ook krachtige smaak, expressief en aromatisch. Opnieuw veel fruit: perziken, mandarijnen, bloedappelsienen, mango’s, appelsienconfituur. Honing en kandijsuiker maken het zoet, kruiden zoals kaneel, nootmuskaat en peper pittig. En opnieuw die prachtige, sappige eik die draagt. Lange afdronk, zoet en kruidig met het fruit dat heel langzaam uitdooft. Tja, ik kan er nog een paar krachttermen tegenaan gooien, maar laat het me hierbij houden. Het bovenstaande zegt genoeg, een welverdiende 93/100

 

Caperdonich 40y 1972/2012, 49%, selected by and bottled for The Whiskyman & QV.ID, 65 bts.
Deze is anders, de neus start iets minder expressief maar nog altijd zeer herkenbaar Caperdonich 1972. Wreed lekker dus. Na enige tijd komt al hetgeen ik bij de Duncan Taylor genoteerd heb wel naar boven, maar iets bedeesder, iets meer onderdrukt. Maar het is er dus wel allemaal: het fruit, de ‘waxyness’, de kruiden, het zoets, de lichte tabaksgeur, de even lichte ‘farmyness’ (het natte hooi) en natuurlijk de eik. Deze treedt iets meer op de voorgrond, de reden waarom de rest iets moeilijker op dreef raakt. Op de smaak is dat minder het geval, de eik en de kruiden zijn perfect in balans met het fruit en het zoets, de bitterheid is wel zéér aangenaam. Vol, krachtig en rond. Perzik en abrikoos, roze pompelmoes en mandarijn, honing en vanille, kaneel en gember. Maar ook munt, iets wat ik niet terugvond in de DT. Lange, bitterzoete afdronk. Op de neus wint vat 7460 de debatten, op de smaak heb ik een lichte voorkeur voor deze. Een gelijkspel dus (weliswaar met een karrevracht aan doelpunten). Maar veel langer moet Caperdonich 1972 toch niet rijpen, de eik is prominent aanwezig, hier dus nog prominenter dan bij de Duncan Taylor, maar ook nog altijd in balans. Nog iets meer eik zou echter te veel zijn. Als je dus nog een Caperdonich 1972 wil kopen, is nu het moment. Ware het niet dat deze botteling op de dag van lancering (vorige zaterdag) al uitverkocht was. Niet geheel onbegrijpelijk. 93/100

En morgen doen we daar nog een schepje bovenop…

Bladnoch 21y 1991, The Whiskyman for The Bonding Dram

The Bonding Dram van Jeroen Moernaut brengt zo af en toe een eigen botteling voor z’n klanten op de markt. En de geschiedenis leert dat Jeroen z’n vaten wel weet te kiezen. Ik denk aan de erg lekkere Laphroaigh 1996 en de minstens even lekkere Macduff 2000. Ik kan alleen maar hopen dat de botteling van dit jaar – samen met The Whiskyman deze keer – een beetje in de buurt komt.

 

Bladnoch 21y 1991/2012, 52.9%, The Whiskyman for The Bonding Dram, bourbon barrel, 118 bottles
Cleane neus. Zoet en grassig. Hooi en weide (met z’n boterbloemen en klavers). Boter en karamel (toffee). Rietsuiker (iets wat een typisch element in Bladnoch uit deze periode lijkt te zijn). Wat ananas ook. In blik. Of uit blik eigenlijk. Alleszins een geopend blik. Whatever, ik kan hier erg van genieten. Een unieke, uitgepuurde stijl. Op de smaak heb ik weer dat boterige en dat grassige, samen met de romige karamel. Maar ook veel vanille nu. Vanillefudge. Daarna meer en meer eik en pompelmoes, zorgend voor een aangename bitterheid. Peper en zoethout qua kruiden. Bitter-zoet in evenwicht. Middellange afdronk op citrus, vanille, kandijsuiker en sappige eik. Lang getwijfeld over de score, tot ik er een andere Bladnoch 1991 naast zette die ik 86 punten gaf. Deze gaat er vlotjes over, zeker de neus is nog een stuk beter. Knappe selectie dus. 88/100

Macduff 12y 2000, The Whiskyman for Pin’Art

Vandaag een Macduff 2000. Niet de eerste Macduff 2000 die verschijnt natuurlijk, wel één van de eerste drie bottelingen onder het Classic Label van The Whiskyman, naast de Clynelish 1997 en de Bowmore 2000 voor Whiskysite.nl.

 

Macduff 12y 2000/2012, 51.6%, The Whiskyman for Pin’Art, refill sherry hogshead, 109 bottles
Zachte en wat droge sherryneus die langzaamaan omslaat in zoet-fruitig. Warme appelmoes, appelsienenconfituur en abrikozencompot krijg je dan. Allez, ik toch. Rozijnen. Gekonfijte gember (prikkelend kruidig en toch ook zoet). Onderliggend leder en zachte eik. Niet complex, wel aangenaam. Op de smaak bittere en zoete tonen, mooi in evenwicht. Rozijnen, gedroogde abrikozen, kruiden, eik, okkernoten… drogend naar het einde. Lange, eerder droge afdronk. Het fruit dooft vrij snel uit. Mocht op de smaak iets voller en ronder zijn, maar lekkere whisky is dit zeker wel. 85/100

Bowmore 10y 2002, The Whiskyman for Dramalot

Dramalot is een jonge whiskyclub uit Denderleeuw. Met een geweldige naam, vind ik zo. Ondanks het feit dat ze nog niet zo lang bestaan, hebben ze dus al wel een eigen botteling op de markt gebracht, een Bowmore 2002 geselecteerd door – daar hebben we hem weer – The Whiskyman.


 
Bowmore 10y 2002/2012, 52%, The Whiskyman for Dramalot, 60 bottles
Zachte neus zonder de verwachte dominante rook. Die (turf)took is er wel, maar wordt overvleugeld door fruit. Nice! En erg gevarieerd fruit, ik heb vooral perzik en wat abrikoos, maar ook ananas in blik en lychees op siroop, en tenslotte ook een beetje witte pompelmoes. Daarna volgen allerlei tuinkruiden, boter, lentebloesems, zachte eik en een beetje vanille. En daarenboven ook nog een mooie mineraliteit doorheen dit alles. Bijzonder aangename en boeiende neus vind ik dat. Net als de smaak trouwens. Eén van de meest drinkbare jonge Bowmores die ik al kon proeven. Romig en complex, en opnieuw gaat het fruit met de aandacht lopen: perzik, lychee, pompelmoes. Kandijsuiker, zachte turfrook, eik, zoethout en peper vullen aan. Naar het einde opnieuw tuinkruiden. Munt valt op. De afdronk is niet erg lang maar wel lekker op gesuikerde citrus en kruiden. Complexe (zeker gezien z’n leeftijd) en geweldig gebalanceerde whisky. Uitzonderlijk vatje. 90/100

Tomatin 36y 1976, The Whiskyman for Fulldram

Voordat de supertasting in Leuven vorige maandag van start ging, werd onze nieuwe clubbotteling uitgedeeld aan de Fulldramleden. Toch aan deze die een fles (of meerdere) besteld hadden. En dat was duidelijk de meerderheid. Voor onze vierde botteling (jawel, dit is reeds nummer vier, na de Littlemill 1990, de Auchentoshan 1999 en de recente Bowmore 1999) viel de keuze op een Tomatin 1976. Nu ja, een echte keuze kun je het moeilijk noemen, eerder een gelegenheid die we onmogelijk aan onze neus en mond voorbij konden laten gaan. Met Tomatin 1976 mikken we natuurlijk hoog. 1976 is hèt cultjaar voor Tomatin en ik heb eerlijk gezegd nog geen enkele matige – laat staan slechte – Tomatin 1976 geproefd. En na een eerste maal proeven, hoefden we ook niet lang na te denken, die moesten we hebben.
Het betreft een vat van The Whiskyman dat dus exclusief gebotteld werd voor Fulldram. We gaven ‘m het onderschrift ‘Full Metal Dram’ mee. Een groot deel van de flessen werd rechtstreeks gekocht door de leden, de rest (beperkt dus) via de reguliere handel. Als je er nog een fles van op de kop wil (en vooral kan) tikken, betaal je er 185 euro voor.
Ik proef ‘m naast de Tomatin 1976 ‘Grotesque Crocs’ van The Whisky Agency, kwestie van een waardige sparring partner te hebben.


 

Tomatin 36y 1976/2012 ‘Full Metal Dram’, 49.3%, The Whiskyman for Fulldram, 103 bottles
Op de neus is het verschil met de Grotesque Crocs amper waarneembaar. Dezelfde iet wat gedempte start zoals zo vaak bij Tomatin 1976, gevolgd door de perfect gebalanceerde combo fruit/sherry. En dat fruit dat blijft maar groeien: roze pompelmoes, sinaas en mandarijn, gevolgd door kruisbessen en banaan en tenslotte ook nog perzik en ananas in blik. Dat laatste is een verschil met de TWA, namelijk licht metalige tonen. Licht waxy ook, en de sherry die sappige eik en de bijhorende kruiden naar voor brengt. Allerlei tuinkruiden en gras. Dat grassige is dan ook weer een extraatje. Maar de slotsom is dat de neus van beide even geweldig is en o zo typisch Tomatin uit die periode. Maar Tomatin 1976 laat zich natuurlijk vooral op de smaak kennen. Kan ik me verwachten aan een explosie van tropisch fruit? O ja! Maar zoals wel vaker pas in de retro. De start is voor de eik en de kruiden (zoethout en kruidenthee’s), samen met florale toetsen, kandijsuiker en gekookt fruit. En pas dan… bingo! En achter die ‘bingo’ moeten meer uitroeptekens staan dan bij de Whisky Agency botteling. Dit is wel zéér indrukwekkend. Roze pompelmoes, mango, passievrucht, perzik, meloen, enzovoort enzoverder. Samen met een geweldige toets sterke rozenbottelthee. Prachtige bitterheid. Ja, op de smaak wint hij een puntje op de TWA botteling. De afdronk is even lang, misschien iets zoeter, met dezelfde balans tussen het tropisch fruit aan de éne kant en de eik en de (tuin)kruiden aan de andere kant. Het verschil is niet groot maar wel in het voordeel van de Full Metal Dram. Al zeg ik het zelf. 92/100

Clynelish 15y 1997, The Whiskyman Classic Label

The Whiskyman, ook gekend onder de naam Dominiek Bouckaert, heeft een tweede label gelanceerd, het zogenaamde Classic Label. Dus naast het gekende kleurrijke label, is er nu een… eh, klassieker label. Mooi, retro en clean, vormgegeven door Ruben Luyten. Onder dit label zullen whisky’s gebotteld worden met een sterke prijs/kwaliteit verhouding, ofte lekkere whisky voor een scherpe prijs. Zo kost deze Clynelish 1997 ongeveer 60 euro.

 

Clynelish 15y 1997/2012, 53.5%, The Whiskyman, Classic Label, refill sherry hogshead, 90 bottles
Zachte, romige neus die pas enige tijd z’n geheimen prijs geeft. En die geheimen zijn zoet, fruitig, mineralig en waxy. Laat ons met het zoete beginnen: kandijsuiker, honing en nougat. Dan het fruit: citroen (harde citroensnoepjes), pompelmoes en gele appels. Mineralen? Daarbij denk ik aan nat gras en natte keien. En dan natuurlijk de onvermijdelijke bijenwas, samen met wat kaarsvet. Olie ook. Lijnzaad. En okkernoten. Onderliggend altijd een lichte zoete granigheid. Ook de smaak is romig, boterig. Grassig en waxy. Nat hooi (klein beetje ‘farmy’) en kaarsvet vallen hier op. Het (citrus)fruit, vooral in de vorm van pompelmoes, maakt het geheel aangenaam bitter. Kandijsuiker en vanille counteren, waardoor de balans bitter-zoet perfect zit. Opnieuw de gele appels (het heeft iets van cider). Kruiden mag ik niet vergeten: peper en gember bijvoorbeeld. Nogal springerig wel, niet echt rond. Middellange afdronk, zoet en zesty (schil van pompelmoes), en hier voor het eerst een beetje zilt. Nog niet zo aromatisch en rond als oudere Clynelishes (denk 1989 of 1982), maar 1997 lijkt me stilaan wel een vintage om in het oog te houden. 88/100

Illustratie

Mijn vorige post was nogal kaal zonder illustratie, dus hierbij een illustratie: