Spring naar inhoud

Posts tagged ‘The Whisky Fair’

Nick Cave & Ben Nevis 1966

Nick Cave, dat ik die nog niet heb opgevoerd… een schande! Ik dweepte er al in m’n puberjaren mee, ten tijde van The Birthday Party.
Nu hij een punt heeft gezet achter het lichtjes geniale Grinderman, met de boodschap “See you all in another ten years when we’ll be even older and uglier”, kunnen we ons binnenkort aan een nieuw album met de Bad Seeds verwachten.

 

Nicholas Edward Cave, zoals de man voluit heet, werd geboren in 1957 in Warracknabeal. De meesten onder ons weten dat dat een stadje is in Australië. Naast muziek schrijven en spelen, heeft hij zich ook gewaagd een het acteren en het schrijven. Zo verslond ik als puber And the Ass Saw the Angel, een boek dat ook door de critici lovend onthaald werd.

 

Maar muzikaal brak hij door met The Boys Next Door, een bandje dat hij in 1973 als zestienjarige knaap oprichtte samen met Mick Harvey en Phil Calvert. Later werd naam van deze band gewijzigd in The Birthday Party en verhuisden ze van Melbourne naar Londen. Aldaar werden de heren vervoegd door het fenomeen Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten en Rowland S. Howard. De muziek van The Birthday Party laat zich niet gemakkelijk omschrijven, maar het wordt vaak als ‘post-punk’ geduid. Alhoewel voor mij ‘rauwe bluesrock’ de lading ook we dekt. Laat het ons op stevige muziek houden. Ook op hun optredens ging het er trouwens stevig aan toe. Vrouwen die op het podium kropen, hun rok omhoog trokken en urineerde op het podium… ja, het moet daar nogal gemoedelijk aan toe zijn gegaan.
Hun muziek had in ieder geval een niet te onderschatten invloed op de generatie muzikanten na hen. Samen met The Stooges hebben ze menige punkrock band de nodige inspiratie bezorgd.
Kort na een tweede verhuis, van Londen naar West-Berlijn deze keer, en na onenigheid tussen Cave en Howard, hief de band in 1984 zichzelf op. Cave, Harvey, Bargeld gingen daarna samen met Barry Adamson als Nick Cave and the Bad Seeds door het leven. Howard sloot zich aan bij het fantastische Crime & The City Solution van Simon Bonney (volgende keer moet ik het hebben over Bonney). Ook These Immortal Souls was een spin-off van The Birthday Party. Nick Cave zelf verhuisde nadien nog naar Sao Paulo, waar hij in 1987 trouwde en een zoon Luke kreeg, opnieuw naar Londen en uiteindelijk naar Brighton.

Cave’s teksten zijn bijna altijd gitzwart, thema’s die aan bod komen zijn in willekeurige volgorde: dood, moord, bloed, geweld, krankzinnigheid… Laat het duidelijk zijn, een doetje is het nooit geweest. In combinatie met de weinig toegankelijke muziek, hoeft het ook niet te verbazen dat de man, zeker in z’n beginjaren, weinig commercieel succes kende. Pas met The Good Son uit 1990 (waarop de ‘hit’ The Ship Song staat) en later met z’n duet met Kylie Minogue (wat een koppel!), Where the Wild Roses Grow, kon het grote publiek kennismaken met ’s mans talenten. Ook PJ Harvey kon kennis maken met een aantal talenten van de man, weliswaar andere, maar hun relatie liep na enige tijd op de klippen.

In 2007 stampte hij Grinderman uit de grond, een project samen met enkele leden van The Bad Seeds, waarin hij zich als mean machine lekker kon uitleven zoals in de beste Birthday Party traditie. De band bracht twee titelloze albums uit.

Voor de filmwereld schreef hij zowel muziek (o.a. voor enkele films van Wim Wenders zoals Until the End of the World) als scenario’s (o.a. Ghost of the Dead uit 1989 en The Proposition uit 2005).

 

Goed, tot zover nonkel Nick. Met het geweldige album Tender Prey (Up Jumped the Devil! Watching Alice! The Mercy Seat!) op de achtergrond, proef ik een Ben Nevis 1966. Oude (ik bedoel dan vooral jaren zestig) Ben Nevis is een profiel dat me enorm ligt. Niet alles uit deze periode is echter even goed, maar twee officiële bottelingen – deze en vooral deze – staan toch wel mooi te blinken in m’n top-50 ever. De 1966 voor The Whisky Fair die ik vandaag bespreek, proefde ik het verleden al eens, nu maak ik er wat meer tijd voor.

 

Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing, Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles
De neus start zalig: zoet fruit vermengd met (veel) kruiden. Nootmuskaat, munt en kruidnagel. Qua fruit vooral sinaas, banaan en ananas in blik. Vijgen ook. Daarna antiekwas en oud leder. Oude boeken. Romige chocolade (truffels). Hij start niet alleen zalig, hij blijft het. Volle smaak, geconcentreerd, dik en stroperig op de tong. Opnieuw veel kruiden (kruidnagel, peper, zoethout) en zoet fruit. Aardbeienconfituur. Appel- en perensiroop. Kokos, sinaas en banaan. Doet me wat aan oude rum denken. Daarna zet de eik zich door, net als okkernoten en donkere chocolade. Het geheel wordt m.a.w. licht drogend. Lange afdronk met de bittere (eik, kruiden) en de zoete (zoet fruit) elementen die elkaar perfect in evenwicht houden. Ja, ik vind dit heerlijk. Misschien niet helemaal het niveau van de bovenvermelde OB’s, maar wel betaalbaarder (195 euro, o.a. nog online te koop op de site van The Whisky Fair). 91/100

Glen Grant 1972, Duncan Taylor for The Whisky Fair

Een oude Glen Grant, altijd iets waar een mens naar uitkijkt. Deze whisky – die rijpte op sherryvat – werd recent door Duncan Taylor gebottled voor The Whisky Fair.

 

Glen Grant 36y 1972/2009, 56.3%, DT for The Whisky Fair, 209 bts
De neus is krachtig en start erg fruitig. Eerst op pompelmoes en mandarijn, daarna gaat ie de exotische toer op. Ananas, mango… maar ook pruimen en allerlei gedroogd fruit. Noten. Studentenhaver dus. Langzaamaan komen er bloemen en kruiden opzetten. Zoethout, eucalypthus. Dan boenwas en honing. Veel honing. Subtiele rook ook. Erg complex en wreed lekker die neus. De smaak is zoet en licht bitter. De sherry heeft z’n werk gedaan maar gaat nooit domineren. Het fruit (dezelfde soorten als in de neus), de kruiden, de noten, het hout, de honing, de chocolade, ze krijgen vrij spel. Middellange, verwarmende finish op allerlei zoets, leder en kruiden. Droogt niet uit. Geweldige Glen Grant. Dit is sherry zonder streken, sherry zoals ik ‘m graag heb. 91/100

Glenglassaugh 40y 1965 for The Whisky Fair

Glenglassaugh 40y 1965/2006, 46.7%, TWF, Fino sherry, 361 bottles – Speyside
Whisky op Fino vat is vrij zeldzaam, meestal wordt er bij sherryvaten voor Oloroso gekozen. Het is in ieder geval wel een geslaagde whisky, vooral de neus is erg lekker. Die is enorm fris en fruitig, te veel soorten om op te noemen. Zowel tropisch fruit als ‘Europees’ (wit) fruit. Sherry? Ja, maar absoluut niet overheersend. Subtiel that is. Tabak, dat wel. De smaak is iets minder, mist wat punch, maar blijft fris en fruitig. Ook wat peper. Droge, licht bittere afdronk. Lekkere oude Glenglassaugh die op de smaak de rol een klein beetje moet lossen. 86/100

Mara

Mara, of voluit Malt Rarities, is gekend om z’n pareltjes aan oude en zeldzame bottelingen. Je komt ze vaak tegen op festivals, o.a. op het Lindores Whiskyfest zijn ze een vaste waarde. Maar je kan hun aanbod aan flessen die ze te koop aanbieden ook consulteren via hun website, www.maltwhisky-mara.com.

Vorige week woensdag waren we op bezoek in hun kelder in Limburg, Duitsland. ‘We’ dat zijn Luc Timmermans, Geert Bero en mezelf. Gastheren waren Carsten Ehrlich en Roland Puhl. Carsten Ehrlich is een naam als een klok in het whiskywereldje. Deze Duitser wordt door iedereen als één van de grote whisky-autoriteit beschouwd. Het is de man achter The Whisky Fair, de jaarlijkse whiskyhoogmis in Limburg, Duitsland en ook één van de drijvende krachten achter The Whisky Agency. Man, wat heeft die gast een fenomenaal (maar echt fenomenaal) whiskygeheugen! Hij noteert niets, maar kan zonder moeite whisky’s voor de geest halen en in detail beschrijven die hij tien jaar geleden dronk. En deze dan vergelijken met één zustervat dat hij vijtien jaar geleden dronk. Echt onwaarschijnlijk.

In de loop van de avond kwam ook Astrid Kathrine Ohl langs en nog een kerel die ik niet ken. Het hoeft geen betoog dat ik me in dit gezelschap een beetje ongemakkelijk voelde. Ik heb me woensdag vaak afgevraagd “what the fuck zit ik hier tussen te doen?”. Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn “bangelijk lekkere whisky drinken”.

Wat een collectie dat Mara heeft, en wat daar tussen staat… en wat wij geproefd hebben! Ja, het zijn hoogdagen tegenwoordig. Hieronder een ad random overzichtje van al het lekkers dat de revue passeerde. Alhoewel, ik vrees dat dit geen volledig overzicht zal zijn. Ik heb niets genoteerd (blame me), ben dus volledig afhankelijk van wat ik onthouden heb en de dag erop op papier heb gezet. Dus Luc, Geert, vul gerust aan…

 
Port Ellen 19y 1970/1989, 40% Sestante import, 75 cl, waarvan ik dus de rest mee naar huis heb genomen. Zie twee posts eerder voor een deftige tasting note.
Benromach 14y 1967, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘The never bottled Top Quality’, 300 bottles, 75cl, één van die sublieme Samaroli bottelingen.
Springbank 21y, 46%, black ceramic jug. Hier bestaan blijkbaar verschillende batchen van, die niet van elkaar te onderscheiden zijn. We proefden twee versies, de éne was lekker, de andere geweldig.
Dufftown 40y, 45.3%, OB, da littri 3/4, bottled before 1975. Dit is whisky van ergens rond 1930. Luc heeft deze fles gekocht en ter plekke geopend. De rest is in sampels te verkrijgen via Whiskysamples. Niet goedkoop, maar z’n geld meer dan waard. Echt een indrukwekkende dram.
Teaninich 22y 1959, 46%, Samaroli ‘Bouquet’, ‘Flowers I’, 75cl. Fles gekocht en geopend door Astrid. Ja, Silvano Samaroli wist z’n vaten wel te kiezen, ook deze was bangelijk goed.
Glen Grant 25y, 86 proof, 26 2/3 Fl. Oz., bottled +/-1980. Glen Grant van de fifties dus. Dit was dan de fles die ik kocht. Goedkoper dan deze van Luc (alhoewel nog genoeg naar mijn portefeuille), maar spijtig genoeg proef je dat ook. Een weinig uitgesproken smaakprofiel. Misschien wordt ie beter met even open te staan. Hiervan volgt dus later nog een uitgebreide tastingnote.
Longmorn-Glenlivet 1965/1977, 70° proof, Berry Bros, old label. Fles gekocht door Geert, en ook hij had minder geluk. Alhoewel SV deze 93 scoort. Misschien nog wat tijd geven Geert…
Balvenie. Euh ja, een Balvenie. Geen idee meer welke. Wel een lekkere, hij viel niet echt uit de toon.
Longrow 1987, 46%, Samaroli. Eén van deze ondertussen legendarische Longrows 1987 van Samaroli.
Ardbeg 18y 1974/1993, 54.6%, Wilson & Morgan, 285 bottles. Eén van die stunning Ardbegs 1974. Sampels te koop op Whiskysamples.
Benriach 1976. Eén van die… juist ja.
Royal Lochnagar. Ook hiervan ben ik de details kwijt. Vond ‘m wel verrassend lekker.
Bowmore 32y 1969/2002, 46.9%, Duncan Taylor Peerless, cask 6082, 263 bottles. Mouthwathering.
Bruichladdich 1966/1983, 53.5%, Moon Import, Riserva Veronelli, 2400 bottles. Ongetwijfeld de beste Bruichladdich die ik al dronk.
Caol Ila 26y 1977/2003, 57.7%, Douglas Laing Platinum, cask L7020, 86 bottles. Een paar procent van die 86 flessen staan bij Geert Bero, the lucky bastard. 93/100 van SV.
Glen Elgin 25y 1984/2009, 48.7%, The Whisky Agency, 244 bottles.
Strathisla 42y 1967/2009, 43.1%, The Whisky Fair, 138 bottles.
Miltonduff 14y ‘Pluscarden’, 40%, G&M for Sestante, bottled end 1980’s.
 

En dan hadden we nog een whisky die ik zal benoemen als ‘The One that Cannot be Named’. Ik vind dat ieder rechtgeaard whiskyliefhebber zo’n whisky moet hebben, nietwaar Bert? Het is een whisky waar je niets over terugvindt, die niet vermeld staat in de Malt Maniacs Monitor, noch ergens anders op het web. Toen deze fles rondging en de neuzen het glas indoken, viel er een heilige stilte in de kelder. Iedereen was sprakeloos, de sluikse blikken spraken boekdelen, kreetjes van “Djéééééé”, ”Fuck”, ”My God” en aanverwanten werden in volle eerbied en aanbidding binnesmonds gesmoord. We wisten dat we iets sacraals in handen hadden. Die neus! Die smaak! Die balans! Die kracht! Die subtiliteit! Die complexiteit! Het Heilige der Heiligen. The one for the Gods. Hier leef ik voor, om dit soort whisky te kunnen ontdekken. In een vuile, wanordelijke, smoezelige, kelder ergens diep in het Duitse achterland.
Ik heb de Bowmore Bouquet 99/100 gescoord. Dit is minstens even goed. Is ie beter? Wie zal het zeggen? And frankly, who cares? Ik zal het toch nooit weten, de kans dat ik beide ooit nog eens naast elkaar ga proeven is onbestaande. Volgens Luc is ie wél beter dan de Bouquet (dewelke hij trouwens 100/100 gaf). I rest my case

 

Benriach 1976 clash

Onder het motto ‘Wat Bert B. kan, kan ik ook!’ zet ik vandaag – eveneens blind gedronken trouwens – drie 1976 Benriachs naast elkaar, meer bepaald de beide vaten voor The Whisky Fair, 3550 en 3558 op respectievelijk 46.2% en 47.4%, uitgedaagd door de lichtjes geweldige Benriach 30y 1976/2006 for LMDW, vat 3557, waarvan ik in extremisch nog een sampel kon bemachtigen.
1976 is een legendarisch jaar voor Benriach, echt straf wat ze daar dat jaar uit hun stills hebben geschud. En al even straf dat dat de jaren ervoor en erna minder lukte, alhoewel er ook daar soms nog erg lekker spul tussen zit, maar toch merkelijk minder.

 
Benriach 33y 1976/2009, 46.2%, OB for The Whisky Fair, cask 3550 – Speyside – 93/100
Whohoow, wat een zalige frisse, fruitige neus! De heerlijkste fruitsla met meloen, perzik, passievrucht, mango. Tropical! Honing ook en een heel lichte kruidigheid. Klein beetje hout. Een even grote fruitigheid in de smaak (citrus en tropisch fruit) en ook hier een klein beetje hout. Peper naar het einde. Zachte, zéér fruitige finish.
Heerlijke whisky en qua fruitigheid in de lijn van de St. Magdalene’s van midden jaren zestig.
 
Benriach 33y 1976/2009, 47.4%, OB for The Whisky Fair, cask 3558 – Speyside – 92/100
Ha, dit is anders. Ook veel fruit, maar verweven met hout en kruiden. Meer houtinvloed dan de vorige dus. Het fruit in de neus is ook ‘Europeser’. Sappige peer, perzik. Wat zoeter ook. Honing en vanille. In de smaak merk je nog duidelijker het hout. De prominente fruitigheid gaat over in een lichte bitterheid. Rozebottel ook. Lange, fruitige en licht drogende finish.
Deze is wat scherper dan de eerste. Hier zorgen het hout en de bijhorende kruiden voor. Dit maakt het geheel misschien wat complexer, maar daarom nog niet beter dan de pure fruitigheid van de eerste. Het zijn twee verschillende whisky’s, maar verdomd moeilijk uit te maken welke ik nu best vind. Lichte – heel lichte – voorkeur voor de vorige.
 
Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for La Maison du Whisky, cask 3557, 222 bottles – Speyside – 95/100
Hoho, dit is weer anders. Ook dit is een fruitbom, met hier citrus (de pompelmoes nietwaar), ananas, mango, passievrucht,… honing en vanille. Beetje hout ook. Tot hier een mooie synthese van beide voorgangers, maar deze gaat verder. Floraal (rozen in volle bloei), iets geroosterd. Gewoonweg subliem! De smaak van hetzelfde laken een broek. Het fruit (pompelmoes), het zoets, een heerlijke kruidigheid, eindigend in een schitterende bitterheid (de pompelmoes!). Lange en – hoeft het gezegd? – superfruitige afdronk.
Oh ja, deze gaat toch nog vlot boven z’n zustervaten. Het bleek vat 3557 te zijn, wat me niet echt verwonderde. Deze heb ik in het verleden al eens besproken. Blijft voor mij van het beste ‘fruit’ dat ik al gedronken heb.
 
Heb de 3550 en de 3558 maar meteen ook in 70 cl vorm aangeschaft, kwestie van me achteraf niet voor het hoofd te moeten stoten zoals met de 3557 die ik grandioos gemist heb.

Violent Femmes & Rosebank

Daarnet nog eens de Violent Femmes opgezet, hun titelloos debuut uit 1982. Vooral jeugdsentiment, maar doorstaat de tand des tijds en blijft gewoon beregoede muziek. Heb ze vorig jaar nog live bezig gezien. Sterk concert, in de AB als ik me niet vergis. Had me bij deze plaat een Rosebank 1974 voor The Whisky Fair ingeschonken. Ook beregoed.

 
Rosebank 30y 1974/2004, 55.8%, TWF, 212 bottles – Lowland – 89/100
Mmm, zalige sherryneus met noten en fruit. Appels, peer. Een vleugje rook ook. Complex en perfect in balans. Stevige, wat droge smaak met hout, honing en veel fruit. Citroen, pompelmoes. Lekkere afdronk op hout en noten. En ook hier a touch of smoke. Wel wel, je hoort vaak dat Lowlanders vlak van smaak zijn en de nodige punch missen. Deze botteling is het beste bewijs dat dit niet zo hoeft te zijn. Trouwens, als ik zo mijn Rosebank scores bekijk, merk ik dat deze tot op heden vlotjes de 80 halen. Rosebank rules!

Fulldram SUPERtasting

Maandagavond hebben we met Fulldram Leuven in stijl het seizoen afgesloten. Het betrof een supertasting samengesteld en geleid door Luc Timmermans. Dan weet je dat ‘in stijl’ geen verkeerde woordkeuze is. We kregen acht whisky’s voorgeschoteld (ja whisky’s, we zijn niet voor niets een whiskyclub nietwaar) waaronder een nogal indrukwekkende Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Deze won echter het pleit niet, om maar te zeggen dat je mij niet gaat horen klagen over het niveau van deze tasting.
Nu donderdagavond. De madam op de lappen, de kids in bed, de ideale gelegenheid om mijn sampleflesjes met de overschotjes te ledigen. Samen met mijn notities van maandag resulteert dit in het volgende:

 
Miltonduff 12y, 43%, OB bottled mid 1990’s – Speyside
Deze laat zich herleiden tot kurk, kurk en kurk. En misschien een beetje rauwe champignons. Geen score dus, want defective bottle. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ik dat niet onmiddelijk merkte, pas nadat Luc ons op ‘een offnote’ wees, rook ik de kurk. Ik ging er van uit dat dat kwam omdat het kurkgehalte nog best meeviel, maar na andere whisky’s te degusteren, werd de kurk in deze alsmaar prominenter. Didactisch materiaal.
 
Glenugie 20y 1984/2004, 50%, DL OMC, cask 1320, 201 bottles – Highland – 90/100
Aangezien Glenugie z’n deuren sloot in 1983 hebben we hier te maken met een misprint. Ofwel heeft de kuisploeg zich in 1984 eens goed laten gaan. Soit, het is dus whisky van 1983. Stevige neus met veel fruit. In your face fruit. In your face fruit?? Het is nogal een krachtige neus is, het fruit stuwt zich als het ware een weg door je neusholte, dat bedoel ik. Vooral wit fruit. Sappige peer. Zoet ook. En een beetje kruidig. Maar dan het ‘herbal’ type kruidigheid. Kruidenthee. Het Nederlands maakt spijtig genoeg niet het onderscheid tussen ‘herbal’ en ‘spicy’ kruidigheid. De spicy variant zit dan weer wel in de smaak. Vooral op het eind veel peper. Natuurlijk ook hier veel (zoet) fruit. Vrij lange, fruitige afdronk. Smullen!
 
Port Ellen 21y 1979/2001, 50%, DL OMC, 618 bottles – Islay – 91/100
Deze heb ik recent nog bij Dominiek gedronken. En goed bevonden. Lekkere turf perfect in harmonie met dito sherry. En zonder scherpe kantjes. Score bevestigd.
 
Tomatin 25y 1980/2005, 56.6%, Weiser Germany, cask 13462, 320 bottles – Speyside – 91/100
En dan gingen we weer de fruitige torr op. En hoe. Deze Tomatin zit vol fruit, fruit van het exotische type hier. Passievrucht, mango, ananas… Schitterende frisse neus en erg drinkbaar voor dit alcoholpercentage. Lange afdronk met… juist, fruit. Top!
 
Bowmore 35y 1968/2004, 40.5%, DT for The Whisky Fair, cask 3818, 150 bottles – Islay – 88/100
En voor diegenen die nog niet genoeg fruit hadden, stond er nog een Bowmore 1968 op het programma. Bowmore 1968, dat is tropisch fruit. Veel ervan in de neus. Nat hooi ook. Beetje zoet. Smaak is erg zacht (ok, amper 40%), zoet en fruitig. Naast de tropische toestanden ook wat citrus. Na een tijdje komen er bloesems door. Lange afdronk. Lekker? Zeer zeker, maar mist de complexiteit van de 1966 distillaten. Dat laatste zet ik er vooral bij omdat dat wel chique staat, niet dat ik al geweldig veel jaren zestig Bowmore gedronken heb. Met 88 punten voor mij de minst scorende dram. Jawel, een Bowmore 1968.
 
Nectar of the Gods (Glenfarclas) 38y 1966/2004, 42.3%, Whisky Magazine Editor’s Choice, cask 6461, 84 bottles – Speyside – 92/100
De naam die de jongens van Whisky Magazine deze whisky hebben meegegeven, wekt wel wat verwachtingen moet ik zeggen. Benieuwd of hij deze kan waarmaken. Zoete neus met honing en speculaas. Bodding roept er iemand. Nu je het zegt. Boenwas heb ik ook. Fruit natuurlijk. Gestoofd fruit en confituur toestanden. En dan komt er ook nog ‘s subtiele rook door. Woodsmoke zegt Luc, hout dat verwarmd wordt. Inderdaad. Sherry? Amper. Heerlijke complexe neus. Hetzelfde geldt voor de zoete, romige smaak. Bijenwas, honing, hout, sinaas, perzik, beetje zilt, beetje meer peper, en ongetwijfeld nog heel wat meer want complex is ie wel. Zeer lange afdronk. Schitterende whisky.
 
Ben Nevis 34y 1966/2001, 53.7%, OB for Germany, cask 4276, 209 bottles – Highland – 93/100
Neus: banaan! Ben Nevis noemt men ook wel de banaanwhisky. Nu weet ik waarom. Ondanks het feit dat deze vrij recent gebotteld is toch wat lichte old bottle toestanden. Oude boeken, oude kleren… dat soort zaken. Zoet (karamel) en geleidelijkaan kruidiger. Zalig! Het fruit (banaan, jawel, maar niet alleen dat) en de kruiden kom ik ook de smaak tegen, én in de lange afdronk. Voor de leeftijd niet te veel hout. OK, de smaak wordt naar het einde wat bitter, maar het is een bitterheid van de heerlijkste soort. Lange zalige afdronk. Deze whisky leunt trouwens een beetje tegen rum aan. De banaan, de (verbrande) karamel. Zeker geen gemakkelijke whisky, je moet hem wat tijd geven. Maar hij is o zo lekker.
 

En dan… dan kwam de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Ik kan me moeilijk een betere afsluiter van een supertasting voorstellen. Man, dit is zó goed. Whisky van een andere planeet. Whisky van een ander tijdperk, en dat mag wél letterijk genomen worden. Dit soort whisky maken ze vandaag immers niet meer. En kán – met de huidige productieprocessen – ook niet meer gemaakt worden. Vandaar ook de prijzen. Deze kan je met wat geluk nog wel op één of andere veiling op de kop tikken, maar dan moet je wel bereid zijn een 900 euro neer te telen. Voor de rest van de fles (toch nog een achttal drams) had Dominiek nog 130 euro over. Mijn maximum lag een beetje lager, maar heb vandaag – met de resterende anderhalve centiliter die ik van de tasting mee naar huis had genomen voor mij – al spijt van m’n consequentie. Nu ja, ben Dominiek vergeten vragen wat z’n maximumbod was geweest. Whatever, laat ik maar gewoon genieten van dit kostbare restje.

Ardbeg 28y 1967/1995, 53.7%, Signatory, cask 575, Pale Oloroso – Islay – 95/100
Neus het glas in. Geloofd zij de Heer! En Luk. Turf, maar niet de jaren zeventig Ardbeg turf, laat staan recentere, scherpere turf type Airigh Nam Beist. Deze turf is subliem zacht, fruitig en zoet. De heerlijkste, zachte sherry erdoorheen. Lichte zee associaties (zilt, zeewier…) en wat kruiden ook. Welke? Who cares! En waarschijnlijk kan ik nog heel wat meer uit de neus halen, want hij is zo complex, maar daar heb ik nu even geen zin in. Prachtig gewoon. En de smaak? Ja, ook die verantwoordt de score. Krachtig, mondvullend, met de fruitige turf, zilt, zoethout, was, beetje teer… whatever. Mooie verwevenheid om een illuster clublid te citeren. Nee, mooi is een term die afbreuk doet aan deze Ardbeg. Formidabel, subliem, breath-taking, mouth-watering, dat is de terminologie die hier van toepassing is. Zaaaalige, eeuwigdurende finish. Man, dit is lekkere whisky!
 

Bon, even terug met de voeten op de grond, voor ik het laatste – ja, écht het laatste – bodempje van deze godendrank mijn papillen laat beroeren (the lucky bastards). De top drie van de avond was:

1. Glenfarclas
2. Ardbeg (hunk?)
3. Bowmore & Tomatin ex-aequo

Mijn top drie:

1. Ardbeg (mocht u er nog aan twijfelen)
2. Ben Nevis
3. Glenfarclas

Vwalla, dat was weer eens een mooie avond zie. Enkele Orvals in de vroege uurtjes maakte wel dat het een beetje doorbijten was dinsdag, maar erg kon ik dat niet vinden.

Bedankt voor al het lekkers Luc! En nu de papillen…

Een top Springbank (The Whisky Fair)

Ha, had hier nog een sample staan van een Whisky Fair botteling, een 35 jarige Springbank. De gelegenheid om het flesje te ledigen en de inhoud tot mij te nemen. Ben er nog van aan het nagenieten…
 
Springbank 35y 1971/2007, 59%, TWF, sherry wood, 239 bottles – Cambeltown – 93/100
Alcoholpercentage klopt niet echt met de leeftijd van deze whisky… straf vat… Zalige, kruidige neus. Kokos ook. Honing. Citrus. Rook. Neus wordt hoe langer hoe zoeter, verschrikkelijk complex. En verdacht vlot drinkbaar voor z’n 59%. Is wat zoet (caramel), fruitig (citrus gevolgd door perzik en abrikoos) en kruidig (peper). Lichte rook, behoorlijk coastal eigenlijk. Lange warme afdronk op zoet fruit en kruiden. Fantastisch lekkere oude Springbank, dit is sherry whisky op z’n best!

The Whisky Fair (26-27 april)

Volgend weekend is er weer de jaarlijkse hoogmis van de whisky festivals, The Whisky Fair in Limburg, Duitsland. Spijtig genoeg zal ik er niet bij kunnen zijn, volgend jaar blokkeer ik mijn agenda!
The Whisky Fair brengt ook eigen bottelingen uit, waaronder enkele ondertussen legendarische. Een aantal kon ik reeds proeven, zovele nog niet. Pfff, het leven is veel te kort.
 
Ledaig 33y 1973/2006, 48%, TWF, 281 bottles – Mull – 88/100
Ledaig = Tobermory. Gebotteld voor The Whisky Fair, Limburg (Duitsland). Lekkere whisky met subtiele turf in neus en smaak. Neus van een smeulende barbeque. Wat hout in de smaak en zoet fruit (appel, rijpe peer). Sherry? Aangename, licht rokerige finish.
 
Clynelish 32y 1974/2006, 58.6%, TWF, 266 bottles – Highland – 94/100
Bourbon Hogshead vat. Neus is heerlijk, met veel turf, rubber en ‘farmy’ notes. Houtskool. Ook erg peaty in de smaak. Vettig, iets zoets en daarna wordt ie ook kruidig, met veel peper. En zoethout. Behoorlijk ‘Brora’ allemaal, en dus my cup of tea. Veel rook ook, vooral in de lange finish. Subliem!
 
Ardbeg 15y 1991/2007, 54.4%, TWF, 327 bottles – Islay – 88/100
Herkenbare Ardbeg neus met veel ‘zee’ (zilt, zeewier, jodium) en citrus. Houtskool ook. Ook smaak is ziltig, erg ziltig. Maar wel lekker. Beetje turf ook. Middellange zilte finish.