Spring naar inhoud

Posts tagged ‘tasting note’

Highland Park 15y

Tijdens een wel zeer vorstelijke ontvangst vorige maand op Highland Park kregen we onder andere de 15y te proeven. Het toeval wil dat ik hiervan nog een kletsje heb staan. In deze 15y zit een groter aandeel first fill vaten (30%) dan in de 12y (20%). Hij bevat ook meer whisky uit vaten van Amerikaanse eik dan de 12y. Geen idee echter wat de verhouding Amerikaanse/Europese eik is.

 

Highland Park 15y, 43%, OB 2011
Op de neus naast de verwachte honing en heide veel citrus (limoen en citroen) en een heel klein beetje rook. Ook wat karamel en licht florale tonen (bloemen, naast de heide). Een hint van zilt. Hint, klein beetje, licht, wat… zoals je merkt is alles wel erg licht, het geheel mist duidelijk body. Op de zachte smaak opnieuw de citrus, de honing, de lichte rook en de heide, hier vergezeld van een zoete kruidigheid. Chocolade ook, granen en hooi. Licht drogend. Middellange, droge afdronk met terugkerende citrus. Toch wel een ander profiel en niet in lijn met de 12y en de 18y, waarschijnlijk door de andere verhouding in type hout. En zeker niet de beste uit de standaard range, dit zou zelfs de minste kunnen zijn. Ik herinner me in ieder geval dat ik zowel de 12 (licht) als de 18 (veel) beter vond. Over de 25, 30 en 40 zwijgen we dan. 79/100

Advertenties

Springbank 1965, Murray McDavid

In de jaren 1850 was Springbank één van de eerste distilleerderijen die overschakelden van turf naar kolen om hun malt te drogen. Er waren immers genoeg koolmijnen in de buurt op Campbeltown. Het is vandaag trouwens één van de enige distilleerderijen die hun eigen whisky ook zelf bottelt.

 
Springbank 1965/1998, 46%, Murray McDavid, cask 580, 204 bottles
De neus start zoet (honing, nougat) en laat langzaamaan fruitige tonen door. Eerst gedroogd fruit à la rozijnen en vijgen, daarna frambozen en tropisch fruit. Passievrucht, meloen, mango. Een lichte waxyness (boenwas) en een even lichte kruidigheid op de achtergrond. Meer op de voorgrond ook melkchocolade en praliné. Heerlijk om ruiken. In de mond komt hij steviger over dan het alcoholpercentage kon doen vermoeden. Olieachtig. Ook hier licht tropisch met kokos als extraatje. Perziken ook. De kruiden meer prominent dan in de geur. Peper, gember, munt. Chocolade, hier donkere. Wordt naar het einde wel wat bitter, maar nooit storend. Lange verwarmende afdronk met munt en abrikoos die opvallen. Stevige oude Springbank. En lèkker! 91/100

Littlemill 1975

Littlemill zou met stichtingsjaar 1772 de oudste distilleerderij van Schotland zijn. Ze is echter niet meer actief, want in 1994 de deuren gesloten.

 

Littlemill 1975, 40%, OB 1999
Lekkere neus, zoet en fruitig. Wat hout erdoorheen, mooi in balans met de rest. In de mond is deze Littlemill zacht en wat plakkerig (stroperig) met veel fruit (ik heb onder andere perzik en meloen), perensiroop, kandijsiroop, daarna ook wat sinaas en een lichte kruidigheid op het einde. Zoete afdronk. Niet echt complex maar zeker ook niet slecht. Bijlange na niet het niveau van onze Fulldram botteling echter! 83/100

Laphroaig Quarter Cask

De Quarter Cask van Laphroaig is een vatting van whisky van verschillende – relatief jonge – leeftijden die na hun klassieke rijping ‘afgewerkt’ wordt in kleinere vaten (quarter casks), vooral met de bedoeling het rijpingsproces te versnellen. Kleinere vaten = meer contact met het hout = snellere rijping. Maar ook de stijl van de whisky zou logischerwijze wat moeten verschillen van de volledig klassiek gerijpte Laphroaig. Effe uitzoeken of dat effectief ook zo is.

 
Laphroaig Quarter Cask, 48%, OB 2009
De neus is aangenaam op vooral rook en zilt. Minder hout dan verwacht. En meer zoets. Vanille, cake, banaan. Net als wat medicinale tonen. Jodium. Zeelucht. Turf. Met water komt er een aangename kruidigheid bij. Linde. Minder rook en turf op de smaak, hier zijn het eerder kruiden die de dienst uitmaken. Kruidnagel en kaneel. Dat zal dan wel de invloed van quarter casks zijn zeker? Pas op, de turf is aanwezig, maar minder prominent dan in de neus. Er is tevens vanille, sinaas en zilt te ontwaren. Lange, zoet-rokerige afdronk, met een licht bittere touch. Lekkere Laphroaig, zeker beter dan de standaard 10y. 86/100

Rosebank 15y

Rosebank 15y, 50%, OB bottled 1980’s – Lowland
Scherpe, maltige en etherische neus, met gedroogd gras, granen, hars en kruiden. Na enige tijd komt er een klein beetje honing, ananas en bloemen door, wat de scherpe kantjes wat verzacht. Ook op de smaak toont ie zich scherp en zonder al te veel franjes. Droog en licht bitter met associaties van kruideninfusie, kruisbessen, pompelmoes, en zoethout. Erg recht-voor-de-raap. Eerder korte en lekker-bittere afdronk. Verre van slecht hoor, maar ik kan me voorstellen dat sommigen op dit smaakprofiel afknappen. 83/100

Laphroaig 1990, Malts of Scotland

Een andere recente botteling van Malts of Scotland is een Laphroaig 1990. Deze werd gedistilleerd op 18 juni 1990 en vorige maand gebotteld.

 
Laphroaig 19y 1990/2009, 53.2%, Malts of Scotland, cask 6463, 154 bottles – Islay
Mmm, zalige neus! Zachte, zoete en fruitige turf. Ik heb kruisbessen, rijpe sinaas, marsepein, turf, zilt. Een beetje hout. Paraffine? Menthol zeker wel. Gerookt vlees ook. Spek, of eerder een hammetje aan ’t spit. Meer rook in de smaak, assen, wat medicinaal. Punchy! Citrus, zilt, zoethout en peper zorgen voor het nodige tegengewicht. Lange ziltige finish met terugkerende rook. Complexe en perfect gebalanceerde laffie. 90/100

Glenmorangie 1971

Glenmorangie 1971, 43%, OB 1993 – Highland – 87/100
Gebotteld op 30/8/1993. Oude Glemorangies zijn zeldzaam, deze batch voor de Belgische markt is dat dus eens te meer. Duidelijke sherry in de neus, maar zeker niet te scherp. Fruitig (wit fruit – appel, peer), lichtjes zoet (donkere chocolade) en lekkere subtiele rook. Balsamico? Ja, inderdaad ook balsamico. Droge smaak, licht bitter. Sterke thee. Het zoete is verdwenen, maakt plaats voor kruiden. Blijft erg aangenaam. Middellange droge finish. Lekkere oude Glenmorangie.

Port Ellen 3rd release

PE3&6

Volgens sommigen is de derde de beste van alle jaarlijkse Port Ellen releases. Hoog tijd dus om ook deze eens te proeven. Ik zet er de zesde release naast (whisky mag niet té lang blijven staan in een geopende fles nietwaar), die ik indertijd 90 punten gaf, een score die bij volgende proefbeurten een status van solid-as-a-rock verwierf. Eens kijken of de 3rd heerst over de 6th.

 
 
 
Port Ellen 24y 1979/2003, 3rd release, 57.3%, OB, 9000 bottles – Islay 91/100
Neus: zilt, rook en citrus in beide, een beetje zoals verwacht. Maar de derde release is ‘vuiler’, minder afgeborsteld dan de zesde. Hij geeft ook stevige jodium, visolie (subtiele levertraan, gelukkig subtiel), planten en heeft iets etherisch. Ja, de derde wint hier. Smaak: veel zilt, rook, as, fruit (abrikoos), vanille, hout (licht drogend), noten, kruiden (kruidnagel, peper)… complex en alles mooi in balans. De 6e release mist de kruidigheid van de 3e en vertoont iets minder hout op het pallet. Al bij al toont de derde zich ook in de smaak wat rebelser, wat ruwer, maar ik kan hier moeilijk bepalen welke ik best vind. Afdronk: zalig! Lang, beetje droog met vanille, zilt en rook. Veel rook. Maar ook de challenger z’n finish mag er wezen. Tie, ook hier.

Wel, het zijn beide erg lekkere, maar ook typische Port Ellens. De derde steekt zeker niet boven de zesde uit, maar de wildere neus resulteert toch in een bonus van één puntje extra, 91/100. Dus ja, ook voor mij is de derde de beste van de jaarlijkse releases die ik al geproefd heb (1e, 2e en 4e heb ik nog niet gehad), maar beide Rare Malts (20y & 22y) en de 1978 DL for The Whisky Shop gaan hier toch nog over, en misschien ook wel de 1982 DR for The Nectar (deze laatste denk ik niet op de neus, maar wel op de smaak). Bedankt voor het sampletje Ruben. Ik moet trouwens eens dringend door de rest onze sampleshare gaan.

Back to basics II

Kwamen vervolgens aan bod: de Scapa 16y en de Royal Lochnagar 12y. Twee tegenvallers. Morgen de rest, het betere werk.

 
Scapa 16y, 40%, OB 2007 – Orkney – 72/100
Frisse neus met bloemen, fruit (banaan, druiven), honing en een mineralige toets. ‘Modern’ dus. De smaak is scherp en behoorlijk alcoholisch ondanks het lage percentage. Granen, gist… maltig. Een klein beetje fruit (citroen, perzik) ook, maar het geheel blijft toch scherp en bitter. Eerder korte, bittere finish. Neus is best ok, smaak niet.
 
Royal Lochnagar 12y, 40%, OB 2007- 68/100
Veel graan in de neus, oudbakken brood, hout, beetje kruiden. Doet me wat denken aan oude jenever. Iemand merkte op dat je heel goed de grondstoffen herkent. I agree. De smaak is wat alcoholisch op granen en een beetje honing. Korte, droge afdronk. Er valt weining te beleven bij het proeven van deze whisky.

St. Magdalene 19y 1979 Rare Malts

St. Magdalene 19y 1979/1998, 63.8%, Rare Malts – Lowland – 92/100
Door maltmaniac number one Johannes van den Heuvel uitgeroepen tot de ultieme malt. Door mij tot een heel erg lekkere. Een voorbeeld van een whisky die water nodig heeft, zeker in de smaak, onverdund niet te drinken (puur alcohol). Met een beetje water komt de neus – die in tegenstelling tot de smaak al vrij toegankelijk is – verder open, en is ie enorm complex: zoet (karamel), fruitig, maltig, noten, hout… De smaak daarentegen kan meer water hebben. Maar dan komt ook hier de complexiteit bovendrijven: vanille, kruiden, sinaas, gekarameliseerde suiker… crème brulée! En subtiele turf. Heerlijk! Lange, wat droge afdronk met een lichte turf touch. Moeilijke whisky, maar een beauty als hem getemd krijgt.

Kleppers – Glen Ord 16y Manager’s Dram

Ord 16y, Manager’s Dram, 66.2%, OB bottled 20/01/1991 – Highland – 93/100
Met 2cl van deze whisky ben ik een ganse avond zoet geweest. Ongelooflijk, maar op 66,2% heeft deze whisky geen water nodig. Krachtig en complex. Fruit, honing, bloemen, kruiden, you name it. Ook de heerlijkste Earl Grey in de neus. Man, man, dit is een super botteling!

Sherry & turf

Bij geturfde whisky die rijpt op bourbonvaten komen de fenolen beter tot hun recht en zal de whisky z’n turfkarakter behouden. In sherryvaten vermengt de turf zich vaak met de zoete sherrysmaken. Soms overweegt de sherry, soms is de sherry amper waar te nemen, maar soms… soms is de sherry en de turf perfect in balans en krijg je whisky op z’n best!

 
Port Ellen 24y 1982/2007, 58.2%, Dewar Rattray, sherry cask 2463, 467 bottles – Islay – 91/100
Zevende en hoogtepunt op de Dewar Rattray tasting in Tasttoe, ergens in september 2007. Het vatnummer vóór dat van The Nectar. Geweldig lekkere sherry neus met tabak, koffie en leer. Maar ook zilt. En pas daarna de – heerlijke – turf. Zelfde sensaties in de smaak. Bittere chocolade, zilt, turf… Njammie! Ook wat citrus fruit. Complexe en mooi gebalanseerde whisky. Zalig lange, ietwat zoete afdronk op zilt en turf. This is why I’m into whisky!

Sherry

Dit is simpel, whisky krijgt een sherry-karakter door op sherryvaten te rijpen. Maar waarschijnlijk is het niet de sherry die oorspronkelijk in het vat zat, maar eerder het gebruikte hout dat de typische sherry-associaties geeft, zowel oorspronkelijk aan de sherry als later aan de whisky. Zoals eerder reeds vermeld, worden sherryvaten voornamelijk gemaakt van Europese eik, Bourbonvaten van Amerikaanse eik. Beide geven een andere aroma af.

Tegenwoordig wordt ook af en toe Amerikaanse eik gebruikt om sherry te rijpen, meestal voor Fino sherry’s, maar deze worden over het algemeen niet gebruikt door de Schotse whisky industrie. Wel populair zijn sherry types à la Oloroso of in mindere mate Pédro Ximénez.

Whisky die op sherryvat rijpt zal dan wat droog en bitter worden. Dat bittere kan aangenaam bitter of scherp bitter zijn. Andere typische sherry associaties zijn hout (het droge), karamel (zie ook onder ‘zoet’), donkere chocolade, rozijnen, rubber, tabak, koffie…

 
Mortlach 19y 1988/2008, 57.6%, Cadenhead, sherrywood, 664 bottles – Speyside – 76/100
Duidelijk een sherryvat… zoete neus met hars, rubber, bittere chocolade. Droge, licht zoete maar ook vrij scherpe smaak. Sterke earl grey. Zachter met water. Rozijnen. Middellange, droge afdronk.

Farmy

Farmy? Jawel, sommige whisky’s hebben een ‘boerderij’ karakter. Wat je daar onder moet verstaan zijn associaties à la koeiestal, paardestal… eender welke stal eigenlijk, logischerwijze dus ook mest, nat hooi… Voor alle duidelijkheid, dit zijn allemaal associaties in de neus (lang geleden dat ik nog mest gegeten heb). Natte hond komt hier ook in de buurt. Iedereen heeft al wel eens een hond die door de regen gelopen heeft tegen zich weten opspringen. Wel, die geur bedoel ik.
Ik kan me voorstellen dat dat allemaal weinig aanlokkelijk klinkt, maar ik ben over het algemeen echt wel fan van farmy notes in whisky. Het zijn meestal geturfde bottelingen die dit karakter vertonen, met Brora op kop.

 
Brora 24y 1977/2001, 56.1%, Rare Malts – Highland – 90/100
Neus is erg Clynelish-achtig. Droog, beetje bloemig, beetje boenwas, met eerst lekkere en subtiele turf en dan ‘farmy’ notes (koeienstal, nat hooi). Smaak is vettig en complex. Wat zoet, wat peperig, wat fruitig (citrus) en lekkere turf. Geen water nodig, zoals het geval is voor de meeste Brora’s. Lange, rokerige afdronk met iets ziltigs en hint van mosterd. Zeer lekker, maar voor mij ietsje minder dan de 21y 1977.

Zoet

Als we spreken over zoet in whisky hebben we het meestal over vanille, honing of karamel. Vanille treffen we vaak aan in whisky, vooral in de neus. Als je indruk wil maken op je toehoorders maar niet echt iets uit de neus kan halen, zeg dan “vanille!”, daar doe je niet veel verkeerds mee. Tenminste, als het een bourbonvat betreft. Is de whisky een botteling uit een sherryvat, dan ben je veiliger met een “duidelijk karamel!”.

Bourbonvaten worden vervaardigd uit Amerikaans eik, sherryvaten meestal uit Europese eik. Beide houttypes geven een ander aroma af. Een bourbonvat geeft zoete vanille, een sherryvat bitterzoete caramel.

Het was trouwens de Schotse zuinigheid die er voor zorgde dat geen nieuwe maar tweedehandse vaten gebruikt werden voor het rijpen van whisky. En aangezien de Amerikaanse overheid het niet toestaat om eiken houten vaten meer dan één keer te gebruiken om bourbon whiskey in te rijpen, krijgen de vaten daardoor een tweede bestemming en rijpt de meeste Schotse whisky op Amerikaanse Bourbon vaten.

 
Tyrconnell 10y Port Cask finished, 46%, OB 2006 – Ireland – 74/100
Whooo, wat een zoete neus! Ok, Ierse Whiskies zijn zoet, maar dit is overdrive. Vanille en honing. Na een tijdje komt er wat fruit (appel) door en wordt ie een beetje aangenamer. Smaak is kruidig en zoet. Kandij. Cake. Redelijke lange, weerom zoete afdronk. De porto heeft duidelijk z’n werk gedaan. Kapt makkelijk binnen, maar echt lekker vind ik ‘m niet.

Zilt

Eilandwhisky’s of whisky’s die dicht bij de zee rijpen – wat we dan ‘coastal’ whisky’s noemen – hebben meestal een zilt karakter. Dit komt omdat de whisky in het vat de zeelucht doorheen de poriën van het vat opneemt. Zeelucht bevat de typische zilt en jodium.

 
Bruichladdich 15y 1991/2007, 46%, Cadenhead – Islay – 72/100
Zee-associaties zonder de turf. Zilt en zeewier in de neus. Smaak is eerst zwakjes, maar na een tijdje komt ook hier ‘de zee’ door. Vrij veel zilt, maar blijft wel erg zacht. Behoorlijk gevaarlijke dram, zeer makkelijk drinkbaar.

Was

Wie was zegt, zegt Clynelish en Brora. Beide whisky’s hebben vaak (niet altijd) een ‘waxy’ karakter, vooral in de neus. Met waxy bedoel ik aroma’s van boenwas, schoensmeer, kaarsvet… Beide distilleerderijen hebben – hoeft het nog gezegd – schitterende whisky’s gestookt.

 
Clynelish 13y 1994/2007, 46%, Duncan Taylor NC² – Highland – 78/100
Summiere notities, geproefd bij Tasttoe. Lekkere neus, erg typisch Clynelish (waxy dus). Maar spijtig genoeg wat tegenvallende smaak, beetje kruiden, beetje zoet. Weinig uitgesproken. Toch maar een andere fles gekocht (de Springbank 13y 1993/2007 SMoS).

Back in business

Uitgewaaid nemen we de draad weer op en de whisky ter hand. Tijdens m’n verlof amper één whisky gedronken, de Dalmore 12 jaar. Deze week m’n schade inhalen zie…
 
Dalmore 12y, 40%, OB 2007 – Highland – 74/100
Mooie fles, inhoud iets minder. Een whisky waarbij de smaak beter is dan de neus. Vaak is het omgekeerd. Neus heeft in ieder geval wat tijd nodig, eerst is ie vrij plat, daarna komen zachte, zoete tonen door. Hout ook (sherry), granen en kruiden. Smaak is redelijk krachtig, zeker voor z’n alcoholpercentage. Ook hier hout en zoet. Honing. Fruit ook. Abrikoos. Droge, zoete afdronk.

Gesloten

Onversneden sluit z’n deuren voor een week of twee en gaat in de Languedoc een beetje uitwaaien. Ik stel voor dat we – ik bedoel ik – daar éne op drinken. Iets deftig.
 
Glengoyne 19y 1986/2005 Ewan’s Choice, 51.5%, sherry puncheon cask 441, 600 bottles – Highland – 90/100
Whoeha, zware sherryneus. Wat zoet ook. Karamel. Sinaas. Bittere chocolade. Houtskool. Boter? En dan iets waar ik lang op heb moeten zoeken, maar ineens wist ik het: rum-rozijnen! Geweldig… Complex, maar alles prachtig in balans. En hetzelfde geldt voor de smaak. Beetje vettig en ook hier die lekkere sherry, de bittere chocolade, de karamel… en gebakken banaan ook. Man, dit is lekker! Heerlijk lange en zachte finish op bittere chocolade. Grootse whisky!

Fruit

Speydside is dé regio bij uitstek indien je graag fruitige whisky drinkt, maar ook daarbuiten kom je vaak erg gefruite whisky tegen. Sommige whisky’s hebben citrus, andere wit fruit, nog andere eerder tropisch fruit, perzik/abrikoos, banaan… you name it. Het herkennen van deze smaken is niet altijd eenvoudig en verschillende ‘kenners’ zullen vaak ook andere smaken uit dezelfde whisky halen. Het is maar wat je op het ogenblik van proeven opvalt.

 
Tomintoul 27y, 40%, OB 2005 – Speyside – 78/100
Erg veel fruit in de (lichte) neus. Appels. Ananas. Beetje sherry en mout. Niet erg complex maar best wel aangenaam. Redelijk zoet op de tong, met weerom veel fruit. Mooie balans. Zoete, fruitige afdronk. Eerder perzik en abrikoos hier. Lekkere fruitbom.