Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Speyside’

Dufftown 27y 1982, Riverstown

Dufftown is één van de grootste distilleerderijen in de portefeuille van Diageo, en vóór de bouw van Roseisle volgens mij zelfs dé grootste. De productie gaat bijna volledig naar blends zoals Johnny Walker, Bell’s (Arthur Bell was lange tijd eigenaar van de distilleerderij) en Dewar’s White Label. Een klein deel wordt als single malt gebotteld, vooral door onafhankelijke bottelaars. Zo ook vat 18582, een sherryvat door Riverstown.

 

Dufftown 27y 1982/2010, 55.7%, Riverstown, cask 18582, 104 bts.
Ik vond dit geen gemakkelijke whisky. De neus is erg alcoholisch en kruidig, maar na enige tijd en zeker met een beetje water, bloeit hij open. Honing, gras, bloemen en citrusfruit laten zich dan gelden. Zonder water is hij op de tong vrij bitter en droog met een klein beetje rook op de achtergrond, maar ook hier is water een serieuze meerwaarde. Hij wordt zoeter en fruitiger. Middellange, kruidige afdronk. Aangename whisky, maar enkel met water. 84/100

Glenfiddich 22y 1961 for Nadi Fiori

Tijd om eens een Glenfiddich te bespreken. Buiten de standaard 12y is er hier nog geen aan bod gekomen. Laat ons dat maar goed maken met een klepper, de 1961 voor Nadi Fiori. Bij menig whiskyliefhebber en verzamelaar doet de naam Nadi Fiori het hart wat sneller slaan. Fiori was immers de man achter Intertrade, de Italiaanse importeur van enkele toch wel legendarische bottelingen, denk aan Highland Park 1956, Bowmore 1965, Ardbeg 1975, Caol Ila 1969, Laphroaig 1966, Port Ellen 1969 of Talisker 1970. Niet dat hij zich vandaag niet meer ledig zou houden met whisky, hij is immmers ook de man van de firma High Spirits, gevestigd in z’n woonplaats Rimini. Soit, deze Glenfiddich 1961 werd in 1983 voor hem gebotteld.

 
Glenfiddich 22y 1961/1983, 45%, OB for Nadi Fiori, 350 bottles, 75cl
Droge, wat grassige neus op allerlei kruidenthees (kamille, rozebottel, munt, zoethout), hooi, honing en boenwas. Daarna wordt hij wat floraal, gevolgd door de geur van melkchocolade en praliné. Een klein beetje rook ook. Héél lekker, net als de smaak trouwens. Die start droog en licht bitter, maar dat wordt snel gecompenseerd door zoete en fruitige toetsen. Ananas, banaan, kiwi en sinaas. Pisang Orange, maar dan beter. Zoethout, peper en munt geven er nog een licht kruidige toets aan. Toast. Middellange, licht drogende, bitterzoete afdronk. Heerlijke oude Glenfiddich. 89/100

Imperial 19y 1990, Duncan Taylor

Imperial dankt zijn naam aan de bouw in 1897, het jaar dat Queen Victoria haar diamanten jubileum vierde. Op een enkele uitzondering na (denk aan de 15y), zijn alle Imperial whisky’s trouwens onafhankelijke bottelingen, de productie was immers bedoeld voor de blenders. Imperial kon je o.a. aantreffen in Ballantine’s, Old Smuggler en Teachers. Ik schrijf ‘kon’ want sedert 1998 sloot Allied Distillers de distilleerderij, waarschijnlijk definitief.

 
Imperial 19y 1990/2009, 53.9%, DT Rare Auld, cask 450, 156 bottles
Neus: tutti frutti. Sinaas, perzik, ananas en ongetwijfeld nog heel wat meer. Zoet ook, vooral vanille van het hout en een lekkere kruidigheid (nootmuskaat, kaneel). Smaak: erg gelijkaardig. Weerom veel fruit en kruiden. Citrus (bitterzoet à la roze pompelmoes en limoen), honing, appel-kaneel vla en hout. Mediumlange finish op… ja, fruit en kruiden. Aangename, vlot drinkende Imperial. 84/100

Twee oudjes vanop het Lindores Whisky Fest

Vanop het LWF bracht ik nog twee samples mee die ik zondag kraakte, alvorens de griep mij velde. Hopelijk ben ik vanaf morgen opnieuw in proef-vorm, want geraak stilaan zonder notes. Hieronder alvast mijn bevindingen van deze twee oldies.

 

Glen Grant 21y, 45.7%, OB, Director’s Reserve, 1970’s, tall neck, 75 cl
Over smaken valt niet te twisten, maar over de vormgeving van deze sledgehammer fles had men m.i. toch beter nog een nachtje geslapen. Op de doos staat vermeld dat dit ‘a rare example of Highland Craftsmanship from Glen Grant Distilleries, Rothes’ is. De neus is zacht, erg zacht zonder veel uitgesproken sensaties. Honing, rozenbottelthee, wat granen en een erg lichte waxyness. Wat roze pompelmoes ook, maar alles gedempt. Een tijdje in het glas laten, brengt niet veel extra naar voor. Ook de smaak is zacht, licht fruitig, wat granig en hier ook wat herbal te noemen. De afdronk is niet erg lang – dat liet zich raden – en in het verlengde van de smaak. Zeker geen slechte whisky, maar één die toch wat onder de verwachtingen bleef. Director’s Reserve!? Oude Glen Grant kan bangelijk goed zijn maar voor hetzelfde geld ook tegenvallen. Hier is het toch lichtjes dat laatste. 81/100

 

Glendronach 8y, 40%, OB bottled 1970’s, dumpy green, Italian Import
26 2/3 Fl. Oz. (fuid ounces) ofte 75 cl dus. Let op, dit is een andere versie dan de 45.4%. De neus van deze is alvast veel uitgesprokener dan deze van de Glen Grant, fruitig vooral. Allerlei citrusvruchten maar ook rijpe ananas (bijna overrijp, lichtjes zuur). Yoghurt (weer dat aangenaam zurige), heide, pollen, vers gemaaid gras, graan. Heel levendige neus. Op de smaak wat hout, wat ik op de neus niet had, hij start wat droog. Licht bitter ook. Maar daarna zet het fruit zich – wat schuw – door. Hier heb ik eerder bessen (braambessen, frambozen). Het grassige zit ook op de smaak en naar het einde meer en meer kruiden. Lange, eerder kruidige afdronk, met nog wat fruit dat om de hoek komt kijken. Lekkere oldie, maar de 45.4% vond ik nog beter. 86/100

En nog twee Glenfarclassen

Vandaag de twee andere Glenfarclas samples, de 25-jarige en de 40-jarige. Glenfarclas maakte doorheen z’n geschiedenis een gestage groei door. In 1897 werd de distilleerderij volledig herbouwd, in 1960 werd de productiecapaciteit verdubbeld en in 1976 werden er twee nieuwe stills geplaatst, wat het totaal op zes bracht. Momenteel gaat ongeveer de helft van de productie naar single malt, de rest naar de blenders.

 

Glenfarclas 25y, 43%, OB 2010
Ook hier krijg je zachte en zoete sherry op de neus, bij deze vergezeld van een duidelijke munttoets. Donkere chocolade ook, wat ons bij After Eight brengt. Kersen. Honing. Het mondgevoel is vol en zijdezacht met fruit (kersen, sinaas), honing, koffie en noten. Een beetje hout. Peperkoek? Best lange afdronk op hout en een lichte kruidenheid. Lekkere whisky, absoluut, maar eens te meer: waarom deze kopen als je met de 15y voor de helft van de prijs een even goede whisky hebt? 85/100

 

Glenfarclas 40y, 46%, OB 2010
Ola, dit is iets anders! Ook zoet, maar veel meer fruit. Gedroogd fruit à la rozijnen, pruimen, vijgen, maar ook orangettes en van die halve-maan-vormige gesuikerde sinaasschijfjes. Braambessen. Naast het fruit noten, eucalyptus, heide en redelijk wat kruiden. Kaneel en zoethout. Drop. Heerlijk om ruiken. De smaak is nog kruidiger dan de neus, het fruit komt wat in de verdrukking. Hier is het vooral gedroogd fruit dat tussen de kruiden en het hout doorpriemt. Qua kruiden denk ik aan zoethout, nootmuskaat en veel peper. Donkere chocolade en drop zorgen voor een zoete toets. Koffielikeur steekt ook nog de kop op. Toch wel een pak complexer dan de voorgangers. De afdronk is lang en droog (maar zeker niet té droog, wordt net als op de tong nooit wrang), met tonen van koffie en chocolade – altijd al een geslaagde combinatie – en zoethout. Zéér lekkere whisky en met z’n dikke 250 euro ook zeer betaalbaar voor een veertigjaar oude whisky. 91/100

Twee Glenfarclassen

Voor mij staan samples van de recentste batches van vier officiële Glenfarclas bottelingen: de 15y, de 21y, de 25y en de 40y. Deze laatste is een nieuwe leeftijd en eentje die ik enkele maanden geleden al proefde en waar ik behoorlijk weg van was. Vandaag kraak ik de 15-jarige en de 21-jarige.
Glenfarclas is één van de weinige Schotse distilleerderijen die nog volledig in familiale handen is, nl. sedert 1865 in deze van de familie Grant. De huidige eigenaar, John Grant, vertegenwoordigt de vijfde generatie Grants.

 

Glenfarclas 15y, 46%, OB 2010
Ja, dit blijft toch wel een dijk van een whisky. Prijs/kwaliteit nog steeds een aanrader. Lekkere, zachte en romige sherry, zoet en fruitig. Gestoofd fruit, gedroogd fruit. Bijenwas, heel subtiele rook (van het hout waarschijnlijk). Het mondgevoel is stevig en smeuïg. Middellange, bitterzoete afdronk. Ideale daily dram. 85/100

 

Glenfarclas 21y, 43%, OB 2010
Zachte neus op vanille-fudge, zoete appels, wat banaan en noten. Wat rook van het hout. De smaak is vol en geeft zoete sherrytonen, vanille, granen en noten. Licht zoete en maltige afdronk. Wel, dit is zeker niet slecht, maar ik vind de 15y beter, die is wat expressiever. Dus waarom meer betalen voor de 21y? 83/100

Glenlivet ‘Special Export Reserve’

Tijd om het Kerstgebeuren achter ons te laten en de draad weer op te pakken. Omdat ik in gedachten toch nog wat in Mortsel zit, heb ik me vandaag een oldie ingeschonken, een oude Glenlivet zonder leeftijdsaanduiding, gebotteld rond 1970. Ik kocht de rest van de fles van Giovanni Giuliani op het Lindores Whiskyfest twee maanden geleden. Nu ja ‘rest’, de fles was nog zo goed als vol.

 

The Glenlivet ‘Special Export Reserve’, 43%, OB ‘unblended all malt’, Baretto Import, Milano, +/- 1970, 75cl
Héél lekkere, smeuïge neus zonder het minste old bottle effect. Kamillethee met honing, limoen, hooi, heide, wat graan en een licht florale toets. Daarna draait hij richting bijenwas en kaarsvet. Zalig! In de verte ook een klein beetje rook. Houtskool, turf… maar zeer subtiel. De smaak kan dit niveau spijtig genoeg niet aanhouden, hij mist hier wat punch, wat body. Alhoewel dit verre van slecht is hoor. Zoet en floraal maken de hoofdtoon uit, diezelfde kamillethee met honing van de neus. Licht waxy en dito rokerig. Hier wél iets van OBE. Zilverpoets, een beetje bitter. Pompelmoes. Met griessuiker. Verrassend lange, bitterzoete afdronk. De honing proef je een half uur later nog. Lekker op de tong, heerlijk op de neus. 86/100

Glendronach 1971, oloroso cask #489 & Cask in a Van

Met een dagje vertraging (ik had gisteren wel wat beters te doen – en dat is een stevig understatement, maar daarover later meer) de laatste Glendronach single cask. De 1971 proefde ik naast de 1972. Spijtig genoeg versterkte deze setting alleen maar de 1972 en bleek dat – voor mijn smaak – de 1971 niet in z’n buurt komt. Ik sluit het hoofdstukje Glendronach af met de Cask in a Van editie 2010.

 

Glendronach 39y 1971/2010, 48,8%, OB, oloroso cask #489, 541 bts.
Veel minder fruit op de neus dan bij de 1972. Wat geconfijt fruit wel, naast rozijnen, noten, kandijsuiker, zoethout en veel ‘bos’. Nat hout, varens, bosbessen, mos, rottende bladeren, een kampvuur in de verte. Aangename neus, maar heel wat minder overrompelend dan deze van de 1972. In de mond is hij stevig, dik en mondvullend. Hier moet hij het vooral hebben van kruiden (zoethout, anijs, nootmuskaat), noten, donkere chocolade, gedroogde abrikoos en sinaas. Hout. Er komen meer en meer tannines door. Druivenpitten, rauwe kastanjes… Lange, drogende afdronk met wat sinaas maar toch vooral het bittere dat domineert. Lekkere whisky hoor, maar merkelijk minder dan de 1972 en met 370 euro gewoon veel te duur. 85/100
 
Glendronach 8y 2002/2010, 58%, OB, bourbon cask #4521, virgin oak finish, 312 bts.
Serieus wat ‘cask’ in m’n glas – zwarte partikeltjes dwarrelen rond, hopelijk niet te veel ‘van’. Deze zou gefinished zijn op ‘virgin oak’, nieuwe eiken vaten dus. Wel, dit is onmogelijk als typisch Glendronach te bestempelen, daarvoor zijn we immers iets te weinig vertrouwd met Glendronach op bourbonvat. Zachte neus op vanille, kruisbessen, vernis, hout en onrijpe banaan. Hij wordt hoe langer hoe zoeter. Kandij. Bruine suiker. Bijlange niet slecht. De smaak is vrij alcoholisch en start zoet. Kandijsuiker, vanille, crème brûlée… Dan hout en de bijhorende kruiden, ik denk o.a. aan nootmuskaat en witte peper. Met wat water krijgt de neus een floraal kantje en wordt de kruidigheid op de smaak versterkt. Op de neus vind ik ‘m evenwel beter. Middellange, zoete en kruidige afdronk. Niet slecht maar ook niet echt bijzonder. 78/100
 

Conclusie van dit rondje Glendronach: de 1972 is overduidelijk de winnaar, net zoals vorig jaar leveren ze met deze vintage hun masterpiece af. Maar met z’n 350 euro en 100 euro voor de 1989 is deze laatste voor mij echter de beste koop.

 

Glendronach 1972, oloroso cask #718

En dan beginnen we vandaag met het serieuze werk. Niet dat ik de vorige vintages niet serieus nam, maar alleen al het jaartal 1972 doet me watertanden. Morgen publiceer ik mijn bevindingen van de 1971 en een extraatje.

 

Glendronach 38y 1972/2010, 51,5%, OB, oloroso cask #718, 396 bts.
O, wat een zalige neus is dit! Fruity! Echt enorm fruitig, op het sappige af. We starten op rijpe sinaas en mandarijn, we gaan naar tropisch fruit à la passievrucht, papaja en overrijpe ananas (aangenaam zurig) en eindigen met verse pruimen. Het is dus het fruit dat de eerste viool speelt. Voor de achtergrondmuziek zorgt de sherry. Zachte karamel, oude balsamico (nee, geen goedkope brol) en een klein beetje rubber. Schitterende neus! Eens zien of de smaak dit niveau kan volhouden. Zo ja, gaan we stevig boven de negentig eindigen. Wel, hij doet het niet helemaal, hier haalt de bitterzoete sherry het van het (tropische) fruit, op de neus was het omgekeerd, zoals wel vaker. Eerst krijgen we noten, kruiden (kaneel, kruidnagel) en hout, en pas daarna het fruit. Zowel gedroogde vruchten als vers zoetzuur fruit. Droog, maar nooit té droog. Het bittere, het zoete en het zure houden elkaar perfect in evenwicht. De afdronk is lang en droog op fruit, kruiden en noten. Lekker op de tong, subliem op de neus. Wat was dat toch in Schotland in 1972? Ledaig, Brora, Longmorn, Glenronach… allemaal op hun top in dat magische jaar. 92/100

Glendronach 1978, oloroso cask #1040

De single casks van de jaren zeventig – de 1978, 1972 en 1971 dus – zijn alle gerijpt op olorosovat. Met deze 1978 maken we meteen een stevige sprong in de tijd, elf jaar ouder dan de vorige 1989’er. Eens zien of het ook beter wordt.

 

Glendronach 31y 1978/2010, 51,2%, OB, oloroso cask #1040, 522 bts.
Zachte subtiele sherry. Op de neus heb je de usual suspects zoals noten, koffie (latte), sinaas, bessensap ook en wat honing, maar alles subtiel, niks scherps. Dat kan beschouwd worden als een pluspunt, maar anderzijds ben ik er ook niet wild van. Zacht maar weinig boeiend, mist karakter. De smaak is gelukkig iets steviger. Hier heb ik rijpe sinaas, kandijsuiker, hazelnoten en eikenhout. Bitterzoet afdronk. Verre van slecht maar voor mij toch een beetje een tegenvaller. 82/100

Glendronach 1989, Pedro Ximenez sherrycask #3315

Zoals zaterdag aangehaald, is deze 1989 een erg rijke whisky, met een veel uitgesprokener geur- en smaakprofiel dan de 1990 en 1991. Bij deze laatste twee was alles subtiel en delicaat, hier is het veel meer into-your-face. And I like it a lot.

 

Glendronach 20y 1989/2010, 53.2%, OB, Pedro Ximenez cask #3315, 522 bts.
Expressieve zoete neus op pruimentaart, opgelegde peren, balsamico (veel), rozijnen op rum, kersen, cassis en vers gemaakte (nog warme) aardbeienconfituur. Dat alles gebed in de duidelijk merkbare invloed van het hout en de bijhorende kruiden. Met water komt daar wat methol bij. De smaak is dik, vettig bijna en behoudt de mooie balans tussen bittere en zoete tonen. Boter, rozijnen, gedroogde pruimen, confituur, noten, hout, kruiden, de balsamico. Daarna heb ik ook nog mokka en kandijsuiker. Wat bitterder met water. Nee, doet blijkbaar meer kwaad dan goed dat water. Erg lekkere, lange afdronk op pruimen. Op ongetwijfeld heel wat meer, maar het zijn vooral de gedroogde pruimen die opvallen en blijven hangen. Duidelijk anders dan de 1990 en 1991, maar wel helemaal my cup of tea als het op whisky op sherryvat aankomt. 89/100

Glendronach 1990, oloroso sherrycask #2621

Ik begon met het proeven van deze 1990 samen met de 1989 en dat was geen goed idee. De 1989 is een pak expressiever en drukte deze volledig weg. De 1989 terug in z’n flesje gegoten en me op de 1990 geconcentreerd.

 

Glendronach 20y 1990/2010, 57.9%, OB, oloroso cask #2621, 546 bts.
Zonder het 1989-geweld moet ik toegeven dat hij heel wat te bieden heeft, maar je moet er wel de tijd voor nemen. Zachte, subtiele sherry met veel sinaas (sinaasschil), geroosterde noten (niks scherps), oude geboende meubels, antiquariaat (bladeren door oude stoffige boeken), vanille-fudge, iets floraals, oud leder… lekker! Erg drinkbaar ook, licht drogend en zoet op tonen van chocolade, noten en rozijnen, van die studentenhaver in donkere chocolade dus. De sinaas heb ik terug, net als wat pompelmoes (een aangename bitterheid), tabak, licht verbrande karamel. Middellange en middeldroge afdronk op noten en orangettes. 85/100

De Glendronach’s single cask 2010

Vandaag en de komende dagen maak ik – eindelijk – tijd voor de nieuwe single casks van Glendronach. Zullen achtereenvolgens aan bod komen: de 1993, de 1991, de 1990, de 1989, de 1978, de 1972, de 1971 en de ‘Cask in a Van’ botteling. De meeste van deze whisky’s rijpten op olorosovat, sommige op Pedro Ximenez. Zonet proefde ik de twee jongste, de 1993 oloroso en de 1991 PX. Zij aan zij, met nogal uitéénlopende bevindingen.

 

Glendronach 17y 1993/2010, 60.5%, OB, oloroso cask #529, 627 bts.
De neus start erg zoet op stroop en verbande karamel, gaat over naar vegetale tonen (oxo, bouillon, consommé) en noten, om langzaam te verglijden richting rubber en lichte sulfer. Me no like. Op de smaak heb ik die sulfer niet zo, maar echt lekker vind ik ‘m hier ook niet. De start is eveneens zoet (perensiroop), om snel plaats te maken voor kruiden. Paprika, kruidnagel, peper… Dan komt er wat gedroogd fruit door, pruimen en dadels, maar het droge gaat overheersen. Hout, de kruiden en bittere chocolade zorgen daarvoor. Misschien dat het beter wordt met wat water, is per slot van rekening een botteling op meer dan 60%. Mmm, er komt meer fruit door. Rode bessen, zonder suiker uiteraard. Droge, kruidige finish. Een whisky waar je je moet doorworstelen, niet echt mijn profiel. 72/100

 

Glendronach 18y 1991/2010, 51.7%, OB, Pedro Ximenez cask #3182, 633 bts.
Ha, dit is al een pak beter. Een heel ander profiel. Veel minder scherp, en fruitiger. De sherry is op de neus zacht, zoet en fruitig. Qua associaties heb ik geconfijt fruit (zoet dus, doet me wat denken van die gesuikerde halve appelsienschijfjes van bij de bakker), acaciahoning, kamille, munt en nootmuskaat. Niet supercomplex maar wel erg aangenaam om ruiken. De smaak is vol en verwarmend, licht drogend en kruidig. Drinkt evenwel veel vlotter dan de 1993. Naast de lichte houtinvloed en de kruiden (anijs, kruidbagel) ook best wat fruit. Kersen, vijgen. Hier is water trouwens niet van doen. Middellange, kruidige finale met zoete kersen die het bittere counteren. Zomaar eventjes 12 punten meer dan de 1993, maar dat ligt zowel aan de kwaliteiten van deze (vooral de neus vind ik erg lekker) als aan de zwakte van de andere. 84/100

Strathisla 30y, Gordon & MacPhail

Strathisla gaat er prat op de oudste distilleerderij te zijn die continue produceerde. Het werd in 1786 opgestart door George Taylor en Alexander Milne en zou z’n productie dus nooit stilgelegd hebben, wat met twee wereldoorlogen en de drooglegging niet altijd even evident was.

 

Strathisla 30y, 43%, Gordon & MacPhail 2009
De neus komt een stuk steviger over dan het alcoholpercentage deed vermoeden. Lekkere sherry op rozijnen, pruimen, kersen, karamel, geconfijt fruit, tabak en florale toetsen. Heide. Boenwas en ook iets van gerookt vlees. Lichte rook inderdaad. Complex en lekker die neus. De smaak is een ietsje minder, behoorlijk droog. Vrij veel hout en kruiden. Ik denk aan nootmuskaat, kruidnagel en eucalyptus. Planten. Lichte tanines. Daarnaast rozijnen en honing, wat het geheel een wat zoet tegengewicht geeft, alhoewel de bittere tonen toch de bovenhand hebben. Lange, maar ook hier eerder droge afdronk op hout, kruiden en gedroogd fruit. Erg lekkere neus, maar voor mij is hij wat te droog op de tong om hoger te scoren. 85/100

Dallas Dhu 27y 1981, Duncan Taylor

Dallas Dhu distillery werd getekend door Charles Doig, de geestelijke/geestrijke vader van het pagodedak. Dallas Dhu is niet meer actief, het sloot de deuren in 1988.

 
Dallas Dhu 27y 1981/2008, 55.1%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 389
Sherry cask. Lekkere fruitige neus op pompelmoes, limoen, kiwi en peer. Antiekwas, honing, zilverpoets, koffie, sigarenrook… oh ja, dit is lekker. Behoorlijk wat hout op de smaak met zoets en fruit ter compensatie. Sinaas, pompelmoesschil, karamel en veel kruiden. Ik denk aan kruidnagel en nootmuskaat. Een aangename zurigheid. Lange, kruidige afdronk met ook hier veel citrus. 88/100

Benriach 24y 1985, Signatory

Benriach werd gebouwd in 1898, maar heeft niet lang kunnen genieten van een actief bestaan. Eigenaar John Duff, die ook Longmorn bezat, diende twee jaar later om financiële redenen beide distilleerderijen van de hand te doen. De nieuwe eigenaar besloot daarop één van de twee te sluiten, Benriach dus. Het bleef echter actief als malting plant, maar pas in 1965 werd de productie opnieuw opgestart.


Benriach 24y 1985/2009, 50.6%, Signatory bottled for Vinothek St. Stephan, cask 5500, 218 bottles
Zoete, florale neus met een heerlijke waxy draai. Ik heb hooi, gedroogde bloemen, veel bijenwas en daarna fruit. Zoet fruit. Ananas in blik (op siroop), pruimentaart, perensap. Harde fruitsnoepjes. Erg lekker. Rijke, romige smaak op citrus (mandarijn, limoen), cake en kandijsuiker. Hout en kruiden naar het eind en in de middellange afdronk. Terugkerende citrus (sinaas hier). Zeer geslaagde botteling. Eens te meer bedankt Serge. 88/100

Bezoek aan Knockdhu

Er zijn weinig mensen die Knockdhu kennen. An Cnoc kennen ze wel, Knockando ook. An Cnoc is de naam waaronder de Knockdhu distilleerderij z’n whisky bottelt, Knockando is een andere Speyside distilleerderij en heeft hier dus niets te zien.

Knockdhu ligt in het Oosten van Speyside, ergens tussen Strathisla en Glendronach in. Haar geschiedenis gaat terug tot het jaar 1893. Een jaar voordien kocht een zekere John Morrison het landgoed Knock van de Duke of Fife, een stuk land waar hij verschillende waterbronnen ontdekte op de zuidelijke flanken van Knock Hill. Het water was zo zuiver dat het zich uitstekend leende voor het distilleren. Maar naast het water was er ook de nabijgelegen ‘Great North of Scotland’ spoorlijn (nu verdwenen) die Aberdeen met Elgin verbond, en stond de Moray regio bekend om z’n overvloed aan gerst en turf. Dit alles maakte Knock de ideale locatie om whisky te produceren. Morrison twijfelde niet langer en begon met de bouw van een distillerderij in mei 1893.
Algauw kon men starten met whisky te distilleren. De productie werd in de loop der jaren driemaal stilgelegd, eerste tijdens de drooglegging en kort daarna tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het een regiment van het Indische leger huisvestte. Onder het beheer van Scottish Malt Distillers, sloot Knockdhu in 1982 een derde maal, om in 1989 onder de nieuwe eigenaars, Inver House, de productie opnieuw op te starten. In 2000 werd de naam van de whisky veranderd in An Cnoc om verwarring met deze van Knockando te vermijden. An Cnoc is Gaelic voor ‘de heuvel’. De productie gaat voor een groot deel naar de reeds vermelde blends van de groep.

Gordon Bruce, distillery manager, wijdde ons met veel gedrevenheid in in de geheimen van Knockdhu. Ik heb al best wat distillery tours achter de kiezen, en ik moet zeggen dat ondanks het gebrek aan tijd, deze tour één van de beste was die ik al deed. Gordon ademt whisky, met een passie en een maniakale drang naar perfectie die ik maar zelden ben tegengekomen. Het feit dat hij een ingenieur is, zal niet vreemd zijn aan dat perfectionisme. Alleen al de trots waarmee hij vertelde dat hij enige tijd terug een heel bijzondere versnellingsbak uit Italië op de kop wist te tikken, met merkelijk betere prestaties en een hoger rendement dan deze die hij in Schotland voor handen had. Hij bouwde deze versnellingsbak om voor gebruik in de distilleerderij en wist zo energie te besparen en het distillatieproces een pak efficiënter te laten verlopen. Energiebesparing is trouwens hét modewoord in distillerend Schotland heb ik het laatste jaar mogen ontdekken. Soit, ik vond het een geweldige kerel. Hij startte trouwens in de whisky business in 1988 als mash man bij Pulteney, in 2006 werd hij aangesteld als manager van Knockdhu.

De foto hiernaast toont een impressie van de kiln van Knockdhu (ja oké, ik ben een freak, maar wees blij dat ik de rest niet publiceer), thans ongebruikt. Maar genoeg duiding, hoog tijd om het te hebben over de whisky’s die Gordon ons na de rondleiding liet proeven. Er stonden enkele standaardbottelingen te wachten, maar Gordon kon het niet laten ook in z’n kast met cask samples te duiken. Ik zei het al, een zalige gast.

 

An Cnoc New Spirit
Anders dan deze van Balblair, opmerkelijk anders. Minder mierzoet fruitig, eerder floraal. Graniger ook. Interessant.

 

An Cnoc 12y, 40%, OB 2010
Granige neus met een beetje fruit (gedroogd fruit). Suikerspin. Granen en citrus op de smaak. Wat honing. Korte afdronk. Nogal eenzijdig en niet echt my cup of tea.

 

An Cnoc 16y, 46%, OB 2010
Dit is beter. Meer fruit op de neus. Wit fruit. Kruidenthee, herbal. Stroperig en fruitig op de tong. Tarte Tatin. Middellange, zoete afdronk.

 
 

An Cnoc 1994, 46%, OB 2008
De neus start granig, met meer en meer karamel. Geroosterde en gesuikerde noten, wat rook van het hout. Niet slecht. Romige smaak op granen, gestoofd fruit en honing. Zoethout. Best lekker.

 

An Cnoc 1995, 46%, OB 2010
De opvolger van de 1994. Redelijk vergelijkbaar, misschien wat kruidiger. Kaneel schreef ik op. Het fruit hier is vooral citrus. Zoete en kruidige smaak. Vrij lange, kruidige afdronk met perzik. Mmm, ik heb een lichte voorkeur voor deze vintage, wat complexer.

 
 

An Cnoc 30y 1975, 50%, OB 2005
Dit was voor mij de ‘WTF? Is dit An Cnoc!?’ whisky. Geweldig lekker. Zoet, floraal. Vanille-fudge, zachte rook, en nog héél wat meer waar ik niet toe kwam. Zalige whisky, maar niet de beste van de tasting. Voor 140 euro echter zeer koopwaardig.

 

An Cnoc 20y 1990, 50%, cask sample, #1693
De eerste sample die we proefden (en waarvan ik iets noteerde) was vat 1693, versneden tot 50%. Ik had hier dezelfde herbal tonen als bij de 16y. Lekkere whisky.

 

An Cnoc 35y 1975, cask sample
En last but certainly not least, kregen we een sample uit een vat, afgevuld in 1975, voorgeschoteld. In lijn met de 30y maar meer fruit (tropical!), meer bloemen, eigenlijk gewoon meer van alles. Perfect gebalanceerd met het hout. Als dit ooit gebotteld wordt, moet en zal ik een fles zien te bemachtigen. Ik zou in ieder geval niet al te lang meer wachten met bottelen, ik kan me moeilijk voorstellen dat hij nóg beter wordt.

 

Glendronach 8y, import Ruffino

Een tweede sample van het Lindores Whisky Fest is de Glendronach 8y, een dumpy van eind jaren zeventig, geïmporteerd in Italië door Ruffino. Binnenkort zet ik me eindelijk ook aan de nieuwe bottelingen, die staan al een tijdje te wachten.

 

Glendronach 8y ‘Single Malt’, 45.4%, OB, 26 2/3 Fl. Oz, import Ruffino, end 1970’s
De neus is veel fruitiger dan je zou verwachten na een dikke 30 jaar op fles gezeten te hebben. Sappig, zoet fruit: meloen, mango, ananas, peer… njummie! Licht herbal, bloemen in volle bloei (zelfs wat stuifmeel), aangenaam maltig en een klein beetje rook van het hout. De smaak start wat droog, maar langzaamaan zet de fruitigheid van de neus zich ook door op de smaak. Hier wel meer kruiden, net als karamel en een heel lichte rokerigheid. Vrij lange afdronk in het verlengde van de smaak (droge start, opkomend fruit). Erg lekkere oude Glendronach. 89/100

Glenlivet 14y 1995, Signatory

George Smith, eigenaar van Glenlivet was de eerste die een licentie aanvroeg onder de Excise Act – uitgevaardigd in 1823 – die het mogelijk maakte legaal whisky te produceren. Hij kreeg z’n licentie in 1824.
Smith kreeg echter heel wat tegenkanting van de illegale stokers en werd zelfs bedreigd met de dood. De Hertog van Gordon, vader van de Excise Act, gaf hem daarop twee geweren, welke vandaag te bezichtigen zijn in het bezoekerscentrum van de distilleerderij.

 
Glenlivet 14y 1995/2009, 46%, Signatory ‘UCF’, cask 144352, 767 bts
Sherryvat, gebotteld onder het ‘un-chillfiltered’ label. Kruidige sherryneus. Peterselie, oxo, kruidenbouillon, lichtjes zilt. Wat hout, karamel, noten, leder en woudvruchten. Ook wat eucalyptus. De smaak is droog en kruidig (zoethout, drop) met stilaan meer en meer fruit. Bessen, sinaas. Best lange, droge en licht fruitige finish. Redelijk complexe whisky, verre van slecht. 84/100

Mortlach 18y 1990, Hart Brothers

Mortlach is de oudste Dufftown distilleerderij, het kreeg z’n licentie in 1823, net voor Glenfiddich. Vandaag zit het in de portefeuille van Diageo.

 
Mortlach 18y 1990/2008, 46%, Hart Brothers, First Fill Sherry Butt
Een sherryneus met een stevige vegetale toets. Zowel groenten als kruiden. Een beetje zilt ook, tabak en rode bessen. Sulfer? Misschien, heel licht in ieder geval. Op de smaak vleessaus, oxo, wat hout, noten, vrij droog. Bosvruchten. Droge, licht bittere afdronk. Bwa, ik ben hier geen grote fan van, maar dit is zeker geen slechte whisky. Gebotteld onder het Finest Collection label, mmm. 78/100
 
En dit weekend… allen naar Leuven voor Spirits in the Sky!