Spring naar inhoud

Posts tagged ‘sherry’

Laphroaig 1998, A.D. Rattray

Laphroaig 1998? Hebben we dat al niet eens gehad? Ik ga hier niet verder uitweiden over de achterliggende mechanismen bij het bijna simultaan releasen van vaten van een bepaalde jaargang van eenzelfde distilleerderij. Op het excellente WhiskyNotes haalde Ruben dit gegeven onlangs al eens aan. Lees zeker ook de commentaren op z’n post. Wat deze botteling echter wel interessant maakt, is dat dit een sherryvat is. Niet de eerste 1998 op sherry, maar de sherryvaten zijn duidelijk wel in de minderheid. Het is een split cak, maar geen idee bij wie het andere deel van deze butt zit.

 

Laphroaig 13y 1998/2011, 63.9%, A.D. Rattray, sherry butt #800017 (part), 277 bottles
Hola, als turf en sherry mooi in elkaar verweven raken, is het bingo. En ik heb zo de indruk dat dit hier wel degelijk het geval is. Ondanks het astronomische alcoholpercentage zalig om ruiken. Mooie, ronde turf, medicinale toetsen, teer, alcohol (yeah right), heel wat aardse tonen ook (klei, aarde, wortels), veel kandijsuiker, rijpe sinaas, zoethout, chocolade, marsepein… heerlijk zoet, inderdaad. Met een beetje water krijg ik er lichte farmy tonen, leder en zilt bij. Njummie! Onverdund is ie op de smaak nogal… euh, krachtig. En heet. Maar niet ondrinkbaar, best romig en vol. Scherpe turf, bittere chocolade, eik, wat noten en kruiden. Maar ik kan me voorstellen dat water heel wat meer naar boven zal halen en hem vooral toegankelijker maken. Inderdaad, en wel in de vorm van citrusfruit (sinaas), maar ook zilt, zoethout (zoute drop that is), teer en stevige rook. Het geheel blijft aangenaam droog, maar de sherry wordt wat meer naar de achtergrond verdrongen. Nog wat extra water toevoegen maakt de aardetonen van de neus nu ook detecteerbaar op de smaak. Lange, wat drogende afdronk op cleane turf, zilt en sinaas, een typische en vooral geslaagde combinatie. Oké, er komt veel jonge Laphroaig op de markt, maar dit is toch één van de beste die ik al kon proeven. Maar zie wel dat je water bij de hand hebt. 88/100

Glenfarclas 1968, sherry cask #697 by Luc Timmermans

Luc Timmermans kan het niet laten, zo af en toe selecteert hij een Glenfarclas uit z’n geboortejaar. En wat hij selecteert is meestal… euh, niet slecht. Z’n recentste 1968’er is een whisky gerijpt op Pedro Domecq Manzanilla sherryvat. Dit is een Fino sherry gemaakt van de Palominodruif, welke geteeld wordt nabij de Spaanse kust. Het is een droge en delicate sherry met een licht zilte toets. De naam Manzanilla verwijst naar het Spaans voor kamille, een smaak die in deze sherry terug te vinden zou zijn.

 

Glenfarclas 43y 1968/2011, 47.5%, Family Cask Special Release, selected by Luc Timmermans, Manzanilla sherry cask #697, 133 bts.
Ja, bingo! M’n neus een fractie van een seconde het glas in en meteen een smile op m’n gezicht. Alles wat je kan verwachten van perfect gerijpte whisky op sherryvat, maar met een stevige nadruk op fruit. En dat fruit laat zich niet vangen in één of twee associaties, o nee. Ik verwachtte vooral gedroogd fruit, wat er zeker in zit (denk vijg en abrikoos), maar dat is maar een fractie, ik heb ook druivensap (blauwe druiven), bitterzoete appelsien, meloen (cavaillon), rijpe ananas, papaya. Behoorlijk tropisch inderdaad. En dan, wat buiten dit fruit? Wel, allereerst gebak (tarte tatin en abrikozentaart), vervolgens antiekwinkel-toestanden à la oud leder, antiekwas, oude boeken, tabak, sigarendoos. Een heerlijke lichte rokerigheid. Een kampvuur waar je dennennaalden en denappels op gooit. Zoethout en zoute drop. Complex, elegant en stijlvol. En dan hebben we nog niet geproefd. Het mondgevoel is zacht en romig, en toch stevig. Meer zilt dan op de neus, en ook meer kruiden, maar het fruit blijft prominent aanwezig. Sinaas, braambessenconfituur en een licht tropische toets. Qua kruiden denk ik aan kruidnagel, peper, wat eucalyptus en gember. Ginger Ale in de verte. Koffie en kandijsuiker. Onderliggende eik en geroosterde noten geven het geheel een aangename bitterheid. De lichte ziltigheid blijft een tijdje hangen. Lange, elegante en gebalanceerde afdronk. Een whisky met klasse. Grote klasse. 93/100

Littlemill 21y 1989, The Whisky Agency

Littlemill 1989, 1990 en 1991 blijkt vaak verrassend – alhoewel hoe langer hoe minder verrassend natuurlijk – lekker te zijn. Ik kijk dan ook uit naar deze 1989’er van The Whisky Agency, te meer omdat deze op sherryvat rijpte. Binnenkort volgt nog een 1990 van First Cask. En wat zetten we ernaast? De Littlemill 1990 voor Fulldram? You bet!

 

Littlemill 21 yo 1989/2011, 51,3%, The Whisky Agency, refill sherry hogshead, 239 bottles
Smeuïge zoete en fruitige neus. Perzik en abrikoos vooral, warme abrikozentaart. Appelmoes ook (met kaneel), cake met appeltjes, rijpe kruisbessen, sinaasconfituur, pruimencompot… dat soort zaken. De waxyness die ik ook in andere bottelingen had, heb ik ook hier. Bijenwas, zelfs iets licht farmy. Nat hooi en dito hond. Wat eik. En een erg aangename mineraliteit erbovenop. De zomerse regenbui. Stevig, fris en olieachtig in de mond. Veel fruit met hier meer kruiden dan op de neus. Qua fruitigheid enerzijds de gedroogde variant (abrikoos vooral, maar ook pruimen) en anderzijds de tropische (meloen, roze pompelmoes en mandarijn). Eik. Karamel. Qua kruiden denk ik aan peper en kruidnagel. Lange afdronk, vooral zoet en kruidig, het fruit geeft er vrij snel de brui aan. Bon, het niveau van ons aller Fulldram botteling haalt hij niet, die gaat nog dieper en evolueert meer, maar dit is wel erg lekkere whisky. 89/100

Sherried Glengoyne, nu we toch bezig zijn

Ik zag dat ik nog een sample had staan van een andere Glengoyne, de officiële 21y, sherry matured. Vermits ik nog een 2cl over heb van de 1998 die ik gisteren proefde, zet ik vandaag beide eens naast elkaar.
 
Glengoyne 21y, 43%, OB 2008, sherry matured – Speyside
Mooie, zachte sherry met in de neus karamel, gestoofde appels, kersen, rozijnen, perensiroop, leder, beetje eik en wat peper. Een heel lichte rokerigheid ook. Minder scherp en vooral minder vuil dan vat 1132 (wat op zich nog geen minpunt is, soms integendeel). De smaak volgt grotendeels dit patroon. De zachte karamel, het hout, de appel, de kruiden (kaneel, gember), ik tref het ook hier aan. Pruimen. Het geheel is behoorlijk droog, maar bijlange niet zo scherp en bitter als de Malts of Scotland. Zeker op de smaak draagt deze veruit mijn voorkeur weg. Lange, verwarmende en droge finish, licht zoet en kruidig. Erg aangename whisky. Deze. 84/100

Een indrukwekkend setje Port Charlotte

Vandaag proef ik twee Port Charlottes van de Malts of Scotland, één op bourbonvat en één op sherryvat. Zeker gezien de jonge leeftijd van deze whisky’s (geen 9 jaar oud), zijn dit waanzinnig straffe bottelingen. En ik bedoel hier niet het alcoholvolume. Vooral de sherry is hallucinant goed.

 
Port Charlotte 2001/2010, 60.2%, Malts of Scotland, Bourbon Barrel, cask 967, 220 bottles – Islay
Gedistilleerd op 14 december 2001, in februari gebotteld. De neus heeft wat tijd nodig om open te komen. Enkele druppels water kunnen dit wat bespoedigen, we zitten hier immers boven de 60%. Maar dan krijg je een shot aan vette turf vermengd met zilt en bitterzoete fruittoetsen. Ik heb pompelmoes (met suiker), sinaasappelschil en onrijpe banaan. Oh ja, die combinatie van vette cleane turf, zonder rokerige asbaktoestanden, en romige fruitigheid is perfect. Smaak: knock-out. Met een klein beetje water (heeft echt niet veel nodig) zoete turf, medicinale elementen (een gans dokterskabinet), zilt, peper, nootmuskaat en fruit. Lange, verwarmende afdronk op fruitige turf. Kortom, een zalige whisky. 92/100

Laat dit soort whisky een jaar of tien, vijftien verder rijpen zodat de turf wat aan kracht mindert en de complexiteit nóg toeneemt… het wordt me een beetje ijl in het hoofd.

 
Port Charlotte 2001/2010, 61.6%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead, cask 833, 326 bottles – Islay
Gedistilleerd op 6 december 2001, vorige maand gebotteld. Djééé, wat is dit? Dit kan toch niet? Hoe kan sherry en turf op amper acht jaar al dit ten toon spreiden? Wat een kracht, wat een balans! Romig en zoet op verbrande cake, karamel, turf, leder, rubber (ook de rubber is verbrand, dus niet het type binnenband), gedroogde abrikozen, vijgen en pruimen, cappuccino… pfiew! En neen, geen sulfer. Met water ook gerookt vlees. Zwarte-Woud ham, my favourite! Het orgastisch genot zet zich verder op de tong. Die sherry en die turf! Bitterzoet met dadels, rozijnen, pruimencompot, karamel, hout en donkere chocolade, mooi gecounterd door de turf. Dit alles met een lekje water. Vat 967 had een lange afdronk, maar valt maar bleekjes uit in vergelijking met deze. Hij blíjft maar hangen, na een uur proef ik ‘m nog. Neen, ik kan er niet van over, dat turf en sherry op amper een dikke acht jaar rijping al tot zo’n complex en gebalanceerd samenspel kan komen… dit moét je proeven.

Hij doet me trouwens wat denken aan zowel de Lagavulin 21y (92/100) als de Port Ellen 12y James MacArthur (98/100). Deze achtjarige Port Charlotte is beter dan de eenentwintigjarig Lagavulin (beste Lagavulin volgens Serge Valentin), no kidding. OK, de Port Ellen staat nog een trap hoger, is een graad complexer en geconcentreerder (‘bolder’), is eigenlijk out of this world… maar toch, deze whisky kan daar dus zonder blozen gaan tussen staan hé. Score? Wel, op het gevaar af me vierkant belachelijk te maken, moet ik toegeven dat ik een tijdje met twee stemmetjes in m’n hoofd gezeten. Dat ging ongeveer als volgt:
“Wel, dit verdient niet minder dan 94/100”
“94? Neen, dat kan niet.”
Mmm, nog ’s ruiken en proeven…. “Hèhè, toch wel!”
“Neen Johan, dit is achtjarige Port Charlotte verdorie.”
“So what?”
“Ja maar, 94!?”
“Yep!”
“Zeker!? Proef voor alle zekerheid nog ‘s”
“Whoehaaa, dit ís gewoon 94!”
“100% zeker!?”
“Absolutely!”
Voor de mensen die zich zorgen beginnen te maken over mijn geestelijke gezondheid, no worries, ik heb daar mee leren leven. 94/100

In tegenstelling tot bij de bourbon heb ik hier niet het gevoel dat dit door extra rijping nog veel beter gaat worden. Veel marge is er trouwens ook niet meer. Misschien wel integendeel, de zoete sherrywood zou wel eens kunnen gaan overheersen en het gevaar op sulfernotes is dan ook niet meer denkbeeldig.

 

Tja, wat te concluderen na zo’n sessietje? Dit is indrukwekkende whisky. Daarenboven zijn de scores tot stand gekomen met drie uitdagers, een 90-, een 92- en een 93-punter, telkens geturfd spul. Een aantal existentiële vragen dienen zich aan, zoals daar zijn: Heeft Jim McEwan hier een antwoord op Ardbeg 1974 liggen? Wordt Port Charlotte de rechtgeaarde erfgenaam van Port Ellen? De toekomst zal het uitwijzen, maar hij lacht ons tegemoet.

Glenglassaugh 40y 1965 for The Whisky Fair

Glenglassaugh 40y 1965/2006, 46.7%, TWF, Fino sherry, 361 bottles – Speyside
Whisky op Fino vat is vrij zeldzaam, meestal wordt er bij sherryvaten voor Oloroso gekozen. Het is in ieder geval wel een geslaagde whisky, vooral de neus is erg lekker. Die is enorm fris en fruitig, te veel soorten om op te noemen. Zowel tropisch fruit als ‘Europees’ (wit) fruit. Sherry? Ja, maar absoluut niet overheersend. Subtiel that is. Tabak, dat wel. De smaak is iets minder, mist wat punch, maar blijft fris en fruitig. Ook wat peper. Droge, licht bittere afdronk. Lekkere oude Glenglassaugh die op de smaak de rol een klein beetje moet lossen. 86/100

Bruichladdich 17y 1992, Sherry Edition 2

Bruichladdich 17y 1992/2009 ‘Sherry Edition 2 – Fino’, 46%, OB 2009, fino sherry finish, 6000 bottles – Islay
Na 15 jaar bourbonvat nog 2 jaar op sherry fino gerijpt. De neus is vrij droog en geeft lichte rook, meloen, amandelen, karamel, munt en gras. De smaak is zacht en boterig en geeft citrus, chocolade, tabak en kruiden. De afdronk is best lang, zacht en kruidig, noten doemen op. Gewoon lekkere whisky, maar ook niet meer dan dat. 80/100

Tijd voor de jaarlijkse opkuis in m’n samples

Ik heb nog tientalle samples staan (van festivals, tastings, whiskysamples.eu, sample swaps…) en heb me voorgenomen die de rest van de winter weg te werken. Een beetje zoals de jaarlijkse lenteschoonmaak, maar dan plezanter. De komende weken en maanden volgen dus af en toe wat losse flodders. Beginnen doe ik met de Clynelish Manager’s Dram die ik gisteren dronk. Vandaag en morgen zullen er ongetwijfeld andere alcoholen mijn ingewanden beroeren.

 
Clynelish 17y Manager’s Dram, 61.8%, OB 1998, sherry cask – Highland
Deze Clynelish is écht lekker, en met water zo mogelijk nog beter. Het water ontketent de fruitigheid in de neus. Zonder water heb je ook al fruit (citrus, appels), samen met bijenwas, mineralen, noten en kruiden. Met water slaat het fruit om in de exotische variant (heb ik niet zo vaak bij Clynelish), nog meer bijenwas, honing, turf, zoethout. Fantastisch gewoon, ook op de smaak (verdund). Die is fruitig (sinaas, pompelmoes), waxy, ziltig, rokerig en wat kruidig (gember?). Erg complex. Lange afdronk op kruiden, fruit en terugkerende turf. 93/100

Twee Benriachs

Een heerlijke en een zware tegenvaller.
 
Benriach 37y 1968/2006, 48.6%, Duncan Taylor Rare Auld, cask 2597, 262 bottles – Speyside – 91/100
Oude Benriach = zalig fruit. Ook hier, zowel neus als smaak lopen over van het heerlijkste fruit. Vooral allerlei tropische soorten (ananas, mango, banaan…), maar ook abrikoos en perzik. Iets kruidigs ook (gember?) en subtiele rook in de neus. Zalig! Lange fruitige (of wat had je gedacht) afdronk.
 
Benriach 1976/1991, 40%, Gordon & MacPhail Connoisseurs Choice – Speyside – 68/100
Stevige sherryneus, met een beetje fruit en donkere chocolade. Maltig ook, graan. Tot hier gaat het nog redelijk. De smaak is evenwel veel te droog, te bitter en neigt meer naar (kurkdroge) sherry dan naar whisky. Allez, behoorlijk straffe sherry dan. Middellange droge en bittere afdronk. Not my cup of tea.

Sherry

Dit is simpel, whisky krijgt een sherry-karakter door op sherryvaten te rijpen. Maar waarschijnlijk is het niet de sherry die oorspronkelijk in het vat zat, maar eerder het gebruikte hout dat de typische sherry-associaties geeft, zowel oorspronkelijk aan de sherry als later aan de whisky. Zoals eerder reeds vermeld, worden sherryvaten voornamelijk gemaakt van Europese eik, Bourbonvaten van Amerikaanse eik. Beide geven een andere aroma af.

Tegenwoordig wordt ook af en toe Amerikaanse eik gebruikt om sherry te rijpen, meestal voor Fino sherry’s, maar deze worden over het algemeen niet gebruikt door de Schotse whisky industrie. Wel populair zijn sherry types à la Oloroso of in mindere mate Pédro Ximénez.

Whisky die op sherryvat rijpt zal dan wat droog en bitter worden. Dat bittere kan aangenaam bitter of scherp bitter zijn. Andere typische sherry associaties zijn hout (het droge), karamel (zie ook onder ‘zoet’), donkere chocolade, rozijnen, rubber, tabak, koffie…

 
Mortlach 19y 1988/2008, 57.6%, Cadenhead, sherrywood, 664 bottles – Speyside – 76/100
Duidelijk een sherryvat… zoete neus met hars, rubber, bittere chocolade. Droge, licht zoete maar ook vrij scherpe smaak. Sterke earl grey. Zachter met water. Rozijnen. Middellange, droge afdronk.