Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Port Ellen’

Port Ellen 1983, Norse Cask

Norse Cask is een label van de Deense onafhankelijke bottelaar Quality World. Tot op vandaag hebben ze bij mijn weten drie Port Ellens gebotteld, twee 1983’ers en één 1979. De Port Ellen die ik vandaag proef is een botteling van een sherry hogsheadvat. Port Ellen 1982/1983 op sherryvat, altijd gevaar voor sulfer.

 

Port Ellen 25y 1983/2009, 58.6%, Norse Cask, cask QW1312, 226 bts.
De neus start alvast on-Port Ellen. Ik heb weinig rook en ook niet al te veel zilt. De sherry heeft z’n werk gedaan en maakt de neus zoet en fruitig. Stroperige karamel, honing, gekonfijt fruit, perensiroop, gedroogde abrikozen en vijgen… de karamel krijgt een verbrand randje. Geen sulfer evenwel. Daarna kruiden, maar het geheel blijft vooral zoet. Wat rook, toch wel, maar op de achtergrond. In de mond is hij stevig en olie-achtig, romig bijna. Meer rook dan op de neus, naast het zoets en de kruiden. Peperkoek. Nootmuskaat ook en peper. Noten. Tevens wat fruit, pruimen en naar het einde peer. Lange, kruidige, wat grassige afdronk met een voldoende portie rook. Zéér lekkere Port Ellen. 91/100

Port Ellen 1982, Connoisseurs Choice

Vandaag zet ik me aan een Port Ellen 1982, vorig jaar gebotteld door Gordon & MacPhail onder hun Connoisseurs Choice label.

 

Port Ellen 1982/2009, 43%, G&M Connoisseurs Choice
Zachte turf en dito zilt op de neus, vermengd met fruit (citrus, meloen, appel), medicinale tonen en zeewier. De smaak is erg gelijkaardig. Ook hier heb ik naast de te verwachte turf en zilt, de citrus en de appels, het zeewier en ook wat hout. Naar het einde kruiden. Licht drogende afdronk op turf en kruiden. Net als op de neus tevens wat citroen. Dit is een erg lekkere Port Ellen en het stoorde me helemaal niet dat hij maar op 43% gebotteld is. Verre van ‘a little weak on the palate’. 89/100

Port Ellen 19y 1970 for Gallo

Hebben we deze al niet gehad? Nope, dat was er ééntje die er heel goed op trekt, ééntje waarvan een fles me onlangs op een haar na ontglipte. Ook een Port Ellen 1970, ook 19 jaar oud, ook een Gordon & MacPhail botteling geïmporteerd door Sestante, maar deze werd gebotteld voor Gallo, ook voor de Italiaanse markt dus. The lucky bastards.

 

Port Ellen 19y 1970/1989, 40%, Sestante import for Gallo, 75cl
Versneden tot 40%, maar toch een ‘sterke’ Port Ellen, complex en erg verfijnd. Neus van vanille, karamel, boter. Crème brûlée. Turf, maar minder dan verwacht. Zilt en peper. Wel prominente turf in de smaak. Wat zoetigs ook (honing?) en citrus fruit. Krachtig voor z’n alcoholpercentage. Mooie rook. Lange ziltige afdronk. Gebotteld op een 10% meer had ie misschien (maar dat is natuurlijk niet zeker) meer gehaald. Haalde die andere geen 95 op 40%? Inderdaad, maar die is buiten categorie. Naast het bovenstaande heeft die nog – en vooral – een succulente fruitigheid. Nu ja, je leest het daar. 91/100

Port Ellen 9th release

Voordat de tiende release wordt uitgebracht, laat ik nog even de vorige passeren. Dit is een whisky die me doet denken aan Campbeltown. Je zou denken aan Islay, maar neen, aan Campbeltown. Op onze Fulldram Schotlandreis werd deze ontkurkt toen we wachtten op de overzet van Campbeltown naar Arran. We hadden immers tijd zat… Gezeten op een rots, met de voeten in het water, de blik op het wondermooie Isle of Arran en een Port Ellen 9th in m’n glas… ha, memories! Nu dezelfde whisky, maar op een bureaustoel en de blik op het scherm, het is niet hetzelfde.


Port Ellen 30y 1979/2009 ‘9th release’, 57.7%, OB, 5916 bottles
Cleane neus. Niet scherp, niet heftig zoals deze van sommige andere Port Ellens. Niet teveel turf, niet teveel hout, niet teveel zilt, neen, alles is zacht, subtiel zelfs en perfect gebalanceerd. Ik heb het dan over zachte turf, een zoete granigheid (ontbijtgranen met honing en melk), teer (maar ook dit is subtiel), zeelucht (inclusief de jodium), fruit (zoete appels), planten (heide, munt) en een lichte farmy touch. I love it! En I love de smaak also. Even clean, subtiel en complex als de neus. Evoluerend van zoet naar droog, met altijd een aangename rokerigheid en fruitigheid. Eerst is er de citrus en het zilt, daarna het hout, de grassige tonen en de kruiden. Zoethout, peper, kruidnagel… De afdronk is zoals te verwachten lang en moet het hebben van rook en zilt, zo kennen we Port Ellen. Eén van de beste ‘officials’ die ik al dronk. 92/100

Port Ellen 22y 1978, Rare Malts

Twee jaar na de 20y, bracht Diageo een tweede Port Ellen 1978 onder het Rare Malts label uit. Ik was al volledig weg van de 20y, eens zien of dit ook bij de 22y het geval is.

 

Port Ellen 22y 1978/2000, 60.5%, OB Rare Malts
De neus is in ieder geval al een schot in de roos. Een plat de fruits de mer op de zeedijk, wat zich vertaalt in zilt, iodium, zeewier, oesters, gerookte heilbot, vers geknipte peterselie, citroen en pompelmoes. Linde. Dit alles vergezeld van zachte en prikkelende turfrook en wat zoets. Vanille, honing. Genieten in overdrive. Deze Port Ellen is dik op de tong, om op te kauwen bijna. Zoet, ziltig, fruitig… smullen! Daarna komt de turf opzetten, mooi in balans met de citrus en de ‘zee’, daarna volgt wat peper en cashewnoten. De afdronk is lang, erg lang, op zilt, peper en rook. Hij eindigt in een erg aangename bitterheid (hout en donkere chocolade). Ik besef nu pas dat ik whisky op meer dan 60 graden gedronken heb, maar ik had nooit de behoefte hier water bij te doen. Typischer kan Port Ellen van eind jaren zeventig trouwens niet zijn. Verschillend van Port Ellen van begin jaren tachtig en weer helemaal anders dan Port Ellen van eind jaren zestig – begin jaren zeventig. Typisch maar ook geweldig lekker en van hetzelfde hoogstaande niveau als die andere Rare Malt. 93/100

Verjaardagsdram

Buiten een after-dinner Cragganmore heb ik m’n 40e verjaardag voorbij laten gaan zonder een deftige verjaardagsdram. ’t Is dat ik die dag niets binnen handbereik had, het was anders niet waar geweest. Laat me dit vandaag goedmaken met een Port Ellen uit m’n geboortejaar, een Port Ellen die best wel als ‘deftig’ kan doorgaan.

 

Port Ellen 19y 1970/1989, 40%, Sestante import, Parma, 75cl – Islay
Woensdag gedronken bij Mara, rest van de fles (een zestal centiliter) zonder twijfelen aangeschaft en mee naar huis genomen. Djééé man, er is echt niet veel lekkerders dan Port Ellen van eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Deze Sestante bewijst dit eens te meer. Neus: fantastisch! Sappig fruit. Peer op het toppunt van z’n rijpheid, mango, perzik. Boter, romige vanillepudding, crème brûlée. Zachte zoete turf op de achtergrond. Na enige tijd komt er een beetje zilt en een vleugje peper door. Oesters. Héél subtiel allemaal. Smaak: idem dito. Complex en o zo verfijnd, de alcohol is amper te proeven. Wel veel fruit (citrus – witte pompelmoes vooral), honing, amandel, peper en turf. De turf prominenter dan op de neus. Lange filmende afdronk met het fruit, de turf en het zilt die strijden om de aandacht. OK, misschien was ie beter niet versneden, 45 à 50% had ‘m wat meer pit gegeven, maar de ‘sterkte’ van deze whisky ligt juist in het succulente mouth-watering zacht-zoete karakter ervan. Je hebt echt niet het idee iets op – toch nog – 40% alcohol te drinken. Het kapt binnen als (goddelijk) fruitsap. Dit is genieten in overdrive. 95/100

Twee Port Ellens

Port Ellen 26y 1982/2008, 50%, DL Old Malt Cask, cask 4808, 731 bottles – Islay
Lichte neus op zilt, wit fruit (appel, peer) en lichte rook. Mist punch. Smaak is steviger, met peper en zout. En een beetje turf, of course. Kruidige afdronk. Lekker, maar wat ééntonig en er bestaan heel wat betere Port Ellens. 83/100
 
Port Ellen 21y 1982/2003, 46%, Silver Seal, 375 bottles – Islay
Dit is beter zie! Erg lekkere Port Ellen met zachte zilt, zeewier, oesters, sappige groene appels, zoethout, nootmuskaat en een beetje rubber op de neus. Complex en mooi gebalanceerd. De smaak ligt in het verlengde van de neus, maar geeft een hevigere rokerigheid. Lange, zilte afdronk. I like. 89/100

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Port Ellen 26y 1983, Old Bothwell

Old Bothwell is een jonge bottelaar, opgericht in 1998 en opererend vanuit het plaatsje Bothwell. Het bottelt allerlei sterke dranken, waaronder Single Cask whisky, maar het onderscheidt zich van andere onafhankelijke bottelaars door het personaliseren van hun flessen, voor eender welke gelegenheid. Wil je m.a.w. je eigen kop op een label, één adres.
Onderstaande Port Ellen van 1983 is één van de Port Ellens uit hun stock, naar het schijnt hebben ze nog een behoorlijke voorraad. Nu ja, daarmee zijn ze niet alleen, er ligt nog behoorlijk veel Port Ellen in allerlei opslagplaatsen te wachten op botteling, Port Ellen is Brora niet.

 
Port Ellen 26y 1983/2009, 54.9%, Old Bothwell, cask 220 – Islay – 91/100
Ondanks een opkomende verkoudheid ruik ik de zeer herkenbare Port Ellen neus van zilt, jodium en zeewier. Een strandwandeling in de winter. Rook, houtskool en een lichte houttoets er mooi doorheen. Een smeulend kampvuur op het strand dus eigenlijk. Dan komt het fruit opzetten: kruisbessen (de zeer ondergewaarde ‘stekebezen’), maar ook appel. Noten, geroosterde. Complex! De smaak is stevig en vrij vettig met dezelfde elementen uit de neus (voor de grapjassen onder jullie: neen, geen snot), boter en veel turf. Kruiden (zoethout, gember) heb ik ook. Marsepein. Njummie. De afdronk is lang, erg lang, op zoete turf, zilt en kruiden. Een whisky om van te genieten op een koude winteravond, als het even kan op de pier van Oostende. Een erg lekkere Port Ellen dus en wat mij betreft beter dan de twee 1982’ers van Old Bothwell die ik op Spirits in the Sky dronk. Reviews van deze twee vind je trouwens terug op WhiskyNotes, maar als je er één wil aanschaffen, laat het dan de 1983 zijn.