Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Lindores’

Lindores Highland Park tasting

Zoals beloofd kom ik graag (zéér graag) terug op de geweldige Highland Park tasting waarmee we eind vorige maand het Lindores Whiskyfest op gang schoten. De toch wel indrukwekkende line-up laat zich als volgt lezen:

  1. Highland Park 1984 Malts of Scotland ‘Amazing Casks’
  2. Highland Park 12y, 40%, OB 8/7/1992 for the Belgian market
  3. Highland Park 21y 1959, 43%, OB 1980
  4. Highland Park 40y 1958/1998, 44%, OB, 665 bottles
  5. Highland Park 35y 1962/1997, no ABV, Cask Strength, OB for the retirement of John Goodwin

    De 21y 1959 kende ik al, maar ik zag er niet echt tegen op hem opnieuw te proeven. Hetzelfde kan ik ondertussen ook zeggen van de Amazing Cask. Van de drie andere whisky’s nam ik een sampletje mee naar huis. Hieronder mijn bevindingen van de 12y for Belgium, morgen en overmorgen van de twee kleppers.

     

    Highland Park 12y, 40%, OB 8/7/1992 for the Belgian market
    Mooie, romige, zoete neus. Bijenwas, pollen, honing en heide, dat zijn de eerste zaken die opvallen. Daarna gevolgd door oud leder, melkchocolade en romige boter. Pas daarna door hoe langer hoe meer fruit. Sappige perziken, dito abrikozen, ananas uit blik, kokos, banaan… vrij tropisch dus. Evolueert heel mooi. Moeilijk in te schatten wat de whisky initieel te bieden had en wat door de flessenrijping komt (dit is immers twintig jaar geleden gebotteld). De smaak is meteen erg fruitig, naast lichte granen, honing, hooi en heide. En het fruit neigt ook hier naar het tropische. Banaan, ananas, meloen, naast perzik en wat harde peren. Onderliggend zachte rook, tabak en groene thee. Een weinig eik. Mooi olieachtig mondgevoel. De afdronk is vrij kort en licht, hier mist hij kracht. Los van de wat tegenvallende afdronk is dit – zeker op de neus – een zeer lekkere old-school malt. 89/100

    Advertenties

    Lindores Whiskyfest – een korte terugblik

    Ik weet het, ik ben ongetwijfeld bevooroordeeld, maar het was me toch weer een geweldig fest vorig weekend. Indien je mij niet gelooft, moet je er de blogs van Marc en van Angus maar bijhalen.

    Het Lindoresweekend begon in grote stijl met een werkelijk unieke Highland Park tasting. We proefden achtereenvolgens de nieuwe Highland Park Amazing Cask (vanaf heden in de handel), de verrassend lekkere 12y OB 1992 voor België, de heerlijke 21y 1959 green dumpy, de ronduit wonderbaarlijke 40y 1958 en de indrukwekkende 35y 1962 John Goodwin retirement. Vooral deze twee laatsten zijn fenomenaal. Ik kon maar niet uitmaken welke van deze twee ik het best vond. Ik zal dat binnenkort aan de hand van samples misschien wel kunnen uitmaken. Ook van de 12y for Belgium volgt een bespreking.

    Zaterdag en zondag hadden we twee festivaldagen waarbij de bezoekers zich aan de verschillende standen konden laven aan allerlei zeldzame en unieke whisky’s. Vooral op zaterdag lag de opkomst erg hoog, zondag was het iets kalmer.
    Zaterdagavond was er niet te vergeten de fameuse Nocturne alwaar er enkele pareltjes uit de jaren 1950 (of eerder) te proeven vielen, waaronder de Bowmore 1955 ceramic voor de opening van het bezoekerscentrum, de Ardbeg 1959/1985 Cadenhead dumpy, een Clynelish 12y rotation 1960’s, de Teaninich 1959 Samaroli, een Macallan 1946/1961… kortom decadantie ten top.
    Ah, van decadentie gesproken, Malt Maniac Patrick de Schulthess was zo zot (en vooral zo genereus) om zondagvoormiddag een Chateau d’Yquem 1937 te openen. Yquem, waarschijnlijk de beroemste witte wijn ter wereld. En nu we toch bezig zijn, op vrijdagavond opende Thomas Ewers een flesje Laphroaig 14y 1970 Samaroli. Hoe zeldzaam moet je ze hebben?

    En moeten we het niet over Serge Valentin z’n zo geliefde shrimp croquets hebben? Soit, het was een weekendje genieten. Binnenkort zal ik hier een aantal van de hierboven vermelde whisky’s bespreken, heb wat sampletjes (en in een aantal gevallen flessenresten) meegebracht.

    Clynelish 16y 1996 for Lindores Whiskyfest 2012

    We hebben weer een schitterend Whiskyfest achter de rug. Fijne whisky’s, fijne babbels, fijn gezelschap. En wat ik ook fijn vond, is de festivalbotteling. Oké, ik heb ‘m mee geselecteerd, mijn ‘objectiviteit’ (een woord dat eigenlijk niet thuishoort bij whisky bespreken, maar soit) mag hier dus in twijfel getrokken worden. Het betreft een Clynelish 1996 uit de stal van fellow Lindorable Dominiek aka The Whiskyman, een wel zéér typische Clynelish.


     

    Clynelish 16y 1996/2012, 52.3%, The Whiskyman for the Lindores Whiskyfest 2012, refill bourbon hogshead, 239 bottles
    Prikkelende, waxy neus. Enorm veel was: kaarsen van bijenwas, schoensmeer, kaarsvet, geboende meubels… Na enige tijd wordt deze was vergezeld van mineralen. Nat gras, natte keien. En ook fruit ontbreekt niet. Ik noteer perzik, abrikoos en gele pruimen. Noten. Groene thee met honing. De smaak is romig, vettig bijna. Boter. Gezouten boter. En opnieuw erg waxy. De bijen met hun honing, pollen en was. Clynlishiger kan niet. Knappe balans tussen zoete en bittere tonen. Er is witte pompelmoes, maar daar zit suiker op. Er is eik en hars, maar er is ook kandij. Er zijn kruiden zoals nootmuskaat, maar ook zoethout. Er zijn noten, maar ook honing. Zelfs een heel klein beetje rook valt te ontwaren. ! De afdronk is niet superlang, maar ook hier houden de zoete en de bittere tonen elkaar zeer mooi in evenwicht. Waxy, kruidig en fruitig, met een beetje zilt. Als je wil weten wat men bedoelt met ‘waxyness’ of hoe je was in whisky kan ruiken en proeven, is dit een schoolvoorbeeld. 89/100

    Lindores Whiskyfest

    Maak je klaar, bereid je voor, zet je schrap… het jaarlijkse Lindores Whiskyfest nadert met rasse schreden. Dit weekend is het inderdaad zo ver, dan vindt de jaarlijkse hoogmis van oude, zeldzame en unieke whisky’s plaats in Hotel Bero, Oostende. Vrijdagavond trekken we het festival op gang met een Highland Park tasting om U tegen te zeggen. Zaterdag kan je er tussen 13u en 18u doorlopend proeven van meer dan duizend zeldzame pareltjes (waaronder een honderdtal oude Ardbegs) en ’s avonds deelnemen aan de ondertussen legendarische Nocturne. Op deze Nocturne opent elke standhouder een unieke whisky gedistilleerd in de jaren vijftig en gebotteld vóór 1990. Zondag is er dan opnieuw een ganse dag festival, van 12u tot 17u. Kortom, een must voor de meerwaardezoeker.

    Meer informatie, o.a. een lijst van de standhouders, vind je hier. See you there.

    Lindores Whiskyfest

    Op zaterdag 27 en zondag 28 oktober 2012 is het weer zover, dan vindt de jaarlijkse hoogmis voor de liefhebber van bijzondere whisky’s, het Lindores Whiskyfest, plaats. Na vorig jaar een andere formule ingelast te hebben, vallen we dit jaar terug op het vertrouwde opzet van een festival.

    En niet zomaar een festival, nee, eind oktober zal je in hotel Bero, Oostende, meer dan duizend verschillende oude en zeldzame bottelingen kunnen proeven. Zaterdagavond van 21u tot 1u is er daarenboven een Nocturne met een straat zéér selecte whisky’s. En voor de échte liefhebbers organiseren we aan de vooravond van het festival (vrijdagavond dus) een unieke Highland Park tasting, geleid door Martin Markvardsen, Highland Park Brand Ambassador. Op deze tasting komen achteréénvolgens aan bod: Highland Park 12y, OB 1992 for the Belgian Market, Highland Park 21y 1959/1980, OB green dumpy, Highland Park 40y 1958/1998, OB 665 bts. en Highland Park 35y 1962/1997, OB for John Goodwin’s retirement. Astemblief.

    Hier kan je je inschrijven voor het Fest en voor de Highland Park tasting. Zeg niet dat je het niet geweten hebt.

    Lindores Whiskyfest 2011

    Bekomen van het Lindores Whiskyfest zat er niet echt in met een iets te stevig gevulde zondag en gisteren een Fulldram tasting na een lange werkdag. Maar wat was het goed! Het gezelschap, de verhalen, het plezier, een meer dan aangename aankondiging, en natuurlijk de whisky’s… Deze die het meeste indruk op mij gemaakt hebben, waren de Highland Park 30y 1956 G&M for Intertrade, de Dunaverty 12y, de Karuizawa 1967, de Port Ellen 1969 G&M, de Glenfarclas 21y 51.5% for Giaconne, de Springbank 25y dumpy for Japan, de Macallan 10y Full Proof for Giovinetti, de Highland Park 1961 ‘Dragon’, de Glendronach 25y 1963 OB Hiram Walker, de Benriach 1976 for LMdW (alhowel de 1976 for Taiwan niet veel onder moest doen), de Benriach 1975 Asta Morris, de Johnny Walker Red Lable early 1920’s, de Morlach 1936 G&M, de Tamdhu 42y 1958 Hart Brothers en een wel erg bijzondere cask sample: een Glenfarclas 1965 die reeds in het bezit is van een zekere Luc Timmermans. Zelfs naast de hoger vermelde 21y for Giaconne verbleekte hij niet. Cult in the making.

    Het was dus een dagje puur genieten. Het aftellen naar editie 2012 kan beginnen…

    Drie Bowmore’s

    Ik heb hier nog wat Bowmore staan. Twee recente officiële bottelingen, de Legend en de 21y 1988 port cask matured, en de 1995 Malts of Scotland ‘Clubs’ voor het Lindores Whisky Fest. Laat me met deze laatste beginnen.
    En dan staat er hier nog een ander geweldig aanlokkelijk sampletje met ‘Bowmore’ op het etiket… die zal ik voor morgen bewaren.

     

    Bowmore 15y 1995/2010, 57.8%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Lindores Whisky Society, PX Sherry cask #112, 225 bottles
    Zeer mooi gerijpte whisky, de geturfde spirit heeft zich perfect verweven met de sherry. Eerst krijg je de zoete sherry, vergezeld van veel fruit, pas daarna komt de turf opzetten. Op de smaak zit de turf meer vooraan, samen met de fruitige sherrytonen. Qua fruit noteer ik rijpe sinaas en mandarijn, passievrucht en ananas. De PX geeft het geheel een stroperige zoetigheid. Heel lekker! Een lichte kruidigheid en wat zilt maken het plaatje af. Lange, zoet-fruitige afdronk. Smullen! 89/100

     

    Bowmore 21y 1988, 51.5%, OB 2009, port cask matured
    Deze 21-jarige Bowmore, gedistilleerd op 10 maart 1988, rijpte op ruby portovaten en dat merk je. Hij is erg zoet op gestoofd fruit (aarbeien, pruimen), kersen, melkchocolade, hout, wat zilt en zeewier, en zachte turf. Ook de wat vettige smaak is in eerste instantie zoet. Ik heb associaties van honing, kandij, cake, marsepein, sinaas en orangettes, gevolgd door pruimen, bloesems, zilt, turf, gember en peper. Complex that is. Middellange, warme afdronk met zachte turf en gestoofd fruit. Erg lekkere, boeiende en complexe Bowmore. 89/100

     

    Bowmore Legend, 40%, OB 2010
    Rokerig en ziltig op de neus. Daarnaast heb ik nog wat zeewier en een beetje citrus. Subtiel, om niet te zeggen vaag. Mmm, ik ook wat rubber en benzine. Niets om over naar huis te schrijven. Op de tong is hij vrij droog en moet het hebben van turf, zilt, wat kruiden, citrus en hooi. Alles vrij licht, mist body. De afdronk is snel weg, op peper en zout. Honing? Niet slecht maar ook niet echt lekker te noemen. 75/100

    Must read

    Zondagnamiddag met een niet al te frisse kop maar een toch lichtjes euforisch gevoel het Lindores Whisky Fest achter me gelaten. Ik heb er een aantal sampleflesjes afgevuld en wat flessenresten gekocht. Daar zit o.a. tussen: Bruichladdich 15y ‘Mayflower ‘80’ Samaroli, Ardbeg 1975/1989 J. Gordon for Auxil, Glen Cawdor 32y 1951 Samaroli, Glenlivet Special Export Reserve 1970’s, Glendronach 8y 1972, Bruichladdich 17y Moon Import, een super bourbon van de jaren ’70… whisky’s die je hier vanaf midden november zal zien verschijnen. Ik heb eerst nog wat ander spul klaar staan dat ook schreeuwt op geproefd te worden.

    Vandaag evenwel geen review, wel wat leesvoer: een Malt Maniacs E-Pistle van Kasper Valentin. Valentin studeert binnenkort af als Moleculair Bioloog en vanuit die achtergrond beschrijft hij – op moleculair niveau dus – hoe whisky z’n geuren en smaken krijgt en waarom twee verschillende whisky’s nooit hetzelfde kunnen smaken. Enorm leerrijk, een must read: The Chemistry of Whisky.

    Glenfarclas 1968, Family Cask #699 (Luc Timmermans)

    Glenfarclas vat nr. 699 is eigendom van Luc Timmermans, notoir Glenfarclasverzamelaar. Ter gelegenheid van het vijfjarige bestaan van de Lindores Society werden eerst 11 flessen van dit vat manueel gebotteld op 51.2% in de distilleerderij zelf. Daarna zijn nog eens 35 flessen gebotteld in de bottelaarij op 51.0%. Het meten van het alcoholpercentage gebeurde voor die eerste 11 flessen manueel, op de bottelaarij elektronisch, vandaar het miniem verschil. Maar wat ik me vooral afvraag, is waar de rest van het vat naartoe is. Laat ons er maar van uit gaan dat Luc er serieus plezier aan beleeft of beleefd heeft. A propos, vat 699 is een sherryvat – u raadde het al – waar finosherry van Gonzales Byass op heeft gerijpt. Let’s taste.

     
    Glenfarclas 1968, 51%, OB 2009, Family Cask for Luc Timmermans, cask 699, Lindores 5th anniversary, 35 bottles – Speyside – 93/100
    Whoehoehoe… wat een schitterende neus! Ik ben geen ‘sherry-head’, maar deze sherry is zó zacht, zó subtiel. Tabak (van de allerbeste kwaliteit, dat spreekt), honing, prachtig succulent fruit. Ik denk bij dit laatste aan een rijpe peer, verse zuurzoete Granny Smith schillen, abrikozen, maar dan gedroogde. Ja, nog meer gedroogd fruit na enige tijd. Vijgen, rozijnen. Kruiden, ook dat. Kruidnagel, peper. Antiekwas. Hout ook, en heel lichte rook. Het stopt maar niet. Ik wel, ik proef nu. En of dat ik proef… de whisky explodeert in de mond. Stevig, ruw en mondvullend, op kruiden (peper, zoethout), fruit (bittere citrus), noten, hout en ook hier honing. Het hout speelt langzaamaan wel wat op, maar het gaat er nooit over, de balans blijft behouden. Mooi, mooi, mooi. Lange afdronk, drogend en kruidig. Slotsom: de smaak is zalig, maar die neus, die grenst aan de perfectie. 93/100, en dat is dan nog omdat de smaak het niveau van de neus niet (helemaal) aanhoudt.

    Ardbeg 22y 1974 ‘Mellow Matured’

    Ardbeg 22y 1974 Mellow Matured

    Bon, de Mexicaanse griep is hier gaan liggen, er kan weer deftig geproefd worden. Vandaag is dat de Ardbeg 22y 1974/1996 ‘Mellow matured’ (40%, G&M for Italy). Bij deze whisky wou ik al lang even stilstaan, en wel hierom:
    Toen ik de Ardbeg opzocht in de Malt Manicas Monitor bleek dat hij er tweemaal in vermeld stond, éénmaal onder G&M (for Italy) en éénmaal onder Sestante, Italiaanse importeur. Ah, zegt u, dat zijn dan misschien toch twee verschillende whisky’s of dezelfde whisky in twee verschillende bottelingen. Nope, het betreft wel degelijk één en dezelfde botteling. Tot hier geen probleem, een simpele slordigheid van de maniacs. Maar dan komt het. Serge Valentin heeft ‘beide’ whisky’s gereviewed en nogal verschillend bevonden. De ‘Sestante’ gaf hij 71/100 (nu, als Serge een Ardbeg 1974 71 punten geeft, weet je het wel: mijden die fles). De ‘G&M for Italy’ daarentegen scoorde hij… 94/100, wat toch wel van een lichtjes andere orde is. Ik heb de bijhorende foto’s op Whiskyfun minutieus bekeken en zie geen verschil.

    Is de ‘Sestante’ die Serge proefde toch een fake bottle? Of is zijn suggestie “maybe a defective bottle” correct? Ik heb ‘m er onlangs zelf op aangesproken. Hij was absoluut niet op de hoogte van het bovenstaande, maar er wel behoorlijk door geïntrigeerd. Hij ging het napluizen. Na enige tijd stuurde hij mij volgend berichtje:

     
    Hi Johan,

    Indeed, these should be two different bottles of the same whisky, and one was probably defective (oxidised). It goes to show that it’s quite tricky to identify older bottles correctly. Indeed, we know that this was a Sestante bottling by G&M, so some add that to the ‘name’, but Sestante isn’t clearly indicated on the label, even if Bologna and the Italian licensee code say ‘Sestante’.
    Anyway, seeing the scores for similar bottlings (other 1974/1996 by G&M, CC, Spirit of Scotland etc.), it should be very good, provided it’s not defective (twist cap not properly ‘twisted’, hence too much air flowing into the bottle). If the level is OK and the whisky limpid, there are great chances that it’s in perfect shape and very good.

    I’d mention the big dilemma we’re facing with these Italian bottlings:
    – regularly twist the cap so that it stays airtight (but break the tax stripe)
    – keep the tax stripe intact, but face oxidising.

    Or, of course, store the bottles where temperatures don’t vary so that the twist cap doesn’t go up (the dreadful bicycle pump effect).

    Hope that helps
    Serge

     

    Voila, dat weten dan ook weer. Het gaat dus wel degelijk om één en dezelfde botteling, maar de whisky die hij als Sestante proefde, moet geoxideerd zijn geweest.

    Nu, het leuke aan deze whisky is dat de prijszetting op veilingen vooral bepaald wordt door de score voor de ‘Sestante’. Zo heb ik een jaar of twee geleden een fles op de kop kunnen tikken voor 200 euro, een koopje naar ik meende. Tot ik enkele maanden geleden twee flessen op Whisky Auction zag gaan, de éne voor 160 euro en de andere voor… 130 euro. 130 euro voor een Ardbeg 1974 die op Whiskyfun 94/100 krijgt! Echt gerust was ik er toch nog altijd niet op. Voor ik mijn fles zou kraken, zou ik ‘m toch graag eens geproefd hebben.

    En dat proeven gebeurt dus hier en nu. Tijdens het voorbije Lindores Whiskyfest zag ik immers dat Geert Bero tussen z’n 100 Ardbegs ook deze had openstaan. Heb me allegauw een sampeltje aangeschaft. Het resultaat van onderstaande review zal dus bepalen of ik mijn fles binnenkort soldaat maak of toch maar niet.

     
    Ardbeg 22y 1974/1996, 40%, G&M for Italy (Sestante), white label – Islay – 89/100
    De neus is erg zacht… zee, zilt, zeewier, zeer zubtiel allemaal. Lichte rook ook, en iodium. Sappige, zoete sinaas. Zalig! Ook de smaak is zacht en geeft zilt, rook en perzikken op siroop. Mist wel wat punch. Ja, op de smaak verliest hij toch enkele puntjes. Geen bijster lange maar wel lekkere, ziltige afdronk.
     
    P1050749

    Conclusie? Zeer lekkere whisky, maar hij mocht iets krachtiger zijn. En, ik mis de zachte, zoete turf die zo kenmerkend is voor Ardbeg uit die periode. 94 punten verdient ie voor mij niet, maar 71 nog veel minder. 89 zal het zijn.
    Het whiskyniveau in Geert’s fles stond al wel laag, ben vergeten vragen hoe lang de fles al open was. Indien de fles al enkele jaren openstaat, is het misschien logisch dat de fenolen grotendeels verschwunden zijn, en dat mijn gesloten fles deze fenolen nog wel heeft. Of ook niet natuurlijk. Pfff… openen of niet? Gezien de herverkoopwaarde zal ik het er binnenkort toch maar op wagen, denk ik. De mellow matured whisky (eerlijk gezegd absoluut geen idee waar die ‘mellow matured’ op slaat) in mijn fles staat immers nog relatief hoog in de nek en de whisky zelf is behoorlijk ‘limpid’, dat Italiaans taxlabel zal er toch aan moeten geloven.

    Samaroli tasting – het verslag

    Vandaag stuur ik zoals beloofd mijn verslag van de nu al legendarische Samaroli tasting van vorige vrijdag de wereld in. Voor diegenen die rechtstaan achter hun computer stel ik voor even te gaan zitten.

     

    De eerste whisky die Silvano Samaroli inschok – ’t is te zeggen, liet inschenken, dit soort man heeft daar personeel voor – was een jonge Glen Garioch. Een schitterende jonge Glen Garioch.

    Glen Garioch 8y 1971, 59.6%, Samaroli, 2280 bottles – Highland – 96/100
    Een neus met een erg hoge ‘wow’ factor. De heerlijkste sherry gemixt met de heerlijkste turf. Koffie, tabak, rubberen banden… voor een highlander behoorlijk medicinaal ook. Na een tijdje ook wat farmy notes. Geitenstal, merkt iemand op. Geitenstal? Mmm, om dat onderscheid te kunnen maken, moet ik mijn kinderen toch nog eens bewegen tot een boerderijbezoek. Immers, zo alleen op een boerderij toekomen met de vraag de stallen eens te mogen ruiken, komt misschien wat vreemd over. We wijken af. Heb ik al fruit vermeld? Perzik that is. Bon, proeven nu. Oh boy, dit is van hetzelfde kaliber als de neus. Massive! Schitterende, subtiele turf… rook, zilt, hout, koffie, karamel, zoet fruit… Perfecte balans tussen de sherry en de jonge turf. Hoe kan in godsnaam een 8 jarige whisky dit ten toon spreiden? Naar het einde beetje (aangenaam) bitter en kruidig. Is het woord complex hier al gevallen? Wel, dit is een ongelooflijk complexe whisky. Sublieme afdronk op rook en vanille. Veruit de beste -10 jarige die ik ooit gedronken heb. 96 punten. Punt.
     

    Nummer twee was een Ardbeg uit het magische Ardbeg jaar 1974. Weliswaar ook een erg jonge, maar gezien de lofbetuigingen die over deze whisky de ronde doen, denk ik niet dat dat hier een probleem vormt. Deze Ardbeg heeft zowat dezelfde reputatie opgebouwd als de Glen Garioch. Een stevige.

    Ardbeg 9y 1974, 59%, Samaroli, 2400 bottles – Islay – 94/100
    Misschien wel de krachtigste neus die ik ooit heb waargenomen! Zo één die je benen onder je lijf maait. Gelukkig zat ik. Als de eerste alcohol en scherpe turf (en zelfs vers gelegde asfalt) wat is weggetrokken, krijg je rook en houtskool. Typische barbeque toestanden. Maar daar blijft het niet bij. De neus wordt langzaamaan zoeter en fruitiger (appel?) en daarna komt er ook balsamico door. Complex, maar vooral indrukwekkend krachtig. Hetzelfde kan gezegd worden van de smaak. Die wordt enerzijds gekenmerkt door veel turf en rook, maar is anderzijds ook behoorlijk zoet, met vanille en zoethout. Het is een botteling op 59%, dus het klinkt misschien een beetje lullig om dit een straffe whisky te noemen, maar toch is het zo en niet zozeer omwille van het alcoholpercentage maar wel omwille van de ongelooflijke intensiteit en kracht. En dan hebben we de afdronk nog niet gehad… lang, ik bedoel héééél lang, rokerig… zalig! Ja wadde, dit is dus echt een whiskybom. Geweldige whisky zoals ie spijtig genoeg niet meer wordt gemaakt, resulterend in een verdiende 94 punten. En dan moest het beste nog komen…
     

    En dit beste was de 18 jarige Bowmore uit de Bucket, euh Bouquet reeks. Volgens sommigen die de eer hadden deze whisky reeds eerder te proeven zonder meer de beste whisky ooit. Zo hebben zowel Luc Timmermans als Dominiek Bouckaert – twee heerschappen die toch al ’t één en ’t ander gedronken hebben – deze Bowmore gewoonweg 100/100 gescoord. Laat ons zeggen dat mijn verwachtingen hoog gespannen waren…

    Bowmore 18y 1966, 53%, Samaroli ‘Bouquet’, 720 bottles – Islay – 99/100
    Gho, waar begin je met zo’n overweldigende neus? Ik stel voor bij het fruit, want dat is wel erg prominent aanwezig. Het bij een oude Bowmore verwachte tropische fruit, maar ook peer, zo’n goei sappige… ananas (euh, dat is tropisch zeker?), citroen, pompelmoes… een behoorlijk superieure fruitsalade als het ware. En wat naast al dat fruit? Wel, heel wat. Om te beginnen de oh zo geweldige ‘boerderij’ sensaties: subtiele geur van stallen, van hooi, tot de mest toe. Hu, kunnen we dat spreken van fruitsalade met een toefje mest? Soit, zilt ook, wat zoets, rook… en dan mis ik ongetwijfeld nog een groot deel. Onvoorstelbaar complex en vooral intergalactisch lekker. Nu de smaak. Ook hier veel fruit, allerlei citrus (nota voor mezelf: dit kan in het vervolg als ‘agrum’ omschreven worden), naar het einde meer neigend naar (bittere) pompelmoes. Heerlijk. Kamille ook. Peper en zoethout. Schitterende balans tussen zoet en bitter. En zilt. Geweldig lange, intense, fruitige, licht rokerige afdronk. Man man, moeilijk om op zo’n tasting objectief te blijven zoeken naar geur- en smaaksensaties. Dit is dus echt wel hemels.
    Maar nu de score. Is deze whisky 100 punten waard? Misschien wel, maar mijn hoogste score tot op vandaag is 97 (voor een Brora en een Ardbeg). Ok, deze ís ook wel nog dat ietsje beter – dit klinkt te eufemistisch, ik bedoel deze is absolute top in whisky – maar meteen de sprong naar de 100 is me wat gewaagd. Indien ik deze Bowmore 100 punten geef, eindigt het hier wel. Dan ontneem ik mezelf immers de hoop ooit nog iets beters te proeven. En neen, die hoop wens ik levend te houden. 99 wordt het dus. Ook niet slecht en by far het beste wat ik ooit in m’n glas heb gehad. Punt. Zucht. Punt.

    Laat het een kadotip zijn, ik verjaar op 23 januari. Nu ja, je moet naast erg veel geld ook veel geluk hebben, heb het laatste jaar nergens een fles te koop zien staan. En als er al één te koop zal worden aangeboden, is Dominiek er geheid me aan de haal.
     

    Ze bottles

    Ze bottles


     

    Zie zo, tot zover een avondje in het gezelschap van fijn volk en dito whisky. Ik begin me zo stilaan bewust te worden van het feit dat het leven er zonder whisky voor mij toch een pak minder interessant zou uitzien.