Spring naar inhoud

Posts tagged ‘La Maison Du Whisky’

Longmorn 46y 1964, G&M for La Maison du Whisky

De Longmorn die ik vandaag proef, won een gouden medaille op de Malt Manic Awards. Ik heb al vaak geproefd en al even vaak mee geworsteld. Tijd om ‘m eens grondig te analyseren.

 

Longmorn 46y 1964/2010, 45%, Gordon & MacPhail for La Maison du Whisky, sherry hogshead #1034
Met de neus is absoluut niets mis. Integendeel, dit is sherry op z’n best. Oude Longmorn, wat wil je? Rijk, aromatisch, dik. Op associaties van fruit (braambessenconfituur, gekonfijt fruit, gedroogde varianten zoals gele rozijnen, dadels en pruimencompot), sappige eik, kruiden (kruidnagel, kaneel), koffie, kandijsiroop, tabak en rook van het hout. Ook iets subtiel vegetaals. Complex en gewoonweg heerlijk om ruiken. Maar dan, de smaak… dat is wringen en wroeten. Werken. De smaak is lekker, zeer zeker, maar slingert nogal wild van fruit en zoet naar bitter en droog. Rood fruit en stroop, maar ook veel eik, noten en kruiden (kaneel, peper, munt en kruidnagel). Lichte rook. Koffie. Maar op de duur slaat de slinger te veel door naar het bittere, het wordt me echt wel te droog. Sterke thee. Zelfs wat tannines (druivenpitten). En zeker dat laatste kost ‘m toch punten. De afdronk is lang, verwarmend en droog. De neus is fantastisch (92, 93 punten), maar op de smaak wint de eik. Dit is volgens mij enkele jaren te laat gebotteld. Spijtig. 89/100

Advertenties

Karuizawa 1967 & Mark Lanegan

Twee legendes vandaag. Ik proef de Karuizawa 1967 voor La Maison du Whisky & The Whisky Exchange en luister ondertussen naar Bubblegum, de klassieker van Mark Lanegan.

Mark Lanegan werd bekend als frontman van The Screaming Trees, een Amerikaanse grunge-band, opgericht in 1985 en gesplit in 1996. Na deze split wierpen de leden zich op eigen projecten, waarbij Lanegan veruit het succesvolst was. Hij werkte o.a. samen met Kurt Cobain (nog ten tijde van de Screaming Trees), de Queens of the Stone Age, Isobel Campbell (Ballad of the Broken Seas) en Greg Dulli van Afghan Whigs (onder de naam The Gutter Twins).
Lanegan heeft een unieke stem. Hees, ruw en doorrookt. Z’n muziek leunt nog een beetje aan bij de grunge, maar vermengt ook invloeden van rock, blues en punk.
In 1990 bracht hij met The Winding Sheet een eerste solo-album uit, maar doorbreken deed hij pas in 2004 met Bubblegum, z’n vijfde soloplaat. Nu ja, doorbreken, z’n muziek leent zich niet tot echt commercieel succes, maar het album werd door de critici wel lovend onthaalt en het vond toch z’n weg naar een iets breder publiek. Op Bubblegum werkt Lanegan samen met een schare artisten zoals P.J. Harvey, Josh Homme, Nick Oliveri, The Afghan Whigs, Queens of the Stone Age en nog een pak anderen.
De nummers op Bubblegum gaan van rustig en breekbaar (Come to me, Out of Nowhere) tot luid, rauw en explosief (Sideways in Reverse, Driving Death Valley Blues). Ik vind het een geweldige plaat.

En dan onze Karuizawa 1967. Een cultfles. In 2009 gebotteld voor zowel La Maison du Whisky als voor The Whisky Exchange ter gelegenheid van z’n tienjarig bestaan. Bij verschijnen al niet gekoop, maar vandaag moet je op veilingen op 1200 euro rekenen, en mogelijks meer. Dat is 10 euro per slokje.

 

Karuizawa 42y 1967/2009, 58.4%, OB for LMdW and for TWE 10th Anniversary, cask 6426
Hola, wat een overweldigend heerlijke neus is dit! Anders dan recentere bottelingen, de sherry is ‘ouder’, minder scherp, ronder, meer belegen. Oude, sappige eik, oud leder, oude meubels, sigarendoosje, tabak, koffie, munt, anijs, hoestsiroop… Dan ook zoet fruit. Pruimentaart, aardbeienconfituur, bramen, kersen. Boenwas, chocolade en ahornsiroop, wat het smeuïg maakt. Mos en varens (het bos). Complex, elegant en fris. Ronduit subliem. Stevig op de tong, mondvullend. Nu ja, bijna 60% na 42 jaar rijpen… ze doen hun spirit daar duidelijk op een hoger alcoholpercentage op vat. Prachtige, ronde eik, die alle andere sensaties draagt en ondersteunt. Droog, maar nooit drogend. Er zijn voldoende zoetere en fruitige elementen. Chocolade, tabak, oud leder, rozijnen, noten (studentenhaver), munt en zoethout. Geen koffie, eerder thee. Hars. Qua fruit denk ik aan kersen, bramen en pruimen. Enorm rijk en alles perfect in balans. Zeer lange, droge afdronk. Mooi kruidig, met een wel zeer aangename toets chocolade. Ik ben niet zo’n grote Karuizawa-fan, maar dit is hemelse whisky. 94/100

Bunnahabhain 36y 1975, The Nectar of the Daily Drams

Bunnahabhain is één van de weinige distilleerderijen die gedurende het grootste deel van z’n geschiedenis eigendom is gebleven van dezelfde groep, nl. de Highlands Distillers Group. Gebouwd tussen 1881 en 1893, kwam het in 1887 in handen van de groep en bleef dat tot 2003, toen de groep Bunnahabhain verkocht aan Burn Steward Distillers, dat op z’n beurt overgenomen werd door CL Financial.

 

Bunnahabhain 36y 1975/2011, 58%, The Nectar of the Daily Drams, joint bottling with LMdW, fino sherry, 258 bts.
Aangename neus, maar wat aan de droge kant. Wat niet abnormaal is natuurlijk, de fino zal z’n werk gedaan hebben. De associaties waar ik aan denk, zijn grassig (hooi), noten, natte bladeren, aarde (natte aarde), een beetje boenwas en dadels. Met water treedt er fruit op de voorgrond. Rode appels en sinaas vallen me dan op. Ook de smaak is droog, maar complexer dan de neus. Okkernoten, natte bladeren, mos en zoethout als start, in lijn met de neus dus. Daarna gevolgd door balsamico en zilt, en door heel wat fruit. Sinaas, bramen, kersen, bosbessen… Lange, droge afdronk met toch voldoende fruit om het lekker te houden. Op de neus vond ik ‘m niet super, misschien wat te weinig aromatisch, op de smaak won hij enkele punten, vooral dankzij de extra complexiteit en de prominentere aanwezigheid van het fruit. 87/100

Caperdonich 1972/2008, G&M for La Maison du Whisky

Ha, Caperdonich 1972… daar kan ik er niet genoeg van proeven. Deze van Gordon & MacPhail voor La Maison du Whisky proefde ik al eens eerder, maar ik heb er nu een sample van op de kop weten te tikken. Ik vond het toen immers een bijzondere whisky, hij kleurt wat buiten de klassieke Caperdonich 1972 lijntjes. First fill sherryvat, wat wil je…

 

Caperdonich 1972/2008, 49.9%, Gordon & MacPhail for LMdW, first fill sherry, cask 1976
Mooie, volle neus. Kruiden (kruidnagel, peper), eik, gedroogd fruit, karamel, koffie en geroosterde noten. Expressieve, stevige sherry, maar ongewoon voor Caperdonich 1972. Op de smaak is hij wel erg droog, voor mijn smaak er over. Bitter hout en taninnes. Kastanjes, okkernoten, kaneel. Toch ook wat zoete tonen: gedroogde vijgen, hoestsiroop en zoethout, net als chocolade, maar dan wel heel donkere. Het droge domineert. Een lichte rokerigheid, wat hier een absolute plus is. Lange, bittere en droge afdronk. Dit is echt een whisky om aan te ruiken, drinken bevalt me een stuk minder. De score dankt hij dus grotendeels aan de neus. 84/100

Weedram Masters XXV

Vorige dinsdag was het verzamelen blazen in Avelgem voor de 25e editie van de Weedram Masters, een jubileumeditie inderdaad. Ceremoniemeester Bert had vijfmaal twee whisky’s op een rijtje gezet, telkens de standaardbotteling en een iets-minder-standaardbotteling van datzelfde huis. Plaats van gebeuren was ’t Eenvoudig Bestaan, een mooi gelegen en gezellig kader dat de vaste stek is van de Weedram Masters. Van de niet-zo-standaard bottelingen heb ik een anderhalve centiliter mee naar huis genomen (karakter), de komende dagen zal je daarvan op deze pagina’s een bespreking vinden. Dit telkens vergezeld van mijn – weliswaar summiere – bevindingen van de begeleidende standaarbotteling. Vandaag het eerste koppel, Glenfiddich.

 
Glenfiddich 12y ‘Special Reserve’, 40%, OB 2011, 1 liter
Frisse neus, getemperd fruitig en maltig. Naast het fruit en het graan heb ik honing, hooi, gebakken groeten en een beetje rubber. De smaak is licht, hier mist hij duidelijk power. Weinig complex ook. Wat wit fruit, een beetje noten, een lichte bitterheid… eerder vlakke smaak. Korte, licht bittere afdronk. Foutloze maar verre van boeiende whisky. 74/100
 
 

Glenfiddich 1973, 46.6%, OB 2007 for LMdW, cask 28563
Oké, dit is een neus van een ander kaliber. Roasty! Allerlei geroosterde tonen (noten, toast, granen) vermengd met heerlijk fruit en kruiden. Qua fruit zowel sappig wit fruit als gestoofd fruit. Acaciahoning ook, net als prachtige belegen eik. Een lichte rokerigheid van het hout. Zeer expressief. Top! Het mondgevoel is dik en chewy, een whisky om op te kauwen. De eik gaat naar het einde toe wel domineren in plaats van aanvullen. Het fruit (perzik en abrikoos vooral) en de kruiden zijn bij de start duidelijk aanwezig maar laten zich hoe langer hoe meer wegdrukken. Ook honing en noten doen hun best om de aandacht te trekken. Lange, licht bittere afdronk met toch ook zoete en fruitige tonen. Een prachtige neus, een iets mindere smaak. Enkel op de neus zou hij twee, drie punten meer scoren. 90/100
 

Dat was op z’n minst een mooi begin, en nog eens een bewijs dat Glenfiddich in 1973 en (vooral) 1974 echt wel lekkere whisky geproduceerd heeft.

Littlemill 18y 1991, G&M Reserve for LMdW

Dat Littlemill 1990 wreed lekker kan zijn, weten we ondertussen wel, écht wel, eens zien of ook een 1991 mij kan bekoren. Deze Gordon & MacPhail werd in 2009 gebotteld voor La Maison du Whisky onder het G&M Reserve label.

 

Littlemill 18y 1991/2009, 46%, G&M Reserve for LMdW, cask 94, 287 bottles
De neus start zoet op honing, marsepein en nougat. Daarna komen er wat waxy tonen door. Bijenwas. Geboend leder. Zoet fruit ook: ananas en rijpe kruisbessen. Een heel klein beetje rook op de achtergrond (dit is niet de eerste Littlemill waar ik dit bij heb). Op de duur ook wat kruiden. De smaak is zacht en romig, fruitig en zoet. Vanille, pompelmoes en wit fruit. Appels en peren. Een lichte granigheid en ook hier wat kruiden. Middellange, eerder zoete en wat grassige afdronk. Erg lekkere (zeker op de neus) en vlot drinkbare Littlemill. 87/100

Pair!

Strathisla 30y, 46%, Gordon & MacPhail for La Maison du Whisky 2005 – Speyside – 90/100
Zalige complexe sherryneus op hout, rook, karamel, geconfijt fruit, balsamico en pompelmoes. Ietwat vettige smaak op boter, karamel, rook, hars en kruiden (kruidnagel). Aangename droge bitterheid. Lange, droge en kruidige finish. Top-sherry. Nu ja, ‘t is wel whisky natuurlijk.
 
Strathisla 36y 1969/2005, 54.6%, Cooper’s Choice for Alambic Classique, cask 2514, 150 bottles – Speyside – 84/100
Veel sherry in de neus (koffie, tabak, rubber, karamel), maar ook veel fruit. Rood fruit, allerlei bessen. Stevige smaak met weerom veel fruit, zoethout en de alomtegenwoordige, droge sherry. Maar voor mijn smaak is ie wat te wrang, wat te bitter… te veel rubber om te wedijveren met de G&M. Droge en vrij lange afdronk. Mocht voor mij iets zachter zijn, maar wel lekker.

Benriach 1976 clash

Onder het motto ‘Wat Bert B. kan, kan ik ook!’ zet ik vandaag – eveneens blind gedronken trouwens – drie 1976 Benriachs naast elkaar, meer bepaald de beide vaten voor The Whisky Fair, 3550 en 3558 op respectievelijk 46.2% en 47.4%, uitgedaagd door de lichtjes geweldige Benriach 30y 1976/2006 for LMDW, vat 3557, waarvan ik in extremisch nog een sampel kon bemachtigen.
1976 is een legendarisch jaar voor Benriach, echt straf wat ze daar dat jaar uit hun stills hebben geschud. En al even straf dat dat de jaren ervoor en erna minder lukte, alhoewel er ook daar soms nog erg lekker spul tussen zit, maar toch merkelijk minder.

 
Benriach 33y 1976/2009, 46.2%, OB for The Whisky Fair, cask 3550 – Speyside – 93/100
Whohoow, wat een zalige frisse, fruitige neus! De heerlijkste fruitsla met meloen, perzik, passievrucht, mango. Tropical! Honing ook en een heel lichte kruidigheid. Klein beetje hout. Een even grote fruitigheid in de smaak (citrus en tropisch fruit) en ook hier een klein beetje hout. Peper naar het einde. Zachte, zéér fruitige finish.
Heerlijke whisky en qua fruitigheid in de lijn van de St. Magdalene’s van midden jaren zestig.
 
Benriach 33y 1976/2009, 47.4%, OB for The Whisky Fair, cask 3558 – Speyside – 92/100
Ha, dit is anders. Ook veel fruit, maar verweven met hout en kruiden. Meer houtinvloed dan de vorige dus. Het fruit in de neus is ook ‘Europeser’. Sappige peer, perzik. Wat zoeter ook. Honing en vanille. In de smaak merk je nog duidelijker het hout. De prominente fruitigheid gaat over in een lichte bitterheid. Rozebottel ook. Lange, fruitige en licht drogende finish.
Deze is wat scherper dan de eerste. Hier zorgen het hout en de bijhorende kruiden voor. Dit maakt het geheel misschien wat complexer, maar daarom nog niet beter dan de pure fruitigheid van de eerste. Het zijn twee verschillende whisky’s, maar verdomd moeilijk uit te maken welke ik nu best vind. Lichte – heel lichte – voorkeur voor de vorige.
 
Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for La Maison du Whisky, cask 3557, 222 bottles – Speyside – 95/100
Hoho, dit is weer anders. Ook dit is een fruitbom, met hier citrus (de pompelmoes nietwaar), ananas, mango, passievrucht,… honing en vanille. Beetje hout ook. Tot hier een mooie synthese van beide voorgangers, maar deze gaat verder. Floraal (rozen in volle bloei), iets geroosterd. Gewoonweg subliem! De smaak van hetzelfde laken een broek. Het fruit (pompelmoes), het zoets, een heerlijke kruidigheid, eindigend in een schitterende bitterheid (de pompelmoes!). Lange en – hoeft het gezegd? – superfruitige afdronk.
Oh ja, deze gaat toch nog vlot boven z’n zustervaten. Het bleek vat 3557 te zijn, wat me niet echt verwonderde. Deze heb ik in het verleden al eens besproken. Blijft voor mij van het beste ‘fruit’ dat ik al gedronken heb.
 
Heb de 3550 en de 3558 maar meteen ook in 70 cl vorm aangeschaft, kwestie van me achteraf niet voor het hoofd te moeten stoten zoals met de 3557 die ik grandioos gemist heb.

Bert Bruyneel heeft gelijk

Die Benriach 1976/2006 voor La Maison du Whisky ís dus gewoon een onvoorstelbaar lekkere whisky! Bert doet daar al geruime tijd erg lyrisch over, maar ik had ‘m tot op heden nog niet kunnen proeven. Op het Lindores Whiskyfest vorige maand kwam het er eindelijk van, en ik was dermate onder de indruk dat ik de rest van de fles – ook al was het spijtig genoeg maar 4cl – mee naar huis heb genomen. Ondertussen zijn die 4cl al gehalveerd, want heb mezelf gisteren het gezelschap van de helft ervan gegund.

 
Benriach 30y 1976/2006, 53%, OB for La Maison du Whisky, cask 3557, 222 bottles – Speyside – 95/100
Man, wat een sublieme neus! Fruitbom. Sinaas, pompelmoes, appel, passievrucht, ananas… you name it, het zit er allemaal in. Maar daar blijft het niet bij, hij is ook zoet (honing), heeft iets van bloemen (vraag me niet welke, fauna & flora was nooit mijn sterkste terrein), boerderij? Blijft maar evolueren… Een subtiele hint van turf, kwestie van het plaatje helemaal af te maken. Al evenveel fruit in de smaak, zelfde soorten als in de neus. Vanille. Peper ook, meer naar het eind. Superieure Earl Grey. Geloofd zij de Heer! Ik ga niet snel nog iets beters drinken denk ik. Schitterende finish, lang en – hoeft het gezegd – superfruitig. En deze Benriach is oh zo vlot drinkbaar. Man, dit is smullen! Die resterende 2cl zijn vrees ik geen lang leven beschoren…
 

Wie een fles weet staan, laat het me aub weten. Een volle welteverstaan, een (bijna) lege heb ik dus al.

Kleppers – Ardbeg 32y 1974/2006 for LMDW

De 22 jarige Brora 1972/1995 Rare Malts krijgt gezelschap aan de top van m’n track record. Deze Ardbeg uit het magische jaar 1974 werd gebotteld voor La Maison du Whisky. Heb hiervan een sampeltje kunnen kopen op het Lindores Whiskyfest 2007 en mee naar huis genomen omdat ik hier echt wel m’n tijd voor wou nemen. Hou u vast.

 
Ardbeg 32y 1974/2006, 52.5%, OB for LMDW, cask 3309, 109 bottles – Islay – 96/100
Ronduit schitterende neus met turf en kruiden. Vrij medicinaal. Honing ook, van de beste soort. En vanille en (citrus) fruit. Heerlijk rokerig en ziltig (gerookt spek). De smaak bevestigt grotendeels de neus… honing, rook, zilt, iets medicinaals. Dit is absolute top! Nu ja, voor 700 euro verwacht je geen rommel natuurlijk. Lange ziltige en rokerige finish. I love it! Met vlag en wimpel mijn beste Ardbeg tot op heden.

La Maison Du Whisky


 
La Maison du Whisky (LMDW) is dé whisky-referentie in Frankrijk. Het huis werd opgericht in 1956 en brengt heel wat eigen bottelingen op de markt. Het gaat om whisky’s gebotteld door de distilleerder zelf of door een onafhankelijke bottelaar, telkens exclusief voor LMDW. Het huidige assortiment telt een 800 verschillende whisky’s, verkrijgbaar via hun winkel in Parijs, hun jaarlijkse catalogus en via de website.
 
Bekende reeksen zijn:

  • Prestonfield, een label van Signatory, exclusief voor whisky verdeeld door LMDW.
  • Single Cask Selection, gebotteld door Gordon & MacPhail.
  • Straight From The Cask, een serie cask strength bottelingen.
  • The Un-chillfiltered Collection
  • Very Cloudy, een variatie op de un-chillfiltered reeks.

 
In 1999 zag Taste Still het licht, de Belgische afdeling van La Maison du Whisky met thuisbasis Battice. Sinds 2005 brengt deze club eigen bottelingen onder de naam Taste Still op de markt. De nadruk ligt op de whisky en niet op de marketing en de verpakking. De reeks wordt dan ook verkocht in wijnflessen met een sober etiket (70cl in 75cl flessen m.a.w.). Het betreft whisky van streng geselecteerde kleine vaten.
 
Enkele van de bottelingen voor LMDW hebben ondertussen een vrij legendarische status verworven. Ik denk bv. aan de Laphroaig 31y 1974 en de Ardbeg 32y 1974/2006 (proefnotitie volgt).
 
Ook lekker:
 
Strathisla 40y 1967/2007, 50%, G&M for LMDW, cask 6112, 400 bottles – Speyside – 90/100
Zachte, complexe neus met veel fruit (citrus) en lekkere zee-invloeden. Zeewier, zilt. Na een tijdje komen er kruiden door. Smaak is aangenaam, erg aangenaam, met zoethout, wit fruit, vanille en kruiden. Echt lekker! En vlot drinkbaar. Enorm fruitige finish op banaan, perzik, abrikoos, peer… njammie!
 
Longmorn 43y 1964/2007, 50%, G&M for LMDW, cask 1538, 210 bottles – Highland – 86/100
First fill hogshead sherry but, en een behoorlijk actief! Neus is erg aangenaam, met veel sherry. Fruit (ananas, banaan), zoethout, leder, koffie, lichte rook… Maar de smaak is er voor mij wat over, te veel sherry-invloed. Smaak van sterke Earl Grey. Bitter en scherp. Met water beter, dan ook wat perzik, peer en bittere chocolade. Vrij lange, wat ziltige afdronk op earl grey en veel (tropisch) fruit.
 

Honderdste proefnotitie – dit noopt tot enige decadentie

Blijkbaar heb ik maandag m’n negenennegentigste proefnotitie gepubliceerd, m.a.w. tijd om een klepper uit de kast te halen als numero honderd. Het wordt de Laphroaig 1974, op 31 jarige leeftijd gebotteld voor La Maison du Whisky, en één van de beste whisky’s die ik ooit kon proeven.
 
Laphroaig 31y 1974, 49.7%, OB for LMDW, 2005, 910 bottles – Islay – 96/100
Sherry cask. Dit is voor sommigen de beste Laphroaig botteling ooit. Euh, gezien de prijs dat ie gaat, zou dat ook wel mogen. Heerlijk zachte, zoete turf in de neus, mooi in balans met de sherry. Schitterend! Daarnaast sinaas, kruiden, iets van rubber ook. En wat m’n ‘farmy’ notes noemt. Paardenstal. Fantastisch complex. Beetje dirty, maar o zo mooi! En dan die smaak! Die is stevig (understatement) met zalige rook en veel fruit zoals peer en banaan. Beetje hout, kruiden… Jawadde, dit is hemels. Lange, erg lange afdronk op rook en kruiden. Decadent indeed!