Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Islay’

Port Ellen 18y 1976, First Cask

First Cask is het label waaronder in de eerste helft van de jaren negentig enkele whisky’s gebotteld werden voor Direct Wines. De reeks bevat juweeltjes zoals een Tomatin 1976, een Caol Ila 1974, een Glenrothes 1975, een Bowmore 1974 en een sublieme Ardbeg 1974 (één van de twee Ardbegs 1974 trouwens). Vandaag proef ik de Port Ellen 1976. Of beter één van de Port Ellens 1976 van hen, vat 4776, terwijl zij ook vaten 4778, 4781 en 4783 bottelden.

 

Port Ellen 18y 1976, 46%, First Cask +/- 1994, cask 4776
Erg expressieve neus, op prachtige rook en boter. Barbecue, geroosterd en gerookt vlees, houtvuur, turf, teer en diesel (geweldig hier). Daarna frisse tonen zoals munt en appelsap. Vanille ook, en pas daarna zilt en enkele kruiden (peper en kruidnagel vallen op). Iets licht grassigs nog. Complex, maar vooral zeer expressief, ik zei het al. Krachtig in de mond, voelt sterker aan dan 46%. Mooie, zoete turfrook, opnieuw vanille en het appelsap (ook appelmoes), maar ook gedroogde ananas en peer. En op de duur ook sinaasconfituur. Amandelspijs. Vervolgens komt de peper en het zout opzetten, vergezeld van zoethout, gember en drop. Geen teer meer. Erg rijk en ‘dik’. Lange afdronk, rokerig en zilt, met daartussen drop en peper. Bijzonder compacte, krachtige en aromatische Port Ellen, zoeter dan recentere vintages. 91/100

Port Ellen 1982/2006, Connoisseurs Choice

Vandaag nog maar eens een Port Ellen, nu een 1982 gebotteld in 2006 door Gordon & MacPhail in z’n Connoisseurs Choice reeks.

 

Port Ellen 1982/2006, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Lichte en zachte neus op schuwe tonen van zilt, wit fruit (appels, peer), citrus en turf. Misschien wat jodium en zeewier in de verte, maar dat is maar omdat ik er op lette. Licht en delicaat, maar dat delicate is hier geen pluspunt. De smaak is wat steviger en moet het hebben van grosso modo dezelfde associaties als op de neus: lichte turf, zilt, zeewier, (rode) appels, aangevuld met wat peper. De (turf)rook groeit naar het einde en in de eerder korte afdronk, waar het vergezeld wordt van het zilt. Helemaal niets verkeerds mee, maar deze whisky mist de nodige punch en expressie om hoger te scoren. Vrij uitzonderlijke score voor een PE… 84/100

Laphroaig 10y 1980’s

Laphroaig heeft zeven distilleerketels, wat vrij ongewoon is. Meestal heeft een distilleerderij een even aantal stills, evenveel wash stills als spirit stills, Laphroaig heeft echter een extra spirit still. Een groot deel van de productie gaat naar blends, waaronder Islay Mist, één van de grootste successen van Laphroaig.
Vandaag proef ik de standaard Laphroaig 10y, maar dan wel deze van 25, 30 jaar geleden, een botteling van midden jaren tachtig.


 
Laphroaig 10y, 40%, OB 1980’s
Best wat fruit op de neus, zelf licht tropisch: mango, meloen en ananas naast roze pompelmoes en nectarines. Zachte turf en veel zoete tonen: honing, karamel, verse slagroom. Mokka ook, net als enkele ‘oude’ associaties zoals oude boeken en oude kleerkast. De smaak ligt in het verlengde hiervan: mooie fruitigheid (vooral op citrus nu) en zachte, zoete turf. Koude koffie, geroosterd brood en nootmuskaat vullen aan. Wordt wat grassig ook. Lange afdronk op rook en fruit, en wat zilt als extraatje. Erg fruitige Laphroaig, de tijd heeft de turfrook wat naar de achtergrond gedrukt ten voordele van het fruit, waar we alleen maar blij om kunnen zijn. 90/100

Port Ellen 28y 1983, Silver Seal & Whiskybase

En we blijven nog even hangen bij Port Ellen, meer bepaald bij een 1983, gebotteld door Silver Seal, samen met de jongens van Whiskybase. Een joint bottling noemen ze dat. Naar het schijnt zijn er daarenboven een aantal flessen naar The Auld Alliance bar in Signapore gegaan.

 

Port Ellen 28y 1983/2011, 55.5%, Silver Seal, joint bottling with Whiskybase.com, cask S1462, 60 bottles
Ha, dit is toch een ander profiel en net iets meer spek naar mijn bek. Iets scherper, iets minder ‘afgeborsteld’. Rubber, maar dan de betere soort, zeker geen nieuwe fiestbanden of zo. Houtskool, zachte zoete turf en een klein beetje teer. Zonnebloemolie. Geboend leder. Ook best wat zoets: vanille en geflambeerde bananen. Roze pompelmoes? Misschien. Daarachter gaan in ieder geval nog noten en wat zilt schuil. Perfecte balans op de smaak tussen de turf, het zilt en het zoets (vanille en citroensnoepjes). Hier aangevuld met wat kruiden. Het geheel blijft wel prachtig scherp, daar zorgt het zilt en de teer voor. Opnieuw wat noten, en hoe langer hoe meer gerookte vis. Heilbot enzo. O ja, dat zilt wordt groots. Lange, zilte en zoete afdronk. Geef mij dan toch maar deze van Silver Seal en Whiskybase, ondanks het feit dat je er iets meer voor betaalt. 92/100

Port Ellen 30y 1982, Malts of Scotland

Port Ellen time! Ja, weeral, ik weet het. Malts of Schotland moest ook maar geen Port Ellen in z’n laatste batch steken… Deze 1982 is met z’ dertig jaar één van de oudste Port Ellens die ik al proefde.

 

Port Ellen 30y 1982/2012, 58.6%, Malts of Scotland, sherry hogshead, MoS12017, 298 bottles
Ronde, complexe en elegante neus. Gezien de leeftijd logischerwijze maar matige turf en dito zilt. Wel veel zoets zoals nougat, praliné en mokka-ijs. Kampvuur en lichte turf. Daarna evolueert het richting fruit, gedroogd en vooral gestoofd fruit. Gele rozijnen, pruimencompot en warme rabarbermoes. In de verte toch ook wat zilt, naast zoethout en (gekonfijte) gember. Zeer mooi. Ook de smaak is complex en elegant. Erg romig. Boterig. Opnieuw vallen gezoete mokka, praliné en en nougat op, samen met het gedroogd en gestoofd fruit. Hier gaat dat vergezeld van vlees, zowel geroosterd (barbecuetoestanden) als gerookt (Zware Woudham). Licht zilt dus opnieuw. En die gekonfijte gember van in de geur laat ook hier van zich horen. Lange afdronk, wat zoet maar nu vooral veel zilter dan op neus of smaak. Mooi om te zien hoe goed PE rijpt, deze heeft niets scherps of hoekigs meer. Misschien maakt dit deze whisky ook een beetje tè af en net niet boeiend genoeg om zoals de meeste andere Port Ellens nog wat hoger te scoren. 90/100

Bowmore 10y 2002, The Whiskyman for Dramalot

Dramalot is een jonge whiskyclub uit Denderleeuw. Met een geweldige naam, vind ik zo. Ondanks het feit dat ze nog niet zo lang bestaan, hebben ze dus al wel een eigen botteling op de markt gebracht, een Bowmore 2002 geselecteerd door – daar hebben we hem weer – The Whiskyman.


 
Bowmore 10y 2002/2012, 52%, The Whiskyman for Dramalot, 60 bottles
Zachte neus zonder de verwachte dominante rook. Die (turf)took is er wel, maar wordt overvleugeld door fruit. Nice! En erg gevarieerd fruit, ik heb vooral perzik en wat abrikoos, maar ook ananas in blik en lychees op siroop, en tenslotte ook een beetje witte pompelmoes. Daarna volgen allerlei tuinkruiden, boter, lentebloesems, zachte eik en een beetje vanille. En daarenboven ook nog een mooie mineraliteit doorheen dit alles. Bijzonder aangename en boeiende neus vind ik dat. Net als de smaak trouwens. Eén van de meest drinkbare jonge Bowmores die ik al kon proeven. Romig en complex, en opnieuw gaat het fruit met de aandacht lopen: perzik, lychee, pompelmoes. Kandijsuiker, zachte turfrook, eik, zoethout en peper vullen aan. Naar het einde opnieuw tuinkruiden. Munt valt op. De afdronk is niet erg lang maar wel lekker op gesuikerde citrus en kruiden. Complexe (zeker gezien z’n leeftijd) en geweldig gebalanceerde whisky. Uitzonderlijk vatje. 90/100

Caol Ila 10y 2000, Archives

Vandaag een jonge Caol Ila uit de Inaugural Release van Archives. Spoedig volgen nog enkele bottelingen uit de jongste, de tweede, release. Deze Caol Ila 2000 staat te koop in de shop van Whiskybase aan 60 euro.

 

Caol Ila 10y 2000/2011, 59.1%, Archives, bourbon barrel #3309899, 220 bottles
Zachte, ronde neus op turfrook, aarde, spek, natte stenen en zilt. Niet geweldig veel fruit, wel wat citroen en limoen. Ha, maar wacht eens, na enige tijd slaat dat fruit om in bosvruchten. Zwarte bessen vooral, cassis. Aangenaam, een stuk minder scherp verwacht. De smaak is dan weer toegankelijker dan ik dacht. Assig, ja, maar ook zoet en fruitig. De cassis is er nu meteen. Kandijsuiker. Zilt opnieuw, en ook lichte citrus tonen. Zoethout noteer ik nog, net als nootmuskaat. Licht bitter wel. Lange, assige afdronk met ook hier voldoende zoets, zilt en een beetje (citrus)fruit. Stevige maar vlot drinkbare Caol Ila. 85/100

Caol Ila 33y 1979, Malts of Scotland

De start hebben we met de Bladnoch niet gemist. Lekker was dat. Maar we schakelen nu een versnellinkje hoger, en wel met een Caol Ila 1979. Ouder, duurder (195 euro) maar vooral nóg een stuk lekkerder.

 

Caol Ila 33y 1979/2012, 52.3%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS12022, 280 bottles
Yeeha, old style Caol Ila! Zoete en olieachtige turf, I just love it. Lijnzaadolie met vanillestokjes. Natuurlijk ontbreekt ook het ‘coastal’ karakter niet: zilt, zeewier, schelpen en oesters. Andere frisse tonen ook: munt, eucalyptus en limoen. Gele appels. Oud leder, licht waxy. Wat mineralen ook, natte stenen. En niet te vergeten het geweldige natte hooi. Ik moet dringend beginnen boeren. De smaak moet niet veel onder doen. Hij start op zoete en fruitige turf: vanille, gele appels, pompelmoes en medicinale turf. Daarna zilt en kruiden: zoethout (big time), groene thee en kaneel. Noten. Opnieuw (oud) leder, en een beetje teer. Olieachtig mondgevoel. Lange, complexe en perfect gebalanceerde afdronk: zachte turf, zilt en citroen. Complexe, elegante oude Islay-whisky. 91/100

Bruichladdich 18y 1992 Brunello finish

Een finish? Nee? Toch wel. Het hoeft niet te verbazen dat we bij Bruichladdich uitkomen, en wel bij hun ‘Micro Provenance’ serie ofte ‘Cask Evolution Exploration’. Juist, een ander woord is ‘finish’.

 

Bruichladdich 18y 1992/2010 Brunello finish, 51.2%, OB for Belgium ‘Micro Provenance series’, bourbon cask #004, 288 bottles
Zoete neus op suikerspin en karamel, gevolgd door schoensmeer, kaarsvet en boter. Wat fruit in de vorm van sinaas en ook een beetje zeep. Dat laatste is hier niet op z’n plaats en stoort toch wel. Ook lichte metalige tonen. Matig. Ook de smaak is zoet en licht fruitig (opnieuw sinaas, maar ook wat perzik). Kruiden zoals nootmuskaat en kruidnagel vullen aan. Ik schrijf ook nog eik en noten op, het geheel wordt hierdoor vrij bitter. Ook hier dien ik het woord matig te gebruiken, op z’n best. Middellange en toch voral droge afdronk. Absoluut geen geslaagd huwelijk als je ‘t mij vraagt. 74/100

Laphroaig 13y 1998, Kintra Single Cask Collection

Laphroaig heeft niet het prefix ‘Royal’ voor z’n naam staan, maar zoals geweten, is Prins Charles een grote fan van de distilleerderij, welke hij in het verleden al eens bezocht. Het is dus misschien een kwestie van tijd voordat we kunnen spreken van de Royal Laphroaig 1998. De 1998 die ik vandaag proef, is een botteling van Kintra en is te koop voor 70 euro.

 

Laphroaig 13y 1998/2011, 53.4%, Kintra Single Cask Collection, refill sherry butt #700047, 96 bottles
Volle, rijke Laffieneus waarbij enerzijds zee-elemeten zoals zilt en zeewier en anderzijds zachte zoete turf opvallen. Daaronder priemt de geur van een koeienstal en nat hooi (farmy as they say) en gestoofd fruit (warme confituur van alllerlei rode vruchten). Verder denk ik aan leder en heb ik ook lichte medicinale toetsen. Mooi! Stevig en prikkelend mondgevoel op de zoete turf en het zilt van de neus, aangevuld met de schil van appelsien, aarde en kruiden (zoethout, gember en nootmuskaat). Lange afdronk op turfrook, zilt en sinaas. Het is misschien weeral een jonge Laphroaig, maar dit is voor mij toch één van de betere, knap gebalanceerde whisky met de sherry die voor extra diepte zorgt maar nooit overheerst. Knappe vatselectie van de mensen van Kintra. 89/100

Bruichladdich ‘Sherry Classic’

Morgen vertrek ik richting Schotland, voor een weekje Highlands en Orkney (maar heb voor de komende dagen enkele posts ingepland), vandaag proef ik nog een standaard Bruichladdich: de ‘Sherry Classic’. Anders dan de naam doet vermoeden, is dit geen whisky gerijpt op sherryvaten, maar op bourbonvaten, weliswaar gefinished op sherryvaten. Of ‘extra matured’ of ‘enhanced’, hoe je het ook wil noemen. De vaten komen van hun vaste leverancier, Bodega Fernando de Castilla.

 

Bruichladdich ‘Sherry Classic’, 46%, OB +/- 2011, Fernando de Castilla Finish
Op de neus is de sherry alvast erg discreet aanwezig. Wat zoete sherrytonen wel, zoals karamel, sinaas en gedroogde vijgen en dadels. Daarnaast denk ik aan perzik en (verse) abrikoos, peer, gezouten boter, zilt, amandelen, granen en melkchocolade. Alles licht en speels. Jong. De smaak is zacht en romig, met zoet, granig en fruitig (niet exhuberant echter) als hoofdtonen. Een beetje peper ook, net als lichte rook. Middellange, prikkelende afdronk, licht bitter. Prikkelende, speelse, jonge whisky, maar absoluut niet slecht. 80/100

Caol Ila 18y 1993, A. Dewar Rattray

Lekkere Caol Ila kan je zo goed als blind kopen. Caol Ila is maar zelden slecht of matig. Daarenboven blijft het aanbod aan bottelingen groot. Maar Caol Ila van begin jaren negentig op sherryvat, dat is volgens mij wel vrij uitzonderlijk. Ik proef een 1993 die rijpte op een sherry butt en die enkele maanden geleden door A. Dewar Rattray werd gebotteld.

 

Caol Ila 18y 1993/2011, 56.7%, A. Dewar Rattray, sherry butt #11145, 584 bottles
Frisse, mineralige en zoete neus. Dat frisse en mineralige uit zich in natte stenen, natte aarde en dennennaalden. Het zoete in karamel en sinaas. De schil van sinaas. Kaarsvet nog, net als motorolie. En onder dat alles turf natuurlijk. Zoete turf. Het coastal karakter zit goed verstopt, er is maar een klein beetje zilt waar te nemen. Droog mondgevoel met de zeste (sinaas) die samen met de turf en eik de toon zetten. Hier wel meer zilt dan op de neus. De sherry voert nog karamel en koffie aan. Naar het einde toe doemen ook kruiden op en krijgt de karamel een verbrand smaakje. Lange, droge afdronk. Water toevoegen? Niet doen! Nee, echt niet, zonder water had ik hoegenaamd geen sulfer, met water zowel op de neus als op de smaak. Weliswaar maar een beetje, maar zelfs een beetje is al snel te veel. Moeilijk om te scoren. Ik startte aan 87 maar heb er tot driemaal toe een punt afgetrokken, helemaal bekoren kon hij me uiteindelijk toch niet. 84/100

Bunnahabhain 38y 1972, Silver Seal

En we blijven ook vandaag bij Bunnahabhain plakken, met een 1972 van Silver Seal. Nog wat ouder dan de voorgaande, maar ook een prijsklasse hoger (reken op 220 euro). Binnenkort trouwens nog wat meer recent werk van Silver Seal (geweldige labels toch?).

 

Bunnahabhain 38y 1972/2011, 46%, Silver Seal, Sestante Collection
Prachtige eik, dat is het eerste dat opvalt in deze neus. Pas geboende parket. Nadien volgt een mand rijp fruit, ik denk aan kruisbessen, sinaas, ananas, papaya, vers appelsap… Wat aarde en mos ook. Dat alles op een zoete onderlaag van smeuïge honing. En zelfs een heel klein beetje rook. Zalig om ruiken. Ook de smaak kan ik als zalig omschrijven, perfecte balans tussen zoete en drogere tonen. Voor het zoets zorgt het fruit (sinaas, ananas, maar ook dadels en vijgen) en de honing, voor het drogere zorgen dan weer kruiden (kamille, nootmuskaat, zoethout en peper vallen me op) en sappige eik. Lange afdronk waarbij de eik meer en meer op de voorgrond treedt, met de honing op de tweede plaats. Een sublieme neus en een erg lekkere smaak. 91/100

Bunnahabhain 31y 1980, Whisky-Doris

En nu we toch bezig zijn, blijven we nog even bij Bunnahabhain. Eén van de recentere Whisky-Doris bottelingen is een Bunna 1980, eind vorig jaar gebotteld. Te koop voor 110 euro.

 

Bunnahabhain 31y 1980/2011, 46.3%, Whisky-Doris, bourbon hogshead #13, 177 bottles
Zoete, waxy neus op tonen van honing, vanille, ananas, gele appels en sappige perziken. Meubelwas. Dat gaat dan over in zachte florale toetsen: gras en bloemen. Een klein beetje zilt op de achtergrond en zo goed als geen hout. Kruiden dan? Misschien wat gember. Ah, boter ook. Zeer elegant allemaal. Rond en romig op de tong, en erg grassig. Dat (gedroogd) gras laat zich vervoegen door granen, pils, noten, munt, zilt en pas daarna fruit (appels, de schil van appelsienen, perzik). Meer eik en ook wat meer kruiden dan op de neus. Opvallende gember opnieuw, maar ook zoethout en nootmuskaat. Het geheel blijft daarenboven ook een zoete ondertoon hebben: vanille en honing. De pils groeit, spijtig. Middellange afdronk, zoet en kruidig. Puur op de neus was het negentig geweest, de bier-associaties op de smaak doen ‘m een punt of twee verliezen. 88/100

Bunnahabhain 20y 1990, Master of Malt

Tijd voor een stevige portie sherry in de vorm van een Bunnahabhain 1990, meer bepaald december 1990, november vorig jaar gebottled door de jongens van Master of Malt. Volgens hen een profiel dat nauw aanleunt bij dat van sommige ‘good old’ Japanse whisky’s op sherryvat. ‘Oei’ is dan mijn eerste reactie.

 

Bunnahabhain 20y 1990/2011, 54.1%, Master of malt, sherry butt
Stevige, zware sherryneus op enkele usual suspects zoals noten, donkere chocolade, zoute karamel, gedroogde pruimen, dito abrikozen en balsamico. Maar ook een heel klein beetje rook en… lucifers. Maar die lucifers had ik enkel in het begin, ze verdwenen als sneeuw voor de zon. En dat is maar goed ook. Wat wel meer naar voor kwam, was oxo. Het mondgevoel is al even stevig als de neus. De gedroogde vruchten, de noten, het licht vegetale, de eik, de rook (van het hout), het zit ook hier. Dat alles wordt aangevuld met kersen, koffie, zilt en heel wat kruiden zoals kruidnagel, kaneel en anijs. Best complex dus, maar nogal drogend naar het einde. Lange, droge, kruidige afdronk met nog wat pruimencompot en karamel. Een sherrymonster, complex maar wat te droog en te bitter om hoger te scoren. 83/100

Port Ellen 1st release

De eerste van de jaarlijkse releases van Port Ellen is een whisky die op tien jaar tijd meer dan vertienvoudigd is in waarde. Indien je deze whisky nu op de kop wil tikken op één of andere veiling, mag je 1200 tot 1500 euro neertellen. En dat louter en alleen omdat het de eerste release is, het is – zoals blijkt – zeker niet de beste.


 

Port Ellen 22y 1979/2001, 56.2%, OB, 1st annual release, 6000 bottles
Hola, krachtig drankje. Veel teer, asfalt, rubber en rook om mee te beginnen, elementen die samen met de alcohol voor de nodige scherpe zorgen, het snijdt echt doorheen de neus. Aarde en mos ook en pas na wat ademen ook zachtere tonen zoals vanille en appel. Maar dan de groene, eerder zure variant. Pfiew, toch een ander profiel dan recentere en dus oudere Port Ellen. Water toevoegen brengt peper en zout naar voor. Ook de smaak is punchy, en prikkelend, de whisky danst op je tong (sommige vlijen zich zijdezacht op je tong, dit is hier dus het tegenovergestelde). De rook, de rubber en de teer zijn ook hier prominent aanwezig, net als het wit fruit. Citroen heb ik nu ook. Veel gember en peper, uitdrogend naar het einde. Scherp als een mes. De afdronk is dat ook, op citroen, rook, zilt, teer en peper. Let op, dit is erg lekkere whisky, maar bij de latere releases zitten er heel wat betere tussen, het mag voor mij allemaal wat ronder. Port Ellen blijkt trouwens een whisky te zijn die erg goed rijpt, er wachten ons ongetwijfeld nog pareltjes. Met een stevig prijskaartje spijtig genoeg. 88/100

Cask Islay

Vandaag een vatted malt van A. Dewar Rattray, de Cask Islay, vatting 1. Cask Islay is een nieuw label van deze bottelaar en ofschoon deze eerste batch een vatted of blended malt is, bevat de botteling toch vooral whisky van één distilleerderij.

 

Cask Islay ‘Vatting no 1’, 46%, A. Dewar Rattray 2011, blended malt
Zeer bleek van kleur, wat doet vermoeden dat het jonge whisky is. Het feit dat geen leeftijd wordt vermeld, ondersteunt deze these alleen maar. Hij ruikt trouwens ook erg jong. Prikkelende, medicinale turfrook en teer, gevolgd door nat hooi en mest. Maar niet zoet zoals meestal als het woord ‘farmy’ opduikt, nogal scherp hier. Hoe langer hoe meer duidelijke tonen van gerookte heilbot (big time), besprenkeld met citroen. Iets van geroosterde noten op de achtergrond. Nogal springerig allemaal, verschillende associaties die om de beurt om de aandacht roepen. Frisse smaak op rook (beetje assig) en citroen, granen, honing, gezouten boter, teer, zeewier en opnieuw vis. Opmerkelijk die vis. De afdronk dooft snel uit, rook en gerookte vis blijven hangen. Bwa, al bij al is dit best genietbaar hoor, alhoewel ik dit geen ‘ronde’ whisky kan noemen, daarvoor is extra rijping nodig, zowel op de neus als op de smaak gaat ie nogal ongecontroleerd eerst de éne en dan de andere richting uit. En welke distilleerderij drukt z’n stempel op deze whisky? Mmm, altijd gevaarlijk dat gokken. Maar ben toch geneigd richting Laphroaig te gaan. 80/100

Bruichladdich Peat

Over het algemeen is Bruichladdich niet geturfd, maar regelmatig worden er ook geturfde batchen gebotteld. De range moet immers zo breed mogelijk zijn, nietwaar? We kennen de Infinity en de 3D, vandaag maak ik kennis met de ‘Peat’. Een naam die niet veel verhult voor een keer. Het p.p.m.-gehalte aan fenolen is 35.

 

Bruichladdich ‘Peat’, 46%, OB +/-2011
De neus start eh… peaty. Olieachtige turf zou ik het noemen. Zachte turf en zonnebloemolie met daarachter granen, vanille en vegetale toetsen. Oxo en gekookte groenten. Aarde ook wel. Niet slecht, zeker niet, maar een beetje bizar eerlijk gezegd. Op de smaak heb ik die vegetale toetsen niet meer, wel turf, olie, granen, vanille, gele appels, abrikoos en zilt. Gerookte heilbot. Romig maar wat ‘dun’ mondgevoel. Mist ‘body’. Ook in de afdronk, die is verdacht kort (op lichte turf en kruiden en misschien een klein beetje zilt) voor medium geturfde whisky. Foutloze Bruichladdich die me op alle vlakken een beetje te licht uitvalt. 77/100

Bunnahabhain 12y, old bottling

95% van de productie van Bunnahabhain gaat naar blends, waarvan Black Bottle en Famous Grouse de bekendste zijn. Vandaag echter een single malt, de standaard 12, maar dan een oude botteling (van ergens rond 1980).

 

Bunnahabhain 12y, 43%, OB +/- 1980, 75cl
Subtiele neus op tonen van boter, honing, granen, praliné en bijenwas. Delicaat allemaal, maar zeer aangenaam om ruiken. En best complex, want nu komen er metalige tonen bij (misschien licht Old Bottle Effect), zilt en vooral fruit. Ik denk daarbij onder andere aan perzik, ananas en aardbeien. Nice! Zachte fruitige smaak. Een hele waaier aan fruit eigenlijk: ananas, kokos, banaan, perzik, appel. Zoete tonen ook zoals daar zijn: nougat en marsepein, met daaronder was en een klein beetje turf. Niet geweldig complex, minder dan de neus in ieder geval, maar zeer genietbaar. Eerder korte afdronk op honing en fruit. Moeilijk te vergelijken met recentere batchen, was de spirit gewoon anders of speelt hier toch enige rijping op de fles mee? 87/100

Bowmore 21y 1973

Oude Bowmore, why not. Vandaag een officiële 1973, een vatting van twee sherryvaten, gebotteld in 1994.

 

Bowmore 21y 1973, 43%, OB 1994, sherry casks 5173 & 5174
Lichte, wat onderdrukte neus. Eentje die tijd nodig heeft. Maar dan krijg je, jawel, tropisch fruit. Niet explosief, maar toch, het is er. Banaan, meloen en mango. En hoe langer hoe meer citroen. Samen met bijenwas, zilt, karamel en koffie-verkeerd. Zelfs een klein beetje farmy tonen. Zeer mooi allemaal, maar licht, zelfs wat vluchtig bij wijlen. Geen, of zo goed als geen turf trouwens. Iets wat ik op de smaak wel heb. Niet veel echter. Naast allerlei citrusfruit (minder tropisch hier, wel mandarijn en sinaas bv.), zilt, eik en kruiden. Maar ook hier ontbreekt wat ‘body’. Hij blijft wel lang hangen, vooral op zilte aroma’s, maar er is ook nog wat citrusfruit. Als ik m’n review overloop, lees ik allemaal geweldige aroma’s en denk ik aan een score van 92 of meer. Maar daarvoor is hij niet expressief genoeg, het is te veel werken, te veel zoeken. Maar bon, het is en blijft een zeer lekkere Bowmore. 90/100