Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Islay’

Bunnahabhain 18y 1991, A.D. Rattray

Gelegen aan de noordoostkust van Islay biedt de distilleerderij een prachtig uitzicht over zowel de Sound of Islay, de smalle strook water tussen de eilanden Islay en Jura, als over de Paps of Jura, de twee majestueuze tie… euh bergen op Jura.

 
Bunnahabhain 18y 1991/2010, 53.7%, Dewar Rattray, first fill sherry #5448, 647 bottles
Zoete, stroperige neus. Kandijsiroop, perensiroop, smeuïge karamel, dat soort zaken. Toast, lichtjes verbrande toast. Geroorsterde en gesuikerde noten, honing, sigarenkistje, wood smoke, brandende kaarsen, kamperfoelie, een licht geparfumeerde toets, zoethout. Hij is zelfs wat stoffig, niet erg maar toch. Met water komt er sinaas en een beetje tropisch fruit door. De smaak is dik, je kan er bijna op kauwen, en zoet. Nougat, praliné, zoethout, gezoute nootjes, hout, kruiden. Gaat van zoet meer en meer naar droog. Hars. Ja, droogt nogal uit. Spijtig (hier toch). Met water komt er fruit bovendrijven en meer karamel. Middellange finish op donkere chocolade, zoethout en zilt. Lekkere Bunna. 84/100

De nieuwe Bowmore 12y

Terug met de beide voeten op de grond. En de nieuwe Bowmore 12y in de hand.

 

Bowmore 12y, 40%, OB 2010
Lichte neus op turf (maar in beperkte mate), zilt, een blik sardines (geopend weliswaar), sinaas, banaan en meloen, nat hout, honing, fudge… aangenaam. De smaak is wat dunnetjes (40%) en licht olieachtig. Je treft er de zachte turf en zilt van de neus aan. Daarnaast heb ik vanille, sinaas, eik, melkchocolade. Subtiel kruidigheid. Smooth. Lichte, middellange, licht bittere afdronk op kruiden en rook. Wordt zoeter naar het einde. Niet slecht en een stevige verbetering t.o.v. van vroegere batchen me dunkt. 83/100

Laphroaig ‘Lp1’, Elements of Islay

Ik zie dat ik nog geen enkele Elements of Islay heb besproken, tijd om daar verandering in te brengen. Dit weekend kreeg ik immers een sample met op het etiket ‘Lp1’ in het oog, dit is de eerste Laphroaig in deze reeks van Speciality Drink Ltd., de firma van Sukhinder Singh achter o.a. The Whisky Exchange.

 

Laphroaig ‘Lp1’, 58.8%, Elements of Islay, Speciality Drinks 2008, 50cl
Rokerige neus op houtvuur, woodsmoke en assen, gevolgd door kruiden (kaneel is het eerste waar ik aan denk), gedroogd gras, heide, citroen en zure appels. Op de tong krijg je eerst turf en kandij, dan zilt, kruiden (peper) en medicinale tonen, eindigend in rook en assen. Echt een turfbom. Afdronk: erg lang op turf, rook, assen en toch ook nog wat kruiden. Ah ja, water. Water maakt vooral dat de kruiden meer op de voorgrond treden, de rest van het profiel blijft grotendeels gelijk. Een erg stevige Laphroaig (‘big’), maar enkel voor hevige peat lovers. Voor mij mocht ie iets gebalanceerder zijn, zoals de ‘Clubs’ voor The Bonding Dram bv.. 85/100

Bunnahabhain 1992, Malts of Scotland

De voorlaatste Malts of Scotland is een Bunnahabhain gedistilleerd op 25 mei 1992 en in april dit jaar gebotteld. Het vat met nummer 1419 is een sherryvat.

 
Bunnahabhain 17y 1992/2010, 54.4%, MoS, cask 1419, 603 bottles
Ah, dit is lekkere sherry zie, heel wat anders dan die Ballindalloch. Bitterzoete neus met associaties van geroosterde en gesuikerde amandelen, kandijsuiker, lichte zilt, sinaas, schoensmeer, gedroogde vijgen, Campari, gember, espresso, enzovoort enzoverder. Een aangename stoffigheid. Oude boeken, sigaren, rook van het hout. Lekker! Op de tong is hij olieachtig en romig, met ook hier bitterzoet als kernwoord. Fruit (bessen vooral), kandij, praliné, noten, tamme kastanjes, zoethout, wat munt, evolueert richting hars. Middellange, droge afdronk met zoethout en honing. Bitter en zoet dus. En wat meer is, mevrouw Onversneden vindt dit lekker… Dit is de eerste keer dat ze een whisky die ik haar voorschotel lekker vindt. Zowaar een mijlpaal. Of een bedreiging. 86/100

Malts of Scotland duo: Bowmore & Ballindalloch 2000

Het volgende koppel Malts of Scotland dat ik proef is de Bowmore 2000 en de Ballindalloch 2000. Deze laatste is een Glenfarclas ‘in disguise’. Nu, buiten het feit dat beide whisky’s gedistilleerd werden in het jaar 2000 hebben ze bijzonder weinig gemeen. Van een ‘head to head’ is dan ook geen sprake, gewoon twee whisky’s op een rijtje.

 
Bowmore 9y 2000/2010, 58.7%, MoS, cask 800266, 219 bottles
Dit is een bourbonvat, en een zusje van vat 800267 dat enige tijd geleden door de Malts of Scotland werd gebotteld. De neus geeft lichte turf en dito zilt. Houtskool ook, oesters, een beetje iodium, wat sinaas en citroen, vanille en een licht mineralige toets. Vleessaus? Alles redelijk gedempt, er springt niets uit. Wat water toevoegen wijzigt het profiel niet echt. De smaak is stevig en mondvullend. Zilt (veel zilt), turf, assen, een lichte zurigheid (limoen?) en wat kruiden. Water maakt ‘m toegankelijker en geeft de rook wat meer vrij spel. Niet al te lange, zilte afdronk. Het geheel is vrij simpel, deze whisky mist een beetje persoonlijkheid. Verre van slecht hoor, maar ook niet om over naar huis te schrijven. 83/100
 
Ballindalloch 9y 2000/2010, 59.2%, MoS, cask 5408, 622 bottles
Dit is een sherryvat. De kleur, de geur, de smaak, het schreeuwt allemaal “sherry”. Spijtig genoeg schreeuwt het ook andere dingen. De neus start nochtans niet slecht. Zoet op gestoofd fruit, geconfijt fruit, van die gesuikerde halve schijfjes sinaas, leder, miso, sojasaus, oxo. Het zoete slaat dus wat om richting zout, maar hij slaat te ver om, richting heel wat minder aangename associaties. Maagzout, rotte eieren zelfs. Ondanks het alcoholpercentage is hij perfect drinkbaar. ’t Is te zeggen, mocht hij lekker zijn. Start ook hier zoet maar wordt snel bitter-droog. Okkernoten, druivenpitten, verbrande karamel, sherry met een serieus sulferkantje. De afdronk is redelijk lang, maar dat is ook z’n enige kwaliteit. De Bowmore miste wat persoonlijkheid, deze z’n persoonlijkheid staat me niet aan. 66/100

Laphroaig 1996, Malts of Scotland ‘Clubs’

The Bonding Dram viert z’n derde verjaardag met een eigen botteling, een Laphroaig 1996 van de Malts of Scotland in de ‘Clubs’ reeks. De eerste ‘Clubs’ was de Bowmore 1995 voor de Maltisten uit Wesfalen, deze Laphroaig is de derde. Wat was dan de tweede Clubs vraagt u zich af? Wel, daarover later meer.

 

Laphroaig 13y 1996/2010, 57.3%, MoS ‘Clubs’ for The Bonding Dram, cask 7313, 102 bottles
Vat 7313 was – en is dat eigenlijk nog steeds – een bourbonvat. De neus start zoet. Zoete jonge turf, helemaal niet droog of assig, dat is meteen al een stevige plus. Vanille, fudge (oké, vanille fudge), appelsap/compote. Hij is daarnaast redelijk medicinaal (mercurochroom ofte ‘rood’, terpentijn) en er priemt ook zilt, zeewier en ‘meaty’ tonen doorheen. Een hammetje aan het spit. Wat nog? Wel, er is ook citroen te ontwaren en zure room. Ja, een aangename lichte zurigheid. Clean, geconcentreerd en vooral meer dan lekker deze neus. Water maakt ‘m misschien toegankelijker maar wijzigt het profiel niet echt. Nat stro en dito hooi, dat is wel een extraatje, en – niet onlogisch – iets meer rook. Op de tong olieachtig en erg stevig – mondvullend – zoals het alcoholpercentage al kon doen vermoeden. Zoet, ziltig en rokerig zijn ook hier de dominante smaken, met wel een beetje assen maar niet genoeg om te gaan storen. Citroen, zoethout, peper (de alcohol), amandelen en okkernoten (licht bitter) maken het plaatje af. Minder complex en meer recht voor de raap dan de geur. Lange, medicinale afdronk op rook, teer, citroen, peper en zout. Deze jonge stevige Laphroaig is niet over-complex maar wel zéér lekker en mooi gebalanceerd. Knappe selectie Jeroen! 88/100

Ardbeg Corryvreckan

De Corryvreckan die ik vandaag bespreek, is de standaard versie en dus niet de Committee botteling, die heb ik nog niet geopend. Van Serge V. krijg de Committee versie trouwens twee punten meer dan de standaard release (92 i.p.v. 90).
De naam Corryvreckan verwijst naar een beruchte draaikolk in de zee ten noorden van het eiland Islay. De whisky in deze botteling rijpte op Franse eiken vaten.

 
Ardbeg ‘Corryvreckan’, 57.1%, OB 2009
Krachtige neus op intense zoete turf (maar geen Supernova rokerigheid), sinaas, mandarijn, limoen (citrus dus), braambessen, pruimen, zeewier, oesters, zachte anijs en iets geroosterd. Vrij complex, mooi gebalanceerd en vooral erg lekker die neus. Drinken nu. Mondvullend, stevig en romig. Het eerste dat opvalt is de aangename mengeling van turf en kruiden. Peper en eucalyptus. Hoestbonbons. Dan komt de citrus opzetten, vergezeld van wat zoete tonen. Kandij. Melkchocolade. Een beetje zilt en kaneel op het eind en verder in de afdronk. Die afdronk is lang en geeft naast de zilt en de kaneel ook nog siroop en turf. Lekkere Ardbeg, beter dan de Rollercoaster, minder dan de Airigh Nam Beist (2006). 88/100

Laphroaig Quarter Cask

De Quarter Cask van Laphroaig is een vatting van whisky van verschillende – relatief jonge – leeftijden die na hun klassieke rijping ‘afgewerkt’ wordt in kleinere vaten (quarter casks), vooral met de bedoeling het rijpingsproces te versnellen. Kleinere vaten = meer contact met het hout = snellere rijping. Maar ook de stijl van de whisky zou logischerwijze wat moeten verschillen van de volledig klassiek gerijpte Laphroaig. Effe uitzoeken of dat effectief ook zo is.

 
Laphroaig Quarter Cask, 48%, OB 2009
De neus is aangenaam op vooral rook en zilt. Minder hout dan verwacht. En meer zoets. Vanille, cake, banaan. Net als wat medicinale tonen. Jodium. Zeelucht. Turf. Met water komt er een aangename kruidigheid bij. Linde. Minder rook en turf op de smaak, hier zijn het eerder kruiden die de dienst uitmaken. Kruidnagel en kaneel. Dat zal dan wel de invloed van quarter casks zijn zeker? Pas op, de turf is aanwezig, maar minder prominent dan in de neus. Er is tevens vanille, sinaas en zilt te ontwaren. Lange, zoet-rokerige afdronk, met een licht bittere touch. Lekkere Laphroaig, zeker beter dan de standaard 10y. 86/100

The Càrn Mòr Cask

Onlangs kreeg ik een fles kado, ééntje uit The Càrn Mòr Cask serie. The Càrn Mòr Cask is een label waaronder The Scottisch Liqueur Centre eigen whisky’s bottelt, zowel blends als single malts. Hun exclusievere bottelingen worden op de markt gebracht onder het Celebration of the Cask label.
Deze Islay 12 years old is een single malt gedistilleerd op Caol Ila. Waarvoor dank Danny!


The Càrn Mòr Cask ‘Islay 12y’, 46%, The Scottish Liqueur Centre, 2009
Mooie cleane turf op de neus, weinig medicinale elementen. Een beetje zilt wel, net als boter, citroenen en oesters. Oesters met een citroen er over uitgeperst, yep that’s it. Dit alles maakt plaats voor aarde. En mineralen. En de combinatie: mineralige aarde, de geur na een zomerse regenbui. Noten heb ik ook nog, amandel, net als leder, tabak en potloodslijpsel. Sherry? Witte wijn die nog enkele maanden verder rijpte op eiken vaten. Behoorlijk complex eigenlijk, en lekker! De cleane turf vermengd met zilt en citroen tref ik ook aan op de tong. Gerookte heilbot. Rijpe sinaas, noten, wat assen (maar nooit te veel) en een zoete kruidigheid vervolledigen het plaatje. Zoethout. Zoute drop. De afdronk is redelijk lang en ziltig met de turf die zich niet weg laat dringen. Caol Ila stelt zelden teleur, ook hier niet. 87/100

Bunnahabhain 18y

De nieuwe 18-jarige Bunnahabhain is een whisky die bij mij moest groeien. Een eerste maal proeven was “bwa, slecht is dit niet”, een tweede maal “mmm, toch wel een lekkere whisky” en een derde maal “ja, dit is echt wel goed verdorie”.

 

Bunnahabhain 18y ‘XVIII’, 43%, OB 2009
Neus: asperges! Peterselie. Vers geknipte peterselie. Asperges met versnipperde peterselie dus. Vorig weekend nog gegeten maar zelden in een whisky tegengekomen. Daarna geroosterde granen, gedroogde bloemen en banaan. Vooral bij de herkansingen komen de zeer lekkere sherrytonen naar voor (zal wel aan mij gelegen hebben). Karamel, kruiden, bosvruchten… complex. Genieten! Mondvullende zachte smaak op… jawel, peterselie. Maar ook nog heel wat meer. Ik denk aan granen, pompelmoes, een beetje hars, kruiden, honing en meer en meer fruit, gedroogd fruit vooral. Lange afdronk met zoet (honing) en kruidig (nootmuskaat en kaneel) als dominante smaken. Op basis van de neus zou ik ‘m 89 gescoord hebben, maar de smaak kan dit hoge niveau niet (helemaal) aanhouden. Blijft echter een dijk van een whisky, een conclusie waar ik dus pas na herproeven toe ben gekomen, moet ik toegeven. 87/100

Master of Malt

Master of Malt uit het graafschap Kent is één van de grootste online whiskyhandelaars. Bij z’n oprichting in 1985 kon men enkel bestellen per post, pas in 1990 werd een winkel geopend, om tien jaar later weer te sluiten. De online verkoop vanaf 1998 was immers zo succesvol dat men besloot zich enkel en alleen nog daar op te richten. Master of Malt is ook actief als bottlelaar en bottelt zowel blends, vatted malts, single malts als single casks. Vandaag proef ik een vatted malt, de Islay 12y.

 

Islay 12y ‘Distilled at Islay secret distilleries’, 40%, Master of Malt, 2009
Op de neus is de sinaas het eerste dat opvalt. Rijpe sinaas, op het randje van overrijp. Deze sinaas vermengt zich mooi met turf, vanille, banaan, kaneel en zoethout. Erg lekker die neus. De smaak is zacht en zoet. Ik heb appels, citrus, turf, amandelen en ook hier kaneel. Relatief lange afdronk (zeker gezien het alcoholpercentage) met lichte turf en wat zilt. Knappe vatting! 85/100

Octomore

Laat ons vandaag eens een blik turf opentrekken. Octomore was bij lancering in 2008 met z’n 131 p.p.m. (deeltjes fenolen per miljoen) de zwaarst geturfde whisky op de markt. Ondertussen zijn er nieuwe batchen uitgebracht met een nog hoger turfgehalte. Pas op, het gaat hier telkens om het p.p.m.-gehalte van de malt, niet dat van de spirit. Vandaag proef ik de eerste release, de ‘01.1’ (bedankt voor de sample Ruben). Knap flesdesign trouwens.

 
Octomore 5y ‘Edition 01.1’, 63.5%, OB 2008, Bruichladdich, 6000 bottles
De neus geeft om te beginnen en zoals te verwachten turf en vooral veel rook. Smeulend haardvuur, barbecue, asbak. Daarna krijg ik hints van petrolium, asfalt, zout en zeewier. Wat alcoholisch ook, maar dat is met z’n 63.5% niet abnormaal. Laat er ons wat water aan toevoegen. Mmm, de rokerigheid blijft, maar wordt olieachtiger. Gerookte vis, citrus en hooi heb ik nu ook. Zou hij onverdund te drinken zijn? Wel ja, de turf brandt op de tong maar laat toch al wat ruimte voor zilt en fruit. Gerookte heilbot en citroen zijn de zaken waar ik aan denk. Oh ja, duidelijke citroen. Kastanjes en okkernoten ook. Maar wat een turfbom seg! Daar drink je er niet meer dan één van op een avond (laat staan namiddag). Wat doet het water met de smaak? Het maakt het geheel vooral drinkbaarder. Ook nu blijft de rook en de turf domineren (eerder rook dan turf nu) maar er is toch wat plaats voor tabak (euh ja), noten, drop, meer zilt, zouthout en peper. De finish is erg lang op turf, teer en zilt. Wel, deze Octomore is complexer dan ik dacht en lekkerder dan ik vreesde. Benieuwd wat dit na 5 of 10 jaar extra rijping geeft. 86/100

Een sublieme (very) oldie

Ik heb al geruime tijd een sample staan van een heel oude Caol Ila, een antiek juweeltje dat ik eerder al eens proefde en waarvan ik dus per se een staaltje van moest hebben.

 
Caol Ila 12y, 43%, OB Bulloch Lade & Co, ‘Pure Malt’ white label, bottled +/- 1957 for Italy, Anidro 32.25
Aangezien Caol Ila z’n productie van 1942 tot 1945 om evidente redenen stillegde, zit hier waarschijnlijk whisky bij gedistilleerd rond het jaar 1940. Dit is een whisky waar ik behoorlijk sprakeloos van was en opnieuw ben. Het mooiste fruit en de mooiste turf in een perfect samenspel. Licht medicinaal. Dit is whisky zoals ie nooit ergens meer gemaakt wordt. Sorry voor de summiere beschrijving, maar heb geen zin om te ‘werken’, hier wil ik enkel van genieten. 94/100

Back to reality…

… en het is wennen verdorie. Wat een fijn reisje seg. Een weekje naar het mythische Islay, Campbeltown en het wondermooie Arran, een mens kan harder gekloot zijn. De Eyjafdinges dreigde nog roet in ons eten en whisky te gooien, maar dankzij de nodige creativiteit zijn we toch nog in het Beloofde Land geraakt. Veel onderweg geweest, veel bonen, worst en black pudding binnengeduwd, weinig geslapen, veel whisky gedronken, veel gelachen… en teruggekeerd met een zeer voldaan gevoel (en een duffe kop).
Enkele impressies: de ‘rent’ van m’n square foot of Islay als FOL geclaimd, verbroederd aan Kildalton cross, gegeten in Ardbeg distillery met als toetje hun nieuwe single cask in primeur, mondwaterende dagverse sint-jacobsvruchten en kreeft in Port Charlotte hotel, bezoekje aan Finlaggan – zetel van de Lords of the Isles, duiken in de malt op de turf-gestookte kiln van Bowmore, een alternatieve sauna-ervaring in hun oven, wat vaten sampelen in hun warehouse, een succulent diner in Bowmore warehouse no 4, Bunnahabhain Auld Acquaintance (de beste Bunna ever) bij Duffies, tasting in de Cadenhead shop in Campbeltown, bezoek aan de wel erg artisanale Springbank distillery, lamsvlees dat smelt als boter op je tong op Arran, een fikse wandeltocht langs de schilderachtige oostkust van Arran, een toffe rondleiding door Arran distillery en warehouses (o.a. een erg lekker sherryvat geopend)… ja, het was goed.
En ook een beetje whisky achter de kiezen natuurlijk. En ja, dat is een understatement – “alwéér Port Ellen?”. Ik denk dat ik een weekje calorie-compensatie moet inlassen.

 

Desalniettemin blijven we onversaagd whisky proeven, aan een normaal en voor mijn lever minder destructief tempo weliswaar. Vandaag is dat een jonge Hanyu uit de Ichiro’s Malt card series. Dit is een reeks Japanse whisky’s die elk onder een specifieke kaart uit het kaartspel worden gebotteld. De hieronder besproken Hanyu bv. gaat door het leven als de klaveren zeven. Het is er één uit het jaar 2000, het laatste jaar dat Hanyu nog productief was.

 
Hanyu 8y 2000/2008 ‘Seven of Clubs’, 59%, Ichiro’s Malt, #7004, 345 bt
Zoete neus op perensiroop, boter, kokos en koffie verkeerd. Een heel klein beetje rook ook, hout en redelijk wat houskool. De smaak is krachtig en prikkelend op vanille, kruisbessen en hout. Wat kruiden naar het eind en in de afdronk. Lekker, maar 120 euro is gewoon te veel. 82/100
 

Onversneden goes Islay

Ja ja, morgen rond deze tijd bevind ik mij op Schotse bodem. Weliswaar niet zonder een ingenieus nachtelijk beraamd plan B. Op het programma staan enkele dagen Islay, een dag Campbeltown en een dag Arran. Misschien dat we ook wat natuur gaan zien… Maar niet voor ik nog heel wat lekkers proef, whisky’s waarvan je m’n bevindingen in de loop van volgende week dagelijks zal zien verschijnen. Als voorproevertje begin ik met de Blasda, een whisky die ik al eerder had moeten reviewen, maar waar ik nu ook niet bijzonder naar uitkeek.

 
Ardbeg Blasda, 40%, OB 2009
Een Ardbeg op 40%? Wat gaan we nog meemaken? Ardbeg Tokay finish? De neus geeft zachte rook, citrus, meloen en banaan. Rijpe banaan. Zilt. Licht medicinaal. Niet geweldig complex maar erg clean en puur. En meer turf dan ik verwachtte. Lichte romige smaak met de turfrook die ook hier erg clean is en ‘jong’. Ik heb opnieuw de citrus maar ook groene appels. Niet veel meer evenwel. Middellange afdronk op rook en citrus. Ja, rook en citrus, that says it all. Lichte, zachte en weinig complexe Ardbeg die me al bij al beter beviel dan ik vreesde. 82/100

Een blinde Fulldram sessie – vervolg

Na de pauze gingen we blind en gezwind verder met volgende vier gesokte flessen.

 
Longrow 10y 100° proof, 57%, single cask for The Nectar, Belgium
Zachte, granige neus met associaties van zoete turf, vanille, hout en veel granen. Bierbeslag. Niet geweldig, maar water toevoegen helpt. Water brengt vooral fruit naar boven, zoet fruit, rijpe banaan, maar ook cake en winegums zoals iemand opmerkte. Ook op de smaak heeft hij water nodig, zonder is hij te scherp en te gesloten. Dan krijg je zachte, zoete turf en vanille. Lekkere whisky, maar enkel en alleen met water. 83/100
 
Arran 1997/2010, 55%, OB for Belgium, cask 965, 306 bottles
Zachte sherry- en wijnneus. Ik dacht aan tarte tatin. Met z’n rozijnen, warme appels en karamel. Eucalypus. Honing. Deed me ook wat aan rum denken. Op de tong is hij erg krachtig, het vocht brandde zich een weg naar m’n maag. Alcohol en karamel maar niet veel meer. Water dan maar. Mmm, blijft weinig uitgesproken. Gestoofd fruit, dat wel. Middellange, bitterzoete afdronk. Ook dit is best lekkere whisky hoor, maar voor mij toch de minste van de avond. Niet voor iedereen evenwel, zie de eindrangschikking onderaan. Aan mijn score kan je echter afleiden dat het niveau van de tasting wel meer dan oké was. 80/100
 
Bowmore 16y 1993/2010, 59.9%, The Perfect Dram (TWA), 209 bottles
Aha, een Bowmore 1993! Een legendarische jaar voor deze distilleerderij. In 1993 draaide Bowmore op verminderde kracht, alles gebeurde er een beetje trager. Zo nam de fermentatie dubbel zoveel tijd in beslag als andere jaren. Het resultaat is whisky van uitzonderlijke kwaliteit. Probleem is dat er nog weinig Bowmore 1993 te vinden is, wat gezien de reputatie niet verwonderlijk is. Maar misschien zullen er later nog wel enkele beauties uit dat jaar gebotteld worden op hogere leeftijd.
De neus van deze is licht mineralig en geeft zachte turf en veel bitterzoet fruit. Sinaasschil, kruisbessen, bosbessen, maar ook een lichte tropische touch met ananas en papaya. Vanille. Dit patroon zet zich verder op de smaak. Licht bitter (wat kruiden), veel fruit (de bessen) en zachte turf. De laatste twee associaties komen meer naar voor met enkele druppels water. Fruitige en zoete afdronk met terugkerende rook en wat zilt. Lekkere fruitige whisky (staat in m’n top 3) maar van een Bowmore 1993 had ik misschien toch nog net een ietsje meer verwacht. 86/100
 
Port Charlotte 6y 2002/2008, 57.6%, Streah, cask 85, 281 bottles
Ik moet bekennen nog nooit van deze onafhankelijke bottelaar gehoord te hebben. Vraag me af wat ze zo nog gebotteld hebben. De neus is romig en fruitig met turf natuurlijk, zilt, vanille en vrij veel wit fruit (jong). Niet geweldig complex maar wel lekker. Hetzelfde geldt voor de smaak. Fruit, turf, peper en een lichte assigheid. Lange afdronk in het verlengde hiervan. Voila, een Port Charlotte die wél 84 verdient! 84/100
 

Met deze Port Charlotte sloten we een geslaagde avond af. We hebben dus redelijk wat peat voorgeschoteld gekregen, maar telkens wel mooie en relatief complexe peat. En op zich mocht dit ook wel eens, de nadruk ligt over het algemeen immers sterk op fruitige whisky, waar we natuurlijk niets op tegen hebben.
Blinde tastings? Zo mogen er voor mij elk jaar wel enkele zijn.

 
A ja, voor ik het vergeet, de top 3 van de avond zag er als volgt uit:

  1. Springbank 21y
  2. Arran 1997 for Belgium
  3. Longrow 10y for The Nectar

In de winnaar kon ik me perfect vinden, maar zeker met de tweede plaats van de Arran was ik het niet eens. Bij mij stond de Rollercoaster op twee en de Bowmore op drie, alhoewel deze laatsten erg dicht bij elkaar lagen.

 

Een blinde Fulldram sessie

Maandag was het weer verzamelen geblazen aan de Leuvense vismarkt. Dit keer voor een blind session, zeven whisky’s waarvan we pas na proeven, na ranking én na verkoop per opbod wisten wat het was. Vooral dat laatste was behoorlijk tricky omdat je absoluut niet wist hoeveel de fles gekost had en je dus voor de rest van de fles evenveel of meer kon betalen als voor een volle fles.

Blind proeven is uiteindelijk wel de meest eerlijke en correcte manier van proeven. Je bent op geen enkele manier beïnvloed door een merk, een reputatie of enige andere voorkennis. Mensen die beweren dat ze ook niet-blind 100% objectief scoren, maken zichzelf wat wijs. Je kan de invloed van het label proberen weg te drukken, maar helemaal lukt dat nooit, bewust of onbewust speelt het toch ergens mee. We gebruikten wel onze gewone tastingglazen waardoor we de kleur konden waarnemen, wat nog niet helemáál blind is natuurlijk, daar heb je die blauwe glaasjes voor. Vandaag en morgen een verslagje van de avond.

 
Campbeltown Loch 30y, 40%, blend
Als welcome dram dronken we de 30-jarige Campbeltown Loch, een whisky die we ook op de Whisky & Bier tasting van 19 oktober vorig jaar voorgeschoteld kregen. Aangename en vlot drinkende whisky zonder capsones. Ongewijzigde score.
 
Port Askaig 25y, 45,8%, Speciality Drinks (The Whisky Exchange), 2009
De eerste blinde was de Port Askaig 25y, ook een whisky die ik reeds eerder dronk. Deze blijft voor mij een lekkere whisky op zachte turf en fruit, die echter wat te bitter eindigt om hoger te scoren.
 
Springbank 21y, 46%, OB +/- 2005
De tweede was een fles met een redelijk cultniveau, en hoeft het te verbazen, zowel voor mij als voor de groep de winnaar van de avond. De neus is erg levendig en fris. Ik had bloemen, fruit, bijenwas, sinaaszest, geconfijt fruit, noten, zacht hout… complex inderdaad. En lekker! Subtiele sherry en alles perfect gebalanceerd. Ook op de smaak trouwens. Fruit, licht bitter (witte pompelmoes), kruiden, vanille, hout, heel lichte rook. Lange zoete en fruitige finish. En dan zijn de oudere batchen naar het schijnt nog een stuk beter. 90/100
 
Ardbeg ‘Rollercoaster’, 57.3%, OB Committee, 2010
Een whisky waar ik twee flessen van heb staan, maar nog geen van heb geopend. De Rollercoaster bevat vaten van elk jaar van 1997 t.e.m. 2006 en werd gebotteld ter ere van het tienjarig bestaan van het Ardbeg Committee.
Medicinale turf, mineralen, wit fruit, gerookte ham (vrij ziltig), sigaren, kruiden en wat zoets (marsepein) in de neus. Vrij complex dus, en voor mij herkenbaar Ardbeg. De smaak is stevig en licht bitter met lekkere turf, zilt, kruiden (‘herbal’) en pompelmoes. Had ‘m evenwel niet zo hoog in alcohol geschat. Lange afdronk met turf, zilt en kruiden die strijden om de aandacht. Pas op, de turf is nooit te scherp of te neigend naar asbak, de balans is meer dan oké. Wetende wat het is, is dit best een meevaller. Ik vreesde immers voor meer turf en minder complexiteit, maar dat valt dus reuze mee. 87/100

Bruichladdich 17y 1992, Sherry Edition 2

Bruichladdich 17y 1992/2009 ‘Sherry Edition 2 – Fino’, 46%, OB 2009, fino sherry finish, 6000 bottles – Islay
Na 15 jaar bourbonvat nog 2 jaar op sherry fino gerijpt. De neus is vrij droog en geeft lichte rook, meloen, amandelen, karamel, munt en gras. De smaak is zacht en boterig en geeft citrus, chocolade, tabak en kruiden. De afdronk is best lang, zacht en kruidig, noten doemen op. Gewoon lekkere whisky, maar ook niet meer dan dat. 80/100

Caol Ila 1980, Malts of Scotland

Na een helse tocht Brussel-Leuven ben ik toe aan een hartverwarmende dram. Het wordt de laatste in de rij Malts of Scotland, een Caol Ila gedistilleerd op 21 mei 1980 en gebotteld in oktober dit jaar.

 
Caol Ila 29y 1980/2009, 54%, Malts of Scotland, cask 4935, 175 bottles – Islay
Oh ja, dit is weer in de roos hoor. Niet de verwachte fruitige turf, maar eerder kruidige turf. In de neus heb ik drop, gember, hout, hars, planten, turf, beetje zilt en toch nog een beetje fruit (witte pompelmoes) op de achtergrond. Heel mooi. Erg krachtig op de tong, komt sterker over dan de 54%. Spicy! Ook hier. Peper, zoethout. Meer fruit dan in de neus, en een perfecte portie hout. Beetje water toevoegen maakt het geheel – zoals gewoonlijk – wat zoeter. Middellange, aangenaam bittere en verwarmende afdronk. Ja, ze weten hun vaten daar wel te kiezen bij de Malts of Scotland. 89/100
 

Dit was trouwens note nummer 499, heb voor het weekend een specialleke klaarstaan. En dat is een understatement.

Kilchoman

Het wordt tijd dat ik wat aandacht besteed aan Kilchoman, de jongste distilleerderij op Islay en de – voorlopig – meest westelijk gelegen van Schotland, in het plaatsje Bruichladdich. De opening van Kilchoman in 2005 was een uniek event, want het was van eind 19e eeuw geleden dat er nog eens een nieuwe distilleerderij werd geopend op het eiland. Na de sluiting van Port Ellen in 1983 telt Islay dus opnieuw acht actieve distilleerders.
Kilchoman teelt en mout trouwens een deel van de gebruikte gerst zelf (de rest betrekt het bij Port Ellen Maltings) en ook het rijpen van de whisky vindt plaats in hun eigen warehouses. 80% rijpt op bourbonvaten van Buffalo Trace, 20% op Oloroso sherry. Met een volume van 90.000 liter per jaar is het één van de kleinste distilleerderijen in Schotland. Distillery Manager is Malcolm Rennie.
Begin 2009 bracht Kilchoman z’n eerste whisky op de markt, een driejarige op 50 ppm en gefinished op sherryvaten. Deze proef ik vandaag samen met de tweede release die vorige week op de markt werd gebracht.

 
Kilchoman 3y ‘Inaugural release’, 46%, OB 2009, 8450 bottles – Islay
De neus geeft turf, rook, houtkool, assen… het ledigen van een barbeque de day after. Iets chemisch ook. Bubblegum sowieso (new make). Vanille en misschien een beetje fruit. Citroenen. Pfff, neen, deze neus kan me niet boeien. Smaak: het proberen ledigen van een barbeque de day after door hard te blazen, en dus met een bakkes vol assen zitten. Zeker in de afdronk zijn de assen te dominant. In de smaak probeert het zoets (stroopwafels, karamel) wat te counteren, maar slaagt daar maar gedeeltelijk in. De afdronk is lang en geeft zoals gezegd niet veel meer dan rook en assen. Ja, een ietsje kruiden misschien. Al bij al te weinig complex, daarenboven kan ik dit niet echt lekker vinden. 74/100
 
Kilchoman 3y ‘Autumn 2009 release’, 46%, OB 2009, 10000 bottles – Islay
Deze tweede release heeft drie jaar gerijpt op refill bourbonvaten en is dan 2,5 maand gefinished op sherryvat. Vrij snel blijkt dat deze beter is. Hij heeft meer body (ja, dat ontbrak ook aan de ‘Inaugural’) en is gelukkig ook complexer. De neus blijft natuurlijk stevige turf tentoonspreiden, maar ik heb ook vanille, fruit en speculaas. Oh ja, duidelijk speculaas. Geturfde speculaas, njummie. In de smaak rook, kruiden (kruidnagel, peper), een beetje hout en wat fruit. Pompelmoes, licht bitter. Ook een lichte zeeptoets, zonder te storen evenwel. De afdronk is ook bij deze erg lang op turf en kruiden. Nog niet smashing, maar al wel heel wat lekkerder dan de eerste. 81/100