Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Cooley’

Cooley 13y 1999, The Whisky Mercenary

Cooley 1999, het kan me bekoren, erg bekoren. Wel ja. Ook Jürgen draagt gezwind z’n steentje tot de reputatie bij.

 

Cooley 13 YO 1999/2013, 51.4%, The Whisky MercenaryCooley 13y 1999/2013, 51.4%, The Whisky Mercenary
Ronde, zoete en fruitige neus, met onderliggend mineralen en een lichte rokerigheid. Laat ons met het fruit beginnen. Ik ruik perziken, lychees, meloenen en rijpe kruisbessen. Suikerspin, vanille, butterscotch en mokka-ijswat het zoete betreft. Gekonfijte gember. De mineralen? Wel, daar zorgen nat gras en gepoetst zilverwerk voor. Zachte turfrook. Bijenwas en kaarsvet. Waxy, that is. Bingo, opnieuw. Maar laat ons niet vergeten te proeven. Erg zacht en romig. Zijdezacht. Het fruit (mandarijn, appels, ananas) behoudt de bovenhand, de zoete elementen spelen mee, de kruiden (peper, kaneel, zoethout, gember) treden iets meer op de voorgrond. De turfrook blijft discreet aanwezig. De was doet ook nog mee. Zilt als extraatje. Lange afdronk, zoet, fruitig en licht rokerig. Wat minder turfrook dan in zusterbottelingen, wat zachter ook. Maar opnieuw volledig mijn ding. Mocht je de Thosop gemist hebben, krijg je nu een herkansing. 90/100

Advertenties

Cooley 1999, Thosop

Iets waar ik altijd reikhalzend naar uitkijk, is een nieuwe Thosop botteling. En deze maand zijn dat er twee, een Aberlour 1985 en deze Cooley 1999. Een beetje een vreemde eend in de bijt, want de eerste niet-Schotse whisky onder het Handwritten Label. En dan is het nog een erg jonge Ier. Tot ik ‘m proefde, toen leek het ineens niet meer dan logisch dat hij onder dit label z’n plaats heeft. Cooley kan immers zowel erg matige dingen produceren als af en toe prachtige. Denk maar aan sommige jonge Cooley’s gebotteld door Cadenhead.

 

Cooley 1999/2012, 53.3%, Thosop, Handwritten label, 179 bottles
Erg zachte en elegante neus met de perfecte hoeveelheid turf. Dat wil zeggen: je ruikt de turf, je hoeft er niet naar te zoeken, maar hij gaat helemaal niet domineren. Integendeel, de turf ondersteunt het geheel en maakt het extra complex, geeft het diepte. Wat het meest op de voorgrond treedt, is fruit. En dat kan ik altijd bijzonder appreciëren. Roze pompelmoes, mandarijn, ananas en meloen. Vanille. Bijenwas, nog zoiets dat alleen maar een meerwaarde is. En dan krijgt hij op de duur nog een farmy-kantje ook. Nog een punt erbij. Hooi, stallen, dat soort zaken dus. In de verre verte misschien zelfs wat mest (aandachtige lezers weten dat ook dat in tegenstelling tot wat het lijkt een pluspunt is). Geweldige neus. Complex, gelaagd, subtiel en elegant. Het goede nieuws is dat de smaak niet onderdoet. Zacht en romig, fruitig en kruidig, licht rokerig,en waxy. Roze pompelmoes, meloen en ananas wat het fruit betreft, gember, zoethout en peper wat de kruiden betreft. Een beetje zout en vanille vervolledigen. De turfrook is aanwezig, op dezelfde manier als in de geur, in perfecte hoeveelheden dus. Eik proef ik ook wel, maar net als de turf bescheiden, puur als meerwaarde. Lange, kruidige afdronk, met een beetje zilt en zachte turf. Belachelijke score voor twaalf jaar oude Cooley, ik weet het. Het is op mijn schaal echter niet anders. M’n fles is gereserveerd. 91/100

Cooley 10y 2000, A. Dewar Rattray

Let’s go Irish again. De Ierse distilleerderij Cooley brengt met Kilbeggan, Greenore, Connemara en Tyrconnell enkele bekende labels op de markt, maar onafhankelijke bottelingen verschijnen meestal onder de naam Cooley (of onder een andere naam zoals Drunken Angel of varianten). Waar Connemara bv. typisch een geturfde whisky is en Tyrconnell niet, kunnen onafhankelijke Cooley bottelingen dus het één of het ander zijn.

 

Cooley 10y 2000/2011, 46%, A. Dewar Rattray, barrel #3240, 262 bottles
In de geur van deze Cooley is alvast amper turfrook te bespeuren, maar des te meer florale en fruitige aroma’s. Gras, boterbloemen, andere weide- en veldbloemen, pompelmoes, citroen en gele appels. Ha, ook wat banaan. Naast al deze frisse sensaties best wat honing en vanille. Groene thee duikt ook nog op. Fris. Romig en zacht op de tong, grassig en zoet. Citroensnoepjes. Ananas (in blik). Lichte, ondersteunende eik. Lijnzaadolie in de verte. En toch iets heel licht rokerigs. Eerder van het hout. Naar het einde toe pompelmoes en kruiden, het laat je mond licht bitter achter. Middellange, droge afdronk op citrus en kruiden. Een aangename en vlotdrinkbare lentewhisky. De mensen van Cooley kunnen whisky maken, maar dat wisten we al langer. 84/100

‘Jag Loan Needed’ wedding dram, Cooley

’Jag Loan Needed’, dat kan bijna niet anders dan een botteling van The Nectar zijn, onder hun vorige anagram label. Maar deze is geen gewone botteling, hij heeft volgens mij ook nooit in de winkels gelegen. Deze whisky werd gebotteld voor het huwelijk van Jan Broekmans. Meer nog, hij werd gedistilleerd op 24 maart 1999, de dag dat hij zijn echtgenote voor het eerst ontmoette, en gebotteld op de dag van hun huwelijk, 11 november 2008.

 

‘Jag Loan Needed’ wedding dram 9y 1999/2008, 59.6%, The Nectar, Cooley Distillery
Mmm, lekkere neus. Prikkelend en levendig. Zoet (vanille, butterscotch en marsepein), granig en fruitig (appels, perziken en peren). Daarna ook een beetje kruidig (kaneel en gember). En dat alles op een tapijtje (om geen ‘bedje’ te gebruiken) van zachte turfrook. Rond en vol mondgevoel waar de zoete turf de eerste viool speelt. Honing en vanille ronden de scherpe kantjes van de turf af. De gember zit ook hier, maar is gekonfijt. Peper en kaneel heb ik ook nog. En daaronder priemen fruitige tonen. Warme appels, banaan (misschien nog wat groen, maar zo heb ik ze het liefst) en ananas in blik. Licht drogend, maar nooit storend, alhoewel water het geheel nog wat zoeter maakt (en zoals even vaak ook de rook meer naar voren brengt). Vrij lange afdronk op kruidige en zoete turf. Knappe vatselectie van de heer Broekmans. 88/100

Tyrconnell 10y, sherry finish

De niet-geturfde tegenhanger van Connamara is Tyrconnell, samen de bekendste producten van de Cooley distilleerderij. De whisky die ik vandaag proef, is een tienjarige gefinished op sherryvaten.

 

Tyrconnell 10y ‘sherry finish’, 46%, OB 2009
Aromatische neus, erg kruidig. Een gans kruidenboeket. Waar hij mij vooral aan doet denken, is peperkoek met gember. De sherry is subtiel. Karamel, een beetje hout, rozijnen, vijgen. Ook op de tong is hij kruidig, zacht en droog. Pruimen, rozijnen, noten. Vooral naar het einde droogt hij wat uit. Witte pompelmoes, hars, hout. Zoethout. Bitterzoete afdronk met ook hier redelijk wat hout. Een beetje te droog op de tong om écht lekker te zijn, maar hier is voor de rest niets mis mee. 83/100

Cooley 10y, Cadenhead

Cadenhead heeft een aantal Cooley’s uitgebracht, op leeftijden tussen 10 en 16 jaar. Het betreft hier eigenlijk geturfde Connemara – het bekenste product van de Ierse distilleerderij – gerijpt op bourbonvat.

 
Cooley 10y, 59.3%, Cadenhead, 2003, 234 bottles
En een verdomd lekkere Connemara. Geen heftige turf op de neus, maar wel zachte en zoete, vermengd met veel fruit. Peer, meloen, pruimen, rijpe sinaas… door honing overgoten. Lichte farmy notes ook (stallen), zalig seg. Diezelfde lekkere turf (farmy en zoet) op de tong, naast notes van limoen, hooi en hout. Die laatste twee verdwijnen met enkele druppeltjes water. Redelijk lange finish op pompelmoes en turf. Op het eerste zicht misschien een nogal hoge score voor een 10-jarige Connemara, maar proef hem, neem er je tijd voor en je geeft me gelijk (of ook niet natuurlijk). 90/100

Drie instapmalts

Vandaag bespreek ik drie malts die je je voor een appel en een ei kan aanschaffen, alhoewel sommige handelaren cash of betaalkaart zullen prefereren. Vooral de Singleton of Glendullan is gezien z’n prijs zeker een aanrader. Je vindt die trouwens ook buiten het duty free circuit.

 
Locke’s Single Malt 8y, 40%, OB (Cooley) 2009, Pure Pot Still
Maltige en licht fruitig neus. Appel, perzik. Beetje yoghurt (lichte zurigheid). Bloemen. Niet echt geweldig. De smaak is zacht met granen, een beetje peper en thee, slappe infusiethee. Nogal platjes. Korte en granige afdronk met een kleine beetje zoete appel. Valt me wat tegen. 73/100
 
Singleton of Glendullan 12y, 40%, OB 2009, for duty free, 1 liter
Singleton is een label van Diageo, gericht op de duty free markt. Deze Glendullan heeft een frisse, fruitige en bloemige neus met gedroogd gras, kamille, honing, sinaas, noten, nougat en een lichte kruidigheid. Complexe en erg aangename geur. De smaak geeft granen en hout vermengd met zoethout en honing. Korte maar best lekkere afdronk op de honing, de granen en het zoethout. Niet slecht, deze Glendullan. 80/100
 
Stronachie 12y ‘Replica’, 43%, Dewar Rattray, 2009
Pfffiew, erg veel hars, hout en granen op de neus. Zoethout ook, rozijnen en bittere karamel. Na een tijdje notes van vleessaus en maggi. Op de tong is ie romig en zoet, met karamel, ananas, rozijnen en de vleesaus weer. Licht mineralig. Middellange, droge maar vooral saaie afdronk. Speciaal zonder echt slecht te zijn, maar kan me toch niet bekoren. 72/100

Our Angel

Gisteren een geweldige Brora & Clynelish tasting gehad, maar met amper twee uur slaap wil de kop vandaag niet echt mee, dat verslagje volgt dus morgen of overmorgen. In de plaats daarvan mijn bevindingen van Our Angel, die ik vorige week (nog eens) gedronken heb. The Drunken Angel en The Mad(eira) Angel hebben we al gehad. Telkens ging het om vaten van Cooley, de Ierse distilleerderij achter o.a. Connemara en Tyrconnell, gebotteld door The Nectar. Ook deze ‘Our Angel’ is een Cooley, maar een bijzondere want geselecteerd door de deelnemers van de Cooley Masterclass op het Spirits in the Sky festival te Leuven, editie 2008. Zij kregen een aantal cask samples te proeven en deze won het pleit, wat me na proeven niet verbaasde.

 
Cooley ‘Our Angel’ 9y 1999, 46%, Daily Dram – Ireland – 87/100
Zoete maar vooral fruitige whisky. Perzik, ananas, (sappige) peer, crème de banane, honing, bloemen. Zeer fris en vooral erg lekker, zowel op de neus als in de smaak. Ideaal op een zomers terrasje, maar eigenlijk evengoed op eender welke andere plek want dit is een pure genietwhisky. Wel oppassen want hij kapt erg makkelijk binnen.

Twee Daily Drams

Daily Dram is de naam van een reeks whisky’s gebotteld door The Nectar – Belgische whiskyinvoerder en verdeler – samen met de Nederlandse invoerders Bresser & Timmer. De deskundige neus van Mario Groteklaes (The Nectar) is bepalend bij de selectie van de vaten. En gezien de reputatie van Mario’s neus hebben deze whisky’s over het algemeen dan ook een erg goeie prijs/kwaliteitverhouding.
Vermits dit Belgisch bottelingen zijn, heeft ons land meteen een stevig aantal flessen ter beschikking, waar dat bij bv. Britse onafhankelijke bottelingen meestal maar enkele zijn.
De reeks bestaat ondertussen al enkele jaren (zie o.a. de Rosebank 25y 1981/2006), maar kreeg recent een facelift. Deze facelift ging gepaard met de invoering van het whiskyanagram. Ik denk spontaan aan de Mad Glance, de Local Ai, de Feral Clangs, de Long Red en de lichtjes fantastische Aloha Grip. Een tasting note van deze – jawel, u hebt het juist – Laphroaig volgt later, er zijn hier de laatste tijd al genoeg Laphroaigs de revue gepasseerd me dunkt, je zou nog gaan denken dat ik een boontje heb voor dat spul. Soit, op deze manier is elke botteling dus – even – een puzzel.

 
Glen Keith ‘Keen Light’ 30y 1978/2008, 46%, The Nectar, Daily Dram – Speyside – 88/100
Erg lekkere nieuwe botteling van The Nectar. Zachte, frisse neus met veel (wit) fruit, veel hout en lichte rook. Balsamico! Ook de smaak is erg zacht. Zoet, noten, fruit en weer die lichte rokerigheid. Ook de afdronk is lekker, fruitig.
 
Cooley ‘The Mad(eira) Angel’ 15y 1993/2008, 46%, The Nectar, Daily Dram, Madeira finish, 370 bottles – Ireland – 83/100
Whisky gefinished op een Madeiravat. Aiai… Zowel de neus als de smaak zijn zoet en fruitig (citrus, appel). Ook wat kruiden, vooral in de smaak dan. Andere kernwoorden zijn ‘vettig’ (boter), ‘karamel’ en ‘lichte rook’. Lange fruitige afdronk. Mijn reserves blijken ongegrond, dit is een meer dan lekkere whisky.

Ierland

Ook Ierland heeft een traditie van whisky maken. Of beter, van whiskey maken, want in Ierland – net zoals in de Verenigde Staten – schrijft men whiskey, met een tussen-e. In alle andere landen blijft het gewoon ‘whisky’. Rond 1870 was de reputatie van Schotse whisky zo slecht dat men in Ierland en de VS besloot een extra ‘e’ toe te voegen om hun producten te onderscheiden van de Schotse rommel.

Ierland gaat er prat op de bakermat te zijn van het whisky distilleren, de geschiedenis ervan zou teruggaan tot de 12e eeuw. Ook zou het zo zijn dat in 1608 de Old Bushmills Distillery als eerste in de wereld een licentie kreeg voor het maken van whisky.
Rond 1770 kreeg het distilleren in Ierland een nieuw boost met de komst van Schot John Jameson naar het land. Hij starte er de distilleerderij op die z’n naam droeg. Deze is nu niet meer actief, maar is opgegaan in de New Midleton Distillery.

Ierse whisky wordt over het algemeen driemaal gedistilleerd en is niet geturfd. Uitzondering is Connemara. Deze whisky wordt slechts tweemaal gedistilleerd (zoals het geval is bij de meeste Schotse distilleerderijen) én bij het drogen van de gemoute gerst wordt er wel turf gebruikt.

Ooit telde Ierland honderde distilleerderijen, maar door economische tegenslagen (vooral de drooglegging van de jaren 1920 speelde hierin mee) is dat aantal door de jaren heen sterk verminderd. Vandaag heeft Ierland nog drie actieve distilleerderijen over, Cooley, Midleton en Bushmills.
 
Cooley Distillery
Cooley, gelegen aan de Ierse oostkust, is de enige distilleerderij die nog volledig in Ierse handen is. Het werd opgericht in 1987 door John Teeling en commercialiseert o.a. de merken Connemara, Inishowen, Tyrconnel, Kilbeggan, Locke’s, en Micheal Collins. De whiskey’s van Cooley worden maar twee in plaats van drie keer gedistileerd, in tegenstelling tot de andere Ierse whiskey’s. Voor z’n whiskey’s gebruikt Cooley water van de sliabh na Gloch rivier hoog in de Cooley mountains. De whiskey rijpt in de warehouses van de oude Kilbeggan distilleerderij.
 
New Midleton Distillery
De geschiedenis van Midleton gaat terug tot het begin van de 17e eeuw, toen werd de ‘Old Midleton’ distilleerderij gebouwd.
In 1966 richtten de eigenaars van Old Midleton Distillery, Cork Distillers Company, samen met John Power & Son en John Jameson & Son de Irish Distillers Group op. Deze nieuwe groep besliste om hun bestaande distilleerderijen te sluiten (w.o. Jameson) en hun activiteiten te groeperen. Dit leidde tot de bouw van de New Midleton Distillery, naast de oude. In 1975 werd de productie in de oude distilleerderij definitief stopgezet en overgezet naar de nieuwe. De oude fungeert nu als bezoekerscentrum.
Heden ten dage is Midleton eigendom van Pernod-Ricard en één van de modernste distilleerderijen in de wereld. Met een capaciteit van 19 miljoen liter per jaar is het trouwens ook de grootste van Ierland. Het produceert whiskey voor de labels Jameson (best verkopende Ierse whiskey in de wereld), Powers (best verkopende whiskey in Ierland zelf), Paddy, Tullamore Dew, Redbreast en Midleton Very Rare.
 
Old Bushmills Distillery
De oude Bushmills distilleerderij is gesticht in begin 17e eeuw en ligt in het gelijknamig plaatsje in Noord-Ierland. Het zou King Henry II zijn geweest die rond 1600 de smaak van Bushmills erg kon appreciëren en in 1608 Bushmills als eerste distilleerderij ter wereld een officiële licentie gaf voor het stoken van whiskey.
In 1784 werd de Bushmills Distillery een officieel geregistreerd bedrijf.
Gedurende het grootste deel van de 18e en 19e eeuw hebben Ierse migranten in de VS de lof over Bushmills gezongen, wat er toe leidde dat de whiskey een groot succes kende op internationale competities en de VS de belangrijkste importeur van Ierse whiskey werd.
De drooglegging (Prohibition) van de jaren twintig bracht de industrie grote schade toe, maar Bushmills overleefde, vooral dankzij de visionaire Wilson Boyd, toenmalig distillery manager. Hij speculeerde op het einde van de drooglegging door grote hoeveelheden whiskey op te slagen, klaar voor export.
Na WOII kwam de distilleerderij in handen van Isaac Wolfson, om in 1972 opgekocht te worden door Irish Distillers, welke in die tijd dus de volledige productie van Ierse whiskey controleerde. Het merk Bushmills werd zwaar verwaarloosd door ID, vooral ten voordele van Jameson.
In 1988 werd Bushmills overgenomen door Pernod Ricard en in 2005 belandde het voor 200 miljoen Pond in de portefeuille van de multinational Diageo, dat de productie sterk verhoogde.
De Bushmill Distillery brengt de namen Bushmills Original, Black Bush, Bushmills 10 year single malt, Bushmills 12 year single malt, Bushmills 16 year single malt, Bushmills 21 year single malt en Bushmills 1608 (ter gelegenheid van de 400e verjaardag van de distilleerderij) op de markt.
 
 
A ja, Ierse whiskey wordt ook gebruikt als onderdeel van de Irish coffee. Allez, zou toch moeten.