Spring naar inhoud

Posts tagged ‘cask strength’

Glendronach Cask Strength batch 1 vs. batch 2

Vorig jaar bracht Glendronach de Cask Strength op de markt, batch 1 dus. Dit jaar is er een tweede batch gebotteld. Tijd om beide eens naast elkaar te zetten.

 

Glendronach ‘Cask Strength’, 54.8%, OB 2012, batch 1
Zachte en vooral sappige sherry. De eik is sappig, het fruit is sappig. Vooral rood fruit: aardbeien, rode bessen, maar ook pruimen (pruimentaart) en gele rozijnen. Maar dat fruit laat zich pas na enige tijd kennen. Karamel en perenstroop tekenen meteen present. De sherry brengt ook tabak, amandelen en melkchocolade naar voor. Kruiden? Jawel, ook dat. Kaneel en peper. Wordt hoe langer hoe beter. Water toevoegen kan zeker ook geen kwaad. Integendeel, het fruit en de stroop komen nog meer naar voor. Praliné nu ook. Het wordt echt wel succulent. Op de smaak balanceert hij tussen droog en zoet, maar dat balanceren doet hij goed. Ik noteer rozijnen, dadels, kersen en bramen qua fruit, gember, zoethout, peper en een toefje munt qua kruiden. Vervolgens tabak, koffie en karamel qua usual suspects. Met water komen daar mandarijnen bij. En meloen? Jawel. De afdronk is lang en mooi drogend op kruiden en noten. Heb ik eik vermeld? Nee, dat ook natuurlijk, maar treedt nooit op de voorgrond. Aan een goeie 60 euro hoeft het geen betoog dat dit prijs/kwaliteit niet erg veel concurrentie heeft. 90/100

 

Glendronach ‘Cask Strength’, 55.2%, OB 2013, batch 2
De neus van deze is wat minder fruitig, zowel zonder als met water. Nu, minder fruitig, dat moet eerder minder sappig fruit zijn. Geen rood fruit, of toch niet veel. Meer de gedroogde variant. Iets klassieker qua profiel. Rozijnen, pruimen, vijgen, je kent ze. Karamel, tabak, koffie, noten en eik, ook zij zijn van de partij. Peper en kaneel in het kruidencompartiment. Ook op de smaak is het iets minder sappig allemaal. Ook de eik is droger. Qua fruit, zie neus. Bij de kruiden komt er munt bij, wat het een frisse toets geeft. En ik proef wat chocolade. Misschien toch eerder de donkere variant hier, zonder dat het bitter wordt. Lange, kruidige en verwarmende afdronk waarin ook de chocolade nog even blijft hangen. Alhoewel dit zeer lekkere whisky is en nog altijd veel waar voor je geld biedt, is deze whisky voor mij toch duidelijk minder dan batch 1. Het fruit weet je wel. 87/100

Laphroaig 10y Cask Strength, Batch 002

Van het nieuwe cask strength label proefde ik een tijdje terug batch #001, een whisky die me niet helemaal kon overtuigen. Ondertussen zitten we al een batch #003, maar ik proef vandaag batch 002.

 

Laphroaig 10y cask strength, 58.3%, OB, batch #002, Jan. 10, 2010
In de neus van deze Laphroaig valt eerst het zoete (vanille) en het fruitige (citrus) op, eerder dan de rook, die bij batch 001 domineerde. Daarna zet de rook zich door, samen met medicinale toetsen. Hij is ook vrij mineralig, natte stenen en zo. Ook het coastal karakter ontbreekt niet: zilt, zeewier, jodium. Misschien ook wat rubber. Leder zeker ook. Hetzelfde verhaal op de smaak: eerst vanille en fruit (limoen en groene appels), dan de medicinale rook en het zilt. Aarde en noten vervolledigen. Met water zoeter en meer rook. Lange afdronk op turfrook, citrus en veel kruiden. Ik vind deze beter dan batch 001, minder ‘assig’, complexer. Maar er zijn er anderen die daar anders over denken. 88/100

Springbank 12y Cask Strength

In maart 2010 lanceerde Springbank deze nieuwe 12-jarige Cask Strength. De whisky rijpte voor 60% op nieuwe sherry hogsheads en voor 40% op refill sherry buts.

 

Springbank 12y Cask Strength, 54.6%, OB 2010
Lekkere neus. Rokerig, fruitig en droog. Dat droge vertaalt zich in hout, hooi, graan en kruiden. Kaneel. Het fruit is vooral gedroogd fruit. Pruim en abrikoos. Lichte turf op een zacht sherrybedje. Ronde, stevige smaak met het fruit, de kruiden van het hout en de turf die elkaar mooi in evenwicht houden. Sinaas, zoete turf, graan, zoethout. Geen water nodig. Lange, zoete en kruidige finish. 86/100

Glenfarclas 105

De Glenfarclas 105 is één van de eerste standaardbottelingen op vatsterkte en ondertussen een klassieker. Nu ja vatsterkte, het is een vatting op 60%.

 
Glenfarclas 105, 60%, OB 2010
Aangenaam geurende sherry. Sojasaus, rode bessen, dadels, vijgen, karamel, hert (nadat het gedood werd weliswaar), espresso. Met wat water doet hij me denken aan kruidige rode wijn. De onversneden (moet dat woord wat vaker gebruiken) smaak is… euh ja, stevig. Alhoewel best drinkbaar hoor. Aangename sherry met kandijsuiker, allerlei gedroogd fruit, sinaasschil, een bitterheid die mooi onder controle blijft. Met water meer fruit en ook zoethout en kruidnagel. Verwarmende droge en kruidige afdronk. Het alcoholpercentage kan afschrikken, maar daar is absoluut geen reden voor. 85/100

Laphroaig 10y Cask Strength First Edition

Vandaag maak ik een sampleflesje soldaat dat ik al lang eens moest proeven maar waarvan ik het proeven om één of andere reden altijd voor mij bleef uitschuiven. Het is geen whisky die ik snel tussendoor wou achteroverslaan, maar waarvoor alle omstandigheden (tijd, rust, neus, goesting – euh, ‘zin’ voor de Nederlandse lezers) optimaal moeten zijn. In dat flesje zit Laphroaig. Maar niet zomaar Laphroaig.

Laphroaig bracht rond 1995 een eerste versie van z’n 10 jarige cask strength op de markt. Er zouden er nog vele volgen. De eerste droegen een groene streep (Green Stripe), latere versies een rode (Red Stripe). Hun meest recente (2009 – Batch 001) kreeg opnieuw een facelift (stempel). Van de meeste batches bestaan zowel 70 cl flessen voor de reguliere handel en 100 cl of 1 liter flessen voor duty free. De allereerste batch – die een ondertussen legendarische status heeft verworven en die ik dus vandaag proef – bestond evenwel enkel in duty free 100 cl versie. Maar als je een 100 cl fles Green Stripe in handen hebt, is de kans erg klein dat het die bewuste eerste botteling betreft. Er zijn nadien immers nog vele, uiterlijk identieke bottelingen op de markt gebracht. Er is maar één manier waarop je de ‘legend’ kan herkennen en dat ga ik hier mooi niet uit de doeken doen. Maar iemand die al wat ervaring heeft met het onderscheiden van batchvariaties weet waarop hij of zij dient te letten.

 
Laphroaig 10y CS, 57.3%, OB +/- 1995, First Edition, 100 cl – Islay
Ik zit rustig, alle tijd van de wereld, mijn erfgenamen het huis uit, de neus in optimale conditie, de goesting groot. Erg groot. Niet-te-houden groot. En ik ruik… ooooh ja, die reputatie heeft ie niet gestolen. Succulent fruit en dito zachte turf. Qua fruit heb ik (onder andere) roze pompelmoessap (véél), kruisbessen en passievrucht. Daarnaast turf, zeewier, jodium, rozebottel en wat hout. Niets scherps, niets storend, perfecte balans. De smaak is euh… nogal stevig. Djee, wat een explosie in de mond! Een kopstoot van turf en zilt met ertussen citrus, mango, perzik, abrikoos, rabarber, hout, kruiden… nogal complex, pfiew! Minder zoet dan ik gewoon ben bij Laphroaig, en meer soorten fruit dan de typische citrus. Ellenlange, complexe afdronk of turf, zilt, fruit en kruiden.

Een formidabele whisky, maar om de score mee te helpen bepalen, heb ik er de Port Ellen 19y 1970 voor Sestante – die ik 95 punten gaf – naastgezet. De Port Ellen is voor mij net nog een tikkeltje beter (die neus!). 94/100

Bedankt voor de sample Luc.

Bowmore

Bowmore, daar moeten we het toch ook eens over hebben. Ze hebben daar schitterende whisky gemaakt – zeg maar van het beste wat er ooit gestookt is – maar ook serieus wat bocht.

 
Bowmore
 

Bowmore is één van de oudste en grootste distilleerderijen van Schotland. Het ligt in het gelijknamige dorp op het Island Islay, aan de oevers van Loch Indaal. De naam Bowmore betekent ‘groot rif’ of ‘zeerots’.
Het was éne Simpson die de distilleerderij oprichtte in 1779. Van die eerste jaren is er weinig informatie voorhanden. In 1837 werd het bedrijf overgenomen door William en James Mutter, welke de distilleerderij verder uitbreidden. James Mutter was vice consul en vertegenwoordigde het Ottomaanse rijk, Portugal en Brazilië via hun consulaten in Glasgow.
In 1892 nam een zekere Joseph Robert Holmes Bowmore over. In 1925 kocht J.B. Sheriff & Co de distilleerderij om het in 1950 opnieuw te verkopen aan William Grigor & Son Ltd.. Gedurende de twee wereldoorlogen lag de productie stil. Tijdens WOII deden de gebouwen trouwens dienst als uitvalsbasis voor de RAF Coastal Command (o.a. watervliegtuigen).
Na het faillissement in 1963 ging Bowmore deel uitmaken van Stanley P. Morrison, later omgevormd tot Morrison Bowmore Distillers Ltd. (samen met o.a. Auchentoshan en Glen Garioch). Deze holding is sedert 1994 eigendom van de Japanse gigant Suntory.

Bowmore heeft z’n eigen moutvloer en droogt z’n gemoute gerst gedeeltelijk op een turfvuur, resulterend in een fenolengehalte tussen 18 en 25 p.p.m.. Omdat de gerstproductie op Islay onvoldoende is, voert het ook (reeds gemoute) gerst in. Bowmore heeft met twee wash stills en twee spirit stills een jaarlijkse productie van ongeveer 2 miljoen liter. De whisky wordt gebotteld in Springburn (Glasgow), voor een groot deel als single malt whisky. Een deel wordt ook gebruikt voor blends als Black Bottle, Islay Legend of King Pride.

De distilleerderij brengt een uitgebreid aanbod aan leeftijden en finishes op de markt, die niet allemaal een even consistente kwaliteit bieden. Over het algemeen wordt de whisky gekenmerkt door een rokerig en zilt aroma, duidelijk minder zwaar geturfd dan de drie zuiderburen op Islay, maar anderzijds wel meer dan een gemiddelde Bruichladdich of Bunnahabain.
Om één of andere bizarre reden hebben distillaten van de jaren 80 vaak een zeeparoma, wat niet echt bevorderlijk is voor de smaak… Indien je echter de hand kan leggen op een distillaat van de jaren zestig (of ouder), weet dan dat je waarschijnlijk een pareltje in bezit hebt.

In september 2007 heeft het veilingshuis McTear’s een 157 jaar oude Bowmore geveild voor 29.400 pond (op dat moment een slordige 41.500 euro), meteen de duurste whisky ooit. Hieronder mijn proefnotities… van, ahum, iets anders:

 
Bowmore 16y 1989 Cask Strength, 51.8%, OB 2005 – Islay – 77/100
Mooi rokerig in de neus. Lichte turf ook. Smaak is minder. Zeep? Wat ziltig ook, naast de vanille en het fruit. Drop. Kruidig in de lichte maar elegante afdronk. Niet slecht (zeker wat de neus betreft), maar eens je die zeep hebt opgemerkt, is ie … euh, om zeep.
 
Bowmore 15y 1992/2008, 46%, Cadenhead, 333 bottles – Islay – 72/100
Zwaar geturfd voor een Bowmore. Daarnaast wat zoets en frutigs. Kamille ook. Smaak valt tegen, vrij vlak. Zachte, zoet turf, maar wat plattekes. Ook de afdronk is een mager beestje.

Onafhankelijke bottelaars

Naast de bottelingen van de distilleerderij zelf – officiële bottelingen (OB) – heb je onafhankelijke bottelaars die vaten opkopen bij verschillende distilleerderijen en deze dan onder hun label bottelen. Bekende bottelaars zijn Cadenhead’s, Gordon & MacPhail, Douglas Laing, Signatory, Samaroli, Duncan Taylor, Wilson & Morgan, Dewar Rattray, Blackadder, Chieftains, Dun Bheagan, etc..

Meestal betreffen hun bottelingen Single Casks, een botteling van één specifiek vat. Zo’n vat kan tussen 200 en 700 flessen bevatten, beetje naargelang het type van het vat, de leeftijd (hoe ouder, hoe minder whisky er in het vat zit) en de dichtheid van het vat (hoe dichter, hoe minder er door de jaren heen kan ‘ontsnappen’).
Soms wordt de whisky versneden (aangelengd met water tot bv. 40% of 50%), soms niet. In het laatste geval spreek m’n van whisky’s op vatsterkte of Cask Strength. Synoniemen: Full Strength, Straight from the cask, Straight from the wood, Raw Cask…

De whisky’s durven wel eens afwijken van wat je gewoon bent te proeven van een bepaalde distilleerderij, juist omdat de vaten niet gemengd worden om het typische distilleerderij-karakter te bekomen. De variatie aan smaken en aroma’s van een distilleerderij komt dus vooral bij onafhankelijke bottelingen tot z’n recht. Er bestaan immers geen twee identieke vaten.

Ik zal op regelmatige basis een post aan een bottelaar wijden, incl. enkele proefnotities, te beginnen met Signatory.