Spring naar inhoud

Posts tagged ‘Ben Nevis’

Ben Nevis 16y 1997, The Whiskyman

De ’16’ onder het Age Matters label van The Whiskyman is een Ben Nevis 1997. Het label vermeldt geen vattype meer, enkel leeftijd en distillatiejaar, maar ik veronderstel dat dit een bourbonvat was.

 

Ben Nevis 16y 1997/2013, 50.2%, The Whiskyman ‘Age Matters’
Frisse, sprankelende neus op tonen van gras, granen en fruit. Fruit zoals kruisbessen, aardbeien, een beetje meloen en iets meer kersen. De geur van olie ook. Lijnzaadolie meer bepaald. In de verte een heel klein beetje zilt en zeewier. Ook nog wat gember. En het grassige neigt op de duur naar nat hooi. Misschien wat simpel, maar helemaal niet slecht. De smaak vind ik iets minder. Stevig op granen, hars, kruiden en zeste. Zeste van pompelmoes. Licht bitter. In het kruidencompartiment vallen gember, nootmuskaat en peper op. Zout ook. Maar niet zo veel fruit meer. Met wat goede wil banaan en harde peren. De afdronk is vrij lang, prikkelend, clean en licht bitter. Hij is het best op de neus. 83/100

Ben Nevis 27y 1986, Chester Whisky

Ben Nevis, dat is lang geleden. Chester Whisky bottelde een 1986. Ook The Nectar bottelde een 1986, vorig jaar als ik me niet vergis. Ik weet niet of die zo goed was als deze. Wat ik wel weet, is dat 99 euro voor een 27-jarige single malt van dit niveau tegenwoordig een koopje is.

 

Ben Nevis 27 YO 1986/201, 52.9%, Chester WhiskyBen Nevis 27y 1986/2013, 52.9%, Chester Whisky, bourbon hogshead, 157 bottles
Erg aangename en ronde neus, zoet en fruitig. Rijpe kruisbessen, rode appels en perziken. Een wandeling tussen de fruitbomen. Dat fruit wordt gevolgd door hooi, peperkoek en marsepein. Veel marsepein. Vanille ook wel. En honing. Dat zoete wil van geen wijken weten. Een mooie minerale toets maakt het af. Natte stenen en zo, je kent dat wel. Niet al te veel eik, alhoewel aanwezig. Ronde, volle en romige smaak met een zeer leuke ‘kick-back’. Eerst proef ik kruiden zoals peper en kaneel, honing en kandijsuiker, en appels. Siroop van appels, het blijft ook op de smaak erg zoet. Maar dan, plotsklaps en schijnbaar uit het niets, duikt daar roze pompelmoes en mango op. Een tropische terugslag als het ware. Iets wat voor mij het verschil maakt tussen 89 en 90 punten. Knap! Niet alleen dat ik dat proef, maar ook de manier waarop, als een dief in de nacht. Tomatin 1976 heeft dat ook soms. Sappige, ondersteunende eik. Lange afdronk, licht drogend (de eik groeit wat), maar vooral zoet en fruitig. En het goede nieuws is dat het exotisch karakter behouden blijft. Dankzij de geweldige twist op de smaak een welverdiende 90/100

Back to reality – Fulldram ledentasting

Het leven gaat verder, zo zegt men. Maar het zal niet helemaal meer het leven zoals voordien zijn. Ik kan me voorstellen dat er heel wat lezers zijn die niet weten waarom deze blog bijna twee weken heeft stilgelegen. Wel, dat had te maken met het fatale busongeval van dinsdagavond vorige week om 9u15 nabij Sierre, Zwitserland, een bus waarop ook mijn oudste zoon zat. Met veel schroom naar diegenen die veel minder geluk gehad hebben, kan ik zeggen dat Simon het fysiek goed stelt. Het verlies van twee van z’n beste vrienden echter, van z’n meester Frank waar hij enorm naar opkeek, van de andere klasgenootjes (ruimtevaardertjes die niet meer naar school zullen komen), de traumatische ervaringen in de bus… het zijn zaken die maken dat het leven voor hem, maar ook voor ons, niet helemaal hetzelfde zal zijn.
Laat me het leven echter opnieuw opnemen met één van de meest futiele dingen in mijn leven, whisky. Sinds onze terugkomst uit Zwitserland heb ik nog geen druppel gedronken, zelfs nooit de behoefte gehad me een dram in te schenken. Ik merk dat daar stilaan verandering in komt, en dat is goed. Ik begin echter met een verslagje van de Fulldram ledentasting van maandag 12 maart, een verslag dat ik de avond erop al grotendeels rond had, maar een telefoontje enkele uren later heeft dit twee weken in koelkast doen belanden.

 

Danny en Alex Eekelaers namen de honneurs waar in Tasttoe, Kampenhout. Ze kregen van het bestuur een mooi bedrag en carte blanche om een leuke tasting in elkaar te boksen. En dat is het ook geworden. Ze legden de lat voor zichzelf wel behoorlijk hoog door zes whisky’s te schenken die volgens hen door minstens 1/3 van de leden telkens 90 punten of meer zouden krijgen. Deze zes whisky’s werden gepresenteerd in koppels, twee uit Speyside, twee uit de Highlands en twee van de eilanden, en dat alles blind geschonken. Daarenboven werd geopteerd voor whisky’s van één en dezelfde bottelaar, die nog niet vaak aan bod was gekomen in onze club. Dat bleek The Whisky Fair te zijn, een label uit de stal van The Whisky Agency. Hieronder een verslagje van deze toch wel bijzonder geslaagde tasting.

 

Als aperitief schonk het bestuur de Glen Grain Class 2000/2011, 50%, Malts of Scotland, first batch uit, een vatting van vier sherryvaten North British grain whisky. Een whisky die maar matig ontvangen werd. Veel granen (nu ja), alcohol en ook lijm (Velpon) zijn me bijgebleven. Na enige tijd kwam hij iets meer open (tuinkruiden en zoete tonen), maar lekker werd het nooit. 70/100

 

Wat volgde was dus wel lekker, en eigenlijk ook meer dan dat. De familie Eekelaers ging van start met Speyside whisky’s. Het bleken, net zoals bij de andere koppels, twee verschillende profielen te zijn. De eerste whisky werd op het einde onthuld als de Tomatin 30y 1977/2007, 48.6%, The Whisky Fair, bourbon hogshead, 223 bottles. Deze heeft een erg fruitige neus (roze pompelmoes, mango, ananas), vermengd met kandij, yoghurt en rozenbottel. Ook op de smaak speelt het fruit de eerste viool. Zoet en tropisch fruit. Niet erg complex, maar wel zeer lekker en zeer drinkbaar ook. Ja, achteraf gezien toch wel typisch Tomatin uit deze periode, alhoewel het niet de veel gekendere 1976 vintage betrof. Maar is Tomatin geen Highland whisky? En haalt ie de negentig? Wel ja, voor mij net, lang getwijfeld, 89 of 90, maar uiteindelijk dus met de hakken over de sloot. 90/100

De tweede helft van dit Speyside koppel werd gevormd door de Inchgower 36y 1974/2010, 50.4%, The Whisky Fair, sherry wood, 180 bottles, wat trouwens ook de tweede helft is van de botteling van The Whisky Agency (hetzelfde vat, hetzelfde moment gebotteld, hetzelfde alcoholpercentage, gewoon een ander label), een whisky die onmiddellijk uitverkocht was. Deze is dus, net zoals de andere in de line-up, nog steeds te koop. Het is maar dat je het weet. Nu ja, de Whisky Agency botteling is door Serge besproken (en met 91/100 meer dan goed bevonden), de Whisky Fair versie niet. Dat scheelt. Voor mij was het de winnaar in deze battle, vooral omwille van de veel grotere complexiteit, de mooie evolutie in het glas en natuurlijk ook omdat het gewoon geweldig lekkere whisky is. De belangrijkste associaties die ik opgeschreven ben, zijn kruiden (ook tuinkruiden), citrus, honing, natte bladeren, eik en lichte rook. Een erg fris, levendig profiel. 91/100
 

Vervolgens namen de heren ons mee naar de Highlands (alhoewel we daar al even beland waren), met de Royal Lochnagar 37y 1972/2009, 50.7%, The Whisky Fair and Three Rivers bar, 126 bottles, die uiteindelijk bij de stemming de winnaar van de avond werd. Een typisch oud Highland profiel, dat me spontaan aan Clynelish uit deze periode deed denken. Zoet (marsepein), fruitig, waxy, floraal, op een ondergrond van mooie sappige eik. Op de smaak aangevuld met kruiden. Ronde, romige, erg elegante en complexe whisky, een absolute topper. 92/100

Deze parel werd vergezeld door de duurste whisky van de avond, de Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles, een whisky gekenmerkt door kruiden (veel kruiden), banaan en zoete tonen. Toen bekend werd welke whisky het was, was ik toch opgelucht dat ik deze exact dezelfde score gaf dan een dikke twee maanden geleden. Geluk? Nee, expertise! Oké, hier zou een smiley moeten volgen. 91/100

 

Tot slot bezochten we de eilanden. Islay lijkt dan een evidente keuze, maar we kwamen terecht op Skye en Mull. Beide eilanden (waar Skye sinds de bouw van de brug eigenlijk een schiereiland is geworden – bedankt om dit te vermelden Alex, dat maakte het raden naar distilleerderij toch wel wat makkelijker) hebben maar één distilleerderij, respectievelijk Talisker en Tobermory. De eerste whisky luisterde naar de wat mysterieuze naam Talimburg 20y 1986/2006, 43.8%, The Whisky Fair (Artist Edition), 240 bottles. Een samentrekking van Talisker en Limburg, het stadje waar The Whisky Fair resideert. De goedkoopste botteling in de line-up trouwens. Dit is een profiel waar ik volledig weg van ben. Niet geweldig complex, maar o zo mooi. Ronde, zoete turf en mineralen (heeft echt wel wat weg van Riesling), vergezeld van zoet fruit zoals ananas en rode appels, en planten. Op de smaak komt daar dan nog wat zilt en peper bij. Niet iedereen was hier echter even wild van, hij eindigde voorlaatste in de eindrangschikking. Ik vind het super. 92/100

Na deze Talisker, viel de Ledaig 33y 1973/2006, 48%, The Whisky Fair, bourbon hogshead, 281 bottles mij een beetje tegen, maar dat lag vooral aan z’n gangmaker. Zeer lekkere whisky, daar niet van, maar toch een trapje lager. Weer zo’n twijfelgeval tussen 89 en 90. Had ‘m eerst op 90 staan, maar hij moet het uiteindelijk met een puntje minder stellen. Zachte ronde turf op de neus, net als gerookt vlees, kruiden, eik en een beetje boenwas. Meer fruit op de smaak: sinaas, aardbei. Ook de eik en de turf zijn dominanter. Complexer dan de Talisker, zeker, maar minder mijn ding. 89/100

 

Aangezien de heren gans het budget aan deze zes flessen gespendeerd hadden, mochten we Stijn dankbaar zijn dat hij nog een extraatje bij had, dat dienst kon doen als toetje. Rarara, wat had hij bij? Z’n eigenste Macduff 14y 1997/2012 ‘Freyr’, 50%, Lord of the Drams, sherry, 104 bottles natuurlijk. Een whisky die niet helemaal tot z’n recht kwam na de voorgaande kanonnen. Hij is daarenboven amper half zo oud dan het voorgaande geweld. Het is ook een ander profiel, met de nadruk op zoete granigheid.

 

Uit de einduitslag bleek dat de whisky’s erg dicht bij elkaar lagen, het waren dan ook alle zes toppers. Opzet geslaagd dus. En wat meer is, allemaal nog verkrijgbaar via de shop van TWF. De finale rangschikking voor de groep was:

  1. Royal Lochnagar 1972
  2. Tomatin 1977
  3. Ben Nevis 1966
  4. Ledaig 1973
  5. Talimburg 1986
  6. Inchgower 1974

 

Nick Cave & Ben Nevis 1966

Nick Cave, dat ik die nog niet heb opgevoerd… een schande! Ik dweepte er al in m’n puberjaren mee, ten tijde van The Birthday Party.
Nu hij een punt heeft gezet achter het lichtjes geniale Grinderman, met de boodschap “See you all in another ten years when we’ll be even older and uglier”, kunnen we ons binnenkort aan een nieuw album met de Bad Seeds verwachten.

 

Nicholas Edward Cave, zoals de man voluit heet, werd geboren in 1957 in Warracknabeal. De meesten onder ons weten dat dat een stadje is in Australië. Naast muziek schrijven en spelen, heeft hij zich ook gewaagd een het acteren en het schrijven. Zo verslond ik als puber And the Ass Saw the Angel, een boek dat ook door de critici lovend onthaald werd.

 

Maar muzikaal brak hij door met The Boys Next Door, een bandje dat hij in 1973 als zestienjarige knaap oprichtte samen met Mick Harvey en Phil Calvert. Later werd naam van deze band gewijzigd in The Birthday Party en verhuisden ze van Melbourne naar Londen. Aldaar werden de heren vervoegd door het fenomeen Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten en Rowland S. Howard. De muziek van The Birthday Party laat zich niet gemakkelijk omschrijven, maar het wordt vaak als ‘post-punk’ geduid. Alhoewel voor mij ‘rauwe bluesrock’ de lading ook we dekt. Laat het ons op stevige muziek houden. Ook op hun optredens ging het er trouwens stevig aan toe. Vrouwen die op het podium kropen, hun rok omhoog trokken en urineerde op het podium… ja, het moet daar nogal gemoedelijk aan toe zijn gegaan.
Hun muziek had in ieder geval een niet te onderschatten invloed op de generatie muzikanten na hen. Samen met The Stooges hebben ze menige punkrock band de nodige inspiratie bezorgd.
Kort na een tweede verhuis, van Londen naar West-Berlijn deze keer, en na onenigheid tussen Cave en Howard, hief de band in 1984 zichzelf op. Cave, Harvey, Bargeld gingen daarna samen met Barry Adamson als Nick Cave and the Bad Seeds door het leven. Howard sloot zich aan bij het fantastische Crime & The City Solution van Simon Bonney (volgende keer moet ik het hebben over Bonney). Ook These Immortal Souls was een spin-off van The Birthday Party. Nick Cave zelf verhuisde nadien nog naar Sao Paulo, waar hij in 1987 trouwde en een zoon Luke kreeg, opnieuw naar Londen en uiteindelijk naar Brighton.

Cave’s teksten zijn bijna altijd gitzwart, thema’s die aan bod komen zijn in willekeurige volgorde: dood, moord, bloed, geweld, krankzinnigheid… Laat het duidelijk zijn, een doetje is het nooit geweest. In combinatie met de weinig toegankelijke muziek, hoeft het ook niet te verbazen dat de man, zeker in z’n beginjaren, weinig commercieel succes kende. Pas met The Good Son uit 1990 (waarop de ‘hit’ The Ship Song staat) en later met z’n duet met Kylie Minogue (wat een koppel!), Where the Wild Roses Grow, kon het grote publiek kennismaken met ’s mans talenten. Ook PJ Harvey kon kennis maken met een aantal talenten van de man, weliswaar andere, maar hun relatie liep na enige tijd op de klippen.

In 2007 stampte hij Grinderman uit de grond, een project samen met enkele leden van The Bad Seeds, waarin hij zich als mean machine lekker kon uitleven zoals in de beste Birthday Party traditie. De band bracht twee titelloze albums uit.

Voor de filmwereld schreef hij zowel muziek (o.a. voor enkele films van Wim Wenders zoals Until the End of the World) als scenario’s (o.a. Ghost of the Dead uit 1989 en The Proposition uit 2005).

 

Goed, tot zover nonkel Nick. Met het geweldige album Tender Prey (Up Jumped the Devil! Watching Alice! The Mercy Seat!) op de achtergrond, proef ik een Ben Nevis 1966. Oude (ik bedoel dan vooral jaren zestig) Ben Nevis is een profiel dat me enorm ligt. Niet alles uit deze periode is echter even goed, maar twee officiële bottelingen – deze en vooral deze – staan toch wel mooi te blinken in m’n top-50 ever. De 1966 voor The Whisky Fair die ik vandaag bespreek, proefde ik het verleden al eens, nu maak ik er wat meer tijd voor.

 

Ben Nevis 43y 1966/2009, 43.8%, Douglas Laing, Platinum Selection for The Whisky Fair, 141 bottles
De neus start zalig: zoet fruit vermengd met (veel) kruiden. Nootmuskaat, munt en kruidnagel. Qua fruit vooral sinaas, banaan en ananas in blik. Vijgen ook. Daarna antiekwas en oud leder. Oude boeken. Romige chocolade (truffels). Hij start niet alleen zalig, hij blijft het. Volle smaak, geconcentreerd, dik en stroperig op de tong. Opnieuw veel kruiden (kruidnagel, peper, zoethout) en zoet fruit. Aardbeienconfituur. Appel- en perensiroop. Kokos, sinaas en banaan. Doet me wat aan oude rum denken. Daarna zet de eik zich door, net als okkernoten en donkere chocolade. Het geheel wordt m.a.w. licht drogend. Lange afdronk met de bittere (eik, kruiden) en de zoete (zoet fruit) elementen die elkaar perfect in evenwicht houden. Ja, ik vind dit heerlijk. Misschien niet helemaal het niveau van de bovenvermelde OB’s, maar wel betaalbaarder (195 euro, o.a. nog online te koop op de site van The Whisky Fair). 91/100

Intermezzo: Fulldram supertasting

Zoals vermeld, kon een eventueel intermezzo het rijtje feestwhisky’s onderbreken. En aangezien de slottasting – ook en beter gekend onder de naam supertasting – van onze club Fulldram altijd een feestelijk orgelpunt op het voorbije seizoen is, zal dit verslag niet echt uit de ‘feest’-toon vallen. We houden het niveau immers hoog, erg hoog.
Het opzet van de tasting was lichtjes anders dan vorig jaar, toen werd het budget gespreid over vijf toppers, dit jaar ook vijf heerlijke whisky’s maar met het grootste deel van het budget dat naar de afsluiter ging. Een afsluiter met een nogal stevig cultgehalte. Van enkele whisky’s nam ik een restje mee naar huis – van de ‘cult’ was dat meer dan een restje. Met m’n neus in het glas hieronder een verslagje.

 

Als soortement aperitief kregen we een oude luxeblend ingeschonken, de House of Peers 12y. De House of Lords 12y hebben we hier al eens gehad, tijd om ons onder het gewone volk te begeven. Geen idee wanneer deze gebotteld werd, laat het ons houden op ‘ergens in een ver verleden’. Je zou kunnen zeggen de Chivas Regal van toen.

House of Peers 12y, 43%, OB 1970’s?, 75cl
Een neus die ‘oud’ ruikt, met lichte sherrytonen. Een beetje stof en wat metalige tonen. Redelijk wat graan en na enige tijd ook fruit (de fles heeft het patroon van een ananas en je ruikt op de duur ook die ananas). Ook op de smaak domineert het graan en komt wat fruit om de hoek kijken. Niet echt bijzondere, maar verre van slechte blend. 77/100
 

De eerste whisky in het rijtje van vijf was een whisky die ik al eens eerder besprak. De Rosebank 1981 onder het oorspronkelijke Daily Dram label kon me toen al erg bekoren. Het is misschien niet echt typische Rosebank maar wel zeer lekker. Voor alle duidelijkheid, dit is een whisky op vatsterkte.

Rosebank 1981/2006, 43%, Daily Dram
Erg fruitige neus: peer, witte perzik, appel, citrus… Calvados. Zuurzoete appels. Wat florale toetsen. Een vage kruidigheid. In mijn eedere review merkte ik een klein beetje turf op, dat had ik hier nu niet. Op de smaak wel een hint daarvan. Naast het vele fruit. Niet echt complex deze Rosebank, zonder het fruit blijft er niet zo veel over, maar dus wel erg lekker. 88/100

 

Tweede in de rij was een Glen Grant 1959. Deze whisky, die in 2007 uitgegeven werd, is een overschotje – gezien de 22 flessen is dit verkleinwoord echt wel op z’n plaats – van een Samaroli botteling uit 1999. Het was de Whisky Club of Austria (van o.a. Malt Maniac Konstantin Gregoriadis) die Serge Valentin een label liet ontwerpen voor deze 22 flessen. Toch wel bijzonder dat er vier jaar later nog een fles in Leuven beland is, de leden van die club moeten dus minder dan die 22 flessen ter beschikking hebben gehad. Leuk voor ons, dat spreekt!

Glen Grant 40y 1959/1999, 48.9%, issued 2007 for The Whisky Club of Austria, sherry cask, 22 bottles
Erg compexe sherryneus met enerzijds wat ik zou omschrijven als bos-associaties, een wandeling door het bos. Varens, mos, natte bladeren. Ook de geur van een kampvuur, met vooral nat naaldhout. Hars. Anderzijds veel kruiden waar ik niet verder op gezocht heb. Wat nog? Chocolade, rozijnen en ertussendoor heerlijk fruit. Zowel gedroogde vruchten als roze pompelmoes en appel. Op de tong is deze whisky dik, vettig bijna. Vette oude sherry, lovely! Aarde, noten, kruiden, chocolade en veel fruit opnieuw. Pompelmoes, appelmoes, sinaas. Een stevige portie eik maar in tegenstelling tot anderen had ik geen tannines, niet in de smaak, niet in de afdronk. Het fruit geeft genoeg tegengas, het hout overheerst nooit. Zeer lange afdronk, heerlijk bitterzoet. Geweldige en geweldig complexe oude Glen Grant. Het spreekt voor zich dat je al enorm geluk gaat moeten hebben om hier nog een fles van te vinden. 92/100

 

De volgende whisky is op korte tijd een klassieker geworden. De Glen Ord 30y is volgens Serge Valentin trouwens de beste Glen Ord die hij ooit dronk, of althans besprak. Gezien het feit dat hij ook al de Manager’s Dram en de 1962 Samaroli ‘Bouquet’ in z’n track record heeft staan, wil dit wel iets zeggen.

Glen Ord 30y, 58.7%, OB 2005
De neus startte granig. Ontbijtgranen, met yoghurt. Pas na enige tijd florale en fruitige toetsen. Lychee, abrikoos, ananas, peer. Zeer mooi, clean en aromatisch, maar pas na enige tijd. Boter. Op de smaak domineert de alcohol, samen met een zoete granigheid. Dominiek merkte plis op. Earl Grey. Veel peper op het einde (de alcohol dus). Wat fruit, maar dat komt pas echt naar voor met een beetje water. Mandarijn heb ik opgeschreven, net als pompelmoes en kruiden (herbal). Hooi. Wat zoet, wat fruitig, wat bitter… subtiel en elegant, zeker, maar niet makkelijk te doorgronden. Best lange afdronk op fruit en kruiden. Water toevoegen bleek een meerwaarde voor de smaak, de neus was voor mij echter beter zonder. Pas water toevoegen na het ruiken dus… Complexe whisky, in elke betekenis van het woord. Maar beter dan de Manager’s Dram? I don’t think so. 90/100

 

En dan Ben Nevis 1966… iets wat me wel ligt om het eufemistisch uit te drukken. Ik heb al enkele Ben Nevis 1966’ers gedronken en was daar telkens behoorlijk weg van. Deze liet zich daarenboven aankondigen als euh… één van de betere.

Ben Nevis 26y 1966, 59%, OB for Japan
Hola, wat een zalige neus! Schitterende zoete en waxy sherry met een enorme fruitigheid. Banaan (nog niet al te rijp), ananas, sinaas (wel rijp), gedroogde abrikoos, vijgen… Associaties van koffie, cake, honing, antiekshop, geboende eiken meubelen, kruiden (veel kruiden, nootmuskaat en gember o.a.), tabak, sigarendoos, pfff, je kan hier eindeloos op doorgaan. Absolute topneus. Beter dan alle andere 1966’ers die ik al had, deze gaat dieper, is voller, is complexer. Hetzelfde geldt trouwens voor de smaak. Het zoete en het bittere in perfecte harmonie. Karamelsaus, noten (gesuikerd, denk aan coupe brésilienne), fruit, kruiden, prachtige eik, rozijnen, oude rum, een klein beetje rook… Afdronk? Van hetzelfde laken een broek. Ronduit prachtige Ben Nevis! 94/100

 

En dan was het tijd voor een streepje cult. Voor het slot in grootse stijl mocht een flesje Ardbeg zorgen, een flesje die wat men noemt een reputatie heeft. Dat is Reputatie met hoofdletter. Van de Provenance bestaan er enkele versies, wij kregen de eer de 1974/1997 for Europe op 55.6% te proeven. Dat is Eer met hoofdletter. Een sacraal sfeertje en dito stilte maakte zich meester van de zaal.

Ardbeg ‘Provenance’ 1974, 55.6%, OB for Europe, 1997
Schitterende, elegante neus op zachte, zoete turf vermengd met veel fruit (zoete appel en perzik), wat zilt en leder. Het looien van leder. Oud leder ook. Bijenwas, boenwas, de geur van oud geboend leder dus. Echt opmerkelijk dat leder. Maar hij gaat verder op kruiden (nootmuskaat, kruidnagel en gember) en lichte medicinale toetsen. Prachtige evolutie. En zo verschrikkelijk (dat woord is hier eigenlijk wat misplaatst) heerlijk om ruiken. Prikkelend mondgevoel. De zachte turf, dezelfde kruidigheid, een even heerlijke fruitigheid… zoetzure appels, pompelmoes, mandarijn. Het leder dat ook hier z’n opwachting maakt. Donkere chocolade smeltend op je tong. Vreselijk (ook dat woord is hier eigenlijk misplaatst) lange afdronk, op de heerlijke tonen van de smaak. Ik kan begrijpen waar dat cultgehalte vandaan komt. 94/100

 
Eindklassement van de groep (en van mezelf):

  1. Ardbeg Provenance
  2. Ben Nevis 1966
  3. Glen Grant 1959
  4. Glen Ord 30y
  5. Rosebank 1981

Geef toe, een schoon tastinkje.
 

Thelonious Monk & Ben Nevis 1966

Tijd voor een streepje muziek. Dat is weer veel te lang geleden. Nochtans zou ik me geen leven zonder muziek kunnen inbeelden. Een leven zonder whisky daarentegen… nu ja, ook niet echt. Vorige week een schitterende Richard Thompson bezig gezien, maar die hebben we hier al gehad. Toch, ik kan z’n laatste plaat Dream Attic alleen maar heel erg aanbevelen. 13 nieuwe – en opnieuw erg sterke – songs, live opgenomen. Thompson is een goeie zestig jaar oud, maar verliest niets aan intensiteit en kracht, integendeel, ik heb de indruk dat hij er alleen maar gedrevener op wordt. Waardig ouder worden, noemt men dat.

 

Ook oud – dood zelfs – is Thelonious Monk. We zitten dus bij de Jazz, meer bepaald de Bebop, mijn favoriete stroming. Bebop kan men beschouwen als de opvolger van de Swing en is wat verwant aan de Free Jazz. Het onderscheidt zich van andere stijlen door de complexe ritmes en harmonieën waarbij vaak een thema wordt gespeeld wat dan door de verschillende instrumenten afzonderlijk wordt overgenomen en ‘bewerkt’. Het doet vaak experimenteel aan, wat het niet altijd de meest makkelijk stijl maakt. Dit wordt vaak ook als reden aangehaald waarom jazz aan populariteit inboette en de opkomst van de rock ’n roll mogelijk maakte. Bebop ontwikkelde zich tijdens de Tweede Wereldoorlog en bleef tot 1960 toonaangevend. Andere bekende protagonisten van deze stijl zijn o.a. Miles Davis (Kind of Blue – dé klassieker der jazz-klassiekers), Charles Mingus (Goodbye Pork Pie Hat!) en Charlie Parker.

Maar Thelonious Monk dus. Thelonious Sphere Monk, zoals hij voluit heette, werd geboren in 1917 in North Carolina, maar verhuisde al snel naar New York, waar hij met zijn familie terecht kwam in een buurt met een zeer actieve muziekscene. Hij bleef er wonen tot z’n dood in 1982. Al van jongs af aan raakte hij gefascineerd door het pianospel, een spel dat hij doorheen zijn jeugd perfectioneerde. Op 17-jarige leeftijd stopte hij met school en wierp hij zich volledig op de jazz. Door contacten met andere muzikanten zoals Dizzy Gillespie of Art Blakey en sessies met hen in het beroemde Minton’s Playhouse in Harlem, ontpopte Monk zich tot een bekend en begenadigd jazzpianist. Snel kreeg hij samen met Kenny Clarke en Nick Fenton van eigenaar Henry Minton een vast contract aangeboden, hiermee de kiem voor de Bebop zaaiende. De komst van Charlie Parker naar New York en naar Minton’s betekende de definitieve doorbraak van het genre. Later zou Monk zich uit het genre terugtrekken en verder gaan met eigen thema’s. Doorheen zijn carrière leidde hij muzikanten als Miles Davis en Sonny Rollins op.
Zijn eerste plaat Genius of Modern Music bracht hij uit onder het label van het legendarisch Blue Note Records. Toch was zijn carrière, zeker financieel in de beginjaren geen onverdeeld succes. Twee maanden gevangenis voor vermeend heroïnebezit, het verlies daardoor van z’n cabaret card, verhuis naar een nieuw label waar hij op heel wat minder steun kon rekenen, daar aan de deur gezet wegens niet winstgevend genoeg… Pas toen hij in 1955 voor het kleinere Riverside ging werken, had hij het gevoel thuis te komen. Dit label gaf hem een zeker bestaan en de mogelijkheden zich artistiek volledig te ontplooien. In 1957 kreeg hij daarenboven zijn cabaret card terug zodat hij opnieuw in clubs kan gaan spelen. Zijn ster rees en zijn muziek werd meer en meer gedraaid én geapprecieerd. Orkestopnames en tournees volgden, en uiteindelijk belandde Monk bij het grote CBS. En op de cover van Time magazine, wat weinige artiesten gegeven was. In de jaren zeventig doofde zijn carrière geleidelijkaan uit.
In de jaren 1950 ging Monk samenwerken met John Coltrane, een andere jazz-grootheid. Dit resulteerde in meerdere platen, waaronder het schitterende Thelonious Monk with John Coltrane (daar is over nagedacht) uit 1957 wat ik nu heb opstaan. Zalige plaat. Perfect laid-back sfeertje, een sfeertje dat zich laat versterken door een even zalige oude Ben Nevis. Whisky & Jazz, meteen de titel van een mooi boek van Hans Offringa. Kan je een streepje jazz appreciëren? Dan is dit boek als whiskyliefhebber een must.

 
Ben Nevis 42y 1966/2008, 40.6%, Alchemist
Het eerste wat opvalt in de neus van deze whisky is… juist ja, banaan. Ben Nevis en zeker oude Ben Nevis, dat is banaan. En banaan dan nog op ideale eetbaarheid, ik bedoel nog een beetje groen maar niet té groen en zeker niet bruin. Echt waar, je moet er maar eens op letten als je de kans krijgt oude Ben Nevis te proeven. En die kans moet je grijpen, met beide handen, want oude Ben Nevis kan verschrikkelijk lekker zijn. Ook deze is dat. Wat geurassociaties betreft, denk ik naast de banaan qua fruit aan kruisbessen en rijpe sinaas. De neus is verder zoet (cake – bananencake inderdaad – en honing) en heerlijk kruidig. Eucalyptus. Licht waxy (antiekwas, oude meubels) met wat gedroogde bloemen. Vanille. Woodsmoke. Lovely! De smaak start minstens even goed. Zoet, fruitig en kruidig geeft de richting aan. Honing, heide, banaan again, kokos, vanille, en daarna de kruiden. Nootmuskaat, gember, met hoe langer hoe meer hout. Inderdaad wat drogend naar het einde. Rozijnen op rum mogen niet onvermeld blijven. Lange afdronk waar het fruit en de vanille strijden met het hout. Deze strijd eindigt onbeslist. Zalig avondje. Je kan deze Ben Nevis hier of daar nog wel vinden, o.a. bij The Bonding Dram voor 230 euro. 91/100
 

Ben Nevis 1999 Jean Boyer

Ik heb de laatste maanden enkele verrassend lekkere Ben Nevis’en geproefd. Benieuwd of ook deze 1999 van Jean Boyer mij kan bekoren.

 
Ben Nevis 1999/2009, 40%, Jean Boyer Best Casks, 1980 bottles
Oh nee, dit wordt een tegenvaller. Scherpe neus op rubber, havermoutpap, kruiden en heel lichte rook. Na enige tijd komt er iets zurigs bovendrijven. De smaak is iets beter en steviger dan de 40% doet vermoeden. Fruitig en kruidig zijn de kernwoorden. Citroen en pompelmoes. Kruisbessen. Middellange, bittere finish. Nope, er bestaat heel wat betere recente Ben Nevis. 71/100

Ben Nevis 1990, M&H Taste Still Selection

Ben Nevis 1990/2006, 58.3%, M&H, Taste Still Selection, cask 2712, 313 bottles – Highland
De mooie complexe neus geeft gestoofd fruit, munt, (kruiden)thee, amandel, hout, boenwas en koffie. Het alcoholpercentage zorgt mede voor een erg stevige smaak, die bittere (hars) tonen vermengd met zoete (honing, vanille, het gestoofde fruit). En ook hier een lekkere waxy touch. Middellange, zoete afdronk. Lekkere stevige Ben Nevis die geen water nodig heeft, en na de Ben Nevis 1996 van Malts of Scotland een tweede aangenaam treffen met deze distilleerderij. 87/100

Ben Nevis 1996, Malts of Scotland

Ben Nevis 13y 1996/2010, 57.1%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead, cask 1466, 258 bottles – Highland
Zoete neus met wat ‘verbrande’ associaties. Verbrande cake, verbrande kandijsuiker, dat soort zaken. Vanille. De crème brûlée doemt op. Kersen ook en sinaas. Woodsmoke. Ja, een plezante rokerigheid op de achtergrond. Nat hooi. Ook de smaak kan me bekoren. Die is stevig, met karamel, geroosterde noten en kastanjes. Een aangename kruidigheid op gember en peper. De neus heeft zeker geen water nodig, eens zien wat enkele druppels met de smaak doen. De kruidigheid neemt wat af en ruimt plaats voor fruit. Peren en banaan vooral. Middellange, kruidige finish. Een verrassend lekkere, jonge Ben Nevis. 86/100