Spring naar inhoud

Posts tagged ‘70 proof’

Strathisla 1937 bis

Ik proefde in het verleden al eens een andere batch van deze Strathisla 1937, ééntje die iets later gebotteld is, want vermeldt de inhoud niet alleen in fluid ounces maar ook al in centiliter (75.7cl). Deze is dus ouder. En lichter van kleur. Toch altijd een belevenis, whisky gedistilleerd vóór de Tweede Wereldoorlog.

 

Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. oz., early 1970’sStrathisla 1937, 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. oz., early 1970’s
De geur is alvast typisch voor whisky uit deze periode. Voor zover ik dat hier kan poneren natuurlijk, het is nog maar mijn zevende of achtste whisky van de jaren dertig. Nu ja, nog maar, ik prijs me gelukkig, daar niet van. Maar wat bedoel ik nu met dat profiel? Dat is moeilijk te omschrijven. Het is ook moeilijk om te zeggen wat maakt dat dit zo ruikt. De periode (andere distillatiemethoden)? De verdere rijping op fles? Rook deze whisky bij bottelen m.a.w. ook al zo? Ik veronderstel dat beide elementen meespelen. In ieder geval, ik ruik oude meubels, oud leder en oud zilverwerk. Bestek. Jawel, ook bestek heeft een geur. Nog andere metalige tonen, zoals allerlei gereedschap. Engelse sleutels en zo. Je gereedschapskist opentrekken. Na een jaar niet meer gebruikt te hebben. Soit, je snapt het plaatje. Het gaat verder op tabak en wat kruiden zoals kaneel en munt. Fruit ook wel, gestoofde appels en limoen. Zachte, erg zachte rook. Geen turfrook, eerder een soort herfstgeur. De geur van het hout, maar ook rottende bladeren (pas op, dat is absoluut een meerwaarde). Delicate en subtiele smaak op tonen van heide, hooi, tabaksbladeren, hars en gestoofd fruit. Warme aarbeienconfituur. Appelsienen ook. Subtiele kruiden en al even subtiele rook. Een hint van balsamico. Alles heel breekbaar. Geen al te lange, licht droge afdronk op kruiden en gestoofd fruit. Uniek profiel en erg lekker. De latere batch vind ik echter nog beter, heeft meer body. 92/100

Advertenties

Glen Grant 15y 70 proof, G&M

De leeftijd van een botteling kan je voor een stuk afleiden aan de inhoudsmaat. Zo mag je ervan uitgaan dat een fles die 26 2/3 fl. oz. als inhoud vermeldt, gebotteld werd vóór midden jaren zeventig. Een fles die zowel 26 2/3 fl. oz. als 75,7cl vermeldt, is een fles van midden de jaren zeventig. Vanaf eind jaren zeventig werd het 75cl en dit tot en met 1991. Begin 1992 werd de huidige standaard van 70cl ingevoerd. Vandaag dus een (very) oldie.

 

Glen Grant 15 YO 70 proof, G&M, early 1970’sGlen Grant 15y 70 proof, 40%, Gordon & MacPhail early 1970’s, 26 2/3 fl. oz.
Zachte neus met mooi old bottle effect. Licht stoffig, een kleerkast die in vijftig jaar niet meer open geweest is, oude meubels, licht metalige toetsen (bestek). Verre van storend. Groen appels (Granny Smith), lindethee met honing, pollen en lichte bijenwas. Pompelmoes in de verte. Zoethout, al evenzeer in de verte. Niet veel meer. Zacht en aangenaam op de tong, met veel appels (en appelsap), gember, zoethout, groene thee en wat tabaksrook. Eerder korte, kruidige afdronk met wat tabaksbladeren als extra. Niet complex, wel lekker en vooral erg drinkbaar. 84/100

Glenury Royal 12y 70 proof

Vandaag een whisky die ik al enkele malen heb kunnen proeven, de vorige keer was dat in het Lynnfield Hotel op Orkney. De keer daarvoor ook in het Lynnfield Hotel op Orkney… Maar nu dus ook sample-gewijze en in volle concentratie.

 

Glenury Royal 12y 70 proof, OB +/-1980
Frisse en cleane neus, zonder al te veel old bottle effect. Mineralen (gazon na een frisse regenbui), granen, motorolie en een zoete toets vallen op. Dat zoets heeft misschien iets van nougat. Vanille ook wel. Warme houtkrullen. Kruisbessen? Yep. Kaarsvet ook, net als blik. Zelfs wat zilt. En is dat daar een heel klein beetje turf? Tja, hoe meer tijd je ‘m geeft, hoe complexer hij wordt. Een aantal zaken zijn de vorige malen toch aan mijn voorbij gegaan denk ik. Op de smaak heb ik wel wat meer old bottle, de metalige tonen (blik) zijn hier wat promintenter. Een beetje stof ook. Olie opnieuw, olijfolie meer bepaald, net als het kaarsvet en de lichte turfrook. Honing, sinaas, wat eik en kruiden zoals peper en zoethout vullen aan. De afdronk kan ik moeilijk lang noemen. Hij blijft licht metalig, mineralig en kruidig. Bijzondere whisky. Erg boeiend. 87/100

Glen Grant 10y 70 proof

Glen Grant was lange tijd eigendom van de Chivas groep, deel van Pernod Ricard, maar deze laatste diende bij de acquisitie van Allied Domecq enkele distilleerderijen van de hand te doen, waaronder dus Glen Grant, maar ook Laphroaig en Bushmills. Glen Grant werd verkocht aan Campari, niet toevallig een Italiaans bedrijf. Glen Grant is altijd zeer populair geweest in Italië. Vandaag een oude jongeling.

 

Glen Grant 10y 70 proof, 40%, Gordon & MacPhail, +/- 1970, Square bottle, 26 2/3 Fl. Oz.
Stevig old bottle effect: grootmoeders kleerkast, zilverpoets, metalige tonen… daartussen de schil van groene appels, granen, honing, thee, een klein beetje rook en iets van gerookte hesp. Best aangenaam om ruiken. Levendig en stevig op de tong, veel granen en appels (eerder gele appels hier), opnieuw de thee (English Breakfast), de zachte rokerigheid en hoe langer hoe meer kruiden. Wordt vrij droog. Verbrande toast meen ik nog te detecteren. Niet echt complex, wel zeer genietbaar. Korte afdronk op toast en kruiden. Een leuk antiek hebbedingetje. 86/100

Feest

Voor mij dan toch. Ik heb lang getwijfeld welke whisky ik zou selecteren voor mijn duizendste proefnotitie. Maar omdat ik nogal het besluiteloze type ben, ga ik het feest een beetje rekken. Ik heb de laatste maanden enkele whisky’s verzameld – het dient gezegd dat dit in de meeste gevallen spijtig genoeg flesjes van 2 of 3 cl zijn, alhoewel het financieel gezien beter zo is – en proef deze één voor één gedurende de komende dagen, eventueel onderbroken door een intermezzo indien daar (een goede) reden toe is. Het zijn stuk voor stuk whisky’s waarvan ik weet of hoop dat ze mij in de zevende hemel zullen doen belanden. Ik begin met één van de whisky’s die in de afgelopen drie jaar op mij het meeste indruk maakte, nl. de Glen Grant 21y Securo Cap. De securo cap was een sluiting (type draaidop) die enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 gebruikt werd. En aangezien Glen Grant z’n deuren sloot tijdens WO II, is dit dus jaren dertig whisky. Roffel roffel, hier volgt review nummer duizend.

 

Glen Grant 21y 70° proof, 40%, G&M early 1960’s, securo cap
Ah man, memories! Een avond voor Kerst, een kelder in Mortsel, een gezelschap waarbij het kwijl langs de mondhoeken naar beneden droop. Ik vond dit toen fenomenaal goede whisky, ik vind dat nu… euh, fenomenaal goede whisky. Die neus is echt uniek, indrukwekkend lekker maar niet eenvoudig te beschrijven. Laat me toch een poging wagen. Om te beginnen zoet: acaciahoning, gebak, zoet fruit à la banaan, rode appels en peer. Die banaan is gebakken banaan, met rum en honing. Rum-rozijnen. Dan heide en gedroogde bloemen. Daar stopt het bijlange nog niet bij, hij gaat verder op balsamico crème, oud leder en antiekwas. En de geur deed me van in het begin aan iets denken waar ik maar niet kon opkomen, tot het me ‘Eureka!’-gewijze te binnen schoot: Normandische pannenkoek geflambeerd met Calvados, boenk er op. En nog blijft hij evolueren. Aan de hand van een prachtige onderliggende kruidigheid bijvoorbeeld. En Canada Dry, en een beetje okkernoten, en… dat blijft maar doorgaan en doorgaan. Vermoeiend in zekere zin. Maar wat kan het me schelen! Ronduit subliem! Op de tong is hij smeuïg, dik, zoet en kruidig. Ik schrijf op: zoete appels, kaneel, gember, hars, herbal, siroop, munt, honing, Calvados, belegen eik…. Ja, vooral veel puntjes. Alles elegant, subtiel, niks scherps, complex… zo fucking complex! En lékker dat dit is! De afdronk? Pfff, whatever, lang en bitterzoet en dat zegt niks, ik weet het. Een juweeltje uit een zeer ver verleden. Hoeveel scoorde ik ‘m indertijd? 97? Wel, vandaag doe ik daar geen sikkepit van af. Buitenaards inderdaad. 97/100

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.