Spring naar inhoud

Posts tagged ‘53.7%’

Bowmore 17y 1993, Thosop

Om één of andere reden was er in 1993 vanuit de blenders minder vraag naar Bowmore. Men hoefde op de distilleerderij dus minder snel te produceren, alles verliep wat trager. En dat zorgde ervoor dat de whisky van dat jaar wat anders is dan deze van andere jaren. Rijker, dieper. Ik veronderstel dat vooral een langere fermentatie hierin een rol heeft gespeeld. Een voorbeeld hiervan is deze Thosop botteling.

 

Bowmore 17y 1993/2011, 53.7%, Thosop Handwritten label, bourbon cask 477, 198 bottles
Ah, we have die fruit! En nog zo’n klein beetje. Appelsien, ananas, kruisbessen, papaja, coeur de boeuf, passievrucht, perzik, rode appels, mango en pompelmoes. En heel deze fruitsla op tonen van vanille, boter, gedroogde bloemen, een beetje kalk (licht mineralig), zachte eik, lichte gember en heerlijke zachte turf. Erg aromatisch en expressief. Ook de smaak is dat. Iets meer turf dan op de neus, ook wat meer kruiden (de gember, maar nu ook zoethout en kaneel). Maar het zoete, smeuïge fruit blijft op de voorgrond. Zowat dezelfde soorten als in de geur, nogal tropisch dus, samen met zowel sappige appels als appelsien. Minder zilt dan verwacht. Romig, olieachtig mondgevoel. Een genot voor de papillen. De afdronk is vrij lang en rijk op fruit en zoete turf. Ik vind deze Bowmore nu nog beter dan toen ik ‘m twee jaar geleden voor het eerst proefde. En zo vreselijk drinkbaar. Bowmore 1993, toch wel cult-in-the-making. 92/100

Longmorn 36y 1976, Malts of Scotland

Wat ben ik blij dat er nog eens een top-vintage van een grote naam wordt gebotteld. Longmorn 1976, ik dacht dat dat gedaan was. Net zoals Caperdonich 1972, Clynelish 1981, Tomatin 1976… Ten onrechte dus. Mooi mooi.

 

Longmorn 36 YO 1976/2013, 53.7%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS13029Longmorn 36y 1976/2013, 53.7%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS13029, 143 bottles
Yep, dit hebben we dus even moeten missen: die typische, zoete, fruitige en kruidige neus. Honingkoek, warme appelcake, gekonfijt fruit, overgaand in meloen, mango, ananas en appelsien, ondersteund door gember, nootmuskaat en zoethout. En door zachte, sappige eik. Het geheel is best waxy ook. Bijenwas, oud geboend leder. Honing en heide. Heerlijk. De smaak doet niet onder, integendeel. Warme appeltaart (of appelcake), met kaneel. Taart van kruisbessen ook, met poedersuiker. Veel appelsien. En wat pompelmoes. De kruiden van de neus keren terug: gember en nootmuskaat vooral, maar ook wat peper en munt. Honing en melkchocolade. Orangettes. Ronde eik zorgt voor de nodige body. Die eik is niet veel dominanter aanwezig dan bij z’n twee/drie jaar jongere broertjes. Het is allemaal perfect gebalanceerd. Knap. Lange afdronk met redelijk wat eik en kruiden, maar nog meer dan genoeg fruit en zoets. Prachtige, fruitige Longmorn die niet moet onderdoen voor z’n gemiddelde voorganger. 91/100

Four of a kind!

Laphroaig 10y, 40%, OB 2007 – Islay – 81/100
Neus van zoete turf, rook, zilt en citrus. Ook smaak is redelijk zoet, met turf en kruiden. Cayennepeper? Naast de 2004 botteling gezet die ik thuis had openstaan. Deze vind ik een ietsje minder.
 
Laphroaig 16y 1992/2009, 50%, DL OMC, cask 4825, 691 bottles – Islay – 81/100
Herkenbare Laphroaigh neus. Zoet, ziltig ook, maar minder complex dan ik gewoon ben van Laphroaig. Smaak is wat droog, met turf, teer en wat zoets. Niet slecht hoor, maar te weining complex dus in vergelijking met andere Laffies van die leeftijd en distillatiejaar.
 
Laphroaig ‘Aloha Grip’ 16y 1992/2008, 58%, Daily Dram, The Nectar, 180 bottles – Islay – 91/100
Oh, dit is heerlijk! Zalige, zoete turf in neus en smaak. Vanille, beetje citrus, beetje zilt… Erg lange afdronk, mooie balans tussen zoet en zilt. Moest nog een uur rijden nadat ik deze dronk, maar bij thuiskomst had ik nog steeds de smaak ik m’n mond. Schitterende Laphroaig en weerom een knappe vatselectie van Mario Groteklaes.
 
Laphroaig 18y 1989/2008, 53.7%, SMWS 29.66 ‘Maritime and sweet’, 542 bottles – Islay – 89/100
Aangename neus op zilt en rook (kampvuur, gerookt spek), met karamel en wat koffie erdoorheen. Sherry? Rubber, euh ja dus. Ook in de mond erg lekker. Stevig, zoet, zilt en rokerig. Gerookte zalm (grappig: vlees in de neus en vis in de smaak). Nog: zoethout, koffie en kruiden. Lange, rokerige afdronk. Eén van die vele lekkere Laphroaigs van eind jaren tachtig, begin jaren negentig.

Fulldram SUPERtasting

Maandagavond hebben we met Fulldram Leuven in stijl het seizoen afgesloten. Het betrof een supertasting samengesteld en geleid door Luc Timmermans. Dan weet je dat ‘in stijl’ geen verkeerde woordkeuze is. We kregen acht whisky’s voorgeschoteld (ja whisky’s, we zijn niet voor niets een whiskyclub nietwaar) waaronder een nogal indrukwekkende Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Deze won echter het pleit niet, om maar te zeggen dat je mij niet gaat horen klagen over het niveau van deze tasting.
Nu donderdagavond. De madam op de lappen, de kids in bed, de ideale gelegenheid om mijn sampleflesjes met de overschotjes te ledigen. Samen met mijn notities van maandag resulteert dit in het volgende:

 
Miltonduff 12y, 43%, OB bottled mid 1990’s – Speyside
Deze laat zich herleiden tot kurk, kurk en kurk. En misschien een beetje rauwe champignons. Geen score dus, want defective bottle. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ik dat niet onmiddelijk merkte, pas nadat Luc ons op ‘een offnote’ wees, rook ik de kurk. Ik ging er van uit dat dat kwam omdat het kurkgehalte nog best meeviel, maar na andere whisky’s te degusteren, werd de kurk in deze alsmaar prominenter. Didactisch materiaal.
 
Glenugie 20y 1984/2004, 50%, DL OMC, cask 1320, 201 bottles – Highland – 90/100
Aangezien Glenugie z’n deuren sloot in 1983 hebben we hier te maken met een misprint. Ofwel heeft de kuisploeg zich in 1984 eens goed laten gaan. Soit, het is dus whisky van 1983. Stevige neus met veel fruit. In your face fruit. In your face fruit?? Het is nogal een krachtige neus is, het fruit stuwt zich als het ware een weg door je neusholte, dat bedoel ik. Vooral wit fruit. Sappige peer. Zoet ook. En een beetje kruidig. Maar dan het ‘herbal’ type kruidigheid. Kruidenthee. Het Nederlands maakt spijtig genoeg niet het onderscheid tussen ‘herbal’ en ‘spicy’ kruidigheid. De spicy variant zit dan weer wel in de smaak. Vooral op het eind veel peper. Natuurlijk ook hier veel (zoet) fruit. Vrij lange, fruitige afdronk. Smullen!
 
Port Ellen 21y 1979/2001, 50%, DL OMC, 618 bottles – Islay – 91/100
Deze heb ik recent nog bij Dominiek gedronken. En goed bevonden. Lekkere turf perfect in harmonie met dito sherry. En zonder scherpe kantjes. Score bevestigd.
 
Tomatin 25y 1980/2005, 56.6%, Weiser Germany, cask 13462, 320 bottles – Speyside – 91/100
En dan gingen we weer de fruitige torr op. En hoe. Deze Tomatin zit vol fruit, fruit van het exotische type hier. Passievrucht, mango, ananas… Schitterende frisse neus en erg drinkbaar voor dit alcoholpercentage. Lange afdronk met… juist, fruit. Top!
 
Bowmore 35y 1968/2004, 40.5%, DT for The Whisky Fair, cask 3818, 150 bottles – Islay – 88/100
En voor diegenen die nog niet genoeg fruit hadden, stond er nog een Bowmore 1968 op het programma. Bowmore 1968, dat is tropisch fruit. Veel ervan in de neus. Nat hooi ook. Beetje zoet. Smaak is erg zacht (ok, amper 40%), zoet en fruitig. Naast de tropische toestanden ook wat citrus. Na een tijdje komen er bloesems door. Lange afdronk. Lekker? Zeer zeker, maar mist de complexiteit van de 1966 distillaten. Dat laatste zet ik er vooral bij omdat dat wel chique staat, niet dat ik al geweldig veel jaren zestig Bowmore gedronken heb. Met 88 punten voor mij de minst scorende dram. Jawel, een Bowmore 1968.
 
Nectar of the Gods (Glenfarclas) 38y 1966/2004, 42.3%, Whisky Magazine Editor’s Choice, cask 6461, 84 bottles – Speyside – 92/100
De naam die de jongens van Whisky Magazine deze whisky hebben meegegeven, wekt wel wat verwachtingen moet ik zeggen. Benieuwd of hij deze kan waarmaken. Zoete neus met honing en speculaas. Bodding roept er iemand. Nu je het zegt. Boenwas heb ik ook. Fruit natuurlijk. Gestoofd fruit en confituur toestanden. En dan komt er ook nog ‘s subtiele rook door. Woodsmoke zegt Luc, hout dat verwarmd wordt. Inderdaad. Sherry? Amper. Heerlijke complexe neus. Hetzelfde geldt voor de zoete, romige smaak. Bijenwas, honing, hout, sinaas, perzik, beetje zilt, beetje meer peper, en ongetwijfeld nog heel wat meer want complex is ie wel. Zeer lange afdronk. Schitterende whisky.
 
Ben Nevis 34y 1966/2001, 53.7%, OB for Germany, cask 4276, 209 bottles – Highland – 93/100
Neus: banaan! Ben Nevis noemt men ook wel de banaanwhisky. Nu weet ik waarom. Ondanks het feit dat deze vrij recent gebotteld is toch wat lichte old bottle toestanden. Oude boeken, oude kleren… dat soort zaken. Zoet (karamel) en geleidelijkaan kruidiger. Zalig! Het fruit (banaan, jawel, maar niet alleen dat) en de kruiden kom ik ook de smaak tegen, én in de lange afdronk. Voor de leeftijd niet te veel hout. OK, de smaak wordt naar het einde wat bitter, maar het is een bitterheid van de heerlijkste soort. Lange zalige afdronk. Deze whisky leunt trouwens een beetje tegen rum aan. De banaan, de (verbrande) karamel. Zeker geen gemakkelijke whisky, je moet hem wat tijd geven. Maar hij is o zo lekker.
 

En dan… dan kwam de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Ik kan me moeilijk een betere afsluiter van een supertasting voorstellen. Man, dit is zó goed. Whisky van een andere planeet. Whisky van een ander tijdperk, en dat mag wél letterijk genomen worden. Dit soort whisky maken ze vandaag immers niet meer. En kán – met de huidige productieprocessen – ook niet meer gemaakt worden. Vandaar ook de prijzen. Deze kan je met wat geluk nog wel op één of andere veiling op de kop tikken, maar dan moet je wel bereid zijn een 900 euro neer te telen. Voor de rest van de fles (toch nog een achttal drams) had Dominiek nog 130 euro over. Mijn maximum lag een beetje lager, maar heb vandaag – met de resterende anderhalve centiliter die ik van de tasting mee naar huis had genomen voor mij – al spijt van m’n consequentie. Nu ja, ben Dominiek vergeten vragen wat z’n maximumbod was geweest. Whatever, laat ik maar gewoon genieten van dit kostbare restje.

Ardbeg 28y 1967/1995, 53.7%, Signatory, cask 575, Pale Oloroso – Islay – 95/100
Neus het glas in. Geloofd zij de Heer! En Luk. Turf, maar niet de jaren zeventig Ardbeg turf, laat staan recentere, scherpere turf type Airigh Nam Beist. Deze turf is subliem zacht, fruitig en zoet. De heerlijkste, zachte sherry erdoorheen. Lichte zee associaties (zilt, zeewier…) en wat kruiden ook. Welke? Who cares! En waarschijnlijk kan ik nog heel wat meer uit de neus halen, want hij is zo complex, maar daar heb ik nu even geen zin in. Prachtig gewoon. En de smaak? Ja, ook die verantwoordt de score. Krachtig, mondvullend, met de fruitige turf, zilt, zoethout, was, beetje teer… whatever. Mooie verwevenheid om een illuster clublid te citeren. Nee, mooi is een term die afbreuk doet aan deze Ardbeg. Formidabel, subliem, breath-taking, mouth-watering, dat is de terminologie die hier van toepassing is. Zaaaalige, eeuwigdurende finish. Man, dit is lekkere whisky!
 

Bon, even terug met de voeten op de grond, voor ik het laatste – ja, écht het laatste – bodempje van deze godendrank mijn papillen laat beroeren (the lucky bastards). De top drie van de avond was:

1. Glenfarclas
2. Ardbeg (hunk?)
3. Bowmore & Tomatin ex-aequo

Mijn top drie:

1. Ardbeg (mocht u er nog aan twijfelen)
2. Ben Nevis
3. Glenfarclas

Vwalla, dat was weer eens een mooie avond zie. Enkele Orvals in de vroege uurtjes maakte wel dat het een beetje doorbijten was dinsdag, maar erg kon ik dat niet vinden.

Bedankt voor al het lekkers Luc! En nu de papillen…