Spring naar inhoud

Posts tagged ‘46%’

Blair Atholl 23y 1989, Coopers Choice

Dat is dus Blair Atholl met dubbele ‘l’. Er is een plaats in Schotland met de naam Blair Atholl, maar de distilleerderij gaat door het leven als Blair Athol. Behalve hier dus.
De geschiedenis van Blair Athol gaat terug tot 1798, toen John Steward en Robert Robertson een distilleerderij met de naam ‘Aldour’ uit de grond stampten, op de plaats waar de huidige distilleerderij staat. Dit project was echter geen succes, de heren dienden de deuren van Aldour te sluiten. In 1826 werd de productie nieuw leven ingeblazen door Alexander Connacher. Na een overname in 1933 door Arthur Bell & Sons, is het vandaag eigendom van Diageo.

 

Blair Atholl 23y 1989/2013, 46%, The Coopers Choice, cask 6502, 280 bottles
Niet al te complexe, maar wel erg frisse neus. Veel mineralen, zoals kalk en de geur van vers gemaaid en nat gras. Lichte granen en al even lichte kruiden. Wat kaneel, wat peper, wat munt. Fruit? Wel ja, misschien een beetje citrus (limoen, pompelmoes), meer niet. Voor de rest valt er nog weinig te ontwaren, op de geur van gedroogde bloemen na. Ik vind dit niet echt boeiend. Ook op de smaak valt hij me tegen. Prikkelend en nogal springerig. Springt van de hak op de tak, van granen op marshmallows, van peper op citroen, van amandelen op pompelmoes. Weinig consistent, weinig gebalanceerd. En ook niet geweldig lekker. De afdronk is nog redelijk lang, maar een beetje bitter (peper, eik, granen en pompelmoes). 77/100

Advertenties

Dalmore 1978

De geschiedenis van The Dalmore gaat terug tot 1839, het jaar dat Alexander Matheson aan de oevers van de Cromarty Firth, met zicht op Black Isle, The Dalmore uit de grond stampte. Het was van in het begin de bedoeling van Matheson om de gebouwen te verhuren, hij had nooit de intentie de distilleerderij zelf te beheren. De eerste huurder van The Dalmore was de familie Sutherland. Een telg uit deze familie, Margaret Sutherland, die de distilleerderij leidde van 1860 tot 1866, werd bedacht met de bijnaam ‘Sometime distiller’, omdat zij enkel kwam werken als ze daar tijd en vooral zin voor had.
Het is niet de eerste keer dat ik deze 1978 proef, ik weet dus dat ik me mag verheugen op een pareltje van een whisky. Hij rijpte 29 jaar op Amerikaanse eik en daarna nog een tijd op Gonzales Byass sherryvaten.

 

Dalmore 1978Dalmore 1978 ‘Sherry Finesse’, 46%, OB 2011, Gonzales Byass casks, 477 bottles
Geweldige sherryneus vind ik dit. Complex, elegant, aromatisch, rijk… en vooral perfect gedoseerd en gebalanceerd. In willekeurige volgorde (de aroma’s komen en gaan) noteer ik honing, vanillefudge, marespein, kersen, bramenconfituur, mokka, praliné, sinaas, ananas, geroosterde amandelen, tabak, munt, sappige eik, zoethout en de geur van sigarendoosjes. Deze opsomming maakt duidelijk dat het een complexe bedoening is, maar allemaal ook erg mooi geïntegreerd en verweven, prachtig. Ook op de smaak zit de balans goed, zeer goed. Er is niets dat overheerst, er is niets dat de rest wat verdringt. Ik heb veel fruit, zowel bosvruchten (bramen, bosbessen, rode bessen), kersen als banaan en ananas. Weinig gedroogd fruit. Amandelen (het is zoet, dat gaat dus richting marsepein opnieuw), boenwas, melkchocolade, praliné, eik, zoethout, peper, kaneel, mokka, tabak, perensiroop, et cetera. Vooral et cetera. Lange afdronk, kruidig en zoet. Xmas cake, gekonfijt fruit en kruiden. Machtige whisky, met de nadruk op balans en complexiteit. 92/100

Highland Park 21y, Alchemist

Vandaag een 21-jarige Highland Park van Alchemist die geen vintage vermeldt. Het is een botteling van 2010 op drinksterkte, dus dat moet een distillaat zijn van eind jaren tachtig.

 

Highland Park 21 YO, 46%, AlchemistHighland Park 21y, 46%, Alchemist, 2010
De neus start on-Highland Park op veel wit fruit. Zoals daar zijn: peren, appels en witte perziken. Geen sinaas dus, wel honing. Ook geen, of zo goed als geen heide. Ook weinig zilt. Wat nog wel? Melkchocolade bijvoorbeeld, en cake. Kruiden, de tuinvariant. Kruidenthees. Zachte smaak op lichte granen, wit fruit, honing en kruiden. Daarna krijgt de smaak een grassige toets. Hooi. En ook wat eik ontbreekt niet. Een klein beetje turf, iets wat in de geur wel ontbrak. Middellange afdronk, met hier naast het fruit en de kruiden wel een zilt kantje. En ook meer turf. Lekkere en vooral atypische Highland Park, die echter de nodige diepgang mist om een grotere indruk achter te laten. 85/100

Balmenach 27y 1973

Balmenach? Jawel, Balmenach. Gelegen nabij Cromdale in Speyside. De naam verwijst naar het Gaelic voor ‘nederzetting in het midden’.

 

Balmenach 27 YO 1973/2000, 46%Balmenach 27y 1973/2000, 46%, OB, 2150 bottles
Njammie, dit is een verrassend mooie neus. Complex, gelaagd en vooral lekker. Ik noteer allerlei tuinkruiden, natte bladeren, mos, paddestoelen, varens (een heel bos als het ware), gedroogde gras, honing en geboende antieke meubels. Best wat fruit ook. Appelsienen, braambessen en een klein beetje ananas. Ronde, belegen eik. Erg drinkbaar, levendig en rond op de tong. Hier start het op zachte karamel, appelsienen, mandarijnen, abrikozen en rode, sappige appels. Daarachter gaan kruiden schuil, kruiden zoals munt, gember en kaneel. Ik proef nu ook amandelen en marsepein. Eik in perfecte hoeveelheid. Een klein beetje rook (van het hout) zelfs. Middellange afdronk op kruiden, thee en het fruit dat tot de laatste snik blijft meedoen. Balmenach, het is nog maar mijn vierde, maar het heeft me nog nooit teleurgesteld. Deze is zelfs écht goed. 89/100

Een schitterende Convalmore…

…die indertijd een kleine 100 euro kostte verdorie. Dat wordt veilingen in de gaten houden. Zeker omdat Convalmore van dit niveau echt uitzonderlijk is.

 

Convalmore 30 YO 1975/2006, 46%, Dun Bheagan, cask 3758Convalmore 30y 1975/2006, 46%, Dun Bheagan, cask 3758, 264 bottles
Zeer aangename romige, waxy neus. Dit barst echt van bijenwas, kaarsvet, schoensmeer… Die wastoestanden worden gevolgd door associaties van versgebakken brood, warme croissants, melkchocolade en praliné. Smeuig en romig allemaal. Geweldig. Er valt ook fruit te ontwaren. The orange kind. Abrikozen en perziken. Achterliggend ook wat ‘bos’: natte bladeren, varens, takken… Een subtiele rokerigheid, eerder tabaksrook en heide. Lichte kruiden. Oude Highland stijl, wat ik alleen maar kan toejuichen. En nog goed nieuws: dat profiel zet zich gezwind verder op de smaak. Waxy! Bijenwas, pollen, honing, we zitten duidelijk bij de imker. Nougat maakt het nog wat zoeter. De subtiele rook blijft voor een meerwaarde zorgen. Het fruit van de neus wordt vergezeld van appelsienen. Eik, wat ik in de geur zo goed als niet had, maakt hier wel z’n opwachting, samen met noten en een beetje peper. Peper en zout moet dat zijn. Lange afdronk, zilt, kruidig en zoet. Dit kan met sprekend gemak naast de beste (oude) Clynelish gaan staan. Convalmore? Wat een ontdekking! 92/100

Bere

bere barleyBere moet zowat de oudste Schotse gerstvariëteit zijn. Het zou meer dan duizend jaar geleden door de Vikingen naar Schotland gebracht zijn. Maar omdat het moeilijk te telen is, en omdat de opbrengst ervan een stuk lager ligt dan dat van courantere variëteiten (minder dan de helft zelfs), wordt het sinds het begin van de twintigste eeuw niet meer gebruikt om whisky te stoken. Maar naar het schijnt zou het resultaat wel beter dan gemiddeld zijn. Er is dus tijd, geld en lef nodig om whisky te stoken van Bere gerst. Blijkbaar beschikten zowel Bruichladdich als Arran over dit alles, want in de jaren 2000 hebben beide distilleerderijen geëxperimenteerd met deze verloren gewaande gerstsoort, die gekenmerkt wordt door een korte steel en een kleine korrel. Arran deed dat samen met het Agronomy Institute van Orkney College UHI, onderdeel van University of the Highlands and Islands. Het resultaat, dat misschien een idee geeft van hoe whisky honderd jaar en langer geleden proefde, is dit acht jaar oud distillaat van 2004, gemaakt van Orkney Bere en gerijpt op bourbonvaten. Je betaalt er een goeie 50 euro voor.

 

Arran 8 YO 2004/2012 'Orkney Bere' 46%Arran 8y 2004/2012 ‘Orkney Bere’, 46%, OB, bourbon barrels, 5800 bottles
Frisse neus waarbij vooral granen en kruiden opvallen, op een achtergrond van zoete tonen. Vanille en honing dan vooral. Maar dus veel granen en kruiden. Frisse (tuin)kruiden. Munt, tijm, rozemarijn. Hooi en stro ook. O ja, dat stro is opvallend. En hoe langer hoe duidelijker fruit. Gele appels, gele pruimen, ananas en peren (de leeftijd waarschijnlijk). Bijzonder, en best lekker om ruiken. Rond, zacht en romig mondgevoel. De granen zitten mooi ingekapseld in zoete en fruitige elementen. De honing en de vanille, samen met een beetje kandijsuiker, en het eerder witte fruit. Appels, peren, witte perziken. Opnieuw het stro ook. De kruiden op de smaak zijn eerder de keukenvariant (nootmuskaat, kaneel en peper) en worden vergezeld van ronde eik. Middellange, frisse afdronk, prikkelend (de granen, de kruiden en de eik) op een zoete achtergrond. Bijzonder profiel. En beter dan je zou verwachten van een jong graanexperiment. Veel beter. Ik ben ongelooflijk benieuwd naar langer gerijpte Bere whisky. Een moderne variant van de legendarische Local Barley’s? Stel je voor… 86/100

Mortlach 13y 1997, Silver Seal

Mortlach is de oudste Dufftown distilleerderij en is reeds geruime tijd in handen van de groep die we nu onder de naam Diageo kennen. In 1964 werd een nieuwe distilleerderij gebouwd, waarbij de oude stills werden herbruikt.
Vandaag een 1997 van Silver Seal, nog te koop aan een 90 euro.

 

Mortlach 13y 1997/2010, 46%, Silver Seal, 353 bottles
Geen erg uitgesproken neus, het is in het begin wat zoeken. Hij is wel fris, de eerste zaken die naar voor komen, zijn munt en gedroogd gras. Daarna rabarber (hoe langer hoe duidelijker), boterbloemen en vanille. Niet slecht die neus, maar gun ‘m wat tijd. Vlot drinkbaar en een beetje prikkelend op de tong, opnieuw vanille en rabarber. En dat grassige karakter. Boerderijboter. Gezouten. De afdronk is vrij lang en combineert ook hier het zoete met dat licht scherpe van de rabarber. Misschien wat simpel, maar absoluut niks mis mee. 84/100

The Littlemill Sessions – part III

We nemen de draad van de Littlemills terug op met een koppel 1990’ers gebotteld door Silver Seal, respectievelijk in 2009 en 2010. Kosten een goeie 150 en 130 euro.

 

Littlemill 19y 1990/2009, 57%, Silver Seal
Prachtige fruitigheid die behoorlijk into-your-face openbarst. Best complex, want het fruit wordt vergezeld van hooi, weidebloemen, vanille en een beetje eik (geeft body, maakt het rond). Honing ook, lichte bijenwas, een even lichte kruidigheid en net zoals wel vaker bij Littlemill 1990 (maar dan vrijwel alleen bij deze vintage) lichte rook. Op de smaak een even mooie fruitigheid, kruiden (gember valt op), vanille en zachte eik. Droogt niet uit. Middellange, fruitige en grassige afdronk. Wreed lekker. 91/100

 

Littlemill 20y 1990/2010, 46%, Silver Seal, 237 bottles
Bwa, deze verschilt heel weinig van de 57%. Vrijwel hetzelfde profiel, ik ga me niet herhalen, maar zachter, wat minder prikkelend, iets minder vol ook en wat minder body. Het alcoholpercentage uiteraard. Dit is nog altijd heel lekkere whisky echter. Right upon my alley eigenlijk. En als ik toch nog iets moet toevoegen: gele pruimen. Weet je, uiteindelijk is deze misschien wat drinkbaarder, vlotter toegankelijk, maar de 57% heeft dat beetje extra, wat zich vertaalt in punch en complexiteit. 90/100

Old Pulteney 17y

Net zoals de meeste distilleerderijen, is ook Pulteney meermaals van eigenaar veranderd, van oprichter James Henderson tot Inver House (onderdeel van International Beverage Holdings) vandaag. Na sluiting tussen 1930 en 1951 werd de distilleerderij volledig verbouwd in 1958 door de legendarische Hiram Walker.

 

Old Pulteney 17y, 46%, OB +/- 2012
Herkenbare Old Pulteney neus, kustelementen zoals zilt en zeewier vermengd met zoete en fruitige tonen. Niet onlogisch wat meer hout dan de 12y. Wat granen en zonnebloemolie. Ook een licht floraal karakter is een extra. Qua fruit denk ik vooral aan wit fruit (peer en perzik, rode appels, ook wat banaan). Het zoet is zowel vanille als karamel (Amerikaanse en Europese eik). Meer en meer kruiden en ook nog een toefje rook. Mineralen mag ik tenslotte ook niet vergeten te vermelden. Vol en dik in de mond, zoet (vanille, karamel), granig, fruitig (appel, banaan, maar ook citrusschil) en kruidig (peper en zout, en ook wat gember). Wordt wat grassig. Naar het einde en in de afdronk iets meer eik, maar ook wat rook. De afdronk is lang en verwarmend. Complexer en zeker ook lekkerder dan de 12y. 86/100

Port Ellen 18y 1976, First Cask

First Cask is het label waaronder in de eerste helft van de jaren negentig enkele whisky’s gebotteld werden voor Direct Wines. De reeks bevat juweeltjes zoals een Tomatin 1976, een Caol Ila 1974, een Glenrothes 1975, een Bowmore 1974 en een sublieme Ardbeg 1974 (één van de twee Ardbegs 1974 trouwens). Vandaag proef ik de Port Ellen 1976. Of beter één van de Port Ellens 1976 van hen, vat 4776, terwijl zij ook vaten 4778, 4781 en 4783 bottelden.

 

Port Ellen 18y 1976, 46%, First Cask +/- 1994, cask 4776
Erg expressieve neus, op prachtige rook en boter. Barbecue, geroosterd en gerookt vlees, houtvuur, turf, teer en diesel (geweldig hier). Daarna frisse tonen zoals munt en appelsap. Vanille ook, en pas daarna zilt en enkele kruiden (peper en kruidnagel vallen op). Iets licht grassigs nog. Complex, maar vooral zeer expressief, ik zei het al. Krachtig in de mond, voelt sterker aan dan 46%. Mooie, zoete turfrook, opnieuw vanille en het appelsap (ook appelmoes), maar ook gedroogde ananas en peer. En op de duur ook sinaasconfituur. Amandelspijs. Vervolgens komt de peper en het zout opzetten, vergezeld van zoethout, gember en drop. Geen teer meer. Erg rijk en ‘dik’. Lange afdronk, rokerig en zilt, met daartussen drop en peper. Bijzonder compacte, krachtige en aromatische Port Ellen, zoeter dan recentere vintages. 91/100

Glendronach 15y Moscatel finish

Vandaag een Glendronach ge-finished op Moscatel wijnvaten, één van de vele finishes die eind 2010 door Glendronach gelanceerd werd. Vanaf morgen de nieuwe Malts of Scotland.

 

Glendronach 15y Moscatel finish, 46%, OB 2010
Fruitige neus, zowel zoet als zuur fruit. Ik noteer abrikoos, perzik, limoen en citroen. Amandelen ook (gaat wat richting marsepein), net als kruiden (nootmuskaat valt hier op). Niet veel meer echter. De smaak lijkt als twee druppels water op de neus: abrikoos, perzik, citroen, amandelen, marsepein, nootmuskaat. Misschien ook nog wat kruisbessen. En een beetje honing. Een beetje eik naar het einde. En ook de middellange afdronk wijkt weinig af van dit patroon, zoet en fruitig. Niet slecht, dit is zeker geen mislukt huwelijk, maar te weinig complex en eigenlijk ook te weinig boeiend om hoger te scoren. Ik word hier warm noch koud van. 82/100

Springbank 31y 1967, Murray McDavid

Oude Springbank? We krijgen er niet genoeg van. Wat te denken van een jaren-zestig exemplaar? Eéntje op fresh bourbon, vrij ongewoon voor oude Springbank. Een botteling voor de Amerikaanse markt.

 

Springbank 31y 1967/1998, 46%, Murray McDavid, fresh bourbon cask #1314, 750ml
Olijfolie, dat is het eerste wat opvalt in de neus. Vervolgens kokos (een klassieker bij oude Springbank), acaciahoning (ook niet ongewoon), allerlei bloemen en pas dan fruit (naast de kokos): ananas, rozijnen en rijpe kruisbessen. Achterliggend ook wat natte aarde en mos, net als lichte (tabaks)rook. En zilt. Complex, inderdaad. Krachtig en stevig mondgevoel (zou dat blind hoger inschatten dan 46%). Veel honing, maar ook veel fruit: ananas, kokos, abrikoos en sinaas. Nootmuskaat, anijs en kaneel maken het pittig. Minder complex dan de neus maar nog altijd erg lekker. Redelijk lange afdronk in het verlengde van de smaak: honing, fruit en kruiden, met hier dan nog een klein beetje rook als extra. Oude Springbank, toch altijd genieten. 90/100

Bruichladdich ‘Sherry Classic’

Morgen vertrek ik richting Schotland, voor een weekje Highlands en Orkney (maar heb voor de komende dagen enkele posts ingepland), vandaag proef ik nog een standaard Bruichladdich: de ‘Sherry Classic’. Anders dan de naam doet vermoeden, is dit geen whisky gerijpt op sherryvaten, maar op bourbonvaten, weliswaar gefinished op sherryvaten. Of ‘extra matured’ of ‘enhanced’, hoe je het ook wil noemen. De vaten komen van hun vaste leverancier, Bodega Fernando de Castilla.

 

Bruichladdich ‘Sherry Classic’, 46%, OB +/- 2011, Fernando de Castilla Finish
Op de neus is de sherry alvast erg discreet aanwezig. Wat zoete sherrytonen wel, zoals karamel, sinaas en gedroogde vijgen en dadels. Daarnaast denk ik aan perzik en (verse) abrikoos, peer, gezouten boter, zilt, amandelen, granen en melkchocolade. Alles licht en speels. Jong. De smaak is zacht en romig, met zoet, granig en fruitig (niet exhuberant echter) als hoofdtonen. Een beetje peper ook, net als lichte rook. Middellange, prikkelende afdronk, licht bitter. Prikkelende, speelse, jonge whisky, maar absoluut niet slecht. 80/100

Cask Islay

Vandaag een vatted malt van A. Dewar Rattray, de Cask Islay, vatting 1. Cask Islay is een nieuw label van deze bottelaar en ofschoon deze eerste batch een vatted of blended malt is, bevat de botteling toch vooral whisky van één distilleerderij.

 

Cask Islay ‘Vatting no 1’, 46%, A. Dewar Rattray 2011, blended malt
Zeer bleek van kleur, wat doet vermoeden dat het jonge whisky is. Het feit dat geen leeftijd wordt vermeld, ondersteunt deze these alleen maar. Hij ruikt trouwens ook erg jong. Prikkelende, medicinale turfrook en teer, gevolgd door nat hooi en mest. Maar niet zoet zoals meestal als het woord ‘farmy’ opduikt, nogal scherp hier. Hoe langer hoe meer duidelijke tonen van gerookte heilbot (big time), besprenkeld met citroen. Iets van geroosterde noten op de achtergrond. Nogal springerig allemaal, verschillende associaties die om de beurt om de aandacht roepen. Frisse smaak op rook (beetje assig) en citroen, granen, honing, gezouten boter, teer, zeewier en opnieuw vis. Opmerkelijk die vis. De afdronk dooft snel uit, rook en gerookte vis blijven hangen. Bwa, al bij al is dit best genietbaar hoor, alhoewel ik dit geen ‘ronde’ whisky kan noemen, daarvoor is extra rijping nodig, zowel op de neus als op de smaak gaat ie nogal ongecontroleerd eerst de éne en dan de andere richting uit. En welke distilleerderij drukt z’n stempel op deze whisky? Mmm, altijd gevaarlijk dat gokken. Maar ben toch geneigd richting Laphroaig te gaan. 80/100

Bruichladdich Peat

Over het algemeen is Bruichladdich niet geturfd, maar regelmatig worden er ook geturfde batchen gebotteld. De range moet immers zo breed mogelijk zijn, nietwaar? We kennen de Infinity en de 3D, vandaag maak ik kennis met de ‘Peat’. Een naam die niet veel verhult voor een keer. Het p.p.m.-gehalte aan fenolen is 35.

 

Bruichladdich ‘Peat’, 46%, OB +/-2011
De neus start eh… peaty. Olieachtige turf zou ik het noemen. Zachte turf en zonnebloemolie met daarachter granen, vanille en vegetale toetsen. Oxo en gekookte groenten. Aarde ook wel. Niet slecht, zeker niet, maar een beetje bizar eerlijk gezegd. Op de smaak heb ik die vegetale toetsen niet meer, wel turf, olie, granen, vanille, gele appels, abrikoos en zilt. Gerookte heilbot. Romig maar wat ‘dun’ mondgevoel. Mist ‘body’. Ook in de afdronk, die is verdacht kort (op lichte turf en kruiden en misschien een klein beetje zilt) voor medium geturfde whisky. Foutloze Bruichladdich die me op alle vlakken een beetje te licht uitvalt. 77/100

Isle of Jura Prophecy

De 10y kon me niet echt bekoren, hopelijk doet de Prophecy dat wel. Deze Jura draagt de boodschap ‘Profoundly peated’, waar de Superstition de boodschap ‘Lightly peated’ meekrijgt. En elk jaar verschijnt er een zogenaamde limited release van. Dit jaar is dat de derde, in 2009 zag de eerste release het levenslicht.

 

Jura ‘Prophecy’, 46%, OB 2011
De neus start niet erg bijzonder op granen, noten, teer en lichte rubber, maar bloeit daarna open met aan de éne kant zoete en fruitige associaties zoals banaan, sinaas en chocolade (orangettes), en aan de andere kant de turf. Daardoorheen priemen kruiden à la zoethout en anijs en ook een beetje boenwas. Wordt echt wel mooi. Op de smaak valt de turf meer op, waar het vergezeld gaat van Europees fruit (ik denk aan peren, appels en kruisbessen) en kruiden (peper, nootmuskaat en zoethout). Zilt ook, en hooi. Pompelmoes naar het einde toe. Het mondgevoel is olieachtig. Lange, drogende afdronk op turf, zoethout en wit fruit. Profoundly peated? Bwa, dat blijkt wel mee te vallen. Knappe balans tussen de turf en de zoete tonen, en sowieso mijn favoriete officiële Jura tot op heden. 86/100

Dalmore ‘Vintage 2000’

Dalmore werd gesticht met de bedoeling het te verhuren. Doorheen z’n geschiedenis kende The Dalmore dan ook verschillende huurders, zoals daar zijn de familie Sutherland, Robert Pattison en Andrew Mackenzie. Deze laatste kocht uiteindelijk in 1891 onder z’n vehikel Mackenzie Brothers Company The Dalmore op.

 

Dalmore ‘vintage’ 2000, 46%, OB 2011
Zoete en kruidige neus. Sinaas, chocolade, aardbeienconfituur en honing zorgen voor zoets, peper, citroenmelisse en kaneel voor de kruidigheid. Je ruikt er ook granen door. De kruiden zetten zich verder op de smaak (stevig op gember) en worden vergezeld van abrikozen, mandarijn, tabak en vanille. Eik en noten, lichte taninnes. Middellange, kruidige afdronk. Foutloze maar niet erg boeiende whisky. 80/100

Ardbeg 1977

Ardbeg 1977, een klassieker die je vaak tegenkomt op veilingen. En nog best betaalbaar. Nu ja, ergens tussen 220 en 250 euro, goedkoop is dat niet, maar anderzijds is dat niet meer dan recente jonge officiële single casks.

 

Ardbeg 1977, 46%, OB 2002
De geur van deze whisky doet me denken aan een wandeling langs het strand, maar al evenzeer aan een kampvuur. Wel ja, een kampvuur op het strand. Ik denk dat dat ondertussen verboden is, maar zo zou het ruiken. Zilt, zeewier, jodium en rook. Wat fruit erdoorheen. Sinaas en mandarijn. Delicaat en elegant, met weinig turf. Het mondgevoel is olieachtig, romig en licht. Zachte rook, best wat citrus, vanille (best zoet), licht zilte tonen, vlees. Een hammetje aan het spit (boven dat vuur op het strand dus). De turf(rook) groeit, en maakt het geheel na enige tijd aangenaam drogend. Kruiden komen er bij, net als een beetje teer. Maar het blijft allemaal zijdezacht. Zeer lange, verwarmende afdronk op turfrook en sinaas. Complexe en elegante whisky, klassieke jaren zeventig Ardbeg eigenlijk. 91/100

Lochside 1981/2011, Berry Bros & Rudd

Nog een Lochside 1981? Waarom niet. Veel liever dat dan nog eens een Laphroaig 1998 bijvoorbeeld. Vandaag ééntje uit de stal van de excellente Londonse bottelaar Berry Bros & Rudd. Leestip: Bert Bruyneel’s interview met Doug McIvor van Berry Bors in de laatste Whisky Passion.

 

Lochside 1981/2011, 46%, Berry Bros & Rudd, cask 808
Het label vermeldt geen vattype, maar de neus maakt snel duidelijk dat deze whisky op sherryvat rijpte (oké, de kleur deed ook al iets in die richting vermoeden). Een perfecte combinatie van de typische Lochside fruitigheid met sherrytonen. Rijpe sinaas, roze pompelmoes, neigend richting tropische fruit, vermengd met geblakerde eik, geroosterde noten en rook van het hout. Gedroogde pruimen en een beetje kruiden. Nootmuskaat, peper. O ja, de waxyness niet te vergeten. Boenwas enzo. Lovely! Maar de smaak is minstens even goed, misschien zelfs nog beter. Enorm fruitig. Tropical galore! Passievrucht, papaya, maracuja, guave… en de overmijdelijke roze pompelmoes. Rozenbottelthee ook duidelijk, wat eik, gember, bijenwas, misschien wat honing. Licht drogend naar het eind, maar het tropische fruit blijft lang hangen. En daar kunnen we enkel blij mee zijn… Er verschijnt de laatste tijd veel Lochside 1981, maar als je niet goed weet welke te kiezen, is deze absoluut geen slechte keuze, integendeel. 91/100

Back to basics

De zomer loopt op z’n laatste benen, het vakantiegevoel is al lang uit de kleren, Johnny Cash is nog altijd dood… maar, een nieuw whiskyseizoen dient zich aan! Gewoontegetrouw steken we met onze club Fulldram van wal met een tasting die ons weer met beide voeten op de grond brengt. Zeker na de supertasting op het einde van vorig seizoen, is zo’n ‘back to basics’ tasting niet geheel zinloos. Een mens z’n standaarden moeten af en toe opnieuw eens geijkt worden nietwaar? Vandaag en morgen lees je wat we zoal (blind) proefden aan standaardbottelingen. Beginnen deden we met de White Horse 12y blend, waarna het officiële programma werd aangevat met de Benriach Curiositas, gevolgd door de Amrut NAS.

 
White Horse 12y, 40%, OB 2008 – 68/100
White Horse is een legendarische blend die vooral in het verleden hoge ogen gooide. Als ik het etiket goed gelezen heb, bevat hij vandaag de dag whisky van Craigellachie, Lagavulin en Glen Elgin. De neus vond ik best aangenaam. Hij had iets geroosterd, met verbrande karamel, hout, kruiden en rook. Ook de smaak gaf hout, maar was me wat te wrang waardoor ie uit de categorie van de zeventigers tuimelt. Al bij al geen slechte blend.
 
Benriach 10y ‘Curiositas’, 46%, OB, peated – Speyside – 80/100
Aangename zoete neus met vanille, turf (geen rook), iets floraals en fruitigs. Peren op wijnazijn. Op wijnazijn? Ja, toch wel, deed me aan m’n grootmoeder denken. Ik had ook lichte zilt in de neus, wat dan op een coastal whisky kon wijzen. Maar de aarde moet nog stevig opwarmen wil Benriach ooit coastal worden. Daar zat ik dus… euh, niet helemaal juist. In de smaak toont deze Curiositas zich erg drinkbaar. Licht zoet, beetje hout, kruiden en zachte turf. Mooie balans. Geen al te lange finish op lichte, zoete turf.
 
Amrut NAS, 46%, OB 2008 – India – 77/100
Deze had een wat ambigue neus (nu ja, dat kon van Cleopatra ook gezegd worden). Enerzijds had ik fruit, veel fruit. Zacht, zoet, gekookt fruit (het bereiden van confituur). Maar ik kreeg ook lijm, en ik was niet de enige. Beetje hout en vanille. De smaak is stevig, mondvullend en wat droog. Hout, drop, zoethout (kalisse), kruiden. Beetje fruit ook. Bitter-zoete afdronk met (te) veel hout. OK, maar de Amrut van Blackadder op 46% vind ik een pak beter.