Spring naar inhoud

Posts tagged ‘39yo’

Glen Grant 39y 1972, The Perfect Dram

Glen Grant 1972, altijd blij dat ik daar naar kan teruggrijpen. Vandaag een botteling van The Whisky Agency onder hun Perfect Dram label. Hier en daar nog te koop, maar wel al voor iets meer dan 200 euro.

 

Glen Grant 39 YO 1972, 51.1%, The Perfect Dram, The Whisky Agency, sherry hogshead, 148 bottlesGlen Grant 39y 1972/2011, 51.1%, The Perfect Dram (TWA), sherry hogshead, 148 bottles
Glen Grant 1972 stelt zelden teleur, ook hier niet. Op de neus de perfecte combinatie tussen eik en gestoofd fruit. Abrikozenconfituur, aarbeienconfituur, gezoete rabarbermoes, gedroogde pruimen. Daarna ook wat banaan. De eik brengt wat kruiden mee, kruiden zoals munt, peper en gember. De sherry laat zich meer en meer gelden, ik noteer nu ook noten (hazelnoten, amandelen, cashewnoten), mokka en nougat. En een klein beetje rook van het hout om de geur nog wat te perfectioneren. Stevig, licht drogend mondgevoel, waarbij de eik, de noten (enorm) en de kruiden (gember, nootmuskaat, munt) de bovenhand dreigen te nemen op het fruit. Maar het fruit, geruggesteund door honing en marsepein (die noten), biedt mooi weerwerk. Het fruit is hier minder gestoofd dan wel gedroogd. Rozijnen, pruimen, dadels en vijgen. De subtiele rokerigheid blijft aanwezig. Rook van het hout, maar ook tabak. Behoorlijk lange afdronk, droog en kruidig, met het fruit dat voor z’n plaats blijft strijden. Het blijft net iets te veel strijden, ik heb het fruit op de smaak graag nog iets meer aanwezig. 89/100

Advertenties

Teaninich 39y 1973, Malts of Scotland

De parel aan de kroon van de jongste Malts of Scotland release is een Teaninich 1973, die rijpte op een bourbonvat. Net geen veertig jaar oud en net geen 200 euro.

 

Teaninich 39y 1973/2013, 41.8%, Malts of Scotland #MoS13011Teaninich 39y 1973/2013, 41.8%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS13011, 198 bottles
Frisse en expressieve neus op veel fruit. Zoet en zuur. Kruisbessen (niet al te rijp), kiwi (enorm), ananas, banaan, appelsien… Pisang orange. Smeuïge acaciahoning. Marsepein. De geur van tabak (en tabaksbladeren) en sigarendoosjes. Houtskool. Geboterde toast. Delicate eik op de achtergrond. Yoghurt, wat samen met een deel van het fruit echt voor een mooie zurigheid zorgt. Perfect in balans gehouden door de zoetere aroma’s. Genieten. De smaak is licht maar meer dan gewoon aangenaam. The return of the pisang. Groene bananen, appelsienen, kiwi. Vanille. Een mooie bitterheid die nooit drogend wordt. De nog wat groene banaan, kruiden zoals zoethout en kaneel, groene thee en sappige eik. Hij valt wel vrij snel weg, de afdronk is voor z’n leeftijd verdacht kort. Wel mooi gebalanceerd op fruitige elementen enerzijds en de eik en de kruiden (eucalyptus nu ook) anderzijds. Complexe oude whisky die echter de nodige body en power mist om negentig of meer te scoren. 89/100

Karuizawa 1972

Next in line is een 1972 voor La Maison du Whisky. Deze is nog te koop via de website van LMdW voor 520 euro, wat al 120 euro meer is dan enkele maanden geleden.

 

Karuizawa 39 YO 1972/2011, 63.3%, OB for La Maison du Whisky, sherry butt #7038Karuizawa 39y 1972/2011, 63.3%, OB for La Maison du Whisky, sherry butt #7038, 523 bottles
Fantastische sherryneus. Prachte droge én zoete sherrytonen, vermengd met een perfecte hoeveelheid turfrook. Wat het zoete betreft, is er chocolade, sinaas (jawel, we zijn weer bij de orangettes beland), mandarijn, zachte karamel, rozijnen, ahornsiroop en pruimencompot. De droge elementen zijn leder (oud, geboend leder), kruiden (kaneel) en sappige eik. Rubber ook, maar dan de ‘goede’ versie, de aangename. Sigarendoosjes, rook van het hout en turf zorgen voor de geweldige rokerige toets. De alcohol is er natuurlijk ook, maar die vergeet je als je dit ruikt. Bij het proeven, denk je er natuurlijk wel opnieuw even aan (dit is 63% you know), maar je laat je vrijwel meteen meeslepen door de schitterende smaaksensaties. Wat een grootse sherry opnieuw! Die chocolade, die sinaas, die rozijnen, die pruimen, die siroop, die kruiden, die sappige eik, dat leder… het zijn zaken die je in veel gesherriede whisky’s terugvindt, maar hier is het zo geweldig. En dit is zo complex. Ik noteer nog sandelhout, zilt, mandarijnen, heerlijke turfrook, rubber… en zelfs licht tropische toetsen zoals papaja en mango. Erg krachtig en mondvullend. Ik ga toch een beetje water proberen toe te voegen. Wel, dat verandert niet zo veel aan de whisky, hij wordt er zelfs wat minder rond door, de aroma’s lijken wat meer in het wild weg te springen, de consistentie gaat er wat door verloren. Dus, ondanks het hoge alcoholpercentage, is water geen meerwaarde, integendeel. Vreselijk lange, verwarmende afdronk. Licht rokerig, droog (de eik, de kruiden) en toch vol fruit. Wat een dijk van een whisky! Een krachtpatser met een elegante en verfijnde kant. 93/100

Highland Park 1968, DT for The Nectar

In 2006 nam Highland Park een nieuw PR bureau onder de arm. De vertrouwde ‘dumpy’-look van de flessen werd vervangen door een hoger, platter en strakker design. Het nieuwe PR bureau liet zich ook opmerken in de reclame, de nieuwe website en andere communicatiekanalen. “The Best Spirit in the World”, straffe claim, maar het zal ongetwijfeld z’n vruchten afwerpen.
Vandaag echter een onafhankelijke botteling, een 1968 van Duncan Taylor, gebotteld voor The Nectar. Niet meer te koop in de reguliere handel, reken op 300 euro op veilingen.

 

Highland Park 39 YO 1968/2007, 41.8%, Duncan Taylor for The Nectar, cask 3460Highland Park 39y 1968/2007, 41.8%, Duncan Taylor for The Nectar, cask 3460, 183 bottles
Wat een prachtige neus! Aromatisch, expressief, elegant en complex. Zo’n neus waarbij je niet goed weet waar te starten. Het fruit vind ik altijd een mooi vertrekpunt. En dat is hier in al z’n glorie aanwezig. Ananas en banaan, overgaand in sappige rode appels, witte perziken en sinaas, om dan terug de tropische kant op te gaan met meloen, papaja en mango. Een succulente fruitsla. Het fruit wordt ondersteund door ronde eik, heerlijke bijenwas, zachte kruiden en al even zachte rook. Eerder de rook van een houtvuur of kampvuur dan wel turfrook. Rozenbottelthee. De smaak is minder expressief, daar is het wat meer zoeken. Of beter gezegd wat meer tijd geven. Want het komt allemaal wel, maar geleidelijkaan, en in lagen. Het fruit bovenaan (de perziken en de appels vooral, en nog een beetje van de tropische soorten), daaronder vanille en honing, gevolgd door bijenwas en tenslotte de kruiden (kaneel, gember en nootmuskaat) en de eik. En ook hier de zachte rook. Behoorlijk korte en lichte afdronk (dat zal aan het alcoholpercentage en de – bijna – afwezigheid van turf liggen), met nog maar weinig fruit, maar wel kruiden en eik. Ondanks de tegenvallende afdronk en wat minder aromatische smaak, toch nog negentig. Die neus hé. Puur op de neus scoor ik dit 93, maar een whisky moet ook gedronken worden natuurlijk. 90/100

Glenrothes 1969, Duncan Taylor Lonach

Ik heb al een aantal geweldig lekkere Glenrothes 1969 geproefd, maar op een botteling van Scotch Malt Whisky Society twee en een half jaar geleden na, heb ik er hier nog geen besproken. Deze botteling van Duncan Taylor onder hun Lonach label (vattings van enkele vaten waaronder ook sommige met een alcoholpercentage onder 40%) komt hier dan ook als geroepen.

 

Glenrothes 39y 1969/2008, 42.7%, Duncan Taylor, Lonach
Zalige neus. O ja. Erg fruitig, erg aromatisch. Rijpe sinaas, ananas, banaan, mango, rijpe kruisbessen, lychee… tropical! Een beetje eik, maar dan ook maar een beetje. Best wat vanille, geboend leder en zachte kruiden (kaneel, gember). Zacht, romig op de tong en zowel fruitig als kruidig, maar het fruit wint het op de duur wel. Sinaas en ananas vallen op. Qua kruiden noteer ik kaneel en nootmuskaat. Vanille. Eik ja, maar ook hier op de achtergrond, net zoals een hint van rook (van het hout). Iets licht floraals. Niet erg complex maar o zo drinkbaar. Middellange afdronk op het fruit en de kruiden van de smaak en hoegenaamd geen eik. Op de smaak en in de afdronk mist hij wel de puch die sommige bottelingen onder hun Rare Auld of Peerless labels wel hebben, maar dit speelt in de zelfde topklasse. 91/100

Caperdonich 1972, Private Stock

Nu we toch bezig zijn… schakelen we dus nog een versnelling hoger. En wel met de Caperdonich 1972 die The Whisky Agency bottelde onder z’n exclusieve Private Stock label. En dit op amper 57 flessen, wat er toe bijdraagt dat de prijs van deze whisky op veilingen al vlot de horde van 500 euro heeft genomen. Ongelooflijk bedankt voor de sample Dominiek!
Op de achtergrond spelen Tindersticks met hun tweede album Tindersticks II. Hemelse muziek en hemelse whisky, wat kan een mens nog meer verlangen? Eh, voor jullie je gedachten de vrije loop laten, suggesties hoeven niet.

 

Caperdonich 39y 1972/2011, 52.8%, The Whisky Agency, Private Stock, sherry hogshead, 57 bottles
Halleluja! De Heer zij geloofd. Wat is het een privilege zaken zoals dit te mogen proeven in je leven. Man man, hoe heerlijk is dit… Ik voel een opkomende eruptie van lyriek, maar ik ga me inhouden. Qua associaties verwijs ik met veel plezier naar de twee voorgaande reviews. Maar toch speelt dit nog een klasse hoger. Nu ja, een klasse, het verschil is toch meer dan een punt op mijn schaal. Het verschil zit ‘m vooral in de intensiteit van de aroma’s, de expressiviteit gaat in overdrive. Ook ten opzichte van alle andere Caperdonichs die ik al geproefd heb. Zowel op de neus als op de smaak krijg je een samengebalde concentratie aan geuren en smaken die zich een weg banen langs je neus en smaakpapillen. Het fruit van allerlei slag – zowel gedroogd, gestoofd als tropisch hand in hand – is ronduit groots. De was (geboend leder, bijenwas), de pollen, de melkchocolade en de honing zijn geweldig smeuïg. De kruiden (die gember!) en het grassige geven het karakter. De sappige eik ondersteunt en versterkt het geheel op sublieme wijze. Op de neus, op de smaak, in de afdronk, op elk vlak wint hij het pleit van z’n concurrenten. Caperdonich 1972 op zijn absolute best. Vol zijn geur en smaak van z’n heerlijkheid. Hosanna in den hoge. 95/100

 

Dit is toch wel de beste Caperdonich die ik al geproefd heb. En ook één van de beste bottelingen van de afgelopen jaren tout court. Ik kom echter wel een beetje in de problemen met mijn scores. Ik heb namelijk al een Caperdonich 95/100 gescoord, cask 1145 van Malts of Scotland. De eerste Caperdonich 1972 die me echt van m’n sokken blies, was echter de Perfect Dram, die gaf ik 94 punten. Vaten 1144 en 1145 van Malts of Scotland kwamen iets later op de markt en proefde ik naast The Perfect Dram. Cask 1144 vond ik als twee druppels water gelijken op TPD, dus kreeg die ook 94 punten. Vat 1145 was anders, vooral toegankelijker en vond ik op dat moment nog nét iets beter. 95 dus. Deze Private Stock is echter beter dan alle drie de voorgaande, maar 96 is er dan weer over. Dilemma!
De verhoudingen tussen de drie blijven voor mij echter overeind, TPD en 1144 héél gelijkaardig én gelijkwaardig, 1145 iets beter. Ik denk dat ik achteraf gezien de Perfect Dram gewoon een puntje te veel heb gegeven, waardoor ik de rest vergelijkend met deze whisky in verhouding ook een punt te veel gaf. Nu, met zowel de QV.ID, de Duncan Taylor (#7460) als deze Private Stock, klopt het volledige plaatje als ik van de drie eersten een punt aftrek. Iets wat ik bij deze dan ook doe.
Maar dan nog, zes recente whisky’s die op mijn schaal variëren van 93 tot 95 punten, laat ons zeggen dat Caperdonich 1972 zowat het beste is dat ons whiskyliefhebbers de jongste tijd is overkomen. Of althans toch mij.

Glen Grant 1972, The Whisky Agency Private Stock

Glen Grant distillery werd genaamd naar z’n twee oprichters, John en James Grant, die in 1840 startten met de bouw van een distilleerderij in Rothes. De zoon van James bouwde een tweede distilleerderij, ‘Glen Grant 2’, aan de andere kant van de straat. Vandaag kennen we Glen Grant 2 als Caperdonich.

 

Glen Grant 39y 1972/2011, 51.4%, The Whisky Agency ‘Private stock’, sherry cask, 87 bottles
Prachtige, fruitige sherryneus. Om te beginnen zoet, gestoofd fruit: abrikozenconfituur, pruimencompot en warme aardbeienconfituur. Daarna kersen en mandarijn. Om tenslotte over te gaan in tropische varianten, zoals ananas en rijpe bananen. Indrukwekkend, geef toe. Maar deze neus is veel meer dan louter fruitig, ik noteer in willekeurige volgorde ook nog honing, fudge, koffie, hazelnoten, zachte eik, boenwas en kruiden. In deze laatste categorie zowel peper, gember als kaneel. Wat rook van het hout. Vreselijk complex (ik kon nog effe doorgaan) en vreselijk lekker. Erg stevig en intens mondgevoel, eerder aan de droge kant wel. Noten, eik, kruiden en donkere chocolade. Toch ook wat zoet tegengewicht in de vorm van rozijnen, vijgen en dadels, kandij en marsepein (het zoete van de noten), maar niet genoeg om het geheel in evenwicht te trekken, het blijft wat te droog op de smaak. Tabak mag ik niet vergeten te vermelden. De afdronk is lang, verwarmend, droog en kruidig met toch ook wat fruit dat naar het einde toe opduikt. Op de (ronduit sublieme) neus scoort hij hoger dan andere 1972’ers die ik al proefde, op de smaak lager. 91/100

Glendronach 1971, oloroso cask #489 & Cask in a Van

Met een dagje vertraging (ik had gisteren wel wat beters te doen – en dat is een stevig understatement, maar daarover later meer) de laatste Glendronach single cask. De 1971 proefde ik naast de 1972. Spijtig genoeg versterkte deze setting alleen maar de 1972 en bleek dat – voor mijn smaak – de 1971 niet in z’n buurt komt. Ik sluit het hoofdstukje Glendronach af met de Cask in a Van editie 2010.

 

Glendronach 39y 1971/2010, 48,8%, OB, oloroso cask #489, 541 bts.
Veel minder fruit op de neus dan bij de 1972. Wat geconfijt fruit wel, naast rozijnen, noten, kandijsuiker, zoethout en veel ‘bos’. Nat hout, varens, bosbessen, mos, rottende bladeren, een kampvuur in de verte. Aangename neus, maar heel wat minder overrompelend dan deze van de 1972. In de mond is hij stevig, dik en mondvullend. Hier moet hij het vooral hebben van kruiden (zoethout, anijs, nootmuskaat), noten, donkere chocolade, gedroogde abrikoos en sinaas. Hout. Er komen meer en meer tannines door. Druivenpitten, rauwe kastanjes… Lange, drogende afdronk met wat sinaas maar toch vooral het bittere dat domineert. Lekkere whisky hoor, maar merkelijk minder dan de 1972 en met 370 euro gewoon veel te duur. 85/100
 
Glendronach 8y 2002/2010, 58%, OB, bourbon cask #4521, virgin oak finish, 312 bts.
Serieus wat ‘cask’ in m’n glas – zwarte partikeltjes dwarrelen rond, hopelijk niet te veel ‘van’. Deze zou gefinished zijn op ‘virgin oak’, nieuwe eiken vaten dus. Wel, dit is onmogelijk als typisch Glendronach te bestempelen, daarvoor zijn we immers iets te weinig vertrouwd met Glendronach op bourbonvat. Zachte neus op vanille, kruisbessen, vernis, hout en onrijpe banaan. Hij wordt hoe langer hoe zoeter. Kandij. Bruine suiker. Bijlange niet slecht. De smaak is vrij alcoholisch en start zoet. Kandijsuiker, vanille, crème brûlée… Dan hout en de bijhorende kruiden, ik denk o.a. aan nootmuskaat en witte peper. Met wat water krijgt de neus een floraal kantje en wordt de kruidigheid op de smaak versterkt. Op de neus vind ik ‘m evenwel beter. Middellange, zoete en kruidige afdronk. Niet slecht maar ook niet echt bijzonder. 78/100
 

Conclusie van dit rondje Glendronach: de 1972 is overduidelijk de winnaar, net zoals vorig jaar leveren ze met deze vintage hun masterpiece af. Maar met z’n 350 euro en 100 euro voor de 1989 is deze laatste voor mij echter de beste koop.

 

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Tweemaal Caperdonich 1968

Twee 39-jarigen daarenboven.
 
Caperdonich 1968, 46%, Gordon & MacPhail 2007 – Speyside
Zachte, fruitige en zoete neus op honing, pompelmoes, sinaasschil en een lichte kruidigheid. Ook de smaak is erg zacht, ondanks de leeftijd blijft het hout mooi in toom. Vanille, nootmuskaat, peper. Middellange, fruitige en kruidige finish. Niet de beste Caperdonich die ik al geproefd heb, wel een meer dan geslaagde. 87/100
 
Caperdonich 39y 1968/2008, 50.1%, PDA, Closed Distilleries – Speyside
Volle, fruitige whisky. Wat zoet, een beetje zilt, vanille en in de smaak naar het einde toe peper. Erg lekkere oude Caperdonich, waarvan ik gewoon genoten heb zonder al te veel associaties te zoeken (gewoon geen zin soms). 89/100