Spring naar inhoud

Posts tagged ‘28yo’

Clynelish 28y 1965 Signatory, cask 666

Clynelish 1983, dat was dus redelijk oude Clynelish. Nu ja, dat is allemaal erg relatief. Laat ons nog twee decennia verder in de tijd gaan, naar het jaar 1965. Naar pre-Brora Cynelish dus, Clynelish gestookt in de distilleerderij die later Brora zou gaan heten. Ik proef vat 666 (gekend als the cask of the beast), gebotteld door Signatory. Signatory heeft ook vat 667 gebotteld (the neighbour of the beast). En ja, ook bij deze is een “bedankt Dominiek” wel zeer op z’n plaats.

 

Clynelish 28 YO 1965/1993, 50.7%, Signatory, sherry butt #666Clynelish 28y 1965/1993, 50.7%, Signatory, sherry butt #666, 520 bottles
Whaa, echt oude Clynelish is toch wel iets unieks, iets bijzonders. En omdat het zo uniek is, ook moeilijk om te beschrijven. Sherry, maar dan oude sherry. Oude meubels, oude geboende meubels, oud geboend leder. Antieke en waxy toestanden. Maar ook een heel lichte ‘farmyness’. Ik denk dan eerder aan het hooi dan aan de mest. En dan dat fruit. Sinaas, gele pruimen, rozijnen op (oude) rum, maar ook subtiele tropische toetsen. De geur evolueert ook erg mooi. Nu ontwaar ik ook een beetje zilt. En een elegante kruidigheid. En rook. Geen turfrook echter, eerder tabaksrook en houtvuur. Met een hammetje aan het spit. Ja, wat gerookt vlees. En dan iets van natte bladeren en mos. Subtiel, elegant, heerlijk. Romige smaak, op een profiel dat in de lijn van de neus ligt. En dan heb ik het over dat oude sherryprofiel. Belegen eik, oude meubels, antiekwas, zachte karamel, tabak en sigarendoosjes, rozijnen op rum, pruimencompot, hooi, enzoverder. Enzoverder? Welaan dan. Sinaas en na enige tijd ook opnieuw het lichte tropische karakter (papaya, lychee). Kruiden zoals zoethout en kaneel. Hoe langer hoe zilter. Gezouten karamel. Krachtig en rijk. Lange, mooi droge afdronk op kruiden, ronde eik, zilt, sinaas en subtiele rook. Complexe, prachtig gebalanceerd en gelaagde whisky. Grote klasse. 93/100

Advertenties

Port Ellen 28y 1983, Malts of Scotland

Port Ellen, waar blijven ze ze halen? Ondertussen al dertig jaar geleden gesloten, maar er blijken (voorlopig) nog genoeg vaten 1982 en 1983 beschikbaar te zijn om gebotteld te worden. Port Ellen van eind jaren zeventig zie je echter bij geen enkele onafhankelijke bottelaar meer verschijnen, die stock zal volledig door Diageo zijn opgekocht voor hun jaarlijkse releases. Vandaag een Port Ellen die een goed jaar geleden op de markt werd gebracht door Malts of Scotland.

 

Port Ellen 28 YO 1983/2011, 58.9%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS11011Port Ellen 28y 1983/2011, 58.9%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS11011, 267 bottles
Typische zilte en zoete Port Ellen neus. Zout, oesters, gerookte vis, vermengd met zoetere elementen zoals vanille en gesuikerde citrus (citroen, pompelmoes). Ronde turfrook en een mooie mineraliteit. Natte stenen, nat gras. Nat gemaaid gras (niet goed voor de grasmaaier, maar we wijken af). Gezouten boter schrijf ik ook nog op. Stevig en tintelend mondgevoel. Zilt, zoet en rokerig met een extra kruidigheid. Peper, zoethout. Wat samen met de citrus voor het prikkelend gevoel zorgt. Noten, eik en hars maken het wel wat bitter, maar echt storen doet dat niet. Lange afdronk, zilt, zoet en rokerig. Erg lekker maar voor mij niet écht bijzonder. Daarvoor gaat hij niet diep genoeg, is hij niet gelaagd genoeg. Voor een Port Ellen een lichte teleurstelling. De Laphroaig 2000 van maandag doet voor mij niet onder. 89/100

Caol Ila 28y 1984, The Whisky Agency ’Sea Life’

Caol Ila, wat voor zinnigs kan ik daar nog over vertellen? Niet veel meer denk ik, ik moet ondertussen al aan vijftig Caol Ila reviews zitten. Meer dan vijftig zelfs. Laat me dus maar snel overgaan tot proeven.

 

Caol Ila 28 YO 1984, 53.5%, The Whisky Agency, Sea LifeCaol Ila 28y 1984/2012, 53.5%, The Whisky Agency ’Sea Life’, bourbon hogshead, 254 bottles
Zoete turfrook en citrusfruit, dat zijn de zaken die eerst opvallen op de neus. Onderliggend wat eik maar vooral veel zilt en andere elementen van de zee (zeewier, oesters). Naast de citrus (mandarijn, limoen), ruik ik nu ook groene appels. Fris (waar ook munt toe bijdraagt). Aangenaam, zeer zeker. Op de smaak groeit het fruit (op de neus wonnen de turf en het zilt het pleit). De turfrook (zelfs licht assig) is aanwezig, net zoals het zilt (een hele plat de fruits de mer), maar het fruit speelt hier toch de eerste viool. Dezelfde variëteiten als in de geur. Citrus dus en harde appels. Maar ook de zoete associaties laten van zich horen. Kandijsiroop, vanille. Lange afdronk, zoet en zilt. Gezouten karamel. Erg lekker maar niet top. De ervaring leert dat Caol Ila uit deze periode immers nog beter kan zijn. 88/100

Karuizawa 1983 Noh

De Karuizawa 1983 die ik vandaag bespreek, is één van de gouden medaille winnaars van de Malt Maniac Awards 2012. Het werd daarenboven ook bedacht met de Thumbs up award. Ook bedankt voor deze sample Angelo.

 

Karuizawa Noh 28 YO 1983/2012, 57.2%, OB, sherry butt #7576Karuizawa 28y 1983/2012 ‘Noh’, 57.2%, OB, sherry butt #7576, 571 bottles
De neus is even stevig als deze van de 1984 maar is iets minder scherp. Hij is ronder en complexer. Meer zoets en ook meer turf. De rozijnen, de vijgen, de pruimen (vooral de pruimen) treden meer op de voorgrond. Ook wat meer sappig fruit. Sinaas, bessensap, druiven. Het gerookte vlees van de 1984 is hier een hammetje met een honingsaus. Best wat zoethout ook, en kaneel. Oud, geboend leder, geboende meubels (meer waxy dus), sigarendoosjes, chocolade (hier eerder melkchocolade) en koffie vullen aan. Ook wat balsamico, nog iets wat ik niet bij de vorige had. Dit is echt nog een stukje complexer. Op de smaak is dit prachtig. Ronduit prachtig. Minder droog dan de 1984, ook hier. Sappige eik, mooie turfrook, heerlijke sinaas. En volle, rijpe kersen. Noten. Frisse kruiden zoals tijm en munt. Lichte zilt en tabak. Esdoornsiroop. Onderliggend aardse tonen (aarde, wortels). Enorm rijk, krachtig en perfect gebalanceerd. Op de smaak veel beter gebalanceerd dan de 1984 in ieder geval. Een whisky die trouwens wat aan oude Ardbeg op sherryvat doet denken (en nog niet van de minste). Als dat geen referentie is. Lange, rijke, elegante afdronk op kruiden, chocolade, kersen, gerookte ham en turf. Een meesterwerk. 94/100

Een straatje Karuizawa

Deze week zal grotendeels in het teken van Karuizawa staan. Karuizawa is goed bezig een cult whisky te worden, voor zover het dat nog niet is. Het stopte de productie immers in 2001 (opgestart in 1956) en sloot definitief de deuren in de herfst van 2011. Karuizawa gebruikte vooral de Golden Promise gerstvariëteit.
De overblijvende stock werd opgekocht door Number One Drinks. Deze stock wordt beetje bij beetje op de markt losgelaten, aan alsmaar stijgende prijzen. We gaan van jong naar oud, van 1984 naar 1969, en dus van duur naar duurder, van 250 naar 750 euro.

 

Karuizawa 28y 1984/2012, 61.6%, Number One Drinks, sherry butt #3692Karuizawa 28y 1984/2012, 61.6%, Number One Drinks, sherry butt #3692, 359 bottles
Eén van de gouden medaille winnaars van de Malt Maniac Awards 2012. Bedankt voor de sample Angelo. Machtige sherryneus. Enorm veel noten, veel eik, veel kruiden, veel gedroogd fruit, maar ook veel vlees. Zowel geroosterd vlees als wild (everzwijn en hert). Bij dat gedroogde fruit denk ik aan vijgen, abrikozen en rozijnen. Ik heb echter ook gestoofd fruit. Confituren (appelsienen, braambessen). Leder, donkere chocolade en koffie ontbreken ook niet. Net als tabak. En wat op de duur ook opvalt is gezouten karamel. Een aantal typische sherry-associaties dus, maar wat hier bijzonder aan is, is de intensiteit en kracht. Big! Onderliggend mag ik zeker ook de lichte turfrook niet vergeten. Die rokerigheid treedt meer op de voorgrond na wat water toe te voegen. Dan dreigt er echter ook een heel licht sulferig kantje om de hoek te komen kijken. Heel licht evenwel en helemaal niet storend. Maar water is m.a.w. overbodig op de neus. De smaak is droog. Erg droog toch wel. In het begin valt het nogal mee, maar na enige tijd trekt m’n mond er van dicht. Stevige eik, dadels, rozijnen, sinaas, tabak(sbladeren), sterke koffie (zéér sterke koffie), donkere chocolade… behoorlijk bitter allemaal. Tonen van praliné ook nog, net als leder. En opnieuw de lichte turfrook. Ook hier is de intensiteit van de aroma’s enorm. Met water vertoont hij een extra fruitigheid. De sinaas komt meer naar voor, vergezeld van bessen (licht zuur). Lange, drogende afdronk op stevige sherrytonen en iets minder stevige turfrook. Een must voor de sherryliefhebber. Als een stevige portie sherry niet je ding is, hou het dan bij de (schitterende) neus, ook als niet-sherryliefhebber is het wat dat betreft puur genieten. 90/100

Glencadam 28y 1978, Jack Wieber

Vandaag wat voor menig liefhebber de beste of toch op z’n minst één van de beste Glencadams is, namelijk de 1978 die Jack Wieber bottelde onder z’n Old Train Line. Hij zal het wat mij betreft dan toch moeten opnemen tegen de 1974 van Malts of Scotland.

 

Glencadam 28 YO 1978, 56.2%, Jack Wieber’s Old Train LineGlencadam 28y 1978/2006, 56.2%, Jack Wieber’s Old Train Line, cask 2311, 402 bts.
O ja, dit is een wel erg mooie sherryneus. Gedroogde vijgen en dadels, koffie, tabak (tabaksbladeren en tabaksrook), noten, praliné en een hoop kruiden. Qua kruiden zowel de keukenvariant (kaneel, nootmuskaat) als de tuinvariant (munt, bieslook, peterselie). Gebakken appeltjes. Met kaneel dus. De smaak is stevig en start op licht bittere tonen van de eik, de noten en de kruiden, snel gevolgd door fruitige tonen van pruimen, aardbeien en abrikozen en zoete tonen van karamel en chocolade. Lange, verwarmende afdronk waarbij het fruit en de kruiden mooi in balans blijven. I like this a lot. 89/100

Bruichladdich 28y 1968, Signatory Vintage

Die Signatory Vintage ‘dumpy’ flessen, daar zitten toch wel pareltjes bij. Zeker bij de eerste bottelingen, deze van vóór 1995. Vandaag een botteling van 1996, een Bruichladdich 1968. Signatory heeft heel wat Bruichladdich 1968 op de markt gebracht, de éne al beter dan de andere.

 

Bruichladdich 28y 1968/1996, 49.6%, Signatory Vintage, dumpy, cask 2120, 382 bottles
Frisse, fruitige neus. Meloen, lychee en perzik. Honing en Canada Dry (Ginger Ale) zorgen voor de zoete toets, kaneel, anijs en gember (zie ook de Canada Dry) voor een pittige. Gedroogd gras en mos vervolledigen. Stevig mondgevoel, complexe smaak. Vanille, meloen, lychee en groene appels, met onderliggende eik en kruiden. Peper, kaneel, nootmuskaat. Licht zilt. Lange afdronk op gekookt fruit en kruiden. Die kruiden drogen het geheel wel wat uit. Maar buiten dat bittere naar het einde toe vind ik dit een zeer aangename en elegante whisky. 89/100

Caol Ila 28y 1983, Silver Seal

Vandaag nog één van de recente Silver Seal bottelingen, meer bepaald een Caol Ila 1983. Hij kost je een 150 euro. Benieuwd of hij in de buurt komt van de 1983 van QV.ID.

 

Caol Ila 28y 1983/2011, 46%, Silver Seal, 350 bottles
Deze heeft niet dat typische oud Caol Ila profiel, dat je soms ook nog bij Caol Ila van begin jaren tachtig terugvindt. Toch spreidt hij een zeer aangename geur tentoon. Niet zozeer olie, wel boter. Minder op zoete turf maar wel op zilte turf. Geen geflambeerde bananen, wel appelsap (niet van dat whiskykleurig spul maar troebel biosap) en lichte pompelmoes. De turf is zacht en gaat zoals gezegd gepaard met zilt en andere kustelementen (denk zeewier en schelpen). Amandelspijs annex marsepein mag ik ook niet vergeten te vermelden. Erg zacht op de tong, wat zoeter dan de neus, met qua fruit meer citrus naast de appel en ook een extra kruidigheid. Nootmuskaat en zoethout dienen vermeld te worden. Drop. Het zilt blijft present (zoute drop dus), net als de zachte turf. Iets licht medicinaals ook nog. Best complexe whisky eigenlijk. Niet het niveau van de 1983 voor QV.ID, maar toch weer meer dan lekker. De afdronk is niet erg lang te noemen, maar wel prikkelender dan de smaak. Zilt, peper, gele appels en nog maar weinig turf. Lichte, soepele en dus gevaarlijk drinkbare whisky. 88/100

Port Ellen 28y 1983, Silver Seal & Whiskybase

En we blijven nog even hangen bij Port Ellen, meer bepaald bij een 1983, gebotteld door Silver Seal, samen met de jongens van Whiskybase. Een joint bottling noemen ze dat. Naar het schijnt zijn er daarenboven een aantal flessen naar The Auld Alliance bar in Signapore gegaan.

 

Port Ellen 28y 1983/2011, 55.5%, Silver Seal, joint bottling with Whiskybase.com, cask S1462, 60 bottles
Ha, dit is toch een ander profiel en net iets meer spek naar mijn bek. Iets scherper, iets minder ‘afgeborsteld’. Rubber, maar dan de betere soort, zeker geen nieuwe fiestbanden of zo. Houtskool, zachte zoete turf en een klein beetje teer. Zonnebloemolie. Geboend leder. Ook best wat zoets: vanille en geflambeerde bananen. Roze pompelmoes? Misschien. Daarachter gaan in ieder geval nog noten en wat zilt schuil. Perfecte balans op de smaak tussen de turf, het zilt en het zoets (vanille en citroensnoepjes). Hier aangevuld met wat kruiden. Het geheel blijft wel prachtig scherp, daar zorgt het zilt en de teer voor. Opnieuw wat noten, en hoe langer hoe meer gerookte vis. Heilbot enzo. O ja, dat zilt wordt groots. Lange, zilte en zoete afdronk. Geef mij dan toch maar deze van Silver Seal en Whiskybase, ondanks het feit dat je er iets meer voor betaalt. 92/100

Clynelish 28y 1982, Malts of Scotland

Eind vorig jaar bracht Malts of Scotland opnieuw een Clynelish 1982 uit. Op het eerste zicht is het geen zustervat van de 2010 bottelingen (vaten 5894 en 5895), maar vatnummers zijn niet meer wat ze geweest zijn natuurlijk. Zo vermeldt deze fles een eigen Malts of Scotland referentie en verwijst het spijtig genoeg niet meer naar het oorspronkelijke vatnummer.

 

Clynelish 28y 1982/2011, 53,7%, Malts of Scotland, MoS 11015, 275 bottles
Expressieve fruitige en waxy neus, zo kennen we Clynelish 1982. Het fruit, dat is perzik, peer, banaan, roze pompelmoes, meloen en ananas. Licht tropisch dus na enige tijd. De waxyness dat is smeuïge bijenwas en kaarsvet. Daarnaast is de neus zoet (honing en vanille) en een beetje zilt. Het geheel wordt ondersteund door eik en kruiden (kaneel en zachte peper). Die kruiden zijn prominenter aanwezig dan in andere 1982’ers. Stevig en mondvullend op de tong, fruit en kruiden in perfecte harmonie. Fruit: pompelmoes, limoen en ananas. Kruiden: munt, peper en kaneel. Ook hier zorgt het zilt, de vanille en de eik voor extra complexiteit. Lange verwarmende afdronk, met de honing, citrus en kruiden die de dienst uitmaken. Opnieuw een zeer mooie en mooi gebalanceerde Clynelish. I just love it. 91/100

Caol Ila 28y 1983, Duncan Taylor ‘Dimensions’

Caol Ila 1983 op sherryvat, dat kan wreed lekker zijn. Alhoewel deze van Duncan Taylor nog een stuk donkerder is dan de QV.ID. Een veel actiever vat waarschijnlijk, wat niet noodzakelijk een meerwaarde is voor oudere geturfde whisky.

 

Caol Ila 28y 1983/2012, 54.3%, Duncan Taylor ‘Dimensions’, cask 3625
Zeer mooie neus met de zachte Caol Ila turf in perfecte harmonie met de sherry. Ik heb tonen van tabak, karamel, geroosterde noten, leder, gedroogd fruit, mandarijn, geflambeerde banaan en aarde. Daarna komt het kustkarakter van de distilleerderij naar boven, in de vorm van zilt en zeewier. En daaronder hebben we dan de turfrook en wat eik, beide in een louter ondersteunende rol. Erg rijke en complexe neus. Olieachtig en licht drogend mondgevoel, met de sherry en zoete turf die om de aandacht dingen, op een onderlaag van sappige eik. Hier meer kruiden dan op de neus: eucalyptus, hoestsiroop en gember. Licht bitter en droog, maar dat wordt deels gecounterd door kandij, rozijnen en perensiroop. Deels, de balans neigt net iets te veel naar het droge. Zilt, net als op de neus pas na enige tijd. Lange afdronk, kruidige, zilt en rokerig. De neus alleen is negentig punten waard, op de smaak is de balans niet goed genoeg om uiteindelijk ook die score te krijgen. 88/100

Dailuaine 28y 1983, Archives

Dailuaine 1983, ook daar heb ik al een meer dan aangename kennismaking mee gehad. Ik heb geen idee of dit een zustervat is, maar wat maakt het uit, als ie nog maar in de buurt komt van de Asta Morris, ben ik al meer dan tevreden.

 

Dailuaine 28y 1983/2012, 47.3%, Archives, hogshead #865, 265 bottles
Dailuaine 1983, ik heb geleerd dat je daar je tijd voor moet nemen. Wat ik hier dus ook ga doen. De neus start alvast mooi op boter, (nat) gras en mineralen. Daarna vanille, geboend leder, kaarsvet en weide. Weide met z’n bloemen. Nog even wachten en er dient zich een laag fruit aan: aardbeien en gele appels. Dat klinkt misschien allemaal nogal redelijk gewoontjes, maar ik kan hier enorm van genieten. De sensaties komen hier echt in lagen. Bijzonder. Rijke en elegante smaak. Zowel kruidig (tuinkruiden), fruitig (appels, kruisbessen, aardbeien), grassig als waxy (boenwas, kaarsvet en leder). Boter opnieuw. Na enige tijd warme vanillepudding. Mooi mooi. Lange afdronk, floraal en kruidig (nootmuskaat, kaneel). Dit is niet de gemakkelijkste whisky, maar neem er je tijd voor en je wordt er dubbel en dik voor beloond. Dailuaine 1983, een profiel dat mij persoonlijk blijkbaar serieus ligt. 90/100

Highland Park 28y 1974, DL Platinum

2011 was wat whisky betreft best een gezegend jaar vond ik zo. Er is heel wat lekkers gebotteld en ook heel wat beter dan lekker. En we hoeven daarvoor tegenwoordig zelfs niet meer over de landsgrenzen te kijken. Denk maar aan al het moois dat Thosop, Asta Morris en The Whiskyman ons gebracht hebben. Buiten dat Belgische geweld vielen wat mij betreft eens te meer de bottelingen van Malts of Scotland (die Caperdonichs!) en The Whisky Agency op.
Maar het is niet het verleden wat belangrijk is, het is wat de toekomst ons zal brengen. De heren van Thosop, Asta Morris en The Whiskyman weten alvast dat de lat erg hoog ligt, maar ook van de andere bottelaars mogen we verwachten dat ze ons regelmatig een glimlach op het aangezicht toveren. En dat is uiteindelijk ook wat ik jullie allen dit jaar toewens, af en toe een whisky ontdekken die je simpleweg blij maakt, al is het maar voor even.

Bon, genoeg meligheid, laat ons het nieuwe jaar gezwind inzetten met een Highland Park 1974 van het prestigelabel van Douglas Laing, de Platinum Selection.

 

Highland Park 28y 1974/2002, 56.8%, DL Platinum Selection, 226 bottles
Frisse, grassige neus. Hooi, granen, sinaas, rook en melkchocolade tref ik aan. Ik vind deze neus eerlijk gezegd toch lichtjes tegenvallen. Redelijk wat turf in de smaak, naast geroosterde noten, munt, acaciahoning en gestoofd fruit. Lange zoete afdronk met wat turf. Niet geweldig complex maar wel lekker, alhoewel ik niet weet of Douglas Laing deze Highland Park onder het Platinum label had moeten bottelen. 85/100

Bruichladdich 28y 1970, Old Malt Cask

Het wordt tijd dat ik eens de Bruichladdich 1970 OB (44.2%) proef, volgens velen de beste Laddie ever. Maar intussentijd moet ik het doen met een andere 1970’er, eentje gebotteld door Douglas Laing in z’n Old Malt Cask reeks. Ook niks mis mee.

 

Bruichladdich 28y 1970/1999, 50%, DL Old Malt Cask, 199 bottles
Dit is een erg complexe en subtiele Bruichladdich. Op de neus kruiden en fruit, vermengd met zachte rook en een lichte farmy toets. Nat hooi en zo. Qua fruit denk ik aan perziken, abrikozen, peren en meloenen. Maar zoals gezegd zeer subtiel allemaal. Super! De smaak is romig en zoet op de abrikozen en de perziken van de neus maar ook banaan. De kruiden komen vooral naar het einde en in de afdronk opzetten. Nootmuskaat. Een topper deze Bruichladdich. 90/100

Twee exclusieve Tomatin single casks

Laat ons even de decadente toer op gaan. Recent bracht Tomatin twee exclusieve single casks uit, een 1982 en een 1973, geselecteerd door Master Distiller Douglas Campbell himself. Het exclusieve zit ‘m onder andere in de verpakking maar ook in de prijs, je betaalt al gauw 350 pond voor de 1982 en 500 pond voor de 1973. Pond. Deze whisky’s kunnen maar beter waanzinnig goed zijn.

 

Tomatin 28y 1982/2010, 57%, OB, refill sherry, cask 92, 560 bts.
Lekkere, zachte, zoete sherryneus met licht florale tonen. Rozenbottel. De sherry vertaalt zich in noten, zoethout, leder, pruimen, eucalyptus en tabak. Een klein beetje rook ook. Woodsmoke. Geroosterd vlees. Ook behoorlijk wat fruit. Sinaas vooral. Opgelegde peren? Kaarsvet. Anijs komt ook om de hoek kijken. Aangenaam, complex en perfect gebalanceerd. De smaak is vol, romig en ondanks het alcoholpercentage zijdezacht. Donkere maar absoluut geen bittere chocolade, dadels, vijgen en kruiden springen er in eerste instantie uit. Dan kruidnagel, kaneel en behoorlijk wat zoethout. Daarna hazelnoten en lichte eik. De sinaas hebben we terug, net als wat roze pompelmoes. Lange, verwarmende afdronk. Zachte, erg toegankelijke en ook erg lekkere whisky maar veel te hoog geprijsd. 88/100
 
 

Tomatin 36y 1973/2010, 44%, OB, refill bourbon, cask 26502, 184 bts.
O, dit is meteen full blown op fruit. Zoet fruit. Sappige peren en dito rode appels, bananen en andere tropische varianten. Mango, meloen enzo. Honing, marsepein, boter, gedroogd gras en kruiden. Kruidenlikeur à la Jägermeister. Zalig is dit! De smaak is licht en subtiel en moet het hebben van fruit en kruiden. Qua fruit de peer weer, net als het tropische fruit. Wat eik, maar op de achtergrond. Hier mist hij misschien een beetje power. Dat laatste zorgt er ook voor dat de afdronk niet al te lang is, op fruit en honing. Zilt? Een beetje ja. Licht drogend. Wreed lekker, zeker op de neus, maar ook hier is de (retorische) vraag of hij z’n exuberante prijs wel waard is. 90/100

Inchgower 28y 1982, Malts of Scotland

De geschiedenis van Inchgower loopt samen met deze van Tonicheal distillery. Deze laatste werd omwille van een verdubbeling van de huurprijs herbouwd op een andere plaats in 1871 en hernoemd in Inchgower. In die jaren was Inchgower een modeldistilleerderij, met een eigen kuiperij, een eigen smidse en een eigen schrijnwerkerij.

 

Inchgower 28y 1982/2011, 57.2%, Malts of Scotland, cask 6969, bourbon hogshead, 212 bottles
De neus is stevig, alcoholisch, grassig en floraal. Eau de vie van pruimen, gedroogde bloemen, cider, appelschillen, dat zijn zo de zaken die me in eerste instantie te binnen schieten. Gezouten boter ook wel, net als citroenmelisse. Zelfs een vage rokerigheid op de achtergrond. Nogal scherp op de tong, kruiden en leder, wat sinaas. Toch maar water toevoegen. Met water blijven de kruiden domineren, ik heb peper, kruidnagel en curry. Hout ook, pompelmoesschil… het geheel is aangenaam bitter. Wat kandij zorgt voor een zoete toets. Vrij lange afdronk op eik en een beetje zilt. Een Inchgower die pas echt te genieten valt met een klein beetje water erbij. 86/100

Aultmore 28y 1982, Dewar Rattray

Aultmore was één van de eerste distilleerderijen die hun draff (rest van het beslag) gebruikte voor dierenvoeder. Aultmore is in mijn ogen ook één van de lelijkste distilleerderijen, maar bon, dat is natuurlijk niet het belangrijkste. Wel belangrijk is dat ik nog nooit een echt lekkere Aultmore heb gedronken. Tot vandaag…

 

Aultmore 28y 1982/2011, 56.1%, Dewar Rattray, bourbon cask #2214, 150 bottles
Krachtige, aromatische neus die mij eerder aan refill sherry dan aan bourbon doet denken. Veel honing, maar ook karamel, ananas, koffie, melkchocolade en praliné. Hooi ook, net als heide en eucalyptus. Het branden van graan. Mooie neus, absoluut. De smaak is even stevig als de neus, mondvullend. Vanille en eik, gevolgd door kruiden. Linde, eucalyptus, zoethout, peper. Ook fruit dient zich aan. Citrusschil, pompelmoes. Bitter ja, zowel het bittere fruit als het hout zorgen daar voor, maar dit is een heel mooie bitterheid. Wat water toevoegen brengt zoals wel vaker het fruit meer naar voor. Sinaas. En honing. Lange, verwarmende afdronk. Dit is een erg lekkere whisky, die op de smaak enkele druppels water kan gebruiken maar even goed zonder te genieten valt als je wat vuurwerk in de mond kan verdragen. 88/100

Port Ellen 1982, Luc Timmermans for QV.ID

Luc Timmermans – je weet wel, ex-Malts of Scotland, ex-Handwritten Label, maar alles behalve ex-whiskyliefhebber, laat dat duidelijk zijn – had nog een vatje Port Ellen 1982 liggen, eentje dat hij voor z’n zoon wou bewaren (het hangt er toch maar van af waar je geboren wordt verdorie – mijn vader deed in Artispunten). Maar aangezien de whisky nu toch wel top was, en Koen Philips van QV.ID ofte Cuvee Idee het wel zag zitten een deel van dit vat onder zijn label te laten bottelen – hij zou zot zijn het niet te doen, staat hier nu voor mij een glas gevuld met deze whisky. De rest van het vat (100 flessen) werd gebotteld voor Whiskysite.nl. De flessen zelf zijn vanaf heden en exclusief te krijgen bij QV.ID.
Als sparring partner zet ik er de schitterende Port Ellen 24y 1982/2007, Dewar Rattray for The Nectar, cask 2464 naast, ondertussen al vaak gedronken, resulterend in een soliede 92/100. Kwestie van de lat meteen hoog genoeg te leggen, ik had deze QV.ID enkele weken geleden immers al eens kunnen proeven en wist dus in welke klasse hij speelt.

 

Port Ellen 28y 1982/2010, 57.5%, selected by Luc Timmermans, exclusively distributed by QV.ID, sherry puncheon
Heerlijke neus die enerzijds typisch voor Port Ellen 1982 is: veel zee-elementen zoals zilt, zeewier en jodium, zachte turf en fruit. Limoen, de schil van groene appels… maar hij gaat verder en dieper. Hij voegt nog een heerlijke kruidigheid toe (nootmuskaat, kaneel) en zachte karamel. Het geheel is vol, dik en romig. Ja, die neus is zalig. De smaak is beter. Echt waar. Vaak is het omgekeerd, maar hier doet de smaak er nog schepje bovenop. Het zilt en de kruiden dienen zich eerst aan, daarna zet het citrusfruit zich door en pas daarna komt de turf erbij, turf die heel lang blijft hangen, samen met het zilt. Een lichte medicinale toets. Hazelnoten en beukennoten. Prachtige evolutie en wat een balans! Niks, maar dan ook niks scherps, niks dat de balans op welk moment dan ook verstoort. Lange, erg lange afdronk op zilt, citrusfruit en romige turf. De beste jaren tachtig Port Ellen die ik al dronk. En ik heb nog een volle fles staan. Lucky me. 93/100
 
De score laat zich dus extra verantwoorden door de Port Ellen voor The Nectar. Een dijk van een whisky, maar de QV.ID wint toch het pleit door z’n extra dimensie, hij is nog wat complexer. Ronder ook.

Lochside 28y 1981, Blackadder

De Lochside distilleerderij, gelegen aan de Schotse Oostkust tussen Aberdeen en Dundee, werd gesticht in 1957 en sloot z’n deuren in 1992. In 2005 werden de gebouwen met de grond gelijk gemaakt om plaats te ruimen voor een tuincentrum. Tot begin jaren zeventig produceerde het zowel malt als grain whisky – een schitterend huwelijk tussen beide was de 42 jarige Single Blend. Lochsides zijn over het algemeen erg fruitige whisky’s. Blackadder bottelde vorig jaar een 1981’er onder z’n Raw Cask label.

 
Lochside 28y 1981/2009, 56%, Blackadder Raw Cask, cask 617, 202 bttls
Mmm, niet de verwachte fruitexplosie… pas op, de neus biedt best wat fruit, maar niet zo overweldigend als bij andere Lochsides vaak wel het geval is. Muesli, sinaas, vanille, smeuïg… doet me wat denken aan die Danio ontbijttoestanden. Een lichte kruidigheid ook. Hooi. Ook de smaak geeft sinaas, maar ook lychee, munt, kokos en zachte karamel (fudge that is). Middellange finish, beetje drogend. Citrusschil. Erg aangename Lochside zonder het ‘wauw’ effect van een aantal soortgenoten. 86/100

Glendullan 28y 1981, The Whisky Agency

De tweede Glendullan deze week is er ééntje uit het jaar 1981, recent door The Whisky Agency gebotteld in de ‘flowers’ reeks.

 

Glendullan 28y 1981/2009, 49.6%, The Whisky Agency, 247 bottles
Zachte, frisse en mineralige neus met veel fruit (appel, kruisbessen, pruimen), honing, muesli, eikenhout, munt en citroenkruid (fris zoals ik al zei). Het mineralige uit zich in natte steen, kalk en een de geur bij een boswandeling. Rook? Mmm, misschien, heel subtiel in ieder geval. De smaak is vettig en krachtig, op tonen van perzik, meloen, peer en kiwi, hout, vanille, zoethout, gember. Erg fris, ook op de tong dus. Niet al te lange maar wel lekkere fruitige afdronk. Aangename en vlot drinkende Glendullan. 85/100