Spring naar inhoud

Posts tagged ‘25yo’

Een Brora, weer veel te lang geleden

Brora 1978 is erg zeldzaam, bij mijn weten zijn er enkel drie 1978’ers gebotteld door de Scotch Malt Whisky Society, SMWS voor de vrienden. Eén van deze drie kreeg de naam ‘Marmalade on burned toast’ mee, ik veronderstel dat ik dat dan ook ga proeven.

 

Brora 25y 1978/2004, 57%, SMWS 61.20 ‘Marmalade on burned toast’
Cleane, waxy en mineralige neus: natte stenen, kaarsvet, schoensmeer. Wat floraal ook: gedroogde bloemen en hooi. Appelmoes met kaneel. Gestoofd fruit (de ‘marmalade’), hoe langer hoe meer. Olie. Lichte turfrook. Fris en erg aromatisch. Stevig en olieachtig in de mond, op bijenwas, honing, kruiden (zoethout, peper, gember), gekonfijt én gestoofd fruit, confituren inderdaad. En nu je het zegt, iets geroosterd, toast indeed. En niet te vergeten, onderliggende turf. Smullen! Water geprobeerd, maar dat brengt weinig bij, is trouwens al lekker genoeg zo. Lange afdronk, op zachte, romige turf en wat kruiden (hint van mosterd zelfs). Lovely! En zeker op de smaak heeft deze whisky z’n naam niet gestolen. 92/100

Bowmore 25y

Als we van de bottelperiode van de nieuwe Bowmore 25y z’n leeftijd aftrekken, belanden we midden in de jaren tachtig, midden in de lavendel- en zeepperiode dus. Desondanks blijkt mijn vrees voor een ‘French Whore Perfume’ bom onterecht te zijn…

 

Bowmore 25y, 43%, OB 2011
Zachte sherry vermengd met zilt en turf. Munt ook, eucalyptus, hout en drop. Gedroogde bloemen. Confituur. Alles behoorlijk subtiel. De smaak is zijdezacht en licht droog op turf, karamel, bloemen, noten en kruiden. Veel ‘bloemen’ zoals je kan lezen, floraal is inderdaad het woord, maar nooit ‘zeep’. De afdronk is best lang en zoet op zilt en fruitige turf. Dit is lekkere whisky, maar aan het niveau van de 21y kan hij naar mijn smaak toch niet tippen. 84/100

Port Ellen 1982/2007, Berry Bros, casks 2470 & 2472

Bottelaar Berry Bros & Rudd heeft de laatste jaren een aantal Port Ellens 1982 gebotteld, sommige op 46%, andere op vatsterkte. Of op zogenaamde vatsterkte. Het is immers nog maar zelden dat een whisky die op cask strength lijkt gebotteld te zijn, ook effectief de alcoholsterkte van het vat heeft behouden. Vaker, veel vaker, wordt de whisky versneden tot een percentage waarop hij volgens de bottelaar het best tot z’n recht komt. Er wordt dan wel angstvallig op toegezien dat het uiteindelijk percentage nog wel ‘cask strength’ genoeg is. Ik bedoel dat indien 46% of 50% de ideale sterkte zou zijn, dat gegarandeerd bv. 45.9% of 50.2% zal worden.

 
Port Ellen 25y 1982/2007, 55.6%, Berry Bros & Rudd, casks 2470 & 2472
De donkere kleur verraadt het vattype. Amber. De neus laat nog weinig aan de verbeelding over. Stevige sherry op tonen van perensiroop, kandij, tabak, leder en koffie, waarbij natuurlijk het zilt en de turf niet mogen ontbreken. Wat rubber ook. Geen sulfer deze keer, nice. De smaak is stevig en mondvullend, met de sherry, het zilt en de turf die elkaar mooi in evenwicht houden. Hier komen ook nog kruiden bij, peper en zoethout. Gekonfijt fruit en chocolade. Erg lange afdronk op turf, zilt en kersen. Doet me qua profiel denken aan vat 2463, gebotteld door Dewar Rattray, ook in 2007 trouwens. Hoeveel scoorde ik die? 91? Wel, dit is even goed. 91/100

Port Ellen 1983, Norse Cask

Norse Cask is een label van de Deense onafhankelijke bottelaar Quality World. Tot op vandaag hebben ze bij mijn weten drie Port Ellens gebotteld, twee 1983’ers en één 1979. De Port Ellen die ik vandaag proef is een botteling van een sherry hogsheadvat. Port Ellen 1982/1983 op sherryvat, altijd gevaar voor sulfer.

 

Port Ellen 25y 1983/2009, 58.6%, Norse Cask, cask QW1312, 226 bts.
De neus start alvast on-Port Ellen. Ik heb weinig rook en ook niet al te veel zilt. De sherry heeft z’n werk gedaan en maakt de neus zoet en fruitig. Stroperige karamel, honing, gekonfijt fruit, perensiroop, gedroogde abrikozen en vijgen… de karamel krijgt een verbrand randje. Geen sulfer evenwel. Daarna kruiden, maar het geheel blijft vooral zoet. Wat rook, toch wel, maar op de achtergrond. In de mond is hij stevig en olie-achtig, romig bijna. Meer rook dan op de neus, naast het zoets en de kruiden. Peperkoek. Nootmuskaat ook en peper. Noten. Tevens wat fruit, pruimen en naar het einde peer. Lange, kruidige, wat grassige afdronk met een voldoende portie rook. Zéér lekkere Port Ellen. 91/100

En nog twee Glenfarclassen

Vandaag de twee andere Glenfarclas samples, de 25-jarige en de 40-jarige. Glenfarclas maakte doorheen z’n geschiedenis een gestage groei door. In 1897 werd de distilleerderij volledig herbouwd, in 1960 werd de productiecapaciteit verdubbeld en in 1976 werden er twee nieuwe stills geplaatst, wat het totaal op zes bracht. Momenteel gaat ongeveer de helft van de productie naar single malt, de rest naar de blenders.

 

Glenfarclas 25y, 43%, OB 2010
Ook hier krijg je zachte en zoete sherry op de neus, bij deze vergezeld van een duidelijke munttoets. Donkere chocolade ook, wat ons bij After Eight brengt. Kersen. Honing. Het mondgevoel is vol en zijdezacht met fruit (kersen, sinaas), honing, koffie en noten. Een beetje hout. Peperkoek? Best lange afdronk op hout en een lichte kruidenheid. Lekkere whisky, absoluut, maar eens te meer: waarom deze kopen als je met de 15y voor de helft van de prijs een even goede whisky hebt? 85/100

 

Glenfarclas 40y, 46%, OB 2010
Ola, dit is iets anders! Ook zoet, maar veel meer fruit. Gedroogd fruit à la rozijnen, pruimen, vijgen, maar ook orangettes en van die halve-maan-vormige gesuikerde sinaasschijfjes. Braambessen. Naast het fruit noten, eucalyptus, heide en redelijk wat kruiden. Kaneel en zoethout. Drop. Heerlijk om ruiken. De smaak is nog kruidiger dan de neus, het fruit komt wat in de verdrukking. Hier is het vooral gedroogd fruit dat tussen de kruiden en het hout doorpriemt. Qua kruiden denk ik aan zoethout, nootmuskaat en veel peper. Donkere chocolade en drop zorgen voor een zoete toets. Koffielikeur steekt ook nog de kop op. Toch wel een pak complexer dan de voorgangers. De afdronk is lang en droog (maar zeker niet té droog, wordt net als op de tong nooit wrang), met tonen van koffie en chocolade – altijd al een geslaagde combinatie – en zoethout. Zéér lekkere whisky en met z’n dikke 250 euro ook zeer betaalbaar voor een veertigjaar oude whisky. 91/100

Caol Ila 25y 1984, Cadenhead

Het dorpje Caol Ila werd in 1846 zo goed als letterlijk uit de grond gestampt door de oprichter van de Caol Ila distilleerderij, Hector Henderson, op dat moment ook de eigenaar van Littlemill. Samen met de bouw van hun werkplek bouwde hij immers huisjes voor z’n werknemers.

 
Caol Ila 25y 1984/2010, 55.2%, Cadenhead Authentic Collection, 250 bts
Gebalanceerde neus op turf, appelsienconfituur, appel, zilt, kruidnagel en kaneel. Op de tong is hij zoet en zilt met ook hier de turf, net als citrus en vanille. De afdronk is redelijk droog, rokerig en ziltig. Lekkere whisky, kapt makkelijk binnen. En ik moet verdorie nog altijd mijn eerste slechte Caol Ila tegenkomen… 85/100

Hakushu 25y

Laat ons nog even in Japan blijven… De Hakushu 25y is de oudste whisky van deze distilleerderij. De prijs is er dan ook naar: waar je hem nog kan vinden, betaal je gauw 650 euro.

 
Hakushu 25y, 43%, OB 2008
Aangename, olieachtige neus met lekkere sherrytonen. Eerst heb ik noten, vlees en nieuw leder. Dan wat fruit: wit fruit (appel en peren) en veel sinaas. Daarna wordt hij vrij herbal. Eucalyptus en zo. Zachte smaak, licht drogend met ‘mellow’ hout (belegen), zoethout, sinaas, pompelmoes, peper, kruidnagel. Woodsmoke? Drogende, middellange afdronk. Lekkere whisky maar veuls te duur. 86/100

Benromach 25y

In feite zou Benromach in het rijtje van Port Ellen, St. Magdalene en Brora moeten staan, het werd immers samen met deze legendes in 1983 gesloten door United Distillers (UDV, het huidige Diageo). Maar in tegenstelling tot zijn roemruchte lotgenoten werd Benromach ‘gered’, door Gordon & MacPhail die het in 1992 opkocht, alhoewel de distilleerderij op de washbacks na volledig ontmanteld was.

 

Benromach 25y, 40%, OB 2010
Frisse, florale neus op bloesems, citroen, limoen, gras, vanille, van die harde fruitsnoepjes en gember. Geconfijte gember (een aanrader). Die gember zit ook in de volle, romige en zoete smaak. Vanille, fudge, geroosterde noten en een tikkeltje rook. De afdronk is bitterzoet en kruidig. Lekkere whisky, maar met de nieuwe 10y heb je voor minder geld een whisky die minstens even goed is. 85/100

Highland Park 25y 1981, Daily Dram

Highland park ligt zoals iedereen weet niet in de Highlands maar op Orkney. De naam van de distilleerderij komt van de hoger gelegen heuvels, High Park. Een 20% van de productie gaat naar single malts.

 

Highland Park 25y 1981/2007, 43%, Daily Dram, The Nectar
Aangename, grassige en frisse neus. Hooi, citrus, appels, een beetje rook en een beetje zilt. Zoete en fruitige smaak op honing, marespein, citrus, noten, gras en lichte turf. Geen geweldig lange afdronk met citrus en kruiden. Lekkere en me dunkt vrij typische HP. 84/100

Fulldram supertasting 2010

Een Fulldramseizoen afsluiten, doen we zoals gewoonlijk in stijl. En vermits onze club dit jaar z’n vijfjarig bestaan vierde, mag stijl met een hoofdletter geschreven worden. In kalligrafie en verguld. Zo werd een lichtjes fantastische clubbotteling onlangs boven de doopvont gehouden, welke binnenkort aan de leden wordt verkocht. Maar ook de afsluitende supertasting moest een stevig orgelpunt op dit jubileumjaar worden. En zo geschiedde. De vorige supertasting was z’n naam al meer dan waard, toen kregen we acht kleppers te proeven waaronder de Ardbeg 1967 Pale Oloroso. Dit jaar zouden het er vijf worden… met hetzelfde budget. Laat ons zeggen dat de verwachtingen wel erg hoog gespannen waren. Ook deze keer was het trouwens onze ere-voorzitter Luc Timmermans die in z’n rijke collectie dook en met vloeibaar goud richting Leuven kwam. Hieronder een verslag van een avondje genieten in overdrive.
 

Als aperitiefje kregen we een oude blend voorgeschoteld, meer bepaald een Haig van 1974. Deze bewees eens te meer dat blends vroeger gemiddeld genomen beter waren dan vandaag de dag. Het gehalte aan single malt lag toen gewoon een pak hoger dan nu.

Haig Gold label, 43%, OB, rotation 1974, blended
De neus vertoonde lichte OBE, zonder echt muf te worden evenwel. Zilverpoets eerder, en de geur een antiquaraat. Erdoorheen priemde boter, wat granen, honing, sinaas en citroen. Vicks lemon. De smaak was romig en zoet (karamel) met een aangename fruitigheid. Werd metterijd wat bitter, maar nooit storend. Een pak beter dan de recente Haig in ieder geval. 83/100
 

De eerste in het rijtje van vijf toppers was één van de drie oude sherry-juweeltjes die we te drinken kregen, een Macallan 1964. t’ Is te zeggen, dat is wat ons verteld werd want het label was zo goed als onleesbaar. Was het wel Macallan?

Macallan 25y 1964/1989, 43%, OB, Anniversary Malt, 75cl
Oh ja, dit is een zalige, zacht-zoete sherryneus. Zoete balsamico, pruimen, rozijnen, geconfijt fruit (in van die boluskoeken!), geroosterde noten, woodsmoke en rijpe kruisbessen. Na enige tijd ook bloemen. Lekkere en complexe oude sherry. De smaak geeft associaties van bittere chocolade smeltend in je mond. Op de tong is hij romig (boter) en geeft naast de chocolade gestoofd fruit (confituren), pruimen, honing, perensiroop en een aangename kruidigheid. De afdronk is niet al te lang maar wel erg lekker op bitterzoete tonen, met terugkerend fruit. Smullen! 93/100
 

En dan volgende een andere gesherriede whisky. Andere ook in de betekenis van anders. Deze Inchgower 1967 heeft echt een heel ander profiel dan de Macallan. Veel vuiler vooral.

Inchgower 21y 1967, 46%, Moncreiffe & Co, Monza, Italy, 75cl
De neus had serieus wat tijd nodig om open te bloeien. Niet verwonderlijk na meer da twintig jaar onder kurk. Eerst had ik vleessaus, maggie en kruiden. En dat vuile. Een natte dweil? Oude, vette sherryneus. Dan verbrande karamel, chocolade, aarbeienconfituur en hars. Lichte rook er doorheen. Geen gemakkelijke, complexe neus die beetje bij beetje ontluikte. De vette sherry zette zich verder op de smaak met associaties van kersen, karamel, lichte rook en veel kruiden. En maar een beetje hout. De afdronk van deze Inchgower is een stuk langer dan deze van de Macallan maar minder fruitig. Meer op karamel en kruiden. Bijzondere whisky, maar geef ‘m vooral tijd. 91/100
 

En dan volgde een legendarische Ardbeg, ééntje uit de even legendarische Fragments of Scotland reeks van Samaroli. Het label vermeldt enkel ‘Islay’ en zegt dus niet om welke distilleerderij het gaat. De flessen werden indertijd ook redelijk goedkoop verkocht, want ja, wie wil er nu veel geld geven aan een niet nader genoemde Islay van 15 jaar oud? Maar toen duidelijk werd dat het Ardbeg 1973 was, ontstond er een rush op deze whisky. Waar je indertijd voor de ganse reeks van 6 flessen verhoudingsgewijs geen 1.000 euro betaalde, betaal je nu meer voor enkel deze Ardbeg. Op zich is Ardbeg 1973 natuurlijk niet zó uniek, wel uniek is dat dit een jonge Ardbeg 1973 is, gebotteld in 1988.

Ardbeg 1973/1988, 57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles
Erg complexe neus op turf, fruit (groene appels) en kruiden. Ook mineralig en hoe langer hoe meer farmy notes die komen bovendrijven. Stallen, nat hooi. Brora early 70’s style dus, toch altijd een stevige meerwaarde vind ik zo. Karamel. Zeewier. Een heel ander profiel dan ik verwachtte, anders ook dan de Ardbeg 1974’s die ik al proefde. Erg stevig en ‘dik’ op de tong. De turf, de kruiden, het (wit) fruit, je treft het ook hier aan. Maar daar houdt het niet mee op, een lekkere ziltigheid, zoethout en wat vanille komen er bij. Alles erg geconcentreerd. Zalige afdronk, ‘coastal’en ‘peaty’ en zo lang als een Belgische regeringsvorming. Zeer complexe en intense whisky. 94/100
 

En dan kwam voor mij met voorsprong het hoogtepunt van de avond. Een Glenfarclas die ik alleen maar in pure lyriek kan beschrijven, de 21-jarige in 1974 gebotteld voor Eduardo Giaconne. Een fenomenale whisky voor één van de grootste whiskypersoonlijkheden die de wereld gekend heeft. Vermits deze whisky in 1974 gebotteld is, betreft het hier distillaat van begin jaren 1950. Hou u vast.

Glenfarclas 21y, 51.5%, Pinerolo for Giaccone, Italy, rotation 1974
De neus. Ik bedoel De Neus. Die van de Macallan omschreef ik als ‘zalige sherry’, die van de Inchgower als ‘oude vette sherry’, dit is… euh, beter. Oh ja, dit gaat vlotjes over al het voorgaande. Man, dit is goed! En complex! Het woord complex is uitgevonden om deze geur te kunnen omschrijven, hij blijft maar evolueren. Waar beginnen? Dit is onbegonnen werk. Toch een poging. Noten, karamel, vijgen, chocolade, lichte rubber, teer en barbeque-toestanden (de houtskool, het gegrilde vlees…). Daarna rokerige aroma’s. Woodsmoke, subtiel turf. En het is nog niet gedaan. Antiekwas, kaarsvet, honing. De geur van oude lederen zetels. Tja, en zo blijft dat maar evolueren, elke keer ruiken geeft nieuwe associaties. Op een gegeven moment moet je stoppen, want het blad raakt vol, en ook de achterkant, en je wil er ook nog eens van proeven, nietwaar? De Smaak dus. Hij zet stevig aan en biedt ook hier een associaal decadent palet aan sensaties. Gedroogd fruit (abrikoos, vijg, rozijn), geconfijt fruit, noten, chocolade, rijpe appelsienen, turf, munt, kruiden (welke? who cares?) et cetera et cetera, in excelsis deo. Amen. Lange, erg lange en complexe afdronk op kruiden, vanalle zoets en zachte turf. Volgens Luc één van de beste Glenfarclasses ever (hij geeft de indruk daar iets van te kennen), voor mij sowieso dé beste tot op heden. 96/100
 

Afsluiten deden we met een whisky met een licht fruitige toets. Qua line-up was dit perfect. Na het complexe sherrygeweld van de Glenfarclas een whisky die het moet hebben van pure fruitigheid. Het contrast kon niet groter zijn. Zoals algemeen geweten kan een line-up een whisky maken of kraken, een line-up is nooit neutraal. Soit, het gaat dus om een Bowmore 1966, het meest ‘tropische’ Bowmore-jaar.

Bowmore 38y 1966/2004, 42.8%, DT Peerless, cask 3303, 179 bottles
Neus: tropisch fruit. Smaak: tropisch fruit. Afdronk: tropisch fruit. Voila, heb zelden makkelijker een whisky kunnen beschrijven. Eénzijdig, weinig complex, niet al te boeiend eigenlijk. Maar het moet gezegd: dit is oh zo superieur éénzijdig, oh zo superieur fruitig. In de neus en op de smaak een succulente tropische fruitsalade. Dominiek maakte een vrij levendige voorstelling van een wulpse dame in een strooien rokje dat al heupwiegend een grote mand fruit op haar hoofd draagt. Spijtig genoeg zeggen woorden in deze belange niet zoveel als beelden. Op het netvlies gebrande beelden. Nu, er is natuurlijk nog wel iets meer te ontwaren dan de mango, de passievrucht, de papaya, de ananas en de pompelmoes. Op de neus had ik ook bloesems, kamille en boter. Een klein beetje zilt op de tong ook. En zo goed als geen hout. Noch rook. Dit kapt zo makkelijk binnen, je hebt echt niet het idee iets op – toch nog altijd – 43% te drinken. Na de tasting had ik deze op 95/100 staan, maar had nog wat over. Na herproeven the day after doe ik er een puntje af. Hij is geweldig lekker, maar de line-up misleidde een beetje. Het gebrek aan complexiteit en evolutie, wat de Glenfarclas – overtollig – wel had, ontbreekt hier. De Bowmore Bouquet is de incarnatie van het beste van beide werelden: het beste wat Bowmore 1966 te bieden heeft in een opperste complexiteit. 94/100
 

Macallan 1964, Inchgower 1967, Ardbeg 1973, Glenfarclas early 1950’s en Bowmore 1966… dit noem ik nu eens een Supertasting zie! A ja, de top 5 van de avond was:

  1. Bowmore
  2. Glenfarclas
  3. Ardbeg
  4. Macallan
  5. Inchgower

Bowmore en Glenfarclas ex aequo maar de Bowmore had meer eerste plaatsen. Bij mij staan de Bowmore en de Ardbeg samen op twee met de Glenfarclas als absolute heerser over de avond. Ik begin Luc stilletjesaan te begrijpen. Long way to go evenwel.

 

Glen Grant 25y, George Strachan

George Strachan Ltd. is een Britse kruidenier en groothandel opgericht in 1926. Het heeft in het verleden al enkele whisky’s gebotteld, zowel single malts als blends.
Deze 25-jarige Glen Grant kocht ik tijdens ons bezoek aan de Mara kelder. De aanduiding ‘26 2/3 fl. Oz’ op het label slaat op de inhoud, fl. oz. is de afkorting voor de fluid ounces. 1 fluid ounce is een goeie 28 ml, wat rekenwerk brengt ons dus tot 750 ml. Deze inhoudsmaat werd gebruikt tot begin jaren tachtig, waaruit we afleiden dat deze whisky ten laatste eind jaren vijftig werd gedistilleerd. Het label vermeldt ook 86° proof, wat dan weer neerkomt op 49% alcohol.
De fles ging in Limburg meteen open maar niemand was er toen echt wild van. Het zou echter niet de eerste keer zijn dat een oude whisky z’n geheimen pas onthult na enkele weken geopend te zijn. Dit vocht zat immers ook 25 à 30 jaar onder de stop. Vandaag is het tijd voor een herkansing.

 

Glen Grant 25y 86° proof, bottled by George Strachan Ltd. early 1980’s, imported by Sestante, 26 2/3 fl. oz.
Aangename delicate sherryneus met een klein beetje old bottle effect. Mijn oma die in een vorig leven het zilverwerk poetste. Daardoorheen geroosterde noten, praliné, rozijnen, honing, rum en appels. Boter ook, gedroogde abrikozen en nog heel wat meer. Munt. Peterselie. Alles wel heel erg subtiel. Gedroogde bloemen? Ik denk het. Complex en toch wel erg lekker hoor. Een hint van turf? Mmm, niet duidelijk. Een bepaalde waxyness, dat zeker wel. Djéé, deze neus heeft tijd nodig. En geduld. Op de tong dezelfde subtiliteiten waar ik er veel aan sherry link. Walnoten (of zeggen we okkernoten?), wat hout, zilt, zoethout, een toefje tabak, vrij veel tannines (druivenpitten o.a.), hars, menthol en kruiden. Nootmuskaat, kaneel, peper… Een dipje in het midden evenwel. De smaak is zeker niet zo goed als de neus, de tannines gooien wat roet in het eten. De afdronk zit daar ergens tussenin. Die is niet echt lang te noemen maar wel lekker en moet het hebben van noten, honing en munt.
Conclusie? Hij valt me zeker beter mee dan toen bij het openen, op de neus is hij zelfs groots te noemen. Toch heb ik het gevoel dat hij nog meer te bieden heeft – of had – maar dat ik er wel erg veel moeite voor moet doen het te ontdekken. Alles is heel subtiel en zacht, soms komen er zaken door die zich dan weer verstoppen. Misschien dat hij zich bij een volgende proefbeurt wel volledig vrijgeeft. Geen makkelijke whisky in ieder geval. 87/100

Tamdhu 25y

Blijkbaar is dit nog maar mijn tweede Tamdhu. Tamdhu werd in 1897 opgericht en twee jaar later verkocht aan Highland Distillers & Co Ltd. Na twintig jaar stilgelegen te hebben, werd de productie terug opgestart in 1948. Het was evenwel pas in 1976 dat Tamdhu als single malt werd gelanceerd, tot voordien ging de productie volledig naar de blenders. Ook na 1976 was het grootste gedeelte van de whisky bestemd voor blends, met op kop Famous Grouse (maar ook in J&B en in Cutty Sark tref je Tamdhu aan).
Een trieste noot om mee te eindigen: de Edrington Group, sedert 1999 eigenaar van Highland Distillers & Co, besloot vorige maand Tamdhu definitief te sluiten.

 
Tamdhu 25y, 43%, OB 2006
De neus van deze Tamdhu is fris met veel bloesems, appel, ananas, kaneel en tabak. De smaak valt me wat tegen, heeft iets van bier (spijtig genoeg pils). Ja, een bitterheid die ik eerder met bier associeer. Hout, karamel, nootmuskaat en peper. De afdronk is ziltig maar niet erg lang. 77/100

Yamazaki 25y 1984

Een flesje van 550 euro, benieuwd of ie z’n geld waard is.

 
Yamazaki 25y 1984, 48%, Suntory 2009, matured in Mizunara oak
Vette sherry met rood fruit (woudvruchten à la frambozen, bosbessen, braambessen – ja vooral bramen), hout, hars, vanille, leder en kruiden op de neus. Alles mooi in balans moet ik zeggen. Het rode fruit en het hout zitten natuurlijk ook in de smaak, naast pruimen, munt, noten, geroosterde kastanjes en karamel. Krachtig! Middellange, kruidige afdronk met een beetje hars en munt erdoorheen. Dit is lekkere whisky, maar voor dat geld koop ik me toch liever iets anders. 86/100

Een blinde Fulldram sessie

Maandag was het weer verzamelen geblazen aan de Leuvense vismarkt. Dit keer voor een blind session, zeven whisky’s waarvan we pas na proeven, na ranking én na verkoop per opbod wisten wat het was. Vooral dat laatste was behoorlijk tricky omdat je absoluut niet wist hoeveel de fles gekost had en je dus voor de rest van de fles evenveel of meer kon betalen als voor een volle fles.

Blind proeven is uiteindelijk wel de meest eerlijke en correcte manier van proeven. Je bent op geen enkele manier beïnvloed door een merk, een reputatie of enige andere voorkennis. Mensen die beweren dat ze ook niet-blind 100% objectief scoren, maken zichzelf wat wijs. Je kan de invloed van het label proberen weg te drukken, maar helemaal lukt dat nooit, bewust of onbewust speelt het toch ergens mee. We gebruikten wel onze gewone tastingglazen waardoor we de kleur konden waarnemen, wat nog niet helemáál blind is natuurlijk, daar heb je die blauwe glaasjes voor. Vandaag en morgen een verslagje van de avond.

 
Campbeltown Loch 30y, 40%, blend
Als welcome dram dronken we de 30-jarige Campbeltown Loch, een whisky die we ook op de Whisky & Bier tasting van 19 oktober vorig jaar voorgeschoteld kregen. Aangename en vlot drinkende whisky zonder capsones. Ongewijzigde score.
 
Port Askaig 25y, 45,8%, Speciality Drinks (The Whisky Exchange), 2009
De eerste blinde was de Port Askaig 25y, ook een whisky die ik reeds eerder dronk. Deze blijft voor mij een lekkere whisky op zachte turf en fruit, die echter wat te bitter eindigt om hoger te scoren.
 
Springbank 21y, 46%, OB +/- 2005
De tweede was een fles met een redelijk cultniveau, en hoeft het te verbazen, zowel voor mij als voor de groep de winnaar van de avond. De neus is erg levendig en fris. Ik had bloemen, fruit, bijenwas, sinaaszest, geconfijt fruit, noten, zacht hout… complex inderdaad. En lekker! Subtiele sherry en alles perfect gebalanceerd. Ook op de smaak trouwens. Fruit, licht bitter (witte pompelmoes), kruiden, vanille, hout, heel lichte rook. Lange zoete en fruitige finish. En dan zijn de oudere batchen naar het schijnt nog een stuk beter. 90/100
 
Ardbeg ‘Rollercoaster’, 57.3%, OB Committee, 2010
Een whisky waar ik twee flessen van heb staan, maar nog geen van heb geopend. De Rollercoaster bevat vaten van elk jaar van 1997 t.e.m. 2006 en werd gebotteld ter ere van het tienjarig bestaan van het Ardbeg Committee.
Medicinale turf, mineralen, wit fruit, gerookte ham (vrij ziltig), sigaren, kruiden en wat zoets (marsepein) in de neus. Vrij complex dus, en voor mij herkenbaar Ardbeg. De smaak is stevig en licht bitter met lekkere turf, zilt, kruiden (‘herbal’) en pompelmoes. Had ‘m evenwel niet zo hoog in alcohol geschat. Lange afdronk met turf, zilt en kruiden die strijden om de aandacht. Pas op, de turf is nooit te scherp of te neigend naar asbak, de balans is meer dan oké. Wetende wat het is, is dit best een meevaller. Ik vreesde immers voor meer turf en minder complexiteit, maar dat valt dus reuze mee. 87/100

Een nieuwe Dez Mona en een oude Craigellachie

Dez Mona heeft met Hilfe Kommt eind vorig jaar een nieuwe plaat uitgebracht. Hun vorig album, Moments Of Dejection Or Despondency was wat mij betreft één van de beste Belgische albums ever. Maar ook deze is sterk. Misschien niet helemaal het niveau van Moments maar er staan toch weer enkele juweeltjes van songs op. Ik denk aan nummers à la Beyond Redemption, Carry On, Get out of Here, In the Yard en Jack’s Hat.
Dez Mona, toch wel van het boeiendste wat de Belgische muziekscène heden ten dage te bieden heeft als je ’t mij vraagt. Ik beluister hun nieuwe nog een keer, vandaag in het gezelschap van een oude Craigellachie. Eéntje uit 1962, in 1987 gebotteld door Moncreiffe.

 
Craigellachie – Glenlivet 25y 1962, 46%, Moncreiffe & Co for Meregalli ’87
Een Craigellachie, dat is weer even geleden. 23 jaar geleden op flessen getrokken, dat zou wel eens wat old bottle toestanden kunnen opleveren. En inderdaad, in de neus oude kleren (een koffer op zolder met oude kledij van één of andere overleden groottante), oude boeken, de geur van een antiquariaat, antiekwas, zilverpoets. Dit alles vermengd met gedroogd fruit, zoethout en noten. Lekkere hoor! De smaak is zoet (honing) en kruidig. Het zoethout, wat peper en nootmuskaat ontwaar ik. Wat grassing ook wel. Licht mineralig. Redelijk lange, krudige afdronk. Ongetwijfeld niet meer hetzelfde als bij botteling, maar misschien wel beter. 87/100

Nog twee Malts of Scotland

Glenglassaugh 25y 1984/2009, 54.7%, Malts of Scotland, cask 186, 213 bottles – Speyside
Zachte neus waarbij het fruit en het hout om beurten strijden om de aandacht. Het hout wint evenwel, de balans is zeker niet perfect. Qua fruit denk ik aan abrikozen, perzikken en pruimen. Gedroogde pruimen. Dadels ook. Karamel en cake geven het een zoete touch. Met enkele druppels water komt het zoete meer op de voorgrond. Kaarsvet? Ja, en ook heel wat kruiden na enige tijd. Zachte rook. Zoet en bitter domineren op de tong. Karamel, hout, kruiden en gedroogd fruit. Bittere chocolade. Middellange, kruidige afdronk die toch vrij snel uitdroogt, ondanks het beetje water dat ik toevoegde. 84/100
 
Glengoyne 11y 1998/2009, 55.9%, Malts of Scotland, cask 1133, 321 bottles – Highland
Zustervat van vat 1130, dat de hemel ingeprezen is. Op de neus stevige sherry met associaties van espresso, gedroogd fruit (rozijnen in de eerste plaats maar ook abrikozen en vijgen), noten, hout, verbrande cake, verbrande karamel en tabak. Sulfer? Misschien, vaag in ieder geval. Heavy! Hetzelfde geldt voor de smaak. Zware sherry. Bitterzoet en drogend, op okkernoten, geconfijt fruit, zoethout en bittere chocolade. Rauwe kastanjes ook. Eerder lange, droge en bittere finish met terugkerende kruiden. Sherryheads gaan dit geweldig lekkere whisky vinden, voor mij was ie er net over, net. 85/100

Een avondje decadentie ten huize Timmermans

Vorige week vrijdag waren we uitgenodigd ten huize Luc Timmermans voor een tasting die ik niet licht zal vergeten. Het was een supertasting, maar dan één die andere supertastings die ik al heb meegemaakt redelijk deed verbleken. Aanwezig waren negen die-hard-Full-Drammers en zeven vrij unieke whisky’s. ‘Vrij uniek’ dient gelezen te worden als ‘ik ga dat nooit of te nimmer nog eens opnieuw kunnen drinken’ of ‘zo’n fles ga ik mezelf nooit of te nimmer kunnen aanschaffen’, omdat ik ze niet zal kunnen betalen en indien wel ze nergens zal vinden. Tenzij in de kelder van Luc, OK. Whisky die dus dermate zeldzaam en legendarisch is dat de term ‘cult’ nog afbreuk doet aan de status ervan.

Vandaag krijg je in één ruk één van mijn orgastische hoogtepunten te lezen. Malt-o-porn, inderdaad.

 

Als opener schonk Luc ons de MacPhail’s 39y 1951, 40%, Gordon & MacPhail uit. Dit is een single malt whisky gebotteld door G&M en waarschijnlijk een Macallan. Een dijk van een Macallan. De neus is zalig en geeft zich onmiddelijk bloot. Veel fruit (wit fruit vooral), honing, een beetje rook, wat hout, koffie… zoete en zachte sherry. Echt evolueren doet ie niet meer, maar who cares als het zo zalig is als hier. Dezelfde schitterende combinatie van zachte sherry en lekker fruit in de complexe smaak en dito afdronk. Ik had pruimen, rozijnen, tabak, koffie, hout, zachte turf, beetje kruiden… Smullen! Ik vroeg Luc of het de bedoeling was dat elke volgende whisky de vorige zou overtreffen. Na z’n bevestiging vroeg ik me af of ik niet in de problemen zou raken met m’n punten. 92/100

 

Na de MacPhail’s kregen we de Glen Garioch 21y 1965, 43%, OB, White Label, Dark Vatting, 75 cl voorgeschoteld. Deze heeft tijd nodig. Na snel ruiken en proeven had ik zoiets van ‘mja, lekker, maar zeker niet beter dan de vorige’. De whisky even laten staan, doet echter wonderen. Hij evolueert heel mooi en toont zich een verschrikkelijk complexe whisky. Je hebt de sherry notes (chocolade, rozijnen, noten, verbrande cake), het fruit dat lichtjes bitter is (zest van sinaas, pompelmoes), de turf, gerookt vlees (hammetje op de barbeque, gerookte hesp), iets mineraligs, iets waxy, en ongetwijfeld nog een pak meer associaties. Op de smaak komen daar ook nog kruiden bij. Zoethout en munt schreef ik op. Een puntje meer dan de MacPhail’s, maar wel een heel wat moeilijkere whisky. Als we er de tijd niet voor genomen hadden, was het waarschijnlijk enkele punten minder geweest. 93/100

 

Derde in de rij was de Longmorn 25y ‘Centenary’, 43%, OB 1994, Gold Label, een fruitige whisky die een standaard qua fruitige whisky mag heten. Moet ik het fruit opsommen? Echt? Allez, vooruit. Ik had meloen, ananas, mango, passievrucht, lychee, pompelmoes… tropical quoi. Maar ook een lekkere subtiele kruidigheid erdoorheen. Sublieme neus, echt waar. Op de smaak ook veel fruit, maar eerder gedroogd fruit, en dezelfde zachte kruidigheid. Pfiew, dit is goed man. Lange, fruitige afdronk. En ja, we gaan inderdaad puntje bij puntje omhoog. 94/100

 

Ik wou de bespreking van de vierde whisky beginnen met ‘en dan nu voor mij een eerste hoogtepunt van de avond’, maar geef toe, dat komt nogal onnozel over in deze line-up. De vierde, de Glen Grant 21y 70° proof, Gordon & MacPhail, securo cap, was in ieder geval een whisky die mij van m’n sokken blies, één van de allerbeste whisky’s die ik ooit proefde. En dat op 40% alcohol…

Maar eerst een woordje over die ‘securo cap’. Dit is een type schroefdop die begin jaren zestig gepatenteerd werd en de eigenschap heeft de fles zeer goed af te sluiten, beter dan een gewone schroefdop. Een andere eigenschap van deze dop is dat je ‘m bijna niet losgeschroefd krijgt, vandaar dat hij enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 is gebruikt. M.a.w., qua distillatiejaar zitten we ergens voor 1943. Maar Glen Grant distilleerde niet tijdens WO II (en een 21-jarige whisky bevat natuurlijk vaak heel wat oudere whisky dan 21 jaar). Dit is dus mijn eerste pre-WO II whisky! En het zal niet m’n laatste zijn…

En dan de whisky zelf. Ik zie op m’n papier dat ik niet veel heb genoteerd. Spijtig, maar anderzijds had ik er met meer te noteren misschien minder van genoten. Wat ik wel noteerde, is – naast een aantal krachttermen en uitroeptekens – het volgende: top fruitigheid en top kruidigheid. Peren, balsamico. Sandalwood? Oude lederen zetels. Antiekwas. Dat slaat dan vooral op de neus. Maar ook op de smaak was ie close to perfection. Zo complex en zo lekker. Het fruit, de kruiden, maar ook noten en ‘superieure thee’ heb ik toch nog weten neer te pennen. Je zou na een kleine vijftig jaar op fles stevige OBE verwachten, maar niks daarvan. Lang leve de securo cap! De afdronk? Neem maar van mij aan dat die in lijn met de rest was.
De score dan. 95? Zou je verwachten, maar neen, 95 geef je aan een sublieme whisky, dit is een buitenaardse. En aan deze score hoef ik niet eens te twijfelen. Als de volgende whisky’s hier nog moeten boven gaan… mag er niet aan denken, mijn standaarden vallen in duigen. 97/100

 

Na even naar adem te hebben gehapt, begon ik aan de vijfde whisky van de avond, de Avonside Glenlivet 39y 1938, 43%, Gordon & MacPhail for Edwards & Edwards, Italy, SC 803, 75cl, bottle no 1666. ‘For Edwards & Edwards’ (Giaccone dus), dat lees ik graag zie. Ik hoef maar terug te denken aan de Clynelish 12y rotation 1973, the lucky bastards. Soit, meteen een tweede vooroorlogse whisky, waarom ook niet. Geen idee wat Avonside vroeger was, ik weet dat de brandnaam vandaag eigendom is van Gordon & MacPhail, ze hebben o.a. een 8-jarige blend met die naam. Voor alle duidelijkheid, dit is malt whisky. Ruiken: ja ja, dit is er weer boenk op hoor. Zoet en kruidig. Warme appelstrüdel, met de gestoofde appels, de kaneel, de rozijnen. Geconfijt fruit, amandelen (marsepein?). Hout toch ook wel, maar maakt het niet bitter, ook niet op de smaak. Die smaak is misschien wel een beetje droog, daar zorgen het hout en het hars voor, maar blijft toch zacht op de tong. Het gestoofde fruit, banaan ook, honing, noten. Lange, kruidige en licht drogende finish. Zeker niet beter dan de Glen Grant (oef), maar wel nog altijd topspul. 93/100

 

Voorlaatste whisky was de derde uit de jaren dertig, de Strathisla 1937 70° proof, Gordon & MacPhail, 26 2/3 fl. Oz, bottled early 1970’s, een ronduit schitterende dram. Ok, dat maakt ‘m niet echt bijzonder die avond, maar toch. Deze whisky ruikt echt oud, maar op een ronduit schitterende wijze. Geen stof of zo, maar oude meubels, oude lederen zetels, antiekwas, oud zilverwerk… Daarnaast redelijk wat mineralige toetsen (natte steen en zo), rood fruit, subtiele turf, tabak, karamel. Ja wadde, dit is een neus zoals ik er nog nooit één heb gehad. Ik had wat reserves bij de smaak: 40%, whisky van een 35 jaar oud en nog eens even lang op fles, dat zou wel eens slappe theetoestanden kunnen opleveren. Maar neen hoor, de smaak is verdacht krachtig en levendig. Zoete turf, tabak, kruiden, bloemen, citrus. Vergelijk dit maar met de beste Condrieu’s. Blijft lang hangen, erg lang. Voor de geïnteresseerden: er staat nog een flesje te koop bij The Whisky Exchange aan £950, een alternatief is bij Whisky & Wein in Duitsland, maar daar betaal je wel €2400. 95/100

 

En dan… ja, dan… dan moesten we toch nog in schoonheid eindigen nietwaar. In schoonheid wil dus zeggen nog over al het voorgaande over gaan. En het hoeft gezegd, het lukte. Als afsluiter stond de legendarische Ardbeg 1973/1988 (57%, Samaroli, Fragments of Scotland, 648 bottles) op het programma, maar deze hebben we niet te drinken gekregen. Een teleurstelling? Tja, als je ziet wat we in de plaats kregen, niet echt. Luc diepte immers twee alternatieven voor de Ardbeg op, nl. de Caol Ila 12y James MacArthur en de Port Ellen 12y James MacArthur. Het was Dominiek die de eer kreeg één van deze drie te selecteren als afsluiter. De keuze viel op de Port Ellen, voluit Port Ellen 12y, 59%, James MacArthur, Fine Malt Selection, dark sherry, bottled late 1980’s, 75cl. De belangrijkste reden voor zijn keuze was dat we een Caol Ila of een Ardbeg met een gelijkaardig profiel als beide flessen voor onze neus misschien ooit nog wel eens zouden proeven. Niet zo bij de Port Ellen, een flesje waarvan de waarde moeilijk te schatten is. 1500 euro? 2000 euro? Wie zal het zeggen, je vindt de fles in ieder geval Googlegewijs nergens terug.

Ik heb me een half uurtje bezig gehouden met ruiken, en eigenlijk volstaat dat om in trance te raken. Ik heb al een aantal schitterende sherry-turf combinaties gedronken, maar dit is nog beter. De Caol Ila Manager’s dram, de Ardbeg 32y 1974/2006 for LMdW, de Laphroaig 31y 1974 for LMdW, het zijn allemaal sublieme whisky’s, maar dit is… ja, wat is dit dan als het beter is dan subliem? De neus van een top-Islay op een top sherryvat. Verbrande cake, karamel, zoete turf… pfff, wat maakt het uit, dit zegt niets, je moet het zelf ruiken om het te geloven. De smaak? Wel, vettige sherry en vettige turf. Nèm, trek er uw plan maar mee. Maar wat een balans! Afdronk? Misschien wel de langste die ik al heb gehad. Ik ben best een Port Ellen fan, heb al meerdere PE’s een score vooraan in de negentig gegeven (met een maximum van 93 voor de Rare Malts en de Old Malt Cask voor de The Whisky Shop), maar dit speelt gewoon in een andere categorie… neen, dit is buiten categorie. Dit is whisky waar geen standaarden voor bestaan. 98/100

 
Bon, even resumeren:
Laagste score: 92
Gemiddelde score: 94.6
Drie pre WO II
6000 euro aan whisky (?)
Hu, ik denk dat Luc’s line-up wel in orde was.
 

Brora & Clynelish tasting I

De eerste clubtasting van het seizoen zette ons onder de noemer ‘Back to basics’ weer met beide voeten op de grond, de tweede tasting had een lichtjes ander effect. De meesten onder ons bevonden zich na afloop met hun hoofd in de wolken, wolken die naar bijenwas en schapenstal roken dan nog (ja, ik kan me voorstellen dat dat voor menigeen een nieuw concept is). Bijenwas en schapenstal, dat is dus Clynelish en Brora. Voor de geïnteresseerden, ik heb me in het verleden al aan een beknopte geschiedschrijving van deze toch wel legendarische distilleerderijen gewaagd, daar hoef ik me dus niet meer mee bezig te houden.
Dominiek, die niet vies is van dit soort whisky, had acht flessen mee. Sommige whisky’s waren lekker, voor andere moet ik een ander vocabularium bovenhalen.

 

Het opwarmertje was de Clynelish 12y, 46%, OB for the Friends of the Classic Malts. Geen slechte whisky om mee te starten, maar wel veruit de minste van de avond. De neus vond ik heel mineralig. Natte steen. Ook geeft ie wat citrusfruit, wat zoets (karamel), rook, zilt en een heel lichte zeeptoets, wat geen meerwaarde te noemen is. Die zeep had ik weliswaar pas toen ik er na enkele andere whisky’s terug naar greep, dat viel dus nog wel mee. De smaak vonden sommigen wat zurig. Ik had appels (maar inderdaad eerder zure dan zoete), citrus opnieuw en een beetje was. Licht zoete en kruidige finish die effe blijft hangen. Al bij al weinig distilleerderijkarakter. Score? 76/100. Ik zie dat SV ‘m 85 geeft, die was er dus duidelijk meer van onder de indruk.

 

Ook nummer twee was een Clynelish, meer bepaald de Clynelish 31y 1970/2001, 48.4%, Douglas Laing OMC, sherry finish, 186 bottles, die ik hier al eens besproken heb. Net zoals toen was ik er ook maandag niet echt wild van. Het is lekkere whisky, zeker op de neus, maar hij had eerder gebotteld moeten zijn. Het hout maakt het op de tong en in de afdronk wat te droog. Mijn bevindingen en score van maandag komen mooi overéén met wat ik begin dit jaar neerpende. Die 85/100 blijft dus ongewijzigd.

 

Tijd voor een Brora, ééntje uit 1972 (jawel): Brora 1972/1997, 40%, Gordon & MacPhail Rare Old. Gordon & MacPhail heeft een aantal Brora’s 1972 onder het Connoisseurs Choice label uitgebracht, waarvan ik er onlangs twee proefde en een derde (1992) mij wel heel verleidelijk vanuit m’n whiskyschap staat aan te staren (ja, flessen en samples kunnen staren). Deze 25 jarige Brora hebben ze – bij mijn weten als enige – onder hun Rare Old label gebotteld. De neus is wat je van Brora 1972 mag verwachten: farmy! Very farmy that is. De stallen, de mest, het hooi, de natte hond die tegen je opspringt, de… nee Johan, laat de boerendochter maar achterwege. Zachte zoete turf ook, beetje fruit, beetje honing… smullen! Ook de smaak is lekker, maar mist punch. De Connoisseurs Choices bewijzen dat dat niet aan het lage alcoholpercentage hoeft te liggen, toch is deze op de smaak wat plattekes, licht waterig. Pas op, wat je proeft is nog altijd zeer Brora-ig (turf, farmy, honing, beetje zilt) en dus lekker-lekker. De 1993 blijft echter mijn favoriet, die is steviger én complexer. De extra waxyness, bloemen en zalige fruitigheid van de 1993 ontbeert de Rare Old. Desondanks geef ik ‘m toch nog 90/100, vooral dankzij de neus.

 

Het eerste gedeelte van de tasting eindigde met de Clynelish 8y 1999/2008, 62.8%, SMWS 26.54 ‘Midsummer nights’ dram’, een erg lekkere, frisse Clynelish die wel water nodig heeft. Zonder water is de neus erg mineralig. De natte steen weer. Wat metalig ook. Met water gaat hij open, wordt zoeter en komen er bloemen, fruit en wat zilt door. Ook de smaak kan water gebruiken, best veel water zelfs, deze Clynelish toont zich een erg goeie zwemmer (iets wat niet over mezelf gezegd kan worden, maar dit volledig terzijde). Fruitig (peer, perzik), bijenwas, noten, kruiden, erg complex voor zo’n jonge whisky. Hij blijft ook z’n kracht behouden, zelfs nog indien verdund tot onder 40%. Knap! 86/100.

 
Morgen deel twee, going crescendo.

Drie maal Brora 1981

Brora 25y 1981/2007, 56.5%, Duncan Taylor, cask 1423, 682 bottles – Highland – 82/100
Neus: waar zit de turf?? Niet te bespeuren. Wel veel hout. Vanille ook, en iets zoet-zurigs. Groene appels. Ook in de smaak is het behoorlijk zoeken om iets van turf waar te nemen. Hier is het vooral het citrus fruit dat domineert. Niet meer dan een lichte waxyness. Weinig distilleerderijkarakter eigenlijk. Middellange afdronk, beetje bitter. Het bewijs dat het na de jaren zeventig voor Brora toch wat bergaf ging, enkele pareltjes van uitzonderingen zoals deze niet te na gesproken. Pas op, dit is nog altijd lekkere whisky hoor, maar beneden Brora’s standaard.
 
Brora 20y 1981/2001, 43%, Signatory, cask 578, 412 bottles – Highland – 85/100
Mineralige neus. Lichte rook ook, bloemen, amandel (marsepein), zilt en honing. De smaak is vrij droog, met een beetje turf, zoethout en kruiden. Droge, kruidige afdronk. Da’s al wat beter.
 
Brora 22y 1981/2004, 56.4%, Signatory, cask 1561, 611 bottles – Highland – 86/100
Frisse neus met lichte sherryinvloed. Koffie en leder naast rook en zilt. Mineralige smaak moet zoete en fruitige tonen die ik associeer met rozijnen, citrus, appel, zilt, drop en turf. Wordt hoe langer hoe droger, het hout speelt op. Mooie lange en kruidige afdronk. Ook deze is geen grootse Brora, maar desalniettemenin erg genietbaar.