Spring naar inhoud

Posts tagged ‘21 yo’

Bladnoch 1990, Single Cask Collection

Single Cask Collection is anders dan de naam doet vermoeden geen nieuw label van een bestaande bottelaar maar een nieuwe bottelaar an sich, een Oostenrijkse bottelaar meer bepaald. De mensen achter SCC organiseren ook het Scottish Single Malt Spring festival in Linz.

 

Bladnoch 21y 1990/2011, 51.9%, Single Cask Collection, bourbon cask #134, 288 bottles
Delicate en cleane neus op zoete ontbijtgranen (honey pops), kruisbessen, limoen en vers gemaaid gras. Rietsuiker. De neus doet me wat aan Caipirinha denken (brengt me terug naar m’n verlof in Catalonië). Nat hooi ook na enige tijd. Lekkere neus, absoluut. Stevig en romig mondgevoel. Minstens even grassig als de neus, met ook hier citrus (eerder witte pompelmoes) en een zoete toets. Wat eik en kruiden (peper). Groene thee. Noten. Een onderliggende en aangename bitterheid. De best lange afdronk ligt perfect in het verlengde van de smaak, bitterzoet. Mooie vatselectie met voor nog geen zestig euro een erg sterke prijs/kwaliteitsverhouding. 86/100

Bowmore 21y 1989 for QV.ID & Whiskysite.nl

Met een Bowmore 1989 brengt QV.ID, de speciaalzaak uit het Vlaams-Brabantse Huldenberg, een derde botteling onder eigen label uit. De eerste was een geweldig lekkere Caol Ila, de tweede een nu al legendarische Port Ellen. Net als bij de Port Ellen is ook dit trouwens een split cask met Whiskysite.nl.

 


Bowmore 21y 1989/2011, 51.2%, selected by Luc Timmermans and The Whiskyman for QV.ID/Whiskysite.nl, Bourbon Hogshead, 233 bts.
Erg cleane, mineralige (natte stenen) en grassige (versgemaaid gras) neus met de typische ‘eiland’ associaties zoals zilt, zeewier, oesters (besprenkeld met citroen), jodium enzomeer. Daarnaast ook de geur van boter (melkerijboter), net zoals deze van vanille en hazelnoten. Zachte turf. Na enige tijd zet er zich fruit door. Vooral veel kruisbessen. Mooie en complexe neus. Op de tong is de turf(rook) prominenter, vergezeld van citroen, hetzelfde grassige karakter van de neus, zilt en butterscotch. Clean, droog en scherp. Dat laatste in de positieve betekenis van het woord, ‘gefocust’ zou je ook kunnen zeggen. Minder complex dan de neus evenwel. Middellange afdronk op rook, zilt, peper en citrus, een klassieke Islay-combinatie. Dit is een erg lekkere whisky die in niets meer doet denken aan die typische jaren-tachtig Bowmore. Ook de derde in de rij is dus een zeer geslaagde botteling. En voor 95 euro is hij de jouwe. 89/100

Feest

Voor mij dan toch. Ik heb lang getwijfeld welke whisky ik zou selecteren voor mijn duizendste proefnotitie. Maar omdat ik nogal het besluiteloze type ben, ga ik het feest een beetje rekken. Ik heb de laatste maanden enkele whisky’s verzameld – het dient gezegd dat dit in de meeste gevallen spijtig genoeg flesjes van 2 of 3 cl zijn, alhoewel het financieel gezien beter zo is – en proef deze één voor één gedurende de komende dagen, eventueel onderbroken door een intermezzo indien daar (een goede) reden toe is. Het zijn stuk voor stuk whisky’s waarvan ik weet of hoop dat ze mij in de zevende hemel zullen doen belanden. Ik begin met één van de whisky’s die in de afgelopen drie jaar op mij het meeste indruk maakte, nl. de Glen Grant 21y Securo Cap. De securo cap was een sluiting (type draaidop) die enkel in de jaren 1961, 1962 en 1963 gebruikt werd. En aangezien Glen Grant z’n deuren sloot tijdens WO II, is dit dus jaren dertig whisky. Roffel roffel, hier volgt review nummer duizend.

 

Glen Grant 21y 70° proof, 40%, G&M early 1960’s, securo cap
Ah man, memories! Een avond voor Kerst, een kelder in Mortsel, een gezelschap waarbij het kwijl langs de mondhoeken naar beneden droop. Ik vond dit toen fenomenaal goede whisky, ik vind dat nu… euh, fenomenaal goede whisky. Die neus is echt uniek, indrukwekkend lekker maar niet eenvoudig te beschrijven. Laat me toch een poging wagen. Om te beginnen zoet: acaciahoning, gebak, zoet fruit à la banaan, rode appels en peer. Die banaan is gebakken banaan, met rum en honing. Rum-rozijnen. Dan heide en gedroogde bloemen. Daar stopt het bijlange nog niet bij, hij gaat verder op balsamico crème, oud leder en antiekwas. En de geur deed me van in het begin aan iets denken waar ik maar niet kon opkomen, tot het me ‘Eureka!’-gewijze te binnen schoot: Normandische pannenkoek geflambeerd met Calvados, boenk er op. En nog blijft hij evolueren. Aan de hand van een prachtige onderliggende kruidigheid bijvoorbeeld. En Canada Dry, en een beetje okkernoten, en… dat blijft maar doorgaan en doorgaan. Vermoeiend in zekere zin. Maar wat kan het me schelen! Ronduit subliem! Op de tong is hij smeuïg, dik, zoet en kruidig. Ik schrijf op: zoete appels, kaneel, gember, hars, herbal, siroop, munt, honing, Calvados, belegen eik…. Ja, vooral veel puntjes. Alles elegant, subtiel, niks scherps, complex… zo fucking complex! En lékker dat dit is! De afdronk? Pfff, whatever, lang en bitterzoet en dat zegt niks, ik weet het. Een juweeltje uit een zeer ver verleden. Hoeveel scoorde ik ‘m indertijd? 97? Wel, vandaag doe ik daar geen sikkepit van af. Buitenaards inderdaad. 97/100

Highland Park 21y 1959, green dumpy

En nu we toch bij Highland Park zitten, stel ik voor dat we een versnelling hoger schakelen. Wat zeg ik? We gaan in overdrive! En dit met de 21 jaar oude 1959 OB dumpy. Zo van die gedrongen groene flessen met een cirkelvormig label, vaak al half verweerd (euh ja, zie afbeelding). Maar wie maalt om het label als je weet wat voor een goddelijk vocht er in die fles zit?

 

Highland Park 21y 1959/1980, 43%, OB, J. Grant for Italy, green dumpy
Whohoow, wat een neus! Sherry, fruit, rook en kruiden strijden om de aandacht. Ook een geweldige waxy touch doemt op. En de bijna onvermijdelijke honing en heide. De smaak is ongelooflijk zacht, je hebt echt niet het idee iets op 43° alcohol te drinken. En toch heeft ie zeker genoeg ‘body’. Fruit, honing, hooi, zilt, rook, kruiden, karamel, subtiele sherry, alles perfect gebalanceerd. Elegante en complexe afdronk. Heb geen zin om hier nog dieper op in te gaan, van de rest van mijn glas ga ik nu zonder nadenken genieten. Erg genieten. Mijn beste HP tot op heden? Het scheelt niet veel. 94/100
 
En ook van onderstaande HP had ik nog notities liggen:
Highland Park 8y 1998/2007, 60.65%, OB for Japan, cask 8017, 35 cl
Lekkere jonge gesherriede Highland Park waarvan de smaak perfect geeft wat de neus beloofde. Het geheel is licht bitter en wat zoet, resulterend in associaties van bittere karamel, kruiden, zachte rook, noten, rozijnen en gedroogde abrikoos. Studentenhaver! 85/100

Caol Ila 21y 1984, Dewar Rattray for The Nectar

We gaan enkele jaren terug in de tijd voor een Dewar Rattray botteling van een kleine vijf jaar geleden, een Caol Ila 1984. Zoals al vaak gezegd, moet je heel veel moeite doen om een matige, laat staan slechte Caol Ila te vinden. Caol Ila is bijna altijd goed tot zeer goed. Het nadeel is dat het dan ook zelden verrast, ik kan op voorhand al vermoeden dat ik een volgende Caol Ila een score tussen 85 en 90 zal geven. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar dat zijn… euh ja, uitzonderingen.

 

Caol Ila 21y 1984/2006, 58.5%, Dewar Rattray for The Nectar, cask 6266, 251 bottles
Erg frisse, prikkelende en mineralige neus. Flinty! Turfrook, vrij veel fruit (citrus, bramen en kruisbessen) en zoethout zijn de eerste associaties die me te binnen schieten. Daarna zilte aroma’s (gerookt vlees) en erdoorheen een zalige lichte farmyness. Wandelen op het erf. De smaak is stevig en vol aroma’s. Echt een complexe whisky. Ik som enkele smaken op: turf, zilt, sinaas, peer, rode zoete appels (ook hier best veel fruit dus), zoethout, kaneel, mineralige toetsen, enzovoort enzoverder. In de afdronk zit minder fruit, maar stevige turf en zilt die wel erg lang blijven hangen. 89/100

Tamnavulin 21y 1989, Dewar Rattray

De naam Tamnavulin betekent molen op de heuvel. Het is een jonge distilleerderij, gesticht in 1966 en na enige tijd gesloten te zijn sedert 2007 eigendom van Whyte & Mackay Ltd.

 

Tamnavulin 21y 1989/2011, 57.4%, Dewar Rattray, bourbon cask #1750, 204 bottles
De neus is in eerste instantie licht stoffig, zelfs wat vuil. De geur van een natte dweil. Pas op, ik vind dat niet ongenaam. Natte aarde ook wel. Dan komen er groenten door (raap?), granen, boter, eik en pas dan het fruit. Eerder gedroogd fruit: abrikozen, vijgen en rozijnen. Kruiden. Anijs. Stevig en wat scherp mondgevoel. Hout en kruiden domineren. Eik, kruidnagel, peper en gember. Toch ook wat zoete toetsen. Vanille. Volgens mij kan hij wel wat water gebruiken. De neus wijzigt er niet echt door, de smaak wel, je krijgt meer fruit. Ananas, citroen. Lavendel? Misschien. Wat florale toetsen in ieder geval. Suikerwater. Droge, licht bittere afdronk. Een whisky die groeit, die je tijd moet geven. En water. Maar als je dat doet, stelt hij je zeker niet teleur. 82/100

Aultmore 21y 1989, Duncan Taylor

Aultmore, nog zo’n nobele onbekende. Dit is ook nog maar de tweede Aultmore die ik proef. Net als Royal Brackla was Aultmore eigendom van Diageo om dan later verkocht te worden aan de Bacardi-Martini groep. Z’n geschiedenis startte wel iets later, meer bepaald in 1896, midden in de whisky-boom. De naam laat zich uit het Gaelic vertalen als ‘grote bron’ en verwijst naar een gelijknamige rivier in de buurt.

 
Aultmore 21y 1989/2010, 51.8%, Duncan Taylor, cask 1124, 184 bts.
Geur van lijm, alcohol, hars, hout, granen, gist en wat zoets. Het geheel is scherp, zelfs licht zuur en gewoon niet aangenaam. Ook de smaak is scherp, krachtig, kruidig en granig. Wat grassig misschien ook. Droge, bittere afdronk op hout en granen. Nee, dit is gewoon niet lekker, hier hadden ze mee moeten blenden zoals met het grootste deel van de productie. 64/100

Twee oudjes vanop het Lindores Whisky Fest

Vanop het LWF bracht ik nog twee samples mee die ik zondag kraakte, alvorens de griep mij velde. Hopelijk ben ik vanaf morgen opnieuw in proef-vorm, want geraak stilaan zonder notes. Hieronder alvast mijn bevindingen van deze twee oldies.

 

Glen Grant 21y, 45.7%, OB, Director’s Reserve, 1970’s, tall neck, 75 cl
Over smaken valt niet te twisten, maar over de vormgeving van deze sledgehammer fles had men m.i. toch beter nog een nachtje geslapen. Op de doos staat vermeld dat dit ‘a rare example of Highland Craftsmanship from Glen Grant Distilleries, Rothes’ is. De neus is zacht, erg zacht zonder veel uitgesproken sensaties. Honing, rozenbottelthee, wat granen en een erg lichte waxyness. Wat roze pompelmoes ook, maar alles gedempt. Een tijdje in het glas laten, brengt niet veel extra naar voor. Ook de smaak is zacht, licht fruitig, wat granig en hier ook wat herbal te noemen. De afdronk is niet erg lang – dat liet zich raden – en in het verlengde van de smaak. Zeker geen slechte whisky, maar één die toch wat onder de verwachtingen bleef. Director’s Reserve!? Oude Glen Grant kan bangelijk goed zijn maar voor hetzelfde geld ook tegenvallen. Hier is het toch lichtjes dat laatste. 81/100

 

Glendronach 8y, 40%, OB bottled 1970’s, dumpy green, Italian Import
26 2/3 Fl. Oz. (fuid ounces) ofte 75 cl dus. Let op, dit is een andere versie dan de 45.4%. De neus van deze is alvast veel uitgesprokener dan deze van de Glen Grant, fruitig vooral. Allerlei citrusvruchten maar ook rijpe ananas (bijna overrijp, lichtjes zuur). Yoghurt (weer dat aangenaam zurige), heide, pollen, vers gemaaid gras, graan. Heel levendige neus. Op de smaak wat hout, wat ik op de neus niet had, hij start wat droog. Licht bitter ook. Maar daarna zet het fruit zich – wat schuw – door. Hier heb ik eerder bessen (braambessen, frambozen). Het grassige zit ook op de smaak en naar het einde meer en meer kruiden. Lange, eerder kruidige afdronk, met nog wat fruit dat om de hoek komt kijken. Lekkere oldie, maar de 45.4% vond ik nog beter. 86/100

Twee Glenfarclassen

Voor mij staan samples van de recentste batches van vier officiële Glenfarclas bottelingen: de 15y, de 21y, de 25y en de 40y. Deze laatste is een nieuwe leeftijd en eentje die ik enkele maanden geleden al proefde en waar ik behoorlijk weg van was. Vandaag kraak ik de 15-jarige en de 21-jarige.
Glenfarclas is één van de weinige Schotse distilleerderijen die nog volledig in familiale handen is, nl. sedert 1865 in deze van de familie Grant. De huidige eigenaar, John Grant, vertegenwoordigt de vijfde generatie Grants.

 

Glenfarclas 15y, 46%, OB 2010
Ja, dit blijft toch wel een dijk van een whisky. Prijs/kwaliteit nog steeds een aanrader. Lekkere, zachte en romige sherry, zoet en fruitig. Gestoofd fruit, gedroogd fruit. Bijenwas, heel subtiele rook (van het hout waarschijnlijk). Het mondgevoel is stevig en smeuïg. Middellange, bitterzoete afdronk. Ideale daily dram. 85/100

 

Glenfarclas 21y, 43%, OB 2010
Zachte neus op vanille-fudge, zoete appels, wat banaan en noten. Wat rook van het hout. De smaak is vol en geeft zoete sherrytonen, vanille, granen en noten. Licht zoete en maltige afdronk. Wel, dit is zeker niet slecht, maar ik vind de 15y beter, die is wat expressiever. Dus waarom meer betalen voor de 21y? 83/100

Drie Bowmore’s

Ik heb hier nog wat Bowmore staan. Twee recente officiële bottelingen, de Legend en de 21y 1988 port cask matured, en de 1995 Malts of Scotland ‘Clubs’ voor het Lindores Whisky Fest. Laat me met deze laatste beginnen.
En dan staat er hier nog een ander geweldig aanlokkelijk sampletje met ‘Bowmore’ op het etiket… die zal ik voor morgen bewaren.

 

Bowmore 15y 1995/2010, 57.8%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Lindores Whisky Society, PX Sherry cask #112, 225 bottles
Zeer mooi gerijpte whisky, de geturfde spirit heeft zich perfect verweven met de sherry. Eerst krijg je de zoete sherry, vergezeld van veel fruit, pas daarna komt de turf opzetten. Op de smaak zit de turf meer vooraan, samen met de fruitige sherrytonen. Qua fruit noteer ik rijpe sinaas en mandarijn, passievrucht en ananas. De PX geeft het geheel een stroperige zoetigheid. Heel lekker! Een lichte kruidigheid en wat zilt maken het plaatje af. Lange, zoet-fruitige afdronk. Smullen! 89/100

 

Bowmore 21y 1988, 51.5%, OB 2009, port cask matured
Deze 21-jarige Bowmore, gedistilleerd op 10 maart 1988, rijpte op ruby portovaten en dat merk je. Hij is erg zoet op gestoofd fruit (aarbeien, pruimen), kersen, melkchocolade, hout, wat zilt en zeewier, en zachte turf. Ook de wat vettige smaak is in eerste instantie zoet. Ik heb associaties van honing, kandij, cake, marsepein, sinaas en orangettes, gevolgd door pruimen, bloesems, zilt, turf, gember en peper. Complex that is. Middellange, warme afdronk met zachte turf en gestoofd fruit. Erg lekkere, boeiende en complexe Bowmore. 89/100

 

Bowmore Legend, 40%, OB 2010
Rokerig en ziltig op de neus. Daarnaast heb ik nog wat zeewier en een beetje citrus. Subtiel, om niet te zeggen vaag. Mmm, ik ook wat rubber en benzine. Niets om over naar huis te schrijven. Op de tong is hij vrij droog en moet het hebben van turf, zilt, wat kruiden, citrus en hooi. Alles vrij licht, mist body. De afdronk is snel weg, op peper en zout. Honing? Niet slecht maar ook niet echt lekker te noemen. 75/100

Goldlys 21y 1989 Sherry Wood

De Goldlys 1989 Sherry Wood die begin dit jaar het licht zag, is een mengeling van graandistillaten die gedurende 21 jaar rijpte op ex-sherryvaten.

 

Goldlys 21y 1989, 46%, OB 2010, sherry wood, 680 bottles
Zachte sherryinvloed op de neus met bitterzoete tonen. Gedroogd fruit (dadels vooral), veel granen (je ruikt de rogge), gesuikerde koffie, misschien wat karamel en een lichte kruidigheid (the herbal kind). De smaak is vrij droog en nogal éénzijdig droog: granen, hout en kruiden, weinig anders om het pallet wat meer in balans te trekken. Misschien een beetje fruit, maar minder dan op de neus. De afdronk is dan weer iets beter (iets meer fruit). ‘Niet slecht’ is hier de perfecte conclusie en dus midden in de ‘niet slecht’ categorie, zijnde de scores in de zeventig. Maar dan ook een stuk verwijderd van de categorie van de echt lekkere whisky’s, de scores in de tachtig. 75/100

Banff 21y 1982, Rare Malts

Banff sloot z’n deuren in 1983 en werd in de jaren daarna geleidelijkaan afgebroken. Het laatste overblijfsel van de distilleerderij, een warehouse, ging in 1991 in vlammen op.

 

Banff 21y 1982, 57.1%, Rare Malts 2004
Zeer frisse, cleane neus die wat tijd nodig heeft om zich volledig bloot te geven. Ik had dat ook met de 1971 van de Dead Whisky Society, alhoewel deze neus dat niveau nu ook weer niet haalt. Het begin is wat saai met citrus, granen (havermout) en hout, maar dan komt er meer fruit door: sappige peren, ananas en meloen (cavaillon ofte charentais). Gras ook en opgeblonken zilverwerk. Niet erg complex, wel lekker. Op de tong toont hij zich ruw, scherp en erg alcoholisch. Bitter. Die bitterheid valt in het begin nog mee, maar naar het einde begint het bittere stevig te overheersen. Granen, vanille, witte pompelmoes, nootmuskaat, veel hout – op de duur teveel – en vooral op het einde noten en rauwe kastanjes. Pfff, neen, dit is niet meer aangenaam. De neus was beter, merkelijk. Bittere afdronk met wat citrus en kruiden maar vooral veel hout en noten. Moeilijk om te scoren. Op basis van de neus had hij 85 verdient, minstens. Het eindoordeel valt een pak magerder uit. 80/100

Bushmills 21y, Madeira finish

Finishes, het blijft een haat-liefde verhouding. Soms zorgt het voor een toegevoegde waarde, vaak niet en is het vooral goed om de range uit te breiden en soms ook gewoon om de gebrekkige kwaliteit van het oorspronkelijke product wat te maskeren. Bij deze Bushmills lijkt de finish echter wel degelijk een meerwaarde te bieden.

 

Bushmills 21y, Madeira finish, 40%, OB 2009
Yep, die Maderia heeft z’n werk gedaan. Veel zoet fruit. Frambozen, rode bessen, braambessen, nectarinnes. Nog allerlei zoets: zachte karamel, vanille, evoluerend naar zilte tonen, maar het zoete domineert toch. Ook de smaak is zoet, met hier abrikozen, kersen, bananen, noten en marsepein. Kruiden naar het einde en in de voor de rest zoete afdronk. Gember. Bushmills, het zal nooit mijn favoriete whisky worden, maar dit is verre van slecht. 82/100

Glenlivet ‘Archive’ 21y

Enkele dagen terug de Glenlivet 18y, vandaag 21y ‘Archive’, gepresenteerd alsof het een fles van 300 euro betreft, waar je er in werkelijkheid ‘maar’ een goeie 100 voor dient neer te tellen.

 

Glenlivet ‘Archive’ 21y, 43%, OB batch #0209C, 2009
Florale neus met naast de bloemen vooral citrusfruit, vanille, wat hout en noten. Ontbijtgranen heb ik ook nog, net zoals gras. Alles eerder zacht maar mooi gebalanceerd. Het florale karakter krijg ik terug op de smaak. Gedroogde bloemen, hooi, eucalyptus. Vrij ‘herbal’. Wat heb ik nog? Gemoute gerst, sinaas, vanilla en gepofte kastanjes. Fruitige finish die enige tijd blijft hangen en een licht bittere ondertoon heeft (witte pompelmoes en kruiden). Mooi gebalanceerde en redelijk complexe Glenlivet. 85/100

Balvenie 21y Port Wood

Als ik mijn reviews zo bekijk, merk ik dat ik nog geen enkele Balvenie minder dan 80 heb gescoord. Ze weten daar hoe ze lekkere, vlot drinkende whisky moeten produceren. Ook deze 21-jarige is daar een bewijs van.

 
Balvenie 21y ‘Port Wood’, 40%, OB 2007
Lekkere, zoete en florale neus op karamel, boenwas, honing, pompelmoes en citroen. Lichtjes zuur, aangenaam zuur. Romig en zacht in de mond met zoet en kruidig als dominante smaken. De waxyness zit ook hier, net zoals de honing. Vrij veel hout wat het geheel redelijk droog maakt. Peper. Daarenboven mist hij wat punch. Ja, hij verliest een punt of twee op de smaak. De afdronk is middellang en kruidig met hints van kastanje en hars. 84/100