Spring naar inhoud

Posts tagged ‘20yo’

Ardmore 20y 1992, The Whiskyman

Samen met de wel zeer bijzondere Littlemill 1988 zette Dominiek ook een Ardmore 1992 in de markt. Deze whisky kreeg Rolling-Stones-gewijze de naam Peat Fighting Man mee.

 

Ardmore 20y 1992/2012 ‘Peat fighting man’, 49.9%, The Whiskyman, 146 bottles
Hola, dit is een mooie neus. Rond en vol. En complex. De eerste elementen die opvallen zijn turf en mineralen. Zilverpoets, natte aarde, natte gazon. Het maaien van nat gras. Daana noten (okkernoten en vooral cashewnoten), gevolgd door olie en de schil van sinaas, zilt en zelfs wat jodium. Aan welke kust ligt Ardmore nu ook al weer? De turf ondersteunt het geheel, is constant discreet aanwezig. Na enige tijd wordt in de fruitafdeling de sinaas vergezeld van banaan en ananas. Nat hooi ook, licht ‘farmy’. I like. Op de smaak wordt dit patroon verdergezet. Het mondgevoel is zacht en olieachtig. Qua associaties kan ik me er gemakkelijk van afmaken en verwijzen naar de neus. Maar dat ga ik niet doen, ik schrijf op: mineralen, zachte turf, hooi, cashewnoten, zilt, sinaas en ananas. Maar ook vanille, limoen en kruiden (peper en gember). En ook hier zit de balans tussen dit alles perfect. Lange afdronk op aarde, turfrook en fruit, en op het einde nog wat zilt als extraatje. Lekkere, complexe en fraai gebalanceerde Ardmore. Weerom een knappe selectie Dominiek! 90/100

Ardbeg 1991 for Hotel Bero

Bon, vandaag een whisky die op korte tijd een redelijke cultstatus heeft verworven. Het feit dat Geert Bero (Mister Ardbeg) voor het eerst een eigen Ardbeg selecteert (voor z’n hotel), het feit dat je de whisky enkel kan kopen als je in Hotel Bero overnacht, gecombineerd met de geruchten dat het echt wel een top-Ardbeg is… tja, dan krijg je een hype natuurlijk.
225 euro is misschien niet goedkoop voor een 20-jarige onafhankelijke botteling, maar anderzijds wel zéér correct geprijsd voor een 20-jarige Ardbeg Single Cask gerijpt op sherryvat. Zeker als je kijkt naar vergelijkbare bottelingen. Niet dat die er veel zijn, Ardbeg verkoopt geen vaten meer aan bottelaars.
We proefden deze whisky al op de weg naar het Lindores Whiskyfest vorig weekend en hadden allen iets van “wow, dit is goed man!” Eens zien of ik vandaag even zeer onder de indruk ben.

 

Ardbeg 20y 1991/2011, 48,4%, Malts of Scotland for Hotel Bero, sherry hogshead #11003, 240 bottles
Mmm, die neus is toch al fantastisch hoor. Sherry en turf… als de balans tussen beide goed zit, is het bingo. En dat is hier dus absoluut het geval. Aan de éne kant rook, teer en smeulend kampvuur, en aan de andere kant een erg breed scala aan sherry-associaties: noten, appelsiroop, vijgencompote, warme – net gemaakte – aardbeienconfituur, balsamico crème, tabak, geboend leder, enzoverder. Daaronder wat natte aarde en mos. En dan nog iets vlezigs. Sappig, zoet en zilt vlees. Zalig. Ha, ook wat kruiden merk ik op: eucalyptus en een klein beetje tijm. Erg complexe, grootse neus. Op de smaak valt de turfrook als eerste op, maar dat zit heel mooi ingekapseld in zowel zoete (karamel, kandij), zilte als drogere aroma’s. Onder die laatste categorie vallen allerlei kruiden, eik en noten. Amandelen. Toch ook wat fruit: citroen en ananas. Het zoete, het zilte en het rokerige blijven hangen in de erg lange afdronk. Oké, dit is dus effectief een top-botteling, en voor mij merkelijk beter dan de 1998 voor Feis Ile dit jaar. Prachtige whisky Geert! 91/100

Dalmore 20y, Duncan MacBeth, 1960’s

The Dalmore is eigendom van Whyte and MacKay, een groot deel van de productie van Dalmore gaat dus naar de blends van deze groep. Bij mijn bezoek aan de distilleerderij twee weken geleden proefde ik enkele nieuwe bottelingen, gaande van lekker tot ronduit subliem, vandaag een botteling van een kleine vijftig jaar geleden.

 

Dalmore 20y, 43%, OB Duncan MacBeth, mid 1960’s
Mmm, de neus start op petroleum en metalige toetsen. Maar gelukkig blijft het daar niet bij, er komt meer en meer fruit door en het geheel wordt best aangenaam. Zowel citrus als tropisch fruit. Ook een lichte waxy toets en iets geroosterd. Olie nog misschien en gebakken vlees. Het tropisch fruit groeit en verdringt de petroleum, dat ‘best aangenaam’ wordt stilaan een understatement. Ook in de smaak heb ik in het begin lichte petroleum, maar met wat ademen maakt dat plaats voor fruit, bijenwas, kaarsvet, oude meubels, fudge, teer, vernis en kruidnagel. Iets medicinaals. Zeer elegant en na enige tijd gewoon zalig om proeven. Lange, wat bittere afdronk op zachte turf en veel fruit. Die lichte off-note van petroleum in het begin kan aan de 45 jaar op fles liggen, en wie weet hoe lang was de fles waaruit ik de sample heb al open… Maar met deze whisky de nodige tijd te geven, ontspon er zich een klein wonder in het glas, de minder aangename tonen verdwenen waardoor de kwaliteiten van deze whisky zich in volle glorie ontvouwden. 91/100

Benriach 20y 1991, Malts of Scotland

Een gunstige wind bracht samples van de nieuwe batch Malts of Scotland ten huize Onversneden. Het betreft weer een erg gevarieerde reeks, zowel qua regio, leeftijd als type vat. Beginnen doen we met een Benriach 1991 op bourbonvat.

 

Benriach 20y 1991/2011, 51.6%, Malts of Scotland, bourbon barrel #32283, 251 bottles
Frisse, grassige neus met een licht mineralige toets. Vers gemaaid gras, afgereden toen het nog wat nat was (ja, probeer deze zomer maar eens je gras af te rijden als het volledig droog is). Honing, kruisbessen, frambozen, abrikozen, boter en wat munt. Hooi (het gras raakt stilaan droog), heide en op de achtergrond zelfs heel lichte rook. Heide en lichte rook, een combinatie die je wel vaker tegenkomt. Erg genietbaar. Stevig, romig mondgevoel. Fruitige smaak (mandarijn, limoen), met ook hier de honing en het grassige. Die heide opnieuw. Meer eik, licht drogend. Gember. Middellange afdronk op citrusfruit en kruiden. Ik vind dit verrassend lekkere whisky, zeker op de neus. 87/100

Littlemill 20y 1990, First Cask

Vandaag dus de andere van het koppel Littlemills die ik gisteren proefde. De Platinum Selection vond ik best te pruimen, maar deze, ja, deze is beter. Is trouwens een zustervat van onze Fulldram botteling. Nu ja, bijna-zustervat.
Littlemill is één van de vele ondertussen verdwenen Lowland distilleerijen. Het sloot z’n deuren in 1992 en brandde later helemaal af.

 

Littlemill 20y 1990/2010, 56.2%, Whisky Import Nederland, First Cask, bourbon barrel #726, 225 bottles
Deze is expressiever op de neus, prikkelender en levendiger, exact wat ik van Littlemill 1990 verwacht. Ook fruitig, maar frisser, sappiger. Vooral wit fruit (appel, peer en perzik). Gras, bloemen (de geur van een wandeling door de weide, inclusief de boterbloemen), vanille en een beetje eik. Heerlijk! Ah, ook wat kruiden komen om de hoek kijken. Op de smaak ging ik op zoek naar dat beetje rook dat je wel vaker in Littlemill 1990 terugvindt, en inderdaad, een klein beetje. Maar het is vooral het fruit dat de eerste viool speelt. Daarna komen de eik en de kruiden opzetten. Best wat eik eigenlijk. Witte pompelmoes ook, wordt licht bitter. Lange, bitterzoete afdronk. Zalige neus, maar net geen negentig punten omwille van het iets te bittere op de smaak en in de afdronk. Let wel, iets. 89/100

Caol Ila 20y 1988, Wilson & Morgan

Caol Ila werd in 1846 gebouwd door Hector Henderson, op dat ogenblik de eigenaar van Littlemill. In 1863 verkocht Henderson Caol Ila aan Bulloch Lade, wiens naam nog op heel wat oudere bottelingen prijkt (Bulloch Lade & Co).

 

Caol Ila 20y 1988/2008, 46%, W&M Barrel Selection, casks 4224 & 4225
De neus is zoet (vanille), fruitig (appel, peer, witte perzik) en licht floraal. Onderliggend zachte turf en even zachte sherry-aroma’s (koffie, tabak). Zacht en olieachtig op de tong. Romige chocolade, praliné… mellow. Best wat eik. Witte pompelmoes, wat kruiden. Licht (maar aangenaam) bitter. Mooi evenwicht tussen de eik en de fruitige turf. Wat zilt hier ook. Lange, bitterzoete afdronk. Niets mis mee, integendeel, I like this. 87/100

Tamdhu 20y 1990, Malts of Scotland

Tamdhu is een zeer recent gesloten distilleerderij, de productie werd vorig jaar stilgelegd. Tamdhu werd opgericht in 1896 door een blendersfirma maar kwam twee jaar later in handen van de Highland Distillers & Co., nog steeds de huidige eigenaars en vandaag onderdeel van de Edrington groep. Het is onduidelijk of de sluiting definitief is.

 

Tamdhu 20yo 1990/2011, 49.8%, Malts of Scotland, Sherry Butt #8119, 209 bottles
Romige, zoete sherryneus met zilte en vegetale aroma’s. Oxo. Geroosterde granen, kandij, kervel, eucalyptus, pruimencompot en dadels. Veel dadels. Ook op de smaak is het zoete wat eerst opvalt: de kandij(siroop), de gedroogde vruchten. Wat hout (getemperd), kruiden, noten, donkere chocolade… resulterend in een mooie bitterheid. Zilte drop. Best lange, bitterzoete afdronk. Lekkere whisky gemarkeerd door de sherry, vergezeld van een licht zilte toets. 84/100

Laphroaig 20y 1990, Malts of Scotland

Tweede in de reeks nieuwe Malts of Scotland is een Laphroaig 1990. Laphroaig uit deze periode (eind jaren tachtig, begin jaren negentig) is over het algemeen erg complex en vooral bangelijk goed. De verwachtingen zijn dan ook hoog gespannen.

 

Laphroaig 20y 1990/2011, 52.6%, Malts of Scotland, cask 2229, bourbon hogshead, 178 bottles
Mmm, dit is heerlijk! Gerookte banaan! Banaan op de barbeque. En nu we daar beland zijn, ook geroosterd vlees. Een hammetje aan het spit. Wat treffen we daarnaast nog aan? Mineralen. Zilverpoets. Kaarsvet. Motorolie. Amandelen. Zeewier en zilt. Limoen. Lapsang Souchong thee. Dat blijft maar doorgaan… complex, delicaat en verschrikkelijk lekker! Water toevoegen maakt het geheel meer coastal. Oesters. Proeven nu. Big! Krachtig, droog, rond en complex. Vrij veel rook, zilt en peper, zoethout ook, citroenschil, ananas en gerookte heilbot. Wat munt, net als hazelnoten. Met water krijg ik meer rook en nat hooi, maar ook hier is dat water niet echt noodzakelijk. Lange, droge en zilte afdronk vergezeld van een zoete rokerigheid. Van het beste wat Laphroaig uit die periode te bieden heeft. En nu nog wat verder genieten van de geur van het lege glas! 91/100

Glencadam 20y 1990, Dewar Rattray

De geschiedenis van Glencadam, gelegen in de oostelijke Highlands, gaat terug tot 1825, sedert 2003 is het eigendom van Angus Dundee Distillers. Het grootste deel van de productie gaat naar de blends van Ballantine’s.

 

Glencadam 20y 1990/2011, 58.1%, Dewar Rattray, bourbon cask #5987, 290 bottles
Frisse, fruitige neus die me allereerst doet denken aan witte pompelmoes met kristalsuiker. English breakfast thee met citroen en suiker. Ananas, aardbeien, suikerspin. Ja, die suiker blijft onderliggend aanwezig. Een beetje eik en noten. Fris en levendig. De smaak is erg kruidig, opgezweept door de alcohol. Veel gember en wat peper. Daardoorheen heb ik honing en citrus. Ik heb een vermoeden dat deze whisky wat water kan gebruiken. Op de neus komen er dan granen bij maar het geheel blijft erg fris, op de smaak worden de kruiden wat verdrongen door het hout. Bwa, niet echt een geweldige meerwaarde dat water. De afdronk is niet erg lang, wel pittig en kruidig. Lekkere, foutloze whisky. 84/100

Glendronach 1989, Pedro Ximenez sherrycask #3315

Zoals zaterdag aangehaald, is deze 1989 een erg rijke whisky, met een veel uitgesprokener geur- en smaakprofiel dan de 1990 en 1991. Bij deze laatste twee was alles subtiel en delicaat, hier is het veel meer into-your-face. And I like it a lot.

 

Glendronach 20y 1989/2010, 53.2%, OB, Pedro Ximenez cask #3315, 522 bts.
Expressieve zoete neus op pruimentaart, opgelegde peren, balsamico (veel), rozijnen op rum, kersen, cassis en vers gemaakte (nog warme) aardbeienconfituur. Dat alles gebed in de duidelijk merkbare invloed van het hout en de bijhorende kruiden. Met water komt daar wat methol bij. De smaak is dik, vettig bijna en behoudt de mooie balans tussen bittere en zoete tonen. Boter, rozijnen, gedroogde pruimen, confituur, noten, hout, kruiden, de balsamico. Daarna heb ik ook nog mokka en kandijsuiker. Wat bitterder met water. Nee, doet blijkbaar meer kwaad dan goed dat water. Erg lekkere, lange afdronk op pruimen. Op ongetwijfeld heel wat meer, maar het zijn vooral de gedroogde pruimen die opvallen en blijven hangen. Duidelijk anders dan de 1990 en 1991, maar wel helemaal my cup of tea als het op whisky op sherryvat aankomt. 89/100

Glendronach 1990, oloroso sherrycask #2621

Ik begon met het proeven van deze 1990 samen met de 1989 en dat was geen goed idee. De 1989 is een pak expressiever en drukte deze volledig weg. De 1989 terug in z’n flesje gegoten en me op de 1990 geconcentreerd.

 

Glendronach 20y 1990/2010, 57.9%, OB, oloroso cask #2621, 546 bts.
Zonder het 1989-geweld moet ik toegeven dat hij heel wat te bieden heeft, maar je moet er wel de tijd voor nemen. Zachte, subtiele sherry met veel sinaas (sinaasschil), geroosterde noten (niks scherps), oude geboende meubels, antiquariaat (bladeren door oude stoffige boeken), vanille-fudge, iets floraals, oud leder… lekker! Erg drinkbaar ook, licht drogend en zoet op tonen van chocolade, noten en rozijnen, van die studentenhaver in donkere chocolade dus. De sinaas heb ik terug, net als wat pompelmoes (een aangename bitterheid), tabak, licht verbrande karamel. Middellange en middeldroge afdronk op noten en orangettes. 85/100

Yoichi 20y

De naam Yoichi verwijst naar de plaats op het meest Noordelijk gelegen Japanse eiland Hokkaido, waar Masataka Takestsuru – na enkele jaren Schotse studietijd – in 1934 startte met de productie van whisky. Deze streek sloot klimatologisch het beste aan bij Schotland. Taketsuru zou spoedig de naam van de distilleerderij veranderen van Yoichi naar Nikka. Later werd de naam Yoichi opnieuw gebruikt voor één van de Nikka whisky’s.

 

Yoichi 20y, 52%, Nikka 2008
Scherpe, zware sherryneus met veel hout, okkernoten, kruiden, bittere chocolade, nieuw leder, teer, vernis, verse champignons… gelukkig is er ook de ziltigheid die het scherpe karakter wat doorbreekt. En een bepaalde grassigheid. Al bij al toch wat te ruw. Ook de smaak is dat. Stevig maar nogal woody. Veel kruiden, eik, noten, zoethout, sterke thee… De afdronk is lang, kruidig en licht zuur. Geen foute whisky, verre van, maar niet echt mijn smaak. De 15y vind ik veel beter. 76/100

Littlemill 1990, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Fulldram

Bon, het moest er eens van komen. Vandaag proef ik – en dat is dus niet de eerste keer – een whisky die ik met de grootste moeite zo objectief mogelijk ga trachten te bespreken. Whisky bespreken en objectiviteit zijn sowieso twee zaken die moeilijk verenigbaar zijn – je kan enkel trachten zoveel mogelijk ‘objectiviteit’, consistentie en transparantie te leggen in deze per definitie zeer individuele en subjectieve aangelegenheid. Maar bij deze whisky wordt het dus extra moeilijk. De Littlemill 1990 ‘Club 02’ van Malts of Scotland is immers onze botteling. Met ‘onze’ bedoel ik deze van Fulldram, onze whiskyclub die dit vat bottelde ter gelegenheid van z’n vijfjarig bestaan. Hij werd gekozen als beste uit een selectie van vaten van Malts of Scotland. De keuze was bovendien makkelijker dan initieel gedacht, dit vat schreeuwde “kies mij!”.
Enige tijd geleden besprak ik reeds een andere Littlemill 1990 van deze bottelaar, vat 915, een whisky die ik – om het eufemistisch uit te drukken – al best te pruimen vond. Net zoals vat 915 is ook dit vat (#736) een bourbonvat. Gedistilleerd op 8 januari 1990 en gebotteld op 5 mei 2010, exact vijf jaar na de oprichting van Fulldram.

 
Littlemill 20y 1990/2010, 53.9%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Fulldram, cask 736, 183 bottles
De neus start wat schuw op zoete en grassige tonen. Een beetje walsen, wat lucht happen doet wonderen. Dat laatste mag vrij letterlijk genomen worden, hoe de neus openbloeit en evolueert… prachtig. Het zoete wordt meer dan gewoon zoet, smullen. Vanille, marsepein. Er komt fruit door, veel fruit. Ik noteer citroen, pompelmoes, abrikoos, evoluerend naar ananas en kiwi. Appelsienenconfituur. Amandelen ook (oké, de marsepein), net als radijs en wat gember. Een beetje waxy tonen (boenwas, kaarsvet) en een toef wood smoke zorgen voor de finishing touch. Rook van het hout dus, net zoals ik dat in vat 915 had. Het geheel doet me wat denken aan een Condrieu, één van mijn favoriete witte wijnen. Proeven nu.
Pats, boem, paukenslag! In de mond heeft hij absoluut geen tijd nodig om aromatisch-gewijs te exploderen. Amai, dit is lekkere whisky! Succulent romig, zoet en fruitig. Honing, gesuikerde lindethee, pompelmoes, citroenschil, een beetje hars, een beetje hout… een zalige bitterheid. Hij evolueert richting kruiden. Nootmuskaat, kaneel, gember. Een licht mineralige toets ook. Dit drink zo vlot, je hebt absoluut geen idee dat dit nog altijd een drankje op 54% alcohol is. Water? Laat ons de naam van deze blog eer aan doen, water is het laatste waar ik bij deze whisky aan denk. Dat beetje wood smoke, ook op de smaak, mag ik niet vergeten. De afdronk dan nog, die is lang, zoet en fruitig. Ik weet dat dit vrij banaal klinkt, maar laat het duidelijk zijn dat ik hier eigenlijk ‘zalig zoet’ en ‘super fruitig’ bedoel. Vooral citrus domineert hier. Ook de kruiden van de smaak steken in de afdronk nog even de kop op. Wel, deze is beter dan vat 915. Oh ja, hij is beter. De neus is even groots, maar zowel op de smaak als op de afdronk gaat hij er over. Vlotjes. Ben ik toch niet wat vooringenomen? Misschien. In ieder geval, ik weet wat ik geproefd heb. En nog vaak ga proeven. Emotionele score: 95/100. Rationele score: 92/100
 

Woordje van de uitgever: ik heb mezelf bij het proeven regelmatig afgevraagd of ik deze whisky ondanks alles toch niet wat gekleurd weergeef, zowel qua beschrijving als qua score. Het is tenslotte een beetje ons kindje, een eerstgeborene dan nog wel. Wel, ik kan je verzekeren dat ik echt ongelooflijk m’n best heb gedaan zo neutraal mogelijk te zijn, het is gewoon een superwhisky. Hand op het hart. En, als je toch nog ergens een fles kan vastkrijgen (voor alle duidelijkheid, de mijne staan niet te koop), proef ‘m vooral zelf, je zal het je niet beklagen.

Brora 1972, Connoisseurs Choice 1992

Brora 1972? Daar kan ik er niet genoeg van proeven. Gordon & MacPhail heeft er in z’n Connoisseurs Choice reeks bij mijn weten vier gebotteld. De 1993 en de 1996 hebben we reeds gehad, vandaag volgt de 1992. Er is ook nog een 1995 die m’n pad nog niet gekruist heeft, maar laat dat een objectief zijn. In 1997 heeft G&M ook een Brora 1972 onder z’n Rare Old label gebotteld, ook op 40%.

 
Brora 1972/1992, 40%, G&M Connoisseurs Choice
Neus: yeehaaa! Wat blijf ik toch fan van dit soort profiel! Zacht en subtiel complex op de typische ‘farmy’ turf. Rook, geitenstal, nat hooi, natte hond en andere boerderijtoestanden. Dit alles mooi vermengd met fruit (mandarijn, ananas, papaya, eerder tropisch bij deze dus), bijenwas, zoethout en kruiden. De smaak is voor z’n alcoholpercentage erg geconcentreerd. Fruit (citrus), droog hooi, turf, was, veel zilt en ook wat kruiden. Drop. Eucalypthus. En dat alles erg subtiel en toch krachtig. Lange, nee, zeer lange afdronk op turf, fruit en zilt. Ook dit is dus een topper, zeker op de neus, maar ik had niet anders verwacht. 92/100

De 1993 blijft mijn favoriet (die complexitieit!), op de voet gevolgd door deze 1992 en de 1996. De 1997 is iets minder (amper 90 punten, stel je voor).

Linkwood 1989, Malts of Scotland

Linkwood 20y 1989/2010, 53.5%, Malts of Scotland, cask 1826, 263 bottles – Speyside
Clean, krachtig en vrij alcoholisch op de neus. Vanille en hout heb ik eerst, met na enige tijd de geur van bloemen die komt opzetten. Fragiel. Ontbijtgranen ook, appels en groene thee. Ja, als je ‘m wat tijd geeft, best genietbaar. Smaak: punchy! Gedroogd gras, hout, vrij bitter in combinatie met een beetje zoets. Gesuikerde thee en veel kruiden. Ik denk aan nootmuskaat, peper en gember. Ook met wat water blijft het bittere domineren. Lange, bittere afdronk. Op de tong is ie me te droog om hoger te scoren. 81/100

Twee Ardbegs

Ardbeg Almost There 1998, 54.1%, OB 2007 – Islay
De derde stap naar de nieuwe 10y, gedistilleerd in 1998 (heropening distilleerderij). Eerste (Very Young) en tweede (Still Very Young) heb ik niet geproefd, maar ik kan me voorstellen dat deze wat minder ruw is. Toch is het een echte turf-bom. Behoorlijk medicinaal in de neus met veel zee associaties. Zeewier en zilt. Houtskool. Granen. Onrijpe peren. Minder fruitig dan de 10 jarige die ik heb staan. Ook in de smaak is weinig fruit te detecteren. Wel véél turf en kruiden. Terugkerende rook. Lange turf-afdronk met de peper. Ontbeert wat complexiteit, maar wat extra rijping kan wonderen doen. 82/100
 
Ardbeg 20y 1978, 43%, OB 1998 – Islay
Erg zachte Ardbeg. Waar zit de turf? Neus van granen, beetje fruit en in de verte heel lichte rook. Licht zoete, vettige en fruitige smaak. Redelijk korte en fruitige afdronk met op het eind lichte rook. Erg atypisch allemaal, maar best lekker. 85/100

Twee nieuwe Malts of Scotlands

Highland Park 20y 1989/2009, 51%, Malts of Scotland, cask 10521, triple wood, 280 bottles – Orkney
Triple wood? Wel ja, deze HP heeft na een dikke twintig jaar op bourbonvat nog drie maand gerijpt op portovat en daarna nog ’s drie maand op sherryvat. Sobere, ‘strenge’ neus. ‘Austere’, mocht ik in het Engels schrijven. Wat eerst opvalt, is het gedroogde gras, hooi, gedroogde bloemen, potpourri. Honing ook, eucalypthus en een beetje hars. Vernis. Fruit? Niet veel, een toefje aardbeienconfituur misschien. Een weinig rook op de achtergrond. De smaak is behoorlijk droog, kruidig, met het hars en de honing uit de neus, naast een stevige stukje hout. Wat rubber. Kirsch? Drogende afdronk met peper en gember. Lekkere, maar zeker niet de beste Highland Park die ik al dronk. 82/100
 
Bowmore 14y 1995/2009, 56.7%, Malts of Scotland ‘Clubs’, cask 113, sherry but, 316 bottles – Islay
Dit is de eerste Malts of Scotland gebotteld in de ‘Clubs’ reeks, whisky’s geselecteerd door en gebotteld voor whiskyclubs, in dit geval de Maltisten uit Wesfalen. Een lekkere jonge Bowmore met mooi gebalanceerde turf is dit, vooral op de neus, de turf is wat scherper op de tong. Maar het blijft dus niet bij turf. De geur geeft ook roze pompelmoes, mandarijn, kruiden en wat medicinale toetsen. Tandartstoestanden. Dat medicinale zit ook in de smaak, naast houtskool, zilt, wat citroen en nootmuskaat. Best lekker. Eerder lange afdronk op turf en citrus. Ja ja, Bowmore heeft zich in de jaren negentig goed herpakt. Laat dit soort whisky 10, 20 jaar langer rijpen – zodat de turf nog wat meer naar de achtergrond verschuift en het fruit en de kruiden nog meer ruimte krijgen – en we gaan op onze oude dag nog heel wat beauties uit dit decenium tegenkomen. 86/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Rosebank 20y 1981 Rare Malts

Rosebank 20y 1981/2002, 62.3%, Rare Malts – Lowland

Een aanslag op m’n smaakpapillen! Deze whisky smeekt om water, is als cask strength niet te drinken. Met water teruggebracht naar een 50% en dan maakt de alcohol in de neus plaats voor granen, noten, mineralen, tabak, perzik en citroen. Wat bloemig ook. Vers gemaaid gras. Licht waxy ook. Sinnas na enige tijd. Best complex. De smaak is ook met water nog altijd erg pittig en prikkelend. Veel peper en citroenen. Lichtjes bitter. Aangenaam bitter. Anijs? ja, maar subtiel. Hout en noten ook, en hooi. Opnieuw de sinaas, maar ook hier pas na enige tijd. Behoorlijk lange, intense, kruidige afdronk. Al bij al een erg lekkere en complexe whisky, maar dat water is echt wel noodzakelijk. 89/100

Drie maal Brora 1981

Brora 25y 1981/2007, 56.5%, Duncan Taylor, cask 1423, 682 bottles – Highland – 82/100
Neus: waar zit de turf?? Niet te bespeuren. Wel veel hout. Vanille ook, en iets zoet-zurigs. Groene appels. Ook in de smaak is het behoorlijk zoeken om iets van turf waar te nemen. Hier is het vooral het citrus fruit dat domineert. Niet meer dan een lichte waxyness. Weinig distilleerderijkarakter eigenlijk. Middellange afdronk, beetje bitter. Het bewijs dat het na de jaren zeventig voor Brora toch wat bergaf ging, enkele pareltjes van uitzonderingen zoals deze niet te na gesproken. Pas op, dit is nog altijd lekkere whisky hoor, maar beneden Brora’s standaard.
 
Brora 20y 1981/2001, 43%, Signatory, cask 578, 412 bottles – Highland – 85/100
Mineralige neus. Lichte rook ook, bloemen, amandel (marsepein), zilt en honing. De smaak is vrij droog, met een beetje turf, zoethout en kruiden. Droge, kruidige afdronk. Da’s al wat beter.
 
Brora 22y 1981/2004, 56.4%, Signatory, cask 1561, 611 bottles – Highland – 86/100
Frisse neus met lichte sherryinvloed. Koffie en leder naast rook en zilt. Mineralige smaak moet zoete en fruitige tonen die ik associeer met rozijnen, citrus, appel, zilt, drop en turf. Wordt hoe langer hoe droger, het hout speelt op. Mooie lange en kruidige afdronk. Ook deze is geen grootse Brora, maar desalniettemenin erg genietbaar.