Spring naar inhoud

Posts tagged ‘2001’

Old Pulteney 12y 2001, The Whisky Agency & The Nectar

Pulteney distillery heeft één wash still en één spirit still in gebruik en produceert daar ongeveer 3 miljoen liter alcohol mee. Hiertoe gebruikt het water van het Loch Hempriggs. Het grootste deel van deze productie gaat echter naar de blends van de Inver House groep, zoals Hankey Bannister, MacArthur’s en Catton’s, whisky’s die in onze contreien niet zo gekend zijn. Maar ook in de Ballantine’s blends zou Old Pulteney whisky zitten.
Vandaag een single malt uit de stal van The Whisky Agency, gebotteld samen met The Nectar.

 

Old Pulteney 12y 2001/2013, 49.2%, The Whisky Agency and The Nectar, bourbon cask, 351 bottles
Cleane, zilte en mineralige neus. Het zout dat zo typisch is voor de distilleerderij, vermengd met geuren van natte keien, vers gemaaid gras en gepoetst zilverwerk. Niet veel fruit, enkel een beetje kruisbessen en perziken. Daarnaast ruik ik motorolie en een beetje teer. Na enige tijd wordt de neus wat zoeter. Vanille, honing. Maar helemaal mijn ding wordt het niet. Op de smaak is deze Pulteney kruidig (tuinkruiden zoals tijm), zilt en groene appels. Dat ‘groene’ gevoel wordt nog versterkt door iets van gin. Een ganse botanische kruidentuin. Maar ook op de smaak wordt het na wat ademen zoeter. Honing en vanille. De afdronk is redelijk lang, verwarmend en kruidig, met vanille en zilt. Niet zo typisch Old Pulteney, moeilijk om te scoren ook. Ben in ieder geval niet helemaal overtuigd. 82/100

Advertenties

Bowmore 11y 2001, The Whiskyman

Vandaag een Bowmore 2001 die The Whiskyman eind vorig jaar bottelde voor drie whiskyshops: QV.ID, Whiskysite.nl en Single Malt Whisky Shop. Nog te koop aan 65 euro.

 

Bowmore 11 YO 2001/2012, 50.6%, The WhiskymanBowmore 11y 2001/2012, 50.6%, The Whiskyman, 240 bottles
De neus laat zich samenvatten als rokerig, granig en zilt. Deze drie geuren zijn mooi verweven met elkaar en domineren het geheel. Boter, neigend naar boterkoekjes. Petit Beurre. Ook motorolie laat zich ruiken, net als teer. En binnenbanden. En leder. De geur wordt hoe langer hoe zoeter. Bananen, de schil van appels en appelsienen qua fruit, vergezeld van zoethout en kandijsuiker. Rond romig mondgevoel. Minder granen dan in de geur, wel veel turfrook, zilt en zoete associaties. Zoete associaties zoals daar zijn: zoethout, appelsienen, gezoete pompelmoes en gekonfijte gember. Bij het zilte moet ik denken aan gerookte vis. Heilbot bijvoorbeeld. Vrij lange afdronk, op hetzelfde patroon als dat van de smaak. Zilt, rokerig en zoet dus. Jonge Bowmore, het blijft een succesverhaal. Benieuwd naar dezelfde vintages na een tiental jaar extra rijping (meer fruit, getemperde turf en zilt), dat moeten kanonnen worden. 88/100

Port Charlotte 11y 2001, Malts of Scotland

De Longmorn 1976 van Malts of Scotland wordt vergezeld van een Port Charlotte 2001, gerijpt op een Riojavat. White Rioja neem ik aan. Ik ben echt wel fan van Port Charlotte, over het algemeen prefereer ik Port Charlotte boven jonge Laphroaig of Ardbeg. Samen met jonge Bowmore zowat het boeiendste wat ze tegenwoordig op Islay produceren. Niet goedkoop echter, 109 euro is gewoon duur voor single malt van deze leeftijd.

 

Port Charlotte 11 YO 2001/2013, 57.5%, Malts of Scotland, Rioja Hogshead #MoS13027Port Charlotte 11y 2001/2013, 57.5%, Malts of Scotland, Rioja Hogshead #MoS13027, 358 bottles
Zoet en zilt profiel op de neus. Een hammetje gebraden boven een houtvuur op het strand. Met een honingsausje. Ik krijg er honger van verdorie. Ook gerookte heilbot stimuleert de honger. Het geheel wordt hoe langer hoe zilter. Kappertjes. Gezouten boter. Natuurlijk is dit ook erg rokerig. Turfrook, rook van een haardvuur. De wijn maakt het zoet. Honing heb ik al vermeld, naast de geur van citroensnoepjes. Ik ruik ook een beetje schoensmeer en kaarsvet. Op de smaak wordt dit patroon van zoet, zilt en rokerig verder gezet. Met de (turf)rook nog wat meer op het voorplan. De gerookte vis doet verder z’n ding, vergezeld van best wat citrusfruit. Minder citroen hier, wel appelsienen en mandarijnen. Vanillefudge. Met water (nog) zoeter en (nog) rokerig. Ondanks de 57,5% is water niet noodzakelijk. Erg lange afdronk, perfect in lijn met de smaak. Zilt, rokerig en zoet dus. Toch weer erg lekker hoor. Het zijn extreme smaken, oké, maar het is allemaal wel zeer mooi verweven en geïntegreerd. 89/100

Port Charlotte 10y 2001, Malts of Scotland

De oude Port Charlotte distilleerderij, ook gekend als Lochindaal, was actief tussen 1829 en 1929. De gebouwen zijn nooit afgebroken en worden nu o.a. door Bruichladdich gebruikt om een deel van hun ‘Port Charlotte’ whisky te laten rijpen. Bruichladdich produceert immers vanaf 2001 sterk geturfde whisky, die dan onder de Port Charlotte of Octomore vlag wordt gebotteld.
Vandaag een PC die vorig jaar gebotteld werd voor het Islay whisky dinner van Malts of Scotland.

 

Port Charlotte 10 YO 2001/2012, 63.3%, Malts of Scotland, Islay Whisky dinner, sherry hogshead #MoS12039Port Charlotte 10y 2001/2012, 63.3%, Malts of Scotland for the Islay Whisky dinner, sherry hogshead #MoS12039, 302 bottles
Frisse en prikkelende neus, eerst kruidig, dan zoet. Het zijn munt, eucalyptus, kaneel en zilt die voor het prikkelende karakter zorgen. Daarachter treft ik chocolade en karamel aan, net als perensiroop en appelsienen(confituur). Oud leder. Sappige eik. En natuurlijk ontbreekt ook de stevige, zoete turf niet. Zoet turf die wat farmy tonen met zich meebrengt. Mooie balans tussen bitter en zoet. Op 63% is dit een stevig beestje, maar toch is het mondgevoel romig en (redelijk) zacht. Daar zorgt de zoete sherry voor: chocolade, karamel, siroop, rozijnen, mokka. Gekonfijte gember en zilt zorgen voor de nodige pit. Ook de sappige eik doet dat. Turf en barbecuetoestanden (gerookt vlees, smeulende houtskool) zorgen voor een lekkere rokerigheid. Erg lange afdronk, dankzij de turf, het zilt en het alcoholpercentage. Eén van die heerlijke Port Charlottes op sherryvat. 88/100

Bowmore 11y 2001, Malts of Scotland

Dat Bowmore na de desastreuze jaren tachtig weer helemaal terug is, weten we ondertussen wel. Ook jonge Bowmore stelt zelden teleur. Aan Malts of Scotland om dat nog eens te bewijzen.

 

Bowmore 11 YO 2001/2012, 58.2%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS12060Bowmore 11y 2001/2012, 58.2%, Malts of Scotland, bourbon hogshead #MoS12060, 221 bottles
Ronde neus op mineralen, veel zee en zoete turf. Een wandeling langs de zee, over een strand van keien. Natte keien met zeewier en zilt dat de zee achterliet. Zeevruchten besprenkeld met citroen. En die zoete turf heeft een mooi farmy kantje. Nat hooi en lichte tonen van stallen. Wat granen. En gezouten boter. Hoe langer hoe meer houtskool ook. Fruit? Wel ja, ondanks de jonge leeftijd al best wat fruit. Ook dat is Bowmore vandaag de dag. We hadden de citroen al, maar ook rijpe appelsienen en ananas in blik. Complex en erg onderhoudend. Romig en stevig in de mond. Het zilt en de turf nemen het heft in handen, gevolgd door medicinale tonen en kruiden. Zoethout valt het meest op. Pas daarna komt het fruit om de hoek kijken, samen met een vleugje vanille. Ananas en citrus, gelijkaardig als op de geur dus. Redelijk lange afdronk, op zoete en rokerige tonen. Tja, jonge Bowmore, zoals ik al zei, stelt het zelden teleur. Ook hier niet. 86/100

Ledaig 8y 2001, The Nectar of the Daily Drams

Ledaig (niet ‘ledijg’ maar ‘letsjik’ uitgesproken) is voor Tobermory wat Port Charlotte voor Bruichladdich is, nl. de geturfde variant van de distilleerderij. Vandaag een botteling van The Nectar die samen met de 2005 van Berry Bros meteen hoge toppen scheerde. Ik proefde deze een jaar geleden en heb nu de kans ‘m wat beter te leren kennen.

 

Ledaig 8y 2001/2010, 61%, The Nectar of the Daily Drams
Erg frisse, mineralige neus. De zomerse regenbui, de natte stenen, je kent het, maar ook wat kaarsvet en citroen op een onderlaag van turf en teer. Prikkelend allemaal. Daarnaast noteer ik nog zilt, vanille en zoethout. Niet erg complex, wel lekker om ruiken. Krachtig op de tong maar best drinkbaar en erg clean, ook hier niet echt complex. Wat opvalt zijn turfrook en citroen(schil), veel meer komt daar niet bij. Het hoeft niet te verbazen dat water het geheel zoeter maakt, dan krijg ik er tonen van suiker en vanille bij. De citrus en de turf blijven echter domineren, ook in de lange afdronk. Simpele en jonge, maar evenzeer lekkere en levendige Ledaig. 85/100

Een indrukwekkend setje Port Charlotte

Vandaag proef ik twee Port Charlottes van de Malts of Scotland, één op bourbonvat en één op sherryvat. Zeker gezien de jonge leeftijd van deze whisky’s (geen 9 jaar oud), zijn dit waanzinnig straffe bottelingen. En ik bedoel hier niet het alcoholvolume. Vooral de sherry is hallucinant goed.

 
Port Charlotte 2001/2010, 60.2%, Malts of Scotland, Bourbon Barrel, cask 967, 220 bottles – Islay
Gedistilleerd op 14 december 2001, in februari gebotteld. De neus heeft wat tijd nodig om open te komen. Enkele druppels water kunnen dit wat bespoedigen, we zitten hier immers boven de 60%. Maar dan krijg je een shot aan vette turf vermengd met zilt en bitterzoete fruittoetsen. Ik heb pompelmoes (met suiker), sinaasappelschil en onrijpe banaan. Oh ja, die combinatie van vette cleane turf, zonder rokerige asbaktoestanden, en romige fruitigheid is perfect. Smaak: knock-out. Met een klein beetje water (heeft echt niet veel nodig) zoete turf, medicinale elementen (een gans dokterskabinet), zilt, peper, nootmuskaat en fruit. Lange, verwarmende afdronk op fruitige turf. Kortom, een zalige whisky. 92/100

Laat dit soort whisky een jaar of tien, vijftien verder rijpen zodat de turf wat aan kracht mindert en de complexiteit nóg toeneemt… het wordt me een beetje ijl in het hoofd.

 
Port Charlotte 2001/2010, 61.6%, Malts of Scotland, Sherry Hogshead, cask 833, 326 bottles – Islay
Gedistilleerd op 6 december 2001, vorige maand gebotteld. Djééé, wat is dit? Dit kan toch niet? Hoe kan sherry en turf op amper acht jaar al dit ten toon spreiden? Wat een kracht, wat een balans! Romig en zoet op verbrande cake, karamel, turf, leder, rubber (ook de rubber is verbrand, dus niet het type binnenband), gedroogde abrikozen, vijgen en pruimen, cappuccino… pfiew! En neen, geen sulfer. Met water ook gerookt vlees. Zwarte-Woud ham, my favourite! Het orgastisch genot zet zich verder op de tong. Die sherry en die turf! Bitterzoet met dadels, rozijnen, pruimencompot, karamel, hout en donkere chocolade, mooi gecounterd door de turf. Dit alles met een lekje water. Vat 967 had een lange afdronk, maar valt maar bleekjes uit in vergelijking met deze. Hij blíjft maar hangen, na een uur proef ik ‘m nog. Neen, ik kan er niet van over, dat turf en sherry op amper een dikke acht jaar rijping al tot zo’n complex en gebalanceerd samenspel kan komen… dit moét je proeven.

Hij doet me trouwens wat denken aan zowel de Lagavulin 21y (92/100) als de Port Ellen 12y James MacArthur (98/100). Deze achtjarige Port Charlotte is beter dan de eenentwintigjarig Lagavulin (beste Lagavulin volgens Serge Valentin), no kidding. OK, de Port Ellen staat nog een trap hoger, is een graad complexer en geconcentreerder (‘bolder’), is eigenlijk out of this world… maar toch, deze whisky kan daar dus zonder blozen gaan tussen staan hé. Score? Wel, op het gevaar af me vierkant belachelijk te maken, moet ik toegeven dat ik een tijdje met twee stemmetjes in m’n hoofd gezeten. Dat ging ongeveer als volgt:
“Wel, dit verdient niet minder dan 94/100”
“94? Neen, dat kan niet.”
Mmm, nog ’s ruiken en proeven…. “Hèhè, toch wel!”
“Neen Johan, dit is achtjarige Port Charlotte verdorie.”
“So what?”
“Ja maar, 94!?”
“Yep!”
“Zeker!? Proef voor alle zekerheid nog ‘s”
“Whoehaaa, dit ís gewoon 94!”
“100% zeker!?”
“Absolutely!”
Voor de mensen die zich zorgen beginnen te maken over mijn geestelijke gezondheid, no worries, ik heb daar mee leren leven. 94/100

In tegenstelling tot bij de bourbon heb ik hier niet het gevoel dat dit door extra rijping nog veel beter gaat worden. Veel marge is er trouwens ook niet meer. Misschien wel integendeel, de zoete sherrywood zou wel eens kunnen gaan overheersen en het gevaar op sulfernotes is dan ook niet meer denkbeeldig.

 

Tja, wat te concluderen na zo’n sessietje? Dit is indrukwekkende whisky. Daarenboven zijn de scores tot stand gekomen met drie uitdagers, een 90-, een 92- en een 93-punter, telkens geturfd spul. Een aantal existentiële vragen dienen zich aan, zoals daar zijn: Heeft Jim McEwan hier een antwoord op Ardbeg 1974 liggen? Wordt Port Charlotte de rechtgeaarde erfgenaam van Port Ellen? De toekomst zal het uitwijzen, maar hij lacht ons tegemoet.