Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1995’

Twee Scotch Malt Whisky Society bottelingen

Ik geraak maar niet door m’n samples (luxeprobleem, I know). Mijn oog viel op twee whisky’s van de Scotch Malt Whisky Society, S.M.W.S. voor de vrienden: een oude Glenrothes en een jongere Glenmorangie. Omdat Glenmorangie niet toelaat dat z’n naam wordt gebruikt bij onafhankelijke bottelingen, is dit wel vrij unieke whisky.

 
Glenrothes 27y 1980/2008, 51.7%, SMWS 30.52 ‘Christmassy sophistication’
De neus is lekker zoet en fruitig. Rozijnen, geconfijt fruit enzo. Denk aan… juist ja, Christmas cake. Een beetje kruiden heb ik ook, net als koffie en sigaren. De smaak is licht bitter, maar zeer aangenaam bitter. Hij start kruidig, gaat over in fruit (pruimen), koffielikeur, menthol. De middellange afdronk gaat hierop door. Erg lekkere Glenrothes. 87/100
 
Glenmorangie 14y 1995/2009, 56.2%, SMWS 125.20 ‘Trap door to another world’, 291 bottles
Frisse en fruitige neus. Wit fruit. Appel, peer, perzik. Honing. Beetje hout. Ook in de smaak een mooie verwevenheid van fruit en hout. Korte, droge maar lekkere afdronk. Aangename en vlot drinkende Glenmorangie. 82/100

Advertenties

Drie Bowmore’s

Ik heb hier nog wat Bowmore staan. Twee recente officiële bottelingen, de Legend en de 21y 1988 port cask matured, en de 1995 Malts of Scotland ‘Clubs’ voor het Lindores Whisky Fest. Laat me met deze laatste beginnen.
En dan staat er hier nog een ander geweldig aanlokkelijk sampletje met ‘Bowmore’ op het etiket… die zal ik voor morgen bewaren.

 

Bowmore 15y 1995/2010, 57.8%, Malts of Scotland ‘Clubs’ for Lindores Whisky Society, PX Sherry cask #112, 225 bottles
Zeer mooi gerijpte whisky, de geturfde spirit heeft zich perfect verweven met de sherry. Eerst krijg je de zoete sherry, vergezeld van veel fruit, pas daarna komt de turf opzetten. Op de smaak zit de turf meer vooraan, samen met de fruitige sherrytonen. Qua fruit noteer ik rijpe sinaas en mandarijn, passievrucht en ananas. De PX geeft het geheel een stroperige zoetigheid. Heel lekker! Een lichte kruidigheid en wat zilt maken het plaatje af. Lange, zoet-fruitige afdronk. Smullen! 89/100

 

Bowmore 21y 1988, 51.5%, OB 2009, port cask matured
Deze 21-jarige Bowmore, gedistilleerd op 10 maart 1988, rijpte op ruby portovaten en dat merk je. Hij is erg zoet op gestoofd fruit (aarbeien, pruimen), kersen, melkchocolade, hout, wat zilt en zeewier, en zachte turf. Ook de wat vettige smaak is in eerste instantie zoet. Ik heb associaties van honing, kandij, cake, marsepein, sinaas en orangettes, gevolgd door pruimen, bloesems, zilt, turf, gember en peper. Complex that is. Middellange, warme afdronk met zachte turf en gestoofd fruit. Erg lekkere, boeiende en complexe Bowmore. 89/100

 

Bowmore Legend, 40%, OB 2010
Rokerig en ziltig op de neus. Daarnaast heb ik nog wat zeewier en een beetje citrus. Subtiel, om niet te zeggen vaag. Mmm, ik ook wat rubber en benzine. Niets om over naar huis te schrijven. Op de tong is hij vrij droog en moet het hebben van turf, zilt, wat kruiden, citrus en hooi. Alles vrij licht, mist body. De afdronk is snel weg, op peper en zout. Honing? Niet slecht maar ook niet echt lekker te noemen. 75/100

Bezoek aan Knockdhu

Er zijn weinig mensen die Knockdhu kennen. An Cnoc kennen ze wel, Knockando ook. An Cnoc is de naam waaronder de Knockdhu distilleerderij z’n whisky bottelt, Knockando is een andere Speyside distilleerderij en heeft hier dus niets te zien.

Knockdhu ligt in het Oosten van Speyside, ergens tussen Strathisla en Glendronach in. Haar geschiedenis gaat terug tot het jaar 1893. Een jaar voordien kocht een zekere John Morrison het landgoed Knock van de Duke of Fife, een stuk land waar hij verschillende waterbronnen ontdekte op de zuidelijke flanken van Knock Hill. Het water was zo zuiver dat het zich uitstekend leende voor het distilleren. Maar naast het water was er ook de nabijgelegen ‘Great North of Scotland’ spoorlijn (nu verdwenen) die Aberdeen met Elgin verbond, en stond de Moray regio bekend om z’n overvloed aan gerst en turf. Dit alles maakte Knock de ideale locatie om whisky te produceren. Morrison twijfelde niet langer en begon met de bouw van een distillerderij in mei 1893.
Algauw kon men starten met whisky te distilleren. De productie werd in de loop der jaren driemaal stilgelegd, eerste tijdens de drooglegging en kort daarna tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het een regiment van het Indische leger huisvestte. Onder het beheer van Scottish Malt Distillers, sloot Knockdhu in 1982 een derde maal, om in 1989 onder de nieuwe eigenaars, Inver House, de productie opnieuw op te starten. In 2000 werd de naam van de whisky veranderd in An Cnoc om verwarring met deze van Knockando te vermijden. An Cnoc is Gaelic voor ‘de heuvel’. De productie gaat voor een groot deel naar de reeds vermelde blends van de groep.

Gordon Bruce, distillery manager, wijdde ons met veel gedrevenheid in in de geheimen van Knockdhu. Ik heb al best wat distillery tours achter de kiezen, en ik moet zeggen dat ondanks het gebrek aan tijd, deze tour één van de beste was die ik al deed. Gordon ademt whisky, met een passie en een maniakale drang naar perfectie die ik maar zelden ben tegengekomen. Het feit dat hij een ingenieur is, zal niet vreemd zijn aan dat perfectionisme. Alleen al de trots waarmee hij vertelde dat hij enige tijd terug een heel bijzondere versnellingsbak uit Italië op de kop wist te tikken, met merkelijk betere prestaties en een hoger rendement dan deze die hij in Schotland voor handen had. Hij bouwde deze versnellingsbak om voor gebruik in de distilleerderij en wist zo energie te besparen en het distillatieproces een pak efficiënter te laten verlopen. Energiebesparing is trouwens hét modewoord in distillerend Schotland heb ik het laatste jaar mogen ontdekken. Soit, ik vond het een geweldige kerel. Hij startte trouwens in de whisky business in 1988 als mash man bij Pulteney, in 2006 werd hij aangesteld als manager van Knockdhu.

De foto hiernaast toont een impressie van de kiln van Knockdhu (ja oké, ik ben een freak, maar wees blij dat ik de rest niet publiceer), thans ongebruikt. Maar genoeg duiding, hoog tijd om het te hebben over de whisky’s die Gordon ons na de rondleiding liet proeven. Er stonden enkele standaardbottelingen te wachten, maar Gordon kon het niet laten ook in z’n kast met cask samples te duiken. Ik zei het al, een zalige gast.

 

An Cnoc New Spirit
Anders dan deze van Balblair, opmerkelijk anders. Minder mierzoet fruitig, eerder floraal. Graniger ook. Interessant.

 

An Cnoc 12y, 40%, OB 2010
Granige neus met een beetje fruit (gedroogd fruit). Suikerspin. Granen en citrus op de smaak. Wat honing. Korte afdronk. Nogal eenzijdig en niet echt my cup of tea.

 

An Cnoc 16y, 46%, OB 2010
Dit is beter. Meer fruit op de neus. Wit fruit. Kruidenthee, herbal. Stroperig en fruitig op de tong. Tarte Tatin. Middellange, zoete afdronk.

 
 

An Cnoc 1994, 46%, OB 2008
De neus start granig, met meer en meer karamel. Geroosterde en gesuikerde noten, wat rook van het hout. Niet slecht. Romige smaak op granen, gestoofd fruit en honing. Zoethout. Best lekker.

 

An Cnoc 1995, 46%, OB 2010
De opvolger van de 1994. Redelijk vergelijkbaar, misschien wat kruidiger. Kaneel schreef ik op. Het fruit hier is vooral citrus. Zoete en kruidige smaak. Vrij lange, kruidige afdronk met perzik. Mmm, ik heb een lichte voorkeur voor deze vintage, wat complexer.

 
 

An Cnoc 30y 1975, 50%, OB 2005
Dit was voor mij de ‘WTF? Is dit An Cnoc!?’ whisky. Geweldig lekker. Zoet, floraal. Vanille-fudge, zachte rook, en nog héél wat meer waar ik niet toe kwam. Zalige whisky, maar niet de beste van de tasting. Voor 140 euro echter zeer koopwaardig.

 

An Cnoc 20y 1990, 50%, cask sample, #1693
De eerste sample die we proefden (en waarvan ik iets noteerde) was vat 1693, versneden tot 50%. Ik had hier dezelfde herbal tonen als bij de 16y. Lekkere whisky.

 

An Cnoc 35y 1975, cask sample
En last but certainly not least, kregen we een sample uit een vat, afgevuld in 1975, voorgeschoteld. In lijn met de 30y maar meer fruit (tropical!), meer bloemen, eigenlijk gewoon meer van alles. Perfect gebalanceerd met het hout. Als dit ooit gebotteld wordt, moet en zal ik een fles zien te bemachtigen. Ik zou in ieder geval niet al te lang meer wachten met bottelen, ik kan me moeilijk voorstellen dat hij nóg beter wordt.

 

Celtique Connexion

Celtique Connexion is een label van Celtic Whisky Companie, een Bretoense whiskyspecialist met warehouses gelegen aan de noordkust van Bretagne. De whisky’s onder dit label zijn alle ‘double matured’: na hun klassieke rijping in Schotland, werden ze ‘afgewerkt’ in Bretagne op first fill vaten van allerlei herkomst. Naar eigen zeggen, waren zij het die voor het eerst experimenteerden met het finishen van whisky op Sauternesvaten, een praktijk die ondertussen overgenomen is door menig Schots distilleerder. Een voorbeeld hiervan proef ik vandaag, welke trouwens hoge ogen gooide op de Malt Manic Awards van vorig jaar.

 

Celtique Connexion ‘Affinage Sauternes’ 1995/2008, 46%, Celtic Whisky Companie, Speyside, 235 bottles
Lekkere, zoete en florale neus met hoe langer hoe meer vegetale tonen. Gedroogde bloemen. Peterselie. Citrus en een beetje eikenhout. De smaak is kruidig (peper, nootmuskaat), zoet (vanille) en licht drogend. Voor dat laatste zorgt het hout en de bijhordende kruiden. Wat abrikoos ook, vooral in de voor de rest kruidige finish. Niet slecht, verre van. 86/100

Mad Glance

Een beetje puzzelwerk leert dat dit een Glencadam moet zijn. De Glencadam distilleerderij werd opgericht in 1825 en is vandaag de dag in handen van Angus Dundee Distillers. Zo goed als de volledige productie gaat naar de Ballantine’s blends. Single malts van deze distilleerder zijn dan ook zeldzaam.

 

Glencadam ‘Mad Glance’ 12y 1995/2008, 46%, Daily Dram, The Nectar, 348 bottles
Prikkelende, frisse en fruitige neus. Appel, perzik, vijgen en pruimen heb ik. Naast het fruit wat vanille, noten en hooi. Aangenaam. De granen en het fruit zitten ook op de smaak, met zoete tonen van karamel, gevolgd door kruiden. Bitterzoet. Vrij droog naar het einde en in de afdronk. Geen slechte whisky. 80/100

Nog twee Highland Parks

Highland Park 12y, 43%, OB bottled 1980’s for Italy (Ferraretto), 75 cl – Orkney
Zachte en zoete neus op honing, pollen, appelsienconfituur, een beetje hout, appelbloesems, heel lichte rook en nog heel wat meer. Complex dus, en erg lekker. Stevige smaak (moest ik niet beter weten, ik zou ‘m een 50% schatten) met karamel, cake, koffie, wat rubber en een aangename kruidigheid (peper, kruidnagel). Drogend naar het einde. Lange, droge finish met honing en zilt. Merkelijk beter dan de huidige standaardbotteling. 88/100
 
Highland Park 14y 1995/2009, 57.6%, SMWS 4.132 ‘Wrestling match on Hobbister Hill’, 296 bottles – Orkney
Lichte turf in de neus, naast honing en citrus. Sinaas. Wat mineralig ook. Smaak in het verlengde hiervan, met kruiden op het einde. Niet slecht, maar ook niet bijzonder. 77/100

Twee nieuwe Malts of Scotlands

Highland Park 20y 1989/2009, 51%, Malts of Scotland, cask 10521, triple wood, 280 bottles – Orkney
Triple wood? Wel ja, deze HP heeft na een dikke twintig jaar op bourbonvat nog drie maand gerijpt op portovat en daarna nog ’s drie maand op sherryvat. Sobere, ‘strenge’ neus. ‘Austere’, mocht ik in het Engels schrijven. Wat eerst opvalt, is het gedroogde gras, hooi, gedroogde bloemen, potpourri. Honing ook, eucalypthus en een beetje hars. Vernis. Fruit? Niet veel, een toefje aardbeienconfituur misschien. Een weinig rook op de achtergrond. De smaak is behoorlijk droog, kruidig, met het hars en de honing uit de neus, naast een stevige stukje hout. Wat rubber. Kirsch? Drogende afdronk met peper en gember. Lekkere, maar zeker niet de beste Highland Park die ik al dronk. 82/100
 
Bowmore 14y 1995/2009, 56.7%, Malts of Scotland ‘Clubs’, cask 113, sherry but, 316 bottles – Islay
Dit is de eerste Malts of Scotland gebotteld in de ‘Clubs’ reeks, whisky’s geselecteerd door en gebotteld voor whiskyclubs, in dit geval de Maltisten uit Wesfalen. Een lekkere jonge Bowmore met mooi gebalanceerde turf is dit, vooral op de neus, de turf is wat scherper op de tong. Maar het blijft dus niet bij turf. De geur geeft ook roze pompelmoes, mandarijn, kruiden en wat medicinale toetsen. Tandartstoestanden. Dat medicinale zit ook in de smaak, naast houtskool, zilt, wat citroen en nootmuskaat. Best lekker. Eerder lange afdronk op turf en citrus. Ja ja, Bowmore heeft zich in de jaren negentig goed herpakt. Laat dit soort whisky 10, 20 jaar langer rijpen – zodat de turf nog wat meer naar de achtergrond verschuift en het fruit en de kruiden nog meer ruimte krijgen – en we gaan op onze oude dag nog heel wat beauties uit dit decenium tegenkomen. 86/100