Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1994’

Bowmore 17y 1994, Signatory for The Nectar

Signatory heeft een hele reeks zustervaten Bowmore 1994 gebotteld, allemaal in 2010 en 2011. Eén daarvan werd geselecteerd tijdens een masterclass en gebotteld voor The Nectar.

 

Bowmore 17 YO 1994/2011, 48.8%, Signatory for The Nectar, cask 570Bowmore 17y 1994/2011, 48.8%, Signatory for The Nectar, cask 570, 227 bottles
De geur wordt gedomineerd door zoete en medicinale turfrook. Jodium, turf, honing en kandij. Deze elementen worden gevolgd door fruit. Maar niet veel. Een beetje ananas, kruisbessen en appel. Wat nog? Wel, eik sowieso. Kaarvet ook. En kruiden zoals zoethout en munt. Een beetje springerig wel, niet helemaal geïntegreerd en rond. Zacht en romig in de mond (laag alcoholpercentage gezien de relatief jonge leeftijd). De turf domineert, de kruiden (peper, gember, zoethout) staan hun mannetje, het fruit (citrus nu) laat zich wat wegdrukken. Zilt vult aan (zoute drop) en kandijsuiker en appelsiroop maken het zoet. Rubber (binnenband van een fiets), wat ik hier een beetje storend vind. Lange afdronk (wat eigenlijk normaal is, ik ken weinig geturfde whisky’s met een korte afdronk, turf heeft nu éénmaal de eigenschap lang te blijven hangen), licht bitter. Zeker niet slecht maar de rubber op de smaak doet ‘m geen goed. 84/100

Advertenties

Tomatin 19y 1994, Chester Whisky

Het moet niet altijd Tomatin 1976 zijn hé… Een 1994 van Chester Whisky Company, ook dat hoeft niet slecht te zijn. Integendeel. 75 euro betaal je er voor.

 

Tomatin 19 YO 1994/2013, 53.4%, Chester WhiskyTomatin 19y 1994/2013, 53.4%, Chester Whisky, bourbon hogshead, 162 bottles
Wel, van Tomatin 1976 gesproken, dat zit hier dus wel degelijk in hé… Niet helemaal te vergelijken natuurlijk, maar toch, het distilleerderijkarakter komt duidelijk naar voor. Fruit met andere woorden. Appels, appelsienen, ananas uit blik… I like. Vrij zoet op tonen van vanille, marsepein en melkchocolade. Gezoete kruidenthee. Linde, zoethout. Gedroogd hooi. Doorheen dat alles een erg mooie mineraliteit. De smaak is zacht en romig. Het fruit speelt ook hier de eerste viool, gevolgd door zoete associaties zoals honing en witte chocolade, en kruiden zoals zachte peper, gember en zoethout. Minder ‘herbal’ hier, meer ‘spicy’. Eik draagt bij tot een mooie bittere toets. Maar het fruit laat zich op geen enkel moment verdringen, constant proef ik appelsien, appel en ook banaan, mango en papaja. Jawel, dat tropisch fruit is al aanwezig. Laat dit nog eens tien jaar langer rijpen, en je komt volgens mij niet ver van het fel bejubelde 1976-profiel uit. De afdronk is behoorlijk lang, met de kruiden en het (deels tropische) fruit in perfecte harmonie. Tomatin kan ook al op jongere leeftijd imponeren. 88/100

Mortlach 18y 1994, Malts of Scotland

Mortlach 1994, ook dat zit in de nieuwe reeks Malts of Scotland. Een whisky die achttien jaar rijpte op sherryvat.

 

Mortlach 18 YO 1994/2012, 55.2%, Malts of Scotland, sherry hogshead #MoS12059Mortlach 18y 1994/2012, 55.2%, Malts of Scotland, sherry hogshead #MoS12059, 235 bottles
Zalige sherryneus, die zich ouder voordoet dan hij is. Geroosterde eik, geroosterde noten, toast met appelsienenconfituur, licht verbrande cake, vlees op de grill… ja, hij komt behoorlijk geroosterd binnen. Balsamico komt erbij, net als praliné en crème brûlée. Drop? Yep! Espresso. Gedroogde vruchten zoals rozijnen en dadels. Vooral die dadels vallen op. Echt heel mooie sherry is dit. En ik mag zeker de rook niet vergeten. Rook van het hout en tonen van tabak. Rijke, krachtige, gebalanceerde smaak. Zoete, fruitige elementen hand in hand met drogere en bitterdere zaken. Onder die laatste categorie vallen eik, kruidnagel, peper, noten en rode bessen. Onder de eerste karamel, rozijnen, appelsienen en mokka-ijs. Tabak en rook van het hout. Hoestsiroop ook. Lange, verwarmende, aromatische en mooi kruidige afdronk. Mooi droog. De verrassing uit deze reeks. 88/100

Aberlour 1994 & Bowmore 1997 Mac Bolle

Ter ere van 100 jaar Ronde Van Vlaanderen in 2012, verschijnen twee single cask bottelingen, een Aberlour 1994 en een Bowmore 1997. Het label draagt de naam en beeltenis van de legendarische Torhoutenaar Karel Van Wijnendale (alias ‘Mac Bolle’), wielerjournalist, stichter van de sportkrant Sportwereld en geestelijke vader van de Ronde van Vlaanderen.
Beide vaten werden geselecteerd door Whisky Import Belux en The Bonding Dram, de flessen worden verkocht door de stad Torhout, dat in 2012 de titel Dorp van de Ronde Van Vlaanderen mag dragen. De prijs voor een fles is 60 euro, waarvan er 5 euro naar de actie Kom Op Tegen Kanker gaat. Hoe je de flessen kunt bestellen lees je hier.

 

Aberlour 16y 1994/2011 ‘Mac Bolle’, 46%, Whisky Import Belux & The Bonding Dram, Bourbon Hogshead #8825, 279 bottles
Erg aangename, zoete neus die start op vanille en fruit. Sappig wit fruit à la rode appels (oké, het wit slaat dus op de binnenkant), peren, perziken en lychee. Lycheesap. Na enige tijd toast, geroosterde noten, hooi en kruiden. Mooi rond en romig mondgevoel. Vanille, peer, perzik. Best stevig ook wel, lijkt meer dan 46%. Hiervoor zorgen de eik en de kruiden, kruiden zoals peper, zoethout en gember. Middellange, wat droge afdronk op hooi, eik en kruiden. Simpele whisky, maar dat bedoel ik positief. Niet complex, niet super gelaagd, wel makkelijk te benaderen en even makkelijk drinkbaar. Een whisky zonder streken. 84/100
 
 

Bowmore 14y 1997/2011 ‘Mac Bolle’, 46%, Whisky Import Belux & The Bonding Dram, Bourbon Hogshead #800029, 303 bottles
Uitzonderlijk zachte, zelfs wat delicate neus, wat natuurlijk aan het alcoholpercentage ligt (de meeste jonge Bowmores die ik proefde, zijn vatsterktes, en dat betekent vaak 60% en meer). Geen rookbom, de (turf)rook is licht en laat veel ruimte voor ‘zee’: jodium, zeewier, zilt en een heuse plat de fruits de mer. Dat laatste besprenkeld (stevig besprenkeld) met citroen. Vanille en zachte nougat maakt de neus wat zoet. Zachte, cleane smaak. Rook, vanille, kaneel, citroen en opnieuw een stevige ‘coastal’ toets (zilt). Mineralig ook wel. Geen al te lange afdronk, zilt en rokerig met citroen ertussendoor. Cleane, zilte en net zoals de Aberlour vlot drinkbare en dus erg toegankelijke whisky. 86/100
 

Tobermory 13y 1994, Cadenhead

Tobermory werd opgericht in 1823 als Ledaig door John Sinclair, op de plaats waar hij in 1798 een brouwerij bouwde. In de loop der tijden werd de naam gewijzigd in Tobermory. Na een lange sluiting opende het in 1972 echter opnieuw de deuren onder naam Ledaig. Pas sinds 1990 werd dan weer de naam Tobermory aangenomen. Ledaig is heden ten dag de naam voor de geturfde Tobermory.

 

Tobermory 13y 1994, 59.6%, Cadenhead +/- 2007, sherry cask
De neus start weinig aromatisch, enkel wat alcoholisch, wat gezien het alcoholpercentage niet geheel abnormaal is. Ik heb wel wat vers gemaaid gras, daarna compost, kaarsvet, granen, puree en zoethout. Chocolade en kokos ook. Clean meer weinig bekoorlijk. Door water toe te voegen wordt hij mineraliger, zoeter ook en krijgt hij een lichte farmy toets. Ja, water is hier echt wel een toegevoegde waarde. De smaak is meteen een pak prikkelender, de alcohol doet z’n werk met zoete en granige tonen, en een beetje (citrus) fruit ertussendoor. Een beetje. Kokos? Ja, ook wat kokos. Licht zilt. Met water chocolade en de kokos die meer op de voorgrond treedt. Redelijk lange, stevige afdronk op sterke thee. Matige Tobermory die wel wat water nodig heeft. 78/100

Bezoek aan Knockdhu

Er zijn weinig mensen die Knockdhu kennen. An Cnoc kennen ze wel, Knockando ook. An Cnoc is de naam waaronder de Knockdhu distilleerderij z’n whisky bottelt, Knockando is een andere Speyside distilleerderij en heeft hier dus niets te zien.

Knockdhu ligt in het Oosten van Speyside, ergens tussen Strathisla en Glendronach in. Haar geschiedenis gaat terug tot het jaar 1893. Een jaar voordien kocht een zekere John Morrison het landgoed Knock van de Duke of Fife, een stuk land waar hij verschillende waterbronnen ontdekte op de zuidelijke flanken van Knock Hill. Het water was zo zuiver dat het zich uitstekend leende voor het distilleren. Maar naast het water was er ook de nabijgelegen ‘Great North of Scotland’ spoorlijn (nu verdwenen) die Aberdeen met Elgin verbond, en stond de Moray regio bekend om z’n overvloed aan gerst en turf. Dit alles maakte Knock de ideale locatie om whisky te produceren. Morrison twijfelde niet langer en begon met de bouw van een distillerderij in mei 1893.
Algauw kon men starten met whisky te distilleren. De productie werd in de loop der jaren driemaal stilgelegd, eerste tijdens de drooglegging en kort daarna tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het een regiment van het Indische leger huisvestte. Onder het beheer van Scottish Malt Distillers, sloot Knockdhu in 1982 een derde maal, om in 1989 onder de nieuwe eigenaars, Inver House, de productie opnieuw op te starten. In 2000 werd de naam van de whisky veranderd in An Cnoc om verwarring met deze van Knockando te vermijden. An Cnoc is Gaelic voor ‘de heuvel’. De productie gaat voor een groot deel naar de reeds vermelde blends van de groep.

Gordon Bruce, distillery manager, wijdde ons met veel gedrevenheid in in de geheimen van Knockdhu. Ik heb al best wat distillery tours achter de kiezen, en ik moet zeggen dat ondanks het gebrek aan tijd, deze tour één van de beste was die ik al deed. Gordon ademt whisky, met een passie en een maniakale drang naar perfectie die ik maar zelden ben tegengekomen. Het feit dat hij een ingenieur is, zal niet vreemd zijn aan dat perfectionisme. Alleen al de trots waarmee hij vertelde dat hij enige tijd terug een heel bijzondere versnellingsbak uit Italië op de kop wist te tikken, met merkelijk betere prestaties en een hoger rendement dan deze die hij in Schotland voor handen had. Hij bouwde deze versnellingsbak om voor gebruik in de distilleerderij en wist zo energie te besparen en het distillatieproces een pak efficiënter te laten verlopen. Energiebesparing is trouwens hét modewoord in distillerend Schotland heb ik het laatste jaar mogen ontdekken. Soit, ik vond het een geweldige kerel. Hij startte trouwens in de whisky business in 1988 als mash man bij Pulteney, in 2006 werd hij aangesteld als manager van Knockdhu.

De foto hiernaast toont een impressie van de kiln van Knockdhu (ja oké, ik ben een freak, maar wees blij dat ik de rest niet publiceer), thans ongebruikt. Maar genoeg duiding, hoog tijd om het te hebben over de whisky’s die Gordon ons na de rondleiding liet proeven. Er stonden enkele standaardbottelingen te wachten, maar Gordon kon het niet laten ook in z’n kast met cask samples te duiken. Ik zei het al, een zalige gast.

 

An Cnoc New Spirit
Anders dan deze van Balblair, opmerkelijk anders. Minder mierzoet fruitig, eerder floraal. Graniger ook. Interessant.

 

An Cnoc 12y, 40%, OB 2010
Granige neus met een beetje fruit (gedroogd fruit). Suikerspin. Granen en citrus op de smaak. Wat honing. Korte afdronk. Nogal eenzijdig en niet echt my cup of tea.

 

An Cnoc 16y, 46%, OB 2010
Dit is beter. Meer fruit op de neus. Wit fruit. Kruidenthee, herbal. Stroperig en fruitig op de tong. Tarte Tatin. Middellange, zoete afdronk.

 
 

An Cnoc 1994, 46%, OB 2008
De neus start granig, met meer en meer karamel. Geroosterde en gesuikerde noten, wat rook van het hout. Niet slecht. Romige smaak op granen, gestoofd fruit en honing. Zoethout. Best lekker.

 

An Cnoc 1995, 46%, OB 2010
De opvolger van de 1994. Redelijk vergelijkbaar, misschien wat kruidiger. Kaneel schreef ik op. Het fruit hier is vooral citrus. Zoete en kruidige smaak. Vrij lange, kruidige afdronk met perzik. Mmm, ik heb een lichte voorkeur voor deze vintage, wat complexer.

 
 

An Cnoc 30y 1975, 50%, OB 2005
Dit was voor mij de ‘WTF? Is dit An Cnoc!?’ whisky. Geweldig lekker. Zoet, floraal. Vanille-fudge, zachte rook, en nog héél wat meer waar ik niet toe kwam. Zalige whisky, maar niet de beste van de tasting. Voor 140 euro echter zeer koopwaardig.

 

An Cnoc 20y 1990, 50%, cask sample, #1693
De eerste sample die we proefden (en waarvan ik iets noteerde) was vat 1693, versneden tot 50%. Ik had hier dezelfde herbal tonen als bij de 16y. Lekkere whisky.

 

An Cnoc 35y 1975, cask sample
En last but certainly not least, kregen we een sample uit een vat, afgevuld in 1975, voorgeschoteld. In lijn met de 30y maar meer fruit (tropical!), meer bloemen, eigenlijk gewoon meer van alles. Perfect gebalanceerd met het hout. Als dit ooit gebotteld wordt, moet en zal ik een fles zien te bemachtigen. Ik zou in ieder geval niet al te lang meer wachten met bottelen, ik kan me moeilijk voorstellen dat hij nóg beter wordt.

 

Celtique Connexion ‘Affinage Vin de Paille’ 1994

Na de Affinage ‘Sauternes’ 1995 Speyside van Celtic Connection komt vandaag de ‘Affinage Vin de Paille’ 1994, Highland aan bod. Benieuwd of hij mij evenzeer kan bekoren.

 
Celtique Connexion ‘Affinage Vin de Paille’ 1994/2008, 46%, Celtic Whisky Companie, Highland, 328 bottles
Zware en scherpe sherryneus. Stevig verbrande karamel, tabak, espresso, rubber… wat herbal ook. Sulfer? Mmm, daar ben ik niet uit. Op de neus nog min of meer te doen, op de smaak heel wat minder. Het begin kan er nog mee door (vegetaal, toast, wat zoet) maar daara wordt hij erg droog. Te bitter, te veel hout. De afdronk is weliswaar redelijk lang maar droog. Zoet-kruidig. Zonder écht slecht te zijn, is dit – zeker op de smaak – absoluut niet mijn ding. 75/100

Bowmore 15y 1994, Murray McDavid

Deze whisky vermeldt op het label: Refill Sherry enhanced in Chateau Petrus casks. Klinkt alvast chique en veelbelovend.

 

Bowmore 15y 1994/2010, 50.1% , Murray McDavid Mission, 696 bts.
Cleane neus op zilt, iodium, zeewier (coastal dus), de schil van appelsienen, oud leder, een beetje tabak, turf natuurlijk, vanille, veel zoethout en wat peper. Aangename en vrij complexe neus. Op de tong is hij dik en romig, de smaak start zoet-kruidig. Peperkoek. Daarna krijg ik wat fruit (roze pompelmoes, mango) en het zilt van de neus. Zoute drop. Zachte rook. Lange afdronk in het verlengde van de smaak. Erg aangename whisky. 85/100

Twee Highlanders van A.D. Rattray

De volgende samples die ik uit het rijtje nieuwe Dewar Rattray bottelingen plukte zijn twee Highlanders, een Balblair en een Aberfeldy.

 
Balblair 19y 1991/2010, 46%, Dewar Rattray, cask 1016, 335 bttls
De inhoud van bourbonvat 1016 kreeg nog een finishing mee op sherryvat, en het resultaat mag er wezen. Erg lekkere, fruitige neus. Zuur-zoet fruit à la kruisbessen en rode bessen met wat suiker erover. Appels. Pink Ladies (ik heb het dus over appels). Evolueert naar mineralige en florale tonen. Een tuin vol bloemen na een hevige zomerse regenbui. Ja, ook de aarde. Dan ook wat melkchocolade, praliné, koffie verkeerd… de sherry laat zich (een beetje) gelden. De smaak is romig, zoet en fruitig. Peren, krieken, melkchocolade, aardbeienconfituur. Daarna komen er kruiden bovendrijven. Kruidnagel, nootmuskaat, zoethout en gember. En hij is – gezien het alcoholpercentage – ook nog eens geweldig vlot drinkbaar. Middellange afdronk op sinaas, zoethout en een beetje hout. Een schot in de roos. 88/100
 
Aberfeldy 15y 1994/2009, 57.3%, Dewar Rattray, cask 4007, 290 bttls
Dit is een bourbonvat zonder finish. Ook de neus van deze is goed seg! Anders, maar even sterk. Veel noten. Hazelnoten vooral en ook wat amandelen. Fruit (rijpe ananas, rijpe appelsien), Eau de Cologne (maar niets storends, verre van), leder, oude meubelen. Je zou denken dat ook deze een sherryfinish heeft gehad. Stevige en mondvullende smaak op opgelegde peren, noten, marespein en behoorlijk wat kruiden. Een aangename zurigheid en lichte taninnes. Die taninnes verdwijnen in de lange, zoete en fruitige afdronk. De neus kan het niveau van de Balblair aan, op de tong doet hij (een beetje) onder. 86/100

Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’

Vrijdagavond ben ik effe bij Bert Bruyneel gepasseerd. Nu ja, ‘effe’… na wat Bert me in de kraag goot, zou huiswaards rijden wel héél onverantwoord zijn geweest, dat ‘effe’ werd dus al gauw een etmaal. We proefden veel en vooral fantastisch spul, Bert toonde zich een geweldige gastheer moet ik zeggen. Ik kom hier volgende week zeker nog op terug, maar eerst wil ik even tijd maken voor de Goldlys 1994 Limousin Cask, een whisky waar Bert op z’n dagboek al de loftrompet over heeft gestoken. Eigenlijk zou ik deze post de titel ‘Bert Bruyneel heeft weer gelijk’ moeten geven, naar analogie met mijn bevindingen van de Benriach 1976 for LMDW, maar ik zou niet willen dat hij naast z’n schoenen gaat lopen. In ieder geval, ik was stevig onder de indruk van deze Belgische whisky. Zeker gezien de reputatie en mijn eigen ervaring met Goldlys, was ik behoorlijk sceptisch voordat ik proefde, maar ik kon m’n verbazing moeilijk maskeren vrees ik, dit is wreed lekker spul man! Echt waar, je houdt het niet voor mogelijk, de inhoud stemt gevoelsmatig niet overéén met het label. Ik heb trouwens met m’n eigen ogen gezien dat Bert de fles opende, hij heeft niks anders in een lege Goldlysfles gekapt (en ja, ik was toen nog bloednuchter, het was amper nummert zes in de line-up).
Om toch in alle objectiviteit te oordelen (voor zo ver dat mogelijk is natuurlijk, het blijft in sé een heel subjectieve bezigheid), vroeg ik of ik een sampletje meer naar huis mocht nemen en nu proef ik ‘m dus nog eens op m’n gemak en los van enige situationele beïnvloeding (ja, ’t was gezellig bij Bert).

 
Goldlys 1994/2009, ‘Limousin Cask’, 55% OB, Filliers, 440 bottles – België
De neus is zalig zoet en fruitig. Ik heb vanille, kandijsuiker, crème brûlée, onrijpe banaan (nog wat groen, maar al wel eetbaar), geconfijt fruit, antiekwas, een fruitgaard in bloei, een beetje hout… erg complex. De smaak is romig en mondvullend, op kruisbessen, meloen, kiwi, vanille, hout, nootmuskaat, peper, gesuikerde lindethee en ook hier een zalig waxy toefje. Wat drogend naar het einde. Lange, droge afdronk op fruit, hout en kruiden. Ja wadde, dit scoort achteraan in de tachtig verdorie. Een Goldlys! Een geweldig lekkere, complexe en mooi gebalanceerde Goldlys dus. En neen, er zit geen fout in deze zin, sinds heden kunnen ‘Goldlys’, ‘lekker’, ‘complex’ en ‘geweldig’ perfect in één zin samengaan.

We hebben er vrijdag de Amrut for Crombé naast gezet, om een eikpunt te hebben. Ik gaf deze laatste 89 punten. Het zijn verschillende profielen maar qua beoordeling komt de Goldlys héél dicht in de buurt, is op de neus misschien een tikkeltje minder complex, maar het scheelt niet veel. Een product om als Belg verdomd trots op te zijn. En dit voor een schamele 30 euro… spread the word! 88/100

Drie Longmorns, een oude en twee jonkies

Longmorn-Glenlivet 1963/2003, 40% Gordon & MacPhail – Highland
Deze oude Longmorn is nog erg fruitig, het hout heeft ondanks de 40 jarige rijping niet de overhand gekregen. Mooie balans! Aangenaam bitter, lekkere sherry. Smaak mocht iets meer punch (i.e. alcoholpercentage) hebben, maar is nog steeds erg aangenaam. Middellange, droge finish. 87/100
 
Longmorn 14y 1994/2008, 50%, DL Old Malt Cask, 352 bottles – Highland
Neus startte met een lichte off-note. Waspoeder? Krijt, kalk, dat zeker. Dit verdwijnt na een tijdje en maakt plaats voor fruit en graan. Mineralig ook. Vettige smaak (olie) met honing, fruit en kruiden. Zoete, kruidige afdronk. Mooie bitterheid. 81/100
 
Longmorn 1990/2005, 46%, Berry Bros, casks 30111-30112 – Highland
Superneus. Veel fruit, beetje rook, honing, daarna bloemen… zalig. Erg complex. Ook de smaak is lekker. Fruit, karamel, hout… mmm, wordt mij een ietsje te droog, het hout gaat wat overheersen. Spijtig. Bitter-fruitige afdronk. Verliest enkele punten op de smaak, was anders vooraan in de negentig geëindigd. 89/100