Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1990’

Balvenie 19y 1990, The Whisky Agency ‘House Malt’

Balvenie 19y 1990/2009, 53.2%, The Whisky Agency ‘House Malt’, 180 bottles – Speyside
Rijke, romige neus op noten, marsepein, vanille, gedroogd fruit (dadels, vijgen) en kruiden (dille, munt). Een beetje hars ook, en hop. Hop? Best complex. Op de smaak toont ie zich een echte kaarterswhisky, zoals algemeen geweten een zeer gevaarlijk soort. Vanille, boter, wit fruit en een beetje hout kleuren het plaatje. Licht drogende finish. Een echte daily dram, dus niet te verwonderen dat ze dit bij The Whisky Agency tot house malt hebben gedoopt. Of misschien was het omdat ze de naam Balvenie niet mogen vermelden… 85/100

Ben Nevis 1990, M&H Taste Still Selection

Ben Nevis 1990/2006, 58.3%, M&H, Taste Still Selection, cask 2712, 313 bottles – Highland
De mooie complexe neus geeft gestoofd fruit, munt, (kruiden)thee, amandel, hout, boenwas en koffie. Het alcoholpercentage zorgt mede voor een erg stevige smaak, die bittere (hars) tonen vermengd met zoete (honing, vanille, het gestoofde fruit). En ook hier een lekkere waxy touch. Middellange, zoete afdronk. Lekkere stevige Ben Nevis die geen water nodig heeft, en na de Ben Nevis 1996 van Malts of Scotland een tweede aangenaam treffen met deze distilleerderij. 87/100

Een rijtje Japaners II

Vandaag schrijf ik mijn bevindingen uit van de volgende twee whisky’s de we maandag proefden, een Hanyu en een Hibiki.

 
Hanyu 1990/2007, 55.5%, Number One Drinks, cask 9511, 374 bottles, Japanese oak – Japan
Hanyu is niet lang actief geweest, in 2000 stopte het met distilleren. Deze Hanyu werd gefinished in Japanese Oak (Quercus Mongolica), wat vrij uniek is. Dit zou moeten resulteren in de geur van sandalwood. De neus heeft in ieder geval wat tijd nodig om zich vrij te geven. Maar dan kreeg ik associaties van peer, pompelmoes, geroosterde noten, iets floraals en inderdaad wat sandalwood, maar dat was louter omdat ik er op lette. Op de smaak kan ie zeker enkele lekjes water gebruiken. Dan is hij zoet met citrus, zoete appels en vanille. De afdronk is vrij droog en kruidig. Niet slecht maar ook niet wauw. 79/100
 
Hibiki 17y, 43%, OB 2009 – Japan
Hier zou vooral Hakushu en Yamazaki single malt in zitten en natuurlijk wat grain. Deze 17 jarige Hibiki is gefinished op vaten waar pruimenlikeur op gerijpt heeft. Klinkt gek maar smaakt alles behalve gek. Frisse, fruitge neus op appel, perzik, graan, bloemen, perensiroop en zacht hout. Geen pruimen. Van hetzelfde laken een broek wat de smaak betreft, fris en fruitig dus. Karamel ook en een zachte kruidigheid. Mooie balans, zoals bijna altijd bij Japanse whisky. Warme, lichte drogende afdronk. Ik was al fan van de 12y, maar ook deze 17y kan ik erg appreciëren. 84/100

Lagavulin Distillers Edition H2H

Lang geleden dat ik nog eens een Lagavulin gedronken heb, laat er ons dan maar meteen twee van maken. Ik heb immers nog samples staan van een koppel Distillers Editions, beide – zoals gewoonlijk bij Lagavulin – bijkomend gerijpt op Pedro Ximénez sherryvaten. De 1981 heb ik me aangeschaft via Luc’s Whiskysamples, de 1990 is een sample van Ruben. De flesjes staan al enige tijd stof te vergaren tussen allerlei ander lekkers, hoog tijd dus om de stofdoek boven te halen.

 
Lagavulin 1981/2000 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, Pedro Ximénez cask – Islay
Complexe neus met de herkenbare Lagavulin-elementen mooi verweven met de sherry. De zachte en zoete turf moet z’n best doen om de aandacht te trekken. Een lekkere kruidigheid (gember en kruidnagel), appelsien en zilt zorgen voor heel wat weerwerk. Ook in de mond komt ie me minder agressief en subtieler over dan andere Lagavulins. Turf en rook ja, maar met een zeer aangename toets die het midden houdt tussen bitter en zuur. Wat is de kruising tussen een citroen en een pompelmoes? Wat hout naar het einde, net zoals wat noten. Lange, verwarmende finish op citrus en rook. Zachte en complexe Lagavulin en minder op turf dan ik gewoon ben bij dit ‘merk’. 90/100
 
Lagavulin 1990/2006 ‘Distillers Edition’, 43%, OB, Pedro Ximénez cask – Islay
De neus van de 1990 is zoet (suikerspin), rokerig (kampvuur) en zeer droog. Vrij veel hout. En zoethout, ook hiervan veel. Marsepein heb ik zeker nog, net als chocolade – echt wel veel ‘zoete’ associaties – en een beetje zilt. Niet al te veel fruit in deze, en als er al fruit te detecteren valt, is het citrus. De smaak is romig en zoet. Een stevige portie rook vermengd met wat zilt, espresso en ook hier veel zoethout. Geen al te lange, bitterzoete afdronk. Kruiden en turf maken hier de dienst uit. 87/100
 

In de 1981 speelt de sherry een grotere rol dan in de 1990. Ik weet niet of het dat is, maar ik heb een duidelijke voorkeur voor de 1981.

Littlemill 1990, Malts of Scotland

Littlemill 19y 1990/2010, 54.3%, Malts of Scotland, cask 915, 142 bottles – Lowland
Dit is dan weer een bourbonvat. Maar ook hier tref je een lichte rokerigheid aan. Tussen het fruit en de bloemen door. De neus is erg fris, met bloemen dus, gras, vanille, een beetje hout en fruitassociaties van ananas, kiwi en citroen. En de verrassende zachte rook. Oh ja, deze neus is zalig. Ook op de tong toont ie zich een topper. Dik en romig. Hars, hout en pompelmoes zorgen voor een aangename bitterheid, vanille en praliné counteren met zoets. De lichte rook maakt het af. Lange, kruidige afdronk met hints van peper en nootmuskaat. Littlemill 1990? Ik had me er niet al te veel bij voorgesteld. Heeft deze me effe verrast seg… 90/100
 
Morgen de laatste uit de nieuwe reeks Malts of Scotland, een Clynelish 1982. Iets om naar uit te kijken!

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!

 

Mortlach 17y 1990, Van Wees

Mortlach 17y 1990/2008, 46%, Van Wees, The Ultimate, sherry, cask 5959 – Speyside
Zachte, lichte neus. Beetje zoet, beetje fruit. Abrikoos. Lichte rook ook. Sherry-touch. Allemaal erg licht dus. Niet slecht hoor, maar mist kracht. De smaak is beter (vaker is het omgekeerd), lekkere sherry: droog, wat bittere karamel, beetje rubber. Droge, zacht-bittere afdronk. Aangename whisky, maar ook niet meer dan dat. 78/100

Drie Longmorns, een oude en twee jonkies

Longmorn-Glenlivet 1963/2003, 40% Gordon & MacPhail – Highland
Deze oude Longmorn is nog erg fruitig, het hout heeft ondanks de 40 jarige rijping niet de overhand gekregen. Mooie balans! Aangenaam bitter, lekkere sherry. Smaak mocht iets meer punch (i.e. alcoholpercentage) hebben, maar is nog steeds erg aangenaam. Middellange, droge finish. 87/100
 
Longmorn 14y 1994/2008, 50%, DL Old Malt Cask, 352 bottles – Highland
Neus startte met een lichte off-note. Waspoeder? Krijt, kalk, dat zeker. Dit verdwijnt na een tijdje en maakt plaats voor fruit en graan. Mineralig ook. Vettige smaak (olie) met honing, fruit en kruiden. Zoete, kruidige afdronk. Mooie bitterheid. 81/100
 
Longmorn 1990/2005, 46%, Berry Bros, casks 30111-30112 – Highland
Superneus. Veel fruit, beetje rook, honing, daarna bloemen… zalig. Erg complex. Ook de smaak is lekker. Fruit, karamel, hout… mmm, wordt mij een ietsje te droog, het hout gaat wat overheersen. Spijtig. Bitter-fruitige afdronk. Verliest enkele punten op de smaak, was anders vooraan in de negentig geëindigd. 89/100

Laphroaig 1990, Malts of Scotland

Een andere recente botteling van Malts of Scotland is een Laphroaig 1990. Deze werd gedistilleerd op 18 juni 1990 en vorige maand gebotteld.

 
Laphroaig 19y 1990/2009, 53.2%, Malts of Scotland, cask 6463, 154 bottles – Islay
Mmm, zalige neus! Zachte, zoete en fruitige turf. Ik heb kruisbessen, rijpe sinaas, marsepein, turf, zilt. Een beetje hout. Paraffine? Menthol zeker wel. Gerookt vlees ook. Spek, of eerder een hammetje aan ’t spit. Meer rook in de smaak, assen, wat medicinaal. Punchy! Citrus, zilt, zoethout en peper zorgen voor het nodige tegengewicht. Lange ziltige finish met terugkerende rook. Complexe en perfect gebalanceerde laffie. 90/100

Aberlour 1990, Malts of Scotland

Tweede in de rij is één van de nieuwelingen, een Aberlour van 1990. Ik kon deze reeds proeven op Spirits in the Sky vorige maand en was er behoorlijk door verrast. Een Aberlour 1990 is immers niet direct een whisky die mij doet watertanden. Nochtans…

 
Aberlour 19y 1990/2009, 54.5%, Malts of Scotland, cask 18847, 167 bottles – Speyside

Gedistilleerd 15/10/1990, gebotteld 10/2009. Ik ga er dus maar gemakshalve van uit dat dit een 19 jarige whisky is, alhoewel het in principe ook een 18-jarige kan zijn vermits ik niet weet op welke dag in oktober deze Aberlour op flessen is getrokken. Soit, wat belangrijker is, is dat ik dit lekkere whisky vind. Ik ben absoluut geen sherryhead, zwaar gescherriede whisky laat ik graag aan mij voorbijgaan, maar indien de sherry mooi verweven is met andere smaken, dan is het smullen geblazen. Ook hier dus. Erg aangename, zachte, zoete sherryneus. Karamel, zoethout, pruimencompot annex -taart, kruiden, wood smoke (hebben we daar trouwens geen nederlands woord voor?), bloemen en een lichte waxyness. Compact en complex! Ik moet ook denken aan bolussen. Dat zijn van die koffiekoeken met geconfijt fruit die ik in mijn kindertijd graag at, maar nu gewooon nergens meer tegenkom. Dat geconfijt fruit komt er trouwens hoe langer hoe duidelijker door en zit ook wat in de smaak. Die smaak is vrij stevig, bitterzoet en geeft ook karamel, rozijnen, bosbessen, hout, tabak en kruiden. Droogt een beetje uit, maar dat stoort absoluut niet. Vrij lange, kruidige afdronk. Een onafhankelijke A’bunadh die makkelijk naast de betere OB’s kan gaan staan. 88/100