Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1971’

Longmorn 1971 for Spirito Divino

Vandaag een bijzondere Longmorn. Eéntje die ik twee jaar geleden een eerste keer proefde maar die toen blijkbaar wat aan mij voorbij gegaan was. Enkele weken geleden proefde ik ‘m een tweede keer (Bert Bruyneel had deze mee op een Fulldram tasting) en was danig onder de indruk. Een gunstige wind deed een sample van deze whisky op mijn bureau belanden waardoor ik ‘m nu een derde keer kan proeven. Bedankt voor deze gunstige wind Johan.

 

Longmorn 1971/2009, 57.3%, OB for Spirito DivinoLongmorn 1971/2009, 57.3%, OB for Spirito Divino, 56 bottles
Heerlijke neus met een knappe balans tussen fruitige en kruidige aroma’s. Wat het fruit betreft kan ik onmogelijk volledig zijn, maar ik noteer alvast banaan, citroen, kokos, ananas, mango, papaya, lychee… tropical all right. Vanille, honing en marsepein geven het een zoet kantje. Gember, zoethout, peterselie en salie zorgen voor het kruidig karakter. Het geheel is erg rijk en vol. De geur evolueert naar bostoestanden. Natte bladeren, mos en varens. Maar ook tabaksbladeren. En tevens wat nat hooi (resulterend in een lichte ‘farmy’ toets). Mokka nog. Onderliggend is er ook een bepaalde rokerigheid te ontwaren. Tabaksrook en rook van het hout. Sandalwoodolie (en wierrook). In verhouding tot de leeftijd is de eik behoorlijk getemd, het zorgt voor de nodige (en perfecte hoeveelheid) body en ondersteuning. Schitterende, complexe neus, die prachtig evolueert en waar je eigenlijk een avond zoet mee bent. Maar laat ons toch maar proeven. Zoete en kruidige start met het fruit dat pas in tweede instantie naar voor komt. Ik bedoel losbarst. Man, dit is goed! En knap hoe deze whisky zich op de tong aandient. Zoals vermeld krijg je eerst zoete (kandij, honing, marsepein, sultana rozijnen, gedroogde vijgen) en kruidige (kaneel, peper, kruidnagel, zoethout) elementen gepresenteerd, nadien volgt de hoofdschotel onder de vorm van succulent fruit. We hadden al de gedroogde variant, maar de sappige neemt het heft in handen. Passievrucht, meloen, mango, ananas, meloen, roze pompelmoes, banaan, mandarijn… en ik vergeet er ongetwijfeld nog een tiental. Ook een licht gestoofd kantje (confituur van o.a. sinaas). Fris en complex. Subtiele rook en iets minder subtiele eik. De eik is zeker prominenter aanwezig dan in de geur, zonder dat de balans evenwel verstoord wordt. Gezouten boter merk ik nog op. Erg lange, licht drogende afdronk, waar de balans tussen de eik en de kruiden enerzijds en het (tropisch) fruit helemaal bewaard blijft. Tja, zo goed kan Longmorn dus zijn. Amper 56 flessen? Schokkerend. 93/100

Advertenties

Brora 29y 1971/2001 Old Malt Cask

Compenseren dus. En wel met één van de beste Brora’s die ik dronk, en dat zijn er ondertussen toch al wel enkele. Bij mijn weten bestaan er drie 1971’ers die op 29-jarige leeftijd onder het Old Malt Cask label gebotteld zijn: twee bourbonvaten gebotteld in 2000, één op 210 en één op 274 flessen, en één sherryvat gebotteld in 2001 op 258 flessen. Na de twee bourbonvaten proef ik nu dus het sherryvat, een sample van bij The Duch Connection op Spirits in the Sky begin vorige maand.

 

Brora 29y 1971/2001, 50%, DL Old Malt Cask, sherry cask, 258 bottles
Muahaha, dit vind ik goed zie! Ronduit sublieme neus, typisch Brora 1971 (anders dan 1972, niet zo ‘farmy’, meer ‘coastal’ en cleaner), aangevuld met het beste wat een sherryvat aan een whisky kan toevoegen. Ik denk in de eerste plaats aan vers fruit (sinaas, ananas, roze pompelmoes), maar ook aan noten en gedroogd fruit. Zachte rook van een kampvuur, vermengd met zeelucht en nat hooi (een beetje farmy, toch wel). Prachtige aanzet op de smaak, stevig, droog, zilt, zoet en kruidig. Zoute drop, zachte karamel, kandijsuiker, peper, gekonfijte gember, sinaas, roze pompelmoes, rook (ook hier niet zo zeer turfrook, eerder van een houtvuur), lapsang souchong, gerookte heilbot,… let op de puntjes. Complex, met een perfecte balans. Genieten in overdrive. Erg lange afdronk, fruitig, kruidig en zilt. Voor mij nog beter dan de twee andere 1971’ers die onder het Old Malt Cask label gebotteld werden. De rest van de fles was spijtig genoeg al door één of andere onverlaat voor m’n neus weggegraaid. 94/100

Clynelish 1971 en T-Bone Burnett

Gisteren De Kleine Prins aan het werk gezien in Gent, een dijk van een concert. Ik ben absoluut geen fan van de muziek van Prince, maar wat een performer en wat een muzikant ook. Behoorlijk indrukwekkend feestje. Deze avond echter wentel ik me in subtiliteit en elegantie. Subtiliteit? Elegantie? Dan hebben we het toch wel over Clynelish zeker? Oké, oké, ik had ook een andere whisky kunnen nemen, maar ik heb nu eenmaal een zwak voor Clynelish, de keuze was dus evidenter dan het misschien lijkt. Clynelish en zeker oude Clynelish is zelden scherp of hoekig, integendeel, de combinatie van fruit, (bijen)was en romige zoete toetsen maakt het juist een erg toegankelijk profiel. Zacht, smeuïg, elegant, dit profiel moet het minder hebben van explosiviteit en kracht, maar meer van zijdezachte en gebalanceerde tonen. Subtiel en elegant dus, net als de muziek van T-Bone Burnett.

T-Bone Burnett, geboren in St. Louis als Joseph Henry Burnett, is een Amerikaans singer-songwriter en gitarist (er zijn trouwens maar weinig foto’s te vinden waar hij niet met z’n gitaar poseert), maar hij is waarschijnlijk bekender als producer, producer van albums en soundtracks. Artiesten die op hem een beroep deden zijn o.a. Elvis Costello, Los Lobos, Counting Crows, Natalie Merchant en Robert Plant. Qua films zorgde hij voor de geniale soundtracks van o.a. O Brother, Where Art Thou? (Grammy), Walk the Line en The Big Lebowsky. Hij won ook een Oscar voor beste song, The Weary Kind uit Crazy Heart.

Burnett speelde eerst in enkele bands, o.a. in The Alpha Band, dat hij oprichtte samen met David Mansfield en Steven Soles, die hun sporen verdiend hadden bij Bob Dylan. Vanaf 1980 ging hij solo. Zijn albums kregen altijd erg lovende kritieken maar verkochtten voor geen meter, zeker in Europa niet. Ontdekken deed ik hem via Humans From Earth, een song uit de film Until the End of the World van Wim Wenders (ook een geweldige soundtrack trouwens). En de bovenvermelde films maakte me natuurlijk nog meer fan. Ik luister momenteel naar The True False Identity, een plaat uit 2006. Song als Earlier Baghdad (The Bounce) en There Would be Hell to Pay zijn echt parels. Subtiel en elegant, wel ja, het zijn eigenschappen die perfect toepasbaar zijn op deze muziek.

 

Ik drink bij dit album een subtiele en elegante Clynelish 1971 van Jack Wieber. Let op, dit vatnummer staat tweemaal vermeld in de Malt Maniacs Monitor, éénmaal onder het Premier Malts label en éénmaal onder het Auld Distillers label, mèt een ander alcoholpercentage.

 

Clynelish 32y 1971/2003, 54.2%, JWWW Premier Malts, cask 2704
Oké, even de neus in het glas steken maakt duidelijk dat dit weer een topper wordt. Een enorme fruitigheid (peer en veel tropische soorten à la mango, ananas, meloen en papaya), honing, bijenwas, zoethout, een klein beetje zilt, meer bloesems en heel lichte turf. Elegant, subtiel, complex en perfect gebalanceerd. De smaak ligt mooi in het verlengde van de neus. Sappig fruit (veel perzik hier), turf, zilt, bijenwas, pollen, honing (oké, bijenkorf – niet dat ik weet hoe bijenkorf smaakt, maar alla), noten, … van alles een beetje en niets dat de rest verdrukt. Lange, licht bittere afdronk op eik, pompelmoes en turf. Heerlijk. Man, wat hou ik van dit profiel! En van T-Bone Burnett. 92/100

Bowmore 18y 1971, Sestante

De volgende ‘feest’ sample is een Bowmore 1971 van Sestante. Er is heel wat Bowmore 1971 gebotteld voor Sestante (meestal door Gordon & MacPhail), van midden tot eind jaren tachtig. Sommige op drinksterkte, andere op vatsterkte. Ik proef vandaag één van de vele 18-jarigen, deze op 57.3%.

 

Bowmore 18y 1971, 57.3%, G&M for Sestante
Ja ja, tropisch fruit op een bedje zachte turf… I like. Passievrucht, mango, banaan. Wat hout en de bijhorende kruiden erdoorheen. Jodium ook en zilt, het coastal karakter van Bowmore dus. Voor z’n alcoholpercentage vlot drinkbaar, niet geweldig complex maar wel geweldig lekker. De zachte zoete turf, het fruit (minder dan op de neus), de kruiden, het zilt, het zilt, ik heb het ook hier. Fruitige en zoete afdronk met de zachte turf die lang blijft hangen. Een beauty! 92/100

Glendronach 1971, oloroso cask #489 & Cask in a Van

Met een dagje vertraging (ik had gisteren wel wat beters te doen – en dat is een stevig understatement, maar daarover later meer) de laatste Glendronach single cask. De 1971 proefde ik naast de 1972. Spijtig genoeg versterkte deze setting alleen maar de 1972 en bleek dat – voor mijn smaak – de 1971 niet in z’n buurt komt. Ik sluit het hoofdstukje Glendronach af met de Cask in a Van editie 2010.

 

Glendronach 39y 1971/2010, 48,8%, OB, oloroso cask #489, 541 bts.
Veel minder fruit op de neus dan bij de 1972. Wat geconfijt fruit wel, naast rozijnen, noten, kandijsuiker, zoethout en veel ‘bos’. Nat hout, varens, bosbessen, mos, rottende bladeren, een kampvuur in de verte. Aangename neus, maar heel wat minder overrompelend dan deze van de 1972. In de mond is hij stevig, dik en mondvullend. Hier moet hij het vooral hebben van kruiden (zoethout, anijs, nootmuskaat), noten, donkere chocolade, gedroogde abrikoos en sinaas. Hout. Er komen meer en meer tannines door. Druivenpitten, rauwe kastanjes… Lange, drogende afdronk met wat sinaas maar toch vooral het bittere dat domineert. Lekkere whisky hoor, maar merkelijk minder dan de 1972 en met 370 euro gewoon veel te duur. 85/100
 
Glendronach 8y 2002/2010, 58%, OB, bourbon cask #4521, virgin oak finish, 312 bts.
Serieus wat ‘cask’ in m’n glas – zwarte partikeltjes dwarrelen rond, hopelijk niet te veel ‘van’. Deze zou gefinished zijn op ‘virgin oak’, nieuwe eiken vaten dus. Wel, dit is onmogelijk als typisch Glendronach te bestempelen, daarvoor zijn we immers iets te weinig vertrouwd met Glendronach op bourbonvat. Zachte neus op vanille, kruisbessen, vernis, hout en onrijpe banaan. Hij wordt hoe langer hoe zoeter. Kandij. Bruine suiker. Bijlange niet slecht. De smaak is vrij alcoholisch en start zoet. Kandijsuiker, vanille, crème brûlée… Dan hout en de bijhorende kruiden, ik denk o.a. aan nootmuskaat en witte peper. Met wat water krijgt de neus een floraal kantje en wordt de kruidigheid op de smaak versterkt. Op de neus vind ik ‘m evenwel beter. Middellange, zoete en kruidige afdronk. Niet slecht maar ook niet echt bijzonder. 78/100
 

Conclusie van dit rondje Glendronach: de 1972 is overduidelijk de winnaar, net zoals vorig jaar leveren ze met deze vintage hun masterpiece af. Maar met z’n 350 euro en 100 euro voor de 1989 is deze laatste voor mij echter de beste koop.

 

Dead Whisky Society

Donderdag zette Serge Valentin twee Banff’s in de kijker met de boodschap aan zijn whisky-minnende medeburgers om naast de Port Ellens en Brora’s ook eens wat aandacht te besteden aan enkele andere, veel minder bekende distilleerderijen die in 1983 de deuren dienden te sluiten. Zeker nu deze hoe langer hoe zeldzamer worden, wacht je best niet veel langer om één van deze whisky’s aan te schaffen. Ik volg Serge in z’n keuze voor Banff, maar dan met een andere, ééntje van de Dead Whisky Society.

De wat? De Dead Whisky Society is inderdaad een vrij onbekende Schotse bottelaar. Jim Milne, die z’n sporen verdiende in de blendingindustrie – o.a. bij Chivas en met de blend ‘Royal Silk’ – is er de drijvende kracht achter. Zoals de naam doet vermoeden, legt het zich toe op het bottelen van vergane gloriën, whisky’s van gesloten distilleerderijen.
Hun eerste botteling was een Dallas Dhu van 1975. Deze werd eind 2005 als een soort van trial exclusief verkocht via Dubai Duty Free, na London Heathrow de grootste duty free in de wereld. Deze trial bleek erg succesvol te zijn, de 200 geleverde flessen waren in een mum van tijd de deur uit. Er werd dan ook beslist het initiatief verder te zetten, meer whisky’s te bottelen en deze ook via andere kanalen te verkopen. Desondanks ben ik er nog niet veel tegengekomen. Wel dronk ik ten huize Bill & Maggie Miller van de Scotch Single Malt Circle, na ons bezoekje aan Mara, een Banff 1971. We waren daar behoorlijk van onder de indruk, in die mate zelfs dat Luc meteen een tweetal dozen bestelde (ja, sommigen kopen per doos). Ik heb ondertussen ook een fles staan, die vandaag gekraakt wordt.

De Society stelt zich tot doel whisky’s te bottelen die een eerbetoon voor de betreffende distilleerderij zijn. Hun Banff maakt deze belofte in ieder geval meer dan waar. Banff was operationeel van 1825 tot 1983. In 1985 werd de distilleerderij afgebroken.

 
Banff 37y 1971/2008, 53.3%, Dead Whisky Society, cask 633, 565 bts
De neus start moeizaam, met tonen van lijm, vernis en thinner. Niet wat je meteen een superneus zou noemen. Maar dan komt er wat zoets door en maltig hout. Vanille… en dan begint het. Fruit, van een beetje fruit naar meer, van meer naar veel. Kruisbessen, roze pompelmoes, kiwi en nog een hoop ander soorten. Daarna krijg ik boenwas, acaciahoning en mosterd. Dan volgen zilverpoets en natte steen… man, deze whisky evolueert echt heel mooi. En ja, hij heeft tijd nodig, hij gaat van gewoon lekker naar geweldig lekker. De smaak doet niet onder, ook hier heb je trouwens die prachtige evolutie. Zacht, romig (boter) en erg geconcentreerd (‘dik’), eerst op de lijm – wat in deze Banff een pak aangenamer is dan het klinkt – en dan op vanille en citrus (sinaasschil, pompelmoes), dan kiwi, daarna hout en kruiden. De mosterd duikt opnieuw op en wordt vergezeld van wat peper. Koriander? Erg lange en complexe afdronk op (o.a.) citrus en kruiden. Heerlijke old-school malt! Pas op, dit is geen gemakkelijke whisky, je moet moeite doen om hem in z’n volle glorie te kunnen ervaren en hem vooral tijd geven, anders gaat hij aan je voorbij. En dat is echt wel zonde. 93/100
 

Ik zal niet gauw een koopadvies geven (dat moet je zelf maar uitmaken), maar voor deze maak ik graag een uitzondering. Dit is een unieke gelegenheid om een unieke whisky te kopen. Banff van dit niveau zal je in de toekomst nog moeilijk vinden, en al helemaal niet voor minder dan 200 euro. Luc Timmermans heeft nog enkele flessen staan. Twijfel? Bestel dan eerst een sample, je zal het je niet beklagen.

Teaninich 1971, Samaroli

Teaninich 1971, 45%, Samaroli ‘Expression’, 2006, cask 3574 – Highland
Aangename, zachte neus met veel fruit en bloesems. Peer, appel, perzik, Europees fruit dus. Planten, gras. Ook de smaak is fruitig, met zoete vanilletoetsen, kruiden en een beetje hout erdoorheen. De finish is kruidig en licht drogend. Kaarterswhisky, zo’n fles is leeg voor je het merkt. 83/100