Spring naar inhoud

Posts tagged ‘1969’

Glenrothes 40y 1969, Duncan Taylor for Germany

De combinatie Glenrothes – 1969 heeft me nog nooit ontgoocheld. Integendeel, het was telkens smullen geblazen. Maar deze van Duncan Taylor voor de Duitse markt spant toch wel de kroon.

 

Glenrothes 40y 1969/2010, 45.5%, Duncan Taylor, Rare Auld for Germany, cask 12884, 101 bottles
Wow, wat ruikt dit heerlijk. Dit is rijk, aromatisch en smeuïg. Ik noteer bijenwas, honing, vanille, veel fruit (zoals perzik, ananas, banaan, meloen en kokos), zachte kruiden (kaneel, gekonfijte gember, peperkoek), oud leder, mos, varens, oude meubels… Zachte rook van het hout. Of is het tabaksrook? Geroosterde en gekarameliseerde noten. Ondersteunende, sappige eik. Ik noteer dus heel veel. Erg complex en expressief. Gewoonweg heerlijk. Op de tong is deze Glenrothes zijdezacht en boterig. En nog even fruitig en zoet als op de neus. Honing, vanille, ananas, kokos, perzik, sappige appels, lychee… dat alles vermengd met kruiden, eik, noten, leder, tabak en opnieuw het mos en de varens (en aarde). Alles perfect gebalanceerd en verweven. Lange afdronk die even rijk en romig blijft als de rest, met een subtiele rokerigheid als extraatje. Sublieme whisky, van het beste wat de jongste jaren gebotteld is. 93/100

Advertenties

Glenrothes 1969/2010, MacPhail’s Collection

1969 lijkt me hét topjaar van Glenrothes te zijn. Maar het kan ook zijn dat ik andere jaargangen nog niet voldoende geëxploreerd heb.

 

Glenrothes 1969/2010, 43%, G&M MacPhail’s CollectionGlenrothes 1969/2010, 43%, G&M, MacPhail’s Collection, sherry cask
Zachte, zoete sherry op tonen van geboende meubels, oud leder, gekonfijt fruit, appelsienen, nougat, melkchocolade, praliné, zachte karamel en marsepein. Best wat zoete associaties dus. Mooie tonen van tabak en rook van het hout. Na enige tijd doemen er ook woudvruchten op. Bramen en bosbessen. Zo goed als geen kruiden, wat ik op de smaak wel heb. Nootmuskaat, zoethout en peper. Ook de eik is prominenter aanwezig. Maar ook hier strijden vooral de zoete en fruitige elementen om de aandacht. Karamel, chocolade, praliné. Frambozen, confituur van bramen, siroop van peren en appels. De tabak wil van geen wijken weten. Zacht, boterig mondgevoel, naar het einde toe licht drogend. Middellange, verwarmende en niet al te complexe afdronk. Vooral de neus is geweldig. Glenrothes 1969, dat liegt nooit. 90/100

Balblair 1969, G&M Rare Vintage

Vandaag een Balblair uit de Rare Vintage reeks van Gordon & MacPhail. Voor Balblair zou 1969 dus een zeldzaam jaar moeten zijn.

 

Balblair 1969/2008, 43%, G&M Rare VintageBalblair 1969/2008, 43%, G&M Rare Vintage
Mooie, ronde, zoete neus. Vanille, nougat, marsepein, cake… frangipane. Heide en hooi, en ook een hint van leder. Best wat kruiden (kaneel en nootmuskaat) en eik, die voor de nodige body zorgen. Niet zo veel fruit, buiten kruisbessen en meloen. Rook van het hout. Op de smaak meer eik dan in de geur, maar het geheel blijft gebalanceerd. De vanille, de cake, de kruisbessen en het leder zorgen voor het nodige tegengewicht. Middellange afdronk die de balans mooi doortrekt. Had dit iets complexer verwacht, maar dat hoeft geen minpunt te zijn. Lekkere drink-away whisky. 85/100

Karuizawa 1969

Ik beëindig het rijtje Karuizawa met een 1969, ook voor La Maison du Whisky. Dit is in tegenstelling tot de andere een bourbonvat. Is de oudste de beste? Dan moet deze toch écht wel de pannen van het dak spelen.

 

Karuizawa 42 YO 1969/2012, 61.3%, OB for La Maison du Whisky, bourbon cask #8183Karuizawa 42y 1969/2012, 61.3%, OB for La Maison du Whisky, bourbon cask #8183
Jawadde, die neus moet niet veel onder doen voor deze van de 1972. Wat een power seg! En dat is 42 jaar oude whisky… Grootse eik, wel vrij drogend. Veel gedroogde vruchten zoals vijgen, dadels en rozijnen. En ook wat honing. Oud leder. Oud geboend leder. De rokerigheid hier is deze van een kampvuur. In het bos, want je ruikt ook de bladeren, de takken en het mos. Gerookte hesp ook wel (met een honingsausje). Een hesp boven dat kampvuur beter gezegd. Kruiden ook, en die kruidigheid groeit. Zoethout, munt, kaneel en gember. Ondanks dat hij best droog is, toch weer zalig om ruiken. De smaak is net zoals bij de andere zéér krachtig. Mondvullend is een eufemisme. Dezelfde soort rokerigheid als op de neus, veel kruiden (zie neus + peper) en veel eik. Hier gaat het droge karakter toch wat storen, meer dan op de neus. Wordt wel beter met wat lucht te happen. Dan komen er zoetere elementen bij, zoals cake en gekonfijt fruit (de geweldige bolus), en honing. Zachte karamel ook. Net als de rozijnen en pruimencompot. Tabaksdoosje. Maar de eik, de kruiden en erg sterke thee (Darjeeling?) verstoren de balans wel wat. Lange, verwarmende en drogende afdronk. Het geheel blijft toch droger dan bij z’n twee voorgangers (eerder in lijn met de 1984), wat ‘m net iets minder geweldig maakt. 91/100

De winnaar is voor mij dus de 1983, op de voet gevolgd door de 1972. Prijs/kwaliteit is dat dus met stip de 1983. Nu ja, ook daar betaal je op veilingen al meer dan 400 euro voor. Cult, ik zei het al. Maar niet geheel onterecht. Het zijn dan wel geen (door)drinkwhisky’s, daarvoor hebben ze een tè uitgesproken profiel, maar een aantal ervan zijn pure genietwhisky’s. 2 cl voor een ganse avond entertainment.

Glenrothes 1969, Duncan Taylor Lonach

Ik heb al een aantal geweldig lekkere Glenrothes 1969 geproefd, maar op een botteling van Scotch Malt Whisky Society twee en een half jaar geleden na, heb ik er hier nog geen besproken. Deze botteling van Duncan Taylor onder hun Lonach label (vattings van enkele vaten waaronder ook sommige met een alcoholpercentage onder 40%) komt hier dan ook als geroepen.

 

Glenrothes 39y 1969/2008, 42.7%, Duncan Taylor, Lonach
Zalige neus. O ja. Erg fruitig, erg aromatisch. Rijpe sinaas, ananas, banaan, mango, rijpe kruisbessen, lychee… tropical! Een beetje eik, maar dan ook maar een beetje. Best wat vanille, geboend leder en zachte kruiden (kaneel, gember). Zacht, romig op de tong en zowel fruitig als kruidig, maar het fruit wint het op de duur wel. Sinaas en ananas vallen op. Qua kruiden noteer ik kaneel en nootmuskaat. Vanille. Eik ja, maar ook hier op de achtergrond, net zoals een hint van rook (van het hout). Iets licht floraals. Niet erg complex maar o zo drinkbaar. Middellange afdronk op het fruit en de kruiden van de smaak en hoegenaamd geen eik. Op de smaak en in de afdronk mist hij wel de puch die sommige bottelingen onder hun Rare Auld of Peerless labels wel hebben, maar dit speelt in de zelfde topklasse. 91/100

Caperdonich 1969, The Cross Hill

Oude Caperdonich, altijd iets om naar uit te kijken. We weten ondertussen hoe fenomenaal goed Caperdonich 1972 kan zijn (voor mij nog altijd het beste wat de laatste paar jaar op de markt is gekomen), maar er zijn natuurlijk ook andere vintages door allerlei bottelaars uitgebracht. Telkens een ander profiel dan dat beroemde 1972 profiel, maar meestal ook erg lekker. Vandaag een 1969 uit de stal van Jack Wieber.

 

Caperdonich 1969/2010, 46.4%, The Cross Hill, Jack Wiebers Whisky World, 147 bottles
De neus start alvast fantastisch, op smeuïg zoet fruit. Ananas, sappige rode appels, mandarijn, meloen en mango. Vooral dat tropisch fruit springt er uit. Vanille. Niet al te veel hout, wel een zalige florale toets. Gedroogde bloemen en gesuikerde kamillethee. Een beetje gras ook. Heerlijke aromatische neus. De smaak is licht en erg zacht. Misschien zelfs iets té zacht. Fruitig, floraal en zoet, in lijn met de neus dus. Koude infusiethee, zachte karamel, munt, ananas, limoen, mandarijn… Misschien wat meer hout dan op de neus, maar dat is niet echt abnormaal bij veertig jaar oude whisky. De eik houdt zich echter redelijk gedeisd, het is pas in de afdronk dat het droger wordt. Alhoewel het fruitige en florale karakter niet helemaal moet wijken. Niet erg complex, wel zalige sloeberwhisky. Vooral de neus is top, met een iets krachtigere smaak en iets minder droge afdronk zou hij nog hoger scoren. 90/100

Tomintoul 42y 1969, Archives

De laatste botteling uit de nieuwe Archives release (dat was dus reeds de derde) die ik bespreek, is meteen de oudste, een Tomintoul 1969. Aan 160 euro is dit toch wel zeer scherp geprijsd, dit is immers 42 jaar oude whisky.

 

Tomintoul 42y 1969/2012, 42.4%, Archives, Whiskybase, bourbon cask #4266, 60 bottles
Lichte maar erg lekkere neus, fruitig en zoet met daartussen wat florale tonen. Qua fruit denk ik aan ananas, zoete appels en meloen. Voor het zoets zorgen honing en vanille. Het florale wordt bepaald door weide en z’n bloemen (boterbloemen, klaver…). Een klein beetje aarde. Delicaat en fragiel. Ook de smaak is dat: licht, zacht, op fruit (zie neus, dus wat neigend naar het tropische), vanille en dat florale. Hier is dat gedroogd gras. Misschien nog een extra kruidigheid (kaneel?), maar ook dat is van het schuchtere type. Eik? Ja, maar matig, het is vooral het hooi dat naar het eind gaat domineren. De afdronk is eerder kort en droog. Helemaal geen complexe whisky, erg licht, te weinig body en diepte om hoger te scoren. Maar wel zeer aangenaam om drinken. Typisch profiel van wat men een kaarterswhisky placht te noemen, lekker en vlot binnen-kappend. 87/100

Tomintoul 43y 1969, The Whiskyman

Bottelingen van The Whiskyman, daar kijk ik telkens weer naar uit zie… Vanaf vandaag ligt er een nieuwe in de winkel, een Tomintoul 1969, die Rolling-Stones-gewijze de naam Honky Tonk Whisky meekreeg.

 

Tomintoul 43y 1969/2012 ‘Honky Tonk Whisky’, 44.1%, The Whiskyman, 138 bottles
Mmm, wat een elegante neus! Subtiel, delicaat, fragiel, gelaagd, complex, het zijn maar enkele kernwoorden die in me opkomen na een paar keer m’n neus in het glas gestoken te hebben. Ik heb niet veel zin om daar veel aan toe te voegen en gewoon te genieten. Maar ik forceer me tot: gestoofd fruit (confituren), mandarijn, honing, rijpe ananas, oude witte wijn (Condrieu, ah!), gesuikerde kruidenthees, natte aarde, bijenwas… gedragen door sappige eik. Wha, zelfs wat passievrucht. Ronduit prachtig. Fluweelzachte smaak, boterig gevoel. Enorm fruitig en waxy. Sinaasconfituur, banaan (net nog groen genoeg), pruimen, ananas, honing, vanille, cake, kaneel, zoethout, enzoverder. En ook hier de juiste hoeveelheid eik ter ondersteuning (voor het creëren van ‘body’). De balans is perfect. Behoorlijk lange afdronk, kruidig en zoet. Erg complex en geweldig elegant. Klassewhisky! 91/100

Longmorn 23y 1969, G&M Cask

Bert Bruyneel bottelt niet alleen lekkere dingen, hij heeft daarnaast ook nog heel wat lekkers staan. Zo ook deze Longmorn 1969 van Gordon & MacPhail. 1969 is hét topjaar voor Longmorn en G&M heeft er heel wat gebotteld. Bedankt Bert!

 

Longmorn 23y 1969/1993, 61.2%, G&M Cask, cask 3721 & 5297
Complexe, volle en ‘diepe’ neus. Met diep bedoel ik dat je vele lagen hebt, geuren die niet zo zeer naast elkaar (en tegelijk) maar onder of achter elkaar naar boven komen. Een whisky om bijna letterlijk in te graven. De start is alvast zoet. Fudge, honing en praliné. Dat zoete krijgt daarna een fruitige toets. Gedroogde abrikozen en ananas. Dan volle eik en kruiden, die het geheel dragen. Daarna was. En niet een beetje… dit is de heerlijkste bijenwas met associaties van geboende meubelen en dito leder. Een vage rokerigheid ook. Alles erg krachtig natuurlijk, maar absoluut geen behoefte om water toe te voegen, deze neus is perfect zo. Zelfs op de smaak is water niet echt nodig. Je proeft weinig alcohol, de smaken barsten meteen open op je tong. Vooral het fruit dan. Nog meer tropisch fruit dan op de neus. De ananas, maar ook meloen, passievrucht, papaya, you name it. Mandarijnen ook. Praliné opnieuw. De eik en de bijhorende kruiden geven stevigheid, het fruit en de bijenwas elegantie, en ronden alle scherpe kantjes af. Lange afdronk, eerder droog maar met het tropische fruit dat lang blijft hangen. Misschien niet de beste Longmorn 1969 die ik al proefde (dat is een andere uit dezelfde reeks), maar veel scheelt het niet. Wat kan Longmorn 1969 toch lekker zijn. 93/100

Weedram Masters – Het tweede paar

Voor het tweede koppel zorgde Longmorn (eigenlijk Bert, maar soit): de standaard 16y zij aan zij met een vrij legendarische 1969/1991 van Gordon & MacPhail, waarvan er trouwens twee versies bestaan. Wij kregen de G&M Cask white label ingeschonken, er bestaat ook een G&M for Intertrade (Highlander Label, Turatello). Verschillende bottelingen, dezelfde whisky. Reken op 300, 350 euro op veilingen of bij verzamelaars.

 
Longmorn 16y, 48%, OB 2011
Deze besprak ik eerder al, ik ga er van uit dat dit dezelfde batch is. Frisse, fruitige whisky, niet echt complex maar foutloos.
 
 

Longmorn 22y 1969/1991, 61%, G&M Cask, White Label
Yééhaa, dit noemt men een stevige neus. Punchy! Alcoholisch, ja, maar de schitterende sherry laat zich meteen kennen. Veel rood fruit, noten, kruiden, koffie en tabak. Dat fruit krijgt op de duur zelfs een tropisch karakter. Iets zalig zurigs zit er ook in, iets wat ik niet onmiddellijk kan thuisbrengen. Limoen, dat in ieder geval wel. Pollen en bijenwas. Zachte rook. Die rokerigheid wordt nog versterkt met wat water toe te voegen. Alhoewel water, ondanks het alcoholpercentage niet noodzakelijk is. Deze whisky is inderdaad perfect drinkbaar op 61%. Krachtig, dat spreekt. Mondvullend, brandend. Opnieuw veel fruit: roze pompelmoes, sinaas, frambozen, perzik, meloen. Noten, karamel, espresso, eik. Een afdronk op het fruit van de smaak, peper, vanille en eik, blijft lang hangen. Best veel eik in deze Longmorn, maar op geen enkel moment storend, de andere smaken krijgen vrij spel. Een dijk van een whisky. 93/100
 

Blij deze eens geproefd te hebben, stond al lang op m’n verlanglijstje. I get the fuss…

Springbank 1969/1995 Signatory

Springbank uit de jaren zestig… we weten dat dat wreed lekker kan zijn. Hoog tijd dus om dat nog eens onder mijn neus en aan mijn lippen te zetten.

 

Springbank 1969/1995, 51.7%, Signatory dumpy, 790 bottles
Ja ja, dit is wat men lekkere whisky noemt. Waxy sherry! De geur van boenwas en antieke meubels vermengd met noten, rood fruit (gestoofd rood fruit), braambessen, tabak en lichte farmy notes. Mosterd in de verte. Duidelijker waar te nemen is marsepein. Eucalyptus ook. Njummie! Deze Springbank voelt erg dik aan, stroperig bijna. Ik heb lichte turf, mandarijn en sinaasconfituur met de sherry die meer en meer naar voor treedt. Chocolade, rozijnen op rum, koffie, eik, wat zilt, peper en hars. Mooie bitterheid. Lange, bitterzoete afdronk op dadels en peper. Erg lekkere oude Springbank. 90/100

Longmorn 1969, G&M for LMDW

Als je van fruitige whisky houdt, zal ook oude Longmorn je zelden teleurstellen. En gelukkig verschijnen er hier vaak onafhankelijke bottelingen van. Longmorn is trouwens één van de weinige distilleerderijen die doorheen z’n geschiedenis de productie nooit heeft moeten stilleggen.
Vandaag proefde ik twee Longmorns van de jaren zestig zij aan zij, beide gebotteld door Gordon & MacPhail. Hieronder lees je mijn bevindingen van de eerste, morgen van de tweede.

 

Longmorn 1969/2008, 50%, G&M for La Maison du Whisky, cask 5295
Zeer fruitige neus, amai. Ik heb zowel heel wat tropische varianten als citrus. Moet ik ze allemaal opsommen? Onmogelijk, maar een poging is: passievrucht, meloen, papaya, ananas, roze pompelmoes, mandarijn, limoen… niet meer dan een poging dus. De neus is daarnaast ook een beetje floraal, biedt vanille en de geur van sommige kruidentheeën (welke? maakt het echt uit?). Het fruit zit ook prominent op de smaak, maar wordt hier vergezeld van heel wat meer hout dan op de neus het geval was. Ook meer kruiden, wat niet onlogisch is. Het maakt het geheel prikkelend en levendig. Het fruit blijft vooral tropisch, minder citrus echter. De finish is lang en fruitig, het fruit wint het hier duidelijk van het hout en de kruiden. Zalige oude Longmorn. 91/100

Glenrothes 29y 1969, SMWS

Terug van een onvergetelijk tripje naar de imposante whiskykelder van Mara (Limburg, Duitsland), schrijf ik vandaag mijn notes uit van een zalige Glenrothes die ik enkele weken geleden proefde.

 
Glenrothes 29y 1969/1999, 49.8%, SMWS 30.26 – Speyside
Dit is een erg lekkere en complexe Glenrothes. Heel fruitige neus met waxy en kruidige toetsen erdoorheen. Honing. Ook in de smaak mooie verwevenheid van fruit (peer vooral) en kruiden. Gember? Peper sowieso. Aangename bitterheid. Lange, droge afdronk met lichte fruittoetsen. Veruit mijn beste Glenrothes tot op heden. 90/100

Bezoekje aan BB

Zoals vorig weekend al aangehaald, ben ik vrijdag tot in het verre Ingooigem gebold. Naast die zalige Goldlys (het wringt nog altijd een beetje moet ik zeggen) schotelde Bert Bruyneel me nog heel wat lekkers voor. Hieronder een ‘korte’ impressie.

 

Beginnen deden we met de Glen Garioch 8y, 40%, OB 2008. Geen grootse whisky, verre van, maar goed om het pallet scherp te stellen. Jong, licht, wat grassig, lichte rook, beetje fruit en geroosterde granen. 75/100

Dan vroeg Bert me of ik op het Wild West Whisky Fest vorig jaar het ‘experiment’ gedaan had. Dit is vier maal dezelfde whisky (een Imperial uit hetzelfde vat), zowel gekleurd als niet gekleurd, chillfiltered als unchillfiltered. Vermits ik moest toegeven dat ik daar niet toe gekomen was, kreeg ik hier een herkansing: vier versies in evenveel blauwe glaasjes zodat ik zelfs niet op de kleur kon afgaan. Moeilijk seg! Ik dacht dat 1 & 3 gekleurd waren, bleek 1 & 4 te zijn, de chillfiltered en unchillfiltered kon ik pas aanwijzen na een hint van Bert. Die hint bestond erin dat je gehemelte bij de koud-gefilterde versies na wat walsen droger achterblijft. Mijn voorkeur ging duidelijk uit naar de eerste, wat de bijgekleurde unchillfiltered versie bleek te zijn. Dezelfde voorkeur als die van Bert en de andere Maniacs die dit experiment gedaan hebben. Toch een beetje verrassend dat de gekleurde de algemene voorkeur wegdroeg.

Na dit boeiend en leerrijk experiment dronken we de Goldlys 1994 ‘Limousin Cask’, die dus écht wel bangelijk lekker is. Hij werd vergezeld door een minstens even grote stunner, de Amrut for Crombé.

Dan volgde een ‘sulfer’ debat aan de hand van de Glendronach 15y, de Glendronach 18y en de Glenglassaugh 20y 1986/2006, 51.3%, bottled for Falster, Denmark (Kreativ Whisky Fallstaff Festival), 06/08048. In beide Glendronachs had ik indertijd al sulfer gedetecteerd, vooral op de neus. Bert’s priemende “Ha, nog zo’n geval” deed me even slikken, maar ook tijdens deze herkansing had ik de sulfer. Bij de 15y is dat subtiel en best doenbaar, bij de 18y is het dominanter. Bert probeerde m’n mening te doen herzien door de Glenglassaugh voor Falster voor m’n neus te zetten met de melding “dit is sulfer”. En ja, dit ís sulfer, zware sulfer, een pak zwaarder dan in de Glendronachs (zeker op de tong), maar dit neemt niet weg dat die twee Glendronachs voor mij sulfer hebben. Niet zo voor Bert en voor nog heel wat anderen blijkbaar, als ik zo de tasting notes links en rechts lees. Soit, de Glendronachs zijn drinkbaar, wat over de Glenglassaugh niet gezegd kan worden. Buiten de waanzinnige sulfer had ik ook associaties van bitter witloof. Zal wel aan mij liggen.

Het werd tijd om aan het deftige werk te beginnen. De Strathisla 50y 1957/2007, 43%, Gordon & MacPhail kan best als ‘deftig’ door het leven gaan. Ik heb er nog verbazend veel over genoteerd, wat naarmate de avond vorderde hoe langer hoe minder het geval was. De neus vertoont mooie, zachte sherry. Zacht in de zin van achterliggend, met veel fruit (sinaas, dadels, vijgen, pruimen), bramenconfituur, maar ook bijenwas, munt, hout en een beetje rook. De smaak is dik, boterig en stroperig. Ik had kruiden, hout, gestoofd fruit, rozijnen, karamel, pruimtabak, alles mooi in balans. Subtiel en toch krachtig. Lange, fruitige en licht drogende finish. Smeuïge Strathisla, en weer eens een bewijs van de kracht van Strathisla, nl. vaak nog erg lekker op hoge leeftijd. 88/100

Dan passeerde twee Springbanks de revue, twee top Springbanks. De eerste was de Springbank 35y 1971/2007, 59%, The Whisky Fair, sherry wood, 239 bottles, een whisky die ik al eerder proefde. Laat ons zeggen dat ik het niet erg vond ‘m nog eens te kunnen proeven, wat een zalige whisky! De tweede was de Springbank 34y 1969/2003, 56.7%, Signatory, cask 266. Ook niet slecht, maar toch niet van het niveau van de TWF. Op de neus is ie waxy en spicy, met een lichte farmy touch. Wat honing en hout erdoorheen. Op de smaak diezelfde waxyness en kruiden, maar wordt na enige tijd wel erg droog. Lange, bitterzoete afdronk. 87/100

De Caol Ila 26y 1975/2001, 56.1%, Signatory, cask 459, 242 bottles was de volgende in de rij. Een erg lekkere, grassige Caol Ila. Naast het gras de verwachte rook en fruit (appel en pompelmoes) in de neus en de stevige smaak. Lange, fruitige finish. 89/100

Een jaren zestig Bowmore was niet misplaatst in deze line-up. De Bowmore 31y 1968/1999, 44%, Signatory, cask 3820, 252 bottles laat zich samenvatten als ‘tropical!’. Meloen, kiwi, passievrucht, pompelmoes… iets waxy ook. Beetje kruiden doorheen al het fruit op de smaak. Gember? Misschien niet geweldig complex, maar zó lekker. Smullen! 92/100

Tijd voor wat stevigere turf verdorie. Hiervoor bleven we nog even op Islay. De Ardbeg 1990/2004 ‘Cask Strength’, 55%, OB for Japan, 1200 bottles kende ik niet, maar ben blij met de kennismaking. Deze kan makkelijk naast de Airigh Nam Beist gaan staan, op alle vlak – heeft een gelijkaardig profiel. 90/100

Nóg beter is de Laphroaigh 30y, 43%, OB. Bert was niet zeker welke batch het was – en eerlijk, who cares? Ik gaf de 2002 batch indertijd 93 punten, deze is zeker evenveel waard.

De notities worden summierder en summierder. De whisky’s zelf ben ik wel consequent blijven noteren. Ik lees Glen Moray ‘Mountain Oak Malt’ 1991/2003, 60.5%, OB, 800 bottles op m’n blad, en de termen ‘karamel’, ‘zoethout’ en ‘bitterzoet’, voor wat dat nog waard is. Ik herinner me dat ie ondankts z’n hoog alcoholpercentage erg aangenaam dronk.

Eindigen deden we in schoonheid, zeer verrassend met een straatje Benriach. De eerste was de Benriach 26y 1980/2006, 55%, OB, cask 2535, new oak, 238 bottles, de tweede de Benriach 36y 1968/2005, 51.5%, OB, cask 2708, 111 bottles en tot slot de onvermijdelijke maar oh zo lekkere Benriach 30y 1976/2006 for LMDW.
De 1980 is vettig (boter) en geweldig fruitig, zeker in de neus. Op de tong zeer explosief, super fruitig (tropisch). Vanille en genoeg – maar niet teveel – hout. Hij moest zeker niet langer op vat gelegen hebben, maar het dient gezegd dat 26 jaar op nieuwe eik bij veel whisky’s niet zou pakken, hier lukt dat wonderwel. Knap! 89/100
De 1968 is anders (logisch), kruidiger en complexer. Minder tropisch fruit, meer sinaas. Bloemen ook, zowel in de geur als in de smaak. De 1980 was erg lekker, dit is top! 93/100
Over de heilige 1976 is alles al lang gezegd. Amen.

 

Voila, dat was het zo’n beetje, alhoewel ‘beetje’ een wat ongelukkige term is. Nog ’s bedankt voor de geweldige ontvangst en dito line-up Bert!